chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel II. Rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten - Hoofdstuk 4

    Hoofdstuk 4. Cumulatie van beroepsactiviteiten

    * Het oogmerk voor het instellen van een cumulatieregeling bestond er in de jaren '80 - ingevolge het koninklijk besluit nr. 46 van 10 juni 1982 betreffende de cumulaties van beroepsactiviteiten in sommige openbare diensten - in, om:

    - een betere verdeling van de beroepsactiviteiten te verzekeren in een periode van werkloosheid;
    - de uitoefening te vermijden in hoofde van eenzelfde persoon van diverse activiteiten die het belang van de openbare dienst zouden schaden;
    - besparingen te verwezenlijken.

    Nog steeds zijn deze redenen niet achterhaald maar dient in het licht van een eigentijdse administratieve cultuur de nadruk te liggen op het dienstbelang en het nut voor de administratie dat door externe professionele activiteiten kan ontstaan.

    Onder beroepsactiviteit dient te worden verstaan:

    a) elke bezigheid waarvan de opbrengst als een beroepsinkomen belastbaar is overeenkomstig het Wetboek van de Inkomstenbelasting;
    b) elke, zelfs onbezoldigde, opdracht of dienst in particuliere zaken met winstoogmerk.

    Binnen de diensturen zijn ook onbezoldigde activiteiten (bv. bij vzw) onderhevig aan toestemming.
    In afwijking van sub littera a) wordt een openbaar mandaat van politieke aard niet beschouwd als een beroepsactiviteit.
    De "openbare mandaten van politieke aard" zijn degene, welke bij verkiezingen worden verleend, zoals bijvoorbeeld het mandaat van gemeenteraadslid en het schepenambt of het mandaat van lid van het OCMW. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen rechtstreekse (bvb. gemeenteraadslid) of onrechtstreekse verkiezing (bvb. OCMW-raadslid, schepen).
    Voor de toepassing van dit besluit worden als politieke mandaten beschouwd die mandaten waarvoor het Vlaamse personeelslid een recht op politiek verlof kan doen gelden.

    * Het statuut regelt de voorwaarden inzake cumulatie van activiteiten.

    De overheid die de toestemming geeft tot cumulatie van activiteiten binnen de diensturen, toetst de aard van deze cumulatie en desgevallend (d.w.z. voor zover zij er kennis van heeft) van de cumulatie buiten de diensturen aan de deontologische regels.

    Toelichting bij Art. II 12

    Eerste lid. Binnen de diensturen mag het personeelslid in principe geen bezoldigde of onbezoldigde activiteiten cumuleren.
    De lijnmanager bepaalt in continudiensten of diensten waar weekend en nachtwerk gepresteerd wordt, wat diensturen zijn.

    Het personeelslid dat cumuleert ingevolge een wettelijke of reglementaire bepaling of ingevolge een aanwijzing die ambtshalve - d.w.z. zonder kandidaatstelling - gebeurde door de overheid waaronder hij ressorteert, oefent een activiteit uit die inherent is aan de functie.
    De aan de functie inherente activiteiten vallen evenwel buiten het cumulatieverbod. Deze inherente activiteiten kunnen zowel buiten als binnen de diensturen uitgeoefend worden en zijn uit hun aard niet afhankelijk van een toelating.
    De toestemming binnen de diensturen zal vanzelfsprekend een voorafgaandelijke deontologische toetsing kennen (art. II 5).
    De cumulatie binnen de diensturen van niet aan de functie inherente beroepsactiviteiten (bvb. onderwijsopdracht doch ook artistieke activiteiten, landbouwexploitatie, ...) is onderworpen aan een voorafgaandelijke toestemming die de activiteit aan de deontologische regels en het dienstbelang (= toestemming) toetst.

    Er wordt qua tijdsbesteding geen rem gezet op de cumulatie binnen de diensturen. De lijnmanager (§ 2) staat deze toe onder zijn verantwoordelijkheid waarbij hij oordeelt of de cumulatie op substantiële wijze het functioneren van de dienst hindert of de noodzakelijke beschikbaarheid van het personeelslid in het gedrang brengt. Deze lijnmanager zal zijn toestemming weigeren wanneer de cumulactiviteit niet dienstig is voor de administratie. Hoe dan ook mag de cumulatie geen reden zijn voor het niet bereiken van de doelstellingen van de organisatorische eenheid of van het personeelslid zelf. Het is evident dat bij de evaluatie de globale prestaties zullen in aanmerking genomen worden.
    De voorwaarde van voorafgaandelijke toestemming en de (wettelijke en) functionele beperking voor cumulatie binnen de diensturen van niet-inherente activiteiten moeten voldoende waarborgen bieden om de rechtvaardige spreiding van de tewerkstellingskansen te waarborgen en het dienstbelang te vrijwaren. Het geven van een toestemming impliceert tevens dat deze toestemming ook kan herroepen worden.

    2de lid. Tijdens een verlof dient het personeelslid steeds de toestemming te vragen om te mogen cumuleren, ongeacht of het personeelslid geldelijke- of loopbaanaanspraken behoudt of zich bevindt in de toestand van volledige non-activiteit. Ook een personeelslid dat zijn onbetaald verlof wenst te gebruiken om te werken voor een andere werkgever (bv. leverancier van de DVO) moet de toestemming vragen voor cumulatie van beroepsactiviteiten.[9]
    De regeling (toestemming) inzake cumulatie binnen de diensturen (art. II 12) is ook van toepassing indien het personeelslid met verlof is (non-activiteit of dienstactiviteit). Bij cumulatie buiten de diensturen (art. II 13) (dus niet tijdens een verlof) is geen toestemming nodig, maar kan er wel getoetst worden aan de deontologische code.[9]

    Toelichting bij Art. II 13

    Voor de uitoefening van gewone en beroepsactiviteiten buiten de diensturen is geen beperking, rem of aanvraag voorzien.
    Niettemin blijft de toetsing aan de deontologische regels (inzonderheid de onverenigbaarheden) mogelijk indien de overheid kennis heeft van de activiteiten (art. II 5).

    Artikel 173 van de herstelwet van 22 januari 1985 (BS van 24 januari 1985) houdende sociale bepalingen schrijft voor dat niemand meer dan twee mandaten mag uitoefenen bij de gezamenlijke instellingen van openbaar nut die onder toezicht of controle van de Staat of van de Gemeenschappen en Gewesten vallen, of van sommige openbare instellingen en verenigingen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

    naar boven

    Hoofdstuk 5. Overgangsbepaling

    Toelichting bij Art. II 14

    Aangezien inzake de inhoud van dit deel de bestaande basisprincipes behouden blijven, heeft het weinig zin om bv. iedereen die toestemming tot cumulatie kreeg, te verplichten een nieuwe aanvraag in te dienen.

    Dit belet niet dat de lijnmanager (als "rechtsopvolger" van degene die de toestemming gaf en als verantwoordelijke voor de goede werking) gerechtigd is deze toestemming te herroepen.

    naar boven