chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Interpretatie VPS: indieningstermijn schuldvorderingen toelagen, vergoedingen, sociale voordelen

    Interpretatie bij art. VII 78

    Vraag:

    Binnen welke termijn moeten schuldvorderingen voor de betaling van toelagen, vergoedingen en sociale voordelen ingediend worden?

    Antwoord:

    De reglementering voorziet in bepaalde gevallen termijnen waarbinnen schuldvorderingen moeten ingediend worden. Vb. art. VII 78, eerste lid VPS  bepaalt: “Het personeelslid dient binnen een termijn van vier maanden een kostenstaat in bij de lijnmanager”.

    Dit is slechts een “termijnen van orde” (noodzakelijk voor de efficiënte afhandeling van aanvragen van vergoedingen, toelagen e.d.) en geen vervaltermijnen (die bepalen wanneer de rechtsvordering definitief verjaart/vervalt ten voordelen van de overheid).

    Het indienen van kostenstaten binnen een “redelijke” termijn is noodzakelijk opdat de lijnmanager/leidinggevende de ingediende kostenstaat op zijn correctheid kan verifiëren.

    Maar daarnaast geldt in de verhouding tussen overheid en personeelslid de gemeenrechtelijk verjaringstermijn (info onder volgende link op de website van de afdeling Juridisch Kenniscentrum:  http://overheid.vlaanderen.be/verjaring-van-schuldvorderingen). 

    Met andere woorden, het personeelslid dat nà de in een arbeidsreglement, omzendbrief of VPS voorziene termijn nog een kostenstaat indient (binnen de verjaringstermijn), kan de terugbetaling geweigerd worden op grond van een termijn van orde (vastgesteld in het VPS, arbeidsreglement, omzendbrief,…), maar dit personeelslid ziet zijn vordering juridisch beschouwd weliswaar niet definitief vervallen (verjaard) ten voordele van de overheid.

    De schuldvordering moet uiteraard “zeker en vaststaand” zijn (bewijsproblematiek indien een schuldvordering  bijvoorbeeld pas 2 jaar na de prestaties wordt ingediend?).

    Conclusie:

    - Het vastleggen van een termijn van orde voor het indienen van schuldvorderingen heeft voor een goed bestuur zeker een meerwaarde. Op basis van deze regel kan de aanvraag onontvankelijk verklaard worden.

    - Indien de correctheid van de ingediende schuldvordering nog kan geverifieerd worden (m.a.w. het is een “zekere en vaststaande” schuld) is er juridisch geen bezwaar om de toelage of vergoeding nog uit te betalen. De bevoegde rechtsmacht zal immers oordelen dat termijnen van orde de wettelijke verjaringstermijnen niet kunnen overrulen.

    - Een bepaling in het arbeidsreglement opnemen, aanvullend aan artikel VII 78 VPS, heeft geen meerwaarde.

    (laatste wijziging: 31/01/2017)