chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Definitie pensioen

    In deze analyse worden alleen de vrijwillige pensioneringen in kaart gebracht. Naast de ‘vrijwillige pensioneringen’ zijn er ook personeelsleden die de Vlaamse overheid verlaten wegens pensioen om medische redenen (ambtshalve of gedwongen uitstroom). Meer informatie over deze pensioneringen vindt u bij uitstroom.

    Vrijwillige uitstroom bij pensionering

    Bij vrijwillige uitstroom bij pensionering wordt de juridische tewerkstellingsband tussen het personeelslid en een entiteit vrijwillig beëindigd en wordt het personeelslid aansluitend automatisch op pensioen gesteld. Het verwijst meer specifiek naar pensioneringen naar aanleiding van het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar of bij het bereiken van de voorwaarden om  vervroegd op pensioen te gaan. 

    De nadruk bij ‘vrijwillige uitstroom bij pensionering’ ligt op het vrijwillig beëindigen van de tewerkstellingsrelatie. Personeelsleden die uitstromen wegens het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd gaan strikt juridisch ‘ambtshalve’ op pensioen maar worden in deze analyse bij ‘vrijwillige pensionering’ gepositioneerd. Dit omdat het personeelslid bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd steeds de  mogelijkheid heeft om in onderling akkoord met de werkgever toch aan de slag te blijven terwijl dit bij medische pensionering niet het geval is (gedwongen pensionering).

    Ambtshalve (gedwongen) uitstroom (pensioen medische redenen)

    Bij ambtshalve uitstroom door pensionering (pensioen medische redenen) wordt de juridische tewerkstellingsrelatie tussen het personeelslid en  de entiteit om ambtshalve redenen beëindigd en wordt het personeelslid aansluitend automatisch op pensioen gesteld. Pensioen om medische redenen is enkel mogelijk bij statutaire personeelsleden. 

    Personeelsleden die uitstromen wegens het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd gaan juridisch gezien ook ambtshalve op pensioen, maar worden in deze analyse bij vrijwillige pensionering gepositioneerd. Dit omdat het personeelslid steeds de mogelijkheid heeft om in onderling akkoord met de werkgever toch aan de slag te blijven terwijl dit bij medische pensionering niet het geval is (gedwongen pensionering).

    Ambtshalve pensioen is volgens deze analyse mogelijk in de volgende drie situaties:

    • Medex (verzekeraar) beslist om de betrokken ambtenaar definitief ongeschikt te verklaren omdat  hij of zij zijn ziektecontingent van 666 werkdagen overschreden heeft. Door deze beslissing wordt hij of zij op pensioen gesteld.
    • Personeelsleden die hun ziektecontingent van 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte, te rekenen vanaf 60 jaar, overschreden hebben en waarbij de ambtenaar geen uitstel van opruststelling vraagt OF indien de lijnmanager niet ingaat op de vraag van de ambtenaar om uitstel van opruststelling te verlenen.
    • Tijdelijke oppensioenstelling: in afwachting van een definitieve beslissing van Medex wordt het betrokken personeelslid gedurende maximum twee jaar tijdelijk op pensioen gesteld. Binnen deze tijdspanne zal het medisch controleorgaan een definitieve beslissing nemen:
    • ofwel wordt het personeelslid opnieuw geschikt verklaard en wordt het werk hervat;
    • ofwel wordt het personeelslid definitief ongeschikt verklaard. 

    Voor een tijdelijk rustpensioen zijn er volgende voorwaarden:

    • uitputting ziekteverlof;
    • MEDEX verklaart betrokkene(voorlopig)ongeschikt te zijn voor huidig ambt;
    • pensioenaanvraag nodig (na beslissing MEDEX).

    U vindt hier meer informatie over de regelgeving en over de modaliteiten waaraan personeelsleden moeten voldoen om op pensioen te kunnen gaan.

    Actieve 50+’ers 

    Alle personeelsleden vanaf 50 jaar of ouder die in het betrokken jaar een personeelsaanwezigheid groter dan nul hebben. Dit betekent m.a.w. dat de personeelsleden die een gans jaar voltijds afwezig zijn op de werkvloer niet worden meegeteld (zowel de onbetaalde afwezigheid zoals loopbaanonderbreking als de betaalde afwezigheid zoals ziekte en arbeidsongeval).