chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel XI. Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging - APKB en aard tewerkstelling

    APKB[32]

    Door de inwerkingtreding op 1 juli 2014 van artikel 42, 3°, van de bijzondere wet van 6 januari 2014 ‘met betrekking tot de Zesde Staatshervorming’ is artikel 87, §4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 vervangen door een nieuwe tekst. Deze tekst bepaalt niet langer dat “de algemene principes het administratief en geldelijk statuut van het rijkspersoneel, die van rechtswege van toepassing zijn op het personeel van de gemeenschappen en de gewesten en van de ervan afhangende publiekrechtelijke rechtspersonen worden vastgesteld in een in de ministerraad overlegd koninklijk besluit.[32]

    Deze algemene principes werden neergeschreven in het APKB. Door de zesde staatshervorming verliest dit KB zijn bevoegdheidsverdelende macht en kunnen de Gemeenschappen en Gewesten maatregelen nemen die hiervan afwijken. Afwijkende maatregelen moeten wel steeds gepaard gaan met een opheffing van de relevante APKB bepaling(en). Dit moet omdat het APKB niet uit de rechtsorde verdwijnt.[32]

    Door het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de hervorming van de selectieprocedures en andere bepalingen, en tot opheffing van het APKB van 24 juni 2016 werd het APKB in zijn geheel opgeheven. De volledige opheffing van het APKB was, conform het advies 56.597/1/V van 2 september 2014 van de Raad van State inzake rechtszekerheid en rechtsduidelijkheid, de beste optie. De opheffing van het APKB genereert geen reglementair vacuüm.[32]

    Voor de komst van voormeld besluit waren onderstaande bepalingen van het APKB relevant voor de rechtspositie van de personeelsleden van de Vlaamse overheid:[32]

    Artikel 21
    "Niemand kan zijn hoedanigheid van ambtenaar verliezen vóór de normale leeftijd van inrustestelling, behalve in de gevallen bepaald door de pensioenwetgeving of dit besluit."

    Artikel 22
    "De afschaffing van de betrekking die de ambtenaar bekleedt, kan geen aanleiding geven tot het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar of tot ontslag.

    Het statuut bepaalt de procedure van reaffectatie van de ambtenaren wier betrekking wordt afgeschaft.

    De ambtenaar in reaffectatie behoudt zijn rechten op wedde en zijn loopbaanaanspraken; de periode van reaffectatie wordt in aanmerking genomen in de administratieve en geldelijke anciënniteit."

    Artikel 23
    "Ambtshalve en zonder opzegging wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar voor:

    1. de ambtenaar van wie de benoeming niet regelmatig is, op voorwaarde dat, met uitzondering van arglist of bedrog, die onregelmatigheid door de overheid die hem heeft benoemd is vastgesteld binnen de termijn bepaald voor het instellen van beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of, als een zodanig beroep is ingesteld, tijdens de procedure;
    2. de ambtenaar die niet meer voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarde, de ambtenaar die de burgerlijke en politieke rechten niet meer geniet, die aan de dienstplichtwetten niet meer voldoet of wiens medische ongeschiktheid behoorlijk werd vastgesteld;
    3. onverminderd artikel 18, [= georganiseerde werkonderbreking] de ambtenaar die zonder geldige reden zijn post verlaat en meer dan tien dagen afwezig blijft;
    4. de ambtenaar die zich in een geval bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging ten gevolge heeft;
    5. de ambtenaar die om tuchtredenen wordt ontslagen van ambtswege of afgezet."

    Artikel 24
    "Het statuut regelt de ambtsneerlegging ingeval van ontslag wegens definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid.

    Het bepaalt de procedure tot verklaring van beroepsongeschiktheid en de evaluatiecriteria. Het voorziet daarbij in een recht op beroep bij een commissie met ten minste adviesbevoegdheid opgericht overeenkomstig artikel 11, § 2, tweede lid. (= de bepalingen vermeld bij de evaluatie)

    Het bepaalt tevens de voorwaarden waaronder aan belanghebbenden een vergoeding kan worden verleend."

    Artikel 25
    "Geven tevens aanleiding tot ambtsneerlegging:

    1. het vrijwillig ontslag volgens de door het statuut bepaalde nadere regels;
    2. de inrustestelling."

    naar boven

    Onderscheid naar aard van het tewerkstellingsverband

    • Ambtenaren
      De ontslagregeling is naast de eenzijdige aanstelling en de tuchtregeling een essentieel verschillend element van rechtsbescherming van de vaste overheidswerknemer t.a.v. de privé-werknemer. De waarborgen waren grotendeels geregeld in het intussen opgeheven APKB[32] en dus in dit statuut opgenomen.
    • Contractuelen
      Het ontslagrecht voor contractuelen wordt beheerst door het arbeidsrecht, waarvan in het statuut niet kan worden afgeweken.
      Het arbeidsrecht voorziet slechts in een algemene opsomming van gevallen waarin de arbeidsovereenkomst een einde neemt; de gevallen waarin bij de overheid het ontslag plaats vindt, moeten binnen deze algemene beëindigingswijzen kunnen worden ondergebracht, en de ontslagwijze zelf moet in overeenstemming zijn met het arbeidsrecht.

      Wijzen waarop een arbeidsovereenkomst een einde neemt:
      - algemene wijzen waarop verbintenissen te niet gaan (contractenrecht);
      - afloop van de termijn;
      - voltooiing van het werk waarvoor het contract werd afgesloten;
      - door de wil van één der partijen, wanneer de overeenkomst voor onbepaalde tijd werd gesloten, of ingeval een dringende reden tot beëindiging voorhanden is;
      - door de dood van de werknemer;
      - door overmacht.

    Eénzijdige beëindiging door werknemer Eénzijdige beëindiging door werkgever Beëindiging in onderling akkoord Ontslag om dringende redenen door werkgever of werknemer
    contract voor onbepaalde duur contract voor onbepaalde duur indien terzake een akkoord wordt gesloten:  
    - ofwel opzeggingstermijn - ofwel opzeggingstermijn beëindiging van dag op dag zonder opzeggingstermijn geen opzeggingstermijn
    - ofwel verbrekingsvergoeding - ofwel verbrekingsvergoeding of verbrekingsvergoeding geen verbrekingsvergoeding
    contract voor bepaalde duur contract voor bepaalde duur    
    verbrekingsvergoeding verbrekingsvergoeding    

    Opmerkingen

    1. Het bereiken van de pensioenleeftijd vormt geen reden tot ontslag (art. 36 wet 03.07.78: nietig zijn de bedingen waarbij wordt bepaald dat het huwelijk, het moederschap of het bereiken van de wettelijke of pensioengerechtigde leeftijd een einde maken aan de overeenkomst).
    2. De termijnen die bij opzegging van een onbepaalde duurcontract moeten worden gerespecteerd, zijn verschillend naargelang de opzegging uitgaat van werknemer of werkgever, en afhankelijk van het jaarlijks loon en de anciënniteit.
    3. Er moet rekening gehouden worden met een aantal ontslagverboden (zwangerschap, militaire dienst, loopbaanonderbreking).
    4. Er zijn afwijkende regelingen naargelang het soort van contractueel (gewoon contractueel, GECO, doelgroepwerknemer, startbanen).
    5. Het ontslag wegens "onvoldoende" of wegens ziekte moet gegeven worden conform / binnen de arbeidsrechtelijke mogelijkheden.
    6. Voor CON is op basis van het statuut het ontslag mogelijk na 1 onvoldoende. Men kan het contract echter ook beëindigen onafhankelijk van de beoordeling die periodiek plaatsvindt.

    * * *

    Deel XI van het statuut kan dus alleen handelen over het verlies van de hoedanigheid en de ambtsneerlegging als ambtenaar. Overeenkomstig art. 9 § 4 van het intussen opgeheven APKB was[32] de ambtenaar in proeftijd onderworpen aan de artikelen betreffende het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging (vrijwillig ontslag en inrustestelling).

    naar boven