Statuut

In deze grafiek wordt de evolutie van het personeelsbestand vanaf 2007 toegelicht met betrekking tot het statuut waarin de personeelsleden zijn tewerkgesteld. De informatie is vooral relevant in de context van het loopbaanbeleid omdat het statuut samen met het administratief niveau mee vorm geeft aan de loopbaan van elk personeelslid.

Eind 2014 was 73% van de personeelsleden van de Vlaamse overheid statutair benoemd en had 27% een arbeidscontract. Sinds eind 2007 is het aandeel van statutairen toegenomen met ongeveer 9%-punt (van 16.976 naar 19.293 personeelsleden). Het aantal contractuelen is eind 2014 gedaald van 9.594 naar 7.146 personeelsleden. Vanaf 1 januari 2015 behoort ook het instructiepersoneel van de VDAB (WSE) onder de Diensten van de Vlaamse overheid (DVO) waardoor er verwacht wordt dat het aandeel contractuele personeelsleden in 2015 zal toenemen aangezien dit allemaal  contractuele personeelsleden zijn. Eind 2014 ging het om 1.107 personeelsleden, deze zijn echter niet opgenomen in de analyse tot en met 2014.

Sinds 2011 blijft het aandeel statutaire personeelsleden ongeveer status quo. Uit de gegevens m.b.t. in- door- en uitstroom (laatst beschikbare cijfers van 2013) blijkt o.a. dat bijna de helft van de uitstromers personeelsleden met een statutaire tewerkstelling waren. Tegelijkertijd was 66% van de doorstroom zonder functiewijziging te wijten aan contractuele personeelsleden die evolueerden naar een statutaire tewerkstelling en was het aandeel statutaire instromers 13%.

Als de verdeling volgens statuut in kaart wordt gebracht van alle entiteiten die behoren tot het bredere toepassingsgebied de Vlaamse deelstaatoverheid, dan daalt voor 2014 het aandeel statutaire personeelseden van 73,0% naar 49,6%. Dit significant lager aandeel is logisch omdat statutaire tewerkstelling enkel mogelijk is bij een publiekrechtelijke entiteit (dat is een entiteit die door een Regering of een Parlement is opgericht). Het is echter wel mogelijk dat er bij privaatrechtelijke entiteiten een aantal statutaire personeelsleden vanuit een publiekrechtelijke entiteit tijdelijk ter beschikking gesteld zijn.

In deze grafiek wordt per beleidsdomein het profiel geschetst van het statuut waarin het personeel op 31/12/2014 is tewerkgesteld. Uit de grafiek blijkt dat er een erg ongelijkmatige verdeling is van de statutaire en contractuele personeelsleden binnen de Vlaamse overheid.

Enerzijds bedraagt het aandeel van statutaire personeelsleden 80% of meer in de volgende beleidsdomeinen: Diensten Algemeen Regeringsbeleid (DAR), Landbouw en Visserij (LV); Mobiliteit en Openbare Werken (MOW); Financiën en Begroting (FB); Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed (RWO) en het Gemeenschapsonderwijs (Go!). Anderzijds telden vier beleidsdomeinen in 2014 minder dan twee derde van hun personeelsleden statutair tewerk. Het betreft de beleidsdomeinen internationaal Vlaanderen (iV); Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG); Bestuurszaken (BZ) en Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM).

Net zoals in 2012 en 2013 worden twee derde van alle statutaire personeelsleden tewerkgesteld in de beleidsdomeinen MOW, LNE, WVG en WSE (12.746 van de 19.293 personeelsleden) terwijl 47% van de contractuele personeelsleden terug te vinden zijn in de beleidsdomeinen WVG en WSE (3.343 van de 7.146 personeelsleden). In het beleidsdomein WSE worden contractuele personeelsleden voornamelijk ingezet bij de VDAB en in het beleidsdomein WVG zijn ze voornamelijk tewerkgesteld in de gemeenschapsinstellingen bij het Agentschap Jongerenwelzijn, OPZ Rekem en als regioverpleegkundige bij Kind en Gezin. Een mogelijke verklaring voor het groter aandeel contractuelen is dat een aantal van deze entiteiten voor statutaire personeelsleden extra patronale bijdragen moeten betalen voor de financiering van de pensioenen.

Ten opzichte van 2013 blijft de verhouding tussen contractuele en statutaire personeelsleden in de meeste beleidsdomeinen quasi gelijk. In negen beleidsdomeinen neemt tegenover 2013 het aandeel statutaire personeelsleden toe met minimum 0,1%-punt (FB en MOW) en maximum 9,5%-punt (DAR). De sterke toename van het aandeel statutaire personeelsleden bij het beleidsdomein DAR is ten eerste te verklaren door de instroom van o.a. auditoren bij Audit Vlaanderen ten gevolgde van de uitbreiding van haar bevoegdheden tot de lokale besturen en ten tweede door een aantal statutariseringen binnen het Agentschap voor Geografische Informatie (Agiv). Het hoogste percentage statutaire personeelsleden is hierdoor in 2014 terug te vinden bij het beleidsdomein DAR (90,2%), in 2013 was dit het beleidsdomein LV. Bij vier beleidsdomeinen met name Internationaal Vlaanderen (IV), Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), Onderwijs en Vorming (OV),  Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) en bij het GO! is er tegenover 2013 een lichte daling in het aandeel statutaire personeelsleden. De kleinste daling vond plaats bij het GO! (0,3%-punt), terwijl voornamelijk door de overheveling van personeelsleden van de Plantentuin Meise de daling het grootst was bij het beleidsdomein EWI ( 3,3%-punt).

In 2014 stellen net zoals in 2013 alle beleidsdomeinen behalve iV meer dan de helft van hun personeelsleden statutair tewerk. Tegenover één beleidsdomein (OV) in 2013 zijn er in 2014 twee beleidsdomeinen (OV en WVG) die tegenover 2007 een daling in het aandeel statutaire personeelsleden kennen. Het aandeel statutaire personeelsleden daalde in de periode 2007 - 2014 bij het beleidsdomein OV en WVG met respectievelijk 2,5%-punt en 1,2%-punt. In alle andere beleidsdomeinen is het aandeel statutaire personeelsleden in 2014 tegenover 2007 toegenomen met minimum 3,4%-punt (MOW) en maximum 28,8%-punt (WSE).

In totaal werden in de periode 2007 – 2014 bijna 95% van de contractuele personeelsleden die uitstroomden vervangen door statutaire personeelsleden (2.317 statutaire tegenover 2.448 contractuele personeelsleden).

Noot: het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap maakt geen deel uit van één van de 13 beleidsdomeinen en wordt daardoor afzonderlijk opgenomen in de grafiek.

Zie ook deze cijfers

58,30%
Personeelsleden niveau A&B
Cijfer op 31/12/2014
48,00%
45-plussers
Cijfer op 31/12/2014
55,30%
Vrouwelijke personeelsleden
Cijfer op 31/12/2014