chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Deel V. De top- en middenkaderfuncties - Titel 4 en 5

    Titel 4. Gemeenschappelijke bepaling

    Toelichting bij Art. V 47

    - opgeheven[32]

    Overeenkomstig de hervorming van de selectieprocedures worden de vrijstellingen geschrapt (bij BVR van 24/06/2016). Er worden geen nieuwe vrijstellingen meer toegekend, maar toepassing gemaakt van niet nodeloos hertesten.[32]

    naar boven

    Titel 5. Overgangs- en opheffingsbepalingen

    Hoofdstuk 1. De management- en projectleiderfuncties van N-niveau en de functie van algemeen directeur

    Toelichting bij Art. V 48

    - opgeheven[9]

    Voor degene die meedingt naar een functie van het topkader en een vrijstelling had op basis van het vroegere artikel V 47 wordt een overgangsmaatregel ingevoerd voor de resterende duur van de lopende vrijstelling.[32]

    Het vroegere artikel V 47 bepaalde het volgende voor de N-functies en de functies van algemeen directeur: de geschiktheid voor de uitoefening van de N-functie of de functie van algemeen directeur wordt behouden gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de geschiktheid als  de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd. De geschiktheid geeft recht op vrijstelling van selectietesten voor diezelfde functie behalve bij een onvoldoende.[2]

    De geschiktheid voor een management- of projectleidersfunctie van N-niveau geeft voor dezelfde periode als vermeld in de eerste zin, ook recht op vrijstelling van de testen van de generieke competenties voor een andere management- of projectleidersfunctie van N-niveau en voor een functie van algemeen directeur en voor een functie van hoofd van het  secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, behalve bij onvoldoende.

    De geschiktheid voor een functie van algemeen directeur geeft voor dezelfde periode als vermeld in de eerste zin, ook recht op vrijstelling van de testen van de generieke competenties voor een andere functie van algemeen directeur en voor een functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, behalve bij onvoldoende.

    Volgens de huidige overgangsbepaling wordt:

    - wie vrijgesteld was van selectietesten voor diezelfde management- of projectleidersfunctie van N-niveau of voor diezelfde functie van algemeen directeur, niet getest voor de gedragscompetenties en de vaktechnische competenties die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor diezelfde functie. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van selectietesten voor diezelfde functie, behalve bij een onvoldoende

    - wie op 30 juni 2016[34] vrijgesteld was van selectietesten voor een andere management- of projectleidersfunctie van N-niveau, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die andere management- of projectleidersfunctie van N-niveau, behalve bij een onvoldoende.

    - wie op 30 juni 2016[34] vrijgesteld was van selectietesten voor een management- of projectleidersfunctie van N-niveau of voor een andere functie van algemeen directeur, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die management- of projectleiders-functie van N-niveau of voor die andere functie van algemeen directeur, behalve bij een onvoldoende.

    Ook de zittende N-functies  en algemeen directeurs die een vrijstelling genoten op basis van de regeling in het voormelde artikel V 47, behouden deze vrijstelling gedurende 7 jaar na het einde van het mandaat.

    Toelichting bij Art. V 49

    Dit artikel verleent nadere uitvoering aan artikel 40 van het Kaderdecreet dat beoogt aan de leidinggevenden die, overeenkomstig artikel 39 van het Kaderdecreet binnen de scope van de herplaatsing vallen doch niet worden aangesteld in een mandaatfunctie (N-functie en functie van algemeen directeur) hetzij een passende functie aan te bieden (statutairen) hetzij een bilateraal onderhandelde beëindiging van de arbeidsrelatie (statutair of contractueel) te bewerkstelligen.

    Artikel V 49 beoogt, conform hetgeen is bepaald in artikel 40, 1° van het Kaderdecreet, de procedure te organiseren waarbij de Vlaamse Regering na overleg met de betrokkene, de plicht heeft om binnen een redelijke termijn aan het vast benoemde personeelslid benoemd in een rang van A4, A3 of A2L of het personeelslid dat in zulke rang benoemd is geweest, doch naar aanleiding van de eerste bezetting niet werd herplaatst, een gelijkwaardige en passende functie aan te bieden. Alleen wanneer de betrokkene uitdrukkelijk verzoekt om persoonlijke redenen er de voorkeur aan te geven om in een lagere functie te worden geplaatst kan van het voorgaande worden afgeweken. In voorkomend geval kan voormelde herplaatsing evenwel niet lager zijn dan in een functie van niveau N-1. Bovendien moet de functie ook in dat geval passend zijn.

    Conform hetgeen is bepaald in artikel 40 van het Kaderdecreet behouden zij hun graad ten persoonlijke titel evenals het voordeel van de salarisschaal verbonden aan hun graad respectievelijk A4, A3 of A2L.

    Toelichting bij Art. V 50

    - opgeheven [9]

    Toelichting bij Art. V 51

    § 1. In deze paragraaf wordt een overgangsregeling overgenomen die de facto, door de nieuwe organieke regeling, slechts in een beperkt aantal gevallen van toepassing is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

    1. de management– of projectleidersfuncties van het N-niveau die vanuit een statutaire rang A3 of A4 worden herplaatst;
    2. de management– of projectleidersfuncties van het N-niveau die vanuit een contractuele functie werden aangewezen;
    3. de functies van Algemeen directeur.

    Vermits er geen A3 of A4 ambtenaren met een andere (lagere) functie werden belast, is de facto enkel de overgangsregeling voor de contractuele N-functies van toepassing.[3]

    § 2. Hierin wordt expliciet herhaald dat de gunstiger overgangsregeling geldt in plaats van de organieke. De facto geldt dit enkel voor de contractuele N-functies.[3]

    § 3. Deze paragraaf heeft de bedoeling dat, in het kader van de verworven rechten, de herplaatste statutaire A4 de mandaattoelage ontvangt bovenop zijn salaris in schaal A411. Dit is voordeliger dan de organieke regeling (A311 + mandaattoelage). De statutaire A4 topambtenaren verkrijgen hierdoor een betere regeling dan de contractuele A4’s.
    Dit werd ook opgemerkt door de Raad van State (advies 43.061/3): het is niet duidelijk "welke de verantwoording is, in het licht van het grondwettelijk beginsel van de gelijkheid en de niet-discriminatie, voor het gegeven dat de in het ontworpen artikel V 51, § 3, bedoelde toelage enkel wordt toegekend aan de titularissen bedoeld in het ontworpen artikel V 51, § 1, 1)".
    Op deze opmerking van de Raad van State werd in de nota VR van 6 juli 2007 als volgt gerepliceerd.
    "Met zijn opmerking gaat de Raad van State voorbij aan eerder ingenomen standpunten. Onder andere in de arresten Guns en Laga merkte de Raad op dat het niet opgaat om de voordelen verbonden aan een statutaire graad af te nemen. Indien de herplaatste statutaire topambtenaren van rang A4 ook zouden onderworpen zouden geweest zijn aan de beperking van de organieke regeling, zouden de herplaatste statutaire A4 topambtenaren qua verloning gelijkgesteld worden met de herplaatste A3 topambtenaren en hun salarisvoordeel aldus verliezen.

    Daarnaast is er een objectief onderscheid tussen de toekenning van een mandaattoelage aan een statutair aangestelde mandaathouder enerzijds en aan een contractueel aangestelde mandaathouder anderzijds.

    Bij beëindiging van het mandaat van een statutaire mandaathouder wordt de mandaattoelage stopgezet, zonder meer. Zowel de aanstelling als de beëindiging is een eenzijdige handeling van de overheid.

    De beëindiging van een contractueel mandaat kan steeds door de betrokken werknemer worden geïnterpreteerd als een verbreking van de arbeidsovereenkomst. De bepaling van een eventuele verbrekingsvergoeding zal naast het salaris ook alle andere componenten van de bezoldiging omvatten, waaronder de (tijdelijke) mandaattoelage. Het is juridisch onmogelijk om een tijdelijke mandaattoelage uit te sluiten van opname in de berekening van een verbrekingsvergoeding.

    Tenslotte kan worden aangevoerd dat het bezoldigingspakket van de herplaatste contractuele topmanagers individueel werd onderhandeld, vaak volgens marktwaarden. Het is derhalve niet evident bovenop het onderhandelde bezoldigingspakket nog een mandaattoelage toe te kennen indien het totaal ervan hoger zou uitkomen dan de organieke regeling.

    In die zin is een onderscheid tussen de overgangsregeling voor herplaatste statutaire topmanagers met een bezoldiging hoger de organieke regeling, en de herplaatste contractuele topmanagers, op een objectief en juridisch criterium gebaseerd."

    In de gevallen dat een contractuele N-functie een salaris heeft hoger dan A311, maar lager dan de som van A311 + mandaattoelage van de overeenkomstige klasse, wordt overgestapt naar de "meest gunstige regeling".
    In de praktijk zal een gedeeltelijke mandaattoelage toegekend worden (verschil contractueel salaris en de som van A311 en mandaattoelage). Deze gedeeltelijke mandaattoelage kan rechtstreeks worden uitbetaald op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2007 tot wijziging van het VPS. Indien gewenst kan dit supplement in een addendum aan de arbeidsovereenkomst worden opgenomen).[3]

    Toelichting bij Art. V 51bis

    Deze overgangsbepaling voorziet dat de titularissen van een mandaatfunctie hun lopend verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet, toegestaan voor 30 oktober 2009, mogen voortzetten tot op het ogenblik dat hun mandaatfunctie eindigt overeenkomstig artikel V 14.[11]

    Toelichting bij Art. V 51ter

    Deze overgangsbepaling voorziet dat de statutaire mandaathouders, die v??r hun aanwijzing in de mandaatfunctie van N-niveau of van algemeen directeur, geen titularis waren van een graad van rang A3 of rang A4, worden benoemd in de graad van directeur-generaal (= terugvalgraad) of adjunct- directeur-generaal (= terugvalgraad).[11]

    Toelichting bij Art. V 51quater

    Een contractuele mandaathouder kan op elk moment tijdens of na afloop van zijn eerste mandaat kiezen voor een andere vacant verklaarde mandaatfunctie. Als hij geselecteerd wordt voor die functie, kan hij kiezen voor een vaste benoeming bij de diensten van de Vlaamse overheid en vervolgens aangesteld worden in die (andere) mandaatfunctie van N-niveau of van algemeen directeur.
    Als hij niet geselecteerd wordt, zet hij zijn huidig contractueel mandaat verder en krijgt hij, in voorkomend geval, na afloop van zijn eerste mandaat een hernieuwing van dit contractueel mandaat op voorwaarde van een positieve eindemandaat-evaluatie.[15]

    De indienstnemende overheid krijgt vanaf 3/2/2012 de mogelijkheid om  na 6 jaar het mandaat van de N-functie of van de functie van algemeen directeur te laten vacant verklaren, mits akkoord van de contractuele titularis van deze functie , met het oog op de statutaire invulling ervan.
    Het akkoord van de contractuele mandaathouder is nodig omdat hij anders recht heeft op een automatische verlenging van zijn mandaatfunctie als hij een positieve  eindemandaatevaluatie heeft gekregen.
    Aldus krijgen de vόόr 30 oktober 2009 aangestelde contractuele mandaathouders van een N-functie of een functie van algemeen directeur dezelfde keuzemogelijkheid als de sedert 30 oktober 2009 extern geselecteerde kandidaten.[15]

    De vacantverklaring betekent dat er een einde komt aan het bedoelde contractueel mandaat en dat ieder die aan de voorwaarden voldoet, zich kandidaat kan stellen. 
    Als de contractuele mandaathouder niet geselecteerd wordt, kan hij niet meer kiezen voor een hernieuwing van zijn mandaat want de mandaatfunctie is vacant verklaard. Hij wordt dan ontslagen met toepassing van de regels van het arbeidsrecht. 
    Als de contractuele mandaathouder wordt geselecteerd, kan hij kiezen voor een statutair mandaat (vaste benoeming).[15]

    Toelichting bij Art. V 51quinquies

    Ingevolge de bepaling van artikel V 3, § 2 (gewijzigd bij het BVR van 3 oktober 2014) zijn de functies van algemeen directeur uitdovend in de entiteiten met minder dan 1000 personeelsleden, met uitzondering van de entiteiten die tot stand zijn gekomen ingevolge de fusie van twee of meer entiteiten.[27]

    Er wordt in een overgangsregeling voorzien voor de titularissen van de uitdovende functies van algemeen directeur. Zij blijven dit mandaat verder uitoefenen totdat dit wordt beëindigd na één mogelijke verlenging. Het mandaat van algemeen directeur in uitdoving kan na een gunstige mandaatevaluatie nog éénmaal worden verlengd (overeenkomstig de bepaling van artikel V 15, eerste lid). De tweede verlenging, die wordt mogelijk gemaakt in artikel V 15, tweede lid is niet van toepassing op de functie van algemeen directeur in uitdoving.[27]

    Toelichting bij Art. V 51sexies

    Deze overgangsmaatregel garandeert dat de op 1 juli 2016 lopende procedures voor het topkader worden voortgezet volgens de regels die van kracht waren bij de aanvang van deze procedures.[32]

    naar boven

    Hoofdstuk 2. De rechtspositie voor het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad[32]

    Toelichting bij Art. V 52

    - opgeheven[9]

    Voor degene die meedingt naar een functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad en een vrijstelling had op basis van het vroegere artikel V 47 wordt een overgangsmaatregel ingevoerd voor de resterende duur van de lopende vrijstelling.[32]

    Het vroegere artikel V 47 bepaalde het volgende voor de functies van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad: de geschiktheid voor de uitoefening van de N-functie of de functie van algemeen directeur wordt behouden gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de geschiktheid als  de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd. De geschiktheid geeft recht op vrijstelling van selectietesten voor diezelfde functie behalve bij een onvoldoende.[2]

    De geschiktheid voor een functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad geeft gedurende zeven jaar nadat de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de geschiktheid als  de geslaagde niet werd benoemd recht op vrijstelling van de testen van de generieke competenties voor een andere functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, behalve bij onvoldoende.

    Volgens de huidige overgangsbepaling wordt:

    - wie op 30 juni 2016[34] vrijgesteld was van selectietesten voor een management- of projectleidersfunctie van N-niveau, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die management- of projectleidersfunctie van N-niveau, behalve bij een onvoldoende.

    - wie op 30 juni 2016[34] vrijgesteld was van selectietesten voor een functie van algemeen directeur, wordt niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die functie van algemeen directeur, behalve bij een onvoldoende.

    - wie op 30 juni 2016[34] vrijgesteld was van selectietesten voor een andere functie als hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, wordt niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die andere functie als hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, behalve bij een onvoldoende.

    Ook de zittende  hoofden van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad die een vrijstelling genoten op basis van de regeling in het voormelde artikel V 47, behouden deze vrijstelling gedurende 7 jaar na het einde van hun benoeming.

    Toelichting bij Art. V 52bis

    Deze overgangsmaatregel garandeert dat de op 1 juli 2016 lopende procedures voor hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad worden voortgezet volgens de regels die van kracht waren bij de aanvang van deze procedures.[32]

    naar boven

    Hoofdstuk 3. De rechtspositie voor het middenkader

    Toelichting bij Art. V 53

    - § 1. opgeheven[9]

    - §§ 2 - 3 opgeheven[32]

    Voor degene die meedingt naar een N-1 functie en een vrijstelling had op basis van het vroegere artikel V 47 wordt een overgangsmaatregel ingevoerd voor de resterende duur van de lopende vrijstelling.[32]

    Het vroegere art. V 47 bepaalde dat voor de middenkaderfuncties

    - zowel de positieve resultaten van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, afgelegd voor de middenkaderfuncties,

    - als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur, gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de externe potentieelinschatting, de eindbeoordeling van de generieke competenties of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd,

    recht geven op vrijstelling van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, behalve bij een onvoldoende.

    Volgens de huidige overgangsbepaling wordt:

    - wie meedingt naar een middenkaderfunctie, wordt, als hij op 30 juni 2016[34] vrijgesteld was van de externe potentieelinschatting in de selectieprocedure voor een middenkaderfunctie voor de resterende duur van de vrijstelling, vrijgesteld van de externe potentieelinschatting in de selectieprocedure voor een middenkaderfunctie, behalve bij een onvoldoende.

    - wie meedingt naar een middenkaderfunctie, wordt, als hij op 30 juni 2016[34] vrijgesteld was van de eindbeoordeling van de generieke competenties in de selectieprocedure voor een middenkaderfunctie, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de eindbeoordeling van de generieke competenties, behalve bij een onvoldoende.

    Ook de zittende titularissen van een middenkaderfunctie die een vrijstelling genoten op basis van de regeling in het voormelde artikel V 47, behouden deze vrijstelling gedurende 7 jaar na het einde van het mandaat.

    Toelichting bij Art. V 54

    - opgeheven[9]

    Toelichting bij Art. V 55

    De salarisgarantieregeling voor de hoofdadviseur, het afdelingshoofd en de projectleider wiens salarisregeling voordeliger was op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, zijnde 16 maart 2007, wordt uitgebreid tot de hoofdadviseur, het afdelingshoofd en de projectleider wiens salarisregeling voordeliger was op de datum voorafgaand aan hun aanstelling (dus nu ook van toepassing voor degenen aangesteld na 16 maart 2007).[6]

    Toelichting bij Art. V 56

    Overeenkomstig o.a. art. VIII 43, § 1 VPS dd. 15 juli 2002 (en m.m. PSWI en Stambesluit VOI) waren er een aantal situaties mogelijk waarin een afdelingshoofd mocht werken voor een andere werkgever in specifieke (leidinggevende) functies of kon belast worden met een "opdracht" (project) door de eigen werkgever zonder zijn/haar mandaat te verliezen.
    Ook andere afwezigheden (art. VIII 43 § 3 VPS) van beperkte duur (bv. sabbatical leave) vallen hieronder.
    In de vorige rechtsposities behielden deze titularissen bij terugkeer hun mandaat en verloning van A2A.

    Overeenkomstig de nieuwe regeling kunnen slechts een beperkt aantal kortere of langdurige verloven genomen worden (met behoud van mandaat). Enkel kabinetsdetachering, projecten goedgekeurd door de Vlaamse Regering en ziekteverlof kwamen ook in de vorige regeling voor (met behoud mandaat en terugkeerrecht). Het is niet de bedoeling de parallelle loopbanen te stimuleren.
    Indien de oorspronkelijke mandaathouders na hun afwezigheid terugkeren behouden zij de bezoldiging van A2A gedurende 1 jaar (V 46, § 2, eerste lid).
    Er wordt bij voorrang werk gemaakt van toewijzing van een mandaat buiten "competitie" in toepassing van artikel V 35, § 3.

    Toelichting bij Art. V 56bis

    Dit artikel voorziet in een overgangsbepaling wat betreft de schaalanciënniteit van de directieleden van het IWT ingevolge de fusie van het IWT en het Agentschap Ondernemen tot het Agentschap Innoveren en Ondernemen op 1 januari 2016.

    Het IWT had een directiecomité. Artikel 4 van het ASB van 13 september 2013 van het IWT bepaalde dat de raad van bestuur de regels en procedure vaststelt voor de aanduiding als directielid. De aanduiding of vervanging van een personeelslid als directielid en de bepaling van zijn bevoegdheden werd uitgevoerd door de raad van bestuur op voorstel van de administrateur-generaal.

    De aanduiding gebeurde voor een duur van 6 jaar, telkens verlengbaar met dezelfde periode. Het directielid ontving een toelage (verschil tussen het salaris dat het directielid in de salarisschaal A214 zou ontvangen  en het salaris in de salarisschaal verbonden aan zijn graad).

    Op het ogenblik van de fusie waren er 4 directieleden, waarvan:

    - één contractueel IWT-adviseur (opstartfase) – schaal A214, aangesteld op 1 oktober 2001, waarvan het mandaat loopt tot 1 oktober 2019;

    - drie statutaire IWT-adviseurs, allen bezoldigd in de schaal A282. Twee ervan werden als directielid aangesteld op 1 november 2006, waarvan het mandaat eindigt op 31 oktober 2018. De andere werd aangesteld op 1 januari 2013 en het mandaat eindigt op 31 december 2018.

    Het nieuwe Agentschap Innoveren en Ondernemen kent geen directiecomité.

    Vanaf hun overdracht naar het Agentschap Innoveren en Ondernemen worden deze personeelsleden verder bezoldigd in hun organieke salarisschaal (A282 voor de statutaire IWT-adviseurs en A214 voor de contractuele IWT-adviseur - opstartformatie).
    Voor deze directieleden wordt wel in een overgangsregeling voorzien indien zij bij het nieuwe agentschap Innoveren en Ondernemen als afdelingshoofd zouden worden aangesteld. De jaren als directielid tellen mee voor de vaststelling van de schaalanciënniteit in de loopbaan A285 – A286. De functie als “directielid” wordt immers als “gelijkwaardig” beschouwd met deze van afdelingshoofd.[31]

    Toelichting bij Art. V 56ter

    In afwachting van de aanstelling van de effectieve afdelingshoofden bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen, kan de lijnmanager van dit agentschap de personeelsleden die bij IWT aangesteld waren als directielid (overeenkomstig het BVR van 13 september 2013 houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van IWT) en ingevolge de fusie van Agentschap Ondernemen en IWT werden overgedragen naar het Agentschap Innoveren en Ondernemen, de facto tijdelijk belasten met de leiding van een afdeling zonder toepassing van de artikelen V 42, §3 en §4 .

    De IWT-directieleden oefenden bij IWT een managementfunctie (niveau middenkader) uit (vergelijkbaar met afdelingshoofd). Zij waren bij het IWT belast met de leiding van een subentiteit. Ze zijn aangesteld door de raad van bestuur voor een mandaat van 6 jaar dat hernieuwbaar was na een procedure die minimaal bestond uit een interne en externe potentieelinschatting en gebaseerd was op de procedure voor afdelingshoofd.

    De directieleden die bij het nieuwe agentschap tijdelijk worden belast met de leiding van een afdeling,  behouden de directietoelage.

    De directietoelage is gelijk aan het verschil tussen hun salaris in hun organieke graad en het overeenkomstig salaris in de schaal A286.

    Het behoud van de directietoelage is billijk, omdat zij bij het IWT een globale bezoldiging (organieke schaal + toelage) van de schaal A286 genoten.

    Zonder overgangsmaatregel zouden zij bij het nieuwe agentschap voor het tijdelijk uitoefen van de functie van afdelingshoofd een lagere bezoldiging ontvangen (enkel hun organieke schaal en de toelage tijdelijke functieverzwaring beperkt tot A213). Voor elk van de betrokken directieleden is de toelage tijdelijke functieverzwaring evenwel nihil.[31]

    Toelichting bij Art. V 56quater

    Deze bepaling beoogt de vaststelling van de gelijkwaardigheid van de positieve resultaten van de procedure voor IWT- directielid met de positieve resultaten van de beoordeling van de generieke competenties voor een management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau, als uit de rapporten voor de selectie van directielid blijkt dat er getest werd op dezelfde competenties als opgenomen in het generiek competentieprofiel voor N-1 functies. In dat geval krijgen ze een vrijstelling van de testen voor de beoordeling van de generieke competenties voor een N-1 functie.[31]

    Toelichting bij Art. V 56quinquies

    Deze overgangsmaatregel garandeert dat de op 1 juli 2016 lopende procedures voor N-1 functies worden voortgezet volgens de regels die van kracht waren bij de aanvang van deze procedures.[32]

    Toelichting bij Art. V 56septies

    In het verleden werden bij Audit Vlaanderen de functies van middenkaderniveau niet ingevuld in de graad van afdelingshoofd, maar wel in de functie van contractuele manager-auditor. Thans worden de middenkaderfuncties bij Audit Vlaanderen enkel nog opengesteld in de graad van afdelingshoofd. Om toe te laten aan de contractuele manager-auditoren mee te kunnen kandideren voor een functie van afdelingshoofd zonder aanzienlijk loonverlies, wordt bepaald dat de prestaties als contractuele manager-auditor in aanmerking komen voor de berekening van de schaalanciënniteit in de graad van afdelingshoofd. Hiermee wordt erkend dat de contractuele manager-auditoren reeds jarenlang een functie uitoefenen van N-1 niveau. Het gaat immers over leidinggevende functies waarvoor de verloning zich altijd op het niveau van afdelingshoofd heeft bevonden (A 285-A286). Het betreft een regeling die analoog is aan die voor de personeelsleden die bij IWT als directielid waren aangewezen. Voor hen wordt de periode als directielid aangerekend op de schaalanciënniteit indien ze een functie van afdelingshoofd bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen opnemen (art. V 56 bis).[34]

    Het gaat om een aanrekening van de jaren prestaties als contractuele manager-auditor op de schaalanciënniteit als afdelingshoofd in de loopbaan A 285-A 286. Contractuele manager-auditoren bouwen geen schaalanciënniteit op gezien enkel prestaties in vastbenoemd verband aanleiding geven tot de opbouw van schaalanciënniteit. De contractuele manager-auditoren hebben wel een geldelijke loopbaan (salarisschaal A285 en na 3 jaar salarisschaal A 286). Het voordeel van deze kortere geldelijke loopbaan als manager-auditor wordt niet overgezet naar de nieuwe loopbaan als afdelingshoofd. Zo is het mogelijk dat de contractuele manager-auditor die reeds de salarisschaal A 286 heeft bereikt na bv. vier jaar als manager-auditor gewerkt te hebben, bij een aanwijzing tot afdelingshoofd in de salarisschaal A 285 start. Hij moet immers, net zoals de andere afdelingshoofden, minstens zes jaar prestaties hebben verricht als contractueel manager-auditor en/of als afdelingshoofd, om de salarisschaal A 286 te kunnen bereiken.[34]

    Deze maatregel heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2016.[34]

    Toelichting bij Art. V 56octies

    Ook de IT-mandaten van rang A2A zijn functies die in het verleden enkel ingevuld werden via een IT-mandaat en die men in de toekomst ook wil kunnen invullen via een mandaat van afdelingshoofd. Voor de huidige IT-mandaathouders is het financieel nadelig om mee te dingen naar een functie van afdelingshoofd indien de schaalanciënniteit die ze hebben opgebouwd tijdens het IT mandaat niet kan meetellen voor hun schaalanciënniteit als afdelingshoofd.[34]

    Daarom wordt de tijdens het IT-mandaat van rang A2A opgebouwde schaalanciënniteit mee in rekening gebracht bij het opnemen van een functie van afdelingshoofd. Dit geldt niet voor het mandaat van financieel administratief beheerder van rang A2, met een lagere salarisschaal (A 284). Het geldt wel voor de mandaten van contractbeheerder, strategiebeheerder, coördinator IT-relatiebeheerder (salarisschaal A 286) en beheerder interne IT-dienstverlening (salarisschaal A 285).[34]

    Deze maatregel heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2016.[34]

    naar boven

    Hoofdstuk 4. Opheffingsbepaling

    Toelichting bij Art. V 57

    VITO, VRT, Vlopera en VVM ressorteren niet onder het toepassingsgebied van het raamstatuut doch wel onder de regeling van het topkader.

    naar boven