chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Interpretatie VPS: ontslag van ambtswege wegens ongewettigde afwezigheid

    Interpretatie bij art. XI 3 §1 3°

    Ambtshalve en zonder opzegging wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar voor de ambtenaar die zonder geldige reden de werkpost verlaat en meer dan tien dagen afwezig blijft (artikel XI 3, §1, 3°).

    Bij de toepassing van deze bepaling moet u rekening houden met de vaste rechtspraak van de Raad van State over de toepassingsvoorwaarden van dit niet-tuchtrechtelijk ontslag van ambtswege wegens ongewettigde afwezigheid.

    Het niet-tuchtrechtelijk ontslag van ambtenaren die gedurende een zekere tijd - meer dan 10 (kalender)dagen – van het werk afwezig blijven, berust op een vermoeden van vrijwillig ontslag.

    De toepassing van de bepaling veronderstelt vooreerst dat de betrokken ambtenaar meer dan 10 (kalender)dagen zonder geldige reden afwezig is. Dit ontslag van ambtswege is een ordemaatregel die wordt genomen in het belang van de dienst en gesteund is op de idee, dat de ambtenaar die na een geoorloofde afwezigheid zijn dienst niet hervat en meer dan 10 (kalender)dagen afwezig blijft, geacht wordt vrijwillig uit dienst te zijn getreden of de dienst uit eigen beweging te hebben verlaten. Dit brengt mee dat de overheid slechts tot ontslag mag overgaan wanneer, gelet op de concrete omstandigheden van de zaak, het vermoeden dat de betrokken ambtenaar niet langer in dienst wenst te blijven, niet geacht kan worden weerlegd te zijn.

    Het bestuur is bijgevolg verplicht om na te gaan of de betrokken ambtenaar een reden had om uit de dienst afwezig te blijven. Het is daarbij zonder belang of die concrete omstandigheden al dan niet een voldoende rechtvaardiging voor de afwezigheid opleveren.
    Als er onvoldoende gegevens voorhanden zijn die aantonen of waaruit af te leiden valt dat de ongewettigde afwezigheid te wijten was aan de vrijwillige uitdienst-treding, dan kan geen toepassing worden gemaakt van art. XI 3, §1, 3°.

    Hierna gaan enkele voorbeelden waarbij het vermoeden van vrijwillig ontslag wordt ontkracht:

    • als de betrokken ambtenaar prompt reageert met het indienen van een medisch getuigschrift;
    • als de betrokken ambtenaar per brief verlof aanvraagt, vermits een dergelijke vraag de wil veronderstelt om in dienst te blijven;
    • als de betrokken ambtenaar steeds de aanvragen tot loopbaanonderbreking te laat indient;
    • als de betrokken ambtenaar reeds lang depressief is, de overheid zijn ziektetoestand goed kent en met uitzondering van een kleine tussenperiode – toe te schrijven aan de ziektetoestand – steeds doktersattesten heeft ingediend.

    Hoe het gedrag van het betrokken personeelslid ook moet worden gekwalificeerd, eventueel vatbaar voor tuchtrechtelijke vervolging, het kan in geen geval voor een bewijs van vrijwillig ontslag worden gehouden.

    Het staat de overheid wel vrij om de gedragingen of houding van de betrokken ambtenaar, die strijdig zijn met de rechten en plichten van de ambtenaar, eventueel te sanctioneren door hem een tuchtstraf op te leggen.

    (laatste update: 21/05/2010)

    naar boven