chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    BVR 20 april 2018

    Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft het optimalisatietraject functieclassificatie, geldelijke bepalingen en andere bepalingen

    DE VLAAMSE REGERING,

    Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 87, §1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, en §3, vervangen bij de wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014;

    Gelet op het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs, artikel 67, §2;

    Gelet op het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, artikel 5;

    Gelet op het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden, artikel 12, derde lid;

    Gelet op het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006;

    Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 7 juli 2017;

    Gelet op protocol nr. 370.1194 van 15 december 2017 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;

    Gelet op advies 62.822/3 van de Raad van State, gegeven op 13 februari 2018, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

    Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;

    Na beraadslaging,

    BESLUIT:

    Artikel 1. In artikel I 2 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede “(de strategische adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid)” en de woorden “en van de MORA” de zinsnede “, de SALV (Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij)” ingevoegd;

    2° in punt 22° wordt het woord “nog” opgeheven;

    3° in punt 22° wordt het woord “functieniveaumatrix” vervangen door het woord “functiematrix”;

    4° in punt 23° wordt het woord “functieniveaumatrix” vervangen door het woord “functiematrix”;

    5° in punt 24° wordt de zinsnede “een functiefamilieniveau, en dat bijgevolg de functie toewijst aan” opgeheven;

    6° in punt 24° wordt het woord “functieniveaumatrix” vervangen door het woord “functiematrix”;

    7° in punt 25° wordt het woord “functieniveaumatrix” telkens vervangen door het woord “functiematrix”, wordt het woord “functiefamilieniveaus” vervangen door het woord “functieklassen” en worden de woorden “worden de niveaus van de functiefamilies ten opzichte van elkaar geordend en worden ze gekoppeld aan een functieklasse” vervangen door de woorden “wordt een ordening aangebracht binnen en tussen functiefamilies door ze te koppelen aan functieklassen”;

    8° in punt 27° wordt het woord “functiefamilieniveaus” vervangen door het woord “functieklassen”;

    9° er worden een punt 29°, een punt 30° en een punt 31° toegevoegd, die luiden als volgt:

    “29° centrale wegingscommissie: het orgaan dat belast is met de weging van niet toewijsbare functies, samen te stellen uit drie leden, die worden gekozen uit een pool van specialisten in functieclassificatie die opgeleid zijn in de toegepaste analytische wegingsmethodiek;

    30° validatiecomité: orgaan, dat wordt samengesteld door het hoofd van de entiteit, raad of instelling, en dat:

    1. het voorstel levert voor de validering van de totaliteit van de wegingsresultaten van de entiteit, raad of instelling, alsook van de lijst met niet toewijsbare functies;
    2. in een gewijzigde samenstelling bij de behandeling van een intern beroep van een functiehouder, die het niet eens is met de inhoud van zijn functiebeschrijving, functiefamilie of functieklasse, de functiehouder hoort, en vervolgens aan het hoofd van de entiteit, raad of instelling, een gemotiveerd voorstel van beslissing bezorgt over de functiebeschrijving, functiefamilie en functieklasse waarin de functiehouder moet worden ingedeeld;

    31° externe systeemhouder: adviesbureau dat beschikt over een analytische wegingsmethode die door de centrale wegingscommissie wordt gebruikt voor het waarderen van niet toewijsbare functies.”.

    Art. 2. In artikel I 4, §3, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° het woord “functiefamilieniveaus” wordt vervangen door het woord “functieklassen”;

    2° de woorden “1 april 2018” worden vervangen door de woorden “een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum”.

    Art. 3. In artikel I 4bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in het eerste lid wordt het woord “functieniveaumatrix” vervangen door het woord “functiematrix”;

    2° in het eerste lid worden de woorden “31 december 2017” vervangen door de woorden “een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum”;

    3° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:

    “De functiehouder ontvangt een voorstel van functiebeschrijving, functiefamilie en functieklasse minimum 30 kalenderdagen vóór de validatie van de wegingsresultaten door het validatiecomité. De functiehouder of groep van functiehouders hebben het recht om hierover een overleg te hebben met de lijnmanager.

    Functiehouders binnen eenzelfde entiteit met een identieke functie ontvangen gelijktijdig hoger vermeld voorstel.”

    4° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt tussen de woorden “De totaliteit van de wegingsresultaten” en de woorden “wordt gevalideerd” de zinsnede “, alsook de lijst met niet toewijsbare functies,” ingevoegd;

    5° worden een vierde tot zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt:

    “Het hoofd van de entiteit, raad of instelling bezorgt de gevalideerde lijst met niet toewijsbare functies aan het Agentschap Overheidspersoneel, dat die functies vervolgens aan de centrale wegingscommissie voorlegt.

    De centrale wegingscommissie:

    1°      velt een oordeel over de functies. Als ze oordeelt dat de functies niet toewijsbaar zijn, maakt ze een analytische weging van de functies. Als ze oordeelt dat de functies toewijsbaar zijn, deelt ze de functies alsnog in met de organisatie-eigen wegingsmethodiek;

    2°      bezorgt binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de lijst met niet toewijsbare functies bij consensus een gemotiveerd wegingsvoorstel aan het hoofd van de entiteit, raad of instelling. Als de centrale wegingscommissie het advies van de externe systeemhouder wil inwinnen, kan de voormelde termijn van dertig kalenderdagen met maximaal veertien kalenderdagen worden verlengd.

    Het hoofd van de entiteit, raad of instelling valideert, op voorstel van het validatiecomité, het wegingsresultaat van de centrale wegingscommissie of motiveert in voorkomend geval waarom hij het wegingsvoorstel van de centrale wegingscommissie niet volgt.”.

    Art. 4. Artikel I 4ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt vervangen door wat volgt:

    “Art. I 4ter. § 1. Een functiehouder die het niet eens is met de inhoud van zijn functiebeschrijving, functiefamilie of functieklasse, kan binnen een termijn van dertig kalenderdagen die volgt op de datum waarop het hoofd van de entiteit, raad of instelling de vaststelling van de functiebeschrijving, functiefamilie en functieklasse aan de functiehouder heeft bekendgemaakt, vragen om daarover gehoord te worden door het validatiecomité.

    De functiehouder die vraagt om gehoord te worden, motiveert zijn verzoek.

    De functiehouder kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.

    De betrokken lijnmanager en de hr-verantwoordelijke of specialist van de centrale wegingscommissie die betrokken was bij het wegingsproces, mogen geen zitting hebben in het validatiecomité, maar ze kunnen wel worden gehoord. Het validatiecomité wordt verder aangevuld met een hr-verantwoordelijke of specialist uit de pool voor de centrale wegingscommissie, die niet behoort tot de entiteit, raad of instelling van de functiehouder.

    § 2. Het validatiecomité formuleert binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat de functiehouder is gehoord, een gemotiveerd voorstel van beslissing over de functiebeschrijving, functiefamilie en functieklasse waarin de functiehouder wordt ingedeeld.

    § 3. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling beslist binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de datum van de ontvangst van het voorstel van beslissing van het validatiecomité, in intern beroep over de functiebeschrijving, functiefamilie en functieklasse van de functiehouder.”.

    Art. 5. In artikel I 4quater, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° de zinsnede “, eerste lid,” en de zinsnede “en/of een functiefamilieniveau” worden opgeheven;

    2° de zinsnede “artikel I 4ter, §2, derde lid” wordt vervangen door de zinsnede “artikel I 4ter, §3”.

    Art. 6. Artikel I 4quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt vervangen door wat volgt:

    “Art. I 4quinquies. Voor de toepassing van artikel I 4ter wordt, voor wat de middenkaderfuncties betreft, het validatiecomité samengesteld uit een of meerdere leden van het managementorgaan van het betrokken beleidsdomein, waarbij de personen die bij de validatie van de wegingsresultaten adviseerden niet betrokken mogen worden.”.

    Art. 7. In artikel I 5, §2, van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:

    “Om voor herplaatsing in aanmerking te komen moet het contractuele personeelslid voldoen aan een van de volgende twee voorwaarden:

    1° werken met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur en niet geworven zijn in het kader van een uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoefte of in het kader van een vervangingsopdracht;

    2° werken met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur en zich bevinden in een re-integratietraject als vermeld in boek I, titel 4, hoofdstuk VI van de Codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017.”.

    Art. 8. In artikel I 14bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt de zinsnede “, het functiefamilieniveau” geschrapt.

    Art. 9. In artikel I 14quater, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, worden de woorden “het functiefamilieniveau en” en het woord “bijbehorende” geschrapt.

    Art. 10. In artikel I 14octies, §1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: “Het Selectiekwaliteitscomité adviseert de diensten van de Vlaamse overheid over de integriteit, deontologie en kwaliteit van het selectie- en herplaatsingsbeleid.”;

    2° het tweede lid wordt opgeheven.

    Art. 11. In artikel III 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden “universitair onderwijs en hoger onderwijs van twee cycli gelijkgesteld met universitair niveau” en de woorden “hoger onderwijs van één cyclus of daarmee gelijkgesteld onderwijs” opgeheven.

    Art. 12. In artikel III 13, tweede lid, van hetzelfde besluit worden tussen het woord “dienstaanwijzing” en het woord “begint” de woorden “of na deze overplaatsing via de horizontale mobiliteit” ingevoegd.

    Art. 13. Artikel III 24 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2015, wordt opgeheven. 

    Art. 14. In artikel V 44, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “,IV 6 en IV7” vervangen door de zinsnede “en IV 6”. 

    Art. 15. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt een artikel V 56sexies ingevoegd dat luidt als volgt:

    “Art. V 56sexies. Voor het personeelslid dat op 31 juli 2016 bij de entiteit Audit Vlaanderen als contractuele manager-auditor was tewerkgesteld, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als contractuele manager-auditor aangerekend op de schaalanciënniteit.”.

    Art. 16. In hoofdstuk 3 van titel 5 van deel V van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt artikel V 56septies vervangen door wat volgt:

    “Art. V 56septies. Voor de ambtenaar die op 31 juli 2016 was aangewezen in een IT-mandaat van rang A2A, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als IT-mandaathouder van rang A2A aangerekend op de schaalanciënniteit.”.

    Art. 17. Artikel V 56octies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt opgeheven.

    Art. 18. In artikel VI 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:

    “De gedeelten van maanden worden opgeteld en gevoegd bij het aantal volledige maanden op het moment van de berekening van de nuttige anciënniteit.”.

    Art. 19. In artikel VI 30bis, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2011 wordt de zinsnede “en van N-1 niveau” vervangen door de zinsnede “, van N-1 niveau, van preventieadviseur-coördinator en van preventieadviseur.”.

    Art. 20. In artikel VI 30ter, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007, vervangen bij het het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in punt 2°, c) wordt de zinsnede “het Universitair Ziekenhuis Gent,” opgeheven;

    2° in punt 3°, c) wordt de zinsnede “artikel 5 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen” vervangen door de zinsnede “artikel II 3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013”;

    3° in punt 3°, d) wordt de zinsnede “artikel 4 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen” vervangen door de zinsnede “artikel II 2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013”.

    Art. 21. In artikel VI 32 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, worden het eerste en het vijfde lid opgeheven.

    Art. 22. Artikel VI 37 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, wordt vervangen door wat volgt:

    “Art. VI 37. Kandidaten voor een bevorderingsbetrekking moeten voldoen aan al de volgende vereisten:

    1. ambtenaar zijn of contractueel personeelslid en geslaagd zijn voor een objectief wervingssysteem met algemene bekendmaking als vermeld in deel III, hoofdstuk 2, van dit besluit;
    2. geen laatste functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een “onvoldoende”;
    3. de vereisten voor de functie op de datum, vermeld in het selectiereglement.

    Om toegelaten te worden tot de proeftijd in de bevorderingsbetrekking moeten de geslaagden van de bevorderingsprocedure voldoen aan al de volgende vereisten:

    1. de vereisten vermeld in artikel VI 39 t.e.m. VI 46;
    2. zich in dienstactiviteit bevinden;
    3. geen ambtenaar op proef of contractueel personeelslid op proef meer zijn.”.

    Art. 23. In artikel VI 38 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 en 24 juni 2016, wordt het eerste lid opgeheven.

    Art. 24. In artikel VI 39, §3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt punt 4° opgeheven.

    Art. 25. Artikel VI 45 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 en 24 juni 2016, wordt opgeheven.

    Art. 26. In artikel VI 59, §2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, worden de woorden “de EVA Waterwegen en Zeekanaal” vervangen door de woorden “het agentschap De Vlaamse Waterweg nv.”

    Art. 27. In artikel VI 87 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014, worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt:

    “Voor de departementen, de IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid, de IVA’s met rechtspersoonlijkheid, de raden en de EVA’s, met uitzondering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, de Openbare Psychiatrische Zorgcentra Geel en Rekem en het Agentschap Plantentuin Meise bestaat er een GDPB. De andere diensten van de Vlaamse overheid, de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering en andere instanties binnen de Vlaamse overheidssector kunnen zich ook daarbij aansluiten.

    Elk EVA en elke instelling beschikt over een IDPB, tenzij ze zich aansluiten bij de GDPB.”.

    Art. 28. In artikel VI 89, §1, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, worden de woorden “en overplaatsing via de externe mobiliteit” opgeheven.  

    Art. 29. In artikel VI 94, §7, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014, worden de woorden “functionele minister voor het IVA met rechtspersoonlijkheid en de raad of de” opgeheven.

    Art. 30. Artikel VII 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014 en 27 januari 2017, wordt vervangen door wat volgt:

    “Art. VII 2. § 1. Voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit bij aanwerving en het opnemen van een nieuwe functie valoriseert de benoemende of indienstnemende overheid de ervaring uit de publieke sector, als begunstigde van een beurs bij een erkende onderwijsinstelling of openbare instelling, en de functierelevante ervaring uit de private sector of als zelfstandige.

    De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel beslist over het openbare karakter van de diensten of instellingen uit de publieke sector.

    § 2. De perioden van afwezigheid die overeenkomstig de in de betrokken dienst of instelling geldende regeling gelijkgesteld worden met dienstactiviteit, worden gelijkgesteld met ervaring als vermeld in paragraaf 1, eerste lid.

    § 3. Voor de valorisatie van ervaring uit de private sector of als zelfstandige:

    1° worden de volgende gebeurtenissen gelijkgesteld met aanwerving als vermeld in paragraaf 1, eerste lid:

    1. a) het personeelslid verandert van hoedanigheid binnen dezelfde entiteit;
    2. b) de arbeidsovereenkomst van het contractuele personeelslid wordt aangepast, op voorwaarde dat die contractwijziging via een objectieve selectie wordt doorgevoerd;

    2° komt voor de loodsen, de speciaal assistent met de functie van matroos of de functie van stoker, de schipper met de functie van bootsman of de functie van schipper, de motorist, de scheepstechnicus en de hoofdscheepstechnicus alleen de vaartijd die verworven is nadat het vereiste basisdiploma behaald is, voor valorisatie in aanmerking.

    § 4. Prestaties in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel VI 30ter, 3°, worden gevalideerd aan de hand van een attest, afgeleverd door het Departement Onderwijs en Vorming of door de desbetreffende onderwijsinstelling. Alleen de prestaties die verricht zijn als titularis van een bezoldigd ambt of die betaald zijn met een weddetoelage komen in aanmerking.

    De prestaties, vermeld op het attest, vermeld in het eerste lid, die in tienden zijn betaald, worden in aanmerking genomen volgens de volgende formule: het aantal dagen van een periode van prestaties wordt vermenigvuldigd met 1,2 en vervolgens gedeeld door 30. Het quotiënt, zonder rekening te houden met de cijfers na de komma, bepaalt het aantal maanden.

    § 5. Bij het opnemen van een nieuwe functie als vermeld in paragraaf 1, behoudt het personeelslid ten minste de ervaring uit de private sector of als zelfstandige die op dat ogenblik al gevaloriseerd is.”.

    Art. 31. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden een artikel VII 2bis tot en met VII 2sexies ingevoegd, die luiden als volgt:

    “Art. VII 2bis. Voor de periodieke salarisverhogingen tijdens de loopbaan in de functie komen alle perioden van dienstactiviteit in aanmerking.              

    Contractuele prestaties met een deeltijds contract komen in aanmerking volgens de prestatieregeling.

    Art. VII 2ter. § 1. De diensten die in aanmerking komen, worden berekend per kalendermaand.

    De duur van de gevaloriseerde prestaties in zowel de publieke als de private sector mag nooit meer bedragen dan de werkelijke duur van de gepresteerde diensten.

    § 2. In afwijking van paragraaf 1 komen de gepresteerde onvolledige kalendermaanden toch in aanmerking als de begindatum van de tewerkstelling vóór of op de 15de van de maand valt of als de einddatum op of na de 15de van de maand valt.

    Art. VII 2quater. Voor het personeelslid dat bevorderd is tot niveau A, wordt de geldelijke anciënniteit aangerekend vanaf de leeftijd van 23 jaar.

    Art. VII 2quinquies. Met behoud van de toepassing van artikel VII 2 tot en met artikel VII 2quater komen voor de geldelijke anciënniteit van een lid van het wetenschappelijk personeel ook de volgende opdrachten, prestaties en activiteiten in aanmerking:

    1°  een opdracht in het belang van het hoger onderwijs of van de wetenschap zonder salaris of in non-activiteit;

    2° prestaties als lid van het onderwijzend of wetenschappelijk personeel, met inbegrip van de vrijwillige assistenten, van een Belgische universiteit of van een daarmee wettelijk gelijkgestelde instelling of van een buitenlandse universiteit, waarvan de diploma's als gelijkwaardig erkend worden;

    3° de wetenschappelijke activiteiten van het personeelslid, als begunstigde van een bezoldiging, toelage of beurs die toegekend is door:

    1. a) een staat waarmee België, een gemeenschap of een gewest een cultureel, wetenschappelijk of technologisch akkoord of een culturele, wetenschappelijke of technologische overeenkomst heeft gesloten, in het kader van dat akkoord of die overeenkomst;
    2. b) de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek die erkend zijn door de Vlaamse Regering;

    4° de wetenschappelijke activiteiten bij een erkende wetenschappelijke instelling.

    De lijnmanager van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie kan ook de wetenschappelijke activiteiten van het wetenschappelijk personeelslid bij andere instellingen dan de instellingen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, valoriseren.

    Art. VII 2sexies. De deeltijdse prestaties die binnen de openbare dienst verplicht zijn in het kader van de stages van jongeren, komen met ingang van 1 januari 2007 in aanmerking voor de berekening van het salaris.

    De onvolledige prestaties tegen 80% die conform het koninklijk besluit nr. 259 van 31 december 1983 betreffende de duur der prestaties van de personeelsleden tijdens het eerste jaar van de indiensttreding als volledige prestaties beschouwd zijn, komen in aanmerking voor de berekening van het salaris.”.

    Art. 32. In artikel VII 12, §1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in punt 1° wordt de rij “nautisch directeur A241” opgeheven;

    2° in punt 4° wordt de rij “Vakantiewerker (hoofdmonitor kinderopvang) 80% van C111” opgeheven.

    Art. 33. In artikel VII 15 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 april 2011 en 21 februari 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:

    “De regeling, vermeld in het eerste lid, 1°, is niet van toepassing op de toelagen, vermeld in artikel VII 41, VII 56, VII 57, VII 124, §1, artikel VII 140, VII 141, VII 145, VII 145bis, VII 148, VII 179, VII 180 en VII 181.”.

    Art. 34. Aan artikel VII 21, §3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

    “Als de jonge werknemer uit dienst treedt vóór het einde van de referteperiode, wordt het vakantiegeld berekend naar rato van het aantal maanden effectieve tewerkstelling. Als de jonge werknemer vóór zijn indiensttreding bij een andere werkgever werkte, wordt het vakantiegeld verminderd met het bedrag dat hij bij die andere werkgever heeft ontvangen.”.

    Art. 35. In artikel VII 44bis, §4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, wordt het woord “functieniveaumatrix” vervangen door het woord “functiematrix”.

    Art. 36. In artikel VII 45, §2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 29 april 2011 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, worden de woorden “Intersectorale Toegangspoort” telkens vervangen door de woorden “Continuïteit en Toegang”.

    Art. 37. In artikel VII 51, §1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt de zinsnede “Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen” telkens vervangen door zinsnede “Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen”.

    Art. 38. In artikel VII 56, §1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt de zinsnede “agentschappen Waterwegen en Zeekanaal, De Scheepvaart” vervangen door de woorden “De Vlaamse Waterweg nv”.

    Art. 39. In artikel VII 71 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2015, wordt de zinsnede “- of staf” opgeheven.

    Art. 40. In artikel VII 73 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 1 februari 2013, wordt paragraaf 4 opgeheven.

    Art. 41. In artikel VII 90, §3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, 8 juni 2012 en 13 maart 2015, wordt het derde lid opgeheven.

    Art. 42. In artikel VII 91 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013, worden de woorden “Departement internationaal Vlaanderen” vervangen door de woorden “Departement Buitenlandse Zaken”.

    Art. 43. In artikel VII 92 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluiten van 29 mei 2009 en 27 januari 2017, wordt paragraaf 2 opgeheven.

    Art. 44. In artikel VII 98 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden “bij dienstorder” opgeheven.

    Art. 45. In artikel VII 109septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 december 2011 en 24 juni 2016, wordt paragraaf 3 opgeheven.

    Art. 46. In artikel VII 109octies, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013, worden de woorden “Vlaams ministerie Internationaal Vlaanderen” vervangen door de woorden “Vlaams ministerie van Buitenlandse Zaken”.

    Art. 47. In artikel VII 126, §2, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2011, wordt het woord “LNE” vervangen door het woord “Omgeving”.

    Art. 48. In artikel VII 164, §1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2012 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013, 21 februari 2014 en 24 juni 2016, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:

    “De compenserende toelage van 43 euro voor vastbenoemden en van 47,50 euro voor contractuelen blijft behouden voor de personeelsleden van de volgende agentschappen, op voorwaarde dat die personeelsleden er in dienst zijn getreden vóór 1 december 2012 en totdat het personeelslid de entiteit vrijwillig verlaat of ontslagen wordt:

    1° De Vlaamse Waterweg nv of één van zijn rechtsvoorgangers, namelijk Waterwegen en Zeekanaal NV of nv De Scheepvaart;

    2° Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (FIT), met uitzondering van de Vlaamse economische vertegenwoordigers en het ondersteunend personeel in het buitenland;

    3° Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;

    4° Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;

    5° Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;

    6° Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen.”.

    Art. 49. Bijlage 3 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt vervangen door bijlage 1 , die bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 50. Bijlage 4 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt vervangen door bijlage 2 , die bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 51. Bijlage 5 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2009 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, wordt vervangen door bijlage 3 , die bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 52. Bijlage 13 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt vervangen door bijlage 4 , die bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 53. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van goedkeuring ervan.

    Artikel 1, 1° heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.

    Artikel 1, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, artikel 2, 1°, artikel 3, 1°, artikel 5, 1°, artikel 8, artikel 9, artikel 35 en artikel 52, hebben uitwerking met ingang van 14 juli 2017.

    Artikel 2, 2° heeft uitwerking met ingang van 1 april 2018.

    Artikel 3, 2° heeft uitwerking met ingang van 31 december 2017.

    Artikel 20, 1°, artikel 26, artikel 38 en artikel 48, hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2018.

    Artikel 37 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2015.

    Artikel 42 en 46 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2017.

    Artikel 47 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2017.

    Art. 54. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, is belast met de uitvoering van dit besluit.

    Brussel, 20 april 2018

    De minister-president van de Vlaamse Regering,

    Geert BOURGEOIS

    De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,

    Liesbeth HOMANS