chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Personeelsbeschikbaarheid

    De personeelsbeschikbaarheid geeft het aantal voltijdse equivalenten (bruto VTE) weer waarover de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) beschikken voor het uitvoeren van hun taken. Net zoals het personeelsaantal, nam deze tussen 2009 en 2014 gestaag af, om vervolgens tussen 2014 en 2018 toe te nemen ten gevolge van de staatshervormingen waarbij federale personeelsleden overgedragen weren aan de Vlaamse overheid. Zie voor informatie hieromtrent de bespreking van de personeelsaantallen.

    Bovenstaande grafiek geeft de personeelsbeschikbaarheid over het volledige jaar weer. Ook personeelsleden die in de loop van een jaar in- of uitstromen, worden voor het aantal gepresteerde dagen meegeteld. Met deze gegevens wordt de feitelijke evolutie van de personeelsomvang weergegeven. Dat betekent dat alle bruto VTE van alle mogelijke entiteiten in deze cijfers zijn meegeteld, zonder uitsluiting van entiteiten en specifieke personeelsgroepen. Aan de hand van deze cijfers kunnen de personeelsbesparingen die in het Regeerakkoord 2014 – 2019 opgenomen zijn, niet opgevolgd worden.

    De verhoudingen in personeelsbeschikbaarheid tussen de beleidsdomeinen zijn tussen 2009 en 2018 grotendeels gelijk gebleven. Wel is er een duidelijke verschuiving tussen de grootste  beleidsdomeinen, namelijk van Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) en Omgeving (OMG) naar Welzijn en Volksgezondheid (WVG). In 2009 werd nog respectievelijk 20,4 procent en 18,8 procent van de totale personeelsbeschikbaarheid ingezet bij de beleidsdomeinen MOW en OMG, en 16 procent werd ingezet bij WVG. In 2018 waren deze verhoudingen gewijzigd en werd respectievelijk 17,5 procent en 16,2 procent van het beschikbare personeel ingezet bij MOW en OMG, en werd 19,4 procent ingezet bij WVG. Daarnaast daalde het aandeel van de personeelsbeschikbaarheid dat ingezet werd bij het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) in de periode 2009-2015 van 18,1 procent van de totale personeelsbeschikbaarheid 17,3 procent en steeg het in de daaropvolgende periode weer tot 18,8 procent in 2018.