chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel VIII. Tuchtregeling - Titel 1

    Titel 1. Tuchtstraffen

    Toelichting bij Artikel VIII 1

    Art. 14 van het opgheven APKB bepaalde[32] dat "de ambtenaren die hun plichten niet nakomen, het voorwerp kunnen zijn van een tuchtprocedure."

    Elke inbreuk op de plichten (incl. de cumulregeling) vermeld in deel II wordt bestraft in verhouding tot de feiten met één van de tuchtstraffen bepaald in dit deel.

    Zo kan diefstal of toebrengen van een letsel aan een persoon gekwalificeerd worden als een tekortkoming inzake de loyale uitoefening van het ambt.

    Het gaat hier om inbreuken op de plichten zowel op professioneel vlak als op privé-gedrag met invloed op het ambt.

    Dit artikel bevestigt ondermeer ook het principe dat naast de strafrechtelijke procedure eveneens een administratieve tuchtrechtelijke procedure en onafhankelijk ervan kan gevoerd worden. Een strafrechtelijke veroordeling kan aanleiding geven tot een tuchtstraf indien het om feiten gaat die verband houden met de uitoefening van het ambt.

    Toelichting bij Art. VIII 2

    De soorten tuchtstraffen worden uniform vastgelegd voor het aangestuurde gedeelte van de Vlaamse overheidssector:

    - blaam
    - inhouding van salaris
    - tuchtschorsing
    - lagere inschaling
    - terugzetting in graad
    - ontslag van ambtswege
    - afzetting

    Het opgeheven APKB voorzag[32] ook nog de mogelijkheid (maar niet de verplichting) om volgende tuchtstraffen in te voeren: de terechtwijzing en de verplaatsing bij tuchtmaatregel.

    Aangezien in dit "tussenstatuut" nog het geldende loopbaan- en beloningsstelsel worden aangehouden, blijft ook "lagere inschaling" en "terugzetting in graad" voorzien.
    De terechtwijzing (gelet op de affiniteit met de blaam) en de verplaatsing bij tuchtmaatregel (niemand anders opzadelen met een probleem) worden niet aangehouden door de Vlaamse overheid.

    De blaam wordt gekwalificeerd als een morele straf, de overige als effectieve straffen.

    Het "ontslag van ambtswege" werd ingevoerd door het opgeheven[32] APKB van 22 december 2000 en is minder ingrijpend op de pensioensituatie van de betrokkene dan de afzetting (bij ontslag van ambtswege behoudt men namelijk het recht op een ambtenarenpensioen aangezien het niet de hoogste tuchtstraf is, i.t.t. de afzetting waarbij men enkel recht heeft op een privé-pensioen).

    *  *  *

    De statutaire regels, die hierna gepreciseerd worden, zijn onderworpen aan een aantal algemene (in het opgeheven[32] APKB opgenomen) beginselen die hetzij als autonoom principe, hetzij verwerkt in de concrete bepalingen, hun plaats hebben in het raamstatuut.

    Samengevat zijn dit:

    - het recht van verdediging
    - de bijstand van een verdediger
    - de raadpleging van het dossier
    - de openbaarheid van de zittingen
    - geen 2 straffen voor dezelfde feiten (non bis in idem)
    - de voorstellende overheid is verschillend van de uitsprekende overheid
    - verschillende feiten leiden tot 1 procedure en tot 1 straf
    - beroep bij tenminste een adviserende commissie met een voorzitter - magistraat en een paritaire samenstelling; van dit laatste principe kan voor de leidend ambtenaren worden afgeweken
    - geen zwaardere straf uitspreken dan het voorstel in laatste instantie
    - geen retro-activiteit
    - onverwijlde kennisgeving van de beslissing

    De gevolgen van de tuchtstraffen:

    blaam: geen
    inhouding van salaris:
    . max. 3 maanden
    . max. 1/5 van de nettobezoldiging (loonbeschermingswet)
    tuchtschorsing:
    . max. 3 maanden
    . max. 1/5 verlies van de nettobezoldiging (loonbeschermingswet)
    . geen loopbaan of geldelijke aanspraken (non-activiteit) tenzij behoud van het (eventueel verminderd) salaris
    lagere inschaling: lager salaris
    terugzetting in graad: salarisschaal verbonden aan ambt toegewezen door terugzetting
    ontslag van ambtswege: de op 1 na hoogste tuchtstraf met als gevolg en verschil dat de aanspraken op een ambtenarenpensioen behouden blijven
    afzetting: verlies van het recht op een ambtenarenpensioen (wel pensioen privé-sector)

    Toelichting bij Art. VIII 3

    Op de inhouding van salaris wordt een maximumtermijn van drie maanden gezet; zij mag niet hoger zijn dat wat bepaald is in artikel 23, tweede lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
    Dit artikel bepaalt:
    "Het totaal van de inhoudingen mag niet méér bedragen dan één vijfde van het bij elke uitbetaling verschuldigde loon in specie, na aftrek van de inhoudingen op grond van de belastingswetgeving, van de wetgeving op de sociale zekerheid of van particuliere of collectieve overeenkomsten betreffende bijkomende voordelen inzake sociale zekerheid."

    De inhouding is een voorafneming op het loon door de werkgever, zonder dat een procedure tot beslag of overdracht is ingesteld.
    Loonbeslag gebeurt voor een derde die optreedt als schuldeiser en in dit geval zijn de grenzen van art. 1409 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.

    De loonbeschermingswet legt enige beperkingen op wat de inhoudingen betreft (artikel 23, eerste lid - 1° t/m 5°). Inhoudingen, gedaan op grond van de belastingswetgeving, van de wetgeving op de sociale zekerheid en van particuliere of collectieve overeenkomsten betreffende bijkomende voordelen inzake sociale zekerheid gebeuren eerst, zonder enige beperking.

    De andere inhoudingen (artikel 23, tweede lid) mogen een bepaald bedrag niet overschrijden, nl. 1/5 van het bij elke uitbetaling verschuldigde nettoloon in geld (d.w.z. het brutoloon na aftrek van de voordelen in natura, de RSZ-inhoudingen en de bedrijfsvoorheffing).
    Deze beperking tot één vijfde is overeenkomstig het derde lid van art. 23 van de loonbeschermingswet niet van toepassing als de werknemer bedrog heeft gepleegd of in een bepaald geval vrijwillig zijn dienstbetrekking heeft beëindigd. Dit derde lid werd niet vermeld in het opgeheven[32] APKB (artikel 14, §4), zodat deze beperking van 1/5 ook in deze laatste gevallen geldt.

    Toelichting bij Art. VIII 4

    Inzake de tuchtschorsing bepaalde artikel 14, § 4 van het opgeheven[32] APKB dat zij wordt uitgesproken ten hoogste voor drie maanden en geen aanleiding mag geven tot een inhouding van salaris die hoger ligt dan die welke bedoeld is bij artikel 23, tweede lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers (zie voor commentaar bij de inhouding: art. VIII 3). Tuchtschorsing KAN dus met salarisinhouding gepaard gaan.

    Aan de ambtenaar wordt het recht op loopbaanaanspraken en verhoging in salaris ontzegd.

    Toelichting bij Art. VIII 5

    De lagere inschaling mag er niet toe leiden dat de betrokken ambtenaar een lager salaris geniet dan indien hij werd teruggeplaatst in graad.  
    De beslissing bepaalt welke salarisschaal wordt toegekend (is deel van de strafmaat).

    Toelichting bij Art. VIII 6

    Overeenkomstig het geldend loopbaan- en beloningsstelsel wordt bij terugzetting in graad geen schaalanciënniteit meegenomen.  
    Ook hier bepaalt de beslissing welke salarisschaal als deel van de strafmaat wordt toegekend.

    naar boven