chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Principes en normen voor overheidscommunicatie

    In het Bestuursdecreet van 7 december 2018 staan een aantal principes en normen waaraan overheidscommunicatie moet voldoen. Het vroegere openbaarheidsdecreet en het decreet over de normen voor de Vlaamse overheidscommunicatie gingen op in het Bestuursdecreet.

    Op deze pagina vind je alle principes en normen op een rij. De volledige tekst van het Bestuursdecreet vind je in de Vlaamse codex, en er is ook een volledige chronologie van de totstandkoming van het decreet, inclusief bijhorende documenten.

    Wil je snel te weten komen wat er nieuw is ? Bekijk dan onze aparte pagina over welke communicatieprincipes en -normen veranderden met de komst van het nieuwe Bestuursdecreet en welke dezelfde bleven

    Op welke overheden zijn de principes en normen van toepassing?

    Vlaamse overheid
    • Het Vlaams Parlement, zijn diensten, de instellingen die aan het Vlaams Parlement verbonden zijn, en de autonome diensten die onder toezicht staan van het Vlaams Parlement (behalve artikel II.11, eerste lid over toetsing aan het algemeen beleid en II.12 over de huisstijl)
    • De Vlaamse Regering en de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering
    • De Vlaamse administratie
    • de departementen
    • de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid
    • de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid
    • de publiekrechtelijke vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen
    • de privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, met uitzondering van de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid
    • de Dienst van de Bestuursrechtscolleges
    • de onderwijsinspectie
    • De provinciegouverneurs en de arrondissementscommissarissen
    • De Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie
    • De Vlaamse adviesorganen
    • De Vlaamse administratieve rechtscolleges
    Lokale besturen

    Niet van toepassing op de lokale besturen zijn:

    • Artikel II.4 over milieu-informatie
    • Artikel II.8 over het consultatieportaal
    • Artikel II.9 over de centrale website van de Vlaamse overheid
    • Artikel II.11 eerste lid over duidelijkheid over de fase van de besluitvorming 
    • Artikel II.12 over de huisstijl

    Lokale besturen zijn:

    • De gemeenten
    • De districten
    • De provincies
    • De openbare centra voor maatschappelijk welzijn
    • De samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
    • De intergemeentelijke onderwijsvereniging, vermeld in het decreet van 28 november 2008 betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging
    • De welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
    • De autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
    • De verzelfstandigde agentschappen die opgericht zijn door een provincie of een gemeente
    • De polders en de wateringen
    • De besturen van de erkende kerk- of geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten
    Andere instanties

    Artikel II.3, eerste lid, II.5, II.6, tweede, derde en vierde lid, II.16 en II.17 zijn ook van toepassing op de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid, op de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft, en op de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft.

    Wat is overheidscommunicatie?

    Vlaamse overheidscommunicatie is elke boodschap, bestemd voor het publiek of delen ervan, die uitgaat van  overheidsinstanties, ongeacht wat de doelstellingen ervan zijn en de kanalen die ervoor worden gebruikt en ongeacht of de overheidsinstantie daarvoor samenwerkt met derden.

    • 'Het publiek of delen ervan' slaat ook op individuele personen.
    • Of de overheid betaalt voor de communicatie, speelt geen rol.
    • Voor mandatarissen zijn de normen ook van toepassing als het initiatief van de communicatie van de media uitgaat (bijvoorbeeld in een interview), als ze communiceren in hun hoedanigheid van mandataris. 
    • Als de overheid samenwerkt met anderen, moet ze zich voor haar aandeel in de communicatie ook houden aan de normen. 
    • Ook interne communicatie valt onder de normen. Ook die moet helder zijn, relevant, gericht, politiek en commercieel neutraal …

    Principes en normen

    De overheid informeert actief over beleid, regelgeving en dienstverlening

    Overheidsinstanties informeren actief, op eigen initiatief, over hun beleid, regelgeving en dienstverlening, telkens als dat nuttig, belangrijk of noodzakelijk is.

    Ze zien erop toe dat de informatie zoveel mogelijk personen, verenigingen of organisaties van de doelgroep bereikt. Ze kiezen aangepaste communicatiestrategieën voor thema’s die moeilijk te bereiken doelgroepen aanbelangen.

    Ze dragen er zorg voor dat de informatie

    • correct, betrouwbaar en accuraat is
    • relevant is en gericht wordt verspreid
    • tijdig en systematisch wordt verspreid. (art. II.2)

    Geen informatie verspreiden die valt onder de uitzonderingen om bestuursdocumenten openbaar te maken

    Er mag geen informatie verspreid worden die valt onder de uitzonderingen om bestuursdocumenten openbaar te maken:

    (Art. II.2, vierde lid)

    Informatie in orde en gemakkelijk te raadplegen

    Overheidsinstanties zorgen ervoor dat de informatie die relevant is voor hun taak en die ze zelf beheren of die voor hen wordt beheerd, zo veel mogelijk geordend, accuraat, vergelijkbaar en geactualiseerd is. Dit is ook van toepassing op de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid, op de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft, en op de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft.

    De informatie van de overheid is gemakkelijk te raadplegen voor het beoogde doelpubliek via diverse kanalen en media. (art. II.3)

    Milieu-informatie

    De Vlaamse Regering wijst de instanties aan die ervoor moeten zorgen dat milieu-informatie op een actieve, systematische en transparante wijze onder de burgers of onder de betrokken doelgroepen verspreid wordt en op een doeltreffende wijze toegankelijk wordt gemaakt.

    De Vlaamse Regering bepaalt welke milieu-informatie minimaal wordt verspreid en stelt nadere regels vast voor de wijze waarop milieu-informatie wordt verspreid en toegankelijk wordt gemaakt. (Art.II.4)

    Dit artikel geldt niet voor de lokale besturen.

    Gezamenlijke bronnen met basisinformatie van Vlaamse en lokale overheden

    De Vlaamse overheid bouwt een of meer gezamenlijke gegevensbronnen uit met basisinformatie van de Vlaamse overheid, de lokale overheden, de instellingen met een publieke taak en de milieu-instanties. Het agentschap Informatie Vlaanderen zal twee nieuwe authentieke gegevensbronnen ontwikkelen, namelijk het organisatieregister en het dienstverleningsregister.

    Basisinformatie is

    • Identificerende informatie: informatie die noodzakelijk is voor een éénduidige identificatie van de organisatie of dienstverlening
    • Contactgegevens en informatie over dienstverlening
    • Formele hoedanigheden, bijvoorbeeld gegevens van topkaderfuncties, communicatieverantwoordelijken, vertrouwenspersonen, ambtenaren burgerlijke stand, stedenbouwkundig ambtenaren, ...

    De lokale overheden, de instellingen met een publieke taak en de milieu-instanties verlenen hun medewerking aan die gezamenlijke gegevensbronnen met basisinformatie. (Art.II.5)

    Centraal contact- en informatiepunt Vlaamse overheid en verplichting voor alle personeelsleden om informatiezoekers te helpen

    De burger kan met informatievragen terecht bij het centraal contact- en informatiepunt van de Vlaamse overheid. Dat contact- en informatiepunt is bereikbaar via diverse communicatiekanalen.

    Daarnaast zijn alle personeelsleden verplicht om iedereen die informatie zoekt, daarbij te helpen.

    Als ze zelf niet beschikken over de gevraagde informatie, sturen ze de vraag rechtstreeks door naar de bevoegde instantie of naar het centrale contact- en informatiepunt.

    Informatievragen worden kosteloos en binnen een redelijke termijn beantwoord, met behoud van de toepassing van artikel II.31, tweede lid, en artikel II.59. (Art II.6)

    Het tweede, derde en vierde lid van artikel II.6 zijn ook van toepassing op de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid, op de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft, en op de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft.

    Burgerprofiel geeft overzicht van gegevens en interacties met de overheid

    Er komt een burgerprofiel dat elke burger een overzicht geeft van zijn gegevens en interacties met de overheid: dienstverlening van overheden in Vlaanderen, maar ook van federale overheden, andere gemeenschappen of gewesten.

    Via het burgerprofiel zal de burger kunnen zien hoe zijn gegevens worden gebruikt door de overheid, kan hij fouten melden of vragen stellen. Hij vindt er informatie over lopende dossiers. Hij kan ook toestemming geven aan de overheid om zijn gegevens te gebruiken om hem gericht te informeren over dienstverlening of rechten die op hem van toepassing zijn.

    Het burgerprofiel mag alleen gebruikt worden door de burger of zijn gemandateerde om toegang te krijgen tot zijn gegevens, en voor geen enkel ander doel. 

    Het agentschap Informatie Vlaanderen werkt het burgerloket uit in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden. Het agentschap Innoveren en Ondernemen beheert daarnaast een specifiek contact- en informatiepunt voor ondernemers en ondernemingen. (art. II.7)

    Consultatieportaal op vlaanderen.be

    Er komt een consultatieportaal op de centrale website van de Vlaamse overheid. Als de Vlaamse Regering of een minister een consultatie organiseert, zal die minstens ook via het consultatieportaal worden bekendgemaakt.  (art. II.8)

    Dit artikel geldt niet voor de lokale besturen.

    De Vlaamse Regering zal via omzendbrief principes over kwaliteitsvolle consultatie en transparante feedback over de resultaten vastleggen. Richtlijnen en best-practices voor consultatie worden opgenomen in de omzendbrief VR betreffende beleids- en regelgevingsprocessen en op https://overheid.vlaanderen.be/regelgeving/planning-en-opmaak-regelgeving/consultatie

    Ook de consultaties die door de strategische adviesraden, uit eigen beweging of op verzoek, georganiseerd worden, moeten aangekondigd worden via het consultatieportaal (art. III.104, §3).

    Beslissingen Vlaamse Regering systematisch op centrale website

    De beslissingen van de Vlaamse Regering, met uitzondering van de beslissingen met individuele strekking, worden samen met de bijhorende documenten, systematisch gepubliceerd op de centrale website van de Vlaamse overheid. (Art.II.9, eerste lid)

    (Betere) informatie over regelgeving, rechten en plichten

    De Vlaamse Regering informeert de burgers over de Vlaamse regelgeving en in het bijzonder over de rechten en verplichtingen die daaruit voortvloeien, minstens via de centrale website van de Vlaamse overheid. (Art II.9 tweede lid)

    Nu komt veel informatie niet terecht bij de juiste doelgroep, of niet snel genoeg. De overheidscommunicatie over rechten en plichten moet stapsgewijs verbeteren.

    Heldere standaardtaal

    Overheidsinstanties communiceren in de standaardtaal, in principe de Nederlandse standaardtaal behalve als de taalwetgeving het gebruik van een andere taal voorschrijft of toelaat.

    Overheidsinstanties gebruiken een heldere taal die begrijpelijk is voor de ontvanger. (art. II.10)

    De Nederlandse standaardtaal is het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein: het bestuur, de administratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media. Dat Nederlands is algemeen bruikbaar in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving (zie http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85).

    In bepaalde vormen van mondelinge communicatie, bijvoorbeeld in dialoogjes in radiospotjes, kan je soms tussentalige en dialectische vormen gebruiken, om ze levendiger en realistischer te maken. Toch mag je ook in die gevallen niet te ver afwijken van de standaardtaal, want iedere luisteraar moet de boodschap kunnen verstaan. Als de overheid zelf aan het woord is (bijvoorbeeld via een voice-over), moet je in elk geval wel de Nederlandse standaardtaal gebruiken.

    Bij twijfel: raadpleeg het team Taaladvies via taaladvies@vlaanderen.be

    Inconsequenties en dubbele boodschappen vermijden

    Vlaamse overheidsinstanties verspreiden uitsluitend informatie die in overeenstemming is met het beleid van de hele Vlaamse overheid. Ze moeten hun boodschap toetsen aan het algemeen beleid, om inconsequenties en dubbele boodschappen te voorkomen.

    Dat geldt niet voor het Vlaams Parlement en voor de strategische adviesraden, die onafhankelijk moeten zijn van het beleid van de Vlaamse overheid. (art II.11 eerste lid)

    Duidelijk in welke fase beleid zich bevindt

    Uit de overheidscommunicatie moet duidelijk blijken in welke fase besluitvorming of een project zich bevindt.

    Als het om niet beslist beleid gaat, moet de communicatie feitelijk van aard en zakelijk van toon zijn. (art. II.11 tweede lid)

    Herkenbaar als Vlaamse overheid

    De communicatie van de Vlaamse overheid is duidelijk en als zodanig herkenbaar. Iedereen heeft altijd het recht te weten wanneer hij met een instantie van de Vlaamse overheid te maken heeft.

    De Vlaamse overheid profileert zich als één geheel en is altijd, ongeacht het kanaal of medium, herkenbaar als afzender of medeafzender, deelnemer, belanghebbend of betrokken bij de communicatie. 

    Alle onderdelen van de Vlaamse overheid maken zich herkenbaar door naar de Vlaamse overheid te verwijzen en kunnen daarnaast hun eigen entiteit tot uitdrukking brengen.

    De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel.

    Een van de belangrijkste elementen om de herkenbaarheid van de Vlaamse overheid te garanderen, is de verplichte gemeenschappelijke huisstijl. Die maakt een indeling van de communicatie van de Vlaamse overheid in drie niveaus:

    • niveau 1 - corporate communicatie
    • niveau 2 - thematische communicatie
    • niveau 3 - communicatie door entiteiten die in Vlaanderen permanent fysiek contact hebben met het grote publiek.

    Voor sommige types van communicatie kan de Vlaamse Regering specifieke richtlijnen maken, bijvoorbeeld voor de omroepprogramma’s van de VRT of voor bepaalde communicatie van de strategische adviesorganen.

    Het Vlaams Parlement en de instellingen die daaraan verbonden zijn, vallen niet onder dit artikel, net als de investeringsmaatschappijen, en uiteraard ook niet de lokale besturen. (art. II.12)

    Politiek neutraal

    Overheidsinstanties die communiceren namens de overheid, communiceren politiek neutraal. 

    Dat betekent bijvoorbeeld dat leden van de Vlaamse Regering politiek neutraal communiceren als ze optreden in hun hoedanigheid van minister. Als ze bijvoorbeeld een interview geven als politicus van een bepaalde partij, communiceren ze uiteraard niet politiek neutraal.

    In overheidscommunicatie verwijzen naar een naam of partij van een mandataris kan alleen als het discreet gebeurt en een informatieve meerwaarde heeft. Bij het gebruiken van persoonlijke gegevens van politici, het inlassen van foto's of audiovisuele bijdragen waakt de Vlaamse overheid erover dat de inlassing in de eerste plaats informatief is en dat er geen publicitaire, eenzijdige of opiniërende indruk rond de persoon wordt gewekt. 

    Bij het aanreiken van informatie aan externe media moet de inhoud van het beleid centraal staan, en niet de bewindspersoon of zijn partij. (Art. II.13)

    De Vlaamse ombudsman bracht op 23 februari 2017 verslag uit van twee toepassingen van het de norm in verband met politieke neutraliteit. De Vlaamse Regering volgde zijn advies en besliste op 29 september 2017 dat ministers in hun standaardhandtekening niet mogen linken naar een website in partij-huisstijl of naar andere sociale media, zoals een persoonlijke twitteraccount of persoonlijke facebookpagina. Er moet genoeg informatie staan op de webpagina's van de ministers op www.vlaanderen.be, bijvoorbeeld lijsten met kabinetsmedewerkers.

    Het is de Controlecommissie voor de Regeringsmededelingen die waakt over de politieke neutraliteit van de Vlaamse overheidscommunicatie. Een minister kan door een synthesenota vooraf advies vragen aan de Controlecommissie voor de Regeringsmededelingen. De Controlecommissie verleent een advies binnen 30 dagen, dat niet wordt bekendgemaakt. Elke Vlaamse volksvertegenwoordiger kan een klacht indienen tegen een 'regeringsmededeling' bij de Controlecommissie. De Controlecommissie controleert ook ambtshalve. Dat staat allemaal in het decreet houdende controle op de regeringsmededelingen.

    Tijdens een sperperiode voor verkiezingen zijn er extra regels.

    Veelgestelde vragen over politieke neutraliteit.

    Commercieel neutraal

    De overheidsinstanties communiceren commercieel neutraal.

    Ze lenen zich in hun eigen communicatie niet tot reclame of sluikreclame voor private bedrijven, merken of private personen. Ze kunnen alleen verwijzen naar private bedrijven of personen, hun merknamen, logo’s, of de diensten die ze geleverd hebben, naar hun merken of producten, als die informatie relevant of noodzakelijk is voor hun eigen boodschap.

    De overheidsintanties kunnen in hun eigen communicatiekanalen of media alleen ruimte laten voor betalende reclame van private bedrijven, merken of personen, als die reclame duidelijk wordt onderscheiden van de communicatie van de overheid zelf. 

    Ze aanvaarden voor hun communicatie geen aanbiedingen tot samenwerking van private derden, waarin die derden een duidelijk aanwijsbaar eenzijdig of dominant belang hebben, ook niet als die samenwerking kosteloos is of tegen gunstige voorwaarden kan worden verkregen. (art II.14)

    Enkele typische vragen over commerciële neutraliteit

    Adverteren in of samenwerken met externe media

    Als de Vlaamse overheid adverteert in of samenwerkt met externe media (bijvoorbeeld in de vorm van publireportages) gelden er drie voorwaarden.

    1. Het initiatief is gericht op een weloverwogen en duidelijk aanwijsbare communicatiedoelstelling van de Vlaamse overheid.
    2. De Vlaamse overheid houdt de volledige zeggenschap over de inhoud. 
    3. De Vlaamse overheid is duidelijk herkenbaar. (art. II.15)

    Overheidswebsites toegankelijk volgens de Europese richtlijn

    Het bestuursdecreet zet de Europese richtlijn om over toegankelijkheid van overheidswebsites (art. II.16 en art II.17). 

    Dit artikel is ook van toepassing op de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid, op de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft, en op de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft. Specifieke content en specifieke instanties worden uitgesloten van deze verplichting (zie de tekst van artikel II.16 en II.17)

    De verplichting geldt:

    • Voor websites die gepubliceerd werden vóór 23 september 2018: vanaf 23 september 2020
    • Voor websites die gepubliceerd werden vanaf 23 september 2018: vanaf 23 september 2019
    • Voor mobiele applicaties: vanaf 23 juni 2021

    Als het voor specifieke content onmogelijk is te voldoen aan deze normen zonder dat dit een buitensporige organisatorische of financiële last zou betekenen voor de instantie of als dit afbreuk zou doen aan het vermogen van de instantie om haar doelstelling te verwezenlijken of om relevante informatie bekend te maken, en rekening houdend met het waarschijnlijk voor- of nadeel voor de burgers, kan een uitzondering gemaakt worden op deze verplichting.

    Op iedere overheidswebsite moet een toegankelijkheidsverklaring gepubliceerd worden.  

    Meer informatie: https://overheid.vlaanderen.be/digitale-overheid/gebruiksvriendelijke-digitale-dienstverlening/wettelijke-verplichtingen

    Contactgegevens in berichten

    Overheidsinstanties sturen berichten die rechtsgevolgen tot stand brengen bij de toepassing van wettelijke en reglementaire bepalingen. Zo'n berichten moeten de contactgegevens bevatten van diegene die meer informatie kan geven over het dossier. Dat hoeven geen contactgegevens van een individueel personeelslid te zijn. Het mag bijvoorbeeld ook een  telefoonnummer of mailadres van een team zijn. (art II.20)

    Burgers kunnen zelf voorstellen doen

    Burgers krijgen de mogelijkheid om zelf voorstellen of meldingen te doen over het functioneren van de overheid, over beleid of regelgeving. Dat is een aanvulling op de bestaande parlementaire regeling voor verzoekschriften.

    Ze kunnen die voorstellen of meldingen kosteloos indienen bij een overheidsinstantie of bij het centrale contact- en informatiepunt. Ze krijgen binnen een redelijke termijn een antwoord: de overheidsinstantie zegt wat haar standpunt is over het voorstel of de melding en welke initiatieven ze zal nemen.

    Als een voorstel of melding kennelijk ongegrond of onredelijk is, is de overheid niet verplicht om te reageren. (art. II.88)

    Organisatie van de communicatie

    'Communicatieambtenaar' wordt 'communicatieverantwoordelijke'

    Voortaan zal elke instantie van de Vlaamse administratie een 'communicatieverantwoordelijke' aanwijzen in plaats van een 'communicatieambtenaar'. Ook elke provincieraad, gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn stelt een communicatieverantwoordelijke aan. De titel verandert omdat sommige overheidsinstanties geen ambtenaren in dienst hebben. 

    De term verwijst naar een inhoudelijke opdracht en niet naar een specifieke graad met gevolgen voor de rechtspositie van het personeelslid. De functie mag binnen een instantie dus ook door verschillende personeelsleden worden opgenomen.

    De communicatieverantwoordelijken hebben de taak om het communicatiebeleid te plannen, te realiseren en te evalueren. Ze stimuleren, coördineren en begeleiden de communicatie van hun overheid of instantie. Het is dus hun taak om, onder verantwoordelijkheid van het hoofd van de instantie, ervoor te zorgen dat de communicatie van de instantie goed verloopt. Ze zijn ook intern aanspreekpunt voor communicatiekwesties.

    Verder moeten de communicatieverantwoordelijken toezien op de naleving van de normen voor overheidscommunicatie: standaardtaal, heldere taal, duidelijkheid over de fase waarin de besluitvorming zich bevindt, herkenbaarheid als Vlaamse overheid, politieke neutraliteit, commerciële neutraliteit, correct gebruik van externe media.

    Ten slotte moeten ze erop toezien dat de communicatie van hun instantie spoort met het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de Vlaamse administratie. (art. III.64)

    Communicatieverantwoordelijken en klachtencoördinatoren: functies op elkaar afstemmen

    Elke instantie van de Vlaamse administratie moet de functies van de communicatieverantwoordelijke en de klachtencoördinator op elkaar afstemmen. Dat moet helpen om kwaliteitsvolle dienstverlening te garanderen. De instanties moeten voldoende informatie geven over hun dienstverlening, ook communiceren als er iets fout loopt en luisteren naar hun klanten. (art. III.64, vierde lid)

    Contact

    Marijke Vrijders

    Adres
    Herman Teirlinck
    Havenlaan 88, bus 20
    1000 Brussel
    België
    E-mail