chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen - Titel 3

    Titel 3. Moederschapsrust, opvangverlof en pleegzorgverlof [37]

    Hoofdstuk 1. Moederschapsrust[9]

    De moederschapsrust[9] wordt toegekend aan het personeelslid krachtens de arbeidswet van 16 maart 1971 en wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit, met uitzondering van het recht op salaris voor het contractueel personeelslid.

    Art. X 14 - Toelichting

    De periode dat moederschapsrust[9] voor de ambtenaar bezoldigd wordt, mag niet meer dan vijftien weken bedragen bij één kind, en niet meer dan negentien weken bij een meerling, tenzij

    de bevalling plaatsvindt na de vermoedelijke bevallingsdatum;
    de verlenging van de moederschapsrust[9] met 1 week, ingevolge 6 of 8 weken ononderbroken arbeidongeschiktheid voor de werkelijke bevallingsdatum, tot gevolg heeft dat de periode van 15 of 19 weken wordt overschreden.[2]

    Bij verlenging van de postnatale rustperiode overeenkomstig artikel 39, vijfde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt de bezoldiging gedurende de duur van deze verlenging, en maximaal gedurende 24 weken, doorbetaald.

    Hoofdstuk 1bis. Vader- of meemoederschapsverlof[37]

    Art. X 15 - Toelichting

    § 1. In geval van overlijden van de moeder, heeft de ambtenaar die vader of meemoeder is van het kind recht op vaderschaps- of meemoederschapsverlof[9], waarvan de duur het deel van de moederschapsrust[9] dat nog niet opgenomen werd door de moeder bij haar overlijden, niet mag overschrijden.

    § 2. Bij opname van de moeder in een ziekenhuis, heeft de ambtenaar die vader of meemoeder is van het kind recht op vaderschaps- of meemoederschapsverlof[9], dat ten vroegste een aanvang neemt vanaf de achtste dag te rekenen vanaf de geboorte van het kind, op voorwaarde dat de opname van de moeder in het ziekenhuis meer dan zeven kalenderdagen bedraagt en dat de pasgeborene het ziekenhuis verlaten heeft.[2]

    Het in het eerste lid bedoelde vaderschaps- of moederschapsverlof[9] verstrijkt op het moment dat de opname van de moeder in het ziekenhuis een einde neemt en uiterlijk bij het verstrijken van de periode die overeenstemt met het deel van de moederschapsrust[9] dat door de moeder op het ogenblik van haar opname in het ziekenhuis nog niet was opgenomen.

    § 3. Het vaderschaps- en meemoederschapsverlof, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.[9]

    § 4. Aan het contractueel personeelslid wordt het vader- of meemoederschapsverlof toegekend op grond van de arbeidswetgeving. Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Tijdens het verlof heeft het contractueel personeelslid onverminderd artikel VII 108, geen recht op salaris.[37]

    naar boven

    Hoofdstuk 2. Opvangverlof

    Het personeelslid krijgt op zijn aanvraag opvangverlof wanneer een minderjarig kind in zijn gezin wordt opgenomen met het oog op adoptie of pleegvoogdij.

    Het opvangverlof bedraagt ten hoogste zes of ten hoogste vier weken naar gelang het opgenomen kind de leeftijd van drie jaar nog niet heeft bereikt of reeds bereikt heeft.

    De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het opgenomen kind een handicap heeft.

    Indien slechts één van de samenwonende partners adopteert of de pleegvoogdij uitoefent, kan alleen die persoon het verlof genieten.

    Het opvangverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

    Hoofdstuk 3. Pleegzorgverlof[37]

    Art. X 16bis.- Toelichting

    Een personeelslid heeft per kalenderjaar recht op zes dagen pleegzorgverlof. Het pleegzorgverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

    Het pleegzorgverlof wordt aan het contractueel personeelslid toegekend op grond van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de uitvoeringsbesluiten.[37]

    Het pleegzorgverlof wordt aan de ambtenaar op overeenkomstige wijze als aan het contractueel personeelslid toegekend met dit verschil dat een contractueel personeelslid tijdens het pleegzorgverlof geen salaris ontvangt en een ambtenaar recht heeft op 82% van het brutoloon.[37]

    naar boven