chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Deel III. Rekrutering en selectie van het personeel - Hoofdstuk 3

    Hoofdstuk 3. De proeftijd, evaluatie in de proeftijd en gevolgen

    De proeftijd neemt als personeelsbeheersinstrument een rol in als selectie- en oriënteringsmechanisme van de ambtenaar op proef naar de gepaste job en als opleidingsperiode voor het nieuwe personeelslid.

    Toelichting bij Art. III 11

    Het betreft hier zowel een ambtenaar in spe als een contractueel die in principe via dezelfde selecties (eventueel met apart circuit) binnenkomen in de organisatie.

    De proeftijd voor de ambtenaar is de voormalige stage en dus de tijd dat men getest wordt voor de vaste benoeming. Voor de contractuelen geldt dezelfde regeling als voor de statutairen op basis van het VPS (inwerkperiode).[32]

    Naargelang de delegatie of niet gebeurt de dienstaanwijzing bij het departement, IVA of EVA of bij een lagere entiteit.

    (…) 4e lid opgeheven [2]

    Toelichting bij Art. III 12

    § 1. Overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 (betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie) moeten al de ambtenaren van de administratieve orde en al de burgers belast met enig openbaar ambt of openbare dienst, alvorens in dienst te treden, de eed afleggen.

    De eed luidt als volgt: "Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk".

    Er wordt op gewezen dat in deze context "wet" ook decreet impliceert en dat dus van de ambtenaar in dienst van de Vlaamse overheid niet in het minst het respect voor de decreten van de Vlaamse Gemeenschap gevraagd wordt.

    De eedaflegging gebeurt bij de indiensttreding aan het begin van de proeftijd (zodat verrassingen op het einde van de loopbaan vermeden worden), in handen van de lijnmanagers (met delegatiemogelijkheid aan het personeelslid dat de lijnmanager aanwijst). Het volstaat dat men één keer, bij de eerste vaste benoeming, de eed aflegt. Vastbenoemde ambtenaren die overgeheveld worden vanuit de federale overheid naar de Vlaamse overheid hoeven dus niet opnieuw de eed af te leggen.[32]

    § 2. De ontbindende voorwaarde bij weigering van eedaflegging is de van rechtswege nietigheid van de toelating tot de proeftijd.

    Toelichting bij Art. III 13

    De voorwaarden voor heroriëntering van de ambtenaar tijdens de proeftijd zullen door de personeelsfunctie kunnen bepaald worden, bv. indien zou blijken dat de functiebeschrijving niet overeenstemt met de concrete taken die aan de ambtenaar op proef worden opgelegd (verkeerde verwachtingen gecreëerd).

    Als de dienstaanwijzing berust bij het hoofd van het departement, IVA of EVA, het hoofd van het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraad of van het Gemeenschaponderwijs (geen delegatie) kan de wijziging eveneens doorgevoerd worden door deze lijnmanager binnen zijn entiteit, raad of instelling. Buiten deze entiteit of op een lager niveau binnen deze entiteit, raad of instelling zal overleg nodig zijn tussen de betrokken lijnverantwoordelijken.

    De wijziging van dienstaanwijzing tijdens de proeftijd kan maar eenmaal gebeuren; daarna moet een definitieve keuze omtrent de geschiktheid kunnen gemaakt worden (organisatiebelang).

    Tijdens de proeftijd kan men, zowel bij aanwerving als bij bevordering, ook één maal overgeplaatst worden via horizontale mobiliteit. Kandideren voor een overplaatsing kan men meerdere malen.[9]

    Na de wijziging van dienstaanwijzing of na de overplaatsing via horizontale mobilieit begint eenmalig een nieuwe proeftijd.[39]

    Toelichting bij Art. III 14

    Zie het intussen opgeheven[32] APKB. Het betreft hier dus terug enkel de ambtenaar.
    Voor de contractueel geldt dit statuut in samenhang met het arbeidsrecht:

    van toepassing: rechten, plichten, onverenigbaarheden, cumulatie, administratieve toestanden (mits gelijkstelling), bezoldiging
    arbeidsrecht: tucht- en ontslagregeling

    Toelichting bij Art. III 15

    De regels inzake proeftijd zijn voor statutaire en contractuele personeelsleden dezelfde. Het feit dat de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen de bepalingen betreffende de proeftijd in de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 heeft opgeheven, doet hieraan geen afbreuk. Door deze wet bestaat het arbeidsrechtelijk concept “proeftijd” (met de daaraan verbonden verkorte opzeggingstermijnen) niet meer. Dit doet niets af aan het feit dat de werkgevers nog altijd de mogelijkheid behouden om voor hun contractueel personeel een proeftijd te voorzien als personeelsbeheersinstrument. De enige consequentie hierbij is dat ingevolge de wijziging van het arbeidsrecht, bij ontslag tijdens de proeftijd, het contractuele personeelslid recht heeft op dezelfde opzeggingstermijn als een personeelslid buiten de proeftijd.[23]

    Er wordt geopteerd voor een min of meer vaste stageduur per niveau. Waarbij de lijnmanager bij aanvang[32] de duur van de proeftijd bepaalt, binnen de grenzen van artikel III 15 VPS. Achteraf kan de proeftijd niet meer verlengd worden (tenzij door schorsing van de proeftijd, of na wijziging van dienstaanwijzing).[23]

    Één maand proeftijd staat hierbij forfaitair gelijk met 21 werkdagen. Alle werkdagen waarop voltijds of deeltijds werd gepresteerd tellen mee als een gewerkte dag. Tellen ook mee als een gewerkte dag: wettelijke en decretale feestdagen, 2 en 15 november, 26 december, de vakantiedagen tussen kerst en nieuw vermeld in artikel X 11, §2, eerste lid van dit besluit , inhaalrust en de dienstvrijstellingen.[23]

    Tellen echter niet mee als gewerkte dag: de hele dagen afwezigheid als gevolg van verlof voor deeltijdse prestatie, contractueel overeengekomen deeltijdse prestaties, jaarlijks verlof, deeltijdse loopbaanonderbreking of andere verlofvorm. Door deze afwezigheden zal de proeftijd eindigen op een latere datum dan initieel voorzien. De ambtenaar op proef behoudt tijdens deze periode zijn hoedanigheid.[23]

    Toelichting bij Art. III 16

    § 1. Wellicht zal binnen elk beleidsdomein (MOD) een zekere standaardisering plaatsvinden inzake het vastleggen van de inhoud van het programma naargelang de aard van de functie (niveau, taakinhoud).

    Voor specifieke personeelsgroepen moeten ook eigen voorwaarden mogelijk zijn om een proeftijd zinvolle inhoud te geven. Zo moeten bv. binnen het scheepspersoneel bepaalde opleidingen met goed gevolg beëindigd zijn, moet men slagen voor een competentieproef[6] en/of een reeks proefreizen hebben afgelegd.

    § 2. Ook de evaluatiecriteria dienen zorgvuldig afgesproken.

    De proeftijd past weliswaar in de gangbare Ploeg-cyclus, maar vooral de frequentie van eventueel tussentijds evalueren is belangrijk. In ieder geval volgt een evaluatiegesprek na de afgesproken proeftijd (of vaste proeftijd voor niveau D), waarvan een verslag wordt opgesteld.[9]

    Bij het evaluatiegesprek in het kader van de proeftijd gelden dezelfde regels als bij de jaarlijkse evaluatie: de evaluatoren dienen ook functionele chef te zijn. Artikel IV 3 (wie is evaluator), IV 4 (gesprek + verslag, waarnemer), IV 5, §2 (indien de twee evaluatoren geen consensus bereiken, is de evaluatie van de hoogste functionele chef doorslaggevend) en IV 6 (persoonlijke nota’s en opvolgingsgesprek) zijn van toepassing op de evaluatie van het personeelslid.[9]

    Indien de begeleider van de proeftijd geen evaluator is, houden de evaluatoren bij de evaluatie van de proeftijd rekening met de insteek van de begeleider.[9]

    § 3 - § 5 . De mogelijkheid om voor het verstrijken van de afgesproken proeftijd (uitz. niveau D) te kunnen ontslaan bestond vroeger[32] binnen bepaalde perken ook in het arbeidsrecht (bv. bedienden : na minimum een maand).[9]

    Voortaan heeft een negatieve eindevaluatie van de proefperiode door de evaluatoren automatisch het ontslag van de ambtenaar op proef of het contractuele personeelslid tot gevolg (voor de ambtenaar op proef onder voorbehoud van een beslissing over de eindevaluatie na beroep).[9]

    In geval van ontslag van de ambtenaar op proef vóór de afgesproken proeftijd is dit een negatieve eindevaluatie van de proefperiode in de zin van art. I 9, § 2, waartegen beroep mogelijk is.[9]

    De benoemende of indienstnemende overheid heeft geen beslissingsbevoegdheid meer inzake het al dan niet ontslaan, maar ondertekent deze beslissing enkel.[9]

    § 6. De procedure van de verslagen is tegensprekelijk : ieder verslag wordt onverwijld ter kennisgeving aan de ambtenaar op proef toegestuurd die het viseert en er eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt. Het wordt in zijn persoonlijk dossier opgenomen.[9]

    § 7. Het betreft hier een uitzondering op het principe om geen dwingende termijnen meer te voorzien voor de overheid (aangezien het uitgangspunt niet het stilzitten van de overheid is, maar de goede werking van de diensten).[9]

    Er wordt vanuit gegaan dat de overheid het verslag binnen redelijke termijn aan het personeelslid bezorgt. Indien er toch 30 kalenderdagen verstrijken sinds de (eind)evaluatie wordt de proeftijd zoals voorheen geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar op proef.[9]

    § 8 - § 9. Ofschoon niet voorzien in het intussen opgeheven[32] APKB (vermits een stage of proeftijd niet als algemeen principe aangehouden werd) wordt toch beroep voorzien voor de ambtenaar tegen een negatieve eindevaluatie van de proefperiode. [9]

    De algemene beginselen van deze beroepsprocedure (hoorrecht, bijstand, opschortend karakter) zijn bepaald in artikel I 13. Hier worden enkel de termijnen vastgelegd met het oog op uniformiteit en een snelle afhandeling. [9]

    De raad van beroep adviseert over de negatieve eindevaluatie van de proefperiode van de ambtenaar op proef. Bij eenparigheid kan de raad van beroep beslissen dat de proefperiode positief of negatief geëvalueerd wordt, wat automatisch de vaste benoeming of het ontslag tot gevolg heeft. Indien er geen eenparigheid is, wordt de definitieve beslissing over de evaluatie genomen door de benoemende overheid. Deze beslissing heeft automatisch de vaste benoeming of het ontslag tot gevolg.[9]

    Wat betreft de berekening van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld bij de raad van beroep (de aanvang van de termijn), dient rekening gehouden te worden met het advies van de Raad van State nr. A.64.622/IX-9-1186 dd 26 juni 2006[2] inzake niet betwiste aangelegenheden waaruit blijkt dat de termijn van 15 dagen waarin bezwaar kan worden ingediend, een aanvang neemt daags na de kennisneming.
    In geval van betekening bij aangetekende brief met afgiftebewijs en met bericht van ontvangst, vindt de kennisneming plaats op de dag van de aftekening voor ontvangst. De termijn vangt aan daags na de aftekening voor ontvangst van deze zending.
    In geval van kennisgeving bij aangetekende brief met afgiftebewijs, doch zonder bericht van ontvangst, wordt de kennisneming vermoed plaats te vinden de werkdag volgend op deze waarop de brief aan de post wordt toevertrouwd. Dit vermoeden is weerlegbaar. De dag waarop de brief aan de post is toevertrouwd blijkt uit het afgiftebewijs. De termijn vangt in beginsel aan twee dagen na de afgifte.
    In geval van kennisgeving bij gewone brief, wordt de kennisneming vermoed plaats te vinden de werkdag volgend op deze waarop de brief door de post wordt verzonden. Dit vermoeden is weerlegbaar. De dag waarop de brief wordt verzonden, blijkt uit de datum van poststempel figurerend op de briefomslag. De termijn vangt in beginsel aan twee dagen na de verzending.
    In geval van kennisgeving per bode met bericht van ontvangst, vindt de kennisneming plaats op de dag van de aftekening voor ontvangst. De termijn vangt aan daags na de aftekening voor ontvangst van deze zending.

    Toelichting bij Art. III 17

    De hoedanigheid van de ambtenaar op proef wordt behouden vanaf de toelating tot de proeftijd, tot de dag waarop het ontslag of de vaste benoeming ingaat (desgevallend na de beslissing van de benoemende overheid of raad van beroep). Vanaf de aanvang van de arbeidsovereenkomst (in geval van ontslag) is het personeelslid géén ambtenaar op proef meer, maar een contractueel personeelslid.[9]

    Toelichting bij Art. III 18

    De benoemende overheid ondertekent (en betekent) de beslissing tot ontslag of tot vaste benoeming van de ambtenaar en de indienstnemende overheid ondertekent (en betekent) de beslissing tot ontslag van het contractueel personeelslid.[9]

    Toelichting bij Art. III 19

    Deze regeling geldt voor de ambtenaar op proef en uiteraard niet voor het contractueel personeelslid dat ontslagen wordt volgens de regels van het arbeidsrecht.[2]

    In geval van ontslag van de ambtenaar op proef ten gevolge van een negatieve eindevaluatie van de proefperiode[9], wordt met de ambtenaar op proef een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur van drie maanden afgesloten die overeenstemt met een opzeggingstermijn van dezelfde duur (Deze opzegtermijn van drie maanden werd voorgeschreven door het intussen opgeheven[32] artikel 9, § 4, tweede lid APKB.).

    Tijdens de drie maanden opzegtermijn bouwt de betrokkene bewijs van arbeidsdagen op om recht te hebben op werkloosheidsuitkering, moederschaps- en ziekteverzekering.

    Daarenboven worden bij afdanking met opzegtermijn door de werkgever toch nog de ontbrekende RSZ-bijdragen betaald zodat de betrokkene recht heeft op werkloosheidsuitkering, moederschaps- en ziekteverzekering.

    De duur van de periode gedekt door deze storting mag de duur niet overschrijden van de statutaire tewerkstelling van de ontslagen ambtenaar op proef (wet 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen - art. 10 § 1).

    Deze onderbrenging en in het verlengde de arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur van 3 maanden schiet evenwel zijn doel voorbij als de ontslagen ambtenaar op proef binnen de diensten van de Vlaamse overheid over een terugvalpositie in statutair of contractueel verband beschikt. Deze situatie komt vaker voor bij proeftijd na bevordering.[32]

    Een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur van 3 maanden zal dan ook niet meer worden aangeboden aan de ontslagen ambtenaar op proef met:
    - ofwel een statutaire terugvalpositie;
    - ofwel een contractuele terugvalpositie die op het moment van het ontslag als ambtenaar op proef nog minimaal 3 maanden duurt.[32]

    Deze nieuwe regeling geldt zowel bij aanwerving, bevordering, N-1, als N-functies en functies van algemeen directeur en is van toepassing op de statutaire proeftijden die starten vanaf 1 juli 2016 (zie overgangsbepaling in artikel III 32).[32]

    Toelichting bij Art. III 20

    De benoemende overheid kan mits respectering van de hoorplicht en bepaalde termijnen, doch zonder vooropzeg, de ambtenaar op proef afdanken bij ernstig vergrijp (= zware fout). Bij de ad hoc evaluatie van de gebeurtenis werd dus uitgemaakt dat het om een zware fout ging. Deze zware fout moet worden vastgesteld binnen drie werkdagen na de kennisname ervan door de voor het ontslag bevoegde overheid.
    Het begrip "zware fout" is geïnspireerd op het begrip "dringende reden" uit het arbeidsrecht. Hiermee wordt bedoeld "de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt". De ambtenaar op proef kan eventueel in beroep gaan tegen de beslissing bij de Raad van State (of bij de burgerlijke rechtbank voor schadevergoeding).

    De functionele chef hoort, samen met de lijnmanager als benoemende overheid, de ambtenaar op proef. De ambtenaar op proef kan zich hierbij laten bijstaan door een persoon naar keuze. Van de verklaring van de ambtenaar op proef wordt een verslag gemaakt.

    Bij ontslag van de ambtenaar op proef zonder opzegging wegens een zware fout stort de werkgever de nodige werknemers- en werkgeversbijdragen voor opname van de betrokkene in het stelsel van de werkloosheid, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering. De duur van de periode gedekt door deze storting mag de duur niet overschrijden van de statutaire tewerkstelling van de ontslagen ambtenaar (wet van 20 juli 1991).

    naar boven