chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel VIII. Tuchtregeling - Titel 2

    Titel 2. Tuchtprocedure

    Hoofdstuk 1. De bevoegde overheden

    Toelichting bij Art. VIII 7

    § 1. De fasen van de procedure omvatten een voorstel, een uitspraak, (eventueel) beroep en een definitieve uitspraak (indien er beroep is geweest).

    § 2. Elke functionele chef van de ambtenaar kan het initiatief nemen om een tuchtstraf voor te stellen, dit om te vermijden dat een hogere chef afhankelijk is van de bereidheid van een lagere chef. Ook contractuelen kunnen dus een voorstel doen (immers, zie art. I 3 omtrent de gelijke bevoegdheden en bovendien is het topmanagement gedeeltelijk contractueel) zodat ook zij, zeker over initiatiefrecht dienen te beschikken.

    Voorstel en uitspraak van een tuchtstraf kunnen niet door dezelfde overheid gebeuren (cf. art. 14 § 3, 6° vanhet opgeheven[32] APKB) en daarom wordt de uitspraak door een "hogere" chef t.a.v. de voorstellende gedaan. De hogere "chef" dient een personeelslid van tenminste rang A1 te zijn.

    Hetzelfde verbod van rechter-partij geldt dan ook tussen de uitsprekende en definitief uitsprekende overheid, door te bepalen dat deze laatste functioneel boven de eerste staat.

    Door de minimumvoorwaarden in het statuut zelf op te nemen wordt de rechtszekerheid voor de ambtenaar versterkt.

    Toelichting bij Art. VIII 8

    § 1. Naast de algemene regels van artikel VIII 7 (elk personeelslid - chef heeft initiatiefrecht, verschillende stappen in de "hiërarchie" treden op zodat rechter en partij vermeden wordt) bepaalt dit artikel de richtlijnen voor enkele specifieke gevallen.
    Er is geen tussenkomst meer van de beleidsraad in de tuchtprocedure. Indien de tuchtstraf in eerste instantie wordt uitgesproken door het managementorgaan van het beleidsdomein wordt zij definitief uitgesproken door de functioneel bevoegde minister(s).[2]

    Aangezien het Gemeenschapsonderwijs geen deel uitmaakt van een beleidsdomein, wordt voor de toepassing van de bepalingen van artikel VIII 8, § 1 in een afwijking voorzien waarbij “het managementorgaan van het beleidsdomein” telkens wordt vervangen door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs (= opdrachtgever).[12]

    § 2 houdt een waarborg in dat de 2 hoogste straffen, gelet op de verstrekkende gevolgen, ook steeds door de hoogste ambtenaar (departement, IVA, EVA, strategische adviesraad of Gemeenschapsonderwijs) wordt uitgesproken (geen delegatie).

    § 3. De tuchtregeling voor het topmanagement zelf wordt gedeeltelijk bepaald door dit statuut (in zover eenzijdig aangesteld) en gedeeltelijk geconditioneerd door het arbeidsrecht (voor de contractueel aangestelde N-functies).

    * * *

    Er wordt niet meer opgenomen hoe een procedure moet verlopen indien het hoofd van het departement, IVA, EVA, strategische adviesraad of Gemeenschapsonderwijs weigert een tuchtstraf voor te stellen voor een ambtenaar van wie hij de eerste functionele chef is. Immers wordt uitgegaan van het correct handelen van het topmanagement, gestimuleerd door de richtlijnen van de managementcode en de afspraken in de beheersovereenkomsten.

    Ook is het een algemeen rechtsbeginsel dat men niet terzelfdertijd rechter en partij kan zijn. Dit wordt niet meer expliciet geconcretiseerd. Het personeelslid, betrokken bij een voorstel of uitspraak, kan niet aanwezig zijn bij de deliberatie van het collectief orgaan waarvan het deel uitmaakt en dat belast is met de (definitieve) uitspraak.
    Uit de notulen moet blijken dat deze regel werd gerespecteerd.

    naar boven

    Hoofdstuk 2. De procedure

    Indien er al enige ruimte voor de beleidsdomeinen [, strategische adviesraad, het Gemeenschapsonderwijs] zou kunnen gecreëerd worden in deze procedure (ofschoon het opgeheven[32] APKB de principes statutair legde[32]), zou het eventueel op het vlak van termijnen kunnen zijn, waarbinnen o.a. uitspraken of definitieve uitspraken gedaan worden (door te bepalen dat de procedure afgerond moet zijn binnen een zekere tijdsspanne). Omwille van het element van rechtsbescherming voor de ambtenaar die met deze procedure verweven is, maar ook omdat het noodzakelijke reglementaire optreden voor de 13 beleidsdomeinen (regulering) in deze niet opweegt tegen de eventuele responsabilisering, wordt geopteerd om ook het verloop van de procedure in grote lijnen vast te leggen.

    Toelichting bij Art. VIII 9

    Bij het voorstel tot tuchtstraf is geen voorafgaande ondervraging vereist. De schriftelijke mededeling aan de ambtenaar houdt in dat hij een afschrift krijgt.
    De facto zal uit de werkorganisatie in de entiteit blijken of afgesproken worden wie de uitspraak doet als chef van de voorstellende chef.

    Het verhoor ter verdediging wordt verlegd naar de overheid bevoegd voor de uitspraak in eerste instantie zodat voldaan werd[32] aan art. 14 § 3, 1° van het opgeheven[32] APKB:
    "dat geen enkele tuchtstraf wordt opgelegd dan nadat de ambtenaar, na behoorlijk te zijn opgeroepen, vooraf in zijn middelen van verdediging is gehoord, over alle feiten die hem ten laste worden gelegd."

    Een tuchtvoorstel impliceert uiteraard dat men uitdrukkelijk zegt over welke tuchtstraf het gaat conform de opsomming in artikel VIII 2 en niet dat men louter zegt dat er een voorstel is. De tuchtstraf die wordt uitgesproken kan wel een andere zijn (hoger of lager) dan de tuchtstraf die werd voorgesteld (zie ook art. VIII 20). (Opmerking Raad van State dat ook hier zou moeten bepaald worden dat uitspraak tuchtstraf in eerste aanleg niet hoger kan zijn dan voorstel is wellicht gebaseerd op feit dat het opgeheven[32] APKB zich richtte[32] naar de federale procedure.)

    De verdere procedure wordt gekenmerkt door uniforme toezendings-, advies- of beslissingstermijnen zodat een procedure zonder beroep ongeveer 2 maand (en 7 werkdagen) in beslag neemt en een procedure met beroep 4 maand (en 9 werkdagen). Dit laatste is afhankelijk van de datum van het verhoor en of een zaak al dan niet wordt voortgezet. Ook wordt nu (in tegenstelling tot vroeger waar 15 dagen vooropgesteld werd) aan de overheid overgelaten om te appreciëren wat een redelijke termijn voor inzage van het dossier is (zie hierna).

    Toelichting bij Art. VIII 10

    § 1. Voor de betekening van het tuchtvoorstel is geen aangetekende kennisgeving voorzien; derhalve is het aangewezen de termijn van de procedure te laten starten vanaf de datum van het voorstel.

    De oproeping om gehoord te worden, dient melding te maken van:

    de ten laste gelegde feiten;
    de tuchtstraf die wordt voorgesteld;
    de plaats, de dag en het uur van het verhoor;
    het recht van de betrokkene om zich te laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze, raadgever te noemen, of zich te laten vertegenwoordigen door deze persoon bij gewettigde verhindering;
    de plaats waar en de termijn waarbinnen het tuchtdossier kan worden ingezien door de belanghebbende en/of zijn raadgever en het recht om gratis fotokopieën te maken.

    Deze oproeping gebeurt door een beveiligde zending. In afwachting van een verdere digitalisering wordt daaronder momenteel een aangetekende brief of een afgifte tegen ontvangstbewijs verstaan (zie omschrijving in art. I 2, 28°).[34]

    Krachtens artikel 14 § 3, 2° van het opgeheven[32] APKB mag de ambtenaar zich in elke stand van de tuchtprocedure door een verdediger van zijn keuze laten bijstaan.

    Hier wordt niet alleen bijstand voorzien, maar ook vertegenwoordiging door een raadgever; hierdoor wordt vermeden dat het verhoor bij gewettigde verhindering van de ambtenaar niet zou kunnen plaatsvinden.

    Het tuchtdossier kan o.m. ook reeds klachten op voorhand van een burger bevatten.

    De ambtenaar en/of zijn raadgever beschikt over een termijn van ten minste vijftien kalenderdagen na de oproeping voor de inzage van het dossier.[9]

    De datum van horen kan dus pas na uitputting van de termijn van inzage vastgelegd worden.

    § 2. Onder proces-verbaal wordt geen weergave van de inhoud van de vergadering verstaan doch enkel een verslag over wie verschenen is, waar ... m.a.w. een korte notulering van feiten.

    Aangezien het proces-verbaal slechts een summiere aanduiding geeft wordt een procedure van schriftelijk verweer ingesteld.

    Toelichting bij Art. VIII 11

    De tuchtstraf wordt aangezegd door een beveiligde zending. In afwachting van een verdere digitalisering wordt daaronder momenteel een aangetekende brief of een afgifte tegen ontvangstbewijs verstaan (zie omschrijving in art. I 2, 28°).[34]

    In deze termijn van 20 kalenderdagen is de termijn van 15 kalenderdagen uit art. VIII 10, § 2 inbegrepen.[9]

    De motivering wordt hoe dan ook vereist, ongeacht of de tuchtstraf overeenstemt met het voorstel of niet.

    Een beroep tegen de tuchtstraffen afzetting en ontslag van ambtswege werkt opschortend (anders zou betrokkene al uit dienst zijn, vooraleer een eventuele andersluidende definitieve uitspraak kan genomen worden). Maar tevens wordt bepaald dat de ambtenaar in deze gevallen wel van rechtswege wordt geschorst in het belang van de dienst. Bij andere tuchtstraffen schort het beroep de uitwerking ervan niet op.

    Toelichting bij Art. VIII 12

    Ofschoon de uitwerking van de andere tuchtstraffen (dan afzetting en ontslag van ambtswege) door beroep niet opgeschort worden en dus toegepast worden, zijn ze pas definitiefnadat de bevoegde overheid haar beslissing na beroep heeft meegedeeld door een beveiligde zending (zie omschrijving in art. I 2, 28). In afwachting van een verdere digitalisering wordt daaronder momenteel een aangetekende brief of een afgifte tegen ontvangstbewijs verstaan.[34]

    Toelichting bij Art. VIII 13

    De ambtenaar kan een beroep aanhangig maken door een rechtstreekse indiening van het beroepschrift bij de raad van beroep.

    De Raad van State stelt in zijn vaste rechtspraak dat, behoudens een andersluidende uitdrukkelijke bepaling, wanneer een besluit ter kennis wordt gebracht met een aangetekende brief, de kennisgeving wordt geacht te zijn gebeurd, niet bij de verzending van de aangetekende brief (één van de mogelijke wijzen van een beveiligde zending)[34], maar bij ontvangst ervan.

    De startdatum voor het tuchtberoep is de dag van ontvangst. De termijn gaat de daaropvolgende dag in.

    Gemotiveerd of met redenen omkleed houdt dus meer in dan de loutere mededeling dat men in beroep gaat.

    Toelichting bij Art. VIII 14

    De termijn van 1 maand vraagt een snelle reactie van de overheid omdat het administratief dossier moet opgevraagd worden en de raad nominatief moet samengesteld worden.

    De raad moet binnen de maand beraadslagen, doch niet noodzakelijk beslissen. Het kan immers gebeuren dat een zaak wordt voortgezet, bijvoorbeeld om bijkomende inlichtingen in te winnen.

    De overheid moet (ingevolge een uitspraak van de Raad van State) steeds de gelegenheid geven aan de ambtenaar om zijn verdedigingsmiddelen uiteen te zetten. Derhalve vervalt een vorige bepaling die voorzag dat indien de overheid niet binnen de vastgestelde termijn beraadslaagde dit als een gunstig advies voor de ambtenaar beschouwd werd. Er wordt van uitgegaan dat de overheid vandaag deze incentive om tijdig te vergaderen niet meer nodig heeft, maar dat het inherent is aan de goede werking.

    Toelichting bij Art. VIII 15

    Een volledig dossier impliceert dat ook het aantal stemmen voor of tegen van het advies vermeld wordt, al is dit louter informatief. Ook hier zal uit de werkorganisatie blijken of afgesproken worden wie de chef van de uitsprekende chef (in eerste instantie) is.

    Zie ook de regel inzake eenparige beraadslaging en beslissingsbevoegdheid in artikel I 9.

    Toelichting bij Art. VIII 16

    De beslissing van de bevoegde overheid na beroep wordt binnen twee werkdagen meegedeeld aan de betrokken ambtenaar door een beveiligde zending (zie omschrijving in art. I 2, 28°).. In afwachting van een verdere digitalisering wordt daaronder momenteel een aangetekende brief of een afgifte tegen ontvangstbewijs verstaan.[34]

    naar boven

    Hoofdstuk 3. Algemene kenmerken van de tuchtprocedure

    Toelichting bij Art. VIII 17

    eerste lid = artikel 14, § 3, 8° van het opgeheven[32] APKB

    Het tweede lid maakt het onderscheid t.o.v. het eerste lid tussen nieuwe feiten die in de loop van de procedure aan het licht komen en verschillende feiten die terzelfdertijd tot één procedure aanleiding geven.

    Toelichting bij Art. VIII 18

    = artikel 14 § 3, 5° van het opgeheven[32] APKB
    De woorden "gesanctioneerde feiten" staan los van artikel VIII 21 - tweede lid dat naast een strafprocedure een tuchtprocedure mogelijk maakt voor dezelfde feiten.

    Toelichting bij Art. VIII 19

    = artikel 14 § 3, 9° van het opgeheven[32] APKB, doch wat het eerste lid betreft aangepast aan de procedure van dit besluit (zie opmerking Raad van State sub artikel VIII 9).

    Wanneer de raad van beroep unaniem beslist heeft dat de tuchtstraf ongegrond is, kan de raad van beroep beslissen om een lichtere tuchtstraf toe te kennen. Indien de Raad van Beroep in dat geval niet unaniem beslist om een lichtere tuchtstraf toe te kennen dan betekent dit dat er geen tuchtstraf wordt toegekend.[6]

    Deze beslissing vereist eveneens unanimiteit.[6]

    Toelichting bij Art. VIII 20

    Tot voor de wijziging van artikel VIII 20 had de bepaling dat de strafvordering de tuchtprocedure en de tuchtuitspraak schorst tot gevolg dat de overheid vaak jaren moet wachten op het resultaat van de strafrechtelijke procedure, zelfs in de gevallen waar de schuld van de ambtenaar vaststaat (bijvoorbeeld omwille van betrapping op heterdaad of bekentenissen door de ambtenaar). In sommige gevallen laat de strafrechtelijke uitspraak zolang op zich wachten dat de ambtenaar ondertussen met pensioen is, en daardoor niet meer tuchtrechterlijk kan worden gesanctioneerd (enkel t.a.v. een ambtenaar in actieve dienst kan een tuchtstraf worden opgelegd) waardoor een gvoel van straffeloosheid ontstaat.
    De overheid beschikt weliswaar over de mogelijkheid om bij wijze van ordemaatregel de betrokken ambtenaar te schorsen in het belang van de dienst, maar moet zelfs in dat geval minstens nog 80% van het salaris betalen (in toepassing van artikel IV 9 van het VPS mag de inhouding van salaris bij schorsing in het belang van de dienst immers niet meer bedragen dan één vijfde van de nettobezoldiging), en dat terwijl geen prestaties worden verricht door de geschorste ambtenaar.[26]

    Ingevolge de wijziging van artikel VIII 20 waarbij de strafvordering niet meer automatisch de tuchtprocedure en de tuchtuitspraak schorst, beschikt de tuchtoverheid voortaan over een discretionaire bevoegdheid: zij kan in beginsel zelf beslissen of zij al dan niet wacht op het resultaat van de strafrechtelijke procedure. Bij het nemen van deze beslissing is de tuchtoverheid gebonden door het beginsel van behoorlijk bestuur van de zorgvuldigheid en kan ze bijgevolg slechts een tuchtstraf opleggen voor feiten die afdoende bewezen zijn.[26]

    De wijziging heeft voor gevolg dat wanneer er duidelijke aanwijzingen van schuld zijn (bijvoorbeeld omwille van betrapping op heterdaad, getuigenverklaringen of bekentenissen van de ambtenaar) de tuchtoverheid kan beslissen niet langer de strafrechtelijke uitspraak af te wachten en toch reeds een tuchtstraf kan uitspreken.[26]

    Dit artikel is niet van toepassing op tuchtprocedures die opgestart zijn vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel (10 dagen na publicatie BVR 23/05/2014 in Belgisch Staatsblad).[26]

    Als de tuchtoverheid beslist toch de strafvordering af te wachten, moet het feit in beide procedures[26] (straf- en tuchtvordering) op dezelfde wijze omschreven worden. De kwalificatie in de strafprocedure zal derhalve moeten opgevraagd worden.

    De volgorde in een strafprocedure ziet er als volgt uit:

    - het opsporingsonderzoek: de officieren en de agenten van gerechtelijke politie sporen strafbare feiten op en brengen deze ter kennis van het openbaar ministerie.
    Het openbaar ministerie beslist tot strafvervolging of seponering;
    - de strafvordering: wordt inwerking gesteld wanneer het openbaar ministerie vervolgt; de rechterlijke macht wordt er bij betrokken. Het is dus de eis tot straf;
    - de strafvervolging: het in werking stellen of uitoefenen van de strafvordering;
    - het gerechtelijk straf- of vooronderzoek: onderzoek dat door de onderzoeksrechter wordt verricht na de uitoefening of het inwerking stellen van de strafvordering.

    Het initiatief van een tuchtstraf berust, los van de strafrechtelijke veroordeling, bij de administratieve verantwoordelijken die in dit besluit bevoegd gemaakt worden om een tuchtstraf voor te stellen of uit te spreken.

    De tuchtprocedure wordt wel[26] geschorst in de gevallen bepaald door artikel 32tredecies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (laatst gewijzigd door de wet van 28 februari 2014) d.w.z. wanneer de ambtenaar een verzoek tot formele psychosociale interventie heeft ingediend voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk. De ambtenaar is beschermd tegen ontslag, behalve om redenen die vreemd zijn aan de klacht, gedurende 12 maanden vanaf de indiening van de formele klacht. De bewijslast berust bij de werkgever die moet aantonen dat de redenen voor het ontslag geen verband houden met de klacht.
    De bescherming is dus niet absoluut.

    Toelichting bij Art. VIII 21

    § 1-2. Ter uitvoering van artikel 17bis van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst en het protocol tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse Ombudsdienst tot regeling van de bescherming van de klokkenluiders wordt voorzien in een automatische schorsing van de tuchtprocedure(s) (een beschermingsmaatregel, die expliciet is opgenomen in artikel 17bis van het Ombudsdecreet). T.a.v. de schorsing van tuchtprocedures, begint de beschermingsperiode - in afwijking van de algemene regeling, bepaald in artikel II 4, § 1 - te lopen vanaf het verzoek van de ambtenaar om onder de bescherming van de Vlaamse Ombudsman te worden geplaatst. Vanaf deze datum worden alle tegen de ambtenaar lopende tuchtprocedures automatisch opgeschort tot na het onderzoek door de Vlaamse Ombudsman. Ook de tuchtprocedures die tijdens de beschermingsperiode zouden worden opgestart, worden onmiddellijk opgeschort tot na het onderzoek door de Vlaamse Ombudsman. Dit impliceert dat de Vlaamse Ombudsman bij de ambtenaar informeert of er tegen hem een tuchtprocedure loopt.

    De Vlaamse Ombudsman onderzoekt of de tuchtprocedure een mogelijk verband heeft met de melding van de onregelmatigheid. Ook in het raam van dit onderzoek door de Vlaamse Ombudsman komt het aan de bevoegde overheid toe het bewijs te leveren dat er geen verband is tussen de tuchtprocedure en de melding van de onregelmatigheid.

    § 3. Als de Vlaamse Ombudsman na afloop van het onderzoek van oordeel is dat er geen verband is tussen de tuchtprocedure en de melding van de onregelmatigheid, kan de bevoegde overheid de tuchtprocedure verder zetten.

    Ook indien de Vlaamse Ombudsman besluit tot de onmiddellijke opheffing van de bescherming, kan de tuchtprocedure worden verder gezet (§ 5).

    § 4. Indien hij echter tot de bevinding komt dat er een mogelijk verband is, zal de Vlaamse Ombudsman aan de bevoegde overheid vragen om de tuchtprocedure te beëindigen.  

    De bevoegde overheid moet binnen een termijn van 20 werkdagen na ontvangst van het verzoek aan de Vlaamse Ombudsman meedelen of zij al dan niet akkoord gaat met het verzoek.

    Als de bevoegde overheid niet akkoord gaat of niet antwoordt binnen de gestelde termijn of geen uitvoering geeft aan het verzoek, brengt de Vlaamse Ombudsman hierover verslag uit bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken. Deze minister zal dan in overleg met de functioneel bevoegde Vlaamse minister zo spoedig mogelijk een standpunt bepalen t.a.v. de door de Vlaamse Ombudsman voorgelegde problematiek en de Vlaamse Ombudsman en de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling waartoe de ambtenaar behoort, hiervan in kennis stellen.

    Dit standpunt heeft een advieswaarde en kan niet in de plas treden van de tot beslissen bevoegde overheid.

    In het geval de bevoegde overheid geen uitvoering geeft aan het verzoek van de Vlaamse Ombudsman, zal deze maar kunnen reageren als de ambtenaar de Vlaamse Ombudsman hiervan op de hoogte brengt.

    § 5. Geen commentaar.

    Toelichting bij Art. VIII 22

    Overeenkomstig artikel 14, § 3 van het opgeheven[32] APKB stelde[32] het eerste lid de termijn van verjaring van de feiten die aanleiding kunnen geven tot een tuchtvordering vast op 6 maanden na de vaststelling (dus ongeacht het tijdstip waarop ze zich hebben voorgedaan).

    De aantekeningen in het persoonlijk dossier kunnen zonder tijdsbeperking in aanmerking genomen worden voor het bepalen van de aard van de tuchtstraf.

    De bepaling in het derde lid dat de verjaringstermijn van 6 maanden in geval van strafrechtelijke vervolging van dezelfde feiten begint te lopen de dag dat de tuchtoveheid in kennis wordt gesteld van het resultaat van de strafrechtelijke procedure, wordt opgeheven ingevolge de wijziging van artikel VIII 20. Voortaan beschikt de tuchtoveheid overeen discretionaire bevoegdheid: zij kan in beginsel zelf beslissen of zij al dan niet wacht op het resultaat van de strafrechtelijke procedure. Bij het nemen van deze beslissing is de tuchtoverheid gebonden door het beginsel van behoorlijk bestuur van de zorgvuldigheid en kan ze bijgevolg slechts een tuchtstraf opleggen voor feiten die afdoende bewezen zijn.[26]

    Dit artikel is niet van toepassing op tuchtprocedures die opgestart zijn vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel (10 dagen na publicatie BVR 23/05/2014 in Belgisch Staatsblad).[26]

    * * *

    Dat een tuchtstraf in het personeelsdossier wordt opgenomen, is niet alleen logisch maar is tevens een aspect van samenstelling van dit dossier, dat door de personeelsfuncties onderling kan afgestemd worden. Bovendien blijkt de opname onrechtstreeks uit art. VIII 24.

    * * *

    Toelichting bij Art. VIII 23

    De maand augustus wordt als vakantiemaand gekwalificeerd in de tuchtprocedure (zoals trouwens reeds gebruikelijk bij de Vlaamse overheid voor de syndicale onderhandelings- en overlegprocedures). En vermits de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid principieel vakantie hebben in de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar, is het logisch dat de termijnen die gelden in de tuchtprocedures, ook tijdens die periode worden opgeschort.

    naar boven