chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Cijfers Sociale Dienst

    De sociale dienst bevordert het welzijn van actieve en gepensioneerde personeelsleden en hun gezinsleden zodat zij beter kunnen functioneren in hun privé, werk- en sociale omgeving.

    Personeelsleden kunnen met al hun vragen of problemen terecht bij de maatschappelijk assistenten van de sociale dienst. De maatschappelijk assistent biedt niet alleen een luisterend oor, maar helpt de personeelsleden om inzicht te krijgen in hun (probleem)situatie en begeleidt hen op een professionele manier om tot oplossingen te komen. Naast psychosociale begeleiding is ook concrete financiële hulpverlening mogelijk.

    Enkele voorbeelden van terugkomende thema’s:

    • psychisch welzijn en ziektebeleving;
    • stress en motivatieproblemen zowel thuis als op het werk;
    • financiële, relationele, administratieve of juridische problemen;
    • wegwijs maken in bestaande diensten en hulpverlening;
    • ondersteuning bij rouwprocessen (overlijden, echtscheiding, …);

    Waar nodig werken de maatschappelijk assistenten samen met andere welzijnsactoren binnen de Vlaamse overheid of verwijzen ze door naar gespecialiseerde externe hulpverlening of tweedelijnsdiensten (vb. schuldbemiddeling, psychiatrie, …).

    Het werkingsveld van de maatschappelijke assistenten is verdeeld over verschillende regio's in Vlaanderen: de postcode van de woonplaats van een personeelslid bepaalt bij welke maatschappelijk assistent hij of zij terecht kan. Hier vind je een overzicht van de maatschappelijk assistenten en de postcodeverdeling.

    Wie een beroep wil doen op een maatschappelijk assistent, dan kan dit persoonlijk, telefonisch of schriftelijk. Gesprekken met een maatschappelijk assistent kunnen binnen de arbeidstijd en zijn steeds vertrouwelijk. De maatschappelijk assistent heeft beroepsgeheim en elke vorm van hulpverlening is vrijwillig. Er wordt niets ondernomen zonder medeweten en toestemming van een personeelslid.

    Elke maatschappelijk assistent is twee dagen per week aanwezig op de hoofdzetel in Brussel. Op die dagen zijn ze telefonisch te bereiken. De maatschappelijk assistenten kunnen ook geconsulteerd worden op maandelijkse zitdagen die in alle provincies georganiseerd worden. Op de website van de sociale dienst kunnen de 35 maandelijkse zitdagen verspreid over 27 verschillende locaties in heel Vlaanderen geraadpleegd worden. Ook bezoeken op de werkplaats en huisbezoeken zijn mogelijk.

    Aard van de contacten

    In 2016 waren er 2.227 contacten tussen maatschappelijk assistenten en personeelsleden: 1.203 huisbezoeken, 656 contacten op zitdagen, 227 op de werkplaats van de cliënt, 83 op de hoofdzetel van de sociale dienst en 58 elders. Dit kunnen ziekenhuisbezoeken zijn, gezamenlijke bezoeken aan externe hulpverlenende instanties (OCMW, dienst Sociaal Wonen, ...).

    Het aantal contacten met de maatschappelijk assistenten blijven redelijk constant in de afgelopen jaren. We zien een lichte daling van het aantal contacten op zitdagen. Afspraken op de werkplaats buiten de reguliere uren van de vaste maandelijkse zitdagen zitten dan weer in de lift. We zien hier meer dan een verdubbeling in 2016 ten opzichte van 2015.

    Analyse cijfers 2015 (aard van de contacten)

    In 2015 waren er 2.285 contacten tussen maatschappelijk assistenten en personeelsleden: 1.218 huisbezoeken, 790 contacten op zitdagen, 110 op de werkplaats van de cliënt, 128 op de hoofdzetel van de sociale dienst en 39 elders.

    Ondanks de uitbreiding van de zitdagen in 2015 van 19 naar 47 blijkt dat huisbezoeken over de periode 2013-2015 blijven stijgen terwijl de zitdagen eerder stagneren.

    Analyse cijfers 2014 (aard van de contacten)

    In 2013 waren er 2.291 contacten tussen maatschappelijk assistenten en personeelsleden: 1.162 huisbezoeken, 791 contacten op zitdagen, 146 op de werkplaats van de cliënt, 155 op de hoofdzetel van de sociale dienst en 37 elders. Dit kunnen ziekenhuisbezoeken zijn, gezamenlijke bezoeken aan externe hulpverlenende instanties (OCMW, dienst Sociaal Wonen, ...).

    In 2014 waren er 2.162 contacten tussen maatschappelijk assistenten en personeelsleden: 1.118 huisbezoeken, 738 contacten op zitdagen, 116 op de werkplaats van de cliënt, 152 op de hoofdzetel van de sociale dienst en 38 elders.

    Ondanks de uitbreiding van de zitdagen in 2015 van 19 naar 47 blijkt dat huisbezoeken over de periode 2013-2015 blijven stijgen terwijl de zitdagen eerder stagneren.

    Aangehaalde problematieken in de contacten

    Bij de problematieken die aan bod komen, zien we een vast patroon. Sinds het begin van de registraties zien we elk jaar een zelfde volgorde terugkeren:

    1. Psychosociaal
    2. Administratief
    3. Gezondheid
    4. Financieel
    5. Tewerkstelling
    6. Materieel

    In een meer gedetailleerde rapportering van de verschillende problematieken springen een aantal elementen in het oog:

    • Schulden zijn de voornaamste reden om de sociale dienst te contacteren met financiële vragen en komen voor in ongeveer 8 % van de contacten in 2016. Het aantal contacten met personeelsleden die loonbeslag hebben, neemt toe: 29 in vergelijking met 17 in 2015.
    • Heel weinig collega’s hebben te maken met echte materiële nood, al is er een lichte stijging op te merken in 2015 en 2016 ten opzichte van de voorgaande jaren.
    • In meer dan een derde van de contacten komt de gezondheid aan bod. Meestal gaat het om de fysische gezondheid (23,1%), al zien we een stijging in contacten met personeelsleden met psychische gezondheidsklachten (16,5% in 2016 t.o.v. 13,4% in 2015).
    • Rapporteren over een vermoeden van burn-out kan pas vanaf eind 2014. Hier kunnen dus nog weinig conclusies uit afgeleid worden. In 2016 wordt iets minder gerapporteerd over vermoedens van burn-out: 26 contacten in 2016 t.o.v. 40 in 2015.
    Analyse cijfers 2015 (aangehaalde problematieken in de contacten)

    Bij de problematieken die aan bod komen, zien we een vast patroon. Sinds het begin van de registraties zien we elk jaar een zelfde volgorde terugkeren:

    1. Psychosociaal
    2. Administratief
    3. Gezondheid
    4. Financieel
    5. Tewerkstelling
    6. Materieel

    In een meer gedetailleerde rapportering van de verschillende problematieken springen een aantal elementen in het oog:

    • Schulden zijn de voornaamste reden om de sociale dienst te contacteren met financiële vragen en komen voor in ongeveer 7 % van de contactnames
    • Heel weinig collega’s hebben te maken met echte materiële nood, dit blijft beperkt tot 2 à 3 % van de contactnames
    • Meer dan de helft van de contacten gaan over het hulp- en dienstverleningspakket van de sociale dienst
    • Rapporteren over een vermoeden van burn-out kan pas vanaf eind 2014. Hier kunnen dus nog geen conclusies uit afgeleid worden.
    Analyse cijfers 2014 (aangehaalde problematieken in de contacten)

    Bij de problematieken die aan bod komen, zien we een vast patroon. Sinds het begin van de registraties zien we elk jaar een zelfde volgorde terugkeren:

    1. Psychosociaal
    2. Administratief
    3. Gezondheid
    4. Financieel
    5. Tewerkstelling
    6. Materieel

    In een meer gedetailleerde rapportering van de verschillende problematieken springen een aantal elementen in het oog:

    • Schulden zijn de voornaamste reden om de sociale dienst te contacteren met financiële vragen en komen voor in ongeveer 7 % van de contactnames
    • Heel weinig collega’s hebben te maken met echte materiële nood, dit blijft beperkt tot 2 à 3 % van de contactnames
    • Meer dan de helft van de contacten gaan over het hulp- en dienstverleningspakket van de sociale dienst
    • Bij gezondheid zien we voornamelijk vragen rond fysische gezondheid met een piek van meer dan  30% in 2014. De nieuwe regeling van de medische kosten die tot veel vragen leidde bij gerechtigden kan hier een verklaring zijn.
    • Rapporteren over een vermoeden van burn-out kan pas vanaf eind 2014. Hier kunnen dus nog geen conclusies uit afgeleid worden.
    • Bij problemen rond de tewerkstelling is ‘stress’ een grote uitschieter met een verdubbeling van het percentage in 2014 in vergelijking met 2013. De cijfers doen vermoeden dat de toenemende werkdruk en stress leiden tot meer contactnames met de sociale dienst

    Wijze van hulpverlening

    Uit de tabel kan afgeleid worden dat de maatschappelijk assistenten in eerste instantie een ondersteunende functie hebben.

    Analyse cijfers 2015 (wijze van hulpverlening)

    Uit de tabel kan afgeleid worden dat de maatschappelijk assistenten in eerste instantie een ondersteunende functie hebben. Informeren en adviseren komt op de tweede en derde plaats. Sinds 2011 is deze rol redelijk constant gebleven.

    Als er al sprake is van een evolutie door de jaren heen zien we een lichte verschuiving van informatie en advies geven naar een iets meer ondersteunende rol.

    Analyse cijfers 2014 (wijze van hulpverlening)

    Uit de tabel kan afgeleid worden dat de maatschappelijk assistenten in eerste instantie een ondersteunende functie hebben. Informeren en adviseren komt op de tweede en derde plaats. Sinds 2011 is deze rol redelijk constant gebleven.

    Als er al sprake is van een evolutie door de jaren heen zien we een lichte verschuiving van informatie en advies geven naar een iets meer ondersteunende rol.