chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Analyse begrafenisvergoeding

    Ambtenaren bij de DVOPrivé-stelsel /contractuelen overheidGepensioneerde ambtenaren 

    1. Ambtenaren bij de DVO (artikel VII 92 e.v. VPS)

    Het VPS bepaalt in artikel VII 92 het volgende:
    "Art. VII 92. § 1. In geval van overlijden van een ambtenaar wordt een vergoeding uitgekeerd die overeenstemt met het geïndexeerde maandsalaris, in voorkomend geval verhoogd met de haard- en standplaatstoelage of de toelage hoger ambt.
    Vanaf 1 januari 2009 bedraagt de vergoeding maximaal 3.067,48 euro.
    § 2. Bij een wijziging van dit bedrag in de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 wordt het nieuwe maximumbedrag meegedeeld bij dienstorder."

    In uitvoering van deze paragraaf bedraagt het maximum geïndexeerd bedrag van de begrafenisvergoeding vanaf 1 januari 2013 € 3.410,60.

    Er zijn geen plannen om deze vergoeding af te schaffen.

    naar boven

    2. Privé-stelsel (contractuele personeelsleden van de overheid en werknemers private sector)

    De verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering voorzag voor loontrekkende in de private sector een begrafenisvergoeding van € 148,74. Deze vergoeding werd uitbetaald door de mutualiteiten.

    Deze vergoeding is geschrapt vanaf 2013 ingevolge een besparingsmaatregel van de federale regering.

    De schrapping gebeurde ingevolge wijziging van artikel 80 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, door artikel 55 van de programmawet van 27 december 2012 (B.S. 31 december 2012 – ed. 2.).

    naar boven

    3. Gepensioneerde ambtenaren (federale pensioenregeling overheidssector)

    Voor de langstlevende echtgenoot of de erfgenamen in rechte lijn is de vergoeding gelijk aan het laatste bruto maandbedrag van het rustpensioen maar beperkt tot € 2 557,95 vanaf 1 januari 2013 (wet van 30 april 1958 (1)).

    Voor de andere personen die de kosten van de begrafenis dragen is het bedrag van de vergoeding gelijk aan de werkelijk gedane kosten zonder voormeld maximum te overschrijden.

    Voor de financiering van de begrafenisvergoeding wordt 0,5% op het bruto geïndexeerd bedrag van het rustpensioen ingehouden.

    Op de vergadering van Comité A van 9 juli 2013 werd een voorontwerp van wet geagendeerd tot wijziging van de wet van 30 april 1958 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 254 en 255 van 12 maart 1936 waarbij eenheid wordt gebracht in het regime van de pensioenen der weduwen en wezen van het burgerlijk personeel en van de leden van het leger en van de rijkswacht, en tot instelling van een begrafenisvergoeding ten gunste van de rechthebbenden van gepensioneerde rijksambtenaren.

    Het plan was om de begrafenisvergoeding voor gepensioneerde ambtenaren te schrappen vanaf 1 juli 2013. Na 1 juli 2015 zou geen enkele begrafenisvergoeding meer kunnen uitbetaald worden, ook niet voor overlijdens van vóór 1 juli 2013.

    De inhouding van 0,5% op het bruto-rustpensioen ter financiering van het systeem zou, om budgettaire redenen, in het voorstel wel blijven bestaan.

    Dit voorstel is thans nog niet doorgevoerd, en zal in geen geval met terugwerkende kracht (dus zeker niet vanaf 1 juli 2013) in werking treden.

    Volledigheidshalve kan ook nog vermeld worden dat een overlevingspensioen geen recht geeft op een begrafenisvergoeding.

    Meer informatie over de begrafenisvergoeding voor gepensioneerde statutaire ambtenaren vindt u op de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS): http://www.pdos.fgov.be/pdos/faq/faq_921.htm.

    naar boven

     


    (1) tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 254 en 255 van 12 maart 1936 waarbij eenheid wordt gebracht in het regime van de pensioenen der weduwen en wezen van het burgerlijk rijkspersoneel en van de leden van het leger en van de rijkswacht, en tot instelling van een begrafenisvergoeding ten gunste van de rechthebbenden van gepensioneerde rijksambtenaren.