chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    BVR 2 december 2011

    Besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2011 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 wat betreft de overheveling van personeelsleden van de FOD Financiën naar Vlabel en andere bepalingen

    DE VLAAMSE REGERING,

    Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 87, §1 en §3, vervangen bij de wet van 8 augustus 1988;

    Gelet op het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs, artikel 67, §2;

    Gelet op het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, artikel 5;

    Gelet op het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden, artikel 12, derde lid;

    Gelet op het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006;

    Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 24 juni 2011;

    Gelet op protocol nr. 304.983 van 7 oktober 2011 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;

    Gelet op advies nummer 50.502/3 van de Raad van State, gegeven op 8 november 2011, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

    Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand;

    Na beraadslaging,

    BESLUIT:

    Artikel 1. In artikel I 3 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:

    “De lijnmanager van een entiteit van een Vlaams ministerie kan de bevoegdheden die hem in dit besluit zijn toegewezen inzake arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten delegeren aan een andere lijnmanager van een entiteit van een Vlaams ministerie.”.

    Art. 2. In deel VI, titel 6, hoofdstuk 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van 23 mei 2008, wordt het opschrift van hoofdstuk 1 vervangen door wat volgt:

    “Hoofdstuk 1. Specifieke graadveranderingen binnen het zeewezen”.

    Art. 3. In deel VI, titel 6, hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van 23 mei 2008, wordt het opschrift van hoofdstuk 2 vervangen door wat volgt:

    “Hoofdstuk 2. Specifieke functiewijzigingen binnen het zeewezen”.

    Art. 4. In deel VI, titel 6, hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van 29 mei 2009, wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:

    “Hoofdstuk 3. Graadveranderingen binnen dezelfde rang”.

    Art. 5. In artikel VI 65 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:

    "§2. 1° De ambtenaar met een graad als vermeld in de eerste kolom van de onderstaande tabel, kan een graadverandering krijgen naar de graad, vermeld in de tweede kolom van de onderstaande tabel, als hij slaagt voor een proef van de generieke en functiespecifieke competenties:

    adviseur of navorser directeur
    adviseur-informaticus directeur-informaticus
    adviseur-ingenieur directeur-ingenieur
    adviseur-arts directeur-arts
    senior hoofddeskundige leidinggevend hoofddeskundige
    senior hoofdmedewerker leidinggevend hoofdmedewerker
    senior hoofdassistent leidinggevend hoofdassistent

    2° De ambtenaar met een graad als vermeld in de eerste kolom van de onderstaande tabel, kan een graadverandering krijgen naar de graad, vermeld in de tweede kolom van de onderstaande tabel, als hij slaagt voor een proef van de functiespecifieke competenties:

    directeur of navorser adviseur
    directeur-informaticus adviseur-informaticus
    directeur-ingenieur adviseur-ingenieur
    directeur-arts adviseur-arts
    leidinggevend hoofddeskundige senior hoofddeskundige
    leidinggevend hoofdmedewerker senior hoofdmedewerker
    leidinggevend hoofdassistent senior hoofdassistent

    ".

    Art. 6. In artikel VI 70 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de derde zin opgeheven.

    Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden een artikel VI 148, VI 149 en VI 150 ingevoegd, die luiden als volgt:

    “Art. VI 148. In artikel VI 149 en VI 150 wordt onder de woorden de van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar en de woorden het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgeheveld personeelslid verstaan: de op 16 november 2010, 1 december 2010 of 1 januari 2011 van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaren of personeelsleden.

    Art VI 149. §1. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar die geslaagd is voor een overgangsexamen naar het hogere niveau bij de federale overheid, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar het hogere niveau bij de diensten van de Vlaamse overheid. Het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A blijft alleen behouden als de ambtenaar slaagt voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A.

    §2. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar van niveau B die geslaagd is voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot de klasse A2 bij de federale overheid, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A bij de diensten van de Vlaamse overheid. Het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A blijft alleen  behouden als de ambtenaar slaagt voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A.

    §3. Het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgeheveld personeelslid dat:

    1° vóór de overheveling ingeschreven is voor de deelname aan of geslaagd is voor een of meer onderdelen van een overgangsexamen of bekwaamheidsproef bij de federale overheid, kan na de overheveling nog eenmaal (verder) deelnemen aan de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde onderdelen van het overgangsexamen of de bekwaamheidsproef;

    2° vóór de overheveling ingeschreven is voor de deelname aan een competentiemeting of gecertificeerde opleiding bij de federale overheid, kan na de overheveling deelnemen aan de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding en kan daarvoor eenmaal herkansen als hij niet geslaagd is.

    3° vóór de overheveling niet geslaagd is voor de door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding, kan zich na de overheveling nog eenmaal inschrijven voor deelname aan de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding.

    Art. VI 150. §1. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar die bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingeschaald in een graad waaraan een functionele loopbaan verbonden is, heeft in de salarisschaal die verbonden is aan die graad, een schaalanciënniteit gelijk aan:

    1° een derde van zijn graadanciënniteit in zijn oude graad of in de oude graden die op dezelfde trap van dezelfde functionele loopbaan ingeschakeld worden, voor de graadanciënniteit tussen 0 en 12 jaar;

    2° twee derde van zijn graadanciënniteit, berekend overeenkomstig 1°, voor de graadanciënniteit boven de 12 jaar.

    Het resultaat van die berekening wordt uitgedrukt in volledige maanden.

    §2. In afwijking van paragraaf 1 krijgt de ambtenaar die op de datum van overheveling geslaagd is voor een competentiemeting of een gecertificeerde opleiding, voor de periode vanaf de datum van inschrijving voor die meting of opleiding een schaalanciënniteit die gelijk is aan de graadanciënniteit in zijn oude graad of oude graden die op dezelfde trap van dezelfde functionele loopbaan ingeschakeld worden. Voor de periode vóór de inschrijving voor die meting of opleiding wordt de schaalanciënniteit berekend overeenkomstig paragraaf 1.

    §3. Als voor de inschakeling in de functionele loopbaan naast de oude graad ook de oude salarisschaal bepalend is, is in afwijking van paragraaf 1 en voor de toepassing van paragraaf 2 en 4, de graadanciënniteit gelijk aan de periode van toekenning van die salarisscha(a)l(en).         

    §4. Voor de ambtenaar die in de beginsalarisschaal van de functionele loopbaan wordt ingeschaald, is in afwijking van paragraaf 1 de schaalanciënniteit gelijk aan de graadanciënniteit zoals vermeld in paragraaf 3.

    §5. Het resultaat van de berekening kan een kleiner of een groter aantal jaren schaalanciënniteit opleveren dan vereist is voor de overgang naar de volgende salarisschaal in de functionele loopbaan. Het eventuele restsaldo aan schaalanciënniteit gaat verloren zodat de ambtenaar in de nieuwe schaal start met 0 jaar schaalanciënniteit.”.

    Art. 8.  In artikel VII 30, §1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de tweede en de derde zin vervangen door wat volgt:

    “De lijnmanager kan beslissen de zondagtoelage om te zetten in niet te presteren uren, gelijk aan het aantal zondaguren.
    Als de omzetting niet binnen de 4 maanden opgenomen wordt, wordt de zondagtoelage ambtshalve betaald.”.

    Art. 9. Aan artikel VII 109septies, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° paragraaf 1 wordt geschrapt;

    2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:

    “§3. In afwijking van paragraaf 2 wordt de kinderbijslag per overschrijving aan de bijslagtrekkende betaald op het einde van de maand waarop de kinderbijslag betrekking heeft.”.

    Art. 10. Aan artikel VII 126, §2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
    “De personeelsleden met de functie van chauffeur en de personeelsleden die een dienstvoertuig permanent ter beschikking hebben, hebben geen recht op deze toelage.

    In afwijking van het vorige lid behouden de personeelsleden van het agentschap Natuur en Bos en van het departement LNE, die een dienstvoertuig permanent ter beschikking hebben, het recht op deze toelage indien zij deze toelage ontvangen vóór [de datum van definitieve goedkeuring van dit besluit].”.

    Art. 11. Artikel VII 156 en VII 157 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden vervangen door wat volgt:

    “Art. VII 156. In artikel VII 157 tot en met VII 163 wordt onder de woorden de van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar en de woorden het van de Federale Overheidsdienst overgehevelde personeelslid verstaan: de op 16 november 2010, 1 december 2010 of 1 januari 2011 van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaren of personeelsleden.

    Art. VII 157. De geldelijke anciënniteit van het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde personeelslid is gelijk aan de werkelijke geldelijke anciënniteit, in voorkomend geval verhoogd met de federale diagonale inschaling.”.

    Art. 12. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden de artikelen VII 158 tot en met VII 163 ingevoegd, die luiden als volgt:

    “Art. VII 158. §1. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar wordt met ingang van de overhevelingsdatum ambtshalve benoemd en ingeschaald overeenkomstig bijlage 8 bij dit besluit.

    §2. Het contractuele personeelslid dat op 1 januari 2011 van de Federale Overheidsdienst Financiën naar de diensten van de Vlaamse overheid wordt overgeheveld, wordt tewerkgesteld in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal overeenkomstig bijlage 8 bij dit besluit.

    Art. VII 159. §1. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar die op de datum van overheveling geslaagd is voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot een benoeming in een andere graad van hetzelfde niveau, maar die nog niet benoemd is in de nieuwe graad, wordt bij de diensten van de Vlaamse overheid op de datum van de overheveling benoemd in de graad en ingeschaald in de schaal die overeenkomstig bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, overeenstemt met de federale graad en schaal die te begeven was door het slagen voor deze bekwaamheidsproef.

    § 2. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar die na de overheveling slaagt voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot een benoeming in een andere graad van hetzelfde niveau, ter uitvoering van een procedure waarvoor hij al ingeschreven was vóór de overheveling, wordt de eerste dag van de maand die volgt op het proces-verbaal, overeenkomstig bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, benoemd in de graad en ingeschaald in de schaal die overeenstemt met de federale graad en schaal die te begeven was door het slagen voor deze bekwaamheidsproef.

    Art. VII 160. §1. Het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde personeelslid dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de premie voor competentieontwikkeling genoot, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als ze toegekend zou zijn bij de federale overheid.

    §2. Na de stopzetting van de volledige premie wordt nog gedurende 36 maanden de helft van de premie voor competentieontwikkeling toegekend. 

    §3. Het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde personeelslid ontvangt de premie voor competentieontwikkeling:

    1° vanaf de datum van de overheveling als het na de overheveling slaagt voor een competentiemeting of gecertificeerde opleiding waarvoor het ingeschreven was vóór de overheveling ;

    2° vanaf de inschrijvingsdatum voor de laatste meting of gecertificeerde opleiding als het vóór de overheveling niet geslaagd is voor de door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding, maar wel slaagt voor de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding na de overheveling

    Voor het behoud van de premie gelden paragraaf 1 en 2.

    §4. Het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de diensten van de Vlaamse overheid is gelijk aan het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de Federale Overheidsdienst Financiën op de datum van de overheveling voor het niveau, de graad en de meting in kwestie.

    §5. De premie wordt eenmaal per jaar uitbetaald in de maand september naar rata van de prestaties van de voorbije twaalf maanden.

    Art. VII 161. Het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde personeelslid dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de helft van de premie voor competentieontwikkeling genoot, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid gedurende 36 maanden te rekenen vanaf de datum van de toekenning van deze premie.

    Art. VII 162. §1. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar die op de datum van de overheveling bij de federale overheid de vormingspremie genoot, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als die welke  toegekend zou geweest zijn bij de Federale Overheidsdienst Financiën.

    §2. Het bedrag van de vormingspremie bij de diensten van de Vlaamse overheid is gelijk aan het bedrag van de vormingspremie zoals dit bestond bij de Federale Overheidsdienst Financiën op de datum van de overheveling voor het niveau en de graad in kwestie.

    §3. De vormingspremie wordt niet geïndexeerd en wordt maandelijks naar rata van de prestaties samen met het salaris uitbetaald.”.

    Art. VII 163.  §1. In afwijking van bijlage 8 bij dit besluit verkrijgt het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgeheveld personeelslid dat op 1 januari 2011 minstens 50 jaar is, dat aan het maximum van de Vlaamse salarisschaal vermeld in de eerste kolom van onderstaande tabel betaald wordt en geen loopbaanstap in de functionele loopbaan meer kan zetten voor de leeftijd van 55 jaar, vanaf de maand volgend op de leeftijd van 55 jaar de salarisschaal vermeld in de tweede kolom van onderstaande tabel, onverminderd de toepassing van deel VI van dit besluit. 

    Salarisschaal bij de inschaling Salarisschaal vanaf 55 jaar
    A 123 A 123 V
    C 111 C 111 V
    C 112 C 112 V
    C 141 C141 V
    C 143 C 143 V
    C 211 C 211 V
    C 212 C 212 V
    D 121 D 121 V
    D 122 D 122 V
    D 201 D 201 V

    §2. De in de tweede kolom vermelde salarisschalen worden vermeld in bijlage 9.

    Art. 13. Artikel X 79 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

    “Art. X 79. Het personeelslid kan dienstvrijstelling krijgen voor de benodigde tijd om bloed, plasma of bloedplaatjes af te staan en voor een maximale verplaatsingstijd van 2 uur.”.

    Art. 14. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, wordt een artikel  X 89 ingevoegd, dat luidt als volgt:

    “Art. X 89. §1. Het personeelslid dat op 16 november 2010, 1 december 2010 of 1 januari 2011 overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën en dat op het ogenblik van de overheveling geniet van een hem door de federale overheid toegekend verlofstelsel dat ook bij de diensten van de Vlaamse overheid bestaat, blijft dat verlof verder genieten tot de normale einddatum van het verlof.

    §2. Het personeelslid dat op 1 januari 2011 overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën kan de niet-opgenomen vakantiedagen van het jaar 2010 bij de federale overheid niet overdragen naar het vakantieverlof voor het jaar 2011 bij de diensten van de Vlaamse overheid.”.

    Art. 15. In artikel XII 3, tweede lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden de woorden “, voor de entiteiten die zelf de kinderbijslag betalen” opgeheven.

    Art. 16. In bijlage 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in punt 1, niveau B, wordt punt b) vervangen door wat volgt:

    "b) diploma van gegradueerde van het hoger beroepsonderwijs, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de staat of door een van de gemeenschappen, met uitzondering van het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs;";

    2° aan punt 1, niveau C, wordt een punt j) toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "j) diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een door de staat of door een van de gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.”.

    Art. 17. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, wordt een bijlage 8 toegevoegd, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 18. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, wordt een bijlage 9 toegevoegd, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 19. Dit besluit treedt in werking op de datum van de goedkeuring ervan met uitzondering van de volgende bepalingen:

    1° artikel 1 heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2011;

    2° artikel 7, 11, 12, 14, 17 en 18 hebben uitwerking met ingang van 16 november 2010;

    3° artikel 10 treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de definitieve goedkeuring van dit besluit;

    4° artikel 15 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2011;

    5° artikel 16 heeft uitwerking met ingang van 29 mei 2009.

    Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

    Brussel, 2 december 2011

    De minister-president van de Vlaamse Regering,

     Kris PEETERS

    De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering,
    Toerisme en Vlaamse Rand,

     Geert BOURGEOIS

    naar boven