Gedaan met laden. U bevindt zich op: Kleding en voertuigen niveau 2 Huisstijlrichtlijnen

Kleding en voertuigen niveau 2

Voor kleding en voertuigen zijn er huisstijlafspraken binnen de Vlaamse overheid. Een overzicht.

Kleding

Wat is verplicht?

Op T-shirts, jassen of truien plaats je:

  • het entiteitslogo links bovenaan
  • het themalogo bovenaan op de linkermouw.

Omdat kledij vaak wordt gebruikt voor promotionele doeleinden, kun je met de plaatsing van de logo’s vrijer omgaan. Hou echter altijd rekening met deze vuistregels:

  • Gebruik altijd het volle themalogo of het trapeziumlogo.
  • Pas de vorm of samenstelling van de logo’s zelf niet aan.
  • Blijf trouw aan je hoofd- en steunkleuren.
  • Op petten plaats je het entiteitslogo vooraan en de leeuwenkop op de achterzijde.

Op die manier creëer je optimale herkenbaarheid. Op donkere kledij kun je ervoor opteren om het logo te nemen met de uitgespaarde leeuw en het entiteitslogo negatief.

Uitzonderingen

  • Specifieke veiligheidseisen: kleding die aan specifieke veiligheidseisen moeten voldoen, zoals beschermingskleding.
  • Identificatie niet wenselijk: kleding die zo min mogelijk herkenbaar moeten zijn, zoals tijdens het vervoer van patiënten in een psychiatrische instelling.

Voertuigen

Wat is verplicht?

  • Wit is de basiskleur voor de aankoop van personenwagens, bestelwagens, fietsen …
  • Je gebruikt de leeuwenkop samen met het entiteitslogo.
  • Een kleurvlak geeft je wagen nog meer zichtbaarheid. Het kleurvlak moet de vorm aannemen van een van de onderstaande voorbeelden uit de huisstijlgids. Andere kleurvakken zijn niet toegestaan. De hellingsgraad van het kleurvlak op personenwagen is 60°.

Op donkere wagens vervang je de leeuwenkop door het trapezium waarin de leeuw wordt uitgespaard. Het entiteitslogo plaats je negatief.

  • Extra verplichtingen voor voertuigen met een nummerplaat: links van de nummerplaat: geijkte vorm ‘ECOSCORE + CIJFER’ pas te vermelden vanaf 65/100.

Uitzonderingen

  • Specifieke veiligheidseisen: voertuigen die aan specifieke veiligheidseisen moeten voldoen (zoals bufferwagens)
  • Identificatie niet wenselijk: voertuigen die zo min mogelijk herkenbaar mogen zijn, zoals voor het vervoer van patiënten uit een psychiatrische instelling.
  • Generieke wagens: entiteiten waarbij de wagens gebruikt worden door diverse diensten binnen de entiteit, mogen ook het themalogo gebruiken.