chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel I. Toepassingsgebied en algemene bepalingen - Titel 3

    Titel 3. Algemene organisatorische bepalingen

    Hoofdstuk 1. Statutaire organen en beroepscommissie

    Dit betekent het noemen (of niet) van de statutaire organen die tussenkomen in de rechtspositie en het omschrijven van de wijze van oprichting van de beroepscommissie, aangevuld met de redenen van tussenkomst.

    In het algemeen wordt als uitgangspunt genomen om geen organisatorische regels op te nemen in het raamstatuut (doch het zal niet altijd te vermijden zijn).

    In tegenstelling tot vroeger wordt ook het organigram van de diensten niet meer statutair verankerd.

    Toelichting bij Art. I 8

    Er wordt in principe gekozen voor een oprichting (binnen bepaalde regels) per beleidsdomein. Uiteraard is de oprichting van beleidsdomeinoverschrijdende organen ook niet a fortiori uitgesloten (organisatiebevoegdheid) aan dewelke dan bepaalde bevoegdheden kunnen toegewezen worden. Organen kunnen ook per entiteit (...), raad of instelling opgericht worden.
    Voor aangelegenheden die louter de statutaire rechtspositie van de ambtenaar betreffen (bv. beslissingen na beroepen) zullen binnen elk beleidsdomein, volgens een vrije organisatie, de organen opgericht en samengesteld worden die in deze aangelegenheden adviserend of beslissend optreden.
    (cf. huidige COVA's, directieraden, ...)
    Het raamstatuut geeft aan waar dergelijke organen tussenkomen en ook welke beslissingen door collectieve organen (zonder ze te noemen) dienen genomen. De samenstelling van deze organen zal van een voldoende hoog niveau zijn (bv. college van N en N-1 functies per entiteit, college van N-functies op niveau beleidsdomein).
    Daarnaast kan samenspraak en collegiale verantwoordelijkheid nog altijd gestimuleerd worden via onderrichtingen aan de beleidsdomeinen.

    Deze organisatorische maatregel is zaak van de beleidsraad, strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs, teneinde een zekere coherentie voor het personeel binnen elk domein te bewerkstelligen.

    Toelichting bij Art. I 9

    Een beroepscommissie wordt opgericht volgens de hiernavolgende algemene regelen en tegen de in de rechtspositie vermelde beslissingen.
    De algemene regelen zijn:

    - de commissie heeft ten minste adviesbevoegdheid
    - de commissie wordt paritair samengesteld uit leden van de overheid en uit leden van de representatieve vakorganisaties
    - de voorzitter is stemgerechtigd en is inzake tuchtzaken, schorsing in het belang van de dienst en bij een tweede opeenvolgende onvoldoende, een magistraat
    - het beroep is opschortend (tenzij anders bepaald bv. bij tucht).

    In casu van deze rechtspositie wordt geopteerd voor een adviserende raad van beroep doch met deze afwijking dat in geval van eenparigheid in de beraadslaging, aan de raad een beslissende bevoegdheid wordt toegekend. Er dient derhalve geen uitdrukkelijke beslissing meer genomen te worden door de tot beslissen bevoegde instantie of lijnmanager na beroep. De raad neemt desgevallend onmiddellijk een nieuwe beslissing bv. wanneer inzake tucht een straf te zwaar bevonden wordt in verhouding tot de feiten.

    De aspecten rond de werking van een beroepscommissie die essentiële elementen van rechtsbescherming vormen (hoorrecht, recht op bijstand, kennisgeving van adviezen en beslissingen, ...) worden statutair opgenomen.
    In het huishoudelijk reglement kunnen procedureregels en termijnen opgenomen worden.

    De beslissingen waartegen beroep mogelijk is door de ambtenaar, zijn:

    - evaluatiebeslissing met een eindvermelding waaraan het statuut rechtsgevolgen verbindt: in casu onvoldoende en vertraging in de functionele loopbaan
    - negatieve eindevaluatie van de proefperiode (cf. ook middenkader na externe werving)
    - tuchtzaken
    - schorsing in het belang van de dienst
    5e streepje opgeheven[37]

    Een lijnmanager kan een met een gunst gelijkgesteld verlof voor loopbaanonderbreking weigeren. Het statutaire personeelslid kan tegen deze beslissing beroep aantekenen bij de raad van beroep.[33]

    Omdat zowel het zorgkrediet dat de loopbaanonderbreking (algemeen stelsel) vervangt voor alle ambtenaren een recht is en omdat ook de loopbaanonderbreking in het kader van een federaal zorgverlof voor iedere ambtenaar een recht is, moet de beroepsmogelijkheid niet langer worden voorzien.[33]

    Voor contractuelen is geen beroep voorzien (status quo).

    Omdat de eenheid inzake interpretatie en toepassing van de reglementering in deze adviesprocedure belangrijker geacht wordt dan de organisatorische vrijheidsgraad, wordt voorgesteld 1 beroepscommissie op te richten (verbonden met 1 procedure qua afhandeling van zaken).

    Indien de hoofden van de entiteit, raad of instelling, contractuelen zijn (externen), is er geen beroep voorzien bij de raad van beroep (voor tucht is er arbeidsrechtelijk geen beroep voorzien voor contractuelen - zie deel VIII "Tuchtregeling").
    Indien de titularis van een N-functie reeds ambtenaar was geldt de regeling zoals voorzien in deel VIII.

    Voor het middenkader (tucht, verlof, evaluatie, ...) is de raad van beroep bevoegd.

    Toelichting bij Art. I 10

    § 1. De pariteit tussen overheids- en vakbondsafgevaardigden geldt onverminderd de stemgerechtigde voorzitter.

    § 2. Het intussen opgeheven[32] APKB vereist enkel voor tuchtzaken en schorsing in het belang van de dienst een magistraat als voorzitter. Deze vereiste wordt door de Vlaamse overheid - omwille van de verstrekkende gevolgen - uitgebreid tot het geval van een tweede evaluatie onvoldoende (bij één van de twee eerstvolgende evaluaties)[32] die tot definitieve beroepsongeschiktheid kan leiden.
    Voor de overige zaken is het opportuun, gelet op het gebrek aan magistraten of magistraten in ruste dat de federale minister van Justitie vaststelt, andere externe deskundige functies in te schakelen bv. advocaten, professoren, ... (dus geen interne personeelsleden). De overheid behoudt haar voorkeur voor magistraten als voorzitter, doch bijaldien het noodzakelijk is hiervan af te stappen, moeten de externen bij voorkeur aangesloten zijn bij de orde van advocaten.

    § 3. De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel[28] regelt de interne werkorganisatie en zorgt voor voldoende reserves of lijsten met potentiële overheidsassessoren waaruit per zaak kan geput worden. Hij waakt erover dat de overheidsleden per zaak van voldoende niveau zijn t.o.v. de functie die de verzoeker bekleedt.[2]
    De vereiste van niveau A te zijn en van een gelijke of hogere rang dan verzoeker vervalt.

    De secretarissen bereiden de zaak voor en helpen o.m. de voorzitters bij het opstellen van hun advies. Zij zijn geen leden of voorzitter en dus niet stemgerechtigd.
    De bevoegde lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel[28] zorgt voor een pool aan secretarissen die naargelang de zaak kunnen ingezet worden.[2]

    Inzake de samenstelling van de raad van beroep is het evident dat het algemeen rechtsbeginsel dat men niet terzelfdertijd rechter en partij kan zijn, dient gerespecteerd.
    Zo kan uiteraard de verzoeker zelf en zijn raadgever, de advocaat of de ambtenaar die het voorstel van de overheid verdedigt, geen lid zijn van de raad. Evenmin een ambtenaar die betrokken is bij de afwikkeling van de procedure voorafgaand aan of volgend op het advies of diens bloed- en aanverwant tot de tweede graad.
    Desgevallend kan de concretisering van dit algemeen rechtsbeginsel opgenomen worden in het huishoudelijk reglement, doch ook de lijnmanager waakt hierover bij de effectieve samenstelling per zaak.
    De verzoeker zelf beschikt over een wrakingsrecht bij vermoeden van partijdigheid. De wraking moet gemotiveerd zijn.

    Toelichting bij Art. I 11

    Er zal afgetoetst worden wat een redelijk aantal leden is van overheid en vakbonden om tot de besluitvorming te komen. Bij de stemming over het reglement wordt zo nodig de pariteit door loting hersteld. Het huishoudelijk reglement van de raad van beroep moet niet gepubliceerd worden in het BS maar wel kenbaar gemaakt worden aan de betrokkenen.

    Toelichting bij Art. I 12

    De bedoeling is dat het huishoudelijk reglement regelt wat niet in dit besluit opgenomen is, zoals:

    - geldigheid van beraadslaging van de raad van beroep
    - procedureregels: bv. het aanwijzen door de lijnmanager van een ambtenaar om het betwiste voorstel van de overheid te verdedigen
    - wrakingsrecht; dit dient dan wel kenbaar gemaakt aan betrokkene
    - wijze (en eventueel termijn) van kennisgeving van adviezen (bv. aangetekend) aan verzoeker en aan de bevoegde overheid die na beroep beslist of het eenparig gunstig advies ambtshalve uitvoert. Dit zal per beleidsdomein (entiteit) / raad / instelling uitgemaakt worden welke organen bevoegd zijn.

    Toelichting bij Art. I 13

    Het spreekt vanzelf dat de raad van beroep over geen aanvraag mag beraadslagen of beslissen, indien het onderzoek niet geheel geëindigd is, indien de verzoeker niet in de gelegenheid gesteld werd zijn verweermiddelen te doen gelden, en indien het dossier niet alle dienende gegevens bevat opdat de raad met volle kennis van zaken advies kan geven.

    De ambtenaar mag zich in zijn verdediging laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze. De bepalingen van het oud APKB verleenden de ambtenaren het recht om zich bij beroep tegen een evaluatie, in een tuchtprocedure of bij schorsing in het belang van de dienst te laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze. In het huidige APKB wordt de vrije keuze van een verdediger niet meer gewaarborgd bij beroep tegen evaluatie (enkel bij tucht en schorsing).
    Nochtans wordt in dit statuut het recht op bijstand niet beperkt naargelang de beslissing waartegen men in beroep gaat. Dit recht mag niet beperkt worden door te zeggen welke categorieën personen het moeten zijn.

    Indien de ambtenaar een geldige reden heeft om zelf niet te verschijnen en zich niet heeft kunnen laten vertegenwoordigen bij overmacht - wat reeds een uitzonderlijk toeval zou moeten zijn - kan een nieuwe zittingsdatum bepaald worden.

    Om vertraging te vermijden dient de ambtenaar zich te laten vertegenwoordigen indien hijzelf niet aanwezig kan zijn. Doet hij dit niet dan wordt de uitspraak of beslissing vóór het beroep definitief.

    Het opschortend karakter van het beroep betekent dat de beslissing vóór het beroep voorlopig geen uitwerking heeft (dit is de regel bij evaluatie, verlof, proefperiode, ... doch zie uitz. bij tucht).

    Toelichting bij Art. I 14

    § 1. In acht genomen de omvang van de werkzaamheden die het voorzitten van de vergaderingen van de raad van beroep met zich meebrengt, ontvangen de voorzitters in de kamers van de raad van beroep een presentiegeld van 150 euro[9] (aan 100% - dit bedrag wordt geïndexeerd zoals vermeld).
    Het bedrag wordt toegekend voor elke halve dag dat de voorzitters zitting hebben, ongeacht het aantal zaken dat op een halve dag wordt behandeld.

    § 2. Omdat de voorzitters en de vakbondsleden geen personeelslid moeten zijn wordt een gelijkstelling voorzien met de ambtenaar voor het berekenen van de reis- en maaltijdvergoeding. Met het openbaar vervoer gebeurt de verplaatsing voor de ambtenaar voortaan in 2de klas. Voor de voorzitters van de kamers van de Raad van beroep wordt evenwel voor de reisvergoeding een afwijking voorzien (treinbiljet[9] 1ste klas of tegenwaarde) omwille van de aard van de te behandelen dossiers (discretie voorbereiding dossiers).

    naar boven

    Hoofdstuk 1bis. Beroepscommissie Functieclassificatie[27]

    Toelichting bij Art. I 14bis

    Ter implementering van de beslissing van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 betreffende verschillende aan functieclassificatie gerelateerde thema’s, wordt aan de algemene organisatorische bepalingen een hoofdstuk toegevoegd dat voor de diensten van de Vlaamse overheid voorziet in de oprichting van een beroepscommissie Functieclassificatie die de (externe) beroepen behandelt, die worden ingesteld door een functiehouder tegen de indeling van een functie in een functiefamilie, het functiefamilieniveau en de functieklasse waarin de functie werd gewogen (artikel I 14bis).[27]

    Toelichting bij Art. I 14ter

    Dit artikel bepaalt op welke wijze de beroepscommissie Functieclassificatie moet worden samengesteld. De beroepscommissie Functieclassificatie bestaat uit de voorzitter, deskundigen namens de overheid, deskundigen namens de vakorganisaties en vertegenwoordigers van het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur. Allen hebben een goede kennis van de organisatie-eigen wegingsmethodiek van de Vlaamse overheid (d.w.z. dat ze minimaal de opleiding Functiefamilies Basis hebben gevolgd). Zo beschikken de diensten van de Vlaamse overheid over een pool van assessoren. Zij ontvangen geen zitpenning of presentiegeld.[27]

    Toelichting bij Art. I 14quater

    Dit artikel bepaalt de bevoegdheden en wijze van beslissen van de beroepscommissie Functieclassificatie.[27]

    De beroepscommissie Functieclassificatie streeft ernaar een consensus te bereiken (geen stemming). De beroepscommissie stelt in voorkomend geval vast dat er geen consensus kan worden bereikt, in welk geval de voorzitter beslist.[27]

    Toelichting bij Art. I 14quinquies

    Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om beroepen die betrekking hebben op dezelfde functie collectief te behandelen. Deze mogelijkheid bevordert enerzijds de eenheid van rechtspraak en zorgt er anderzijds voor dat beroepen efficiënter kunnen worden afgehandeld.[27]

    Toelichting bij Art. I 14sexies

    Dit artikel voorziet in de mogelijkheid tot bijstand of vertegenwoordiging van de verzoeker.[27]

    Toelichting bij Art. I 14septies

    De beroepscommissie Functieclassificatie regelt haar praktische werking en na te leven procedureregels in een door haar vast te stellen huishoudelijk reglement. De bedoeling is dat het huishoudelijk reglement regelt wat niet in dit besluit opgenomen is.[27]

    De voorzitter van de beroepscommissie Functieclassificatie heeft per zitting van een halve dag (ongeacht het aantal behandelde zaken) recht op een presentiegeld ten bedrage van 150 euro (te indexeren (= 241,26 euro volgens de huidige liquidatiecoëfficiënt 1,6084)) alsook een treinbiljet 1e klasse (heen en terug) of de tegenwaarde hiervan. Dit presentiegeld is gelijk aan dat voor de voorzitter van de raad van beroep.[34]

    De voorzitters hebben tevens recht op een presentiegeld, een treinbiljet 1e klasse (heen en terug) en gebeurlijk (indien de voorwaarden hiervoor vervuld zijn) op een maaltijdvergoeding voor de extra werkvergaderingen die ze bijwonen met het oog op de operationalisering van de beroepscommissie (bv. m.o.o. de vaststelling van het huishoudelijk reglement). Eens de beroepscommissie operationeel is kunnen de voorzitters nog samenkomen om met elkaar af te stemmen over de eenheid van rechtspraak van de beroepscommissie. Ook deze samenkomsten geven recht op de toekenning van een presentiegeld, een treinbiljet 1e klasse (heen en terug) en gebeurlijk (indien de voorwaarden hiervoor vervuld zijn) een maaltijdvergoeding.[34]

    Toelichting bij Art. I 14octies

    Het is de bedoeling een comité een adviserende rol toe te kennen in het kader van het rekrutering en selectiegebeuren binnen de Vlaamse overheid voor de entiteiten die vallen onder het VPS.

    Aangezien werving en selectie een cruciaal proces vormt voor performante organisaties wil de Vlaamse overheid garanties inbouwen dat dit proces kwaliteitsvol verloopt, op basis van eerlijke en open procedures. Daarom wordt een onafhankelijk Selectiekwaliteitscomité opgericht dat zal waken over de kwaliteit van de selecties die uitgevoerd worden voor de Vlaamse overheid. Het Selectiekwaliteitscomité ziet ook toe op de integriteit en deontologie van het selectiebeleid van de Vlaamse overheid.

    Het Selectiekwaliteitscomité heeft ook de verantwoordelijkheid om de toepassing van de omzendbrief ‘kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties’ te bewaken.

    Dit onafhankelijke comité zal worden samengesteld uit senior HR managers uit de private en publieke sector en uit wetenschappelijke actoren. De bedoeling is dat ze op strategisch niveau toezicht houden op de naleving van de wetgeving (VPS, gelijke behandeling van kandidaten, motiveringsplicht, zorgvuldigheid, enzovoort) en of het selectieproces binnen de Vlaamse overheid aan bepaalde kwaliteitsvereisten voldoet (kwaliteit van selectiemethoden en –instrumenten, selectiespecialisten, klachtenmanagement, enzovoort) met een pragmatische kijk op de selectieprocessen.

    Het doel is te werken aan een efficiënte administratie (ook voor de toekomst), waar kandidaten naar verdienste beoordeeld worden en diversiteit vanzelfsprekend is. De waarden van de organisatie zijn een rode draad en het comité ziet toe op de integriteit en deontologie van het selectiebeleid van de Vlaamse overheid.

    Tegelijkertijd komt dit onafhankelijke comité tegemoet aan de bezorgdheid dat AgO (als selector van de Vlaamse overheid) als rechter en partij optreedt in het beoordelen of wervingen en selecties op een kwaliteitsvolle manier verlopen, of soms zelf benoemende of rekruterende entiteit is.

    Indien een personeelslid van de diensten van de Vlaamse overheid deel uitmaakt van dit comité, ontvangt het geen presentiegeld.[27]

    naar boven

    Hoofdstuk 2. Tijdelijke vervanging en terugkeerrecht

    Toelichting bij Art. I 15

    Ook een contractueel personeelslid kan dus vervanger zijn, gelet op de gelijke hiërarchische en functionele bevoegdheden als de ambtenaar.

    Toelichting bij Art. I 16

    Inzake terugkeerrecht na afloop van een verlof geldt de volgende regel: een terugkeerrecht naar de entiteit van herkomst als een ambtenaar door de opname van een verlof voltijds afwezig is. Voorwaarde is wel dat de afwezigheid meer dan zes opeenvolgende maanden duurt. In geval van een voltijdse afwezigheid die niet meer dan zes maanden duurt, blijft er een terugkeerrecht naar de stoel gelden.[37]

    In afwijking van de hoger vermelde algemene regeling wordt omwille van het specifieke karakter van de volgende verloven steeds een terugkeerrecht naar de oorspronkelijke betrekking voorzien: het jaarlijks verlof (inclusie het opgespaarde verlof), de moederschapsrust, het ziekteverlof, zorgkrediet het palliatief, medisch bijstands en ouderschapsverlof.[37]

    Door te bepalen dat de top- en middenkaderfuncties die met verlof zijn voor de uitoefening van een ambt op een kabinet (dus niet alleen een Vlaams) of voor een project goedgekeurd door de Vlaamse Regering (eigen werkgever) wat het middenkader betreft, vervangen worden voor de duur van hun verlof, hebben zij de facto een terugkeerrecht naar de oorspronkelijke stoel na beëindiging van het verlof.[10]

    Dit is evenwel niet zo voor het opnemen van een mandaat waar bepaald wordt dat na beëindiging van het mandaat (...) de titularis wordt herplaatst uiterlijk binnen 1 jaar in de interne arbeidsmarkt in een passende functie.[10]

    Ingevolge de beslissing van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 heeft het terugkeerrecht wat het topkader betreft  enkel betrekking op de titularissen die vóór 30 oktober 2009 een ambt bij een kabinet hebben opgenomen (VR2009/30.10/DOC.1312) en op de N-functies bij de strategische adviesraden (artikel V 27).[10]

    Krachtens de gewijzigde regeling keren de ambtenaren die voor facilitaire kabinetsondersteuning worden ingeschakeld, na afloop van deze ondersteuning terug naar hun entiteit, raad of instelling van herkomst.[10]

    Het contractuele personeelslid met facilitair ondersteunende taken voor een kabinet, dat reeds voordien bij een entiteit, raad of instelling in dienst was, keert na de kabinetsondersteuning terug naar de betrekking waarop het contractueel nog recht heeft.[10]

    Om dit mogelijk te maken wordt het oorspronkelijk contract geschorst (personeel afkomstig van een andere entiteit, raad of instelling dan deze die instaat voor de kabinetsondersteuning) of tijdelijk (voor de duur van de kabinetsondersteuning) gewijzigd (personeel van de entiteit, raad of instelling die instaat voor de kabinetsondersteuning zelf).[10]

    Voor de overige gevallen van opnemen van een andere functie (binnen of buiten de DVO) hetzij in statutair, hetzij in contractueel verband wordt voor het contractueel personeelslid het VPS en/of het arbeidsrecht toegepast - zie ook artikel X 63.[10]

    De facilitaire ondersteuning van een kabinet eindigt hetzij tijdens, hetzij bij het einde van de regeerperiode.[10]

    De figuur van het hoger ambt en de daaraan gekoppelde toelage houdt organiek op te bestaan en gaat op in de toelage voor tijdelijke functieverzwaring (art. VII 44bis). Zolang echter de functiezwaarte van de functie van een ambtenaar nog niet bepaald is, blijft het mogelijk om een hoger ambt toe te kennen tot maximaal 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel VII 44bis (zie overgangsmaatregel in artikel VII 170, tweede lid).[23]


    (1) Er wordt beroep voorzien tegen weigering van verloven (gunst) daar waar dit volgens het APKB geen algemeen principe is aangezien de federale verloven een recht zijn.

    naar boven