chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 (versie: 15 april 2018)

    FILIP, Koning der Belgen,
    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
    Gelet op de Grondwet, artikel 108;
    Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, de artikelen 6, § 1, derde lid, 8, § 2, tweede lid, 9, eerste lid, 14, §§ 5 en 7, vierde lid, 16, eerste lid, 17, tweede lid, 19, tweede lid, 28, § 2, 36, § 2, 1° en § 5, 37, § 1, eerste lid, § 3, 1°, en § 6, 38, § 1, eerste lid, 1°, f), en § 9, 39, § 9, 40, § 7, 41, § 7, 42, § 1, eerste lid, 1°, a), § 3, eerste lid, 2°, en § 4, 44, § 5, 45, § 5, 46, § 3, 50, eerste lid, 56, § 5, 60, vierde lid, 61, tweede lid, 62, vijfde lid, 63, 65, derde lid, 66, § 2, tweede lid, en § 4, 67, § 1, tweede lid, 68, § 1, eerste lid en § 2, 71, derde lid, 72, 74, 75, 78, vierde lid, 81, § 5, 83, 84, eerste lid, 90, § 4, 167, 171, eerste lid, en 193;
    Gelet op het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011;
    Gelet op de adviezen van de Commissie voor de overheidsopdrachten, gegeven op 19 september 2016 en op 9 december 2016;
    Gelet op de regelgevingsimpactanalyse van 16 september 2016;
    Gelet op de advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 oktober 2016;
    Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 16 januari 2017;
    Gelet op de advies 60.903/1 van de Raad van State, gegeven op 13 maart 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
    Op de voordracht van de Eerste Minister en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
    Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

    TITEL 1. - Algemene bepalingen

    HOOFDSTUK 1. - Definities, belasting over de toegevoegde waarde en toepassingsgebied

    Afdeling 1. - Voorafgaande bepaling

    Artikel 1

    Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG.

    Afdeling 2. - Definities

    Art. 2

    Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

    de wet : de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;

    2° de opdracht : de overheidsopdracht, raamovereenkomst en prijsvraag omschreven in artikel 2, 17°, 18°, 20°, 21°, 31° en 35°, van de wet;

    3° de opdracht tegen globale prijs : de opdracht waarbij een forfaitaire prijs het geheel van de prestaties van de opdracht of van elke post dekt;

    4° de opdracht tegen prijslijst : de opdracht waarbij de eenheidsprijzen voor de verschillende posten forfaitair zijn en de hoeveelheden, voor zover er hoeveelheden voor de posten worden bepaald, worden vermoed of worden uitgedrukt binnen een vork. De posten worden verrekend op basis van de werkelijk bestelde en gepresteerde hoeveelheden;

    5° de opdracht tegen terugbetaling : de opdracht waarbij de prijs van de uitgevoerde prestaties wordt vastgesteld na onderzoek van de gevorderde prijzen op basis van wat de opdrachtdocumenten bepalen over de kostenbestanddelen die mogen worden aangerekend, de berekeningswijze van de kosten en de omvang van de daarop toe te passen marges;

    6° de opdracht met gemengde prijsvaststelling : de opdracht waarbij de prijzen worden vastgesteld op de verschillende wijzen zoals omschreven in de bepalingen onder 3° tot 5° ;

    7° de samenvattende opmeting : het opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor werken over verschillende posten worden gefractioneerd en waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de wijze van prijsvaststelling wordt vermeld;

    8° de inventaris : het opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor leveringen of diensten over verschillende posten worden gefractioneerd en waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de wijze van prijsvaststelling wordt vermeld.

    9° de gekwalificeerde elektronische handtekening : de in artikel 3, 12°, van de verordening nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG bedoelde geavanceerde elektronische handtekening die is aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen en die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen;

    10° het indieningsrapport : het rapport aangemaakt door het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, dat een lijst van de door de kandidaat of de inschrijver toegestuurde documenten omvat in het kader van de plaatsingsprocedure;

    11° het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, afgekort het UEA : verklaring op erewoord waarmee ondernemers een voorlopig bewijs overleggen ter vervanging van door overheidsinstanties of derden afgegeven certificaten. Dit document is opgenomen in de Uitvoeringsverordening 2016/7 van de Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het Uniform Europees Aanbestedingsdocument als vermeld in artikel 73, § 1, eerste lid, van de wet;

    12° het kopersprofiel : online op een internetadres geplaatst platform, dat de instrumenten en middelen nodig voor de dematerialisering van plaatsingsprocedures centraliseert en deze ter beschikking stelt van de ondernemers, met inbegrip van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde instrumenten voor de elektronische ontvangst van offertes, aanvragen tot deelneming en plannen en ontwerpen bij prijsvragen, alsook informatie bevat inzake vooraankondigingen, lopende plaatsingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde overheidsopdrachten, geannuleerde procedures en nuttige algemene informatie, zoals een contactpunt, een telefoon- en faxnummer, een postadres en een e-mailadres;

    13° een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector : een opdracht voor diensten geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden.

    Afdeling 3. - Belasting over de toegevoegde waarde

    Art. 3

    Tenzij indien anders wordt vermeld in onderhavig besluit is elk bedrag vermeld in dit besluit een bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde.

    Afdeling 4. - Toepassingsgebied

    Art. 4
    • § 1 Dit besluit is uitsluitend toepasselijk op de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 van de wet vallen.

    • § 2 De volgende artikelen zijn van toepassing op de overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten opgesomd in bijlage III van de wet :

      1° alleen de artikelen 6 tot 10, 11, 18, 24, 25, 38 tot 50, 54, 57, 59 tot 74, 128 en 129 wanneer de aanbestedende overheid beslist de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking te gebruiken overeenkomstig artikel 89, § 1, eerste lid, 1°, van de wet;

      2° alleen de artikelen 6 tot 8, 10, 11, 18, § 2, 25, 38 tot 50, 54, 57, 59 tot 64, 73, 74, 128 en 129 wanneer de aanbestedende overheid beslist de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking te gebruiken overeenkomstig artikel 89, § 1, eerste lid, 2°, van de wet;

      3° alleen de artikelen 6 tot 10, 11, 18, 24, 25, 38 tot 50, 54, 57, 59 tot 64, 73, 74, 128 en 129 wanneer de aanbestedende overheid beslist de procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking te gebruiken overeenkomstig artikel 89, § 1, eerste lid, 4°, van de wet;

      4° alle artikelen die van toepassing zijn op de gekozen plaatsingsprocedure of aankooptechniek wanneer de aanbestedende overheid beslist artikel 89, § 1, eerste lid, 3°, van de wet toe te passen.

      De aanbestedende overheid kan andere bepalingen van dit besluit toepasselijk maken op de overheidsopdrachten inzake sociale en andere specifieke diensten. Daartoe vermeldt zij de bedoelde andere bepalingen in de opdrachtdocumenten.

    • § 3 Overeenkomstig artikel 92 van de wet zijn alleen de artikelen 6, 7 en 124 van dit besluit van toepassing op de in hoofdstuk 7 van titel 2 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde.

    • § 4 Alleen artikel 125, en de artikelen die door deze bepaling van toepassing worden verklaard, zijn van toepassing op de in artikel 28, § 1, 4°, a) en b), van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure in rechte.

    Art. 5

    Een niet-limitatieve lijst van publiekrechtelijke instellingen in de zin van artikel 2, 1°, c, van de wet is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit.

    HOOFDSTUK 2. - Raming van het bedrag van de opdracht

    Art. 6

    De raming van het bedrag van de opdracht bij het opstarten van de procedure bepaalt de regels die gedurende het hele verloop ervan toepasselijk zijn, voor zover de toepassing van deze regels afhankelijk is van het geraamde waarde van de opdracht of van de verplichte voorafgaande Europese bekendmaking.

    Art. 7
    • § 1 De geraamde waarde van een opdracht wordt berekend op basis van het totaal te betalen bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, zoals geraamd door de aanbestedende overheid. De raming houdt rekening met de duur en de totale waarde van de opdracht en met name met de volgende elementen :

      1° alle vereiste of toegestane opties;

      2° alle percelen;

      3° alle herhalingen als bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van de wet;

      4° alle vaste en voorwaardelijke gedeelten van de opdracht;

      5° alle premies of betalingen waarin de aanbestedende overheid voorziet ten voordele van de kandidaten, deelnemers of inschrijvers;

      6° desgevallend de herzieningsbepalingen;

      7° de verlengingen.

    • § 2 Indien een aanbestedende overheid uit afzonderlijke operationele eenheden bestaat, wordt de geraamde totale waarde van de opdrachten van al de operationele eenheden in beschouwing genomen.

      Niettegenstaande het eerste lid kunnen, indien een afzonderlijke operationele eenheid zelfstandig verantwoordelijk is voor haar overheidsopdrachten of bepaalde categorieën daarvan, de waarden op het niveau van elke operationele eenheid worden geraamd.

    • § 3 De keuze van de methode voor de berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht mag niet bedoeld zijn om de opdracht aan de bekendmakingsregels te onttrekken. Een overheidsopdracht mag evenmin worden gesplitst om de opdracht aan de bekendmakingsregels te onttrekken, tenzij objectieve redenen dit rechtvaardigen.

    • § 4 De geraamde waarde is geldig op het tijdstip waarop de aankondiging van opdracht wordt verzonden of, in gevallen waarin niet in een dergelijke aankondiging is voorzien, op het tijdstip waarop de plaatsingsprocedure voor de aanbestedende overheid aanvangt, bijvoorbeeld, op het tijdstip waarop de opdrachtdocumenten worden verzonden.

    • § 5 Bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst en een dynamisch aankoopsysteem wordt uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van alle voor de totale duur van de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem voorgenomen opdrachten.

    • § 6 Bij de berekening van de waarde van een innovatiepartnerschap wordt uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die zullen plaatsvinden in alle fases van het voorgenomen partnerschap, alsmede van de leveringen, diensten of werken die zullen worden ontwikkeld en verworven.

    • § 7 In het geval van overheidsopdrachten voor werken worden, bij de berekening van de geraamde waarde, de kost van de werken in aanmerking genomen, alsmede de geraamde totale waarde van de leveringen en diensten die door de aanbestedende overheid ter beschikking van de opdrachtnemer zijn gesteld indien deze nodig zijn voor de uitvoering van de werken.

    • § 8 In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om binnen een bepaalde termijn te worden hernieuwd, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen :

      1° ofwel de totale reële waarde van de tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande twaalf maanden geplaatste soortgelijke opeenvolgende opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd voor verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgend op de eerste opdracht;

      2° ofwel de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten die geplaatst worden gedurende de twaalf maanden volgend op de eerste levering, of gedurende het boekjaar, indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt.

    • § 9 In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur, of huurkoop van producten wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen :

      1° bij overheidsopdrachten met een bepaalde duur, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd indien deze ten hoogste twaalf maanden bedraagt, dan wel de totale waarde indien de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, met inbegrip van de geraamde restwaarde;

      2° bij overheidsopdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met achtenveertig.

    • § 10 De raming van opdrachten voor diensten omvat de totale vergoeding van de dienstverlener.

      Voor de berekening van dit bedrag worden in aanmerking genomen :

      1° verzekeringsdiensten : de te betalen premie en andere vormen van vergoeding;

      2° bankdiensten en andere financiële diensten : te betalen honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van vergoeding;

      3° opdrachten betreffende een ontwerp : te betalen honoraria, provisies en andere vormen van vergoeding.

    • § 11 In het geval van overheidsopdrachten voor diensten waarvoor geen totale prijs is vermeld, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen :

      1° bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter is dan achtenveertig maanden : de totale waarde voor de gehele looptijd;

      2° bij opdrachten voor onbepaalde tijd of waarvan de looptijd langer is dan achtenveertig maanden : de maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig.

    HOOFDSTUK 3. - Bekendmaking

    Afdeling 1. - Algemene bekendmakingsregels

    Art. 8
    • § 1 Een opdracht onderworpen aan de Europese bekendmaking wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen.

      De aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen mag geen andere inhoud hebben dan die bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ze mag niet worden bekendgemaakt vóór de datum van bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie. Niettemin kan de bekendmaking in ieder geval in het Bulletin der Aanbestedingen geschieden indien de aanbestedende overheid niet binnen twee dagen na de bevestiging van de ontvangst van de aankondiging is geïnformeerd over de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

      Een opdracht die enkel onderworpen is aan de Belgische bekendmaking wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen. Een aanbestedende overheid kan niettemin eveneens een bekendmaking doen in het Publicatieblad van de Europese Unie van een dergelijke aankondiging van de opdracht, op voorwaarde dat de aankondiging elektronisch gebeurt met inachtneming van het format en de modaliteiten voorzien voor de Europese bekendmaking.

    • § 2 Voor de opdrachten die overeenkomstig dit besluit aan de bekendmaking onderworpen zijn, geldt enkel de aankondiging bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en, in voorkomend geval, in Publicatieblad van de Europese Unie, als een officiële bekendmaking.

      Geen andere bekendmaking of verspreiding mag plaatsvinden vóór de bekendmaking van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen en, in voorkomend geval, in het Publicatieblad van de Europese Unie. De bekendmaking of verspreiding mag geen andere inhoud hebben dan deze van de officiële bekendmaking.

    • § 3 Onverminderd de artikelen 9, 15, 16, 17, 21 en 22, omvatten de vooraankondigingen, de aankondigingen van de opdracht en deze van gegunde opdracht de inlichtingen vermeld in de bijlagen 3 tot 8 onder de vorm van elektronische standaardformulieren opgemaakt door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening 2015/1986 van de Europese Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten.

    • § 4 Voor de toepassing van de bekendmakingsvoorschriften worden elektronische communicatiemiddelen aangewend.

    Art. 9

    Wanneer de aanbestedende overheid een officiële bekendmaking wenst te verbeteren of aan te vullen, gaat zij, overeenkomstig dit hoofdstuk, over tot de bekendmaking van een rechtzettingsbericht onder de vorm van een elektronisch standaardformulier opgemaakt door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening 2015/1986 van de Europese Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten.

    Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking wordt, wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd tussen de zevende en de laatste twee dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offertes, de voormelde datum verdaagd met minstens zes dagen. Wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd in de laatste twee dagen vóór de voormelde uiterste datum wordt deze laatste verdaagd met minstens acht dagen.

    Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking en onverminderd artikel 8, § 1, derde lid, wordt, wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd in de laatste zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offerte, de voormelde datum verdaagd met minstens zes dagen.

    Voor de berekening van in dit artikel bedoelde termijnen is Verordening nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden, niet van toepassing.

    Art. 10

    De aanbestedende overheid moet in staat zijn het bewijs van de verzending van de aankondiging te kunnen leveren.

    De door het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie en door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning verstrekte bevestiging van de bekendmaking van de verzonden informatie, met vermelding van de datum van de bekendmaking, geldt als bewijs van de bekendmaking van de aankondiging.

    Afdeling 2. - Europese drempels

    Art. 11

    De Europese drempelbedragen zijn :

    1° [1 5.548.000 euro]1 voor de overheidsopdrachten voor werken;

    2° [1 144.000 euro]1 voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten geplaatst door de federale aanbestedende overheden bedoeld in bijlage 2, deel A, en voor door deze laatste georganiseerde prijsvragen; wat betreft overheidsopdrachten voor leveringen geplaatst door federale aanbestedende overheden die op het gebied van defensie werkzaam zijn, geldt deze drempel alleen voor opdrachten betreffende producten die onder bijlage 2, deel B vallen;

    3° [1 221.000 euro]1 voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten geplaatst door aanbestedende overheden die niet onder 2° vallen en voor door deze overheden georganiseerde prijsvragen; deze drempel is ook van toepassing op overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op producten welke niet onder bijlage 2, deel B vallen en geplaatst zijn door federale aanbestedende overheden die op het gebied van defensie werkzaam zijn;

    4° 750.000 euro voor de overheidsopdrachten voor diensten die betrekking hebben op sociale en andere specifieke diensten zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.

    De in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde bedragen worden door de bevoegde minister aangepast op basis van de herzieningen bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet.

    ----------

    (1)<MB 2017-12-21/02, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

    Art. 12

    Niettegenstaande artikel 7, § 1, mag de aanbestedende overheid wanneer werken, homogene leveringen of diensten de drempels vermeld in artikel 11 bereiken en in percelen worden verdeeld, van de toepassing van de Europese bekendmaking afwijken voor percelen waarvan het individuele geraamde bedrag, kleiner is dan 1.000.000 euro voor werken, respectievelijk 80.000 euro voor leveringen en diensten, voor zover hun samengevoegde geraamde waarde twintig procent van de geraamde waarde van het geheel van de percelen niet overschrijdt. De bepalingen van de Belgische bekendmaking zijn in dat geval van toepassing op de percelen in kwestie.

    Afdeling 3. - Europese bekendmaking

    Art. 13

    Deze afdeling is van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking vermeld in artikel 11.

    Onderafdeling 1. - Algemene regels

    Art. 14

    De Europese bekendmaking bestaat uit een aankondiging van opdracht, een aankondiging van gegunde opdracht en desgevallend een vooraankondiging.

    Art. 15
    • § 1 Overeenkomstig artikel 60 van de wet, kan de aanbestedende overheid haar voornemens met betrekking tot de te plaatsen overheidsopdrachten te kennen geven door een vooraankondiging te publiceren. Deze vooraankondiging omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 3, deel B, en wordt bekendgemaakt op één van de volgende wijzen :

      1° door het Bulletin der Aanbestedingen en het Publicatieblad van de Europese Unie; of

      2° door de aanbestedende overheid via haar kopersprofiel.

      Wanneer de aanbestedende overheid van de in het eerste lid, onder 2°, vermelde mogelijkheid gebruik wenst te maken, zendt zij een "aankondiging van bekendmaking van een vooraankondiging via een kopersprofiel" naar het Bulletin der Aanbestedingen en het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie dat de in bijlage 3, deel A, omschreven informatie bevat. Deze vooraankondiging mag niet via het kopersprofiel worden bekendgemaakt voordat de "Aankondiging van bekendmaking van een vooraankondiging via een kopersprofiel" is verzonden. De vooraankondiging op het kopersprofiel vermeldt de datum van deze verzending.

    • § 2 De bekendmaking van een vooraankondiging is slechts verplicht wanneer de aanbestedende overheid gebruik wil maken van de mogelijkheid om de termijn voor de ontvangst van de offertes overeenkomstig de artikelen 36, § 2, 37, § 3 en 38, § 3, laatste lid, van de wet in te korten.

      De vooraankondiging wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt bij het begin van het begrotingsjaar of, voor werken, nadat de beslissing is genomen tot goedkeuring van het programma voor de opdrachten voor werken die de aanbestedende overheid voornemens is te plaatsen.

    Art. 16

    Overeenkomstig artikel 61 van de wet en onder voorbehoud van de erin bepaalde uitzonderingen, maakt een opdracht het voorwerp uit van een aankondiging van opdracht die de inlichtingen bevat die zijn vermeld in bijlage 4.

    Art. 17

    Overeenkomstig artikel 62 van de wet maakt iedere opdracht die is gesloten, ook na een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, het voorwerp uit van een aankondiging van gegunde opdracht.

    Deze aankondiging bevat de inlichtingen vermeld in bijlage 5.

    Onderafdeling 2. - Sociale en andere specifieke diensten

    Art. 18
    • § 1 Overeenkomstig artikel 90, §§ 1 en 2, van de wet, maakt de aanbestedende overheid die een overheidsopdracht wil plaatsen voor de in bijlage III van de wet opgesomde sociale en andere specifieke diensten, haar intentie daartoe kenbaar met behulp van één van de volgende middelen :

      1° een aankondiging van de opdracht die de inlichtingen bedoeld in de bijlage 7, deel B, bevat of

      2° een vooraankondiging, die op voortdurende wijze wordt bekendgemaakt en die de inlichtingen bedoeld in de bijlage 7, deel A, bevat.

      Overeenkomstig artikel 89, § 1, 2°, van de wet is de onderhavige paragraaf niet van toepassing in de in artikel 42, § 1, 1°, b), c) en d), 2°, 3°, 4° en 5°, van de wet bedoelde uitzonderingsgevallen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

    • § 2 Overeenkomstig artikel 90, § 3, van de wet, maakt het resultaat van een plaatsingsprocedure van een overheidsopdracht voor de in bijlage III van de wet opgesomde sociale en andere specifieke diensten, het voorwerp uit van een aankondiging van gegunde opdracht die de inlichtingen bedoeld in de bijlage 7, deel C omvat.

    Afdeling 4. - Belgische bekendmaking

    Art. 19

    Deze afdeling is van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking vermeld in artikel 11 en die onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking.

    Onderafdeling 1. - Algemene regels

    Art. 20

    De Belgische bekendmaking bestaat uit een aankondiging van de opdracht en, desgevallend, een vooraankondiging.

    Art. 21

    Overeenkomstig artikel 60 van de wet, kan de aanbestedende overheid haar intenties inzake de plaatsing van opdrachten kenbaar maken door middel van de bekendmaking van een vooraankondiging. Deze vooraankondiging omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 3.

    De bekendmaking van een vooraankondiging is slechts verplicht wanneer de aanbestedende overheid gebruik wil maken van de mogelijkheid om de termijn voor de ontvangst van offertes overeenkomstig de artikelen 36, § 2 en 37, § 3, van de wet in te korten.

    Indien de aanbestedende overheid beslist een vooraankondiging bekend te maken, gebeurt dit zo vroeg mogelijk na de aanvang van het begrotingsjaar of, wat de werken betreft, na de beslissing die het programma goedkeurt waarin de overheidsopdrachten voor werken die de aanbestedende overheid wenst te plaatsen, zijn ingeschreven.

    Art. 22

    Overeenkomstig artikel 61 van de wet en onder voorbehoud van de erin bepaalde uitzonderingen, maakt een opdracht het voorwerp uit van een aankondiging van opdracht die de inlichtingen omvat opgenomen in bijlage 4.

    Art. 23
    • § 1 Bij niet-openbare procedure of mededingingsprocedure met onderhandeling kan de aankondiging bedoeld in artikel 22 betrekking hebben op de instelling van een kwalificatiesysteem overeenkomstig paragraaf 2. Dit systeem is uitsluitend bestemd voor het plaatsen van gelijkaardige opdrachten.

    • § 2 Voor de instelling van een kwalificatiesysteem maakt de aanbestedende overheid een aankondiging bekend en gebruikt daartoe het formulier opgemaakt door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, dat ten minste onderstaande inlichtingen omvat :

      1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;

      2° het soort opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan, de NUTS-code, bedoeld in bijlage 12 en de categorie van het hoofdvoorwerp volgens de CPV-code.

      De aankondiging wordt jaarlijks bekendgemaakt, alsook na iedere actualisering bedoeld in het volgende lid.

      De belangstellende ondernemers kunnen op ieder ogenblik vragen om te worden opgenomen in elk door een aanbestedende overheid ingesteld kwalificatiesysteem. De aanbestedende overheid beheert ieder kwalificatiesysteem op basis van regels en criteria, die ze vastlegt overeenkomstig de bepalingen van titel 2, hoofdstuk 4, afdeling 3, van de wet en de bepalingen van hoofdstuk 12 van titel 1 van dit besluit en meedeelt aan de ondernemers die erom verzoeken. Zo nodig zorgt ze regelmatig voor een actualisering van deze regels en criteria.

      Het beheer van het kwalificatiesysteem voldoet aan de volgende voorwaarden :

      1° de aanbestedende overheid kan aan bepaalde aanvragers geen administratieve, technische of financiële voorwaarden opleggen die ze niet aan anderen zou opleggen, noch een beproeving of verantwoording eisen indien daarvoor al objectieve bewijzen voorhanden zijn;

      2° de regels en criteria van titel 2, hoofdstuk 4, afdeling 3, van de wet en van hoofdstuk 12 van titel 1 van dit besluit, alsook de daartoe gevraagde inlichtingen en documenten worden aan de belangstellende ondernemers meegedeeld, ook na een eventuele actualisering van deze gegevens;

      3° de aanbestedende overheid neemt haar beslissing over de kwalificatie binnen een termijn van vier maanden vanaf de indiening van de aanvraag;

      4° de gemotiveerde beslissing tot goedkeuring of tot afwijzing van een aanvraag tot kwalificatie berust op de in 2° bedoelde kwalificatiecriteria en -regels en wordt onmiddellijk aan de aanvrager meegedeeld;

      5° een opheffing van de kwalificatie berust op de in 2° bedoelde kwalificatiecriteria en -regels. De gemotiveerde intentie tot opheffing van de kwalificatie wordt vooraf schriftelijk meegedeeld aan de betrokkene, die binnen vijftien dagen een schriftelijk verweer kan indienen, waarna een beslissing wordt genomen.

      Vóór het uitnodiging tot het indienen van een offerte en rekening houdend met het voorwerp en de specifieke kenmerken van een bepaalde opdracht en met het aantal gekwalificeerde kandidaten, kan de aanbestedende overheid overgaan tot een selectie onder de gekwalificeerde kandidaten op grond van de artikelen 65 tot 72.

      De plaatsingsprocedure wordt ten laatste bepaald op het ogenblik van de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan de gekwalificeerde kandidaten.

    Onderafdeling 2. - Sociale en andere specifieke diensten

    Art. 24

    Onverminderd artikel 90 van de wet, maakt de aanbestedende overheid die een overheidsopdracht wil plaatsen voor de in bijlage III van de wet opgesomde sociale en andere specifieke diensten, haar intentie daartoe kenbaar met behulp van één van de volgende middelen :

    1° een aankondiging van de opdracht die de inlichtingen bedoeld in de bijlage 7, deel B, bevat; of

    2° een vooraankondiging, die op voortdurende wijze wordt bekendgemaakt en die de inlichtingen bedoeld in de bijlage 7, deel A, bevat.

    Dit artikel is echter niet van toepassing ingeval van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

    HOOFDSTUK 4. - Prijsvaststelling en prijsbestanddelen

    Art. 25

    De prijzen worden in de offerte in euro uitgedrukt. Het totale offertebedrag wordt voluit geschreven. Hetzelfde geldt voor de eenheidsprijzen, wanneer de opdrachtdocumenten dit opleggen.

    Art. 26

    De prijs van de opdracht wordt bepaald volgens één van de prijsvaststellingen vermeld in artikel 2, 3° tot 6°.

    In de gevallen waarin artikel 9, tweede lid, van de wet de plaatsing van de opdracht zonder forfaitaire prijsvaststelling toestaat, wordt de opdracht gegund :

    1° hetzij tegen terugbetaling;

    2° hetzij deels tegen terugbetaling, deels tegen forfaitaire prijs.

    Art. 27

    De inschrijver wordt geacht zijn offertebedrag te hebben vastgesteld volgens zijn eigen bewerkingen, berekeningen en ramingen, rekening houdend met de inhoud en de omvang van de opdracht.

    Art. 28

    De eenheidsprijzen en de globale prijzen voor iedere post van de samenvattende opmeting of van de inventaris worden opgegeven met inachtneming van de betrekkelijke waarde van die posten ten opzichte van het totale offertebedrag. Alle algemene en financiële kosten alsmede de winst worden, in verhouding tot hun belangrijkheid, verdeeld over de onderscheiden posten.

    Art. 29

    Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de opdracht alle heffingen welke de opdracht belasten, met uitzondering van de belasting over de toegevoegde waarde.

    Wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft, schrijft de aanbestedende overheid voor :

    1° hetzij dat zij in een afzonderlijke post van de samenvattende opmeting of van de inventaris wordt vermeld om bij de prijs van de offerte te worden gevoegd. Indien de inschrijver verzuimt deze post in te vullen, wordt de geboden prijs door de aanbestedende overheid met deze belasting verhoogd;

    2° hetzij dat de inschrijver verplicht is in de offerte de aanslagvoet van de belasting over de toegevoegde waarde te vermelden. Indien verschillende aanslagvoeten toepasselijk zijn, dient de inschrijver voor elke aanslagvoet de desbetreffende posten van de samenvattende opmeting of van de inventaris op te geven.

    [1 Wanneer de belasting over de toegevoegde waarde een kost met zich meebrengt voor de aanbestedende overheid, gebeurt de evaluatie van de offertebedragen met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde.]1

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 30
    • § 1 Indien de aanbestedende overheid zelf een volledige beschrijving van het geheel of een deel van de opdracht geeft, zijn de aankoopprijs en de verschuldigde vergoedingen voor de gebruikslicenties van de bestaande intellectuele eigendomsrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdracht en door de aanbestedende overheid kenbaar worden gemaakt, inbegrepen in de eenheidsprijzen of de globale prijzen van de opdracht.

      Indien de aanbestedende overheid geen melding maakt van het bestaan van een intellectueel eigendomsrecht of van een gebruikslicentie, vallen de aankoopprijs en de vergoedingen te haren laste. In dat geval is ze ook aansprakelijk voor eventuele schadevergoedingen gevorderd door de titularis van het intellectuele eigendomsrecht of de licentiehouder.

    • § 2 Wanneer de opdrachtdocumenten de inschrijvers verplichten om zelf de beschrijving van het geheel of een deel van de opdrachtprestaties te geven, zijn de vergoedingen verschuldigd aan de inschrijvers voor het gebruik, in dit kader, van een intellectueel eigendomsrecht waarvan ze titularis zijn of waarvoor ze van een derde een gebruikslicentie moeten verkrijgen voor het geheel of een deel van die prestaties, inbegrepen in de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de opdracht. In voorkomend geval vermelden zij in hun offerte het nummer en de datum van de registratie van de eventuele gebruikslicentie. In geen geval zijn zij gerechtigd om van de aanbestedende overheid schadevergoeding te eisen op grond van de schending van de intellectuele eigendomsrechten in kwestie.

    Art. 31

    De opleveringskosten, met inbegrip van de keuringskosten, zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdrachten op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de wijze bepalen waarop deze kosten zullen worden berekend.

    De keurings- en opleveringskosten omvatten onder meer de reis- en verblijfskosten en de vergoeding van het met de keuring of oplevering belaste personeel.

    Art. 32
    • § 1 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdrachten voor werken, alle kosten, maatregelen en lasten die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name :

      1° in voorkomend geval, de maatregelen opgelegd door de regelgeving inzake veiligheid en gezondheid van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;

      2° alle werken en leveringen die nodig zijn om de grondafkalvingen en andere beschadigingen te voorkomen en eventueel te verhelpen zoals stempelingen, beschoeiingen en bemalingen;

      3° het ongeschonden bewaren en het eventueel verplaatsen en terugplaatsen van kabels en leidingen waarop bij grond-, graaf- of baggerwerken kan worden gestuit, voor zover de wettelijke last hiervoor niet op de eigenaars van die kabels en leidingen rust;

      4° het verwijderen binnen de grenzen van de grond-, graaf- of baggerwerken die eventueel noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het werk :

      a) van grond, slijk en kiezel, stenen, breukstenen, allerlei gesteente, overblijfselen van metselwerk, zoden, beplantingen, struiken, stronken, wortels, kreupelhout, puin en afval;

      b) van ieder rotsblok, ongeacht zijn volume, wanneer de opdrachtdocumenten vermelden dat de grond-, graaf, of baggerwerken worden uitgevoerd in rotsachtig terrein en, bij gebrek aan deze vermelding, van ieder uit één stuk bestaand rotsblok, metselwerk of betonblok waarvan het volume een halve kubieke meter niet overschrijdt;

      5° het vervoeren en wegbrengen van graafspecie hetzij buiten het domein van de aanbestedende overheid, hetzij naar de plaatsen voor hergebruik binnen de grenzen van de bouwplaatsen, hetzij naar de stortplaatsen waarin de opdrachtdocumenten voorzien;

      6° alle algemene, bijkomende en onderhoudskosten gedurende de uitvoerings- en waarborgtermijn.

      Zijn eveneens inbegrepen in de prijs van de opdracht, alle werkzaamheden die uit hun aard afhangen van of samenhangen met deze die in de opdrachtdocumenten zijn beschreven.

    • § 2 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdrachten voor leveringen, alle kosten, [1 maatregelen en lasten]1 die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name :

      1° de verpakkingen, behalve wanneer ze eigendom blijven van de inschrijver en het laden, de overslag, het overladen, het vervoer, de verzekering en het inklaren;

      2° het lossen, uitpakken en stapelen op de plaats van levering, op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de juiste plaats van levering en de toegangsmogelijkheden vermelden;

      3° de documentatie die met de levering verband houdt;

      4° het monteren en het bedrijfsklaar maken;

      5° de voor het gebruik noodzakelijke vorming.

    • § 3 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdracht voor diensten, alle kosten, [1 maatregelen en lasten]1 die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name :

      1° de administratie en het secretariaat;

      2° de verplaatsing, het vervoer en de verzekering;

      3° de documentatie die met de diensten verband houdt;

      4° de levering van documenten of stukken die inherent zijn aan de uitvoering;

      5° de verpakkingen;

      6° de voor het gebruik noodzakelijke vorming;

      7° in voorkomend geval, de maatregelen die door de wetgeving inzake de veiligheid en de gezondheid van de werknemers worden opgelegd voor de uitvoering van hun werk.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 32, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    HOOFDSTUK 5. - Verbetering van fouten en nazicht van prijzen of kosten

    Art. 33

    Na de verbetering van de offertes overeenkomstig artikel 34, gaat de aanbestedende overheid over tot het prijs- of kostenonderzoek overeenkomstig artikel 35 en, in geval van vermoeden van abnormaal hoge of lage prijzen of kosten, gaat zij over tot de in artikel 36 bedoelde prijzen- of kostenbevraging.

    Art. 34
    • § 1 De aanbestedende overheid verbetert de offertes in functie van de door haar of een inschrijver vastgestelde rekenfouten en zuiver materiële fouten in de opdrachtdocumenten.

    • § 2 De aanbestedende overheid verbetert de rekenfouten en zuiver materiële fouten in de offertes, zonder aansprakelijk te zijn voor de niet ontdekte fouten.

      Ten einde de rekenfouten en de zuiver materiële fouten die door haar vastgesteld worden in de offertes te verbeteren, gaat de aanbestedende overheid de werkelijke bedoeling na van de inschrijver via een globale analyse van de offerte en door deze te vergelijken met de andere offertes en met de marktprijzen. Indien deze bedoeling, na analyse van de offerte, niet voldoende duidelijk is, kan de aanbestedende overheid de inschrijver, binnen een door haar gestelde termijn, uitnodigen om de inhoud van zijn offerte te verduidelijken zonder haar te wijzigen en te vervolledigen en dit zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om te onderhandelen indien de procedure zulks toelaat.

      Als er in dit laatste geval geen toelichting gegeven is of de toelichting niet aanvaardbaar is voor de aanbestedende overheid, verbetert ze de fouten naar eigen bevindingen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kan de aanbestedende overheid hetzij beslissen dat de opgegeven eenheidsprijzen van toepassing zijn, hetzij de offerte als onregelmatig weren.

    • § 3 Indien de aanbestedende overheid rechtstreeks fouten verbetert in de offertes, bewaart zij de oorspronkelijke versie van die offertes en ziet zij erop toe dat haar rechtzettingen duidelijk identificeerbaar zijn, terwijl ook de oorspronkelijke gegevens zichtbaar blijven.

    Art. 35

    De aanbestedende overheid onderwerpt de ingediende offertes aan een prijs-of kostenonderzoek. Daartoe kan de aanbestedende overheid, overeenkomstig artikel 84, tweede lid, van de wet, de inschrijvers verzoeken alle nodige inlichtingen te verstrekken.

    Art. 36
    • § 1 Indien uit het prijs- of kostenonderzoek overeenkomstig artikel 35 blijkt dat er prijzen of kosten worden aangeboden die abnormaal laag of hoog lijken, voert de aanbestedende overheid een bevraging van deze laatste uit. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de mededingingsprocedure met onderhandeling, de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, wordt de bevraging uitgevoerd op de laatst ingediende offertes. Dit belet niet dat de aanbestedende overheid deze bevraging reeds kan verrichten in een vroeger stadium van de procedure.

    • § 2 Bij de prijzen- of kostenbevraging verzoekt de aanbestedende overheid de inschrijver om de nodige schriftelijke verantwoording over de samenstelling van de abnormaal geachte prijs of kost te verstrekken binnen een termijn van twaalf dagen, tenzij de uitnodiging een langere termijn bepaalt. Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, kan de aanbestedende overheid, mits uitdrukkelijk gemotiveerde bepaling in de opdrachtdocumenten, in een kortere termijn voorzien.

      De inschrijver draagt de bewijslast van de verzending van de verantwoording.

      De verantwoording houdt met name verband met :

      1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;

      2° de gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten;

      3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;

      4° de eventuele ontvangst van rechtmatig toegekende overheidssteun door de inschrijver.

      In het kader van de in het eerste lid bedoelde prijzen- of kostenbevraging verzoekt de aanbestedende overheid de inschrijver om de schriftelijke verantwoordingen over te maken inzake de eerbiediging van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, die van toepassing zijn in de domeinen van het sociaal, arbeids- en milieurecht, met inbegrip van de verplichtingen die van toepassing zijn op het vlak van welzijn, lonen en sociale zekerheid.

      De aanbestedende overheid is er echter niet toe gehouden om verantwoordingen te vragen voor prijzen voor verwaarloosbare posten.

      Zo nodig ondervraagt de aanbestedende overheid de inschrijver opnieuw. Dit gebeurt schriftelijk. In dit geval kan de termijn van twaalf dagen worden ingekort.

    • § 3 De aanbestedende overheid beoordeelt de ontvangen verantwoordingen en :

      1° stelt ofwel vast dat het bedrag van een of meer niet-verwaarloosbare posten een abnormaal karakter vertoont en weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is;

      2° ofwel, stelt vast dat het totale offertebedrag een abnormaal karakter vertoont en weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is;

      3° ofwel, motiveert in de gunningsbeslissing dat het totale offertebedrag geen abnormaal karakter vertoont.

      De aanbestedende overheid wijst de offerte eveneens af wanneer zij heeft vastgesteld dat het totale offertebedrag abnormaal laag is omdat de offerte niet voldoet aan de in artikel 7, eerste lid, van de wet, bedoelde verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal- of arbeidsrecht omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is. Wanneer de offerte niet voldoet aan de verplichtingen op het gebied van het federaal sociaal- of het arbeidsrecht, deelt de aanbestedende overheid dit mee overeenkomstig paragraaf 5, tweede lid.

      In het kader van beoordeling kan de aanbestedende overheid ook rekening houden met inlichtingen die niet afkomstig zijn van de inschrijver. Deze gegevens worden voorgelegd aan de inschrijver teneinde hem de kans te geven hierop te reageren.

      Wanneer een aanbestedende overheid vaststelt dat een offerte abnormaal laag lijkt ten gevolge van door de inschrijver verkregen overheidssteun, kan de offerte alleen op die grond worden afgewezen na overleg met de inschrijver en deze niet binnen een door de aanbestedende overheid gestelde toereikende termijn kan aantonen dat de betrokken steun verenigbaar is met de interne markt, in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Wanneer de aanbestedende overheid in een dergelijke situatie een offerte afwijst, deelt zij dit mee overeenkomstig paragraaf 5, derde lid. Onderhavig lid is enkel van toepassing voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking.

    • § 4 Als bij een opdracht voor werken of voor een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure de economisch meest voordelige offerte enkel geëvalueerd wordt op basis van de prijs, en voor zover minstens vier offertes in aanmerking genomen werden overeenkomstig de derde en vierde leden, voert de aanbestedende overheid een prijzen- of kostenbevraging uit overeenkomstig de paragrafen 2 en 3, voor elke offerte waarvan het totale offertebedrag minstens vijftien procent onder het gemiddelde bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes ligt. Hetzelfde geldt voor de opdrachten voor werken en voor de opdrachten voor diensten in een fraudegevoelige sector, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure wanneer de economisch meest voordelige offerte geëvalueerd wordt op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria. In dit laatste geval kan de aanbestedende overheid echter in de opdrachtdocumenten een hoger percentage voorzien dan vijftien procent.

      Het gemiddelde van de bedragen wordt als volgt berekend :

      1° indien het aantal offertes gelijk is aan of groter dan zeven, door zowel de laagste offerte uit te sluiten als de hoogste offertes die samen een vierde van het aantal ingediende offertes vormen. Indien dit aantal niet deelbaar is door vier, wordt het vierde naar de hogere eenheid afgerond;

      2° indien het aantal offertes lager ligt dan zeven, door de laagste en de hoogste offerte uit te sluiten.

      De berekening van het gemiddelde van de bedragen is gebaseerd op alle offertes van de geselecteerde inschrijvers. Wat de openbare procedure betreft mag deze berekening eveneens gebeuren op basis van de offertes van de voorlopig geselecteerde inschrijvers overeenkomstig artikel 75.

      In het kader van deze berekening kan de aanbestedende overheid echter beslissen om geen rekening te houden met de manifest onregelmatige offertes.

      De opdrachtdocumenten kunnen deze paragraaf toepasselijk maken voor opdrachten voor leveringen of opdrachten voor andere diensten dan deze bedoeld in artikel 2, 13°, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure en waarbij de economisch meest voordelige offerte enkel geëvalueerd wordt op basis van de prijs.

    • § 5 Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd op basis van een abnormale prijs dan wel kost, deelt de aanbestedende overheid dat onverwijld mee aan de Auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit. Deze mededeling bevat minstens de volgende inlichtingen : de identificatiegegevens van de betreffende inschrijvers, het voorwerp van de opdracht, alsook de abnormaal hoge of lage prijs dan wel kost.

      Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd omwille van de vaststelling dat deze abnormaal laag is omdat zij niet voldoet aan de in artikel 7, eerste lid, van de wet, bedoelde verplichtingen op het gebied van het federaal sociaal- of het arbeidsrecht, deelt de aanbestedende overheid dit onverwijld mee aan de Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst, met opgave van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.

      Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd omwille van de vaststelling dat deze abnormaal laag is ingevolge niet met de interne markt verenigbare overheidssteun, stelt de aanbestedende overheid de Europese Commissie daarvan onverwijld in kennis. Een kopij van deze kennisgeving wordt eveneens onverwijld doorgestuurd naar het in artikel 163, § 2, van de wet, bedoelde aanspreekpunt.

      Wanneer een offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken wordt geweerd op basis van een abnormaal lage prijs dan wel kost, wordt ook de Commissie voor de erkenning van aannemers onverwijld daarvan op de hoogte gebracht.

    • § 6 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is het onderhavige artikel niet toepasselijk op de mededingingsprocedure met onderhandeling, noch op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, noch op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, voor zover het een opdracht voor leveringen of diensten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking dan wel een opdracht voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan 500.000 euro.

    Art. 37

    De aanbestedende overheid kan personen aanwijzen voor het uitvoeren van alle verificaties van de boekhoudkundige stukken en alle onderzoeken ter plaatse, teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens verstrekt in het kader van het in de artikelen 35 of 36 bedoelde onderzoek of bevraging.

    De aanbestedende overheid mag de aldus ingewonnen inlichtingen voor andere doeleinden gebruiken dan voor het onderzoek van de prijzen of kosten in de loop van de betrokken plaatsingsprocedure. Zij mag deze inlichtingen zo nodig ook gebruiken tijdens de uitvoeringsfase van de betrokken opdracht.

    HOOFDSTUK 6. - Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en de impliciete verklaring op erewoord

    Art. 38
    • § 1 Op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming en/of van de offertes leggen de kandidaten of inschrijvers, overeenkomstig artikel 73 van de wet, het UEA voor, tenzij in de gevallen waarbij gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in de in artikel 42, § 1, 1°, b) en d), 2°, 3°, 4°, b), en c), van de wet, bedoelde gevallen.

      De aanbestedende overheid verschaft in de aankondiging van opdracht of in de opdrachtdocumenten waarnaar deze aankondiging verwijst de richtsnoeren die toelaten het UEA in te vullen. Met name geeft hij aan welke de werkwijze is overeenkomstig paragraaf 2.

      Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking en het UEA moet worden ingevuld, geeft de aanbestedende overheid, in afwijking van het tweede lid, de betreffende richtsnoeren aan in een ander opdrachtdocument.

    • § 2 Wat deel IV van het UEA betreft, kan de aanbestedende overheid naar keuze beslissen :

      1° om de ondernemers te verzoeken om precieze inlichtingen op te geven door middel van het invullen van de afdelingen A tot D; of

      2° de gevraagde inlichtingen beperken tot de vraag of de ondernemer al dan niet voldoet aan de voorgeschreven selectiecriteria, overeenkomstig de afdeling "Algemene aanwijzing voor alle selectiecriteria". In dat geval moet alleen deze afdeling ingevuld worden.

      Voor de in bijlage III van de wet opgesomde sociale en andere specifieke diensten, moet de aanbestedende overheid echter steeds de mogelijkheid geven aan de ondernemer om op globale wijze kenbaar te maken dat hij voldoet aan de voorgeschreven selectiecriteria, overeenkomstig het eerste lid, 2°.

    • § 3 Het onderhavige artikel is slechts van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.

    Art. 39
    • § 1 Onverminderd artikel 73, §§ 3 en 4, van de wet, vormt het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming of van de offerte, voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, de impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat of van de inschrijver dat hij zich niet bevindt in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet. Hetzelfde geldt voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voormelde drempel en die worden geplaatst bij een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in de in artikel 42, § 1, 1°, b) en d), 2°, 3°, 4°, b), en c), van de wet, bedoelde gevallen.

      Wanneer de in het eerste lid bedoelde kandidaat of inschrijver zich in een uitsluitingsgeval bevindt en corrigerende maatregelen doet gelden overeenkomstig artikel 70 van de wet, slaat de impliciete verklaring op erewoord niet op elementen die verband houden met de betreffende uitsluitingsgrond. In dat geval legt hij de schriftelijke beschrijving van de genomen maatregelen voor.

      Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, geldt de toepassing van de in het eerste lid bedoelde impliciete verklaring enkel in zoverre de documenten of certificaten betreffende de uitsluitingsgevallen voor de aanbestedende overheid kosteloos toegankelijk zijn via de in artikel 73, § 4, van de wet bedoelde databanken. Voor de elementen die niet vallen onder de impliciete verklaring moeten de ondersteunende documenten en certificaten waaruit blijkt dat de ondernemer zich niet bevindt in een uitsluitingssituatie [1 vóór de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes worden voorgelegd.

      Voor de opdracht waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, mag de aanbestedende overheid de kandidaat of inschrijver niet verzoeken het UEA voor te leggen.

    • § 2 Wat de selectiecriteria betreft en, in voorkomend geval, de objectieve regels en criteria voor de beperking van het aantal kandidaten, moeten de documenten en certificaten, wat de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde opdrachten betreft, [2 vóór de limietdatum en het limietuur]2 voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes worden voorgelegd.

      Deze paragraaf doet geen afbreuk aan artikel 93, tweede lid.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    (2)<KB 2018-04-15/01, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 40

    De deelnemers aan een combinatie van ondernemers zijn gehouden tot het aanduiden van diegene onder hen die de combinatie zal vertegenwoordigen ten opzichte van de aanbestedende overheid. Wanneer het UEA moet worden ingevuld is deze vermelding opgenomen in het deel II.B van het UEA.

    HOOFDSTUK 7. - Regels van toepassing op de handtekeningen en op de communicatiemiddelen

    Art. 41

    Dit hoofdstuk bevat de regels inzake de elektronische handtekeningen en de communicatiemiddelen en is van toepassing bij alle plaatsingsprocedures waarbij gebruik wordt gemaakt van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische platformen.

    Art. 42
    Art. 43
    • § 1 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, moet het in artikel 42 bedoelde indieningsrapport ondertekend worden door middel van een gekwalificeerde elektronische handtekening.

    • § 2 Voor de wijzigingen aan een offerte die tussenkomen na de ondertekening van het indieningsrapport, alsook voor de intrekking van de offerte, wordt een nieuw indieningsrapport opgemaakt dat overeenkomstig de eerste paragraaf getekend wordt.

      Het voorwerp en de draagwijdte van de wijzigingen moeten nauwkeurig worden vermeld.

      De intrekking moet onvoorwaardelijk zijn.

      Wanneer het indieningsrapport dat opgesteld wordt ingevolge de wijzigingen of de intrekking bedoeld in het eerste lid, niet voorzien is van de in de eerste paragraaf bedoelde handtekening, brengt dit van rechtswege de nietigheid van de wijziging of intrekking met zich mee. Deze nietigheid slaat slechts op de wijzigingen of de intrekking en niet op de offerte zelf.

    • § 3 Dit artikel is niet van toepassing op elektronische veiling, overeenkomstig artikel 109, § 1.

    Art. 44
    • § 1 De in artikel 43 bedoelde handtekeningen worden afgeleverd door de perso(o)n(en) die bevoegd of gemachtigd is/zijn om de inschrijver te verbinden.

      Het eerste lid is van toepassing op elke deelnemer aan een combinatie van ondernemers wanneer de offerte wordt neergelegd door een dergelijke combinatie. Deze deelnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk.

      De in het tweede lid bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid is niet van toepassing op een architect die zou behoren tot een combinatie waarin eveneens een aannemer aanwezig is.

    • § 2 Als de ondertekening van het indieningsrapport gebeurt door een gemachtigde, vermeldt hij duidelijk zijn volmachtgever of volmachtgevers. De gemachtigde voegt de elektronische authentieke of onderhandse akte toe waaruit zijn bevoegdheid blijkt of een scan van het afschrift van zijn volmacht.

      In voorkomend geval verwijst hij naar het nummer van de bijlage van het Belgisch Staatsblad waarin de akte bij uittreksel is bekendgemaakt, waarbij ook de betreffende bladzijde(n) en/of passage worden opgegeven.

      Een volmachtgever kan met het oog op latere opdrachten de volmacht deponeren die hij aan een of meer gemachtigden heeft gegeven. Deze volmacht geldt alleen voor de opdrachten van de aanbestedende overheid waarbij zij is gedeponeerd. De gemachtigde verwijst in iedere offerte naar die deponering.

      Het indieningsrapport dat namens een rechtspersoon elektronisch wordt ondertekend door middel van een certificaat op naam van deze rechtspersoon, die daarbij enkel een verbintenis aangaat in eigen naam en voor eigen rekening, vereist geen bijkomende volmacht.

    Art. 45

    Elk schriftelijk stuk dat met elektronische middelen werd opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, computervirus of andere schadelijke instructie vertoont, kan in een veiligheidsarchief worden opgenomen.

    Voor zover dit technisch noodzakelijk is, kan elke aanvraag tot deelneming of offerte met een in het eerste lid bedoelde macro, computervirus of schadelijke instructie, als niet ontvangen worden beschouwd. De aanvraag tot deelneming of de offerte wordt in dat geval geweerd en de kandidaat of inschrijver wordt hiervan op de hoogte gebracht volgens de bepalingen die van toepassing zijn op de informatie aan de kandidaten en inschrijvers.

    Indien het in het eerste lid bedoelde stuk geen aanvraag tot deelneming of offerte betreft, kan het, voor zover dit technisch noodzakelijk is, als niet ontvangen worden beschouwd. In dit geval wordt de afzender daarvan onverwijld op de hoogte gebracht.

    Art. 46

    Overeenkomstig artikel 14, § 5, van de wet, kan de aanbestedende overheid, zo nodig, voor de communicatie langs elektronische weg, het gebruik van niet-algemeen beschikbare instrumenten en middelen voorschrijven, mits zij passende alternatieve toegangsmiddelen aanbiedt. De aanbestedende overheid wordt geacht passende alternatieve toegangsmiddelen aangeboden te hebben in de volgende gevallen :

    1° zij biedt kosteloos onbeperkte en volledige, rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot deze hulpmiddelen en instrumenten vanaf de datum van de bekendmaking van de aankondiging van een opdracht. Deze aankondiging vermeldt het internetadres waar deze hulpmiddelen en instrumenten toegankelijk zijn; of

    2° zij zorgt ervoor dat inschrijvers die geen toegang hebben tot deze hulpmiddelen en instrumenten, of buiten hun toedoen niet in staat zijn ze binnen de gestelde termijnen te verkrijgen, toegang hebben tot de plaatsingsprocedure met behulp van tijdelijke tokens die kosteloos op het internet beschikbaar zijn; of

    3° zij ondersteunt een alternatief kanaal voor elektronische indiening van de offertes.

    Art. 47

    Door zijn aanvraag tot deelneming of offerte via elektronische communicatiemiddelen over te leggen, aanvaardt de kandidaat of inschrijver dat bepaalde gegevens van zijn aanvraag tot deelneming of offerte worden geregistreerd door het ontvangstsysteem.

    HOOFDSTUK 8. - Opties

    Art. 48
    • § 1 Opties worden in een afzonderlijk gedeelte van de offerte vermeld.

    • § 2 Indien de optie wordt verplicht gesteld, brengt de niet-inachtneming van de minimale vereisten de substantiële onregelmatigheid met zich mee van zowel de optie als van de basisofferte.

      Indien de optie wordt toegestaan, brengt de niet-inachtneming van de minimale vereisten op zich niet de onregelmatigheid van de basisofferte met zich mee.

    • § 3 Indien de economisch meest voordelige offerte enkel geëvalueerd wordt op basis van de prijs of de kosten, mogen de inschrijvers aan de vrije of toegestane opties geen meerprijs of een andere tegenprestatie verbinden.

    HOOFDSTUK 9. - Percelen

    Art. 49

    Bij opdrachten verdeeld in percelen kan de aanbestedende overheid, onverminderd artikel 58, § 1, van de wet, het minimale niveau bepalen dat vereist is voor de kwalitatieve selectie :

    1° voor elk perceel afzonderlijk;

    2° in geval van gunning van meerdere percelen aan dezelfde inschrijver.

    Wanneer de aanbestedende overheid toepassing maakt van het eerste lid, 2°, onderzoekt ze bij de gunning van de percelen in kwestie, of er is voldaan aan het vereiste minimale niveau.

    Voor zover de opdrachtdocumenten het opleggen en de aanbestedende overheid toepassing maakt van het eerste lid, 2°, vermeldt de inschrijver die offertes voor meerdere percelen indient, zijn voorkeurvolgorde voor de gunning van deze percelen.

    Art. 50

    De inschrijver mag in zijn offertes voor meerdere percelen, hetzij één of meerdere prijskortingen aanbieden, hetzij één of meerdere verbeteringsvoorstellen in het kader van zijn offerte, voor het geval dat deze percelen hem zouden worden gegund, op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten het niet verbieden.

    HOOFDSTUK 10. - Belangenconflicten -Draaideurconstructie

    Art. 51

    Onverminderd de artikelen 6 en 69, eerste lid, 5°, van de wet, wordt als een belangenconflict beschouwd, elke situatie waarbij een fysieke persoon die gewerkt heeft voor een aanbestedende overheid als interne medewerker, al dan niet in hiërarchisch verband, als betrokken ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbestedende overheid verbonden is, later tussenkomt in het kader van een overheidsopdracht geplaatst door deze aanbestedende overheid en een verband bestaat tussen de vroegere activiteiten die de voormelde persoon heeft uitgevoerd voor de aanbestedende overheid en de activiteiten in het kader van de opdracht.

    De toepassing van de bepaling opgelegd in het eerste lid is niettemin beperkt tot een periode van twee jaar te rekenen vanaf het ontslag van de betrokken personen, of vanaf eender welke andere vorm van beëindiging van de vroegere activiteiten.

    HOOFDSTUK 11. - Indiening van de aanvragen tot deelneming en offertes

    Afdeling 1. - Uitnodiging van de geselecteerde kandidaten tot indiening van een offerte

    Art. 52

    De uitnodigingen bedoeld in artikel 65 van de wet vermelden de in bijlage 9 vermelde inlichtingen.

    Afdeling 2. - Indieningsmodaliteiten voor de aanvragen tot deelneming en offertes

    Art. 53
    • § 1 Onverminderd de toepassing van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken geeft de aanbestedende overheid in de aankondiging van opdracht of, bij ontstentenis daarvan, in de andere opdrachtdocumenten aan in welke taal of talen de kandidaten of inschrijvers hun aanvraag tot deelneming of hun offerte mogen indienen.

      [1 De aanbestedende overheid kan aan de kandidaat of de inschrijver een vertaling vragen van de bijlagen die in een andere taal gesteld zijn dan die van de aankondiging van opdracht of, bij ontstentenis daarvan, van de andere opdrachtdocumenten. Hetzelfde geldt ten aanzien van de inlichtingen en documenten die worden voorgelegd in het kader van het nazicht van de uitsluitingsgronden, het voldoen aan de toepasselijke selectiecriteria of het voldoen, in voorkomend geval, aan de regels voor de beperking van het aantal kandidaten, alsook ten aanzien van de in artikel 59, 2°, bedoelde statuten, akten en inlichtingen.]1

    • § 2 Zo de opdrachtdocumenten in meer dan één taal zijn opgesteld, gebeurt de interpretatie van de stukken in de taal van de aanvraag tot deelneming of de offerte, voor zover de opdrachtdocumenten in die taal zijn opgesteld.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 35, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 54
    • § 1 Een kandidaat mag slechts één aanvraag tot deelneming per opdracht indienen.

    • § 2 Een inschrijver kan slechts één offerte per opdracht indienen of, in geval van concurrentiegerichte dialoog, per aanvaarde oplossing. De indiening van de initiële offerte belet echter niet dat, voor zover toegelaten in de betreffende plaatsingsprocedure, onderhandelingen worden gevoerd en daaropvolgende offertes worden ingediend, noch dat de definitieve offerte wordt ingediend.

      Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid of verplichting om één of meerdere varianten in te dienen of een offerte voor één of meerdere percelen in het kader van eenzelfde opdracht, voor zover dit toegelaten wordt krachtens respectievelijk artikel 56 dan wel artikel 58 van de wet.

      Voor de toepassing van de onderhavige paragraaf wordt elke deelnemer aan een combinatie van ondernemers zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.

    • § 3 Behoudens andersluidende beding in de opdrachtdocumenten is de onderhavige bepaling niet van toepassing in de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

    Art. 55

    In een niet-openbare procedure, in een mededingingsprocedure met onderhandeling, in een concurrentiegerichte dialoog en in een innovatiepartnerschap mogen enkel de geselecteerde kandidaten een offerte indienen.

    Nochtans kunnen de opdrachtdocumenten toestaan dat de offerte wordt ingediend door een combinatie van ondernemers bestaande uit een geselecteerde en één of meer niet-geselecteerde personen.

    Anderzijds kunnen de opdrachtdocumenten het gezamenlijk indienen van één enkele offerte door meerdere geselecteerde kandidaten beperken of verbieden, teneinde een voldoende mededinging te waarborgen.

    Art. 56

    Een inschrijver-natuurlijke persoon die, overeenkomstig artikel 72 van de wet, in de loop van de [1 plaatsingsprocedure]1 zijn beroepsactiviteit onderbrengt in een rechtspersoon, blijft samen met die rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen die hij in zijn offerte heeft aangegaan.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 36, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Afdeling 3. - Indiening en verdaging

    Art. 57
    • § 1 De aanbestedende overheid kan beslissen [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor het indienen van de aanvragen tot deelneming of van de offertes te verdagen, wanneer zij kennis heeft gekregen van de onbeschikbaarheid van de in artikel 14, § 7, van de wet, bedoelde elektronische platformen. Deze verdaging moet minstens zes dagen zijn voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempel voor de Europese bekendmaking en minstens acht dagen voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan de voormelde drempel, onverminderd artikel 8, § 1, derde lid.

      In geval van een verdaging overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende overheid over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.

    • § 2 Voor de opdrachten waarvoor geen gebruik wordt gemaakt van de elektronische platformen overeenkomstig artikel 14, § 2, van de wet, wordt een laattijdig ontvangen offerte aanvaard voor zover de aanbestedende overheid de opdracht nog niet heeft gesloten en de offerte ten laatste vier dagen vóór de datum van de opening van de offertes als aangetekende zending is verzonden.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 37, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Afdeling 4. - Verbintenistermijn

    Art. 58

    De inschrijvers blijven verbonden door hun offerte, zoals eventueel verbeterd door de aanbestedende overheid, gedurende negentig dagen te rekenen vanaf de uiterste datum voor ontvangst. De opdrachtdocumenten kunnen een afwijkende termijn voorschrijven.

    Vóór het verstrijken van de verbintenistermijn kan de aanbestedende overheid aan de inschrijvers een vrijwillige verlenging van deze termijn vragen, onverminderd de toepassing van artikel 89 in geval de inschrijvers niet op dat verzoek ingaan.

    Onderhavig artikel is niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

    HOOFDSTUK 12. - Selectie van de kandidaten en van de inschrijvers

    Afdeling 1. - Algemene bepalingen

    Art. 59

    Onverminderd artikel 73 van de wet kan de aanbestedende overheid, wanneer dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure :

    1° inlichtingen inwinnen over de in artikel 66, § 1, 2°, van de wet bedoelde situatie van om het even welke kandidaat of inschrijver. Meer bepaald kan de aanbestedende overheid, wanneer zij twijfels heeft over de persoonlijke toestand van de kandidaten of inschrijvers, ondanks de inlichtingen waarover zij beschikt, zich richten tot de bevoegde Belgische of buitenlandse overheden om de inlichtingen te verkrijgen die zij hieromtrent noodzakelijk acht;

    2° van elke rechtspersoon die een aanvraag tot deelneming of een offerte heeft ingediend de voorlegging eisen van zijn statuten of vennootschapsakten, evenals van elke wijziging van de inlichtingen betreffende zijn bestuurders of zaakvoerders, voor zover het documenten en inlichtingen betreft die niet met toepassing van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van de Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, kunnen worden verkregen.

    Art. 60

    De aanbestedende overheid kan de selectie van een reeds geselecteerde kandidaat of inschrijver herzien, in welk stadium van de plaatsingsprocedure ook, indien zijn situatie in het licht van de uitsluitingsgronden, dan wel van het voldoen aan het of de toepasselijke selectiecriterium of - criteria, niet meer beantwoordt aan de voorwaarden.

    Afdeling 2. - Uitsluitingsgronden

    Art. 61

    De misdrijven die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de in artikel 67, § 1, van de wet bedoelde verplichte uitsluitingsgronden zijn :

    1° deelneming aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek of in artikel 2 van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit;

    2° omkoping als bedoeld in artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek of in artikel 3 van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn of in artikel 2.1, van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector;

    3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;

    4° terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten als bedoeld in artikel 137 van het Strafwetboek of in de zin van de artikelen 1 of 3 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van genoemd kaderbesluit;

    5° witwassen van geld of financiering van terrorisme als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme of in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;

    6° kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel als bedoeld in artikel 433quinquies van het Strafwetboek of in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad;

    7° tewerkstelling van onderdanen van derde landen die illegaal in het land verblijven in de zin van artikel 35/7 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers of in de zin van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van vreemde arbeiders.

    Art. 62
    • § 1 De kandidaat of inschrijver die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn sociale zekerheidsbijdragen, wordt uitgesloten van de toegang tot een plaatsingsprocedure, overeenkomstig artikel 68 van de wet. De toegang tot de procedure wordt evenwel niet ontzegd aan een kandidaat of inschrijver die geen bijdrageschuld heeft van meer dan 3.000 euro of die voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.

    • § 2 De aanbestedende overheid verifieert de toestand op het vlak van de sociale schulden van de kandidaten of inschrijvers op basis van de attesten die elektronisch beschikbaar zijn voor de aanbestedende overheid via de Telemarc-toepassing of via gelijkaardige gratis toegankelijke elektronische toepassingen in andere lidstaten. Deze verificatie gebeurt binnen de twintig dagen na de uiterste datum voor het indienen van de aanvragen tot deelneming of de offertes.

      Het Telemarc-attest vermeldt het precieze bedrag van de schuld in hoofde van de betrokken kandidaat of inschrijver.

    • § 3 Wanneer de in de tweede paragraaf bedoelde verificatie niet toelaat om te weten of de kandidaat of inschrijver zijn sociale zekerheidsbijdragen heeft betaald, verzoekt de aanbestedende overheid deze laatste een recent attest voor te leggen waaruit blijkt dat hij aan deze verplichtingen voldoet. Hetzelfde geldt wanneer er geen dergelijke toepassing beschikbaar is in een andere lidstaat.

      Voor de kandidaat of inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt het in het eerste lid bedoelde recent attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en heeft het betrekking op het [1 laatste vervallen kalenderkwartaal]1 vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.

      Voor de kandidaat of inschrijver die personeel uit een andere lidstaat van de Europese Unie tewerkstelt dat niet onder het tweede lid valt, wordt het in het eerste lid bedoelde recente attest uitgereikt door de bevoegde buitenlandse overheid. Het bevestigt dat de kandidaat of inschrijver voldoet aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn sociale zekerheidsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is. Dit attest moet gelijkwaardig zijn met het in het tweede lid bedoelde attest.

      Wanneer de kandidaat of de inschrijver personeel tewerkstelt dat zowel onder het tweede lid als onder het derde lid valt, zijn de bepalingen van beide leden toepasselijk.

      In het geval waarin het door Telemarc, een gelijkaardig elektronische toepassing geleverde attest of het door de bevoegde overheid afgeleverde attest niet aantoont dat hij in regel is, kan de kandidaat of inschrijver beroep doen op de eenmalige regularisatie als bedoeld in artikel 68, § 1, derde lid, van de wet. Indien de kandidaat of inschrijver een bijdrageschuld heeft van meer dan 3.000 euro, toont hij aan, teneinde niet te worden uitgesloten, dat hij op een aanbestedende overheid of op een overheidsbedrijf, een of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn voor een bedrag dat minstens gelijk is aan zijn schuld verminderd met 3.000 euro.

    • § 4 Voor de kandidaat of inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en als er nog twijfel blijft bestaan, gaat de aanbestedende overheid na of de sociale verplichtingen werden nageleefd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid te ondervragen voor zover die de door de aanbestedende overheid gevraagde attesten uitreikt.

    • § 5 De aanbestedende overheid kan inlichtingen inwinnen over de toestand van de kandidaat of inschrijver die onderworpen is aan de sociale zekerheid van de zelfstandigen om na te gaan of hij aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn sociale zekerheidsbijdragen heeft voldaan.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 38, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 63
    • § 1 De kandidaat of inschrijver die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn fiscale schulden, wordt uitgesloten van de toegang tot een plaatsingsprocedure, overeenkomstig artikel 68 van de wet. De toegang tot de procedure wordt evenwel niet ontzegd aan een kandidaat of inschrijver die geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro of die voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.

    • § 2 De aanbestedende overheid verifieert de fiscale toestand van de kandidaten of inschrijvers op basis van de attesten die elektronisch beschikbaar zijn voor de aanbestedende overheid via de Telemarc-toepassing of via gelijkaardige gratis toegankelijke elektronische toepassingen in andere lidstaten. Deze verificatie gebeurt binnen de twintig dagen na de uiterste datum voor het indienen van de aanvragen tot deelneming of de offertes.

      Het Telemarc-attest vermeldt het precieze bedrag van de schuld in hoofde van de betrokken kandidaat of inschrijver.

    • § 3 Wanneer de in de tweede paragraaf bedoelde verificatie niet toelaat om te weten of de kandidaat of inschrijver aan zijn fiscale verplichtingen voldoet, verzoekt de aanbestedende overheid de kandidaat of inschrijver rechtstreeks een recent attest voor te leggen waaruit blijkt dat hij aan zijn fiscale verplichtingen voldoet. Hetzelfde geldt wanneer er geen dergelijke toepassing beschikbaar is in een andere lidstaat.

      Het in het eerste lid bedoelde recente attest wordt uitgereikt door de bevoegde Belgische en/of buitenlandse overheid en bevestigt dat de kandidaat of inschrijver aan zijn fiscale verplichtingen heeft voldaan overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.

      In het geval waarin het door Telemarc, een gelijkaardige elektronische toepassing geleverde attest van een andere lidstaat of het door de bevoegde overheid afgeleverde attest niet aantoont dat hij in regel is, kan de kandidaat of inschrijver beroep doen op de eenmalige regularisatie als bedoeld in artikel 68, § 1, derde lid, van de wet. Indien de kandidaat of inschrijver fiscale schulden heeft van meer dan 3.000 euro, toont hij aan, teneinde niet te worden uitgesloten, dat hij op een aanbestedende overheid of op een overheidsbedrijf, een of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn voor een bedrag dat minstens gelijk is aan zijn schuld verminderd met 3.000 euro.

    • § 4 Als er nog twijfel blijft bestaan, gaat de aanbestedende overheid na of de ondernemer zijn fiscale verplichtingen heeft nageleefd door de Federale Overheidsdienst Financiën te ondervragen voor zover die de door de aanbestedende overheid gevraagde attesten uitreikt.

    • § 5 De aanbestedende overheid kan overgaan tot de verificatie van de naleving van de betaling van andere dan de in paragraaf 4 bedoelde fiscale schulden. In dat geval preciseert ze in de opdrachtdocumenten welke andere fiscale schulden ze wenst te onderzoeken alsook aan de hand van welke documenten.

    Art. 64

    De bepalingen van deze afdeling zijn individueel toepasselijk op :

    1° alle deelnemers die samen een aanvraag tot deelneming indienen en de intentie hebben om, ingeval van selectie, een combinatie van ondernemers op te richten;

    2° alle deelnemers die samen een offerte indienen als combinatie van ondernemers; en

    3° de derden op wiens draagkracht wordt beroep gedaan overeenkomstig artikel 73, § 1.

    Afdeling 3. - Selectiecriteria, beroep op onderaannemers en op andere entiteiten

    Art. 65

    Onverminderd artikel 42, § 3, eerste lid, 2°, van de wet, worden de selectiecriteria alsook de aanvaardbare bewijsmiddelen door de aanbestedende overheid vermeld in de aankondiging van de opdracht of, in afwezigheid van een dergelijke aankondiging, in de opdrachtdocumenten.

    De aanbestedende overheid is verplicht om elk kwalitatief selectiecriterium van economische, financiële en/of technische aard, te verbinden aan een gepast niveau, behalve wanneer één van de gebruikte criteria zich daar niet toe leent.

    Indien de aanbestedende overheid een economisch, financieel of technisch criterium gebruikt dat zich niet leent tot de vaststelling van een niveau, moet dit criterium gepaard gaan met een tweede criterium van dezelfde aard dat zich wel daartoe leent.

    Elk criterium moet geformuleerd worden op een voldoende duidelijke wijze teneinde de selectie van de kandidaten of van de inschrijvers toe te laten.

    Art. 66

    Met betrekking tot de geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen kan de aanbestedende overheid van ondernemers eisen dat zij zijn ingeschreven bij een van de in de lidstaat van vestiging bijgehouden beroeps- of handelsregisters, als omschreven in bijlage 10, of dat zij voldoen aan andere eisen in die bijlage.

    Bij plaatsingsprocedures van opdrachten voor diensten kan de aanbestedende overheid, voor zover ondernemers moeten beschikken over een bepaalde vergunning of lid moeten zijn van een bepaalde organisatie om in hun land van herkomst de betrokken dienst te verlenen, van deze ondernemers eisen dat zij het bewijs leveren van die vergunning of van dat lidmaatschap.

    Art. 67
    • § 1 Met betrekking tot de economische en financiële draagkracht, kan de aanbestedende overheid eisen stellen om ervoor te zorgen dat ondernemers over de nodige economische en financiële draagkracht beschikken om de opdracht uit te voeren.

      In het algemeen kan de financiële en economische draagkracht van de ondernemer worden aangetoond door één of meer van de volgende referenties :

      1° overlegging van jaarrekeningen of uittreksels uit de jaarrekeningen, indien de wetgeving van het land waar de ondernemer is gevestigd publicatie van jaarrekeningen voorschrijft;

      2° een verklaring betreffende de totale omzet en, in voorkomend geval, de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de opdracht is, over ten hoogste de laatste drie beschikbare boekjaren, afhankelijk van de oprichtingsdatum of van de datum waarop de ondernemer met zijn bedrijvigheid is begonnen, voor zover de betrokken omzetcijfers beschikbaar zijn;

      3° het bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico's of, in voorkomend geval, een bankverklaring.

      Niettemin, wanneer de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende overheid gevraagde referenties over te leggen, kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere documenten die de aanbestedende overheid geschikt acht.

    • § 2 Wat betreft de overlegging van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde jaarrekeningen of uittreksels uit jaarrekeningen kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemers informatie verstrekken over hun jaarrekeningen, met name over de verhouding tussen de activa en de passiva. De verhouding tussen de activa en de passiva kan in aanmerking genomen worden wanneer de aanbestedende overheid de methodes en de criteria hiervoor in de opdrachtdocumenten vermeldt. Deze methoden en criteria moeten transparant, objectief en niet-discriminerend zijn.

    • § 3 Wat de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde verklaring van de totale omzet betreft, kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemers een minimumjaaromzet realiseren, met name in het domein waarop de opdracht betrekking heeft.

      De jaarlijkse minimumomzet die van de ondernemers kan worden geëist, bedraagt maximaal twee maal de geraamde waarde van de opdracht, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen, zoals deze in verband met de bijzondere risico's die voortvloeien uit de aard van de werken, diensten of producten. De aanbestedende overheid vermeldt de voornaamste redenen voor het opleggen van een dergelijke eis in de opdrachtdocumenten of in de te bewaren inlichtingen in de zin van artikel 164, § 1, van de wet.

      Wanneer op een raamovereenkomst gebaseerde opdrachten na het opnieuw in mededinging stellen in hun geheel of gedeeltelijk worden gegund overeenkomstig artikel 43, § 5, 2° of 3°, van de wet, wordt de minimumjaaromzet berekend op basis van de verwachte maximumomvang van specifieke opdrachten die tegelijkertijd zullen worden uitgevoerd, of als deze niet bekend is, op basis van de geraamde waarde van de raamovereenkomst.

      In het geval van dynamische aankoopsystemen, wordt de maximale vereiste inzake jaaromzet berekend op basis van de verwachte maximumomvang van specifieke opdrachten die volgens dat systeem worden gegund.

    • § 4 Wat betreft het in paragraaf 1, tweede lid, 3°, bedoelde bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico's betreft, kan de aanbestedende overheid een passend niveau van verzekering tegen beroepsrisico's eisen.

      Wanneer beroep wordt gedaan op de in paragraaf 1, tweede lid, 3°, bedoelde bankverklaring, wordt het in bijlage 11 bedoeld model gebruikt.

    • § 5 Wanneer een opdracht in percelen is onderverdeeld, geldt dit artikel voor elk afzonderlijk perceel. De aanbestedende overheid kan echter de eis van een verplichte minimumjaaromzet voor ondernemers wel vaststellen ten aanzien van groepen van percelen, ingeval de begunstigde inschrijver verschillende percelen gegund krijgt die tegelijkertijd moeten worden uitgevoerd.

    Art. 68
    • § 1 Met betrekking tot de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid kan de aanbestedende overheid voorwaarden opleggen opdat ondernemers over de noodzakelijke personele en technische middelen en ervaring beschikken om de opdracht volgens een passend kwaliteitsniveau uit te voeren.

      De aanbestedende overheid kan met name eisen dat de ondernemers een voldoende mate van ervaring hebben die kan worden aangetoond met geschikte referenties inzake in het verleden uitgevoerde opdrachten.

    • § 2 In geval van een opdracht voor werken, een opdracht voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn of een opdracht voor diensten, kan de aanbestedende overheid :

      1° de technische of beroepsbekwaamheid van de kandidaten of inschrijvers om de werken of de installatie uit te voeren of de diensten te verstrekken beoordelen aan de hand van met name hun knowhow, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid;

      2° de rechtspersonen verplichten om in hun aanvraag tot deelneming of in hun offerte de namen en de beroepskwalificaties te vermelden van de personen die belast zijn met de uitvoering van de opdracht.

    • § 3 De technische en beroepsbekwaamheid van de ondernemer kan worden aangetoond op één of meer van de wijzen bedoeld in paragraaf 4, naargelang de aard, de hoeveelheid of het belang en het gebruik van de werken, leveringen of diensten.

    • § 4 Bewijsmiddelen van de technische bekwaamheid van de ondernemer zijn :

      1° de volgende lijsten :

      a) een lijst van de werken die gedurende de afgelopen periode van maximaal vijf jaar werden verricht en vergezeld gaat van certificaten die bewijzen dat de belangrijkste werken naar behoren zijn uitgevoerd, zowel met betrekking tot de wijze van uitvoering als met betrekking tot het resultaat; indien noodzakelijk om een toereikend mededingingsniveau te waarborgen, kunnen de aanbestedende overheden aangeven dat bewijs van relevante werken die langer dan vijf jaar geleden zijn verricht toch in aanmerking wordt genomen;

      b) een lijst van de voornaamste leveringen of diensten die gedurende de afgelopen periode van maximaal drie jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag, de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. Indien noodzakelijk om een toereikend mededingingsniveau te waarborgen, kunnen de aanbestedende overheden aangeven dat bewijs van relevante leveringen of diensten die langer dan drie jaar geleden zijn geleverd of verleend toch in aanmerking wordt genomen;

      2° de opgave van de al dan niet tot de onderneming van de ondernemer behorende technici of technische organen, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole en, in het geval van overheidsopdrachten voor werken, van die welke de aannemer ter beschikking zullen staan om de werken uit te voeren;

      3° de beschrijving van de technische uitrusting van de ondernemer, van de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen en van de mogelijkheden van zijn onderneming ten aanzien van studie en onderzoek;

      4° de vermelding van de systemen voor het beheer van de toeleveringsketen en de traceersystemen die de ondernemer kan toepassen in het kader van de uitvoering van de opdracht;

      5° in het geval van complexe producten of diensten of wanneer deze bij wijze van uitzondering aan een bijzonder doel moeten beantwoorden, aan de hand van een controle door de aanbestedende overheid of, in diens naam, door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de leverancier of de dienstverlener gevestigd is, onder voorbehoud van instemming door dit orgaan; deze controle heeft betrekking op de productiecapaciteit van de leverancier of op de technische capaciteit van de dienstverlener en, waar noodzakelijk, op diens mogelijkheden inzake studie en onderzoek en de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen;

      6° de studie- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of de aannemer of die van het leidinggevend personeel van de onderneming, mits zij niet als een gunningscriterium worden gehanteerd;

      7° een vermelding van de maatregelen inzake milieubeheer die de ondernemer kan toepassen in het kader van de uitvoering van de opdracht;

      8° een verklaring betreffende de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de onderneming van de dienstverlener of de aannemer, en de omvang van het kaderpersoneel gedurende de laatste drie jaar;

      9° een verklaring welke de werktuigen, het materieel en de technische uitrusting vermeldt waarover de dienstverlener of de aannemer voor het realiseren van de opdracht beschikt;

      10° een omschrijving van het gedeelte van de opdracht dat de ondernemer eventueel in onderaanneming wil geven;

      11° wat de te leveren producten betreft :

      a) monsters, beschrijvingen of foto's, waarvan op verzoek van de aanbestedende overheid de echtheid moet kunnen worden aangetoond;

      b) certificaten die door officieel erkende instituten of diensten voor kwaliteitscontrole zijn opgesteld, waarin de overeenstemming van goed geïdentificeerde producten wordt bevestigd door middel van referenties naar technische specificaties of normen.

    Art. 69

    Een aanbestedende overheid kan ervan uitgaan dat een ondernemer niet over de vereiste beroepsbekwaamheid beschikt wanneer hij heeft vastgesteld dat de ondernemer conflicterende belangen heeft die negatief kunnen uitwerken op de uitvoering van de overeenkomst.

    Art. 70
    • § 1 Wanneer bij een opdracht voor werken, de werken die er het voorwerp van uitmaken overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, slechts mogen worden uitgevoerd door ondernemers die ofwel hiertoe erkend zijn, ofwel aan de voorwaarden ertoe voldoen of nog het bewijs geleverd hebben van het feit dat ze voldoen aan de voorwaarden voor de erkenning bepaald door of krachtens de voormelde wet, vermelden de aankondiging van de opdracht of, bij gebrek daaraan, de opdrachtdocumenten welke erkenning vereist is in overeenstemming met de eerder aangehaalde wet en haar uitvoeringsbesluiten.

      De aanvraag tot deelneming of de offerte vermeldt :

      1° ofwel dat de kandidaat of inschrijver over de vereiste erkenning beschikt;

      2° ofwel dat de kandidaat of inschrijver in het bezit is van een certificaat of ingeschreven is op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie. In dat geval kan de kandidaat of inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of offerte het door de bevoegde certificeringsinstelling afgeleverde certificaat of het door de bevoegde instantie van de lidstaat bevestigde bewijs van inschrijving voegen, alsook elk document dat de gelijkwaardigheid tussen deze certificering of inschrijving en de vereiste erkenning als bedoeld in het eerste lid kan aantonen. Op dit certificaat worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving van die ondernemers op de officiële lijst of certificering mogelijk was, alsmede de classificatie op deze lijst;

      3° ofwel dat de kandidaat of inschrijver de toepassing inroept van artikel 3, eerste lid, 2°, van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. De aanbestedende overheid stelt de Commissie voor erkenning der aannemers ingesteld door de voormelde wet hiervan onmiddellijk op de hoogte.

      In geval van een openbare procedure of een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking kan de aanbestedende overheid, indien zij de voorwaarden vastgesteld door of krachtens de wet van 20 maart 1991 voldoende acht om de selectie van de inschrijvers uit te voeren, zich beperken tot de vermelding bedoeld in het eerste lid, zonder van de inschrijvers andere inlichtingen of documenten betreffende hun economische, financiële, alsook hun technische of beroepsbekwaamheid te eisen.

    • § 2 De ondernemers die erkend zijn overeenkomstig de voornoemde wet van 20 maart 1991 verwijzen, wat betreft de inlichtingen vereist op basis van de delen III tot V van het UEA, naar het internetadres waarop de aanbestedende overheid de betrokken certifica(a)t(en) kan ophalen of voegen er een afschrift van toe.

      Deze ondernemers vullen de velden van het UEA in die daar betrekking op hebben. In dit geval zijn ze niet verplicht de delen III tot V van het UEA in te vullen, behalve wanneer de aanbestedende overheid bijkomende selectiecriteria bepaalt ten opzichte van deze die zijn voorzien in de reglementering aangaande de erkenning van aannemers. In dat laatste geval maakt de aanbestedende overheid hier melding van in de aankondiging van opdracht of, in afwezigheid daarvan, in de opdrachtdocumenten.

      In afwijking van het tweede lid vult de ondernemer het UEA niet in voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in de in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, b) en d), 2°, 3°, 4°, b), en c), van de wet bedoelde gevallen en voor de opdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, maar hij maakt de betreffende inlichtingen of bewijzen over aan de aanbestedende overheid.

    • § 3 De ondernemers die niet erkend zijn, noch overeenkomstig de voornoemde wet van 20 maart 1991, noch in een andere lidstaat, vullen het UEA in zijn geheel in. De krachtens de voornoemde wet van 20 maart 1991 voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst neemt, zo nodig, contact op met de ondernemer teneinde de rechtvaardigende stukken te bekomen.

      In afwijking van het eerste lid vult de ondernemer het UEA niet in voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in de in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, b) en d), 2°, 3°, 4°, b), en c), van de wet bedoelde gevallen en voor de opdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, maar hij maakt de betreffende inlichtingen en bewijzen over aan de aanbestedende overheid, die deze op haar beurt doorgeeft aan de voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst.

    • § 4 De ondernemers die houder zijn van een certificaat of ingeschreven op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie kunnen, wat betreft de inlichtingen vereist in de delen III tot V van het UEA, verwijzen naar het internetadres waarop de aanbestedende overheid de betrokken certifica(a)t(en) kan ophalen of voegen een afschrift toe van dit certificaat of van een bewijs van inschrijving.

      De in het eerste lid bedoelde ondernemers vullen die velden van het UEA in die daar betrekking op hebben. Indien de aanbestedende overheid geen toegang heeft tot de bedoelde certificaten via een internetadres, moet de ondernemer deze afleveren samen met het UEA. De aanbestedende overheid maakt de voormelde gegevens op haar beurt over aan de voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst.

      In afwijking van het tweede lid vullen de ondernemers het UEA niet in voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in de in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, b) en d), 2°, 3°, 4°, b), en c), van de wet bedoelde gevallen en voor de opdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, maar maken de betreffende inlichtingen en bewijzen over aan de aanbestedende overheid, die deze op haar beurt doorgeeft aan de voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst.

    Art. 71

    De door de bevoegde autoriteit gecertificeerde inschrijving op een officiële lijst of het door de certificeringsinstelling afgegeven certificaat vormt een vermoeden van geschiktheid met betrekking tot de eisen voor kwalitatieve selectie zoals vervat in de officiële lijst of het certificaat.

    De informatie die uit de inschrijving op een officiële lijst of de certificering kan worden afgeleid, kan niet zonder motivering ter discussie worden gesteld.

    De aanbestedende overheden passen dit artikel alleen toe ten gunste van ondernemers die zijn gevestigd in de lidstaat die de officiële lijst heeft opgesteld.

    Art. 72
    • § 1 De aanbestedende overheid kan eisen dat de certificaten, verklaringen en andere bewijsmiddelen bedoeld in paragraaf 2 en in de artikelen 67, 68 en 70 worden voorgelegd om aan te tonen dat gronden voor uitsluiting als bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet ontbreken en dat de selectiecriteria overeenkomstig artikel 71 van de wet zijn vervuld.

      De aanbestedende overheid eist geen andere bewijsmiddelen dan die bedoeld in dit artikel en in artikel 77 van de wet. In verband met artikel 78 van de wet kunnen ondernemers gebruik maken van alle passende middelen om ten aanzien van de aanbestedende overheid te bewijzen dat zij de nodige middelen tot hun beschikking zullen hebben.

    • § 2 Onverminderd artikel 67, § 1, vierde lid, van de wet, wordt als voldoende bewijs dat de ondernemer niet verkeert in een van de in de artikelen 67, 68 en 69, eerste lid, 2°, van de wet bedoelde situaties door de aanbestedende overheid aanvaard :

      1° voor de in artikel 67 van de wet bedoelde verplichte uitsluitingsgronden, een uittreksel uit het desbetreffende register, zoals een uittreksel uit het strafregister of, bij gebreke daarvan, een gelijkwaardig document dat is afgegeven door een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie van het land van oorsprong of het land waar de ondernemer is gevestigd, waaruit blijkt dat aan de betrokken eisen is voldaan;

      2° voor de artikelen 68 en 69, eerste lid, 2°, van de wet, een door de bevoegde instantie van het betrokken land afgegeven certificaat.

      Wanneer dergelijke documenten of certificaten niet door het betrokken land worden uitgegeven, of indien deze documenten niet alle in de artikelen 67 en 68 van de wet en de in artikel 69, eerste lid, 2°, van de wet, bedoelde gevallen dekken, kunnen zij worden vervangen door een verklaring onder ede of, in landen waar niet voorzien is in verklaringen onder ede, door een plechtige verklaring die door betrokkene wordt afgelegd ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van herkomst of van het land waar de ondernemer gevestigd is.

      De ondernemer kan desgevallend aan de bevoegde overheden van de Lidstaat waarin hij gevestigd is een officiële verklaring vragen die bevestigt dat de in deze paragraaf bedoelde documenten of certificaten niet zijn afgegeven of dat zij niet alle gevallen bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet en in artikel 69, eerste lid, 2°, van de wet dekken. Die officiële verklaringen worden beschikbaar gesteld via de onlinedatabank van certificaten, e-Certis, vermeld in artikel 76 van de wet.

    Art. 73
    • § 1 Overeenkomstig artikel 78 van de wet, kan een ondernemer zich eventueel en voor een welbepaalde opdracht beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten, met betrekking tot de in artikel 67 bedoelde criteria inzake economische en financiële draagkracht en de in artikelen 68 en 70 bedoelde criteria inzake technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid. Wat betreft de in artikel 68, § 4, 6°, bedoelde criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties, of inzake de relevante beroepservaring, mogen de ondernemers zich evenwel slechts beroepen op de draagkracht van andere entiteiten wanneer laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die draagkracht vereist is, zal uitvoeren. Wanneer een ondernemer zich op de draagkracht van andere entiteiten wil beroepen, toont hij ten behoeve van de aanbestedende overheid aan dat hij zal kunnen beschikken over de nodige middelen, met name door overlegging van een verbintenis daartoe van deze andere entiteiten.

      De aanbestedende overheid gaat overeenkomstig de artikelen 73 tot 76 van de wet na of de entiteiten op wier draagkracht een ondernemer zich wil beroepen, aan de selectiecriteria voldoen en of voor hen uitsluitingsgronden bestaan, onverminderd de mogelijkheid tot corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 70 van de wet. De aanbestedende overheid eist dat de ondernemer een entiteit waartegen gronden tot uitsluiting bestaan als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of die niet voldoet aan een toe te passen selectiecriterium, vervangt. De aanbestedende overheid kan bovendien eisen dat de ondernemer een entiteit waarbij er niet-verplichte uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 69 van de wet aanwezig zijn, vervangt. Het niet ingaan op een verzoek tot vervanging geeft aanleiding tot een beslissing tot niet-selectie.

      Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of van andere entiteiten.

    • § 2 Wanneer de kandidaat of de inschrijver beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in paragraaf 1, antwoordt de kandidaat of inschrijver op de vraag bedoeld in deel II, C, van het in artikel 38 bedoeld UEA. Hij vermeldt tevens voor welk deel van de opdracht hij beroep doet op deze draagkracht, alsook welke andere entiteiten hij voorstelt. Dit laatste gebeurt :

      1° in zijn offerte ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;

      2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.

      De in het eerste lid bedoelde vermeldingen laten de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.

      In de situatie van het eerste lid, 2°, verifieert de aanbestedende overheid in de latere fases van de procedure of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.

      De eerste zin van het eerste lid is slechts van toepassing wanneer een UEA moet worden ingevuld.

    Art. 74

    Ten aanzien van onderaannemers op wier draagkracht de ondernemer geen beroep doet, kan de aanbestedende overheid de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.

    De in het eerste lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.

    HOOFDSTUK 13. - Modaliteiten voor het onderzoek van de offertes en regelmatigheid van de offertes

    Art. 75

    Overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 66, § 2, van de wet, kan de aanbestedende overheid, wanneer zij gebruik maakt van de openbare procedure, voor een opdracht waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, overgaan tot het nazicht van de offertes na verificatie van de afwezigheid van uitsluitingsgronden en eerbiediging van de selectiecriteria op basis van het UEA. De aanbestedende overheid moet niettemin, alvorens hij van deze mogelijkheid gebruik maakt, de afwezigheid nagaan van fiscale en sociale schulden overeenkomstig artikel 68 van de wet en van de artikelen 62 en 63 van dit besluit alsook, in voorkomend geval, de in artikel 70 van de wet bedoelde corrigerende maatregelen evalueren.

    Wat betreft de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan deze van de drempels voor de Europese bekendmaking kan de aanbestedende overheid in een openbare procedure of in een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, overgaan tot het nazicht van de offertes. Vooraleer hij van deze mogelijkheid gebruikt maakt, moet de aanbestedende overheid :

    1° de afwezigheid nagaan van fiscale en sociale schulden overeenkomstig artikel 68 van de wet en van de artikelen 62 en 63 van dit besluit;

    2° in voorkomend geval, de in artikel 70 van de wet bedoelde corrigerende maatregelen evalueren.

    In de overige gevallen slaat het nazicht van de regelmatigheid van de offertes slechts op de offertes van de geselecteerde inschrijvers.

    Art. 76
    • § 1 De aanbestedende overheid gaat na of de offertes regelmatig zijn.

      De offerte kan substantieel of niet substantieel onregelmatig zijn.

      Een offerte is substantieel onregelmatig wanneer ze van aard is de inschrijver een discriminerend voordeel te bieden, tot concurrentievervalsing te leiden, de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, of de verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken.

      De volgende onregelmatigheden worden met name als substantieel beschouwd :

      1° de niet-naleving van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, voor zover deze niet-naleving strafrechtelijk gesanctioneerd wordt;

      2° de niet-naleving van de vereisten bedoeld in de artikelen 38, 42, 43, § 1, 44, 48, § 2, eerste lid, 54, § 2, 55, 83 en 92 van dit besluit en in artikel 14 van de wet, voor zover zij verplichtingen bevatten ten aanzien van de inschrijvers;

      3° de niet-naleving van de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten.

    • § 2 De offerte die slechts een of meer niet-substantiële onregelmatigheden bevat die, zelfs gecumuleerd of gecombineerd, niet de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengen, wordt niet nietig verklaard.

    • § 3 Wanneer gebruik wordt gemaakt van een openbare of niet-openbare procedure, verklaart de aanbestedende overheid de substantieel onregelmatige offerte nietig. Dit is ook het geval voor een offerte die meerdere niet-substantiële onregelmatigheden bevat wanneer de cumulatie of combinatie ervan de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengt.

    • § 4 De onderhavige paragraaf is van toepassing op het regelmatigheidsonderzoek van de offertes die geen finale offertes zijn bij de opdrachten met een geraamde waarde gelijk aan of hoger dan de drempel voor de Europese bekendmaking waarbij gebruik wordt gemaakt van een procedure waarin onderhandelingen toegelaten zijn en onverminderd artikel 39, § 7, tweede lid, van de wet. Wanneer het een finale offerte betreft is paragraaf 3 van toepassing.

      Wanneer een offerte die meerdere niet substantiële onregelmatigheden bevat die door hun cumulatie of combinatie de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengen, verschaft de aanbestedende overheid de inschrijver de mogelijkheid om deze onregelmatigheden te regulariseren vóór de onderhandelingen worden aangevat.

      De aanbestedende overheid verklaart de offerte die een substantiële onregelmatigheid bevat nietig, behalve indien anders is bepaald in de opdrachtdocumenten. In dat laatste geval verschaft zij de inschrijver de mogelijkheid om een substantiële onregelmatigheid te regulariseren vóór de onderhandelingen worden aangevat, tenzij de aanbestedende overheid ten aanzien van de betreffende onregelmatigheid heeft aangegeven dat deze geen voorwerp kan uitmaken van regularisatie.

    • § 5 De onderhavige paragraaf is van toepassing op het regelmatigheidsonderzoek van de offertes bij de opdrachten met een geraamde waarde lager dan de drempel voor de Europese bekendmaking waarbij gebruik wordt gemaakt van een procedure waarin onderhandelingen toegelaten zijn en onverminderd paragraaf 2 en artikel 39, § 7, tweede lid, van de wet. De aanbestedende overheid beslist om hetzij de substantieel onregelmatige offerte nietig te verklaren, hetzij om deze onregelmatigheid te laten regulariseren. Hetzelfde geldt indien de offerte meerdere niet-substantiële onregelmatigheden bevat, wanneer de cumulatie of combinatie ervan de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengt.

    TITEL 2. - Gunning bij openbare of niet-openbare procedure

    HOOFDSTUK 1. - Vorm en inhoud van de offerte

    Art. 77

    Als bij de opdrachtdocumenten een formulier is gevoegd voor het opmaken van de offerte en het invullen van de samenvattende opmeting of de inventaris, maakt de inschrijver daarvan gebruik. Doet hij dit niet, dan draagt hij de volle verantwoordelijkheid voor de volledige overeenstemming van de door hem aangewende documenten met het formulier.

    Art. 78

    De offerte vermeldt :

    1° de naam, voornamen, hoedanigheid of beroep, nationaliteit en woonplaats van de inschrijver of voor een rechtspersoon, de handelsnaam of benaming, rechtsvorm, nationaliteit, maatschappelijke zetel, het e-mailadres en, desgevallend, het ondernemingsnummer;

    2° a) het totale offertebedrag, belasting over de toegevoegde waarde desgevallend inbegrepen, zoals eventueel gedetailleerd in de samenvattende opmeting of de inventaris;

    b) de prijstoeslagen;

    c) in voorkomend geval, de prijskortingen of verbeteringen voor het geheel of een deel van de offerte;

    d) de prijskorting of verbetering in geval van toepassing van artikel 50;

    e) elk ander prijsgegeven zoals voorzien door de opdrachtdocumenten;

    3° het nummer en de benaming van de rekening bij een financiële instelling waarop de betaling van de opdracht moet gebeuren;

    4° wat de onderaanneming betreft, de eventuele inlichtingen overeenkomstig artikel 74;

    5° voor zover de opdrachtdocumenten zulks opleggen, de oorsprong van de te leveren producten en de te verwerken materialen die afkomstig zijn van buiten de Europese Unie, met vermelding per land van oorsprong van de waarde exclusief douanerechten die zij in de offerte vertegenwoordigen. Als de producten of materialen op het grondgebied van de Europese Unie worden afgewerkt of verwerkt, wordt enkel de waarde van deze grondstoffen vermeld;

    6° in geval van offertes voor meerdere percelen, overeenkomstig artikel 49 de voorkeurvolgorde van de percelen.

    Als de offerte wordt ingediend door een combinatie van ondernemers, zijn de bepalingen van het eerste lid, 1°, van toepassing op elke deelnemer aan de combinatie.

    Art. 79
    • § 1 Indien bij de opdrachtdocumenten een samenvattende opmeting of inventaris is gevoegd, vult de inschrijver deze in en maakt hij de nodige berekeningen.

    • § 2 De inschrijver voert, rekening houdende met de opdrachtdocumenten, zijn beroepskennis of persoonlijke vaststellingen, verbeteringen door voor :

      1° de fouten die hij ontdekt in de forfaitaire hoeveelheden;

      2° de fouten die hij ontdekt in de vermoedelijke hoeveelheden waarvoor de opdrachtdocumenten een dergelijke verbetering toelaten en op voorwaarde dat de voorgestelde verbetering minstens tien percent in meer of in min van de hoeveelheid van de post in kwestie bedraagt;

      3° de leemten in de samenvattende opmeting of inventaris.

      Hij voegt bij zijn offerte een nota ter verantwoording van deze verbeteringen.

    HOOFDSTUK 3. - Interpretatie, fouten en leemten

    Art. 80

    Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is de volgende voorrangsorde bepalend voor de interpretatie in geval van tegenspraak tussen de opdrachtdocumenten :

    1° de plannen;

    2° het bestek;

    3° de samenvattende opmeting of de inventaris.

    Als de plannen tegenspraak vertonen, kan de inschrijver zich op de voor hem meest gunstige hypothese steunen, tenzij de andere opdrachtdocumenten daarover uitsluitsel geven.

    Art. 81

    Als een ondernemer in de opdrachtdocumenten fouten of leemten ontdekt die van die aard zijn dat ze de prijsberekening of de vergelijking van de offertes onmogelijk maken, meldt hij dit onmiddellijk en schriftelijk aan de aanbestedende overheid. Alleszins verwittigt hij haar ten laatste tien dagen vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes, tenzij zulks onmogelijk is door de inkorting van de termijn voor ontvangst van de offertes.

    De aanbestedende overheid oordeelt of de fouten of leemten voldoende belangrijk zijn om tot een rechtszettingsbericht over te gaan of tot een andere vorm van aangepaste bekendmaking en om, indien nodig en met inachtneming van artikel 9, tweede en derde lid, de termijn voor de indiening van de offertes te verlengen.

    Art. 82

    Na de eventueel verlengde [1 limietdatum en het limietuur voor het indienen]1 van offertes heeft de inschrijver niet meer het recht om zich te beroepen op fouten of leemten die voorkomen in de samenvattende opmeting of de inventaris, zoals verstrekt door de aanbestedende overheid.

    Bovendien kan hij zich vanaf dat ogenblik niet meer beroepen op vormgebreken, fouten of leemten in zijn offerte.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 39, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    HOOFDSTUK 4. - Indiening en opening

    Art. 83

    Onverminderd artikel 57, moet elke aanvraag tot deelneming of offerte vóór de [1 ...]1 datum en uur voor de indiening aankomen. Laattijdige aanvragen tot deelneming of laattijdige offertes worden niet aanvaard.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 40, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 84

    Voor de plaatsingsprocedures waarbij de aanbestedende overheid gebruik maakt van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische communicatiemiddelen vindt de opening van de offertes plaats op de datum en het uur bepaald in de opdrachtdocumenten. De verrichtingen verlopen in volgende orde :

    1° de offertes zijn elektronisch ingediend op het platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet;

    2° alle ingediende offertes worden geopend;

    3° een proces-verbaal wordt opgesteld.

    Het in het eerste lid, 3°, bedoelde proces-verbaal bevat minstens :

    1° de naam of handelsnaam van de inschrijvers, hun woonplaats en maatschappelijke zetel;

    2° de naam van de persoon of personen die het indieningsrapport elektronisch ondertekend heeft/hebben.

    Art. 85

    Wat betreft de plaatsingsprocedures waarvoor de aanbestedende overheid geen gebruik maakt van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische communicatiemiddelen bepaalt zij de regels voor de indiening en opening van de offertes in de opdrachtdocumenten.

    HOOFDSTUK 5. - Verbetering van de offertes

    Art. 86
    • § 1 Wanneer een inschrijver, overeenkomstig de artikelen 34 en 79, § 2, de hoeveelheid van één of meer posten van de samenvattende opmeting of inventaris heeft verbeterd, ziet de aanbestedende overheid die wijzigingen na, verbetert ze zo nodig volgens eigen berekeningen en wijzigt desgevallend de opmetingen of inventarissen gevoegd bij de offertes.

      Voor de inschrijver die een vermindering heeft voorgesteld met toepassing van artikel 79, § 2, 2°, wordt de totale prijs die overeenstemt met de aldus verminderde hoeveelheid een forfaitaire prijs, op voorwaarde en in de mate dat de aanbestedende overheid deze verbetering aanvaardt.

      Wanneer de aanbestedende overheid de wijzigingen van een post met vermoedelijke hoeveelheden niet door eigen berekeningen kan nazien, brengt zij de voorgestelde verhoging of verlaging van de hoeveelheid terug tot de oorspronkelijke hoeveelheid van de opmeting of inventaris.

    • § 2 Wanneer een inschrijver voor een willekeurige post van de samenvattende opmeting of de inventaris geen prijs heeft vermeld, kan de aanbestedende overheid hetzij de offerte als onregelmatig weren, hetzij ze behouden door de leemte aan te vullen met behulp van de volgende formule :

      P = L x Y

      X

      waarbij dient te worden begrepen onder :

      - P : de prijs van de post waarvoor de inschrijver geen prijs heeft vermeld;

      - L : de verkregen waarde op basis van het rekenkundig gemiddelde van de prijs, desgevallend verbeterd door de aanbestedende overheid volgens artikel 34 en paragraaf 1 van dit artikel, die voor die post werd aangegeven door de inschrijvers die de prijs in hun samenvattende opmeting of inventaris hebben vermeld;

      - Y : het totale bedrag van de opmeting of de inventaris van de inschrijver die voor de betrokken post geen prijs heeft vermeld, eventueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de opmeting of de inventaris en overeenkomstig artikel 34 en paragraaf 1 van dit artikel;

      - X : de verkregen waarde op basis van het rekenkundig gemiddelde van het totale bedrag van de opmeting of inventaris van alle inschrijvers die de prijs voor de betrokken post hebben vermeld, eventueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de opmeting of de inventaris en overeenkomstig artikel 34, en paragraaf 1 van dit artikel zonder rekening te houden met de prijs die voor die post werd aangegeven.

      Indien de inschrijver voor verschillende posten geen prijs heeft vermeld, wordt voor de berekening van de waarde van X geen rekening gehouden met de prijs die de andere inschrijvers voor die posten hebben vermeld.

      Voor de berekening van de waarden L en X kan de aanbestedende overheid beslissen geen rekening te houden met de offertes die voor de betrokken post een abnormale prijs vermelden.

    • § 3 Telkens er met toepassing van artikel 79, § 2, een leemte in de samenvattende opmeting of in de inventaris is aangevuld, gaat de aanbestedende overheid als volgt te werk :

      1° ze onderzoekt de gegrondheid van die aanvulling en verbetert ze zo nodig volgens haar eigen bevindingen.

      Indien de andere inschrijvers geen prijzen voor deze leemten hebben voorgesteld, worden deze prijzen, voor elke post, met het oog op de rangschikking van de offertes, volgens de onderstaande formule berekend en blijven ze behouden bij de definitieve verbetering van de offertes :

      S = L x Y

      X

      waarbij dient te worden begrepen onder :

      - S : de prijs van de leemte;

      - L : het eventueel door de aanbestedende overheid verbeterde bedrag voor de leemte in de samenvattende opmeting of de inventaris van de inschrijver die op de leemte heeft gewezen;

      - X : het totale offertebedrag van dezelfde inschrijver, desgevallend verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de samenvattende opmeting of inventaris en overeen-komstig artikel 34 en paragraaf 1 van dit artikel, zonder met de leemten rekening te houden;

      - Y : het totale offertebedrag van de betrokken inschrijver die de leemte niet heeft vermeld, even-tueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de samenvattende opmeting of de inventaris en overeenkomstig artikel 34 en paragraaf 1 van dit artikel, zonder met de leemte rekening te houden;

      2° wanneer verscheidene inschrijvers dezelfde leemte hebben vermeld, worden L en X in de voormelde formule verkregen door het rekenkundig gemiddelde te nemen van de waarden L en X in de samenvattende opmeting of inventaris van die inschrijvers;

      3° in de gevallen bedoeld in 1° en 2° wordt de eenheidsprijs van de leemte verkregen door het bedrag S te delen door de overeenstemmende hoeveelheid, zoals die eventueel door de aanbestedende overheid is verbeterd;

      4° voor de berekening van de prijzen van een leemte overeenkomstig 1° en 2° kan de aanbestedende overheid beslissen geen rekening te houden met de offerte waarin voor die leemtepost een abnormale prijs is geboden.

      Als geen enkele inschrijver een normale prijs heeft geboden voor die leemte, kan de aanbestedende overheid de opdracht gunnen zonder die post.

    • § 4 Enkel voor de rangschikking van de offertes worden de hoeveelheden aanvaard door de aanbestedende overheid die groter zijn dan of gelijk zijn aan de hoeveelheden van de oorspronkelijke opmeting of inventaris, zonder onderscheid naar alle opmetingen of inventarissen gebracht.

      Daarentegen spelen de wijzigingen die door de aanbestedende overheid aanvaard worden en die een vermindering van de hoeveelheden tot gevolg hebben, enkel in het voordeel van de inschrijvers die ze gemeld hebben en enkel in de mate dat hun verantwoording is aanvaard. Aldus :

      1° wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver kleiner is dan de hoeveelheid aanvaard door de aanbestedende overheid, deze laatste hoeveelheid in de opmeting of inventaris gebracht;

      2° wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver ligt tussen de hoeveelheid aanvaard door de aanbestedende overheid en de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmeting of inventaris, de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver in de opmeting of inventaris gebracht;

      3° wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver, groter is dan de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmeting of inventaris, de door de inschrijver voorgestelde hoeveelheid teruggebracht tot de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmeting of inventaris.

    • § 5 Voor de toepassing van dit artikel houdt de aanbestedende overheid rekening met de verbeteringen die zijn voorgesteld in al dan niet regelmatige offertes die door geselecteerde of voorlopig geselecteerde inschrijvers overeenkomstig artikel 66, § 2, van de wet zijn ingediend.

    Art. 87
    • § 1 In het geval van vereiste of toegestane varianten wordt de economisch meest voordelige offerte bepaald op grond van één enkele rangschikking van de basisoffertes en de variantenoffertes overeenkomstig artikel 81 van de wet.

      Indien vrije varianten mogen worden voorgesteld, bepaalt de aanbestedende overheid welke vrije varianten ze niet in aanmerking neemt. Op de andere vrije varianten is het vorige lid toepasselijk.

      De aanbestedende overheid neemt de vereiste of toegestane opties in aanmerking en beslist welke vrije opties ze in aanmerking neemt voor de bepaling van de inschrijver met de economisch meest voordelige offerte. In geval van vereiste, toegestane of vrije opties die door de aanbestedende overheid in aanmerking worden genomen wordt de economisch meest voordelige offerte bepaald op grond van de rangschikking van de offertes verhoogd met de erin geboden economische voordelen.

      Indien een inschrijver in strijd met artikel 48, § 3, aan een vrije of toegestane optie een meerprijs of een andere tegenprestatie heeft verbonden, wordt die vrije of toegestane optie buiten beschouwing gelaten voor zover zulks mogelijk is. Zo niet bevat zijn offerte een onregelmatigheid die overeenkomstig artikel 76 moet worden beoordeeld.

      Wanneer inschrijvers conform artikel 50 een prijsvermindering of een verbeteringsvoorstel van hun offerte hebben gedaan, wordt, voor om het even welk perceel, de economisch meest voordelige regelmatige offerte bepaald rekening houdende met de prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen voor bepaalde gegroepeerde percelen en met het economisch meest voordelige geheel van alle percelen.

      Wanneer de aanbestedende overheid toepassing maakt van artikel 49, eerste lid, 2°, en de inschrijver met de economisch meest voordelige regelmatige offerte niet voldoet aan het vereiste minimale niveau voor meerdere percelen, wordt hem enkel dat aantal percelen gegund waarvoor hij wel voldoet aan dat vereiste minimale niveau, met inachtneming van de voorkeurvolgorde als bedoeld in artikel 49, derde lid. Bij gebrek aan deze laatste houdt de aanbestedende overheid een loting tussen de percelen in kwestie waartoe de betrokkenen worden uitgenodigd.

    • § 2 Wanneer verscheidene regelmatige offertes in gelijke mate als economisch meest voordelige worden beschouwd, vraagt de aanbestedende overheid de inschrijvers in kwestie met het oog op een beslissing schriftelijke prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen voor hun offerte in te dienen.

      Zijn de offertes daarna nog gelijkwaardig, dan houdt de aanbestedende overheid een loting waartoe de betrokkenen worden uitgenodigd.

      De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de elektronische veiling, in welk geval artikel 111, tweede lid, van toepassing is.

    Art. 88

    De sluiting van de opdracht gebeurt door de kennisgeving van de goedkeuring van zijn offerte aan de opdrachtnemer en mag niet onderhevig zijn aan enig voorbehoud.

    De kennisgeving gebeurt via de elektronische platformen bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, per e-mail of per fax en, dezelfde dag, per aangetekende zending.

    De kennisgeving is geldig en tijdig gedaan binnen de eventueel verlengde verbintenistermijn bedoeld in artikel 58.

    Art. 89

    Als de eventueel verlengde verbintenistermijn verstrijkt zonder dat de opdracht is gesloten en de aanbestedende overheid in dit stadium geen toepassing maakt van artikel 85 van de wet, gaat ze als volgt te werk.

    Vooraleer de opdracht te gunnen, vraagt de aanbestedende overheid schriftelijk aan de inschrijver in kwestie of hij instemt met het behoud van zijn offerte. Als die inschrijver daarmee zonder voorbehoud instemt, gaat de aanbestedende overheid over tot de gunning en de sluiting van de opdracht.

    Indien de inschrijver in kwestie slechts instemt met het behoud van zijn offerte mits hij een wijziging van zijn offerte krijgt, gebeuren de gunning en de sluiting van de opdracht met inbegrip van de gevraagde wijziging indien de inschrijver de wijziging verantwoordt op grond van omstandigheden die zich na [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de offertes hebben voorgedaan en de aldus gewijzigde offerte de economisch meest voordelige blijft.

    Als de inschrijver in kwestie niet instemt met het behoud van zijn offerte of de gevraagde wijziging niet gerechtvaardigd blijkt of de gewijzigde offerte niet de economisch meest voordelige blijft, richt de aanbestedende overheid zich :

    1° hetzij achtereenvolgens, volgens de rangschikking, tot de andere regelmatige inschrijvers. In dit geval zijn eveneens het tweede en derde lid toepasselijk;

    2° hetzij gelijktijdig tot al de andere regelmatige inschrijvers met de vraag hun offerte te herzien, op grond van de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht, om de opdracht vervolgens te gunnen en te sluiten op basis van de offerte die de economisch meest voordelige is geworden. De gevraagde wijzigingen moeten verantwoord worden op grond van omstandigheden die zich na [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de offertes hebben voorgedaan, opdat ze in aanmerking zouden komen. De aanbestedende overheid houdt hierbij ook rekening met de bij toepassing van het derde lid gewijzigde offerte, voor zover de gegeven rechtvaardiging werd aanvaard.

    In het geval waarbij de economisch meest voordelige offerte, overeenkomstig artikel 81, § 2, eerste lid, 1°, van de wet, uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald, kan de in het vierde lid, 2°, bedoelde herziening alleen betrekking hebben op de offerteprijs.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 41, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    HOOFDSTUK 1. - Specifieke drempels

    Art. 90

    De aanbestedende overheid kan gebruik maken van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking wanneer de goed te keuren uitgave bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, a), van de wet, lager ligt dan :

    1° het in artikel 11, eerste lid, 2°, bedoelde bedrag;

    2° het in artikel 11, eerste lid, 3°, bedoelde bedrag, voor de diensten inzake arbeidsbemiddeling en vervoersondersteunende diensten, alsook voor de in artikel 32, tweede zin, van de wet bedoelde opdrachten voor diensten inzake onderzoek en ontwikkeling, en dit enkel voor de andere dan federale aanbestedende overheden;

    3° 100.000 euro voor elk perceel van een opdracht waarvan het geraamde bedrag van de opdracht de drempels van artikel 11 niet bereikt, op voorwaarde dat het samengevoegde bedrag van deze percelen niet meer dan twintig percent van het geraamde bedrag van de opdracht bedraagt.

    Wat de in het eerste lid, 2°, bedoelde arbeidsbemiddeling betreft is het voormelde punt alleen van toepassing op de opdrachten met CPV-code 63000000-9 tot en met 63734000-3 (met uitzondering van 63711200-8, 63712700-0, 63712710-3, en 63727000-1 tot en met 63727200-3), alsook 98361000-1. Wat de in lid 1, 2°, bedoelde vervoersondersteunende activiteiten betreft is dit punt alleen van toepassing op de opdrachten met CPV-code 79600000-0 tot en met 79635000-4 (met uitzondering van 79611000-0, 79632000-3, 79633000-0), alsook op 98500000-8 tot en met 98514000-9.

    Art. 91

    De aanbestedende overheid kan gebruik maken van de mededingingsprocedure met onderhandeling wanneer het in artikel 38, § 1, f), van de wet, geraamde bedrag van de opdracht lager is dan :

    1° 750.000 euro voor de opdrachten voor werken;

    2° het in artikel 11, eerste lid, 2° dan wel 3°, bepaalde bedrag voor de opdrachten voor leveringen en diensten, afhankelijk van het feit of het al dan niet een federale aanbestedende overheid betreft.

    HOOFDSTUK 2. - Verloop en sluiting van de opdracht

    Art. 92

    In geval van een mededingingsprocedure met onderhandeling moet elke offerte [1 vóór]1 de [1 ...]1 datum en uur voor de indiening van de offertes aankomen. Laattijdige offertes worden niet aanvaard.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 42, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 93

    De spontane offertes worden in de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking niet aanvaard door de aanbestedende overheid, tenzij uitdrukkelijk gemotiveerde andersluidende beslissing.

    Voor de opdrachten die worden geplaatst door middel van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking en waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, is de aanbestedende overheid niet gehouden specifieke selectiecriteria te bepalen en zijn de artikelen 65 tot 70 niet van toepassing. Overeenkomstig artikel 42, § 3, eerste lid, 2°, van de wet, kunnen de opdrachtdocumenten echter afwijken van dit lid.

    Art. 94

    Indien er bij een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, meerdere ondernemers worden geraadpleegd, worden ze gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om een offerte in te dienen. Deze uitnodiging bevat minstens :

    1° de opdrachtdocumenten, tenzij de aanbestedende overheid deze via elektronische middelen op kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse wijze aanbiedt, in welk geval zij het internetadres dat toegang biedt tot deze documenten vermeldt;

    2° [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de offertes;

    3° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten;

    4° het gunningscriterium of de gunningscriteria voor zover ze niet zijn opgenomen in de andere opdrachtdocumenten, overeenkomstig artikel 81 van de wet, tenzij desgevallend in de in artikel 42, § 3, tweede lid, van de wet bedoelde gevallen.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 43, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 95

    Een opdracht geplaatst via mededingingsprocedure met onderhandeling of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking wordt gesloten :

    1° ofwel op grond van briefwisseling volgens handelsgebruiken, in geval van een onderhandelingsproce-dure zonder voorafgaande bekendmaking;

    2° ofwel door de kennisgeving aan de opdrachtnemer van de goedkeuring van zijn offerte zoals eventueel gewijzigd na onderhandelingen en/of verbeterd in toepassing van artikel 34. Deze betekening gebeurt overeenkomstig de modaliteiten vermeld in artikel 88, tweede lid;

    3° ofwel door de ondertekening van een overeenkomst door de partijen.

    HOOFDSTUK 3. - Gebruik van de mededingingsprocedure met onderhandeling na een eerste vruchteloze procedure

    Art. 96

    Voor de toepassing van artikel 38, § 1, lid 2, van de wet, worden de offertes die de artikelen 38, 42, 43, § 1, 44, 48, § 2, 54, § 2, 55, en 83 van dit besluit en van artikel 14 van de wet naleven beschouwd als offertes die aan de formele eisen van de initiële plaatsingsprocedure voldeden.

    TITEL 4. - Gunning bij concurrentiegerichte dialoog

    Art. 97

    De uitnodiging tot deelneming aan de dialoog bedoeld in artikel 39, § 1, vierde lid, van de wet, omvat de inlichtingen bedoeld in de bijlage 9.

    Art. 98

    De aanbestedende overheid start een dialoog op met de geselecteerde kandidaten, met het doel na te gaan en te bepalen welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan haar behoeften te voldoen. Ze verschaft de deelnemers een voldoende termijn om de dialoog voor te bereiden.

    De dialoog gebeurt met elke deelnemer afzonderlijk.

    Art. 99

    Overeenkomstig artikel 39, § 6, van de wet, nodigt de aanbestedende overheid elke deelnemer aan de dialoog, van wie één of meerdere oplossingen werden weerhouden, tegelijkertijd en schriftelijk uit om een definitieve offerte in te dienen voor één of meerdere oplossingen die in aanmerking werden genomen.

    De aanbestedende overheid vermeldt in haar uitnodiging om één of meerdere definitieve offertes in te dienen de voorwaarden die van toepassing zijn tijdens de uitvoering van de opdracht.

    Art. 100

    De opdracht wordt gesloten door de ondertekening van een overeenkomst tussen de partijen.

    TITEL 5. - Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures

    Art. 101

    Bij het opzetten van een dynamisch aankoopsysteem binnen de voorwaarden van artikel 44, § 1, van de wet gaat de aanbestedende overheid als volgt te werk :

    1° ze maakt een aankondiging van opdracht bekend onder de vorm van een standaardformulier uit de uitvoeringsverordening (EU) 2015/1986 van de Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van de uitvoeringsverordening (EU) nummer 842/2011;

    2° ze vermeldt in de opdrachtdocumenten ten minste de aard en de geraamde hoeveelheid van de beoogde aankopen, alsmede alle nodige informatie omtrent het dynamisch aankoopsysteem, inclusief op welke wijze het dynamisch aankoopsysteem functioneert, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding;

    3° ze geeft elke verdeling in categorieën van producten, werken of diensten aan en de kenmerken daarvan;

    4° ze biedt vanaf de bekendmaking van de opdracht en zolang het dynamisch aankoopsysteem geldig is via elektronische communicatiemiddelen een vrije, rechtstreekse, onmiddellijke en volledige toegang tot de opdrachtdocumenten.

    Art. 102

    De aanbestedende overheid verleent elke ondernemer tijdens de gehele geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem de mogelijkheid te verzoeken om deelneming aan het systeem onder de voorwaarden van artikel 44, § 2 van de wet. Zij verricht een beoordeling van deze verzoeken volgens de selectiecriteria binnen de tien werkdagen volgend op de ontvangst. Waar dit gerechtvaardigd is, kan die termijn in bepaalde gevallen tot vijftien werkdagen worden verlengd, met name gezien de noodzaak aanvullende documentatie te bestuderen of anderszins te controleren of aan de selectiecriteria wordt voldaan.

    Niettegenstaande het eerste lid kan de aanbestedende overheid, voor zover de uitnodiging tot het indienen van een offerte voor de eerste specifieke opdracht in het kader van het dynamisch aankoopsysteem niet is toegezonden, de evaluatieperiode verlengen, op voorwaarde dat er tijdens de verlengde evaluatieperiode geen uitnodiging tot het indienen van een offerte wordt uitgeschreven. De aanbestedende overheid geeft in de opdrachtdocumenten de duur van de door haar voorgenomen verlenging aan.

    De aanbestedende overheid deelt de betrokken ondernemer zo spoedig mogelijk mee of hij al dan niet is toegelaten tot het dynamisch aankoopsysteem.

    Art. 103

    De aanbestedende overheid nodigt overeenkomstig artikel 65 van de wet alle toegelaten deelnemers uit om voor elke specifieke opdracht in het dynamisch aankoopsysteem een offerte in te dienen. Wanneer het dynamisch aankoopsysteem in categorieën van werken, producten, of diensten is ingedeeld, nodigt de aanbestedende overheid alle deelnemers die zijn toegelaten tot de categorie waarop de betrokken specifieke opdracht betrekking heeft, uit een offerte in te dienen.

    Zij gunt de opdracht aan de inschrijver die de beste offerte heeft ingediend op basis van de gunningscriteria als bepaald in de aankondiging van de opdracht voor het dynamisch aankoopsysteem. Deze criteria kunnen in voorkomend geval worden gepreciseerd in de uitnodiging tot het indienen van een offerte.

    Art. 104

    De bepalingen van artikel 73, §§ 3 en 4, van de wet, zijn gedurende de gehele geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem van toepassing.

    De aanbestedende overheid kan op ieder moment tijdens de geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem van toegelaten deelnemers verlangen dat zij binnen de vijf werkdagen vanaf de datum van verzending van het verzoek, een herziene en geactualiseerde UEA overleggen. Het onderhavige lid is niet van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.

    Art. 105

    De aanbestedende overheid vermeldt de geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem in de aankondiging van opdracht. Indien het geraamd bedrag van het systeem gelijk is aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking brengt zij de Europese Commissie en het in artikel 163, § 2, van de wet bedoelde aanspreekpunt op de hoogte van elke verandering in de geldigheidstermijn, met gebruik van de volgende standaardformulieren :

    1° wanneer de geldigheidstermijn wordt gewijzigd zonder dat het systeem wordt beëindigd : het formulier dat aanvankelijk is gebruikt voor de aankondiging van de opdracht voor het dynamisch aankoopsysteem;

    2° wanneer het systeem wordt beëindigd, een aankondiging van gegunde opdracht als bedoeld in artikel 17.

    HOOFDSTUK 2. - Elektronische veiling

    Art. 106

    Om gebruik te kunnen maken van een elektronische veiling overeenkomstig artikel 45 van de wet, vermeldt de aanbestedende overheid deze mogelijkheid in de aankondiging van opdracht. De opdrachtdocumenten bevatten ten minste de in bijlage 8 genoemde informatie.

    Art. 107

    Overeenkomstig artikel 45, § 4, van de wet, doet de aanbestedende overheid, alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, een eerste volledige beoordeling van de ingediende offertes.

    Alle inschrijvers die een offerte hebben ingediend die na de in het eerste lid bedoelde beoordeling in aanmerking komen, worden tegelijkertijd via elektronische weg uitgenodigd om aan de elektronische veiling deel te nemen, door op het vermelde tijdstip overeenkomstig de in de uitnodiging vermelde instructies gebruik te maken van de verbindingen. De elektronische veiling kan in een aantal opeenvolgende fasen verlopen.

    Art. 108

    De uitnodiging gaat vergezeld van het resultaat van de volledige beoordeling van de betrokken offerte, uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 81, § 4, van de wet, bedoelde weging.

    De uitnodiging vermeldt eveneens de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling zal worden gebruikt om de automatische herklasseringen te bepalen op basis van de ingediende nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden. Behoudens in gevallen waarin de economisch meest voordelige offerte uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald, houdt deze formule rekening met het gewicht dat is toegekend aan alle vastgestelde criteria om de economisch meest voordelige offerte te bepalen, zoals in de aankondiging van de opdracht of in andere opdrachtdocumenten is aangegeven. Daartoe moeten eventuele marges vooraf in een bepaalde waarde worden uitgedrukt.

    Wanneer varianten zijn toegestaan, moeten voor elke variant afzonderlijke formules worden verstrekt.

    Vrije varianten zijn niet toegelaten in het kader van een elektronische veiling.

    De uitnodiging bevat eventueel aangepaste informatie voor de individuele verbinding met het gebruikte elektronisch systeem. Ze preciseert de datum en het aanvangsuur van de elektronische veiling evenals, in voorkomend geval, de opeenvolgende fases en hun tijdschema en afsluitingswijze.

    De elektronische veiling kan pas beginnen na het verstrijken van een termijn van minstens twee werkdagen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging.

    Art. 109
    • § 1 De biedingen worden niet elektronisch ondertekend, aangezien de inschrijver erdoor gebonden is indien ze worden ingediend op de wijze bepaald in de opdrachtdocumenten en eventueel de uitnodiging.

    • § 2 In elke fase van de elektronische veiling verstrekt de aanbestedende overheid aan alle inschrijvers onmiddellijk ten minste voldoende informatie om hen in staat te stellen op elk moment hun respectieve klassering te kennen. Zij kan ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden verstrekken indien dat in de opdrachtdocumenten is vermeld. Zij kan tevens op elk moment meedelen hoeveel inschrijvers aan die fase van de veiling deelnemen. Zij mag echter hoe dan ook in geen enkele fase van de elektronische veiling de identiteit van de inschrijvers bekendmaken.

      Noch gedurende de veiling, noch na afloop ervan, kan de inschrijver zijn laatste bod intrekken.

    Art. 110

    De aanbestedende overheid kan de elektronische veiling op één of meer van de onderstaande wijzen afsluiten :

    1° op het vooraf aangegeven datum en uur;

    2° wanneer zij geen nieuwe prijzen of nieuwe waarden meer ontvangt die voldoen aan de voorschriften inzake minimumverschillen, mits zij vooraf heeft aangegeven welke termijn zij na ontvangst van de laatste aanbieding in acht zal nemen alvorens de elektronische veiling te sluiten; of

    3° wanneer het vooraf aangegeven aantal fasen in de veiling volledig is doorlopen.

    Wanneer de aanbestedende overheid voornemens is de elektronische veiling overeenkomstig punt 3° van het eerste lid af te sluiten, in voorkomend geval in combinatie met de in punt 2° van dit lid bepaalde regelingen, vermeldt de uitnodiging tot deelneming aan de veiling het tijdschema voor elke fase van de veiling.

    Art. 111

    Na de sluiting van de elektronische veiling gunt de aanbestedende overheid de opdracht op basis van het resultaat van de veiling, overeenkomstig artikel 81 van de wet.

    Wanneer meerdere inschrijvers dezelfde economisch meest voordelige bieding hebben gedaan, gaat de aanbestedende overheid over tot een elektronische loting.

    HOOFDSTUK 3. - Elektronische catalogi

    Art. 112

    Offertes die in de vorm van de in artikel 46 van de wet bedoelde elektronische catalogus worden ingediend, kunnen vergezeld gaan van andere documenten ter aanvulling van de offerte.

    Art. 113

    Wanneer de indiening van offerte in de vorm van een elektronische catalogus wordt aanvaard dan wel verplicht is gesteld, gaat de aanbestedende overheid te werk als volgt :

    1° zij vermeldt dit in de aankondiging van de opdracht;

    2° zij verstrekt in de opdrachtdocumenten alle nodige informatie betreffende het format, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen voor de verbinding en technishce specificaties voor de catalogus.

    Art. 114

    Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer is gesloten na indiening van de offertes in de vorm van elektronische catalogi, kan de aanbestedende overheid bepalen dat voor specifieke opdrachten opnieuw tot mededinging wordt opgeroepen op basis van bijgewerkte catalogi. In een dergelijk geval gebruikt de aanbestedende overheid een van de volgende methodes :

    1° zij verzoekt de deelnemers aan de raamovereenkomst hun elektronische catalogi, na aanpassing aan de eisen van de betrokken opdracht, opnieuw in te dienen, of

    2° zij deelt de deelnemers aan de raamovereenkomst mee dat zij voornemens is uit de reeds ingediende elektronische catalogi de nodige informatie te verzamelen om offertes op te maken die aan de vereisten van de betrokken opdracht aangepast zijn, mits het gebruik van deze methode in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst is aangekondigd.

    Art. 115

    Indien een aanbestedende overheid voor specifieke opdrachten overeenkomstig artikel 114, 2°, opnieuw oproept tot mededinging, deelt hij aan de inschrijvers de datum en het uur mede, waarop zij voornemens is de nodige informatie te verzamelen voor nieuwe offertes die aan de eisen van de betrokken specifieke opdracht aangepast zijn, en geeft zij inschrijvers de mogelijkheid om het zodanig verzamelen van informatie te weigeren.

    De aanbestedende overheid voorziet in een toereikende termijn tussen de mededeling en het daadwerkelijk verzamelen van de informatie.

    Vóór de gunning van de opdracht, legt de aanbestedende overheid de verzamelde informatie over aan de betrokken inschrijver zodat deze kan betwisten of bevestigen dat de aldus samengestelde offerte geen materiële fouten bevat.

    Art. 116

    De aanbestedende overheid mag opdrachten op grond van een dynamisch aankoopsysteem gunnen op basis van de eis dat offertes voor een specifieke opdracht in de vorm van een elektronische catalogus moeten worden ingediend.

    De aanbestedende overheid kan opdrachten ook gunnen op grond van een dynamisch aankoopsysteem overeenkomstig de artikelen 114, 2°, en 115, mits het verzoek om deelname aan het dynamische aankoopsysteem vergezeld gaat van een elektronische catalogus in overeenstemming met de technische specificaties en format zoals vastgesteld door de aanbestedende overheid. Deze catalogus wordt vervolgens aangevuld door de kandidaten, wanneer zij in kennis zijn gesteld van het voornemen van de aanbestedende overheid om offertes op te stellen door middel van de procedures als bepaald in artikel 114, 2°.

    HOOFDSTUK 4. - Prijsvragen

    Afdeling 1. - Toepassingsvoorwaarden en jury

    Art. 117

    De aanbestedende overheid kan :

    prijsvragen organiseren die als onderdeel van een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten worden uitgeschreven;

    prijsvragen met prijzengeld of betalingen aan de deelnemers organiseren.

    Art. 118

    De beoordelingscriteria worden vermeld in de aankondiging van de prijsvraag.

    Art. 119
    • § 1 De prijsvraagdocumenten bepalen de samenstelling van de jury en haar wijze van optreden.

      De jury bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen, minimum vijf in aantal, die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag. Minstens één van hen behoort niet tot de aanbestedende overheid.

      Indien van de deelnemers aan de prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie vereist wordt, beschikt minstens één derde van de juryleden over diezelfde of een gelijkwaardige beroepskwalificatie.

    • § 2 De prijsvraagdocumenten bepalen of de jury een beslissings- of adviesbevoegdheid heeft. In alle gevallen is de jury autonoom bij het uitspreken van haar beslissingen of adviezen.

    • § 3 De prijsvraagdocumenten bepalen het eventueel toekennen van prijzengeld voor de best gerangschikte ontwerpen of van vergoedingen voor de deelnemers. Het prijzengeld wordt door de aanbestedende overheid toegekend met verplicht behoud van de door de jury opgestelde rangschikking. De aanbestedende overheid kan het prijzengeld of de vergoedingen ook geheel of gedeeltelijk niet toekennen indien ze oordeelt dat de ontwerpen niet voldoen.

    • § 4 De prijsvraagdocumenten bepalen nauwkeurig de respectieve rechten van de aanbestedende overheid en de ontwerpers inzake de eigendom en het gebruik van de ontwerpen.

    Art. 120

    Wanneer het een prijsvraag betreft waarvoor een voorafgaande Europese bekendmaking verplicht is, worden de ontwerpen anoniem aan de jury voorgesteld en uitsluitend op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld. De anonimiteit wordt geëerbiedigd tot de beslissing of het advies van de jury bekend is.

    Vóór het verstrijken van de termijn voor ontvangst van de ontwerpen neemt de jury geen kennis van de inhoud ervan.

    Ze evalueert de ontwerpen op grond van de criteria bedoeld in artikel 118.

    Ze stelt een door alle leden ondertekend proces-verbaal op met de op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van opmerkingen en punten die verduidelijking behoeven.

    De deelnemers kunnen zo nodig worden verzocht om de in het proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.

    Van de informatie-uitwisseling tussen de juryleden en de deelnemers wordt eveneens een volledig proces-verbaal opgesteld.

    Afdeling 2. - Raming en bekendmaking

    Art. 121
    • § 1 De prijsvraag is onderworpen aan de verplichte voorafgaande Europese bekendmaking in de volgende gevallen :

      1° wanneer de prijsvraag georganiseerd wordt in het kader van de plaatsingsprocedure van een overheidsopdracht voor diensten waarvan het geraamde bedrag, met inbegrip van het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers, gelijk is aan of hoger dan de drempel vermeld in artikel 11;

      2° in alle gevallen van prijsvraag waarvoor het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers gelijk is aan of hoger dan de drempel vermeld in artikel 11. Het geraamde bedrag van de overheidsopdracht die achteraf kan worden geplaatst, wordt ook in aanmerking genomen, tenzij de aanbestedende overheid de plaatsing van deze opdracht heeft uitgesloten in de aankondiging van prijsvraag.

      Wanneer zij het voornemen hebben een vervolgopdracht voor diensten te gunnen overeenkomstig artikel 42, § 1, 5°, van de wet, wordt dit in de aankondiging van de prijsvraag vermeld.

    • § 2 De prijsvraag die niet verplicht onderworpen is aan de voorafgaande Europese bekendmaking zoals vermeld in paragraaf 1, is onderworpen aan de Belgische bekendmaking.

    Art. 122

    Inzake de bekendmakingsvoorschriften van hoofdstuk 3 van titel 1 zijn enkel de artikelen 8 tot 10 van toepassing op de prijsvraag.

    De aankondiging van prijsvraag bevat de inlichtingen bedoeld in bijlage 6.A.

    Art. 123

    Wanneer het een prijsvraag betreft waarvoor een voorafgaande Europese bekendmaking verplicht is, wordt een aankondiging van de resultaten van de prijsvraag bekendgemaakt die de inlichtingen in bijlage 6.B omvat.

    De aankondiging wordt naar het Publicatieblad van de Europese Unie en naar het Bulletin der Aanbestedingen verzonden binnen een termijn van dertig dagen na de keuze van het ontwerp of de ontwerpen.

    Bepaalde gegevens betreffende de resultaten van de prijsvraag mogen niet meegedeeld worden indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het algemeen belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van de overheidsbedrijven of particuliere ondernemingen, of de eerlijke mededinging tussen de dienstverleners zou kunnen schaden.

    TITEL 6. - Overheidsopdrachten van beperkte waarde

    Art. 124

    Voor de in hoofdstuk 7 van titel 2 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde plaatst de aanbestedende overheid zijn opdracht na raadpleging, indien mogelijk, van de voorwaarden van meerdere ondernemers maar zonder dat om de indiening van offertes moet worden verzocht.

    Het bewijs van die raadpleging moet door de aanbestedende overheid geleverd kunnen worden.

    TITEL 7. - Overheidsopdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure

    Art. 125

    De in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a) en b), van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure in rechte, zijn onderworpen aan de beginselen van titel 1 van de wet, met uitzondering van de artikelen 12 en 14 van de wet. Deze overheidsopdrachten worden geplaatst na raadpleging, indien mogelijk, van de voorwaarden van meerdere advocaten maar zonder dat om de indiening van offertes moet worden verzocht.

    Het bewijs van die raadpleging moet door de aanbestedende overheid geleverd kunnen worden.

    De in het eerste lid bedoelde opdrachten mogen niet tot stand komen via een aanvaarde factuur, behalve indien hun geraamd bedrag lager ligt dan het in artikel 92, eerste lid, van de wet bedoelde bedrag.

    TITEL 8. - Eind-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen

    Vraag tot toegang tot Telemarc
    Art. 126

    De aanbestedende overheden die nog niet over een toegang tot Telemarc beschikken, vragen dit aan bij de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging.

    Opheffingsbepalingen
    Art. 127

    Het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 februari 2014 en bij het ministerieel besluit van 22 december 2015, wordt opgeheven, met uitzondering van Hoofdstuk 10.

    Overgangsbepalingen
    Art. 128

    Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, mag de aanbestedende overheid tot en met 17 oktober 2018 ervoor kiezen om in een plaatsingsprocedure niet, of niet uitsluitend, gebruik te maken van de elektronische communicatiemiddelen. In dat geval geeft zij in de opdrachtdocumenten aan van welk communicatiemiddel gebruik mag worden gemaakt voor het uitwisselen van informatie, te weten :

    1° per post of via een andere geschikte vervoerder;

    2° per fax;

    3° via communicatie door middel van elektronische middelen, maar zonder gebruik, voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of offertes, van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische platformen;

    4° door een combinatie van deze middelen.

    Wanneer de aanbestedende overheid ervoor kiest om de in dit artikel bedoelde overgangsmaatregel toe te passen, blijven de artikelen 45, 90, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 91, § 1, eerste en tweede lid, 92, eerste tot derde lid, 93 en 94 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, van toepassing. Echter :

    1° behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, zijn de artikelen 90, § 1 en § 2, eerste en tweede lid, 91, § 1, eerste en tweede lid, 92, eerste tot derde lid, 93 en 94 van het voormelde koninklijk besluit van 15 juli 2011 slechts van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van de openbare of niet-openbare procedure;

    2° kan de intrekking van een offerte, bij een openbare of niet-openbare procedure, ook per fax of via een ander elektronisch middel meegedeeld worden, voor zover deze toekomt bij de voorzitter van de openingszitting alvorens deze de zitting opent, en de intrekking wordt bevestigd door middel van een aangetekende zending verzonden ten laatste de dag vóór de openingszitting;

    3° kan artikel 90, § 1, van het voormelde koninklijk besluit van 15 juli 2011, slechts worden toegepast voor zover gebruik mag worden gemaakt van post of via een andere geschikte vervoerder als communicatiemiddel.

    Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhavige overgangsbepaling voor een andere plaatsingsprocedure dan de openbare of de niet-openbare procedure, geeft de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten aan welke bijkomende regels op het vlak van communicatiemiddelen van toepassing zijn.

    De onderhavige overgangsbepaling blijft van kracht zelfs na de in het eerste lid vermelde datum, ten aanzien van de opdrachten die tot aan deze datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de overheidsopdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, tot aan die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.

    Het onderhavige artikel is niet van toepassing wanneer gebruikt wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi. Het onderhavige artikel mag niet worden toegepast in het kader van de bekendmakingsvoorschriften, de terbeschikkingstelling van opdrachtdocumenten en mag evenmin worden aangewend door aankoopcentrales.

    Art. 129

    Onverminderd artikel 14, § 2, eerste lid, 5°, van de wet en voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, mag de aanbestedende overheid nog tot en met 31 december 2019 ervoor kiezen om in een plaatsingsprocedure niet, of niet uitsluitend, gebruik te maken van de elektronische communicatiemiddelen. In dat geval geeft zij in de opdrachtdocumenten aan van welk communicatiemiddele gebruik mag worden gemaakt voor het uitwisselen van informatie, te weten :

    1° per post of via een andere geschikte vervoerder;

    2° per fax;

    3° via communicatie door middel van elektronische middelen, maar zonder gebruik, voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of offertes, van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische platformen;

    4° door een combinatie van deze middelen.

    Wanneer de aanbestedende overheid ervoor kiest om de in dit artikel bedoelde overgangsmaatregel toe te passen, blijven de artikelen 45, 90, § 1 en § 2, eerste en tweede lid, 91, § 1, eerste en tweede lid, 92, eerste tot derde lid, 93 en 94 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, van toepassing. Echter :

    1° behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, zijn de artikelen 90, § 1 en § 2, eerste en tweede lid, 91, § 1, eerste en tweede lid, 92, eerste tot derde lid, 93 en 94 van het voormelde koninklijk besluit van 15 juli 2011 slechts van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van de openbare of niet-openbare procedure;

    2° kan de intrekking van een offerte, bij een openbare of niet-openbare procedure, ook per fax of via een ander elektronisch middel meegedeeld worden, voor zover deze toekomt bij de voorzitter van de openingszitting alvorens deze de zitting opent, en de intrekking wordt bevestigd door middel van een aangetekende zending verzonden ten laatste de dag vóór de openingszitting;

    3° kan artikel 90, § 1, van het voormelde koninklijk besluit van 15 juli 2011, slechts worden toegepast voor zover gebruik mag worden gemaakt van post of via een andere geschikte vervoerder als communicatiemiddel.

    Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhavige overgangsbepaling voor een andere plaatsingsprocedure dan de openbare of de niet-openbare procedure, geeft de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten aan welke bijkomende regels op het vlak van communicatiemiddelen van toepassing zijn.

    De onderhavige overgangsbepaling blijft van kracht zelfs na de in het eerste lid vermelde datum, ten aanzien van de overheidsopdrachten die tot aan deze datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, tot aan die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.

    Het onderhavige artikel is niet van toepassing wanneer gebruikt wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi. Het onderhavige artikel mag niet worden toegepast in het kader van de bekendmakingsvoorschriften en mag evenmin worden aangewend door aankoopcentrales.

    Het onderhavige artikel kan wel worden toegepast in het kader van het ter beschikking stellen van opdrachtdocumenten.

    Art. 130

    De aanbestedende overheid die gebruikt maakt van de overgangsmaatregelen vervat in de artikelen 128 of 129 maakt hier melding van in de opdrachtdocumenten. Zij geeft aan welke vereisten gelden, desgevallend, op het vlak van de ondertekening van het UEA, de aanvraag tot deelneming of de offertes.

    Inwerkingtredingsbepalingen
    Art. 131

    Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 2 van de wet vallen, treden de artikelen van de wet die nog niet in werking zijn getreden, met uitzondering van de in artikel 132 van dit besluit vermelde bepalingen, in werking op 30 juni 2017, voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.

    Art. 132

    Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 2 van de wet vallen, [1 treedt artikel 14, § 1, eerste lid, van de wet]1 in werking op een van de volgende data voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf de desbetreffende datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte :

    1° 30 juni 2017, wanneer deze bepalingen worden toegepast door aankoopcentrales;

    2° 30 juni 2017 voor de opdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi;

    3° 18 oktober 2018 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking;

    4° 1 januari 2020 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.

    [1 Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 van de wet vallen, treedt artikel 73, § 2, van de wet in werking op 18 april 2018 voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.]1

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 44, 003; Inwerkingtreding : 18-04-2018>

    Art. 133

    Dit besluit, met uitzondering van artikel 126, treedt in werking op 30 juni 2017.

    Artikel 126 treedt in werking op 1 mei 2018.

    Slotbepaling
    Art. 134

    De Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.