chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Interpretatie VPS: logementsvergoeding bij binnenlandse dienstreis

    Interpretatie bij art. VII 83

    Vraag:

    Kan een personeelslid, wonend in België, een logementsvergoeding krijgen als hij overnacht in een Belgisch hotel in het kader van een dienstreis (bijv. om tijdig op een vroege vergadering te zijn)? Of kunnen dergelijk gemaakte kosten niet vergoed worden?

    Antwoord:

    Het personeelslid dat een binnenlandse dienstreis maakt met overnachting kan inderdaad een logementsvergoeding krijgen (cf. artikel VII 83 in samenlezing met artikel VII 85, waarin verwezen wordt naar de maximumbedragen in bijlage bij de omzendbrief buitenlandse dienstreizen DVO/BZ/P&O/2009/12), doch slechts indien deze overnachting effectief ook kadert in een dienstreis.

    • Indien bijv. een personeelslid met standplaats in Brussel overnacht in Brussel om daar op een vroege vergadering te zijn, dan wordt er geen dienstreis ondernomen in de zin van hoger vermelde omzendbrief (enkel een verplaatsing woonplaats-standplaats = woon-werkverkeer). Hier heeft men dus geen recht op terugbetaling van eventuele logementskosten.
    • Voor een personeelslid (woonplaats Antwerpen/standplaats Gent/logement in Brussel voor vroege ontbijtvergadering) is de verplaatsing van de woon- of standplaats naar Brussel wél een dienstreis en heeft het personeelslid recht op terugbetaling van kamer en ontbijt tot een maximaal bedrag van 150 euro (niet te indexeren!) (cf. bijlage bij de omzendbrief buitenlandse dienstreizen DVO/BZ/P&O/2009/12 waarin voor België (alle bestemmingen) de maximale logementsvergoeding is vastgesteld op 150 euro).

    Een absolute voorwaarde hierbij (dienstreis) is uiteraard dat de lijnmanager ook de voorafgaandelijke toestemming heeft gegeven om:

    1. desgevallend, de dienstverplaatsing met zijn privé-voertuig te maken;
    2. een overnachting te voorzien in de dienstreis.

    Hier speelt de algemene bepaling van art. VII 77 VPS (de lijnmanager beslist welk vervoermiddel functioneel en financieel het meest verantwoord is). Hierbij moet steeds voorrang gegeven worden aan het openbaar vervoer (cf. de toelichting bij art. VII 77 VPS). Men kan zich ook de vraag stellen of het niet mogelijk is om met het openbaar vervoer tijdig op de ontbijtvergadering te zijn. De lijnmanager moet in dit verband steeds kijken naar wat de goedkoopste formule is in elk concreet geval (een extra overnachting kan in dit geval dus enkel indien dit absoluut noodzakelijk en verantwoord is). Deze voorafgaandelijke afweging behoort tot de verantwoordelijkheid van de lijnmanager.

    (laatste wijziging: 31/01/2017)

    naar boven