chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen - Titel 14

    Titel 14. Overgangsbepalingen

    Toelichting bij Art. X 82

    Naargelang de herkomst van het personeelslid kende de invoering van het systeem van 666 werkdagen een verschillende ingangsdatum. Deze data blijven behouden voor de vaststelling van het opgebruikt "krediet":

    - ministerie van de Vlaamse gemeenschap: 1/1/1994 (= datum inwerkingtreding eerste VPS)
    - Vlaamse wetenschappelijke instellingen: 1/1/1994
    - Vlaamse openbare instellingen met vergelijkbaar personeelsstatuut: 1/1/1995
    - Export Vlaanderen: 1/10/2000
    - personeel overgeheveld vanuit Landbouw (federaal) naar het ministerie: [1/1/1994]

    Derhalve blijft het opgebouwde ziektekrediet vóór de inwerkingtreding van dit raamstatuut behouden.

    Toelichting bij Art. X 83

    Voor de loods met de algemene functie of met de functie van stuurman of kapitein van de loodsboot is verlof voor deeltijdse prestaties onder geen andere vorm mogelijk dan een vermindering van de prestaties tot 50% van de duur die normaal wordt opgelegd.
    Deze prestaties worden verricht door de loods met de algemene functie per volledige beurt van 6 werkdagen, en door de loods met de functie van stuurman of kapitein van de loodsboot per vaarbeurt van de kotter of de tender.

    Toelichting bij Art. X 84

    § 1. Bij gedwongen overgang naar privaatrechtelijke agentschappen binnen Beter Bestuurlijk Beleid wordt voor de ambtenaren het statuut van oorsprong behouden en wordt een terugkeerrecht voorzien gedurende 4 jaar via de techniek van mededinging met de normale procedures van de interne arbeidsmarkt (dus mee in aanmerking te nemen potentiële kandidaten) (bevordering en horizontale mobiliteit).

    Indien de ambtenaar het binnen een redelijke termijn gevraagd heeft (dus niet net vóór het verstrijken van de 4 jaar) en het niet gelukt is om terug te keren naar de diensten van de Vlaamse overheid via de geëigende procedures van de interne arbeidsmarkt, mag hij nochtans terugkeren na 4 jaar en krijgt hij bij voorrang een nieuwe betrekking via de herplaatsing.

    § 2. bv. personeel van de voormalige VOI, Vlaamse Milieumaatschappij ten behoeve van de NV Aquafin.

    Toelichting bij Art. X 85

    De nieuwe regeling geldt pas voor de verloven die toegekend worden vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Bestaande afspraken inzake (door)betaling (met of zonder terugvordering) blijven gelden.
    Dit betekent ook dat voor de lopende verloven voor opdracht van algemeen belang de tijdsbeperking van 4 jaar - die ingaat op datum van inwerkingtreding van dit besluit - niet geldt.

    Toelichting bij Art. X 86

    De 5 jaar onbetaald verlof wordt verminderd met de reeds opgenomen jaren gecontingenteerd verlof (5 jaar) (VPS, Stambesluit, PSWI,...).

    Toelichting bij Art. X 87

    Uiteraard kan het niet de bedoeling zijn net voor de inwerkingtreding van dit statuut nog (oude) verlofstelsels aan te vragen en toe te staan waarvan de aanvangsdatum na de datum van inwerkingtreding van dit besluit ligt.

    Toelichting bij Art. X 88

    De ambtenaren van minstens 50 jaar die destijds in toepassing van de toen geldende reglementering een schriftelijke verklaring hebben afgelegd tot voortzetting van hun deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan de pensioenleeftijd, beschikken over de mogelijkheid om deze verklaring in te trekken, zodat zij in het kader van het leeftijdsbewust personeelsbeleid de mogelijkheid hebben om bvb. opnieuw een voltijdse activiteit te hervatten.[4]

    Toelichting bij Art. X 89

    § 1. Het overgehevelde personeelslid dat op datum van overheveling een verlofstelsel geniet dat eveneens bij de Vlaamse overheid voorkomt, kan dit verlof verder blijven genieten na de overheveling tot de voorziene einddatum, ook in arbeidsregime dat niet bij de diensten van de Vlaamse overheid voorkomt. Dit geldt ook voor het personeelslid dat ingevolge de afslanking van de provincies vanaf 1 januari 2018 naar de DVO overgeheveld werd.[36] Zo kan een overgeheveld personeelslid dat bij de federale of provinciale[36] overheid geniet van verlof voor loopbaanonderbreking met 1/3 dit verlof verderzetten na de overheveling, niettegenstaande dit regime niet bestaat bij de DVO (enkel volledig, 1/2 en 1/5). Eens de voorziene einddatum van dit verlof bereikt is, kan enkel in een arbeidsregime gepresteerd worden dat wel bestaat bij de Vlaamse overheid.
    Inzake loopbaanonderbreking wordt bij de maximale termijn van 5 jaar voltijdse en 5 jaar deeltijdse loopbaanonderbreking[26] rekening gehouden met de loopbaanonderbreking die de overgehevelde ambtenaren reeds hebben opgenomen bij de federale overheid (toepassing van artikel X 28 §3 VPS).[14]

    Het overgehevelde personeelslid dat op het ogenblik van de overheveling geniet van een hem door de federale of provinciale[36] overheid toegekend verlof dat niet bestaat bij de diensten van de Vlaamse overheid, moet dit verlof op datum van de overheveling stopzetten. Het personeelslid dat bij de federale of provinciale[36] overheid bijvoorbeeld in toepassing van het KB van 10 april 1995 geniet van de vrijwillige vierdagenweek of halftijdse vervroegde uittreding, moet bijgevolg dit verlof stopzetten. Indien het ook bij de Vlaamse overheid 4/5 wil presteren moet het daartoe een verlofvorm aanwenden overeenkomstig het Vlaams personeelsstatuut.[14]

    § 2. De op 1 januari 2011 en 1 januari 2014[26] overgehevelde personeelsleden kunnen de niet opgenomen vakantiedagen bij de federale overheid niet overdragen naar de DVO. Eens in dienst bij de Vlaamse overheid geldt artikel X 9 (maximum 11 dagen opsparen).[14]

    § 3. Wat het vakantieverlof betreft wordt dezelfde regeling toegepast als bij de overheveling van de personeelsleden van de FOD Financiën in 2011 en de personeelsleden van de Nationale Plantentuin van België op 1 januari 2014. Dus geen overdracht van bij de federale of provinciale[36] overheid niet-opgenomen vakantiedagen.[30]

    § 4. Bepaalde personeelsleden waren genoodzaakt te werken tussen Kerstmis 2014 en Nieuwjaar 2015. De vervangende vakantiedagen die zij daardoor verwierven konden logischerwijze niet meer opgenomen worden bij de federale overheid aangezien zij met ingang van 1 januari 2015 overgedragen werden naar de DVO. De alzo opgebouwde vervangende vakantiedagen kunnen zij opnemen bij de DVO.[30]

    § 5. Met paragraaf 5 van dit artikel wordt een praktijk verankerd die conform de toelichting bij artikel X 82 VPS sinds Lambermont wordt toegepast. Deze praktijk houdt in dat op het ziektecontingent van de overgedragen ambtenaren de dagen ziekteverlof en disponibiliteit wegens ziekte die zich sinds 1 januari 1994 voordeden, worden aangerekend. Het ziekteverlof dat men in de hoedanigheid van contractueel personeelslid opnam, wordt niet op de statutaire ziektecontingenten aangerekend.[30]

    Ook de wijzigingen aan de federale pensioenreglementering wat betreft het contin-gent van ziektedagen na de leeftijd van 62 jaar vanaf 1 juli 2016 worden opgeno-men in de overgangsregeling voor de ambtenaren die overgeheveld worden naar de Vlaamse overheid.[34]

    § 6. Opdat een contractueel personeelslid met arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur of met een vervangingsovereenkomst recht zou hebben op verlof voor deeltijdse prestaties of op onbetaald verlof moet het twee jaar ononderbroken in dienst zijn bij de diensten van de Vlaamse overheid.[37]

    Voor de berekening van de hoger vermelde twee jaar zal voor personeelsleden met een overeenkomst voor bepaalde duur of met een vervangingsovereenkomst die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies worden overgeheveld ook rekening worden gehouden met de tewerkstelling bij de provincies. Hierdoor zullen ze geen twee jaar effectief moeten werken voor de diensten van de Vlaamse overheid vooraleer ze recht hebben op één van de voormelde verloven.[37]

    Toelichting bij Art. X 90

    Om te vermijden dat overgehevelde ambtenaren voor wie door de federale overheid bij de federale of provinciale[36] medische dienst bevoegd voor de definitieve ongeschiktverklaring een procedure gestart is tot definitieve medische ongeschiktverklaring, na de overheveling een termijn van 666/222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte moeten doorlopen opdat een nieuwe procedure tot medische ongeschiktverklaring kan opgestart worden, wordt bepaald dat voor deze ambtenaren de lopende procedure wordt verder gezet. Dit kan dus tot gevolg hebben dat een eventuele beslissing tot definitieve ongeschiktverklaring uitwerking heeft vóór de termijn vermeld in artikel X 20 (666 dagen) en artikel XI 7 (222 dagen ziekte boven de leeftijd van 60 jaar). Indien er toch geen beslissing tot definitieve ongeschiktheid genomen wordt, gebeurt de inschakeling in de ziekteregeling van de DVO (666/222) volgens de normale regeling (het ziekteverlof dat werd opgenomen sinds 1 januari 1994 bij de federale of provinciale[36] overheid wordt aangerekend op het ziektecontingent bij de diensten van de Vlaamse overheid).[26]

    Toelichting bij Art. X 91

    Aan de ambtenaren van de SALV , die ingevolge de inbedding van de SALV in de SERV ingevolge het decreet betreffende de hervorming van de strategische adviesraden , worden overgedragen naar de SERV (die niet behoort tot de interne arbeidsmarkt (= DVO) zoals omschreven in het VPS) wordt een terugkeerrecht toegekend naar de diensten van de Vlaamse overheid via de techniek van de mededinging met de normale procedures van de interne arbeidsmarkt (bevordering en horizontale mobiliteit). Voor de toepassing van deze procedures worden zij geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur.[32]

    Naast de in artikel X 91 geregelde mogelijkheid van de interne arbeidsmarkt beschikken de ambtenaren van de SALV die overgedragen worden naar de SERV (net zoals de ambtenaren van een aantal andere externe overheden) over de mogelijkheid om mee te dingen in procedures die aangeboden worden via de externe mobiliteit.
    Vanaf 1 juli 2016 wordt de procedure van aanwerving voortaan altijd gecombineerd met de procedure van externe mobiliteit. Dit betekent dat personeelsleden van de SERV (waaronder de personeelsleden van de SALV die werden overgedragen naar de SERV) telkens kunnen meedingen d.m.v. de procedure van externe mobiliteit zodra een vacature via werving wordt aangeboden. Zij kunnen bijgevolg meedingen voor selecties bij de diensten van de Vlaamse overheid zonder dat de lijnmanager hiertoe expliciet moet beslissen. Externe mobiliteit naar de graad van hoofd van het secretariaatspersoneel SAR bij de DVO is niet mogelijk omdat dit een functie van N-niveau is bij de DVO en externe mobiliteit niet van toepassing is op functies van N-niveau (art. VI 30bis).[32]

    Toelichting bij Art. X 92

    § 1 en 2.[37] Personeelsleden die op 1 september 2016 afwezig zijn als gevolg van een voltijdse of deeltijdse loopbaanonderbreking algemeen stelsel kunnen dit verlof verderzetten tot de voorziene einddatum. Als men nadien afwezig wenst te blijven dan kan dit niet meer via verlof voor loopbaanonderbreking. Men moet ofwel zorgkrediet, ofwel een ander verlof aanvragen.[33]

    Ook personeelsleden die op 1 september 2016 afwezig zijn als gevolg van een deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen kunnen hun verlof verderzetten. In tegenstelling tot nu kunnen ze vanaf 2 september 2016:

    - niet meer van opnamevorm veranderen;
    - hun deeltijdse loopbaanonderbreking niet tijdelijke zonder gevolgen stopzetten. Doen ze dit toch, dan kunnen ze later niet meer in de deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen instappen. Op deze regel bestaat wel één belangrijke uitzondering. Een personeelslid dat na 1.9.16 afwezig is als gevolg van deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen en dit verlof stopzet om palliatief verlof (in het kader van een federaal zorgverlof) op te nemen, kan na afloop van het palliatief verlof de deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen verderzetten.[33]

    § 3. In het kader van de zesde staatshervorming werden op 1 januari 2017 personeelsleden van de RVA overgeheveld naar de VDAB. Op het moment van de overdracht waren sommige van deze personeelsleden afwezig ten gevolge loopbaanonderbreking algemeen stelsel. Normaliter konden zij dit verlof na overdracht niet verderzetten, daar de diensten van de Vlaamse overheid dit verlof sinds 2 september 2016 niet langer kennen. Echter omdat deze personeelsleden zich in tegenstelling tot de personeelsleden van de DVO niet konden voorbereiden op het verdwijnen van de loopbaanonderbreking door het aanvragen van een ander verlof of door de loopbaanonderbreking voor 2 september 2016 aan te vragen, wordt er voor hen in een overgangsmaatregel voorzien. Hierdoor kunnen zij hun lopende loopbaanonderbreking na overdracht verderzetten. Deze overgangsmaatregel zal voor komende overdrachten niet gelden, daar deze personeelsleden nog voldoende tijd hebben om zichzelf voor te bereiden op de overdracht en om de nodige keuzes te maken.[37]

    Toelichting bij Art. X 93

    De verloven die lopen op het moment dat de hervormde verlofregeling inwerking treedt, blijven verderlopen conform de modaliteiten die golden bij toekenning ervan. Na afloop van het verlof is een verlenging mogelijk conform de modaliteiten die op het moment van de nieuwe aanvraag van kracht zijn. O.a. verloven voor deeltijdse prestaties en onbetaalde verloven (inclusief het ambtshalve onbetaald verlof) die effectief voor 1 januari 2018 zijn aangevat, blijven doorlopen t.e.m. de toegestane einddatum.[37]

    Toelichting bij Art. X 94

    § 1. Het ontwerpbesluit voorziet in een recht op 60 maanden verlof voor deeltijdse prestaties. Op deze 60 maanden wordt het volgende niet aangerekend:

    • het verlof voor deeltijdse prestaties dat de ambtenaar voor de inwerkingtreding van dit besluit effectief heeft opgenomen;
    • het verlof voor deeltijdse prestaties dat effectief aanving voor de inwerkingtreding van dit besluit en op 1 januari 2018 nog steeds loopt.[37]

    Door deze overgangsregeling wordt voor de berekening van de zestig maanden geen rekening gehouden met verlof voor deeltijdse prestaties dat werd opgenomen op grond van de regeling die gold voor 1 januari 2018. Het feit dat het verlof ook na 1 januari 2018 nog loopt is hierbij van geen belang. Op de 60 maanden wordt enkel het verlof voor deeltijdse prestaties aangerekend dat men vanaf 1 januari 2018 of daarna opnam op basis van de regeling die vanaf 1 januari 2018 zal gelden. Ieder personeelslid heeft hierdoor vanaf 1 januari 2018 recht op zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties.[37]

    Aangezien het verlof voor deeltijdse prestaties blijft doorlopen overeenkomstig de regeling die gold bij toekenning, zijn o.a. de volgende zaken mogelijk als het verlof voor 1 januari 2018 effectief is aangevat:

    • afwijken van de opname met volle maanden;
    • afwijken van het minimale prestatieregime van 50%;
    • afwijken van de verplichte prestatieregimes;
    • het verlof moet niet verplicht in het begin van de maand aanvatten;
    • als het verlof voor meerdere jaren is aangevraagd, dan is het mogelijk dat het verlof na verloop van tijd met non-activiteit wordt gelijkgesteld. Indien de periode van verlof voor deeltijdse prestaties die voor 1 januari 2018 werden opgenomen of die voordien effectief werden aangevat na 31 december 2017 zestig maanden bedragen, dan wordt het verlof vanaf de eenenzestigste maand met non-activiteit gelijkgesteld.[37]

    Personeelseden die na 31 december 2017 tijdens een lopend verlof van regime of opnamemodaliteiten willen veranderen moeten een nieuwe aanvraag indien. Deze nieuwe aanvraag valt onder de regels die gelden vanaf 1 januari 2018.[37]

    § 2. Het ontwerpbesluit voorziet in één jaar onbetaald verlof dat gedurende de volledige loopbaan kan worden opgenomen en één jaar dat vanaf de leeftijd van 55 jaar kan worden opgenomen. Het met volle maanden opgenomen onbetaald verlof dat voor de inwerkingtreding van de nieuwe regeling werd opgenomen, wordt aangerekend op het jaar dat men gedurende de volledige loopbaan kan opnemen en niet op het jaar dat men vanaf de leeftijd van 55 jaar kan opnemen. De reden voor dit laatste is het feit dat het recht op onbetaald verlof vanaf de leeftijd van 55 jaar een nieuwe verlofvorm is.[37]

    Contractuele personeelsleden kunnen in de huidige regeling twaalf aaneengesloten maanden onbetaald verlof opnemen. Neemt men evenwel niet alle twaalf in één keer op, dan is men de restant kwijt. Aangezien het contractueel personeel in de nieuwe regeling ook onbetaald verlof met losse maanden kan opnemen, wordt het verlof dat in het verleden werd opgenomen aangerekend op het loopbaancontingent, en wordt het verlof dat onder de oude regeling niet meer toegankelijk was, onder de nieuwe regeling terug toegankelijk. Bvb. een contractueel personeelslid dat onder de oude regeling acht maanden onbetaald verlof opnam, verloor de overige vier. In de nieuwe regeling worden de acht al opgenomen maanden aangerekend op de twaalf maanden loopbaancontingent en worden de vier onder de oude regeling verloren maanden terug toegankelijk.[37]

    Toelichting bij Art. X 95

    Indien de raad van beroep voor 1 januari 2018 een beroep tegen een gunstverlof nog niet heeft behandeld, dan wordt de behandeling van het beroep na 31 december 2017 verder gezet.[37]

    naar boven