Man - vrouw

In deze grafiek wordt de evolutie van het personeelsbestand vanaf 2007 volgens het geslacht van de personeelsleden toegelicht. Het cijfermateriaal zorgt voor de ondersteuning van het beleid bij de uitbouw van een genderevenwichtige samenstelling van het personeelsbestand. Cijfers en duiding verschillen licht van de toelichting in het gelijke kansen- en diversiteitsplan, aangezien hieronder een ander toepassingsgebied gebruikt werd.

In 2007 waren iets meer vrouwelijke dan mannelijke personeelsleden tewerkgesteld in de Vlaamse overheid (respectievelijk 53 % en 47%). In 2014 is het overwicht van vrouwelijke personeelsleden verder toegenomen tot een verhouding van 55,3% vrouwen tegenover 44,7% mannen. De stijging van het aandeel vrouwelijke personeelsleden is vanaf 2011 minder groot geworden. Het aantal mannelijke personeelsleden is sinds 2007 met 772 (-6,1%) gedaald tot 11.813 terwijl het aantal vrouwen in dezelfde periode verder is toegenomen met 641 (+4,6%) tot 14.626 personeelsleden.

De meeste beleidsdomeinen hebben in 2014 tegenover 2007 in verhouding meer vrouwen dan mannen in dienst. De globale evolutie zet zich ook door in de beleidsdomeinen met een traditioneel overwegend mannelijke tewerkstelling zoals MOW. Enkel bij het GO! en bij de beleidsdomeinen EWI, CJSM en BZ, worden ten opzichte van 2007 in 2014 in verhouding meer mannen tewerk gesteld. Het beleidsdomein BZ (waar respectievelijk twee derde van de personeelsleden vrouwen zijn) kan daardoor wel naar een meer evenwichtige man/vrouw-verdeling evolueren.

Als de verdeling volgens geslacht van 2014 in kaart wordt gebracht van de entiteiten die behoren tot het bredere toepassingsgebied de Vlaamse deelstaatoverheid, dan wordt de omgekeerde verdeling vastgesteld. Het aandeel vrouwen daalt van 55,3% naar 45,2%.

In de grafiek wordt per beleidsdomein het profiel geschetst volgens het geslacht van de personeelsleden. In 2014 bestaat ongeveer drie vierde van het personeelsbestand van WSE en WVG uit vrouwen terwijl ongeveer drie vierde van het personeelsbestand van MOW uit mannen bestaat. Terwijl de beleidsdomeinen WVG en WSE op 31/12/2014 samen ongeveer 45% van alle vrouwelijke personeelsleden tewerkstellen, wordt ongeveer een derde van alle mannelijke personeelsleden tewerkgesteld in het beleidsdomein MOW. In de beleidsdomeinen LV en CJSM zijn er ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke personeelsleden in dienst. De situatie is onveranderd ten opzichte van 2012.

Bij het beleidsdomein EWI wordt er in 2014 tegenover 2013, als gevolg van de overheveling van de personeelsleden van de Plantentuin Meise, een stijging van 4,2%-punt in het aandeel mannelijke personeelsleden vastgesteld terwijl er bij het beleidsdomein BZ, door het toevoegen van  de personeelsgroepen gouverneurs en bestuursrechters, een stijging van 1,4%-punt in het aandeel mannelijke personeelsleden wordt vastgesteld.

Hoewel vrouwelijke personeelsleden gemiddeld meer gebruik maken van onbetaalde verlofstelsels zoals deeltijds werken en loopbaanonderbreking, is het overwicht aan vrouwelijke personeelsleden sinds 2012 niet alleen qua personeelsaantal aanwezig maar ook in de reële personeelsbeschikbaarheid op de werkvloer (uitgedrukt in bruto VTE): het aandeel vrouwelijke personeelsleden is in 2014 tegenover 2013 zelfs verder gestegen van 52,2% tot 52,5%.

Noot: het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap maakt geen deel uit van één van de 13 beleidsdomeinen en wordt daardoor afzonderlijk opgenomen in de grafiek.

Meer informatie over gender en loopbaankansen

Zie ook deze cijfers

58,30%
Personeelsleden niveau A&B
Cijfer op 31/12/2014
73,00%
Statutaire personeelsleden
Cijfer op 31/12/2014
48,00%
45-plussers
Cijfer op 31/12/2014