chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    BVR 23 mei 2008

    23 mei 2008 - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, wat betreft de uitvoering van het sectoraal akkoord 2005-2007 en andere bepalingen

    DE VLAAMSE REGERING,

    Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 1 en § 3, vervangen bij de wet van 8 augustus 1988;

    Gelet op het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 67, § 2;

    Gelet op het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, inzonderheid op artikel 2, 3 en 5;

    Gelet op het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden, inzonderheid op artikel 12, derde lid;

    Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 september 2006, 16 maart 2007, 6 juli 2007 en 19 juli 2007;

    Gelet op het akkoord van de minister, bevoegd voor de pensioenen, gegeven op 14 februari 2008;

    Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 23 oktober 2007;

    Gelet op protocol nr. 252.815 van 13 maart 2008 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;

    Gelet op het advies nummer 44.250/3 van de Raad van State, gegeven op 8 april 2008 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

    Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme;

    Na beraadslaging,

    BESLUIT:

    Artikel 1. In artikel I 2, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° na de vierde gedachtestreep worden de woorden "Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT)" en de woorden "Vlaamse Opera (VLOPERA)" geschrapt;

    2° in de vijfde gedachtestreep worden tussen het woord "SERV" en het woord "en" de woorden ", de SAVWGG (de strategische adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid)" ingevoegd.

    Art. 2. In artikel I 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en 19 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
    "1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor een of meerdere van volgende procedures:
    a) horizontale mobiliteit;
    b) bevordering van geslaagden voor overgangsexamens;
    c) bevordering van geslaagden voor competentieproeven;";

    2° in § 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
    "Voor een statutaire directeursfunctie via aanwerving of interfederale mobiliteit kan worden ingevuld, moeten de procedures van de interne arbeidsmarkt doorlopen worden. Dit geldt niet voor de invulling van de graad van wetenschappelijk directeur.";

    3° § 4 wordt vervangen door wat volgt:
    "§ 4. Van elk beleidsdomein wordt 1% van de betrekkingen uitgedrukt in voltijds equivalenten (VTE) voorbehouden voor personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie in de reguliere of sociale economie. Dit zijn personen in één van volgende situaties:
    - personen met een bijstandsveld W2 of W3 toegekend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
    - personen met een beslissing van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding dat zij voor onbepaalde duur in aanmerking komen voor toegang tot een beschutte werkplaats of een Vlaamse ondersteuningspremie.

    Deze voorbehouden betrekkingen kunnen zowel statutaire betrekkingen, als contractuele betrekkingen van onbepaalde duur zijn.

    In afwijking van artikel III 2, 2° worden deze personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie vrijgesteld van de vergelijkende selectie. Het aantal personeelsleden dat geworven wordt zonder deze vergelijkende selectie mag per beleidsdomein maximum 1% bedragen van het totaal aantal betrekkingen uitgedrukt in voltijdse equivalenten (VTE) van het respectieve beleidsdomein.

    De lijnmanager van de entiteit waar de betrekking vacant is, beslist in overleg met de selector over de geschiktheid van de kandidaat voor die betrekking. De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature, het gewenste profiel, en de mogelijke redelijke aanpassingen. Bij het invullen van de betrekking wordt een integratieprotocol opgemaakt tussen de tewerkstellende entiteit en de dienst Emancipatiezaken."

    4° er wordt een § 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
    "§ 7. In afwijking van § 1 en § 2 hebben de personeelsleden die tewerkgesteld zijn in een continudienst met ploegenwerk, voorrang bij de vervulling van vacatures in dagdienst in hun eigen entiteit via wijziging van dienstaanwijzing. Zij hebben voorrang op de personeelsleden die in aanmerking komen voor herplaatsing."

    Art. 3. In artikel I 5, III 10, III 16, VI 14, VI 25, VI 35, VI 50, VI 51, VI 59 tot en met VI 64, VI 108, VI 112, VI 113, VII 12 en VII 64 van hetzelfde besluit worden de woorden "bekwaamheidsproef" en "bekwaamheidsproeven" telkens vervangen door respectievelijk de woorden  "competentieproef" en "competentieproeven".

    Art. 4. In artikel I 5, III 10, VI 35, VI 50 en VI 51 van hetzelfde besluit worden de woorden "loopbaanexamen" en "loopbaanexamens" telkens vervangen door respectievelijk de woorden  "overgangsexamen" en "overgangsexamens".

    Art. 5. Artikel I 18 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.

    Art. 6. In artikel II 2, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "zijn lijnmanager" vervangen door de woorden "een functionele chef".

    Art. 7. In deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit wordt een artikel III 21ter ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "Art. III 21ter. Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger begeleidt de selector, vermeld in artikel III 3, § 1, a, laatste lid, zolang hiervoor geen vrije keuze van selector bestaat." 

    Art. 8. In artikel III 22, 3°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de datum "1 januari 2009" vervangen door de datum "1 januari 2010".

    Art. 9. Artikel III 26 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.

    Art. 10. Artikel IV 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. IV 6. Alle personeelsleden of personen onder wiens functioneel gezag het te evalueren personeelslid prestaties heeft verricht, kunnen gunstige of ongunstige feiten met betrekking tot het presteren van het personeelslid vaststellen.

    Als ongunstige feiten worden vastgesteld, wordt daarover hetzij een persoonlijke nota opgesteld, hetzij een functioneringsgesprek gevoerd. Het te evalueren personeelslid kan opmerkingen toevoegen aan de persoonlijke nota of het verslag van het functioneringsgesprek."

    Art. 11. In artikel IV 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° aan § 3 wordt de volgende zin toegevoegd:
    "De instantie die bevoegd is voor de definitieve beslissing, kan de evaluatie "onvoldoende" al dan niet behouden, of kan de evaluatie "onvoldoende" vervangen door een loopbaanvertraging.";

    2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
    "§ 4. Als de raad van beroep unaniem beslist dat de "onvoldoende" ongegrond is, kan hij aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om de evaluatie "onvoldoende" te vervangen door de toekenning van een loopbaanvertraging."

    Art. 12. In artikel V 5, V 20 en V 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "nuttige professionele ervaring" vervangen door de woorden "relevante beroepservaring".

    Art. 13. In artikel V 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "indienstnemende overheid" vervangen door de woorden "benoemende overheid".

    Art. 14. In artikel V 37, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "eventueel" geschrapt.

    Art. 15. In artikel V 38 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1 wordt het derde lid opgeheven;

    2°  in  § 2, tweede lid, worden tussen de woorden "een" en "externe" de woorden "door Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger georganiseerde" ingevoegd.

    Art. 16. In artikel V 39 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 1 vervangen door wat volgt:

    "§ 1. Het opdrachtgevende hoofd van de entiteit, raad of instelling kiest een kandidaat uit de lijst van geschikte kandidaten, die onverminderd artikel V 40, tweede lid, benoemd wordt in het middenkader bij de diensten van de Vlaamse overheid zoals bepaald in artikel V 34.

    Voor de vacant verklaarde N-1 functie die belast wordt met de leiding van de Gemeenschappelijke Interne Dienst voor Preventie en Bescherming, hierna GDPB te noemen, of van een interne dienst Preventie en Bescherming, gebeurt de benoeming in het middenkader van de kandidaat na het voorafgaande akkoord van respectievelijk het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest of van het bevoegde overlegcomité.

    Als er geen akkoord bereikt wordt in het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest, wordt de beslissing genomen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.

    Als er geen akkoord bereikt wordt in het bevoegde overlegcomité, wordt de beslissing genomen door de functionele minister voor het IVA met rechtspersoonlijkheid en de raden, en door de raad van bestuur voor het EVA en de instelling."

    Art. 17. In artikel V 46 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° er wordt een § 1bis ingevoegd, die luidt als volgt:
    "§ 1bis. De dienstaanwijzing in een mandaatgraad van afdelingshoofd bij de GDPB of een interne dienst Preventie en Bescherming kan in de gevallen, vermeld in § 1, alleen worden beëindigd na akkoord van respectievelijk het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest of het bevoegde overlegcomité of, onverminderd § 1, eveneens worden beëindigd om functionele redenen op verzoek van respectievelijk het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest of het bevoegde overlegcomité.

    Als er geen akkoord bereikt wordt in het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest, wordt de beslissing genomen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.

    Als er geen akkoord bereikt wordt in het bevoegde overlegcomité, wordt de beslissing genomen door de functionele minister voor het IVA met rechtspersoonlijkheid en de raden en door de raad van bestuur voor het EVA en de instelling."

    2° in § 3, tweede lid, worden tussen de woorden " § 1, 1° en 2°," en de woorden "en § 2" de woorden "§ 1bis," ingevoegd.

    Art. 18. In artikel V 47 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:

    "Voor de middenkaderfuncties geven zowel de positieve resultaten van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, afgelegd voor de middenkaderfuncties, als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur, gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de externe potentieelinschatting, de eindbeoordeling van de generieke competenties of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd, recht op vrijstelling van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, behalve bij een onvoldoende."

    Art. 19. In artikel V 55, § 2, van hetzelfde statuut, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "die werd toegekend op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit" vervangen door de woorden "die van toepassing is op de datum voorafgaand aan die van de aanstelling".

    Art. 20. In artikel VI 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "zonder examen of bekwaamheidsproef" vervangen door de woorden "binnen het niveau".

    Art. 21. Artikel VI 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 2. Aan het slagen voor een test van de generieke competenties voor een bepaalde graad die afgenomen is onder de vorm van een externe potentieelinschatting is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde graad.

    Aan het slagen voor een test van de functiespecifieke competenties voor een welbepaalde functie die afgenomen is onder de vorm van een externe potentieelinschatting is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde functie."

    Art. 22. In deel VI, titel 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een artikel VI 3bis ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "Art. VI 3bis. Directeursfuncties zijn leidinggevende functies van N-2 niveau die behoren tot rang A2.
    Voor de directeursfuncties geven zowel de positieve resultaten van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties afgelegd voor de middenkaderfuncties, als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur, gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de externe potentieelinschatting, de eindbeoordeling van de generieke competenties of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd, recht op vrijstelling van de externe potentieelinschatting of van de test generieke competenties voor een directeursfunctie, behalve bij een onvoldoende."

    Art. 23. In artikel VI 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het getal "15" vervangen door het getal "16".

    Art. 24. Artikel VI 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 6. De rang situeert een graad binnen zijn niveau. De graad is de titel die de ambtenaar in een rang situeert.

    Elke rang wordt aangeduid met een letter en een cijfer. De letter geeft het niveau aan, het cijfer situeert de rang in zijn niveau.

    De vier niveaus omvatten het volgende aantal rangen:
    1° niveau A: zeven rangen, genummerd A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L en A3;
    2° niveau B: drie rangen, genummerd B1, B2 en B3;
    3° niveau C: drie rangen, genummerd C1, C2 en C3;
    4° niveau D: drie rangen, genummerd D1, D2 en D3.

    Binnen elk niveau worden de rangen genummerd volgens hun plaats in de hiërarchie, waarbij de hoogste rang het hoogste cijfer toegewezen krijgt.

    Binnen niveau A is:
    1° rang A2L hoger dan rang A2A
    2° rang A2A hoger dan rang A2E
    3° rang A2E hoger dan rang A2M
    4° rang A2M hoger dan rang A2."

    Art. 25. In artikel VI 18, § 1, 2° hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "naar een betrekking" vervangen door de woorden "naar een andere betrekking".

    Art. 26. Aan artikel VI 26 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1, tweede lid, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt:
    "Hij behoudt de schaalanciënniteit, verworven in de laatste graad."

    2° er worden een § 3, § 4 en § 5 toegevoegd, die luiden als volgt:
    "§ 3. In afwijking van artikel VI 18 kan de ambtenaar worden overgeplaatst naar een betrekking van een graad van een lagere rang.

    De ambtenaar wordt benoemd in die nieuwe graad en, in afwijking van artikel VI 25, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de schaalanciënniteit, verworven in de laatste graad.

    § 4. In afwijking van § 3, tweede lid, wordt de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een betrekking van dezelfde graad en rang als die welke hij had vóór zijn benoeming in zijn huidige graad, ingeschaald op dezelfde trap van de functionele loopbaan als die welke hij had op het moment van zijn benoeming in zijn huidige graad.

    § 5. In afwijking van artikel VI 18 kan het contractuele personeelslid overgeplaatst worden naar een betrekking met als enige of als hoogste salarisschaal, een salarisschaal die overeenstemt met een lagere rang dan die van de (begin)salarisschaal van de betrekking waaruit de overplaatsing gebeurt.

    Het contractuele personeelslid krijgt een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of met de geldelijke loopbaan die verbonden is aan de nieuwe betrekking. De totaliteit van de prestaties in de vorige betrekking telt mee voor de bepaling van het salaris of de salarisschaal in de nieuwe betrekking."

    Art. 27. Artikel VI 28 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 28. In afwijking van artikel VI 18 verkrijgen een preventieadviseur of preventieadviseur-coördinator die worden overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of instelling, tevens de graad waarin zij vastbenoemd zijn.

    Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen de preventieadviseur of preventieadviseur-coördinator zijn nieuwe functie opneemt."

    Art. 28. Artikel VI 30 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.

    Art. 29. Aan artikel VI 30ter, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007, worden de volgende woorden toegevoegd : "en het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie";

    Art. 30. In artikel VI 30quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:

    "2° de voorwaarden vervullen zoals vermeld in artikel III 1;".

    Art. 31. In artikel VI 32 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het derde lid opgeheven.

    Art. 32. In artikel VI 33 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden in het eerste lid de woorden "rang A2 en lager" vervangen door de woorden "rang A2E en rang A2 en lager".

    Art. 33. In deel VI, titel 5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 16 maart 2007, wordt hoofdstuk 2 dat bestaat uit artikel VI 38 tot en met VI 43 vervangen door wat volgt:

    "Hoofdstuk 2. Bevordering binnen het niveau

    Art. VI 38. De bevordering door verhoging in graad binnen het niveau wordt verleend na het slagen voor een competentieproef.

    Om zich kandidaat te stellen voor een bevordering door verhoging in graad binnen het niveau mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een "onvoldoende".

    Voor de berekening van de "relevante beroepservaring" vermeld in dit hoofdstuk, worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd.

    Art. VI 39. § 1. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring of schaalanciënniteit in één of meer salarisschalen in de betrokken graad kan worden bevorderd tot respectievelijk:
    1° een leidinggevende functie in een graad van de rang B2, C2 en D2
    2° of een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3).

    § 2. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B2, C2 en D2 kan worden bevorderd tot respectievelijk een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3).

    § 3. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring, kan worden bevorderd:
    1° tot de graad van directeur;
    2° van de graad van arts tot de graad van directeur-arts;
    3° van de graad van informaticus tot de graad van directeur-informaticus;
    4° van de graad van loods tot de graad van nautisch directeur;
    5° van de graad van ingenieur tot de graad van directeur-ingenieur;
    6° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van wetenschappelijk directeur;
    7° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van directeur-ingenieur, indien hij in het bezit is van een diploma dat toegang geeft tot de graad van ingenieur.

    § 4. Om te bevorderen overeenkomstig dit artikel moet de ambtenaar slagen voor een proef waarbij zijn generieke en functiespecifieke competenties getest worden.

    De generieke competenties worden beoordeeld op basis van een interne potentieelinschatting door de lijnmanager, eventueel aangevuld met een externe potentieelinschatting. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste generieke competenties.

    § 5. De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling over de generieke competenties.

    Als een kandidaat zich benadeeld voelt, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.

    § 6. De lijnmanager beslist welke kandidaten voldoen aan de generieke competenties.

    De kandidaten die over de generieke competenties beschikken, worden toegelaten tot de functiespecifieke selectie.

    De functiespecifieke competenties worden beoordeeld op basis van een selectiegesprek ten aanzien van een jury.

    Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert vervolgens aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste functiespecifieke competenties.

    Voor de bevordering tot wetenschappelijk directeur wordt voor de beoordeling van de functiespecifieke competenties het managementorgaan uitgebreid met ten minste twee vooraanstaande wetenschappers van het vakgebied in kwestie, die mee beslissen.

    § 7. De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling over de functiespecifieke competenties.

    Als een kandidaat zich benadeeld acht, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.  Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.

    § 8. De lijnmanager kiest de meest geschikte kandidaat en kent de bevordering toe.

    Art. VI 40. § 1. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan bevorderd worden tot een inhoudelijke functie in een graad van respectievelijk de rang B2, C2 en D2.
    De ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die over twaalf jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).

    § 2. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B2, C2 en D2 en die over acht jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).

    § 3. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan worden bevorderd:
    1°  tot de graad van adviseur;
    2° van de graad van arts tot de graad van adviseur-arts;
    3° van de graad van informaticus tot de graad van adviseur-informaticus;
    4° van de graad van ingenieur tot de graad van adviseur-ingenieur;
    5° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van adviseur-ingenieur, indien hij in het bezit is van een diploma dat toegang geeft tot de graad van ingenieur.

    § 4. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over twaalf jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan worden bevorderd tot een graad van senior adviseur (A2E).

    De ambtenaar van rang A2 of rang A2M die over acht jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan worden bevorderd tot een graad van senior adviseur (A2E).

    § 5. Om te bevorderen overeenkomstig dit artikel moet de ambtenaar slagen voor een proef waarbij zijn functiespecifieke competenties getest worden.

    Deze functiespecifieke competenties worden beoordeeld op basis van een interne potentieelinschatting door de lijnmanager, eventueel aangevuld met een externe potentieelinschatting. Daarnaast moeten de kandidaten in een selectiegesprek hun expertise voorstellen ten aanzien van een jury waarin een externe expert zitting kan hebben.

    Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste functiespecifieke competenties.

    De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.

    Als een kandidaat zich benadeeld acht, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.  Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.

    § 6. De lijnmanager kiest de meest geschikte kandidaat en kent de bevordering toe.

    Art. VI 41. In afwijking van artikel VI 39 en VI 40 kan een ambtenaar die benoemd is in de graad van scheepstechnicus (C1), motorist (D1) of schipper (D1) en die beschikt over twee jaar relevante beroepservaring of graadanciënniteit, bevorderd worden tot respectievelijk een graad van hoofdscheepstechnicus (C2), hoofdmotorist (D2) en hoofdschipper (D2).

    Hij moet daarvoor slagen voor een vergelijkende competentieproef waarbij de functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden."

    Art. 34. In artikel VI 44 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° de woorden "de selector" worden vervangen door de woorden "Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger".

    2° de volgende zin wordt toegevoegd:
    "Voor functies die specifiek zijn voor een bepaald beleidsdomein of voor een bepaalde entiteit kan de personeelsfunctie het vergelijkend overgangsexamen organiseren."

    Art. 35. Artikel VI 46 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 46. Het vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau staat open:

    voor bevordering tot een graad van de rang A1: voor de ambtenaar van niveau B of C van de diensten van de Vlaamse overheid die in beide niveaus samen ten minste drie jaar anciënniteit telt;
    voor bevordering tot een graad van de rang B1: voor de ambtenaar van niveau C van de diensten van de Vlaamse overheid die, wat de bevordering naar specifieke functies betreft, in het bezit is van het in de functiebeschrijving gevraagde diploma;
    voor bevordering tot een graad van de rang C1: voor de ambtenaar van niveau D van de diensten van de Vlaamse overheid die ten minste twee jaar anciënniteit telt in dat niveau."

    Art. 36. In het opschrift van deel VI, titel 5, hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het woord "loopbaanexamens" vervangen door het woord "overgangsexamens" en wordt het woord "bekwaamheidsproeven" vervangen door het woord "competentieproeven".

    Art. 37. Artikel VI 49 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 49. De selector gaat minstens om de drie jaar de noodzaak na van het organiseren van een vergelijkend overgangsexamen naar een bepaald niveau. Hij houdt daarbij rekening met de beschikbaarheid van vacatures en het resterende aantal laureaten van voorgaande overgangsexamens.
    Als de selector dat noodzakelijk acht, organiseert hij vergelijkende overgangsexamens en vergelijkende competentieproeven."

    Art. 38. In artikel VI 52 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 1 vervangen door wat volgt:

    "§ 1. Op basis van de functiebeschrijving en de profielvereisten kiest de lijnmanager uit de geslaagden voor een vergelijkend overgangsexamen of vergelijkende competentieproef de meest geschikte kandidaat per vacature.

    Voor een vergelijkende competentieproef wordt een rangschikking opgemaakt. Voor een vergelijkend overgangsexamen kan een rangschikking worden opgemaakt.

    De geslaagde wordt door de benoemende overheid:
    1° hetzij tot de proeftijd in de vacante betrekking toegelaten, als het om een overgangsexamen ging;
    2° hetzij bevorderd in de vacante betrekking als het om een vergelijkende competentieproef ging.

    De benoemende overheid geeft de geslaagde een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling."

    Art. 39. In het opschrift van deel VI, titel 6, hoofdstuk 1 en 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het woord “bekwaamheidsproef” vervangen door het woord “competentieproef”.

    Art. 40. In artikel VI 59 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 1 vervangen door wat volgt:

    "§ 1. Volgende graadveranderingen zijn mogelijk bij de IVA Maritieme Dienstverlening en Kust mits te slagen voor een vergelijkende competentieproef en het bezit van het in de functiebeschrijving gevraagde diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs:
    1° van de graad van speciaal assistent  (functie matroos of stoker) naar de graad van schipper of motorist;
    2° van de graad van motorist naar de graad van schipper;
    3° van de graad van schipper naar de graad van motorist."

    Art. 41. In deel VI, titel 6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een hoofdstuk 3bis, bestaande uit artikel VI 65bis, ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "Hoofdstuk 3bis. Graadverandering binnen rang A2

    Art. VI 65bis. De ambtenaar met de graad van adviseur of navorser, die slaagt voor een proef waarbij de generieke en functiespecifieke competenties getest worden, kan een graadverandering naar de graad van directeur verkrijgen.

    De ambtenaar met de graad van directeur of navorser, die slaagt voor een proef waarbij de functiespecifieke competenties getest worden, kan een graadverandering naar de graad van adviseur verkrijgen."

    Art. 42. Artikel VI 66 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 66. De ambtenaar kan tijdens zijn loopbaan eenmaal om functionele of persoonlijke redenen vragen te worden teruggezet in graad. De vrijwillige terugzetting in graad gebeurt:
    1° voor de ambtenaar van rang A2E: in een graad van adviseur of directeur (rang A2);
    2° voor de ambtenaar van rang A1 en C1: respectievelijk in rang B2 en D2;
    3° voor de ambtenaar van rang B1: in rang C1;
    4° voor de ambtenaren met een andere rang: in de onmiddellijk lagere rang dan die waarin de ambtenaar was benoemd.

    Als aan de nieuwe graad een functionele loopbaan verbonden is, wordt de ambtenaar ingeschaald in de op één na hoogste salarisschaal van de functionele loopbaan.

    Als de terugzetting leidt tot financieel voordeel, wordt het salaris van de betrokken ambtenaar op het moment van de terugzetting in graad geblokkeerd tot op het moment dat hij in zijn organieke graad een hogere salarisschaal bereikt.

    De vrijwillige terugzetting in graad is niet afhankelijk van het bestaan van een vacante betrekking."

    Art. 43. In artikel VI 68 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 2 vervangen door wat volgt:

    "§ 2. Voor de aanwijzing in één van de mandaten, vermeld in § 1, komen alleen de vastbenoemde ambtenaren van rang A1, A2, A2M en A2E in aanmerking, die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties voor het uitoefenen van de te begeven functie beschikken."

    Art. 44. Afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 7 van deel VI, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en bestaande uit artikelen VI 79 tot en met VI 82, wordt opgeheven.

    Art. 45. Artikel VI 83 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 83. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder hoger ambt verstaan, elk ambt in een graad van ten hoogste 3 rangen hoger dan de graad waarvan de ambtenaar titularis is.

    § 2. Een ambtenaar kan worden aangesteld in een hoger ambt voor een betrekking van een graad die tijdelijk of definitief vacant is.

    § 3. Een definitief vacante betrekking kan voor ten hoogste één jaar worden waargenomen en op voorwaarde dat de procedure tot definitieve toekenning van die betrekking wordt ingezet.

    § 4. Voor het uitoefenen van een hoger ambt in rang A1 komen ook de ambtenaren die titularis zijn van een graad in rang C2 of C3 in aanmerking.

    In een betrekking van rang A1 van het wetenschappelijk personeel is de uitoefening van een hoger ambt niet mogelijk.

    § 5. Voor de uitoefening van een hoger ambt in een betrekking van wetenschappelijk directeur komt alleen het wetenschappelijk personeel van rang A1 in aanmerking.

    Voor de uitoefening van een hoger ambt in een graad van nautisch directeur komt alleen de ambtenaar met de graad van loods in aanmerking.

    Voor de uitoefening van een hoger ambt in de graad van directeur-arts of adviseur-arts, directeur-ingenieur of adviseur-ingenieur, directeur-informaticus of adviseur-informaticus komt alleen de ambtenaar in aanmerking die benoemd is in de graad van respectievelijk arts, ingenieur of informaticus.

    § 6. Als een ambtenaar een tuchtstraf opgelopen heeft, mag hij niet aangesteld worden voor het uitoefenen van een hoger ambt voor zijn straf doorgehaald is."

    Art. 46. In artikel VI 85 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:

    "De lijnmanager beslist, na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling, welke ambtenaar het hoger ambt waarneemt in een betrekking van rang A2E, rang A2, rang A1 en van de niveaus B,C en D."

    Art. 47. In artikel VI 86 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

    "De GDPB is samengesteld uit verschillende preventieadviseurs en een afdelingshoofd. Het afdelingshoofd leidt de GDPB en rapporteert rechtstreeks aan het hoofd van het Departement Bestuurszaken."

    Art. 48. In artikel VI 87 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 2 wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
    "Als er in de dienst verschillende voltijdse preventieadviseurs zijn, dan wordt de dienst geleid ofwel door een afdelingshoofd ofwel door een preventieadviseur-coördinator."

    2° in § 3 wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
    "Het afdelingshoofd, belast met de leiding van de interne dienst Preventie en Bescherming, of de preventieadviseur-coördinator of de preventieadviseur rapporteert rechtstreeks aan het hoofd van het IVA met rechtspersoonlijkheid, het EVA, de raad of de instelling."

    Art. 49. In artikel VI 88, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden tussen het woord "met" en de woorden "de preventieadviseur-coördinator" de woorden "het afdelingshoofd of" ingevoegd.

    Art. 50. In artikel VI 89 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1 worden tussen het woord "preventieadviseur-coördinator" en het woord "beschikt" de woorden "bij een interne dienst Preventie en Bescherming" ingevoegd;

    2° in § 2 wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
    " 3° het hoofd van het IVA met rechtspersoonlijkheid, het EVA, de raad of de instelling of zijn afgevaardigde."

    3° in § 3 worden de woorden "naar gelang van het geval aan het hoofd van het Departement Bestuurszaken of" geschrapt.

    Art. 51. In artikel VI 90 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1 worden de woorden "en voor de betrekking van preventieadviseur-coördinator" geschrapt;

    2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "wijst de preventieadviseur-coördinator aan en" geschrapt.

    Art. 52. In artikel VI 91 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1 worden tussen de woorden “preventieadviseur en” en de woorden “voor de betrekking” de woorden “in voorkomend geval” ingevoegd;

    2° in § 2 worden tussen het woord "wijst" en de woorden "de preventieadviseur-coördinator" de woorden "in voorkomend geval" ingevoegd.

    Art. 53. In artikel VI 92, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden tussen het woord "redenen" en de woorden "of op verzoek" de woorden ", om organisatorische redenen" ingevoegd.

    Art. 54. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 5 van titel 7 van deel VI 6 vervangen door wat volgt:

    "De functies van junior auditor bij het IVA Interne Audit van de Vlaamse Administratie".

    Art. 55. Artikel VI 95 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 95. § 1. De functie van junior auditor staat open voor de ambtenaren van rang A1 van de diensten van de Vlaamse overheid.

    De functie van junior auditor mag ook worden opengesteld voor ambtenaren van rang A1 die extern worden aangeworven.

    § 2. Alleen een ambtenaar die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties beschikt, kan tot junior auditor worden aangesteld.

    Die competenties kunnen verschillen naargelang van het functieprofiel. Ze worden vastgesteld door het hoofd van het IVA Interne Audit van de Vlaamse Administratie."

    Art. 56. In artikel VI 96 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "of senior auditoren" geschrapt.

    Art. 57. In artikel VI 99 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden ", respectievelijk senior" geschrapt.

    Art. 58. In artikel VI 100, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "en senior" en "of senior" geschrapt.

    Art. 59. In artikel VI 109 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in §1, 3°a) worden de woorden "A251 naar A252" geschrapt.

    2° in § 2 worden voor de woorden "een doctoraat op proefschrift" de woorden "of van" ingevoegd;

    3° in § 4 worden de woorden "in afwijking van paragraaf 2, 1°" vervangen door "in afwijking van §1, 2°".

    4° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
    " § 5. In afwijking van § 1 bekomt de adviseur, benoemd vóór 1 januari 2008 en bezoldigd in salarisschaal A251, na 10 jaar schaalanciënniteit de schaal A252."

    Art. 60. In artikel VI 112, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "de scheepstechnicus," geschrapt.

    Art. 61. Artikel VI 132 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.

    Art. 62. Artikel VI 142 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VI 142. Een adjunct van de directeur die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als opdrachthouder, wordt ambtshalve benoemd in de graad van adviseur.

    Een ingenieur of informaticus die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als opdrachthouder, wordt ambtshalve benoemd in de graad van respectievelijk adviseur-ingenieur of adviseur-informaticus."

    Art. 63. Aan deel VI van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de artikelen VI 143 tot en met VI 145 toegevoegd, die luiden als volgt:

    "Art. VI 143. § 1. Een ambtenaar die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als senior auditor, wordt ambtshalve benoemd in de graad van adviseur.

    § 2. De anciënniteit opgebouwd in de vroegere functie van senior auditor wordt in rekening gebracht voor de bepaling van de anciënniteit in de graad van adviseur.

    Art. VI 144. De lijnmanager kan aan een ambtenaar met de graad van directeur eenmalig op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een graadverandering toekennen naar de graad van adviseur op voorwaarde dat hij een functie uitoefent die een doorgedreven specialisatie in inhoudelijke materie veronderstelt. Hij is vrijgesteld van de proef waarbij de functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden.

    Art. VI 145. De lijnmanager kan aan een ambtenaar met de graad van adviseur eenmalig op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een graadverandering toekennen naar de graad van directeur op voorwaarde dat hij een leidinggevende functie uitoefent. Hij is vrijgesteld van de proef waarbij de generieke en functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden."

    Art. 64. In artikel VII 1, § 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "3° een contractueel personeelslid dat een van de volgende bijkomende of specifieke opdrachten uitoefent:
    a) Vlaams bouwmeester bij het Departement Bestuurszaken;
    b) programmamanager financieel hervormingstraject bij het Departement Financiën en Begroting;
    c) projectmanager Vlaams Fiscaal Platform bij het Departement Financiën en Begroting;
    d) projectmanager migratie gewestbelastingen bij het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Belastingdienst;
    e) ICT-manager bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding."

    Art. 65. Aan artikel VII 2, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "De verplichte deeltijdse prestaties die worden verricht in het kader van de stages der jongeren, en die gepresteerd werden binnen de openbare sector worden met ingang van 1 januari 2007 in aanmerking genomen voor de berekening van het salaris."

    Art. 66. In artikel VII 6, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden tussen de woorden "hebben" en de woorden ", ontvangt" de woorden "of die een kind ten laste heeft dat recht geeft op bijkomende kinderbijslag wegens zijn aandoening of handicap" ingevoegd.

    Art. 67. Aan artikel VII 8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "Het contractuele personeelslid behoudt in geval van carenzdag zijn bezoldiging voor de betrokken dag."

    Art. 68. Artikel VII 11, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "§ 2. Als een personeelslid het vakantieverlof waarop hij recht heeft, niet heeft kunnen opnemen vóór het einde van de arbeidsrelatie(s) bij de diensten van de Vlaamse overheid, worden die dagen uitbetaald, onverminderd de toepassing van artikel X 9, § 1, vierde lid, en artikel XI 7 van dit statuut.

    In geval van overlijden van het personeelslid worden de niet-opgenomen vakantieverlofdagen uitbetaald aan de erfgenamen."

    Art. 69. In artikel VII 12 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamsegering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° In § 1, 1° worden volgende wijzigingen aangebracht:
    a) onder de salarisbepaling van "Navorser met de functie van secretaris van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB)" worden de volgende bepalingen ingevoegd:

     "Senior adviseur A213
      Adviseur-ingenieur-arts-informaticus A221
      na 10 jaar schaalanciënniteit in schaal A221 A222
      Adviseur A211
      na 10 jaar schaalanciënniteit in schaal A211 A212"

    b) de bepaling "Adviseur A251 - na 10 jaar schaalanciënniteit in A251 / A252" wordt geschrapt; 
    c) in de bepaling "Ingenieur, arts en informaticus A 121" worden de woorden "met de functie van senior auditor A129 - na 3 jaar A128" geschrapt;
    d) in de bepaling "Adjunct van de directeur A111" worden de woorden "met de functie van senior auditor A119 - na 3 jaar A118" geschrapt;
    e) tussen de woorden "Leidinggevend hoofddeskundige B311" en "Maritiem verkeersleider B231 - na 10 jaar schaalanciënniteit in B231 / B232" worden de woorden "Senior hoofddeskundige B311" ingevoegd;
    f) tussen de woorden "Leidinggevend hoofdmedewerker C311" en "Hoofdscheepstechnicus C241 / na 10 jaar schaalanciënniteit in C241 / C242" worden de woorden "Senior hoofdmedewerker C311" ingevoegd;
    g) tussen de woorden "Leidinggevend hoofdassistent D311" en "Hoofdschipper en Hoofdmotorist D241 / na 10 jaar schaalanciënniteit in D241 /D 242" worden de woorden "Senior hoofdassistent D311" ingevoegd;
    h) de woorden "landbouwraad A121, na 6 jaar schaalanciënniteit in A121 A122, na 12 jaar schaalanciënniteit in A122 A123, na 9 jaar schaalanciënniteit in A123 A124" worden geschrapt;

    2° In § 1, 5°, overgangsregeling, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
    a) onder de salarisbepaling van "Adjunct eerste opdrachthouder A 263" worden de volgende bepalingen ingevoegd:

    "Adviseur-ingenieur/arts/informaticus met de functie van senior auditor, aangesteld vóór 1 januari 2008 A 221
        na 3 jaar A 222
    Adviseur met de functie van senior auditor, aangesteld vóór 1 januari 2008     A 211
      na 3 jaar A 212
    Adviseur benoemd vóór 1 januari 2008 A 251
      na 10 jaar schaalanciënniteit in A 251 A 252"

    b) de woorden "Ingenieur, arts en informaticus met de functie van opdrachthouder A 280" en "Adjunct van de directeur met de functie van opdrachthouder A 281" worden geschrapt;

    3° § 4 wordt opgeheven;

    Art. 70. In artikel VII 15 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:

    "De regeling, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de toelagen, vermeld in artikel VII 18, VII 20, VII 35, VII 41, VII 46, VII 57, VII 124, § 1, VII 129, § 2 en VII 145 van dit besluit."

    Art. 71. In artikel VII 22 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 2 vervangen door wat volgt:

    "§ 2. De eindejaarstoelage is gelijk aan het hieronder bepaalde percentage van het brutosalaris van de maand november:

      Tot en met het kalenderjaar % van het brutosalaris Vanaf kalenderjaar % van het brutosalaris
    Voor de rangen A2 en hoger, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 en A148 2008 53% 2009 54,6%
    Voor de rangen A1, B3, B2, C3 en C2 2007 59% 2008 60,8%
    Voor de rangen B1, C1, D3 en D2 2006 65% 2007 67,6%
    Voor de rang D1 2005 70% 2006 73,5%

    Art. 72. In deel VII, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt afdeling 4, bestaande uit de artikelen VII 25 en VII 26, opgeheven.

    Art. 73. In artikel VII 31 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het bedrag "2 euro" vervangen door het bedrag "3 euro".

    Art. 74. Aan artikel VII 32, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden volgende woorden toegevoegd:

    ", de toelage voor overloon en de toelage voor zaterdagprestaties, met uitzondering van:
    1° het personeelslid van de rang A1 die een diensthoofdentoelage geniet als vermeld in artikel VII 153;
    2° het personeelslid van de graad van loods."

    Art. 75. In deel VII, titel 2, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt afdeling 8, bestaande uit de artikelen VII 35 tot en met VII 40, vervangen door wat volgt:

    "Afdeling 8. De prestatietoelagen

    Onderafdeling 1. De managementstoelage

    Art. VII 35. De secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, de algemeen directeur en de personeelsleden van het middenkader kunnen een managementstoelage ontvangen tussen 0 en 20 % van hun salaris als zij beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1 .

    Art. VII 36. Het percentage van managementstoelage wordt voor de secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaats­personeel van een strategische adviesraad en de algemeen directeur bepaald door de Vlaamse Regering, en voor het midden­kader door het hoofd van de entiteit, raad of instelling.

    Onderafdeling 2. Functioneringstoelage

    Art. VII 37. De personeelsleden die beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1, kunnen een functioneringstoelage krijgen tot maximaal 15 % van hun salaris.

    In voorkomend geval bedraagt voor de personeelsleden van niveau D de functioneringstoelage minimaal 5 % van hun salaris.

    De personeelsleden die in aanmerking komen voor de managementstoelage, komen niet in aanmerking voor een functioneringstoelage.

    Art. VII 38. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling beslist over de toekenning van de functioneringstoelage, tenzij de evaluatoren geen deel uitmaken van de entiteit, raad of instelling. In dat geval beslist de beleidsraad.

    Onderafdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen

    Art. VII 39. § 1. Een prestatietoelage kan toegekend worden als uit de functioneringsevaluatie blijkt dat de betrokkene uitstekend heeft gepresteerd ten opzichte van de verwachtingen die in de planning werden geformuleerd.

    § 2. Onder salaris als vermeld in artikel VII 35 en 37 wordt verstaan, het geïndexeerde jaarsalaris dat van toepassing is in de maand december van het evaluatiejaar en in voorkomend geval het bedrag van de toelage voor het waarnemen van een hoger ambt of de mandaattoelage zoals gedefinieerd in art. V 12, § 2.

    Art. VII 40. De prestatietoelagen worden uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het evaluatiejaar."

    Art. 76. In deel VII, titel 2, hoofdstuk 3, afdeling 3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een artikel VII 49bis ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "Art. VII 49bis. De personeelsleden die hun rekenplichtigheid verliezen door het afschaffen van hun financiële rekening na 31 december 2006, voor de buitengewone rekenplichtigen, en na 31 december 2007 voor de speciale en gewone rekenplichtigen, door een rationalisering in de financiële administratie, behouden hun premie op voorwaarde dat ze blijven werken op een boekhoudcel en daar verantwoordelijk zijn voor de boeking van ontvangsten en/uitgaven.

    De toelage aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die gewone en buitengewone rekenplichtigen waren, wordt driemaandelijks, na verloop van de termijn uitbetaald, na het verwerken van alle openstaande problemen met betrekking tot de transacties die zij hebben verricht. Die kwartaaltoelage is bovendien maar verschuldigd als zij transacties hebben geboekt ten belope van minstens 7400 euro."

    Art. 77. Artikel VII 52 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. VII 52. De leidend ambtenaar van het departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid wijst de personeelsleden aan die met secretariaatstaken voor de Vlaamse Regering belast worden. Die personeelsleden krijgen een toelage waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de leidend ambtenaar, met een maximum van 5.694,00 euro aan 100% per jaar."

    Art. 78. In artikel VII 60, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de tabel vervangen door wat volgt:

    loodstoelage in euro’s groep 1 groep 2 groep 3 groep 4
        na 6 jaar na 12 jaar  na 14 jaar
    rivierloodsen 141,09    168,27    199,48    237,23
    kanaalloodsen 140,94    168,12    199,33    237,08
    Scheldemondenloodsen 55,10      78,26      91,34    134,13
    kustloodsen 90,43    122,14    164,42    198,65

    Art. 79. In artikel VII 63 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de tabel vervangen door wat volgt:

      algemene toelage toelage voor extraprestaties toelage voor het effectief geven van opleiding en het afnemen van proefreizen aan de hoofdschipper – gezagvoerder van de loodsboot Tender en andere nautische functies
    loods, chefloods (dagdienst) 4.245 euro 2.305 euro  
    loods, chefloods (continudienst) of nautisch dienstchef 4.245 euro 5.361 euro  
    loods, kapitein van de loodsboot 4.245 euro 13.321 euro 10.000 euro
    loods, stuurman van de loodsboot 80% van de toelagen van de kapitein

    Art. 80. Aan artikel VII 65, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "De geïndexeerde dagbedragen in de bovenstaande tabel worden verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals bepaald in artikel VII 109ter."

    Art. 81. Aan artikel VII 73 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden een § 3 en § 4 toegevoegd, die luiden als volgt:

    " § 3. Ingeval een vergoeding werd geforfaitariseerd en op maandbasis wordt uitbetaald, wordt de betaling stopgezet:
    1°   als er geen salaris wordt betaald;
    2°   of bij een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt.

    § 4. § 3 is niet van toepassing op de woonlastvergoeding vermeld in artikel VII 86."

    Art. 82. In artikel VII 80 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1 worden de woorden "0,2903 euro (vanaf 1 juli 2006)" vervangen door de woorden "0,2940 euro (vanaf 1 juli 2007)";

    2° § 3 wordt vervangen door wat volgt:
    “§ 3. Voor de reizende functies wordt een maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding voor motorvoertuigen bepaald na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.”;

    3° § 4 wordt vervangen als volgt:
    " § 4. De kilometervergoeding voor motorvoertuigen en de bij de rondzendbrief voor binnenlandse reizen horende tabel voor de maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding wordt elk jaar op 1 juli herzien na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken."

    Art. 83. Artikel VII 81, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt:

    "§ 1. Voor een dienstreis met eigen motorvoertuig wordt de verplaatsing van de woonplaats naar de standplaats vergoed tegen 60 % van de kilometervergoeding.

    In afwijking van het vorige lid bedraagt de vergoeding 55 % van de kilometervergoeding voor de periode tussen 1 september 2006 en 31 augustus 2007."

    Art. 84. Aan artikel VII 83, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "Het bedrag vermeld in het eerste lid, wordt na indexatie verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals bepaald in artikel VII 109ter."

    Art. 85. Aan artikel VII 87 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een § 4 toegevoegd die luidt als volgt:

    "De bedragen vermeld in § 1, § 2 en § 3 worden na indexatie verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque."

    Art. 86. In artikel VII 88, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de tabel vervangen door wat volgt:

    Korps bedrag tegen 100% per maand
    rivier- en kanaalloodsen 117,50 euro
    Scheldemondenloodsen 220,50 euro
    kustloodsen 85,50 euro

    Art. 87. Aan deel VII, titel 3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een hoofdstuk 9, bestaande uit artikel VII 91bis, toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "Hoofdstuk 9. Vergoeding voor personeelsleden, tewerkgesteld in Vlissingen en Amsterdam

    Art. VII 91bis. Personeelsleden met standplaats in Vlissingen, uitgezonderd de personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein, of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam, ontvangen een vergoeding van 30 euro (100 %) per maand.
    De bepalingen van artikel VII 15, VII 16 en VII 17 zijn van toepassing."

    Art. 88. In artikel VII 104 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht:

    " 1° in het eerste lid worden de woorden “minstens 66 % arbeidsongeschikt is” vervangen door de woorden “aan de voorwaarden voldoet om over een parkeerkaart, uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, te beschikken";

    2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
    "Dit voordeel is niet cumuleerbaar met het voordeel, vermeld in artikel VII 95."

    Art. 89. Aan deel VII, titel 4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een hoofdstuk 12 "Maaltijdcheques", bestaande uit artikel VII 109bis tot en met VII 109quinquies, toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "Hoofdstuk 12. Maaltijdcheques

    Art. VII 109bis. Elk personeelslid heeft per effectieve werkdag recht op één maaltijdcheque, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties.

    In afwijking van het voorgaande lid zijn de volgende personeelsleden uitgesloten van het voordeel van de maaltijdcheques:
    1° personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein van de loodsboot,
    2° personeelsleden tewerkgesteld als occasionele medewerker bij het BLOSO en als gids bij het KMSKA;
    3° personeelsleden met standplaats in Vlissingen of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam;
    4° personeelsleden die Vlaanderen vertegenwoordigen in het buitenland, zoals vermeld in artikel VII 91 van dit besluit, alsook het ondersteunend personeel;
    5° personeelsleden in hun hoedanigheid van huisbewaarder of hun vervangers.

    In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, de diensten en personeelscategorieën waar het aantal toe te kennen maaltijdcheques wordt berekend door het totaal aantal effectief gepresteerde uren tijdens het kwartaal te delen door 7.36 uur. Als die bewerking een decimaal getal oplevert, wordt het afgerond op de hogere eenheid. Als het aldus verkregen getal groter is dan het maximale aantal werkbare dagen van de voltijds tewerkgestelde werknemer in het kwartaal, wordt het tot dat laatste getal beperkt.

    Art. VII 109ter. De nominale waarde van de maaltijdcheque bedraagt 5,00 euro, waarvan 2,50 euro werknemersbijdrage en 2,50 euro werkgeversbijdrage.

    Art. VII 109quater. In geval van een verlof als vermeld in artikel X 42 tot en met X 43; artikel X 49 tot en met X 53, en artikel X 55 tot en met X 58, blijft het recht op maaltijdcheques behouden als het salaris door de Vlaamse overheid wordt doorbetaald.

    In geval van dienstvrijstelling die een volledige werkdag in beslag neemt is er geen recht op maaltijdcheques, met uitzondering van dienstvrijstelling als vermeld in artikel X 73 en de dienstvrijstelling die vergelijkbaar is met een gewerkte dag of voor de oproeping voor het gerecht of door een andere overheid.

    Een buitenlandse dienstreis geeft geen recht op de toekenning van een maaltijdcheque.

    Er is geen recht op maaltijdcheques in geval van tuchtschorsing als vermeld in artikel VIII 2, 3°, of in geval van schorsing in het belang van de dienst zoals vermeld in deel IX.

    In geval van deelname aan een georganiseerde werkonderbreking als vermeld in artikel X 5, verliest het personeelslid het recht op maaltijdcheques als die dag geen prestaties worden verricht. In geval van lock-out, waarbij het personeelslid de toegang tot de werkplaats werd verhinderd, is er recht op een maaltijdcheque als het personeelslid die dag een prestatie levert of de afwezigheid via een attest verantwoordt.

    Art. VII 109quinquies. In de entiteiten met rechtspersoonlijkheid waar een voordeliger regeling bestaat, blijft die behouden."

    Art. 90. In artikel VII 118, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het getal "2.874,03" vervangen door het getal "3.056,03".

    Art. 91. In artikel VII 124, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 worden de woorden "16 tot en met 21, 27, 40, 43 en 45" vervangen door de woorden "15 tot en met 19, 25, 37, 40 en 42".

    Art. 92. Artikel VII 134 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.

    Art. 93. Artikel VII 151 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt als volgt gewijzigd:

    1° wordt opgeheven;

    2° wordt terug ingevoegd als volgt:
    "Ambtenaren van rang A1 die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit de diensthoofdentoelage bedoeld in artikel XIII 25 en XIII 26 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid zoals gewijzigd bij besluit van 16 maart 2007 genieten, behouden in de volgende gevallen deze toelage:
    1° De huidige titularissen van de A1-diensthoofdentoelage die bevorderd worden tot een functie van N-2 en wiens salaris in N-2 lager is dan het A1-salaris verhoogd met 10% totdat hun salaris in rang A2 hoger wordt dan de som van hun salaris in rang A1 verhoogd met de diensthoofdentoelage;
    2° De huidige titularissen van de A1-diensthoofdentoelage die niet bevorderd worden in een functie van N-2, maar die de functie blijven uitoefenen en niet gevat worden door toepassing van vermelde overgangsregel, behouden ten persoonlijken titel de A1-diensthoofdentoelage."

    Art. 94. Artikel VII 152 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.

    Art. 95. Artikel VIII 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

    "VIII 19. De bevoegde overheid noch de raad van beroep kunnen een zwaardere tuchtstraf definitief uitspreken dan de straf die uitgesproken is voor het beroep.

    Zij mogen alleen feiten in aanmerking nemen die de tuchtprocedure gerechtvaardigd hebben.

    Als de raad van beroep unaniem beslist dat de tuchtstraf ongegrond is, kan de raad aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om geen of een lichtere straf toe te kennen dan de straf die uitgesproken is voor het beroep.

    Een tuchtstraf kan geen uitwerking hebben over een periode vóór de uitspraak."

    Art. 96. In artikel X 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
    "Boven op de 35 werkdagen vakantie heeft het personeelslid van 55 jaar of ouder recht op volgend aantal extra werkdagen vakantie:

    1. vanaf 55 jaar: 1 werkdag;
    2. vanaf 57 jaar: 2 werkdagen;
    3. vanaf 59 jaar: 3 werkdagen;
    4. vanaf 60 jaar: 4 werkdagen;
    5. vanaf 61 jaar: 5 werkdagen.

    Deze regeling is niet van toepassing op personeelsleden die van een bijzondere verlofregeling van de openbare ziekenhuizen genieten, of de bijzondere verlofregeling, vermeld in § 3."

    2° in § 1 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
    "Ingeval het personeelslid door ziekte of arbeidsongeval zijn vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de pensionering, worden de bepalingen van artikel VII 11, § 2 toegepast."

    3° in § 3 wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden".

    Art. 97. Aan artikel X 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "In afwijking van het derde lid, ondergaat het jaarlijks vakantieverlof van het contractuele personeelslid geen evenredige vermindering in geval van:
    1°     afwezigheid wegens ziekte of ongeval;
    2°     bevallingsverlof;
    3°     afwezigheid wegens militaire dienst die geen volle kalendermaand beslaat;
    4°     vaderschapsverlof."

    Art. 98. In artikel X 17, § 2, van hetzelfde besluit wordt de tweede zin vervangen door wat volgt:

    "Een contractueel personeelslid heeft evenwel geen recht op salaris voor de afwezigheid waarvoor een beroep kan worden gedaan op ziekte-uitkeringen".

    Art. 99. In artikel X 25, van hetzelfde besluit, wordt § 1 vervangen door wat volgt:

    "§ 1. Een ambtenaar kan een verlof voor deeltijdse prestaties krijgen.
    Het verlof voor deeltijdse prestaties is alleen een recht voor ambtenaren van rang A2 en lager, die geen directeursfunctie uitoefenen en die zich in een van volgende situaties bevinden:
    1°  de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben;
    2°  ten minste twee kinderen ten laste hebben die nog niet de leeftijd van 15 jaar bereikt hebben;
    3°  een kind ten laste hebben dat recht geeft op bijkomende kinderbijslag wegens zijn aandoening of handicap.
    Voor de top- en middenkaderfuncties gelden de bepalingen van deel V."

    Art. 100. In deel X, titel 7, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 1, bestaande uit artikel X 42 tot en met X 43, vervangen door wat volgt:

    "Hoofdstuk 1. De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid voor de uitoefening van taken in het belang van de Vlaamse overheid

    Art. X 42. Als een ambtenaar of groep van ambtenaren tijdelijk taken die van belang zijn voor de Vlaamse overheid, uitoefent ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid, wordt tussen de werkgevers een overeenkomst gesloten die na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, de arbeidsvoorwaarden bepaalt die voor de betrokken ambtenaren zullen gelden gedurende de uitvoering van de taken.

    Deze arbeidsvoorwaarden die in de overeenkomst tussen de werkgevers worden vastgesteld, zijn ambtshalve van toepassing op de betrokken ambtenaren.

    Onder werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt verstaan, de Vlaamse Gemeenschap (voor het ministerie), het agentschap met rechtspersoonlijkheid, de raad of de instelling, vertegenwoordigd door de respectievelijke hoofden van de entiteit, raad of instelling.

    Art. X 43. § 1. In de overeenkomst, vermeld in artikel X 42, kan bepaald worden dat de werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid het salaris (door)betaalt van de ambtenaar die voor taken ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, en dat de werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid dat salaris geheel of gedeeltelijk terugbetaalt.

    § 2. De ambtenaar die voor taken ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, kan onder het functioneel gezag van die werkgever worden geplaatst.

    § 3. De ambtenaar is in dienstactiviteit tijdens de periode van uitvoering van de taken ten behoeve van de werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid."

    Art. 101. In deel X, titel 7, van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 1bis, bestaande uit artikel X 43bis tot en met X 43ter, ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "Hoofdstuk 1bis. De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid

    Art. X 43bis. Als een ambtenaar of groep van ambtenaren binnen de diensten van de Vlaamse overheid tijdelijk taken uitoefent ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid, zijn de arbeidsvoorwaarden die gelden bij die andere entiteit, raad of instelling van toepassing gedurende de uitvoering van de taken.

    Art. X 43ter. § 1. De hoofden van de betrokken entiteiten, raden of instelling bepalen welke entiteit, raad of instelling het salaris betaalt.

    § 2. De ambtenaar die voor taken ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, kan onder het functioneel gezag van die andere entiteit, raad of instelling worden geplaatst."

    Art. 102. Artikel X 44 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. X 44. De ambtenaar krijgt verlof wanneer hij door één van volgende instanties wordt aangewezen om een ambt uit te oefenen op hun kabinet, of in voorkomend geval bij de entiteiten met politieke functie ter vervanging van het kabinet:
    - een lid van een regering of een regeringscommissaris;
    - een lid van de bestendige deputatie, de gouverneur van een provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad;
    - een burgemeester of een schepen;
    - de fracties in de gemeenteraad of provincieraad;
    - een OCMW-voorzitter;
    - een voorzitter van een districtsraad;
    - een Europees commissaris;
    - de voorzitter van een wetgevende vergadering.

    De aanwijzing gebeurt na akkoord van de functionele minister, die het advies inwint van de lijnmanager."

    Art. 103. In artikel X 61, eerste lid, van hetzelfde besluit worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:

    "5° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in om het even welke graad die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner: 2 werkdagen;

    6° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgen(o)t(e) of de samenwonende partner: 1 werkdag".

    Art. 104. In artikel X 65 van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt:

    "1° gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is, of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente, de voorzitter uitgezonderd, of lid van de districtsraad van een district, de voorzitter van het districtscollege uitgezonderd: 2 dagen per maand;".

    Art. 105. In artikel X 66 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1°  in punt 1° wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt:
    "1° gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is, of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente, de voorzitter en de leden van het vast bureau uitgezonderd, of lid van de districtsraad van een district, de voorzitter van het districtscollege en de leden van het districtscollege uitgezonderd:";

    2°  in punt 2° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege";

    3°  in punt 3° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege".

    Art. 106. In artikel X 67 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    1° in punt 1° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege";

    2° in punt 2° worden de woorden "bureau van de districtsraad" vervangen door het woord "districtscollege".

    Art. 107. In artikel X 69, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "van de districtsraad" vervangen door de woorden "van het districtscollege".

    Art. 108. Artikel XI 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. XI 3. § 1. Ambtshalve en zonder opzegging wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar voor:

    1° de ambtenaar van wie de benoeming onregelmatig bevonden wordt binnen de termijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of, als een zodanig beroep is ingesteld, tijdens de procedure; die termijn geldt niet in geval van arglist of bedrog van de ambtenaar;

    2° de ambtenaar die niet meer voldoet aan de nationaliteitsvereiste, die aan de dienstplichtwetten niet meer voldoet of wiens medische ongeschiktheid behoorlijk werd vastgesteld;

    3° de ambtenaar die zonder geldige reden de werkpost verlaat en meer dan tien dagen afwezig blijft;

    4° de ambtenaar die zich in een geval bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging ten gevolge heeft;

    5° de ambtenaar die om tuchtredenen wordt ontslagen van ambtswege of die wordt afgezet.

    § 2. De ambtenaar die ontzet wordt uit het recht om een openbaar ambt uit te oefenen, verliest voor de duur van deze ontzetting uit dit recht zijn hoedanigheid van ambtenaar."

    Art. 109. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. XI 7. De ambtenaar die 60 jaar geworden is, wordt op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, komt tot een totaal van 222 werkdagen wegens ziekte, te rekenen vanaf de leeftijd van 60 jaar.

    Op verzoek van de ambtenaar en na akkoord van de lijnmanager of de functioneel bevoegde minister(s) kan de opruststelling met 6 maanden worden uitgesteld. Die periode kan meermaals stilzwijgend verlengd worden met een periode van 6 maanden.

    De lijnmanager of de functioneel bevoegde minister kan de beslissing tot uitstel van de opruststelling op elk moment op gemotiveerde wijze intrekken, waardoor de ambtenaar ambtshalve op rust gesteld wordt op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de beslissing ingetrokken wordt.

    Als de opruststelling wordt uitgesteld, moet de ambtenaar de niet-opgenomen vakantieverlofdagen opnemen vóór de datum van opruststelling.

    Als de ambtenaar de vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de datum van opruststelling, worden de bepalingen van artikel VII 11, § 2 toegepast."

    Art. 110. Bijlage 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.

    Art. 111. In bijlage 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt aan niveau C een punt i) toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "i) diploma of -getuigschrift dat overeenkomstig deze bijlage in aanmerking genomen wordt voor aanwerving bij de diensten van de Vlaamse overheid in niveau A of B."

    Art. 112. In hetzelfde besluit wordt bijlage 3 vervangen door de bijlage die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 113. In hetzelfde besluit wordt bijlage 4 vervangen door de bijlage die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.

    Art. 114. Bijlage 9 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

    Art 115. Dit besluit treedt in werking op de datum van goedkeuring ervan voor de entiteiten, raden en instelling die op deze datum reeds in werking zijn getreden en op de datum dat de entiteit of raad in werking treedt, voor de entiteiten en raden die na deze datum in werking treden, met uitzondering van:

    artikel 19, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2006;
    de artikelen 66, 67, 71, 73, 74, 78, 79, 90, 98, 99, en 109, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2006;
    de artikelen 65, 76, 104, 105, 106 en 107, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2007;
    artikel 91, dat uitwerking heeft met ingang van 16 maart 2007;
    de artikelen 80, 82, 84, 85, 86, 87, 89, 93, 1° en 94, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2007;
    artikel 83, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2007;
    artikel 30, dat uitwerking heeft met ingang van 1 maart 2008;
    artikel 15, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2008;
    de artikelen 9, 61, 69, 1° h, 72, 92, 95, 96, 1°, die in werking treden op 1 januari 2008;
    10° artikel 11, dat inwerking treedt op 1 januari 2009;
    11° de artikelen 5, 64 en 110, die in werking treden op 1 juni 2008;
    12° de artikelen 16 die inwerking treden op de datum van vacantverklaring van de N-1functie belast met de leiding van de GDPB;
    13° de artikelen 17, 47, 49 en 51 en 53 die in werking treden op de datum van inwerkingtreding van het besluit houdende aanwijzing als afdelingshoofd van de GDPB;
    14° de artikelen 62; 63 en 77 die in werking treden op de eerste dag van de maand volgend op de goedkeuring van dit besluit.

    Art 116. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, is belast met de uitvoering van dit besluit.

    Brussel, 23 mei 2008

    De minister-president van de Vlaamse Regering,

    Kris PEETERS

    De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,

    Geert BOURGEOIS

    naar boven