chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel VIII. Tuchtregeling - Titel 3

    Titel 3. De doorhaling van de tuchtstraffen

    Toelichting bij Art. VIII 24

    Overeenkomstig artikel 14, § 3 van het opgeheven[32] APKB bepaalde[32] dit artikel de termijnen en gevolgen van de doorhaling van een tuchtstraf.

    § 1. Uiteraard kunnen wegens hun aard (de betrokkenen zijn uit dienst) de 2 hoogste tuchtstraffen (ambtshalve ontslag en afzetting) niet doorgehaald worden.
    Onverminderd de uitvoering van de straf heeft de doorhaling tot gevolg dat met de doorgehaalde tuchtstraf op geen enkele wijze meer rekening mag gehouden worden na de bepaalde termijn, inzonderheid bij de appreciatie van de loopbaanaanspraken van de ambtenaar.

    Volgens de (niet betwiste) rechtspraak van de Raad van State kan in bepaalde omstandigheden nog rekening worden gehouden met een doorgehaalde tuchtstraf, meer bepaald als strafverzwarend element bij nieuwe tuchtfeiten. Ook zonder enig verband tussen de in het verleden gepleegde en de nieuwe tuchtfeiten, oordeelde de Raad van State dat een doorgehaalde tuchtstraf in aanmerking kan worden genomen om de strafmaat te bepalen; het tuchtrechtelijk verleden is immers een strafverzwarende omstandigheid. Deze rechtspraak is volstrekt verenigbaar met het doel van de doorhaling. Enkel een personeelslid dat zich herpakt en geen nieuwe tuchtfeiten pleegt, kan erop rekenen dat de doorgehaalde tuchtstraf hem geen parten meer speelt. Een personeelslid dat nieuwe tuchtfeiten pleegt, moet hiervoor kunnen worden gestraft rekening houdend met het tuchtverleden.

    Rekening houdend met deze rechtspraak van de RVS is het aangewezen om de doorgehaalde tuchtstraf toch te bewaren in het persoonlijk dossier, doch uitsluitend met het oog op de beoordeling en bestraffing van nieuwe tuchtfeiten.

    § 2. geeft een opsomming van de termijnen van doorhaling:

    - blaam: 1 jaar
    - inhouding van salaris: 2 jaar
    - tuchtschorsing: 3 jaar
    - lagere inschaling en terugzetting in graad: 4 jaar

    naar boven