chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Deel III. Rekrutering en selectie van het personeel - Hoofdstuk 3

    Hoofdstuk 3. De proeftijd, evaluatie in de proeftijd en gevolgen

    Art. III 11. - Toelichting

    De benoemende overheid laat na controle van de toelatings- en aanwervingsvoorwaarden, de geslaagde voor een vergelijkende selectie bedoeld in artikel III 2, 2°, die door de lijnmanager gekozen werd, toe tot een proeftijd in zijn graad/functie, en geeft deze een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling.

    (...) 2e lid - opgeheven[2]

    Art. III 12. - Toelichting - Interpretatie

    § 1. De ambtenaar legt de eed af in handen van de lijnmanager[32] wanneer hij tot de proeftijd toegelaten wordt.

    § 2. Indien de ambtenaar weigert de eed af te leggen is zijn toelating tot de proeftijd van rechtswege nietig.

    Art. III 13. - Toelichting - Interpretatie

    Tijdens de proeftijd kan de ambtenaar onder bepaalde voorwaarden, slechts eenmaal een andere dienstaanwijzing krijgen binnen het beleidsdomein, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs, of eenmaal[2] overgeplaatst worden[9] via de horizontale mobiliteit voor dezelfde functie, door of in akkoord met de betrokken lijnmanager(s).

    Na deze wijziging van dienstaanwijzing begint eenmalig een nieuwe proeftijd.

    Art. III 14. - Toelichting

    De ambtenaar op proef is onderworpen aan de rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten, tuchtregeling, administratieve toestanden, geldelijk statuut, verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en definitieve ambtsneerlegging, inzonderheid vrijwillig ontslag en pensionering, van de vaste ambtenaar.

    Art. III 15. - Toelichting - Interpretaties

    § 1. De lijnmanager bepaalt de duur van de proeftijd, als volgt:
    - niveau D: 4 maanden
    - niveau C en B: minimum 4 en maximum 9 maanden
    - niveau A: minimum 6 en maximum 12 maanden.[23]

    Eén maand proeftijd stemt hierbij overeen met de prestatie van eenentwintig voltijdse of deeltijdse werkdagen.[23]

    Voor de bepaling van het aantal gepresteerde werkdagen worden eveneens meegerekend:
    - de wettelijke en decretale feestdagen, 2 en 15 november, 26 december, en de vakantiedagen tussen kerstmis en nieuwjaar vermeld in artikel X 11, §2, eerste lid van dit besluit;
    - de inhaalrust vermeld in artikel VII 28 van dit besluit;
    - de dienstvrijstellingen.[23]

    § 2. De ambtenaar op proef behoudt de hoedanigheid van ambtenaar op proef zolang het aantal werkdagen dat overeenstemt met het aantal maanden proeftijd niet gepresteerd is.[23]

    Art. III 16. - Toelichting

    § 1. De lijnmanager bepaalt bij de aanvang van de proeftijd de inhoud van het programma en de evaluatiecriteria van de proeftijd in overleg met de functiehouder, de begeleider en de personeelsfunctie.

    Voor specifieke personeelscategorieën kan het programma van de proeftijd tevens voorzien in het slagen voor een competentieproef[6] en/of het afleggen van praktische proeven.[2]

    § 2. Ten minste op het einde van de proeftijd wordt een evaluatie-gesprek gehouden. Het evaluatiegesprek wordt vastgelegd in een verslag dat de evaluatoren opstellen. De geëvalueerde kan opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. Artikel IV 3, IV 4, IV 5, § 2, en IV 6 zijn van toepassing op de evaluatie van het personeelslid.[9]

    § 3. Na de minimumduur van de proeftijd voor niveau A, B en C kunnen de evaluatoren na elk evaluatiegesprek beslissen dat de proeftijd van de ambtenaar op proef wordt beëindigd. Dat gesprek geldt als eindevaluatiegesprek van de proeftijd.[9]

    § 4. Onder voorbehoud van § 9, heeft een negatieve eindevaluatie van de proefperiode het ontslag van de ambtenaar op proef tot gevolg. Een positieve eindevaluatie heeft de vaste benoeming van de ambtenaar op proef tot gevolg.[9]

    § 5. Een negatieve eindevaluatie van de proefperiode heeft het ontslag van het contractuele personeelslid tot gevolg.[9]

    § 6. Het eindevaluatieverslag wordt aan het personeelslid en aan de benoemende of indienstnemende overheid betekend binnen 30 kalenderdagen na het evaluatiegesprek.[9]

    § 7. Indien het evaluatieverslag niet binnen 30 kalenderdagen wordt betekend aan de ambtenaar op proef, wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar op proef.[9]

    § 8. De ambtenaar op proef kan tegen de negatieve eindevaluatie van de proefperiode beroep instellen bij de raad van beroep binnen 15 kalenderdagen na de betekening van het eindevaluatieverslag.

    De raad van beroep brengt een gemotiveerd advies uit binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het beroepschrift.[9]

    § 9. Onder voorbehoud van artikel I 9, § 1, tweede lid, beslist de benoemende overheid over de eindevaluatie van de ambtenaar op proef binnen 15 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad van beroep.[9]

    Art. III 17. - Toelichting - Interpretatie

    Tot de dag waarop het ontslag of de vaste benoeming ingaat[9], behoudt de ambtenaar op proef deze hoedanigheid.

    Art. III 18. - Toelichting

    De benoemende overheid betekent de beslissing tot ontslag of tot vaste benoeming aan de ambtenaar en de indienstnemende overheid betekent de beslissing tot ontslag aan het contractueel personeelslid.[9]

    Art. III 19. - Toelichting Interpretaties

    Het ontslag van de ambtenaar op proef gaat in de eerste werkdag die volgt op het verstrijken van de termijn voor het instellen van beroep of op de beslissing tot ontslag.[9] Met ingang van die dag[9] wordt met de ambtenaar op proef een arbeidsovereenkomst afgesloten voor een bepaalde duur van drie maanden.[2]

    Wanneer de bijdragen ingehouden op de arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur van drie maanden niet volstaan, stort de werkgever bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid de nog ontbrekende werkgevers- en werknemersbijdragen voor de opname van de ambtenaar op proef in het stelsel van de werkloosheid, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering.

    De regeling vermeld, in het eerste lid, is niet van toepassing op:

    1° een ontslagen ambtenaar op proef van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst voor de duur van de statutaire proeftijd als de resterende duur van de arbeidsovereenkomst na het ontslag als ambtenaar op proef minstens drie maanden bedraagt;

    2° een ontslagen ambtenaar op proef die teruggeplaatst wordt in zijn vorige graad na definitieve beslissing van de benoemende overheid.[32]

    Art. III 20. - Toelichting

    § 1. De ambtenaar die tijdens de proeftijd een zware fout begaat, wordt ontslagen zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding.

    § 2. Het ontslag wegens een zware fout zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding wordt door de benoemende overheid gegeven binnen de drie werkdagen na kennisname van het feit dat als zware fout wordt beschouwd.

    § 3. Voorafgaand aan de ontslagbeslissing hoort de benoemende overheid, samen met de functionele chef, de ambtenaar, die zich kan laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.

    § 4. De werkgever stort voor de ambtenaar die wegens een zware fout wordt ontslagen, bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid de werkgevers- en werknemersbijdragen nodig voor hun opname in het stelsel van de werkloosheid, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsbescherming.

    naar boven