chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Deel XI. Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging - Hoofdstuk 1-2-3

    Hoofdstuk 1. De redenen en gevolgen voor de ambtenaar

    Art. XI 1. - Toelichting

    § 1. Niemand kan zijn hoedanigheid van ambtenaar verliezen vóór het einde van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, behalve in de gevallen bepaald door de pensioenwetgeving of door dit besluit.[12]

    § 2. Ambtshalve wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar op de laatste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt[12], behalve in geval van schorsing in het belang van de dienst van de ambtenaar of als een tuchtprocedure tegen de ambtenaar loopt. In die gevallen wordt ambtshalve een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar na afloop van de schorsing in het belang van de dienst en eventueel van de tuchtprocedure.[2]

    § 3.  In afwijking van paragraaf 2, kan de benoemende overheid een ambtenaar na het einde van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt nog verder in dienst houden voor een periode van maximaal één jaar, telkens verlengbaar met maximaal één jaar. Hij behoudt zolang zijn hoedanigheid van ambtenaar.[18]

    In afwijking van het eerste lid neemt de indienstnemende overheid die beslissing voor:
    1° de statutaire mandaathouder van een management- of projectleidersfunctie van N- niveau of van een functie van algemeen directeur, met behoud van artikel V 14;
    2° het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad.[15]

    Art. XI 2. - Toelichting

    De afschaffing van de betrekking die de ambtenaar bekleedt kan geen aanleiding geven tot het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar of tot ontslag.

    De ambtenaar van wie de betrekking wordt afgeschaft krijgt een passende dienstaanwijzing binnen de interne arbeidsmarkt.

    De ambtenaar behoudt zijn salaris, zijn aanspraken op bevordering in graad, in salarisschaal en in salaris.

    Art. XI 3. - Toelichting - Interpretaties

    Ambtshalve en zonder opzegging wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar voor:

    de ambtenaar van wie de benoeming onregelmatig bevonden wordt binnen de termijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of, als een zodanig beroep is ingesteld, tijdens de procedure. Die termijn geldt niet in geval van arglist of bedrog van de ambtenaar;
    de ambtenaar die niet meer voldoet aan de nationaliteitsvereiste, die de burgerlijke of politieke rechten niet meer geniet[34] of van wie de medische ongeschiktheid na uitputting van het ziektecontingent behoorlijk werd vastgesteld door de federale medische dienst, bevoegd voor de definitieve ongeschiktverklaring van de ambtenaar;
    de ambtenaar die zonder geldige reden de werkpost verlaat en meer dan tien dagen afwezig blijft, op voorwaarde dat die ambtenaar behoorlijk en vooraf gewaarschuwd en om opheldering verzocht werd; 
    de ambtenaar die zich in een geval bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging ten gevolge heeft;
    de ambtenaar die om tuchtredenen wordt ontslagen van ambtswege of die wordt afgezet.[27]

    Het eerste lid is ook van toepassing op de ambtenaren die op de datum van inwerkingtreding van dit artikel tijdelijk ontzet zijn uit de hoedanigheid van ambtenaar conform de bepalingen van artikel XI 3, § 2, zoals het van kracht was vóór de datum van de inwerkingtreding van dit artikel.[27]

    Art. XI 4. - Toelichting

    § 1. De ambtenaar wiens onregelmatige benoeming, in het in art. XI 3, 1°, bedoelde geval, niet te wijten is aan arglist of bedrog in zijn hoofde, krijgt een verbrekingsvergoeding, die overeenstemt met drie maanden loon voor elke volledige of ingegane schijf van vijf jaar tewerkstelling bij de diensten van de Vlaamse overheid.

    Op deze verbrekingsvergoeding worden de werkgevers- en werknemersbijdragen ingehouden voor de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering en samen met de werkgeversbijdragen gestort. Indien deze niet volstaan, betaalt de werkgever de nog benodigde werkgevers- en werknemersbijdragen.

    § 2. In de andere in art. XI 3 vermelde gevallen, vindt het ontslag plaats zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding. De werkgever betaalt evenwel de werkgevers- en werknemersbijdragen nodig voor opname van de betrokken ambtenaar in de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsbescherming.

    § 3. De duur van de periode gedekt door inhouding of betaling van werkgevers- en werknemersbijdragen voor de werkloosheidsverzekering en de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering mag de duur niet overschrijden van de statutaire tewerkstelling van de ontslagen ambtenaar, eventueel vermeerderd met de duur gedekt door de verbrekingsvergoeding.

    § 4. Het ontslag bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt gegeven door de benoemende overheid.

    Art. XI 5. - Toelichting

    Tot ambtsneerlegging geven aanleiding:

    het vrijwillig ontslag;
    de pensionering ingevolge leeftijd of medische ongeschiktheid;
    de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid, zoals bepaald in artikel XI 8, § 1.

    De bepaling onder 3° van dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar in proeftijd.

    Art. XI 6. - Toelichting

    In geval van vrijwillig ontslag mag de ambtenaar slechts na een opzeggingstermijn van ten minste 30 kalenderdagen de dienst verlaten, tenzij in onderling akkoord tussen de betrokkene en de benoemende overheid de opzeggingstermijn ingekort wordt.

    Een benoeming bij een andere overheid die definitief geworden is, wordt gelijkgesteld met vrijwillig ontslag.

    In afwijking van het vorige lid wordt een tijdelijke benoeming bij een administratief rechtscollege van de Vlaamse overheid niet gelijkgesteld met vrijwillig ontslag.[9]

    Art. XI 7. - Toelichting - Interpretatie

    De ambtenaar die de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, wordt op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, sedert zijn tweeënzestigste verjaardag komt tot een totaal van 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte.[34]

    De leeftijd van 62 jaar en de tweeënzestigste verjaardag, vermeld in het eerste lid, worden opgetrokken tot 62 jaar en zes maanden vanaf 1 januari 2017 en tot 63 jaar vanaf 1 januari 2018.[34]

    De afwezigheden met toepassing van artikel X 22, § 1, en artikel X 23, § 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, worden niet toegerekend op het contingent van 365 kalenderdagen als vermeld in het eerste lid.[34]

    Als de ambtenaar de vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de datum van opruststelling, wordt artikel VII 11, §2, toegepast.[34]

    Art. XI 8. - Toelichting - Interpretaties

    § 1. De ambtenaar is definitief beroepsongeschikt als hij na een evaluatie “onvoldoende” bij één van de twee eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie “onvoldoende” krijgt. De ambtenaar wordt dan ontslagen.[23]

    § 2. Het ontslag treedt in werking na het verstrijken van een opzeggingstermijn, onverminderd § 4.

    § 3. Deze opzeggingstermijn bedraagt 3 maanden voor de ambtenaar die minder dan 5 jaar anciënniteit telt bij de diensten van de Vlaamse overheid. Deze termijn wordt vermeerderd met 3 maanden bij de aanvang van elke nieuwe periode van 5 jaar anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid.

    Voor de bepaling van de anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt eveneens de dienstanciënniteit meegerekend verworven bij de federale overheid door de ambtenaar die krachtens de staatshervorming overgeheveld werd of die overgeplaatst werd van de federale overheid naar de Gemeenschappen en de Gewesten.

    De anciënniteit wordt verminderd met de perioden die reeds in aanmerking werden genomen voor de toekenning van een opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding.

    De opzeggingstermijn gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de betekening van het ontslag. De betekening gebeurt via beveiligde zending[34] en heeft uitwerking de derde dag na de verzending.

    In onderling akkoord tussen de benoemende overheid en de ambtenaar kan een langere opzeggingstermijn worden overeengekomen of kan de opzeggingstermijn worden ingekort.

    § 4. De benoemende overheid kan evenwel beslissen dat het ontslag wegens beroepsongeschiktheid onmiddellijk ingaat, mits uitbetaling van een verbrekingsvergoeding die gelijk is aan het salaris dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn zoals bepaald in § 3.

    § 5. Met het oog op de onderbrenging van de ambtenaar onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moeder-schapsverzekering worden tijdens de opzeggingstermijn of op de verbrekingsvergoeding de desbetreffende werknemersbijdragen ingehouden en samen met de werkgeversbijdrage gestort. Indien deze niet volstaan, betaalt de werkgever de nog benodigde werkgevers- en werknemersbijdragen.

    Art. XI 9. - Toelichting

    Het vrijwillig ontslag en de opruststelling[9] wordt toegestaan, respectievelijk ondertekend door de benoemende overheid.

    Het ontslag wegens beroepsongeschiktheid wordt ondertekend door de benoemende overheid.

    Art. XI 10. - Toelichting

    De pensioengerechtigde ambtenaar wordt gemachtigd de eretitel van zijn ambt te dragen indien hij:

    - ten minste 20 jaar dienstanciënniteit telt op het ogenblik van zijn opruststelling[9], behoudens in geval van vroegtijdige pensionering ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op weg naar en van het werk of een beroepsziekte
    - geen evaluatie onvoldoende gekregen heeft in het laatste jaar vóór de opruststelling[9]
    - geen tuchtstraf gekregen heeft in zijn loopbaan, tenzij deze inmiddels doorgehaald werd.

    Hoofdstuk 2. De ontslagregeling voor contractuelen

    Art. XI 11. - Toelichting

    Contractuelen kunnen ontslagen worden door de indienstnemende overheid overeenkomstig het arbeidsrecht. Onverminderd deze regeling kan het contractueel personeelslid , ontslagen worden door de indienstnemende overheid na één evaluatie onvoldoende over de wijze van uitoefening van de functie.[2]

    Het contractuele personeelslid wordt ontslagen als hij na een evaluatie “onvoldoende” bij één van de twee eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie “onvoldoende” krijgt.[23]

    Hoofdstuk 3. Overgangsbepaling

    Art. XI 12. - Toelichting

    Voor de ambtenaar die op datum van 30 juni 2016 62 jaar of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 62 jaar werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7.[34]

    Voor de ambtenaar die op datum van 1 januari 2017 62 jaar en zes maanden of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 62 jaar en zes maanden werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7.[34]

    Voor de ambtenaar die op datum van 1 januari 2018 63 jaar of ouder is,  worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 63 jaar werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7.[34]

    Art. XI 13. - Toelichting

    De ambtenaar ouder dan 60 jaar die na een afwezigheid van 222 werkdagen wegens ziekte een uitstel kreeg van zijn opruststelling met 6 maanden of een veelvoud ervan, krijgt na afloop van de termijn van het toegekende uitstel een ambtshalve verlenging van het uitstel tot aan de eerste datum waarop hij voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen wegens leeftijd of ziekte.[34]