chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen - Titel 1

    Titel 1. Algemene bepalingen

    Toelichting bij Artikel X 1-2

    Er worden in dit besluit twee administratieve toestanden erkend, namelijk de dienstactiviteit, die de regel is, met principieel behoud van de administratieve en geldelijke aanspraken die in dit statuut voorzien worden en de non-activiteit met principieel verlies van deze aanspraken.

    Nochtans kunnen sommige elementen in de hiervoor gegeven algemene definitie van de twee administratieve toestanden afwijkend bepaald worden. Bij dienstactiviteit verliest men bijvoorbeeld het recht op salaris bij o.a. zorgkrediet, onbetaald verlof,[37] staking of werkonderbreking.

    De gevolgen van de 2 administratieve toestanden kunnen zoveel als mogelijk gelijklopend bepaald worden voor de ambtenaar en het contractueel personeelslid (art. X 2). Voorheen waren de toestanden "dienstactiviteit" en "non-activiteit" niet gedefinieerd voor het contractueel personeelslid, zodat deze begrippen inhoudelijk dienen doorvertaald.

    Voor het contractueel personeelslid zijn de loopbaanaanspraken beperkt tot het recht op mededinging, zoals bepaald in dit statuut, voor een vaste betrekking van een gelijkwaardige functie via horizontale mobiliteit (dus geen andere loopbaanaanspraken zoals voor de ambtenaar).[2]

    Niet alle contractuelen hebben een functionele loopbaan (meerdere salarisschalen). Dit artikel creëert geen nieuwe rechten voor bevordering in salarisschaal, maar gaat uit van het bestaande geldelijk statuut waarbij aan sommige betrekkingen meerdere salarisschalen gekoppeld zijn en aan andere niet.

    * * *

    In dit besluit worden de verloven per soort gegroepeerd voor de gebruiksvriendelijkheid van het personeelslid.
    Deze groepering geldt ook voor het contractueel personeelslid in de mate dat het aanspraak kan maken op een bepaald soort verlof of onderworpen kan worden aan een bepaalde maatregel (zie terminologie per titel).

    De groepering per administratieve toestand ziet er als volgt uit:

    1. Dienstactiviteit
      - jaarlijkse vakantiedagen en feestdagen (inclusief compensatiedagen);
      - moederschapsrust[9];
    - vaderschaps- en meemoederschapsverlof[9];
    - opvangverlof;[37]
    - pleegzorgverlof;[37]
      - ziekteverlof en deeltijdse prestaties wegens ziekte;
      - verlof voor deeltijdse prestaties (zowel het recht gedurende 60 maanden, het recht vanaf 55 jaar en het verlof gelijkgesteld met een gunst);[37]
      - federale zorgverloven (op voorwaarde dat een personeelslid recht heef tp een uitkering);[37]);
    - zorgkrediet (op voorwaarde dat een personeelslid recht heef top een uitkering);[37]
      - verlof voor tewerkstelling bij een andere werkgever:
        . ambt bij kabinet; 
        . opdracht;
        . terbeschikkingstelling van het Hof;
        . ambt bij erkende politieke groep;
      - vormingsverlof en dienstvrijstelling voor vorming (per beleidsdomein));
      - omstandigheidsverlof;
    - geboorteverlof;[37]
      - onbetaald verlof;[37]
      - schorsing in het belang van de dienst;
      - verlof voor militaire of burgerdienst: militaire of burgerlijke prestaties in vredestijd (ook wederoproepingen) wat betreft gedeelten van kalendermaanden;
      - verlof om in vredestijd als vrijwilliger prestaties te verrichten bij het korps voor burgerlijke veiligheid;
      - verlof voor profylaxie (voorbehoedend verlof);
      - vakbondsverlof;
      - ziekteverlof n.a.v. arbeidsongeval, ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte;
      - politiek verlof;
      - georganiseerde werkonderbreking.
    - dienstevrijstelling;[37]
    - gestandardiseerd gunstverlof.[37]
           
    2. Non-activiteit
      - federale zorgverloven (zonder onderbrekingsuitkeringen);[37]
      - zorgkrediet (zonder onderbrekingsuitkeringen);[37]
      - ongewettigde afwezigheid (= afwezigheid zonder kennisgeving of toestemming);[37]
      - tuchtschorsing (doch met beperkt salaris)
    - politiek verlof van ambtswege in het kader van een parlementair mandaat of een mandaat in een regering of bij de Europese Commissie;[37]
      - verlof voor militaire of burgerdienst:
        . militaire dienstplicht (ook wederoproeping bij tuchtmaatregel) wat betreft de volle kalendermaanden;
        . vrijwillige prestaties (volle kalendermaanden);
        . reserveofficier (volle kalendermaanden).
           
    Het personeelslid op proef beschikt over volgende verloven. De opname van deze verloven met volle dagen heeft een pro rata verlenging van de proeftijd voor gevolg. De feestdagen, verlof tussen Kerst en nieuw, de dienstvrijstellingen en de inhaalrust vormen een uitzondering op de voormelde algemene regel en verlengen de proeftijd nooit[37]
    - jaarlijkse vakantiedagen en feestdagen (inclusief compensatiedagen);
    - moederschapsrust[9] (en vaderschaps- en meemoederschapsverlof[9]) en opvangverlof (= adoptie of pleegvoogdij);
    - pleegzorgverlof;[37]
    - verlof voor deeltijdse prestaties;[37]
    - omstandigheidsverlof;
    - geboorteverlof;[37]
    - ziekteverlof en deeltijdse prestaties wegens ziekte;
    - vermindering van de arbeidsduur in het kader van het zorgkrediet;[37]
    - een federaal zorgverlof;[37]
    - verlof om een ambt uit te oefenen bij een Vlaams ministerieel kabinet;
    - 20 dagen onbetaald verlof;[37]
    - dienstvrijstellingen;[37]
    - politiek verlof;[37]
    - de zgn. "federale" verloven:
      . verlof voor militaire of burgerdienst;
      . verlof om in vredestijd als vrijwilliger prestaties te verrichten bij het korps voor burgerlijke veiligheid;
      . verlof voor profylaxie (voorbehoedend verlof);
      . vakbondsverlof;
      . ziekteverlof n.a.v. arbeidsongeval, ongeval op weg naar en van het werk of een beroepsziekte;
    Personeelsleden op proef zijn wel uitgesloten van de volgende verloven. De langdurige afwezigheid die aan deze verloven gekoppeld is, gaat immers niet samen met de intensieve begeleiding en opvolging die aan een proeftijd verbonden is:[37]
    - voltijds;[37]
    - verlof voor tewerkstelling bij andere werkgever:
      . ambt bij kabinet (uitgez. bij een Vlaams ministerieel kabinet);
      . opdracht;
      . terbeschikkingstelling van de Koning;
      . ambt bij erkende politieke groep;
    - het jaar onbetaald verlof op te nemen gedurende de volledige loopbaan enhet jaar onbetaald verlof op te nemen vanaf de leeftijd van 55 jaar.[37]

    Toelichting bij Art. X 3

    De dienstactiviteit is de regel indien geen andere uitdrukkelijke bepaling het tegendeel beweert: zie bvb. schorsing in het belang van de dienst.

    Toelichting bij Art. X 4

    Deel X kent de term ‘ongewettigde afwezigheid” niet. Dit deel kent wel de term ‘afwezigheid zonder toestemming of geldige reden’. De dagen waarop een personeelslid afwezig is zonder toestemming of zonder geldige reden worden van rechtswege met non-activiteit gelijkgesteld. Door deze gelijkstelling ontvangt het personeelslid voor de desbetreffende dagen geen loon. Doordat de anciënniteiten in volle maanden worden uitgedrukt, heeft een dag afwezigheid zonder kennisgeving of toestemming ook het verlies van een volledige maand geldelijke en administratieve anciënniteiten voor gevolg.
    Een personeelslid dat afwezig is zonder toestemming of kennisgeving wordt hiervan en van de gevolgen ervan schriftelijk in kennis gesteld.[37]

    Overmacht is een geldige reden om een afwezigheid toch met dienstactiviteit gelijk te stellen.[37]

    Toelichting bij Art. X 5

    De regeling op grond waarvan een georganiseerde werkonderbreking gelijkgesteld wordt met dienstactiviteit, met verlies van loon, is geïnspireerd op het ondertussen opgeheven APKB dat een deelname aan een georganiseerde werkonderbreking slechts het verlies van salaris voor gevolg mag hebben.[32]

    Aangezien een stakingsdag, ofschoon onbezoldigd, geen verlofdag is, geeft hij ook geen aanleiding tot een vermindering van het jaarlijks vakantieverlof. 
    Staking is tevens een uitzondering op de periode van tien dagen ongewettigde afwezigheid die aanleiding geeft tot ontslag.

    Toelichting bij Art. X 6

    De meeste verloven worden toegestaan door de lijnmanager (=hoofd van het departement, IVA of EVA, secretariaatspersoneel strategische adviesraad en het Gemeenschapsonderwijs, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie).

    Met betrekking tot de verloven worden volgende elementen in het arbeidsreglement opgenomen:

    • de aanvraagprocedure en aanvraagtermijnen;
    • de opzegprocedure en opzegtermijnen;
    • het generiek toetsingskader dat toegepast moet worden als een personeelslid een gunstverlof aanvraagt.[37]

    In het model van arbeidsreglement werd bepaald dat de aanvraag-, opzegtermijnen en generiek toetsingskader die in dit document werden bepaald door de entiteiten, raden en instelling verplicht in hun arbeidsreglement moeten worden overgenomen.[37]

    Sommige verloven zoals verlof voor opdracht, kabinet en politieke groep worden toegestaan door de functionele minister. Het verlof wordt aangevraagd bij deze minister; terzelfdertijd wordt een afschrift van de aanvraag bezorgd aan de lijnmanager. De laatste bezorgt de functioneel bevoegde minister een advies.[37]

    Toelichting bij Art. X 7

    Er wordt een raambepaling gecreëerd om per beleidsdomein de functionele minister toe te laten omrekeningsregels te hanteren voor bepaalde personeelscategorieën en bepaalde verloven, meer bepaald omrekening van het aantal verlofdagen binnen een bepaalde verlofvorm in dagen en/of uren afwezigheid in dit specifieke arbeidsregime, zonder dat in voltijds equivalent de totale afwezigheid meer mag bedragen dan in een gewoon arbeidsregime. Hiermee wordt nu de beurtregeling van de loodsen met een algemene functie bedoeld.

    Voor de loodsen worden de vakantie- en feestdagen omgezet in beurtdagen o.b.v. de verhouding van het aantal beurtdagen tot het aantal gewone werkdagen berekend overeenkomstig een bepaalde formule.
    Volgens de 6/5 beurtregeling is het aantal beurtdagen verlof (jaarlijkse vakantie + feestdagen) gelijk aan 38 dagen per jaar. De omrekening betrof hier de volgende in werkdagen uitgedrukte verloven: vakantieverlof en feestdagen, omstandigheidsverlof, onbetaald verlof (20 werkdagen) en het ziektecontingent van 666 werkdagen.

    Toelichting bij Art. X 8

    Ingevolge de invoering van de vrijwillige vierdagenweek (cf. het sectoraal akkoord 1999-2000), wordt voorzien in een proportionele toekenning van de verloven. In het statuut wordt een algemene bepaling opgenomen waarin wordt bepaald dat voor de verloven die in werkdagen zijn uitgedrukt het personeelslid tewerkgesteld in de 4-dagenweek recht heeft op een equivalent van het in dit statuut voorzien aantal verlofdagen.

    De verloven uitgedrukt in werkdagen worden bijgevolg omgezet in uren X 7u36 en gedeeld door 9,5. Het gaat om:
    - vakantieverlof;
    - ziekteverlof;
    - omstandigheidsverlof;
    - 20 werkdagen onbetaald verlof;
    - politiek verlof (in de regel).

    De andere verloven uitgedrukt in maanden, weken of duur van de opdracht, blijven in geval van de 4-dagenweek ongewijzigd.

    Voorbeeld:
    Voor de berekening van het verlof wordt het aantal vakantiedagen (35) omgezet in uren en gedeeld door 9,30 (= het aantal uren per dag in een 4-dagenweek). Iemand die een volledig jaar in de 4-dagenweek werkt heeft recht op 28 verlofdagen (35 x 7,36/9,30 = 27,69 of afgerond 28).

    naar boven