chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Deel VII - Titel 3 De vergoedingen

    Hoofdstuk 1. Gemeenschappelijke bepalingen

    Art. VII 72. - Toelichting

    De hierna bepaalde vergoedingen worden verleend als terugbetaling van werkelijk gemaakte kosten voor rekening van de werkgever.[2]

    Art. VII 73. - Toelichting - Interpretatie

    § 1. De vergoedingen die hierna "tegen 100%" vermeld zijn, volgen de evolutie van het gezondheidsindexcijfer zoals vermeld in artikel VII 9. Het te betalen bedrag wordt afgerond op de hogere cent.

    § 2. Tenzij het anders bepaald is, worden de forfaitaire vergoedingen maandelijks na vervallen termijn betaald.[2]

    § 3. Ingeval een vergoeding werd geforfaitariseerd en op maandbasis wordt uitbetaald, wordt de betaling stopgezet:

    als er geen salaris wordt betaald;
    of bij een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt.[6]

    § 4 - opgeheven[39]

    § 5. Paragraaf 3 is van toepassing op de betaling van forfaitaire vergoedingen bij een afwezigheid ingevolge een arbeidsongeval van meer dan 35 werkdagen.[18]

    Art. VII 74. - Toelichting

    Onder motorvoertuig wordt verstaan auto, bromfiets of motorfiets.[2]

    Hoofdstuk 2. Vergoedingen voor binnenlandse dienstreizen

    Afdeling 1. Algemene bepalingen[34]

    Art. VII 75. - Toelichting

    De kosten die een personeelslid heeft gemaakt in het kader van een binnenlandse dienstreis, worden terugbetaald onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.[34]

    Art. VII 76. - Toelichting

    Een dienstreis is de verplaatsing van de woonplaats of de standplaats naar een bestemming die niet de vaste plaats van tewerkstelling is, en die het personeelslid maakt in opdracht van de lijnmanager.[34]

    De verplaatsing die een personeelslid maakt voor een medisch onderzoek, een vormingsactiviteit, voor het inkijken van zijn personeelsdossier indien de te consulteren documenten niet elektronisch kunnen geraadpleegd worden, voor het afleggen van een proef of examen of naar aanleiding van een arbeids(weg)ongeval, wordt gelijkgesteld met een dienstreis.[34]

    Art. VII 77. - Toelichting 

    De lijnmanager beslist welk vervoermiddel functioneel en financieel het meest verantwoord is.[34]

    Art. VII 78. - Toelichting - Interpretatie

    Het personeelslid dient binnen een termijn van vier maanden een kostenstaat in bij de lijnmanager.[34]

    Een volledig ingevulde kostenstaat, ingediend binnen een termijn van drie maanden, en die drie maand na de indiening nog niet werd betaald, wordt vanaf de vierde maand verhoogd met een intrest van 3% (op jaarbasis).[34]

    Art. VII 79. - Toelichting

    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de loodsen voor de prestaties die recht geven op de vergoeding, vermeld in artikel VII 88, noch op het scheepspersoneel voor de prestaties die recht geven op zeegeld als vermeld in artikel VII 65.[34]

    Afdeling 2. Reiskosten[34]

    Art. VII 80. - Toelichting - Interpretatie

    § 1. De lijnmanager kent de volgende forfaitaire vergoeding toe voor een dienstreis met eigen voertuig:[34]

      bedrag per kilometer
    motorvoertuig

    0,3653 euro (vanaf 1 juli 2019)
    Beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Overheidspersoneel van 28 juni 2019

    fiets en speedpedelec[49] 0,21 euro

    § 2. Noodzakelijke parkeerkosten worden terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.[34]

    § 3. De kilometervergoeding voor motorvoertuigen wordt jaarlijks op 1 juli herzien na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.[34]

    Bij een ongewijzigde federale berekeningswijze van de kilometervergoeding deelt de administrateur-generaal van het Agentschap Overheidspersoneel jaarlijks het bedrag van de kilometervergoeding mee.[34]

    Art. VII 81. - Toelichting

    § 1. Voor een dienstreis met het openbaar vervoer stelt de werkgever het personeelslid een vervoersbewijs ter beschikking.[34]

    Als de werkgever het personeelslid vooraf geen vervoersbewijs ter beschikking stelt, worden de door het personeelslid gemaakte kosten voor een dienstreis met het openbaar vervoer terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.[34]

    § 2. Het personeelslid dat een dienstreis maakt met het openbaar vervoer, reist in tweede klasse of economy class.[34]

    § 3. Eventuele taxikosten worden uitzonderlijk terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.[34]

    Afdeling 3. Maaltijdvergoeding[34]

    Art. VII 82. - Toelichting

    § 1. De maaltijdvergoeding bedraagt 9,50 euro (tegen 100%) en wordt toegekend onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk:[34]

    middagmaal dienstreis van minimaal zes uur
    avondmaal dienstreis van minimaal zes uur die begint om of na 14 uur

    Het bedrag vermeld in het eerste lid, wordt na indexatie verminderd met de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque, vermeld in artikel VII 109ter.[34]

    § 2. De vergoeding voor middagmaal en de vergoeding voor avondmaal kunnen worden gecumuleerd voor dienstreizen die minstens twaalf uur duren.[34]

    § 3. Er wordt geen maaltijdvergoeding toegekend voor dienstreizen binnen een straal van 5 kilometer vanaf de stand- of woonplaats, of binnen een straal van 25 kilometer als het personeelslid zich verplaatst met een motorvoertuig. Voor het bepalen van de afstand, zo ook de 5- en 25 kilometergrens, wordt de werkelijke afstand in aanmerking genomen.[34]

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, kan op het principe, vermeld in het eerste lid, tijdelijk en individueel een uitzondering verlenen waardoor het betrokken personeelslid toch een maaltijdvergoeding ontvangt.[34]

    Afdeling 3bis. Forfaitaire vergoeding voor het thuis opladen van een volledig elektrisch dienstvoertuig of een dienstvoertuig dat een plug-in hybride is[49]

    Art. VII 82bis - Toelichting

    Het personeelslid dat voor een binnenlandse dienstreis gebruik maakt van volledig elektrisch dienstvoertuig of van een dienstvoertuig dat een plug-in hybride is, en dat voertuig mee naar huis neemt, ontvangt de volgende forfaitaire vergoeding:[49]

     

    bedrag per keer dat het personeelslid het dienstvoertuig mee naar huis neemt

    volledig elektrisch dienstvoertuig

    6,67 euro

    dienstvoertuig dat een plug-in hybride is

    2,73 euro

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, herziet minstens om de twee jaar de vergoeding vermeld in het voorgaande lid, op basis van:
    1° de gemiddelde eenheidsprijs van elektriciteit in euro per kWh, vastgesteld door   de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt;
    2° de evoluties in de batterijtechnologie;
    3° andere nieuwe technologische ontwikkelingen.[49]

    Het personeelslid dat met toepassing van artikel V 12bis of VII 109sexies beschikt over een volledig elektrisch dienstvoertuig of een dienstvoertuig dat een plug-in hybride is, kan geen aanspraak maken op de vergoeding, vermeld in het eerste lid.[49]

    In afwijking van het derde lid ontvangt het personeelslid de vergoeding, vermeld in het eerste lid, in afwachting van de installatie van een thuislaadpunt als vermeld in artikel VII 109decies.[49]

    Afdeling 4. Binnenlandse dienstreis met overnachting[34]

    Art. VII 83. - Toelichting - Interpretatie

    De hotelkosten die het personeelslid maakt in het kader van een binnenlandse dienstreis met overnachting, worden op voorlegging van de bewijsstukken vergoed binnen de grenzen van de maximale logementsvergoeding, die is vastgesteld met toepassing van artikel VII 85.[34]

    Afdeling 5. Reizende functies[34]

    Art. VII 84. - Toelichting 

    § 1. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling wijst de personeelsleden aan die een reizende functie uitoefenen.[34]

    Om een reizende functie te kunnen uitoefenen als vermeld in het eerste lid, moet het personeelslid jaarlijks gemiddeld ten minste 3000 kilometer met zijn eigen motorvoertuig afleggen en zestig dienstreizen per jaar maken.[34]

    § 2. Voor de reizende functies kan een maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding voor motorvoertuigen worden toegekend, alsook een forfaitaire maaltijdvergoeding (tegen 100%).[34]

    Hoofdstuk 3. Buitenlandse dienstreis

    Afdeling 1. Algemene bepaling[49]

    Art. VII 85.- Toelichting

    De kosten die een personeelslid maakt in het kader van een buitenlandse dienstreis, worden terugbetaald onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.[49]

    Derden die een buitenlandse dienstreis maken in opdracht van de diensten van de Vlaamse overheid, hebben recht op dezelfde vergoedingen onder dezelfde voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, met uitzondering van de vergoeding voor representatiekosten, vermeld in artikel VII 85ter decies.[49]

    Afdeling 2. Aanvraag[49]

    Onderafdeling 1. Zendingsaanvraag

    Art. VII 85bis.- Toelichting

    §1. Zendingsopdrachten in het buitenland worden gegeven door de lijnmanager.[49]

    De functioneel bevoegde minister(s) verlenen toestemming voor een zendingsopdracht van de lijnmanager.

    § 2. De lijnmanager beslist welk vervoermiddel functioneel en financieel het meest verantwoord is op basis van de volgende criteria:

    1° kostprijs;
    2° snelheid;
    3° veiligheid;
    4° duurzaamheid.[49]

    Er wordt niet met het vliegtuig gereisd als de bestemming op minder dan vijfhonderd kilometer ligt of de reis over het land minder dan zes uur in beslag neemt, tenzij de verplaatsing met een ander vervoermiddel dan het vliegtuig een onevenredig verlies van tijd of middelen meebrengt, of om andere zwaarwichtige redenen niet opportuun of praktisch uitvoerbaar wordt geacht.[49]

    Onderafdeling 2. Voorschotten

    Art. VII 85ter.- Toelichting

    Het personeelslid heeft recht op een voorschot voor bepaalde kosten, als vermeld in artikel VII 85sexies, VII 85octies, VII 85decies en VII 85ter decies.[49]

    Afdeling 3. Kosten

    Art. VII 85quater.- Toelichting

    Op de zendingsaanvraag worden de uitgaven geraamd voor de kosten, vermeld in deze afdeling.[49]

    Onderafdeling 1. Reiskosten

    Art. VII 85quinquies. - Toelichting

    §1. De kosten van de reis naar het buitenland en de verplaatsing naar de bestemming in het buitenland worden integraal terugbetaald nadat de bewijsstukken zijn voorgelegd.[49]

    §2. Zendingsopdrachten naar het buitenland die na de toestemming van de lijnmanager noodzakelijk met eigen voertuig plaatsvinden, worden terugbetaald aan de hand van de forfaitaire vergoedingen, vermeld in artikel VII 80, §1.[49]

    §3. Een personeelslid dat een buitenlandse dienstreis maakt met de trein mag eerste klasse reizen.[49]

    §4. Vliegtuigreizen worden aangevraagd in economy class.[49]

    Vliegtuigreizen van minstens acht uur kunnen in business class worden aangevraagd.[49]

    Als de lijnmanager in business class wil reizen voor een vliegtuigreis van minder dan acht uur, motiveert hij die keuze.[49]

    Art. VII 85sexies.- Toelichting

    Het personeelslid heeft recht op een voorschot van 75% van de totale geraamde reiskosten als het een deel van de kosten of alle kosten eerst zelf betaalt.[49]

    Als het personeelslid vóór de vertrekdatum de volledige reiskosten zelf betaalt, heeft het personeelslid, nadat het de bewijsstukken heeft voorgelegd, recht op een voorschot van 100% van de totale reiskosten.[49]

    Onderafdeling 2. Logies

    Art. VII 85septies.- Toeliching

    De kosten voor de overnachting worden, nadat de bewijsstukken zijn voorgelegd, terugbetaald volgens de tabel van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waarin de maximale bedragen worden weergegeven.[49]

    In uitzonderlijke gevallen en met een degelijke motivatie kan een afwijking van de bedragen, vermeld in het eerste lid, binnen redelijke perken worden toegestaan door de lijnmanager.[49]

    Voor de lijnmanager is de afwijking, vermeld in het tweede lid, onderworpen aan de goedkeuring van de functioneel bevoegde minister(s).[49]

    Art. VII 85octies.- Toelichting

    Het personeelslid heeft recht op een voorschot van 75% van de geraamde kosten als de kosten voor de overnachting ter plaatse vereffend moeten worden.[49]

    Als het personeelslid de kosten voor de overnachting zelf betaalt, heeft het personeelslid, nadat het de bewijsstukken heeft voorgelegd, recht op een voorschot van 100% bovenvermelde kost.[49]

    Onderafdeling 3. Dagvergoeding

    Art. VII 85novies.- Toelichting

    §1. Het personeelslid ontvangt een dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding conform de bedragen, vermeld in de tabel van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.[49]

    Het bedrag van de dagvergoeding, vermeld in het eerste lid wordt na indexering verminderd met de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque, als vermeld in artikelen VII 109ter, VII 194bis en VII 217.[49]

    §2. Als de werkelijke kosten van de maaltijden en van de andere kleine uitgaven meer bedragen dan de dagvergoeding, kunnen de werkelijke kosten worden terugbetaald nadat de bewijsstukken van alle elementen van de dagvergoeding zijn voorgelegd.[49]

    §3. Voor buitenlandse dienstreizen die langer dan een etmaal duren, wordt de dagvergoeding voor de dagen van vertrek en terugkeer, herleid tot de helft.[49]

    Op de halve dagvergoeding, vermeld in het eerste lid, worden de verminderingen, vermeld in paragraaf 5, niet toegepast.[49]

    §4. In een land met verschillende dagvergoedingen is de dagvergoeding die gekoppeld is aan de plaats van de laatste overnachting, bepalend voor de eerstvolgende dag. De voormelde regel geldt ook voor een dienstreis waarbij het personeelslid verschillende landen aandoet.[49]

    §5. Als het logies of de inschrijvingskosten door de werkgever of derden worden terugbetaald of ten laste genomen en die kosten ook bepaalde maaltijden of kleine uitgaven omvatten, wordt het bedrag van de dagvergoeding, naar gelang van het geval, verminderd met:
    1° 15% van de dagvergoeding, voor het ontbijt;
    2° 35% van de dagvergoeding, voor het middagmaal;
    3°       45% van de dagvergoeding, voor het avondmaal;
    4°       5% van de dagvergoeding, voor de kleine uitgaven.[49]

    Art. VII 85decies.- Toelichting

    Het personeelslid heeft recht op een voorschot van 50% van de dagvergoeding.[49]

    Art. VII 85undecies.- Toelichting

    In afwijking van artikel VII 85novies en VII 85decies, wordt het personeelslid dat een eendaagse buitenlandse dienstreis maakt, vergoed conform de bepalingen van hoofdstuk 2.[49]

    Onderafdeling 4. Inschrijvingskosten

    Art. VII 85duodecies.- Toelichting

    Inschrijvingsgelden voor seminaries, opleidingen, colloquia en dergelijke meer, worden integraal betaald door de betrokken entiteit, raad of instelling of onmiddellijk terugbetaald aan het betrokken personeelslid.[49]

    Onderafdeling 5. Representatiekosten

    Art. VII 85terdecies.- Toelichting

    Personeelsleden die belast zijn met een zendingsopdracht in het kader van de officiële vertegenwoordiging van de Vlaamse overheid in het buitenland, kunnen een bedrag aanvragen voor representatieve doeleinden. Dat kan het volledig bedrag zijn of een voorschot als de juiste kosten vooraf niet gekend zijn. De aanvraag is gemotiveerd.[49]

    Als een delegatie met een zendingsopdracht in het buitenland belast is, kan alleen de hoogste in rang representatiekosten aanvragen.[49]

    Afdeling 4. Verslaggeving

    Art. VII 85quaterdecies.- Toelichting

    Na afloop van de buitenlandse zendingsopdracht kunnen zowel de lijnmanager als het departement Buitenlandse Zaken het personeelslid vragen een zendingsverslag te bezorgen.[49]

    Afdeling 5. Afrekening

    Onderafdeling 1. Terugbetaling van kosten

    Art. VII 85quinquiesdecies.- Toelichting

    De kosten die verbonden zijn aan een buitenlandse zendingsopdracht, zijn ten laste van de betrokken entiteit, raad of instelling conform de voorwaarden, vermeld in afdeling 3.[49]

    Na afloop van de buitenlandse zendingsopdracht worden de kosten afgerekend aan de hand van een kostenstaat en met overlegging van de bewijs stukken, behalve voor de dagvergoeding, als ze beperkt blijven tot het forfaitaire bedrag.[49]

    Op straffe van verval van recht wordt een kostenstaat ingediend binnen vier maanden vanaf de dag van de terugkomst.[49]

    Een volledig ingevulde kostenstaat die ingediend is binnen vier maanden, en die drie maanden na de indiening nog niet is terugbetaald, wordt vanaf de vierde maand verhoogd met een intrest van 3% op jaarbasis.[49]

    Onderafdeling 2. Terugvordering van voorschotten

    Art. VII 85sexiesdecies.- Toelichting

    Voorschotten die ten onrechte zijn overgemaakt of te veel zijn betaald, worden binnen vijf werkdagen na de eenvoudige schriftelijke vraag van de betrokken vereffenaar teruggestort.[49]

    Hoofdstuk 4. De expatriatievergoeding - opgeheven

    Art. VII 86. - opgeheven[32]

    Hoofdstuk 5. Maaltijdvergoeding op dienst- en veerboten

    [2]

    Art. VII 87. - Toelichting

    § 1. Een dienstopdracht die bestaat uit vaarprestaties voor een duur van minstens zes uur per shift op een dienstboot die zich verplaatst buiten een werkelijke afstand van 5 km van de standplaats geeft recht op één forfaitaire maaltijdvergoeding van 8,2 euro (tegen 100%).

    § 2. Een dienstopdracht die bestaat uit vaarprestaties voor een duur van minstens zes uur per shift op een veerboot geeft recht op één forfaitaire maaltijdvergoeding van 8,2 euro (tegen 100%).

    § 3. Vanaf 13 uur verblijf wegens een dienstopdracht met vaarprestaties op een dienstboot die zich verplaatst buiten een werkelijke afstand van 5 km van de standplaats of op een veerboot wegens een dienstopdracht met vaarprestaties van minstens 13 uur, heeft het personeelslid recht op een bijkomende maaltijdvergoeding van 8,2 euro (tegen 100%). De cumulatie van twee maaltijdvergoedingen vanaf 13 uur verblijf geldt alleen voor uitzonderlijke situaties.[2]

    § 4. De bedragen vermeld in § 1, § 2 en § 3 worden na indexatie verminderd met de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals bepaald in artikel VII 109ter van dit besluit[12].[6]

    Hoofdstuk 6. De forfaitaire vergoeding voor reis- en maaltijdkosten voor het loodsenpersoneel

    [2]

    Art. VII 88. - Toelichting

    § 1. De hierna vermelde loodsen met de operationele functie ontvangen een forfaitaire vergoeding voor reis- en maaltijdkosten waarvan het bedrag hieronder bepaald is voor:

    het verblijf in een haven waar het Vlaamse Gewest loodsoperaties uitvoert;
    de reizen als loods of als passagier aan boord van koopvaardijschepen;
    de verplaatsingen van en naar voormelde havens.
    korps bedrag tegen 100% per maand
    rivier- en kanaalloodsen € 153,88
    Scheldemondenloodsen € 543,96
    kustloodsen € 131,02

    [16]

    De loods met de operationele functie die multivalent wordt ingezet, ontvangt de in het eerste lid vermelde vergoeding pro rata het aantal kalenderdagen dat hij in het desbetreffende loodsenkorps ingepland was.[35]

    § 2. De stagiairloods met de functie van stuurman ontvangt de helft van het bedrag van de Scheldemondenloods met de operationele functie.

    § 3. De betaling van de vergoeding wordt niet geschorst voor de prestaties op de radarcentrales in Zeebrugge en Zandvliet.[2]

    Art. VII 89. - Toelichting

    Op de forfaitaire bedragen vermeld in artikel VII 88 wordt een vermindering toegepast van 1/30 per dag ziekteverlof.[2]

    Voor de loods met de operationele functie die multivalent wordt ingezet, wordt de in het eerste lid vermelde vermindering toegepast op de vergoeding van het korps waarbij hij zowel voor de beurt als de rustperiode ingepland was.[35]

    Hoofdstuk 7. Vergoeding voor het werken in Vlissingen

    [2]

    Art. VII 90. - Toelichting

    § 1. Het personeelslid van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust dat in Vlissingen werkt, en niet in Nederland verblijft, krijgt per gepresteerde arbeidsdag in Vlissingen een vergoeding voor de gemaakte kosten overeenkomstig de onderstaande tabel:

    zone afstand woonplaats – werkplaats – woonplaats via de weg factor zone dagbedrag (100%) – arbeidsprestatie van 12 uur per dag dagbedrag (100%) – andere arbeidsprestatie
    0 personeelsleden met bedrijfswagen 0 17,89 euro 11,33 euro
    1 < 75 km 75 37,46 euro 30,90 euro
    2 =75 km en < 100 km 100 43,98 euro 37,42 euro
    3 =100 km en < 150 km. 150 57,03 euro 50,47 euro
    4 =150 km en < 200 km 200 70,07 euro 63,51 euro
    5 = 200 km 225 76,60 euro 70,03 euro

    [7]

    § 2. De vergoeding, vermeld in §1, wordt niet toegekend aan de personeelsleden die de tegemoetkoming ontvangen voor moeilijk bereikbare arbeidsplaatsen, vermeld in artikel VII 99 en VII 100.[7]

    § 3. De vergoeding, vermeld in §1, wordt aangepast als het bedrag van de kilometervergoeding [16] vermeld in artikel VII 80, §1[16], wordt gewijzigd.

    De aangepaste dagbedragen worden als volgt berekend:
    ((3.332,48 euro + (factor zone*jaarprestaties*bedrag kilometervergoeding [16]))/1,4002)/133 (arbeidsprestaties van 12 uur per dag) of 210 (andere arbeidsregeling).[9]

    3e lid - opgeheven[39]

    Hoofdstuk 8. Vergoedingen, toelagen en voordelen voor personeel in het buitenland

    [9]

    Art. VII 91. - Toelichting

    Tenzij het reglementair anders bepaald is, hebben de personeelsleden die Vlaanderen in het buitenland vertegenwoordigen en de andere personeelsleden van niveau A van het Departement Buitenlandse Zaken[39] die uitgezonden zijn naar een diplomatieke post in het buitenland, recht op de volgende vergoedingen, toelagen en voordelen waarvan het bedrag en de toekenningsvoorwaarden worden bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, in overleg met de functionele minister:[18]

    een postvergoeding;
    een terugkeertoelage;
    een vergoeding voor dienstreizen;
    een vergoeding voor een verlofreis naar België;
    een vergoeding voor verhuiskosten;
    een vergoeding voor de huur van een woning in het buitenland;
    een vergoeding voor schoolkosten;
    een verzekering voor medische kosten en repatriatie;
    een inrichtingsvergoeding;
    10° een vergoeding voor beveiliging van een woning en de inwonenden.[18]

    Hoofdstuk 9. Vergoeding voor personeelsleden, tewerkgesteld in Vlissingen[32]

    Art. VII 91bis. - Toelichting

    Personeelsleden met standplaats in Vlissingen, uitgezonderd de personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein, [32] ontvangen een vergoeding van 103,50[16] euro[8] per maand.[6]

    2e lid - opgeheven[16]

    De bepalingen van artikel VII 15, VII 16[8] zijn van toepassing.[6]

    Hoofdstuk 10. Terugbetaling van de kosten voor een beeldschermbril

    Art. VII 91ter - Toelichting

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt de voorwaarden voor de terugbetaling van de kosten van een beeldschermbril.[27]