chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel IV. De evaluatie in de loopbaan - Hoofdstuk 3 en 4

    Hoofdstuk 3. Beroep tegen de evaluatie onvoldoende of loopbaanvertraging[9]

    Toelichting bij Art. IV 8

    Enkel de ambtenaar heeft recht op beroep bij de raad van beroep. 
    Momenteel is geen beroepsmogelijkheid voor contractuelen voorzien (noch met betrekking tot evaluatie, verloven of tucht). Het arbeidsrecht kent andere flexibele ontslagmogelijkheden. Het kan de situatie van de werkgever bemoeilijken om bij een beoordeling "onvoldoende" (of bij wangedrag) procedures in te bouwen, waardoor de ontslagmogelijkheid wordt vertraagd.
    Dit artikel voorziet een beroepsprocedure bij evaluatie met de einduitspraak 'loopbaanvertraging' of 'onvoldoende'[9] voor de ambtenaar en bij beslissing tot loopbaanvertraging. Het intussen opgeheven APKB voorzag[32] geen beroep meer bij vormgebrek. Er wordt uitgegaan van de goede werking van de diensten en de zorgvuldigheid van het proces evenals van vormen van kwaliteitsbewaking.

    De opschortende werking van het beroep (art. I 13, § 3) wil zeggen dat, indien een ambtenaar in beroep gaat tegen een evaluatie met einduitspraak 'loopbaanvertraging' of 'onvoldoende'[9], géén beslissing inzake geldelijke gevolgen of ontzegging loopbaanaanspraken ten aanzien van de betrokkene wordt genomen zolang de beroepsprocedure niet afgehandeld is. Dus, voor deze ambtenaar zal de "waarderingsfase" later plaatsvinden dan voor de ambtenaren die géén beroep hebben ingediend.

    Het beroep dient te worden ingesteld binnen de vijftien kalenderdagen na het bezorgen van het evaluatieverslag aan de geëvalueerde[9]. Dit voorschrift zorgt voor een zekere uniformiteit en is in het belang van de goede werking. 
    Zo kan niet alleen de ontvankelijkheid van het beroepschrift vastgesteld worden, maar het is ook onwerkbaar om zaken sine die te laten openstaan of aanslepen. Bovendien zijn er eventuele loopbaan- of geldelijke gevolgen mee verbonden zodat een snelle afwikkeling noodzakelijk is.

    Het beroepschrift dient aangetekend te worden verstuurd of tegen ontvangstbewijs te worden ingediend bij (het secretariaat van) de raad van beroep. 
    Uiteraard moet het beroepschrift ook voldoende gemotiveerd zijn. Immers, uit het beroepschrift moet duidelijk blijken dat de verzoeker een belang heeft bij het beroep. Bovendien moeten de motieven van de verzoeker duidelijk uit het beroepschrift kunnen worden afgeleid opdat de raad van beroep op een gefundeerde manier een advies kan geven.

    Zie ook art. I 13 (hoorrecht en recht op bijstand).

    § 2. vermeldt de uniforme termijn van 1 maand voor het uitbrengen van het advies. Een zaak kan ook in voortzetting gezet worden.

    § 3. De raad van beroep legt zichzelf een termijn op om het dossier met het advies zo spoedig mogelijk aan de bevoegde instantie voor de definitieve uitspraak te sturen. Generiek wordt ook een termijn bepaald waaraan deze instanties zich dienen te houden omwille van het belang voor de loopbaan- en/of geldelijke gevolgen van de ambtenaar.

    Bij eenparigheid beslist de raad van beroep; er hoeft dus na beroep in casu geen uitdrukkelijke beslissing meer genomen worden (art. I 9, § 1, 2de lid).

    § 4. Wanneer de raad van beroep unaniem beslist heeft dat de evaluatie onvoldoende ongegrond is, kan de Raad van Beroep aansluitend beslissen om een loopbaanvertraging toe te kennen. Indien de Raad van Beroep in dat geval niet unaniem beslist om een loopbaanvertraging toe te kennen dan betekent dit dat er geen evaluatie onvoldoende wordt toegekend, noch een loopbaanvertraging wordt toegekend.[6]

    De omzetting van de onvoldoende in een loopbaanvertraging vergt dus een afzonderlijke unanieme beslissing, na de beslissing dat de evaluatie onvoldoende ongegrond is.[6]

    De instantie die bevoegd is voor de definitieve beslissing, kan de evaluatie “loopbaanvertraging” al dan niet behouden, maar kan de "loopbaanvertraging" niet vervangen door iets anders. Dit geldt ook voor de raad van beroep indien deze beslist met unanimiteit.[9]

    Bij eenparigheid beslist de raad van beroep; er hoeft dus na beroep in casu geen uitdrukkelijke beslissing meer genomen worden (art. I 9, § 1, 2de lid).[6]

    Toelichting bij Art. IV 9

    De instanties bevoegd voor de definitieve beslissing worden in regel per beleidsdomein overeenkomstig art. I 8 door de beleidsraad volgens een vrije organisatie opgericht (idem strategisch adviesraad en Gemeenschapsonderwijs). Vaak zullen de evaluatoren deel uitmaken van de bestuursorganen van elk van deze entiteiten zodat dient gewaakt over geen te beperkte samenstelling.
    Gelet op de loopbaan- en/of geldelijke gevolgen voor de ambtenaar wordt voorgeschreven om de definitieve evaluatiebeslissing na beroep door een collectief orgaan (dus geen individuele lijnmanager) te laten nemen (waarborgen voor onpartijdigheid en objectiviteit). De nodige maatregelen zullen met dit oogmerk ook moeten genomen worden om de betrokken evaluatoren te weren uit deze organen, bij de definitieve beslissing (geen rechter-partij).[2]

    Het is niet uitgesloten dat ook beleidsdomeinoverschrijdende organen worden opgericht. In sommige gevallen (bv. grote projecten) kan het aangewezen zijn dit orgaan bevoegd te maken of aan te duiden voor uitspraken na beroep.

    naar boven

    Hoofdstuk 3bis - opgeheven [32]

    Toelichting bij Art. IV 9bis

    opgeheven[32]

    Hoofdstuk 4. Overgangsbepaling

    Toelichting bij Art. IV 10

    geen commentaar.

    Toelichting bij Art. IV 11

    opgeheven[9]

    naar boven