chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten van 14 januari 2013 (versie: 15 april 2018)

    ALBERT II, Koning der Belgen,
    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
    Gelet op de Grondwet, artikel 108,
    Gelet op de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, de artikelen 7, tweede lid, gewijzigd bij de wet van 5 augustus 2011, 10, 28, gewijzigd bij de wet van 5 augustus 2011, 39 en 55, eerste lid, vervangen bij de wet van 5 augustus 2011;
    Gelet op de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, de artikelen 8, tweede lid, 11, 28 en 35;
    Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten, gegeven op 4 juli 2011,16 april 2012 en 1 oktober 2012;
    Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 december 2011 en op 4 juni 2012;
    Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 7 juni 2012;
    Gelet op het advies 51.586/1/V, van de Raad van State, gegeven op 2 augustus 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
    Op de voordracht van de Eerste Minister en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
    Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

    HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

    Omzetting
    Artikel 1

    [1 Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, alsook van de richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG en van de richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van richtlijn 2004/17/EG.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Definities
    Art. 2

    Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

    1° [3 wet: de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;]3

    wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied;

    3° [3 koninklijk besluit klassieke sectoren: het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017;]3

    4° [3 koninklijk besluit speciale sectoren : het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van xxx;]3

    5° koninklijk besluit defensie en veiligheid : het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten op defensie- en veiligheidsgebied van 23 januari 2012;

    6° [3 opdracht: elke overheidsopdracht, prijsvraag en elke raamovereenkomst omschreven in artikel 2, 17°, 18°, 20° en 21°, van de wet alsook in artikel 3, 1° tot 4°, 11° en 12°, van de wet defensie en veiligheid;]3

    7° leidend ambtenaar : de ambtenaar of ieder persoon belast met de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht;

    8° borgtocht : financiële garantie gegeven door de opdrachtnemer voor zijn verplichtingen tot de volledige en goede uitvoering van de opdracht;

    9° overdracht van opdracht : overeenkomst waarbij een aannemer, leverancier of dienstverlener-overnemer in de plaats wordt gesteld van de opdrachtnemer-overdrager, of waarbij een [2 aanbesteder]2-overnemer in de plaats wordt gesteld van de [2 aanbesteder]2-overdrager;

    10° producten : grondstoffen, materialen, componenten of andere elementen bestemd voor de uitvoering van de opdracht;

    11° keuring : nazicht door de [2 aanbesteder]2 of de te verwerken producten, de uitgevoerde werken, de uit te voeren of uitgevoerde leveringen, of de verleende diensten aan de in de opdracht gestelde voorwaarden beantwoorden;

    12° straf : financiële sanctie ten aanzien van de opdrachtnemer wegens een inbreuk op een wettelijke of reglementaire bepaling of een voorschrift van de opdrachtdocumenten;

    13° vertragingsboete : forfaitaire vergoeding verschuldigd door de opdrachtnemer wegens een vertraging in de uitvoering van de opdracht;

    14° ambtshalve maatregel : sanctie toepasbaar op de opdrachtnemer in geval van een ernstige tekortkoming bij de uitvoering van de opdracht;

    15° oplevering : vaststelling door de [2 aanbesteder]2 dat de door de opdrachtnemer geheel of gedeeltelijk uitgevoerde werken, leveringen of diensten overeenstemmen met de regels van goed vakmanschap evenals met de bepalingen en de voorwaarden van de opdracht;

    16° herziening van de opdracht : aanpassing van de voorwaarden van de opdracht aan bepaalde feiten of omstandigheden die zich in de loop van de uitvoering ervan hebben voorgedaan;

    17° prijsherziening : aanpassing van de prijzen van de opdracht op basis van bepaalde economische of sociale factoren [3 als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet]3 en in artikel 7, § 1, van de wet defensie en veiligheid of op basis van een bepaling van dit besluit;

    18° verrekening : document opgesteld door de [2 aanbesteder]2 tot aanpassing van de samenvattende opmeting of de inventaris met de becijferde vaststelling :

    a) van de werkelijke hoeveelheden in geval van een opdracht of een post tegen prijslijst;

    b) van de nieuwe of gewijzigde hoeveelheden en de overeengekomen of herziene prijzen die voortvloeien uit eender welke toevoegingen, weglatingen of wijzigingen met betrekking tot de opdracht;

    19° betaling in mindering : betaling van een deel van de opdracht na verstrekte en aanvaarde prestaties;

    20° voorschot : betaling van een deel van de opdracht voorafgaand aan verstrekte en aanvaarde prestaties;

    21° bijakte : overeenkomst tussen de door de opdracht gebonden partijen, waarin de op de opdracht toepasselijke documenten worden aangepast tijdens de uitvoering ervan;

    22° samenvattende opmeting : opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor werken over verschillende posten worden gefractioneerd en waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de [1 wijze van]1 prijsvaststelling wordt vermeld;

    23° inventaris : opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor leveringen of diensten over verschillende posten worden gefractioneerd en waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de [1 wijze van]1 prijsvaststelling wordt vermeld;

    [3 24° wijziging aan de opdracht : elke aanpassing, in de loop van de uitvoering, van de contractuele voorwaarden van de opdracht, prijsvraag of van de raamovereenkomst;

    25° opdracht in een fraudegevoelige sector:

    a) opdracht voor werken; of

    b) opdracht voor diensten in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden;

    26° aanbesteder :

    a) een aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet of in artikel 2, 1°, van de wet defensie en veiligheid;

    b) een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet of in artikel 2, 2°, van de wet defensie en veiligheid; of

    c) een persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten als bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet of in artikel 2, 3°, van de wet defensie en veiligheid.]3

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 65, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Belasting over de toegevoegde waarde
    Art. 3

    Elk bedrag, waarde of kost vermeld in dit besluit is een bedrag, waarde of kost zonder belasting over de toegevoegde waarde [1 , tenzij anders vermeld]1 .

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    Vaststelling van de termijnen
    Art. 4

    Overeenkomstig [1 artikel 167 van de wet]1 en artikel 44 van de wet defensie en veiligheid zijn de in dit besluit vermelde termijnen in dagen te begrijpen als termijnen in kalenderdagen, behoudens wanneer een termijn uitdrukkelijk in werkdagen is bepaald.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Toepassingsgebied
    Art. 5

    [1 Dit besluit regelt de uitvoering van de opdrachten die onder het toepassings gebied van titels 2 en 3 van de wet en van titel 2 van de wet defensie en veiligheid vallen.

    Onverminderd artikel 6, § 5, is dit besluit niet toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamd bedrag het bedrag van 30.000 euro niet bereikt.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 6

    [1 § 1. Onverminderd de paragrafen 2 tot 4 is dit besluit, ongeacht het geraamde bedrag van de opdracht, niet toepasselijk op:

    1° de opdrachten voor leveringen geplaatst bij onderhandelings procedure zonder voorafgaande bekendmaking of bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig de artikelen 42, § 1, 3° en 4°, c), en 124, § 1, 9° tot 11°, van de wet en artikel 25, 3°, b) en c), van de wet defensie en veiligheid ;

    2° de opdrachten voor verzekeringsdiensten, bankdiensten en diensten in verband met beleggingen van financiële instellingen die vallen onder de CPV-codes 66100000-1 tot en met 66720000-3 alsook de diensten van financiële instellingen van categorie 12 van bijlage 1 van de wet defensie en veiligheid;

    3° de opdrachten inzake gezondheids- en sociale diensten van categorie 25 van bijlage 2 van de wet defensie en veiligheid;

    4° de in bijlage III bij de wet bedoelde sociale diensten en andere specifieke diensten, met uitzondering van deze die zijn opgenomen in de voormelde bijlage onder de omschrijvingen "Hotels en restaurants" en "Juridische dienstverlening, voor zover niet uitgesloten op grond van artikel 28, § 1, eerste lid, 4° of 108, § 1, eerste lid, 2°, samen gelezen met artikel 28, § 1, eerste lid, 4° ";

    5° de samengevoegde opdrachten van aanbestedende overheden van meerdere landen;

    6° de opdrachten die betrekking hebben op de oprichting en de werking van een gemengde vennootschap met het oog op de uitvoering van een opdracht;

    7° de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen en worden geplaatst ofwel door personen die genieten van bijzondere of alleenrechten, ofwel door overheidsbedrijven voor opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;

    8° de opdrachten tot aanstelling van een bedrijfsrevisor.

    • § 2 Op de in paragraaf 1, 1° tot 6°, bedoelde opdrachten, zijn de artikelen 1 tot 9, 67, 69, 95, 120, 127, 156 en 160 van toepassing.

      Op de in het eerste lid bedoelde opdrachten, alsook op de in paragraaf 1, 7° en 8°, bedoelde opdrachten, zijn de artikelen 12, § 4, 12/1, 37 tot 38/6, 38/19, 62, eerste lid, 1°, en tweede lid, alsook artikel 62/1, van toepassing.

    • § 3 Dit besluit is van toepassing op de in bijlage III bij de wet bedoelde juridische diensten met CPV-code 79100000-5 tot en met 79140000-7 en 75231100-5, voor zover het geen diensten betreft als bedoeld in het tweede lid.

      Dit besluit is niet toepasselijk op de in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a) en b), van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure in rechte. Hetzelfde geldt voor de in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, c) tot e), van de wet bedoelde juridische diensten.

    • § 4 Ongeacht het geraamde opdrachtbedrag zijn op de opdrachten geplaatst door de overheidsbedrijven en die ressorteren onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet en van titel 2 van de wet defensie en veiligheid, de artikelen 9, §§ 2 en 3, 69, 95, 127 en 160 van dit besluit niet toepasselijk.

    • § 5 De bepalingen die krachtens dit besluit niet verplicht toepasselijk zijn, kunnen door de opdrachtdocumenten toepasselijk worden gemaakt op een bepaalde opdracht.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 7

    [1 Dit hoofdstuk en de artikelen 12, § 4, 37 tot 38/19 en 61 tot 63 zijn toepasselijk op de raamovereenkomst.

    Wat de opdrachten betreft die op basis van de raamovereenkomst worden geplaatst, zijn alle bepalingen toepasselijk, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 6 en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten. Voor de bedoelde opdrachten mag evenwel niet worden afgeweken van de bepalingen van de artikelen 9, §§ 2 en 3, 12/1, 37 tot 38/6, 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 tot 38/19, 62, eerste lid, 1° en tweede lid, 62/1 en 69.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 8

    Wanneer [1 ...]1 door het in aanmerking nemen van een [1 variante of optie]1 een opdracht voor leveringen een opdracht voor diensten is geworden of omgekeerd, blijven de volgens de opdrachtdocumenten geldende uitvoeringsbepalingen in principe toepasselijk op de opdracht. Evenwel, in de mate dat de toepassing van één of meer van die bepalingen hierdoor onmogelijk zou worden, kan dit aanleiding geven tot wijzigingen die desgevallend in een bijakte worden opgenomen.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afwijkingen en onbillijke bedingen
    Art. 9
    • § 1 [3 Voor zover ze toepasselijk zijn, overeenkomstig de artikelen 5, 6, §§ 1 tot 3, en artikel 7, mag niet worden afgeweken van de bepalingen van :

      1° hoofdstuk 1;

      2° de artikelen 12/1, 12/3, 37 tot 38/6, 38/19, 62, 62/1, 67, 69 en 78/1;

      3° de artikelen 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 tot 38/18.

      Het eerste lid, 3°, is evenwel niet van toepassing is op de in paragraaf 4, derde lid, bedoelde opdrachten.]3

    • § 2 Volgende afwijkingen door de opdrachtdocumenten zijn verboden en elk andersluidend beding wordt voor niet-geschreven gehouden :

      1° [1 het verlengen van de betalingstermijnen bepaald in de artikelen 95, §§ 3 tot 5, 127 en 160, dit onverminderd het bepaalde in artikel 68;]1

      2° [1 het verlengen van de verificatietermijnen bepaald in de artikelen 95, § 2, 120, tweede lid, en 156, eerste lid;]1

      Onverminderd de paragrafen 1 en 4, is het eerste lid, 1°, niet toepasselijk mits is voldaan aan de volgende voorwaarden :

      1° de opdrachtdocumenten voorzien uitdrukkelijk in een langere betalingstermijn en;

      2° [1 deze afwijking is objectief gerechtvaardigd op grond van de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht en, op straffe van nietigheid, uitdrukkelijk gemotiveerd in het bestek en;]1

      3° de betalingstermijn is in geen geval langer dan zestig dagen.

      [1 Onverminderd de paragrafen 1 en 4, is het eerste lid, 2°, niet toepasselijk mits is voldaan aan de volgende voorwaarden :

      1° de opdrachtdocumenten voorzien uitdrukkelijk in een langere verificatietermijn; en

      2° deze afwijking is objectief gerechtvaardigd op grond van de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht en, op straffe van nietigheid, uitdrukkelijk gemotiveerd in het bestek; en

      3° de verlenging bevat jegens de opdrachtnemer geen kennelijke onbillijkheid als bedoeld in paragraaf 3.]1

    • § 3 Een contractuele bepaling of een praktijk die jegens de opdrachtnemer een kennelijke onbillijkheid behelst, zal met betrekking tot de datum of termijn voor verificatie of betaling, de intrestvoet voor betalingsachterstand of de vergoeding van invorderingskosten voor niet-geschreven worden gehouden.

      Bij de beoordeling van de vraag of een contractuele bepaling of een praktijk jegens de opdrachtnemer een kennelijke onbillijkheid behelst, worden alle omstandigheden in aanmerking genomen, inzonderheid :

      1° elke aanmerkelijke afwijking van de goede handelspraktijken die in strijd is met de goede trouw en de eerlijke behandeling;

      2° de aard van de werken, leveringen of diensten;

      3° [1 de vraag of de [2 aanbesteder]2 objectieve redenen heeft om af te wijken van de in de artikelen 95, § 2, 120, tweede lid, en 156, eerste lid, bedoelde verificatietermijn alsook van de in de artikelen 95, §§ 3 tot 5, 127 en 160 bedoelde betalingstermijn.]1

      Voor de toepassing van deze paragraaf :

      1° worden als kennelijk onbillijk beschouwd, contractuele bedingen en praktijken die de betaling van intrest voor betalingsachterstand uitsluiten;

      2° worden als vermoedelijk kennelijk onbillijk beschouwd, de contractuele bedingen en praktijken die een vergoeding van invorderingskosten uitsluiten.

    • § 4 [3 Er mag slechts worden afgeweken van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in de paragrafen 2 en 3 van dit artikel in behoorlijk verantwoorde gevallen, voor zover de bijzondere eisen van de opdracht dit noodzakelijk maken. Van de artikelen 38/7, 38/9, §§ 1 tot 3 en 38/10, §§ 1 tot 3 kan echter afgeweken worden in behoorlijk verantwoorde gevallen zonder dat het noodzakelijk karakter van de afwijking moet worden aangetoond.

      De motiveringen van de afwijkingen moeten niet opgenomen worden in het bestek. De afwijkingen op de artikelen 10, 12, 13, 18, 25 tot 30, 38/9, §§ 1 tot 3, 38/10, §§ 1 tot 3, 44 tot 61, 66, 68, 70 tot 73, 78, 79 tot 81, 84, 86, 96, 121, 123, 151 en 154 worden echter wel uitdrukkelijk gemotiveerd in het bestek. Indien deze motivering ontbreekt, wordt de afwijking voor niet geschreven gehouden. Deze sanctionering geldt niet in onderstaande gevallen :

      1° in geval van een door de partijen ondertekende overeenkomst;

      2° [4 ...]4

      Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de opdrachten die zowel betrekking hebben op de financiering, het ontwerp en op de uitvoering van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband. Voor deze opdrachten mag afgeweken worden van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in de paragrafen 2 en 3, mits naleving van het vierde lid.

      De lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken, wordt voor alle opdrachten uitdrukkelijk vooraan in het bestek vermeld.]3

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2018-04-15/01, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke bepalingen opdrachten voor werken, leveringen en diensten

    Afdeling 1. - Algemeen kader

    Gebruik elektronische middelen
    Art. 10

    Ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt of niet, vindt de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie op zodanige wijze plaats dat de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens wordt gewaarborgd.

    Elk schriftelijk stuk dat met elektronische middelen werd opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, computervirus of andere schadelijke instructie vertoont, kan in een veiligheidsarchief worden opgenomen. Voor zover technisch noodzakelijk, kan dit stuk als niet ontvangen worden beschouwd en wordt de afzender daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht.

    De [1 aanbesteder]1 kan het gebruik van elektronische middelen toestaan [2 middelen toestaan]2 voor het uitwisselen van schriftelijke stukken. [2 ...]2

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Leidend ambtenaar
    Art. 11

    [2 De leidende ambtenaar wordt door de aanbesteder schriftelijk aangeduid uiterlijk bij de sluiting van de opdracht. Deze aanduiding mag reeds geschieden in de opdrachtdocumenten.]2

    Indien de leiding van en de controle op de uitvoering worden toevertrouwd aan een ambtenaar van de [1 aanbesteder]1, wordt elke eventuele beperking van zijn bevoegdheden aan de opdrachtnemer betekend, tenzij dit in de opdrachtdocumenten is gebeurd.

    Indien de leiding van en de controle op de uitvoering worden toevertrouwd aan een persoon buiten de [1 aanbesteder]1, wordt de draagwijdte van zijn eventueel mandaat betekend aan de opdrachtnemer, tenzij dit in de opdrachtdocumenten is gebeurd.

    [2 De leidende ambtenaar mag worden vervangen in de loop van de uitvoering van de opdracht. Deze vervanging moet op schriftelijke wijze geschieden.]2

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderaannemers
    Art. 12

    [1 § 1. De opdrachtnemer blijft aansprakelijk ten opzichte van de aanbesteder wanneer hij de uitvoering van zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk aan derden toevertrouwt. De aanbesteder heeft geen enkele contractuele band met die derden.

    • § 2 In volgende gevallen doet de opdrachtnemer verplicht een beroep op een of meerdere vooraf bepaalde onderaannemer(s):

      1° wanneer de opdrachtnemer voor zijn kwalitatieve selectie in verband met de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties, of inzake de relevante beroepservaring, gebruik heeft gemaakt van de draag kracht van vooraf bepaalde onderaannemers overeen komstig artikel 73, § 1, van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 72 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 79 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang ;

      2° wanneer de aanbesteder het inzetten van bepaalde onderaannemers oplegt aan de opdrachtnemer.

      Het inzetten van andere onderaannemers is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van de aanbesteder.

      Enkel in het in het eerste lid, onder 2°, bedoelde geval, staat de aanbesteder in voor de financiële en economische draagkracht en de technische en beroepsbekwaamheid van de betreffende onderaannemer(s).

    • § 3 Wanneer de opdrachtnemer bepaalde onderaannemers in zijn offerte heeft voorgedragen overeenkomstig artikel 74 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 73 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 140 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang, kan de eerstgenoemde, wanneer hij in de uitvoering gebruik maakt van onderaanneming, daarbij in principe alleen beroep doen op de betreffende voorgedragen onderaannemers, tenzij wanneer hij de toestemming van de aanbesteder verkrijgt tot het inzetten van een andere onderaannemer.

      Het eerste lid is niet van toepassing in het geval waarbij de aanbesteder, overeenkomstig artikel 12/2, zou hebben verzocht om vervanging van de betreffende onderaannemer(s) omdat deze zich in een uitsluitingsgrond bevind(en)t.

    • § 4 Wanneer het om een overheidsopdracht voor werken gaat verwijst de aanbesteder in de opdrachtdocumenten naar de rechtstreekse vordering van de onderaannemer conform artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 12/1

    [1 Wanneer het een opdracht in een fraudegevoelige sector betreft maakt de opdrachtnemer, ten laatste bij de aanvang van de uitvoering van de opdracht de volgende gegevens over aan de aanbesteder: naam, contactgegevens en wettelijke vertegenwoordigers van alle onderaannemers, ongeacht hun aandeel of plaats in de keten van onderaanneming, die bij de uitvoering van de werken of het verrichten van de diensten betrokken zijn, voor zover deze gegevens op dat moment bekend zijn. Hetzelfde geldt bij opdrachten voor diensten die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbesteder moeten worden uitgevoerd.

    De opdrachtnemer is tijdens de volledige looptijd van de in het eerste lid bedoelde opdrachten gehouden de aanbesteder onverwijld in kennis te stellen van alle wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde gegevens, alsmede van de vereiste gegevens betreffende eventuele nieuwe onderaannemers die hij nadien bij de uitvoering van deze werken of verlening van deze diensten zal betrekken.

    In de andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, kan de aanbesteder dezelfde gegevens opvragen bij de opdrachtnemer.

    Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, kunnen de opdrachtdocumenten erin voorzien dat de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt onder de vorm van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, hierna UEA genoemd. In dat geval moet het UEA volledig worden ingevuld en alle informatie omtrent de betreffende onderaannemer bevatten, overeenkomstig het bepaalde in de uitvoeringsverordening nr. 2016/7 van de Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het UEA.

    Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 12/2

    [1 § 1. De aanbestedende overheid kan controleren of er in hoofde van de rechtstreekse onderaannemer/s van de opdrachtnemer gronden tot uitsluiting voorhanden zijn als bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet of in artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid. De aanbestedende overheid verzoekt dat de opdrachtnemer overgaat tot vervanging van de onderaannemer/s over wie in het onderzoek een van de uitsluitingsgronden aan het licht is gekomen als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid. Wanneer het een facultatieve uitsluitingsgrond betreft als bedoeld in artikel 69 van de wet of in artikel 63, § 2, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, kan de aanbestedende overheid hetzelfde doen en is de opdrachtnemer alsdan tot hetzelfde gehouden.

    In afwijking van het eerste lid, wanneer het een opdracht in een fraudegevoelige sector betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of over hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de aanbestedende overheid ertoe gehouden, zodra de in artikel 12/1 bedoelde gegevens hem werden verstrekt, onverwijld over te gaan tot het in het eerste lid bedoelde onderzoek.

    Van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond en van het verzoek tot vervanging wordt een proces-verbaal opgesteld dat wordt verzonden aan de opdrachtnemer overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid. Deze laatste beschikt over een termijn van vijftien dagen volgend op de datum van verzending van bovenvermeld proces-verbaal om aan te tonen dat de betreffende onderaannemer werd vervangen. Gedurende deze termijn mag het bewijs nog worden geleverd dat de fiscale of sociale schulden werden geregulariseerd. De in de derde paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen mogen eveneens nog worden aangebracht in de loop van de voormelde termijn van vijftien dagen, tenzij de opdrachtdocumenten opleggen dat de gegevens omtrent de onderaannemers worden verstrekt onder de vorm van het UEA overeenkomstig artikel 12/1, vierde lid, in welk geval de corrigerende maatregelen reeds in het UEA worden aangebracht.

    De in het derde lid bedoelde termijn van vijftien dagen kan worden ingekort overeenkomstig artikel 44, § 2, derde lid.

    • § 2 De aanbestedende overheid kan nagaan of er in hoofde van een onderaannemer verderop in de onderaannemingsketen gronden tot uitsluiting voorhanden zijn als bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid. De aanbestedende overheid verzoekt dat de opdrachtnemer de nodige maatregelen neemt teneinde in de vervanging te voorzien van de onderaannemer over wie in het onderzoek een uitsluitingsgrond als bedoeld als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, aan het licht is gekomen of hierin te laten voorzien. Wanneer het een facultatieve uitsluitingsgrond betreft als bedoeld in artikel 69 van de wet of in artikel 63, § 2, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, kan de aanbestedende overheid hetzelfde doen en is de opdrachtnemer tot hetzelfde gehouden.

      Van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond en van het verzoek tot vervanging wordt een proces-verbaal opgesteld, dat wordt verzonden aan de opdrachtnemer overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid. Deze laatste beschikt over een termijn van vijftien dagen volgend op de datum van verzending van dit proces-verbaal om aan te tonen dat de betreffende onderaannemer werd vervangen. Gedurende de voormelde termijn van vijftien dagen mogen de in de derde paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen nog worden aangebracht en mag het bewijs nog worden geleverd dat de fiscale en sociale schulden werden geregulariseerd.

    • § 3 Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de onderaannemer die zich in een situatie van uitsluiting bevindt, om te bewijzen dat de maatregelen die hij genomen heeft voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond.

      De in het eerste lid vermelde onderaannemer beschikt over de mogelijkheid om zich op het vlak van de sociale en fiscale schulden nog in regel te stellen. In de loop van de uitvoering mag slechts één keer van deze mogelijkheid gebruik gemaakt worden.

      De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.

    • § 4 Onverminderd de mogelijkheid om ambtshalve maatregelen toe te passen, geeft elke inbreuk op de in de eerste paragraaf bedoelde vervangingsplicht of op de in de tweede paragraaf bedoelde verplichting om de nodige maatregelen te nemen teneinde in de vervanging te voorzien, aanleiding tot de toepassing van een straf die dagelijks is en 0,2 procent bedraagt van [2 het oorspronkelijke opdrachtbedrag]2. Deze straf wordt toegepast vanaf de vijftiende dag na de datum van verzending van de aangetekende zending of de elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt, vermeld in artikel 44, § 2 en loopt tot en met de dag waarop aan de inbreuk een einde is gesteld.

      De in het eerste lid bedoelde straf mag evenwel nooit meer bedragen dan :

      a) 5.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom lager is dan 10.000.000 euro;

      b) 10.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan [2 het oorspronkelijke opdrachtbedrag]2 gelijk is aan of hoger is dan 10.000.000 euro.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2018-04-15/01, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 12/3

    [1 § 1. Het is verboden voor een onderaannemer om het geheel van de opdracht dat hem werd toegewezen in onderaanneming te geven aan een andere onderaannemer. Het is eveneens verboden voor een onderaannemer om alleen de coördinatie van de opdracht te behouden.

    • § 2 Onverminderd artikel 2, § 3bis, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, wordt de keten van onderaanneming voor de opdrachten in een fraudegevoelige sector die worden geplaatst door aanbestedende overheden als volgt beperkt:

      1° als het een opdracht voor werken betreft die volgens zijn aard in een categorie wordt ingedeeld overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan drie niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer, de onderaannemer van het tweede niveau en de onderaannemer van het derde niveau;

      2° als het een opdracht voor werken betreft die volgens zijn aard in een ondercategorie wordt ingedeeld overeenkomstig artikel 4 van het voormelde koninklijk besluit van 26 september 1991, mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan twee niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer en de onderaannemer van het tweede niveau;

      3° als het een opdracht voor diensten betreft in een fraudegevoelige sector mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan twee niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer en de onderaannemer van het tweede niveau.

      Onverminderd artikel 78/1 is in de volgende gevallen echter één bijkomend niveau van onderaanneming mogelijk:

      1° wanneer zich omstandigheden voordoen die redelijkerwijze niet voorzienbaar waren bij de indiening van de offerte, die niet konden worden ontweken en waarvan de gevolgen niet konden worden verholpen door de ondernemers, niettegenstaande al het nodige daartoe werd gedaan en voor zover deze omstandigheden schriftelijk kenbaar gemaakt worden aan de aanbestedende overheid binnen de dertig dagen nadat ze zich hebben voorgedaan; of

      2° mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de aanbestedende overheid.

      Wanneer het een opdracht van werken betreft en de opdrachtnemer om het in tweede lid, 2°, bedoelde akkoord van de aanbestedende overheid verzoekt, voegt hij een attest toe waaruit blijkt dat de betreffende onderaannemer over de erkenning beschikt. Zoniet verschaft hij een kopij van de in artikel 6 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken bedoelde beslissing dat, in hoofde van de betreffende onderaannemer, voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, dan wel aan de vereisten inzake gelijkwaardigheid van een erkenning. De aanbestedende overheid ziet dit attest of deze beslissing na.

      Worden niet beschouwd als onderaannemer voor de toepassing van dit artikel :

      1° de partijen in een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid, met inbegrip van de tijdelijke handelsvennootschap;

      2° leveranciers van goederen, zonder bijkomende plaatsings- of installatiewerken;

      3° de organismen of instellingen die controle of certificatie uitvoeren;

      4° uitzendkantoren in de zin van wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.

    • § 3 Onverminderd de mogelijkheid om ambtshalve maatregelen toe te passen, geeft elke niet-naleving van dit artikel, aanleiding tot de toepassing van een straf die dagelijks is en 0,2 procent bedraagt van [2 het oorspronkelijke opdrachtbedrag]2. Deze straf wordt toegepast vanaf de vijftiende dag na de datum van verzending van de aangetekende zending of de elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt, vermeld in artikel 44, § 2 en loopt tot en met de dag waarop aan de inbreuk een einde is gesteld.

      De in het eerste lid bedoelde straf mag evenwel nooit meer bedragen dan :

      a) 5.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom lager is dan 10.000.000 euro;

      b) 10.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan [2 het oorspronkelijke opdrachtbedrag]2 gelijk is aan of hoger is dan 10.000.000 euro.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2018-04-15/01, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 12/4

    [1 De aanbesteder kan eisen dat de onderaannemers, op welke plaats in de onderaannemingsketen zij ook optreden en in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij uitvoeren, voldoen aan de minimumeisen inzake technische en beroepsbekwaamheid die door de opdrachtdocumenten zijn opgelegd. Dit doet geen afbreuk aan de in artikel 12, § 1, bedoelde aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ten aanzien van de aanbesteder.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 13

    [1 Het is de opdrachtnemer verboden het geheel of een gedeelte van de opdracht toe te vertrouwen:

    1° aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bedoeld in artikel 62, eerste lid, 2° tot 4° bevindt ;

    2° aan een aannemer die werd uit gesloten bij toepassing van de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de er ken ning van aannemers van werken;

    3° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van titel 2 van de wet, aan een aan-nemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in artikel 67 van de wet, tenzij in het geval waarbij de betreffende aannemer, leverancier of dienstverlener, overeenkomstig artikel 70 van de wet, ten aanzien van de aanbesteder aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen;

    4° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van titel 3 van de wet, en voor zover de aanbesteder tevens een aanbestedende overheid is, aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in artikel 67 van de wet, tenzij in het geval waarbij de betreffende aannemer, leverancier of dienstverlener, overeenkomstig artikel 70 van de wet, ten aanzien van de aanbesteder aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen;

    5° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van de wet defensie en veiligheid, aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in van artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid.]1

    Het is de opdrachtnemer bovendien verboden deze personen te laten deelnemen aan de leiding van of aan het toezicht op het geheel of een deel van de opdracht.

    Elke inbreuk van dit verbod kan aanleiding geven tot de toepassing van een ambtshalve maatregel.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 14
    • § 1 Wanneer de opdracht een prijsherzieningsclausule bevat, bevat het onderaannemingscontract eveneens een herzieningsformule of wordt het onderaannemingscontract daartoe aangepast indien :

      1° het bedrag van het onderaannemingscontract groter is dan 30.000 euro, of;

      2° de tijdspanne tussen de datum waarop het onderaannemingscontract wordt gesloten en de aanvangsdatum van de uitvoering van het in onderaanneming gegeven gedeelte van de opdracht, meer dan negentig dagen bedraagt.

    • § 2 De herzieningsformule van het onderaannemingscontract is gebaseerd op de referentiewaarden die gelden bij het sluiten van dat contract.

      De [1 aanbesteder]1 draagt geen enkele verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de herzieningsformule die in het onderaannemingscontract is vermeld.

    • § 3 Zonder dat hieruit enig recht voor de onderaannemers ten aanzien van de [1 aanbesteder]1 kan ontstaan, kan deze laatste van de opdrachtnemer de overlegging vorderen van verklaringen waarin zijn onderaannemers bevestigen dat een prijsherziening overeenkomstig deze bepalingen wordt toegepast. Bij ontstentenis van een verklaring kan de opdrachtnemer een relevant uittreksel overleggen van het onderaannemingscontract waaruit blijkt dat voldaan is aan de verplichtingen inzake prijsherziening van de in onderaanneming gegeven opdrachten.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 15

    De opdrachtnemer die een beroep doet op een onderaannemer deelt de op de opdracht toepasselijke betalingsvoorwaarden mee aan deze onderaannemer bij het sluiten van de overeenkomst met deze laatste. De onderaannemer heeft het recht om zich ten aanzien van de opdrachtnemer op die betalingsvoorwaarden te beroepen om van hem de betaling te vorderen van de sommen, verschuldigd voor de werken, leveringen en diensten ter uitvoering van de opdracht.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt de onderaannemer als opdrachtnemer en de opdrachtnemer als [1 aanbesteder]1 beschouwd ten opzichte van de eigen onderaannemers van de eerstgenoemde.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Arbeidskrachten
    Art. 16

    [1 Het door de opdrachtnemer ingezet personeel moet voldoende in aantal zijn en moet, ieder in zijn vak, de vereiste bekwaamheid bezitten om de regelmatige vooruitgang en de goede uitvoering van de opdracht te waarborgen. De opdrachtnemer vervangt onmiddellijk al de personeelsleden die de aanbesteder schriftelijk heeft aangewezen als een bezwaar voor die goede uitvoering, wegens hun onbekwaamheid, hun slechte wil of hun algemeen gekend wangedrag.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afzonderlijke opdrachten
    Art. 17
    • § 1 Behoudens de eventuele toepassing van de wettelijke compensatieregels, staat de uitvoering van een bepaalde opdracht los van elke andere opdracht die met dezelfde opdrachtnemer werd gesloten.

      De moeilijkheden met betrekking tot een opdracht staan de opdrachtnemer in geen geval toe de uitvoering van een andere opdracht te wijzigen of uit te stellen. De [1 aanbesteder]1 kan zich eveneens niet op dergelijke moeilijkheden beroepen om voor een andere opdracht verschuldigde betalingen op te schorten.

    • § 2 Indien de opdracht meerdere percelen bevat, wordt met het oog op de uitvoering elk perceel als een afzonderlijke opdracht beschouwd, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vertrouwelijkheid
    Art. 18
    • § 1 De opdrachtnemer en de [1 aanbesteder]1 die bij de uitvoering van de opdracht kennis hebben van informatie of documenten of gegevens van gelijk welke aard ontvangen die als vertrouwelijk worden aangemerkt en met name betrekking hebben op het voorwerp van de opdracht, de vereiste middelen voor de uitvoering ervan en op de werking van de diensten van de [1 aanbesteder]1, nemen de nodige maatregelen om te voorkomen dat deze informatie, documenten of gegevens aan derden worden medegedeeld die er geen kennis mogen van nemen.

    • § 2 De opdrachtnemer die bij de uitvoering van de opdracht kennis heeft van een tekening of model, knowhow, methode of een uitvinding toebehorende aan de [1 aanbesteder]1 of gezamenlijk aan de aanbestedende overheid en de opdrachtnemer, onthoudt zich van elke mededeling betreffende de tekening of het model, de knowhow, de methode of de uitvinding aan derden, tenzij die elementen het voorwerp uitmaken van de opdracht.

      De [1 aanbesteder]1 die in het kader van de opdracht kennis heeft van een tekening of model, knowhow, methode of een uitvinding toebehorende aan de opdrachtnemer of gezamenlijk aan de aanbestedende overheid en de opdrachtnemer, onthoudt zich van elke mededeling betreffende de tekening of het model, de knowhow, de methode of de uitvinding aan derden, tenzij die elementen het voorwerp uitmaken van de opdracht.

    • § 3 De opdrachtnemer neemt in zijn contracten met de onderaannemers de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid over die hij dient na te komen voor de uitvoering van de opdracht.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 2. - Intellectuele rechten

    Gebruik van de resultaten
    Art. 19
    • § 1 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten verkrijgt de [1 aanbesteder]1 niet de intellectuele eigendomsrechten die ontstaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht.

      Onverminderd het eerste lid en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, wanneer het voorwerp van de opdracht de creatie, de fabricage, of de ontwikkeling van tekeningen en modellen, alsook van emblemen omvat, verkrijgt de [1 aanbesteder]1 de intellectuele eigendom ervan, alsook het recht om die te deponeren, te laten registreren en te laten beschermen.

      Wat de domeinnamen betreft die aangemaakt worden in het kader van een opdracht, verkrijgt de [1 aanbesteder]1 eveneens het recht om die te registreren en te beschermen, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.

      Wanneer de [1 aanbesteder]1 niet de intellectuele eigendom verkrijgt, geniet zij een gebruikslicentie voor de resultaten die beschermd zijn door het intellectuele eigendomsrecht voor de in de opdrachtdocumenten vermelde exploitatiewijzen.

      De [1 aanbesteder]1 somt in de opdrachtdocumenten de exploitatiewijzen op waarvoor zij een licentie wil verkrijgen.

    • § 2 De intellectuele eigendomsrechten die ontstaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht, kunnen niet tegen de [1 aanbesteder]1 aangevoerd worden voor het gebruik van de resultaten van de opdracht. Het is aan de opdrachtnemer om de nodige stappen te zetten bij derden om de noodzakelijke exploitatierechten en toestemmingen te verkrijgen.

    • § 3 De [1 aanbesteder]1 kan, na de opdrachtnemer hierover te hebben ingelicht, algemene gegevens publiceren over het bestaan van de opdracht en de verkregen resultaten. Ze moeten zodanig opgesteld zijn dat ze niet door derden kunnen gebruikt worden zonder toelating van de opdrachtnemer. In die publicatie wordt de tussenkomst van de opdrachtnemer vermeld.

    • § 4 De voorwaarden voor het commercieel of ander gebruik door de opdrachtnemer, van de algemene gegevens over het bestaan van de opdracht en over de verkregen resultaten, worden bepaald door de opdrachtdocumenten.

    • § 5 Indien de opdrachtdocumenten voorzien in de deelname van de [1 aanbesteder]1 aan de financiering van het onderzoek en de ontwikkeling verbonden aan het voorwerp van de opdracht, kunnen zij de toekenningsvoorwaarden bepalen van de vergoeding verschuldigd aan de [1 aanbesteder]1 in geval van het gebruik van de resultaten door de opdrachtnemer.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Methodes en knowhow
    Art. 20

    Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten verkrijgt de [1 aanbesteder]1 niet de rechten op de methodes en knowhow die gedaan, verworven, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht.

    De opdrachtnemer deelt de [1 aanbesteder]1 op haar verzoek mee welke knowhow, nodig is voor het gebruik van het werk, de levering of de dienst, ongeacht of die aanleiding gegeven heeft tot het aanvragen van een octrooi of niet.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Registraties
    Art. 21

    De opdrachtnemer doet bij de [1 aanbesteder]1 binnen de maand aangifte van alle aanvragen tot registratie van een intellectueel eigendomsrecht die hij in België of in het buitenland doet in verband met de creaties of uitvindingen die hij ontwikkeld of gebruikt heeft bij de uitvoering van de opdracht. Tegelijk met die aangifte bezorgt hij de [1 aanbesteder]1 een kopie van de schriftelijke akte waarin de ter zake geldende wetgeving voorziet.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Sublicentie
    Art. 22

    Onverminderd de mogelijkheid om de intellectuele eigendom te verwerven overeenkomstig artikel 19, § 1, eerste lid, kan de [1 aanbesteder]1 een sublicentie verlenen binnen de voorwaarden en voor de exploitatiewijzen bepaald in de opdrachtdocumenten.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Wederzijdse bijstand en waarborg
    Art. 23

    De opdrachtnemer moet alle nodige maatregelen nemen om de rechten van de [1 aanbesteder]1 te vrijwaren en moet zo nodig, op eigen kosten, de formaliteiten vervullen die nodig zijn opdat die rechten aan derden zouden kunnen worden tegengeworpen. Hij licht de [1 aanbesteder]1 in over de getroffen schikkingen alsook de vervulde formaliteiten.

    Vanaf de eerste tekenen van een vordering door een derde tegen de opdrachtnemer of de [1 aanbesteder]1, moeten deze elkaar inlichten en alle mogelijke maatregelen nemen om de stoornis te doen ophouden, en moeten zij wederzijds bijstand verlenen door elkaar met name bewijselementen mee te delen of nuttige documenten te overhandigen die ze in hun bezit hebben of kunnen verkrijgen.

    De opdrachtnemer garandeert dat de creaties of uitvindingen die hij zal realiseren, met name de foto's, illustraties, grafieken, zoals hij die aan de [1 aanbesteder]1 zal aanbieden, geen inbreuk zullen vormen op enig recht van derden, op enige wetgeving, en dat voor zover in het werk portretten zullen worden opgenomen, de nodige door de wet vereiste toestemmingen tot gebruik van deze portretten in het kader van de opdracht zullen zijn verkregen.

    Onverminderd [2 artikel 30 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 38 van het koninklijk besluit speciale sectoren]2 of artikel 18 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang, staat de opdrachtnemer of de [1 aanbesteder]1 die de rechten van een derde niet heeft geëerbiedigd of die rechten niet aan zijn medecontractant kenbaar heeft gemaakt, borg voor elk verhaal dat een derde tegen deze medecontractant zou stellen. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is die waarborg evenwel beperkt tot het bedrag van de opdracht.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 3. - Financiële garanties

    Verzekeringen
    Art. 24
    • § 1 De opdrachtnemer sluit de verzekeringen die zijn aansprakelijkheid inzake arbeidsongevallen dekken, alsook zijn burgerlijke aansprakelijkheid ten aanzien van derden bij de uitvoering van de opdracht.

      De opdrachtnemer sluit ook alle andere verzekeringen die opgelegd zijn door de opdrachtdocumenten.

    • § 2 Binnen een termijn van dertig dagen na het sluiten van de opdracht toont de opdrachtnemer aan dat hij deze verzekeringscontracten is aangegaan, aan de hand van een attest waaruit de door de opdrachtdocumenten vereiste omvang van de gewaarborgde aansprakelijkheid blijkt.

      Op elk ogenblik tijdens de uitvoering van de opdracht legt de opdrachtnemer dit attest over, binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het verzoek van de [1 aanbesteder]1.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Borgtocht
    Draagwijdte en bedrag
    Art. 25
    • § 1 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten wordt geen borgtocht geëist voor :

      1° opdrachten voor leveringen en voor diensten waarvan de uitvoeringstermijn vijfenveertig dagen niet overschrijdt;

      2° [3 de volgende opdrachten voor diensten :

      a) de opdrachten voor diensten van de categorie 23 van bijlage 2 van de wet defensie en veiligheid;

      b) de opdrachten voor diensten inzake luchtvervoer van passagiers en vracht, met uitzondering van postvervoer, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 60410000-5 tot en met 60424120-3, met uitzondering van de codes 60411000-2 en 60421000-5, alsook van de diensten met CPV-codes vanaf 60440000-4 tot en met 60445000-9 en 60500000-3;

      c) de opdrachten voor diensten inzake postvervoer te land, alsook de opdrachten voor diensten inzake vervoer door de lucht, meer bepaald de diensten met CPV-codes 60160000-7, 60161000-4, 60411000-2, 60421000;

      d) de opdrachten voor diensten inzake vervoer per spoor, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 60200000-0 tot en met 60220000-6;

      e) de opdrachten inzake juridische dienstverlening, voor zover niet uitgesloten op grond van de artikelen 28, § 1, eerste lid, 4° en/of 108, § 1, eerste lid, 2°, van de wet;

      f) de opdrachten voor diensten inzake onderwijs, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 80100000-5 tot en met 80660000-8, met uitzondering van de codes 80533000-9, 80533100-0 en 80533200-1;

      g) de opdrachten voor verzekeringsdiensten;

      h) de informaticadiensten en aanverwante diensten, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 50310000-1 tot en met 50324200-4, de diensten met CPV-codes vanaf 72000000-5 tot en met 72920000-5, met uitzondering van de code 72318000-7 en de codes vanaf 72700000-7 tot en met 72720000-3, alsook de diensten met CPV-code 9342410-4;

      i) de diensten inzake onderzoeks- en ontwikkelingswerk, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 73000000-2 tot en met 73436000-7, met uitzondering van de diensten met CPV-codes 73200000-4, 73210000-7 en 73220000-0;]3

      3° opdrachten met een bedrag kleiner dan 50.000 euro. Dit bedrag is 100.000 euro voor de opdrachten onderworpen aan de wet en geplaatst in de speciale sectoren.

    • § 2 Het bedrag van de borgtocht wordt bepaald op vijf percent van het oorspronkelijke opdrachtbedrag.

      [3 Voor de opdrachten voor leveringen en diensten die geen totale prijs vermelden en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, stemt het bedrag dat vervolgens vermenigvuldigd moet worden met de in het eerste lid bedoelde vijf procent, overeen met het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd met zes.]3

      Voor de raamovereenkomsten wordt de borgtocht per gesloten opdracht gesteld. In dat geval is paragraaf 1 van toepassing. In geval van een raamovereenkomst met één opdrachtnemer kan de [2 aanbesteder]2 in de opdrachtdocumenten evenwel een globale borgstelling [1 opleggen]1 voor de raamovereenkomst en de berekeningswijze ervan bepalen.

      Wat betreft de opdrachten in gedeelten wordt de borgtocht gesteld per uit te voeren gedeelte.

      Het aldus bekomen bedrag wordt naar het hoger tiental in euro afgerond. Worden evenzo afgerond, de aanvullende bedragen in speciën van de gedeeltelijk in publieke fondsen gestelde borgtocht, alsmede de gedeeltelijke terugbetalingen van de borgtocht overeenkomstig de opdracht.

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 68, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 17, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Aard van de borgtocht
    Art. 26
    • § 1 Overeenkomstig de wets- en reglementsbepalingen ter zake kan de borgtocht op één van de volgende wijzen worden gesteld :

      1° in speciën;

      2° in publieke fondsen;

      3° in de vorm van een gezamenlijke borgtocht;

      4° via een waarborg toegestaan door een kredietinstelling die voldoet aan de voorschriften van de wetgeving op het statuut van en de controle op de kredietinstellingen of door een verzekeringsonderneming die voldoet aan de voorschriften van de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en die toegelaten is tot tak 15 (borgtocht).

    • § 2 De borgsteller kan aan het stellen van de borg geen andere voorwaarden verbinden dan die vermeld in dit besluit of in de opdrachtdocumenten.

    Borgstelling en bewijs van de borgstelling
    Art. 27
    • § 1 De borgtocht wordt gesteld binnen dertig dagen volgend op de dag waarop de opdracht wordt gesloten, tenzij de opdrachtdocumenten in een langere termijn voorzien.

      Deze termijn wordt opgeschort tijdens de sluitingsperiode van de onderneming van de opdrachtnemer voor de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen die op reglementaire wijze of in een algemeen bindende collectieve arbeidsovereenkomst werden bepaald. Indien de opdrachtdocumenten dit vereisen, worden deze periodes vermeld en bewezen in de offerte of worden zij, van zodra zij bekend zijn, onmiddellijk aan de [1 aanbesteder]1 medegedeeld.

    • § 2 De opdrachtnemer of een derde stelt de borgtocht op één van de volgende wijzen :

      1° wanneer de borgtocht in speciën wordt gesteld, door storting van het bedrag op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een functie vervult die gelijkaardig is met die van genoemde Kas, hierna genoemd openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;

      2° wanneer de borgtocht uit publieke fondsen bestaat, door neerlegging van deze voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas in handen van de Rijkskassier op de zetel van de Nationale Bank te Brussel of bij een van haar provinciale agentschappen of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;

      3° wanneer de borgtocht gedekt wordt door een gezamenlijke borgtochtmaatschappij, door neerlegging via een instelling die deze activiteit wettelijk uitoefent, van een akte van solidaire borg bij de Deposito- en Consignatiekas of bij een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;

      4° wanneer de borgtocht gesteld wordt door middel van een waarborg, door de verbintenisakte van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming.

      Het bewijs wordt geleverd door overlegging aan de [1 aanbesteder]1 van, naargelang het geval :

      1° hetzij het ontvangstbewijs van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;

      2° hetzij het debetbericht van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming;

      3° hetzij het deposito-attest van de Rijkskassier of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;

      4° hetzij de originele akte van solidaire borg, geviseerd door de Deposito- en Consignatiekas of een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;

      5° hetzij het origineel van de verbintenisakte opgemaakt door de kredietinstelling of de verzekeringsonderneming die een waarborg heeft toegestaan.

      Deze documenten, ondertekend door de deponent, vermelden waarvoor de borgtocht werd gesteld en de precieze bestemming, bestaande uit de beknopte gegevens betreffende de opdracht en verwijzing naar de opdrachtdocumenten, alsmede de naam, de voornamen en het volledige adres van de opdrachtnemer en eventueel deze van de derde die voor rekening van de opdrachtnemer het deposito heeft verricht, met de vermelding " geldschieter " of " gemachtigde ", naargelang het geval.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Aanpassing van de borgtocht
    Art. 28

    Wanneer de borgtocht door om het even welke reden niet meer aangepast is, met name als gevolg van de ambtshalve afhoudingen, van bijkomende prestaties of van door de [1 aanbesteder]1 besloten wijzigingen, welke het oorspronkelijke bedrag van de opdracht met meer dan twintig percent doen toe- of afnemen, wordt de borgtocht opnieuw op het oorspronkelijke bedrag gebracht of aangepast in meer of in min.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Verzuim van borgstelling
    Art. 29

    Wanneer de opdrachtnemer de borgtocht niet stelt binnen de in artikel 27 vermelde termijn, wordt hij in gebreke gesteld per [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3. Deze ingebrekestelling geldt als proces-verbaal in de zin van artikel 44, § 2.

    Wanneer hij de borgtocht niet stelt binnen een laatste termijn van vijftien dagen vanaf de verzendingsdatum van het [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3, kan de [2 aanbesteder]2 :

    1° hetzij overgaan tot een ambtshalve borgstelling via afhoudingen van de op de beschouwde opdracht verschuldigde bedragen. In dat geval wordt een straf opgelegd ten belope van twee procent van het oorspronkelijke opdrachtbedrag;

    2° hetzij een ambtshalve maatregel toepassen. In elk geval sluit de verbreking van de opdracht op deze basis de toepassing van straffen of vertragingsboetes uit.

    Wanneer de borgtocht niet meer integraal is gesteld en de opdrachtnemer nalaat het ontbrekende aan te vullen, kan de [2 aanbesteder]2 van de te betalen bedragen een som, gelijk aan het ontbrekende, afhouden en deze aanwenden om de borgtocht opnieuw aan te vullen.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Rechten van de aanbestedende overheid op de borgtocht
    Art. 30

    [1 In voorkomend geval houdt de aanbesteder van de borgtocht ambtshalve de sommen af die haar toekomen, met name wanneer de opdrachtnemer in gebreke blijft bij de uitvoering zoals vermeld in artikel 44, § 1.

    Deze afhouding is onderworpen aan de naleving van de in artikel 44, § 2, bepaalde voorwaarden, met inbegrip van de voorwaarde dat de door de opdrachtnemer opgeworpen verweermiddelen in overweging worden genomen.

    Indien de aanbesteder geheel of ten dele beroep doet op de borgtocht, na het verstrijken van de in artikel 44, § 2, tweede lid, derde zin, bedoelde termijn, mag de instelling bij wie de borgtocht werd gesteld, indien de opdrachtnemer in de in artikel 44, § 2, bedoelde termijn geen verweermiddelen liet gelden, niet het voorafgaandelijk akkoord van de opdrachtnemer eisen.]1

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Door derden gestelde borgtocht
    Art. 31

    Wanneer de borgtocht door een derde wordt gesteld, is deze, onverminderd de bepalingen van artikel 30, solidair borg en gebonden door elke gerechtelijke beslissing die naar aanleiding van gelijk welke betwisting omtrent het bestaan, de interpretatie of de uitvoering van de opdracht wordt genomen, op voorwaarde dat hem van die betwisting in de hierna omschreven vorm kennis werd gegeven. De beslissing heeft voor hem kracht van gewijsde.

    De bedoelde kennisgeving wordt door de [1 aanbesteder]1 per deurwaardersexploot gedaan binnen de termijn die voor het verschijnen op de rechtszitting is gesteld. De derde kan tussenkomen zo hij dit wenselijk acht.

    De derde die de borgtocht heeft gesteld of waarborgt, wordt op zijn schriftelijk verzoek en louter ter inlichting op de hoogte gehouden van elk proces-verbaal of iedere mededeling waarbij de opdrachtnemer in kennis wordt gesteld dat de oplevering van de werken, leveringen of diensten wordt geweigerd of dat een ambtshalve maatregel wordt toegepast.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Overdracht van de borgtocht
    Art. 32

    Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, indien de opdracht één of meer verlengingen omvat [1 als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de wet]1 of in artikel 33, § 2, van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, wordt de borgtocht die voor de oorspronkelijke opdracht werd gesteld, van rechtswege overgedragen op de verlengde opdracht.

    Het bedrag ervan kan eventueel worden aangepast overeenkomstig artikel 28.

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Vrijgave van de borgtocht
    Art. 33

    Het verzoek van de opdrachtnemer om over te gaan tot de oplevering geldt als :

    1° in geval van de voorlopige oplevering : verzoek tot vrijgave van de eerste helft van de borgtocht;

    2° in geval van de definitieve oplevering : verzoek tot vrijgave van, hetzij de tweede helft, hetzij het geheel van de borgtocht, al naargelang al dan niet in een voorlopige oplevering is voorzien.

    In de mate dat de borgtocht kan worden vrijgegeven, verleent de [1 aanbesteder]1, binnen vijftien dagen na de dag van het verzoek, handlichting aan de Deposito- en Consignatiekas, aan de openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult, aan de kredietinstelling of aan de verzekeringsonderneming, al naargelang. Na deze termijn heeft de opdrachtnemer recht op de betaling :

    1° hetzij van een intrest, die in geval van storting in speciën of publieke fondsen, overeenkomstig artikel 69, § 1, wordt berekend op de neergelegde bedragen, eventueel verminderd met de gestorte intrest door de Deposito- en Consignatiekas of door een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult. De aanvraag tot teruggave van de borgtocht geldt in dat geval als schuldvordering voor de betaling van deze intrest;

    2° hetzij van de gemaakte kosten voor het behoud van de borgstelling, in geval van collectieve borgstelling of van een waarborg toegestaan door een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 4. - Opdrachtdocumenten

    Conforme uitvoering
    Art. 34

    De werken, leveringen en diensten dienen in alle opzichten overeen te stemmen met de opdrachtdocumenten. Zelfs bij ontstentenis van technische specificaties in de opdrachtdocumenten, voldoen ze op alle punten aan de regels van de kunst.

    [1 ...]1

    [1 ...]1

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    Plannen, documenten en voorwerpen opgemaakt door de aanbestedende overheid
    Art. 35

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Detail- en werktekeningen opgemaakt door de opdrachtnemer
    Art. 36

    De opdrachtnemer maakt op eigen kosten alle detail- en werktekeningen op die hij nodig heeft om de uitvoering van de opdracht tot een goed einde te brengen.

    De opdrachtdocumenten bepalen nader welke tekeningen door de [1 aanbesteder]1 worden goedgekeurd. Deze beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum waarop de tekeningen werden voorgelegd om ze goed te keuren of te weigeren.

    De eventueel verbeterde tekeningen worden opnieuw aan de [1 aanbesteder]1 voorgelegd die over een termijn van vijftien dagen beschikt om ze goed te keuren, voor zover de gevraagde verbeteringen niet het gevolg zijn van nieuwe eisen vanwege de [1 aanbesteder]1.

    Elke overschrijding van de in het tweede en derde lid vermelde termijnen geeft aanleiding tot een evenredige verlenging van de uitvoeringstermijn, tenzij de [1 aanbesteder]1 het bewijs levert dat de werkelijk ten nadele van de opdrachtnemer veroorzaakte vertraging van kortere duur is dan de overschrijding van de termijn.

    De opdrachtdocumenten vermelden het aantal exemplaren van de tekeningen dat de opdrachtnemer aan de [1 aanbesteder]1 ter hand moet stellen.

    De [1 aanbesteder]1 mag deze tekeningen niet reproduceren. Ze mogen enkel ten behoeve van de opdracht en niet voor enig ander doel worden gebruikt.

    De bovenstaande beschikkingen zijn ook van toepassing op de andere documenten en voorwerpen die de opdrachtnemer opstelt of vervaardigt om de opdracht tot een goed einde te brengen.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 5. - Wijzigingen van de opdracht

    Beginsel
    Art. 37

    [1 Opdrachten en raamovereenkomsten kunnen enkel zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden gewijzigd in de gevallen voorzien in deze afdeling.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    De herzieningsclausule
    Art. 38

    [1 Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden aangebracht, wanneer de wijziging ongeacht de geldelijke waarde ervan, in de oorspronkelijke opdrachtdocumenten was voorzien in een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausule.

    De herzieningsclausules omschrijven het toepassingsgebied en de aard van de mogelijke wijzigingen alsmede de voorwaarden waaronder deze kunnen worden gebruikt. Zij voorzien niet in wijzigingen die de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst kunnen veranderen.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Aanvullende werken, leveringen of diensten
    Art. 38/1

    [1 Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden doorgevoerd, voor door de oorspronkelijke opdrachtnemer te verrichten aanvullende werken, leveringen of diensten die noodzakelijk zijn geworden en die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien de verandering van opdrachtnemer:

    1° niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn verworven; en

    2° tot aanzienlijk ongemak of een aanzienlijke kostenstijging zou leiden voor de aanbesteder.

    De prijsverhoging die het gevolg is van de wijziging mag evenwel niet hoger zijn dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht. Indien er verscheidene opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging. Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen. Het onderhavige lid is niet van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel III van de wet.

    Voor de berekening van het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de aanbesteder
    Art. 38/2

    [1 Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden aangebracht, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

    1° de wijziging is het noodzakelijk gevolg van omstandigheden die een zorgvuldige aanbesteder niet kon voorzien;

    2° de wijziging brengt geen verandering in de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst;

    3° de prijsverhoging die het gevolg is van een wijziging is niet hoger dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst. Indien er verscheidende opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging. Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen.

    De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 3°, is niet van toepassing op opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel 3 van de wet.

    Voor de berekening van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vervanging van de opdrachtnemer
    Art. 38/3

    [1 Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden toegekend, wanneer een nieuwe opdrachtnemer de opdrachtnemer aan wie de aanbesteder de opdracht aanvankelijk had gegund, vervangt ten gevolge van:

    1° een ondubbelzinnige herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38;

    2° een rechtsopvolging onder algemene of gedeeltelijke titel in de positie van de aanvankelijke opdrachtnemer, ten gevolge van herstructurering van de onderneming, onder meer door overname, fusie, acquisitie of insolventie, door een andere ondernemer die voldoet aan de aanvankelijk vastgestelde selectiecriteria, mits dit geen andere wezenlijke wijzigingen in de opdracht meebrengt en niet bedoeld is om de toepassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    De minimis-regel
    Art. 38/4

    [1 Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden doorgevoerd, indien het bedrag waarmee de wijziging gepaard gaat lager is dan elk van beide volgende bedragen:

    1° de drempel voor de Europese bekendmaking; en

    2° tien procent van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor leveringen en diensten en vijftien procent van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor werken.

    Wanneer een aantal opeenvolgende wijzigingen plaatsvinden, wordt het in het eerste lid, bedoelde bedrag bepaald op basis van de netto-cumulatieve waarde van de opeenvolgende wijzigingen.

    Voor de berekening van het in het eerste lid, 2°, bedoelde waarde van de aanvankelijke opdracht wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.

    De wijziging mag de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst evenwel niet veranderen.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Niet-wezenlijke wijziging
    Art. 38/5

    [1 Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden doorgevoerd, indien de wijziging, ongeacht de waarde ervan, als niet-wezenlijk moet worden beschouwd.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 38/6

    [1 Een wijziging van een opdracht of een raamovereenkomst tijdens de looptijd moet als wezenlijk worden beschouwd wanneer de opdracht of raamovereenkomst hierdoor materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst.

    Een wijziging moet als wezenlijk worden beschouwd wanneer tenminste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

    1° de wijziging voorziet in voorwaarden die, als zij deel van de aanvankelijke plaatsingsprocedure hadden uitgemaakt, de toelating van andere dan de aanvankelijk geselecteerde kandidaten of de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt dan wel bijkomende deelnemers aan de plaatsingsprocedure zouden hebben aangetrokken;

    2° de wijziging verandert het economisch evenwicht van de opdracht of de raamovereenkomst ten gunste van de opdrachtnemer op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst;

    3° de wijziging leidt tot een aanzienlijke verruiming van het toepassingsgebied van de opdracht of raamovereenkomst;

    4° een nieuwe opdrachtnemer in de plaats is gekomen van de opdrachtnemer aan wie de aanbesteder de opdracht aanvankelijk had gegund in andere dan onder artikel 38/3 bedoelde gevallen.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Prijsherziening
    Art. 38/7

    [1 § 1. In toepassing van artikel 10 van de wet of van artikel 7, § 1, tweede tot vierde lid, van de wet defensie en veiligheid en behalve voor de gevallen bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf, voorzien de opdrachtdocumenten bij een opdracht voor werken of een opdracht voor de in bijlage 1 bij dit besluit bedoelde diensten een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarbij wordt voorzien in de herziening van de prijzen op grond van de prijsevolutie van volgende hoofdcomponenten:

    1° de uurlonen van het personeel en de sociale lasten;

    2° in functie van de aard van de opdracht, één of meer relevante elementen zoals de materiaalprijzen, de grondstofprijzen, wisselkoersen.

    De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur.

    De prijsherziening kan een vaste, niet-herzienbare factor bevatten, die de aanbesteder bepaalt in functie van de specificiteiten van de opdracht.

    Een prijsherziening is niet verplicht voor de opdrachten beneden een geraamd bedrag van 120.000 euro en wanneer de initiële uitvoeringstermijn minder dan honderdtwintig werkdagen of honderdtachtig kalenderdagen beslaat.

    • § 2 In toepassing van artikel 10 van de wet kunnen de opdrachtdocumenten, voor de opdrachten voor leveringen en diensten die niet in bijlage 1 van dit besluit werden opgenomen, voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor een prijsherziening worden bepaald aan de hand van één of meer verschillende elementen zoals met name de lonen, de sociale lasten, de prijzen van de grondstoffen of de wisselkoersen.

      De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur. In geval van moeilijkheden om een prijsherzieningsformule samen te stellen, kan de aanbesteder de gezondheidsindex, de index van consumptieprijzen of een andere passende index hanteren.

      De prijsherziening kan een vaste, niet-herzienbare factor bevatten, die de aanbesteder bepaalt in functie van de specificiteiten van de opdracht.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Heffingen die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag
    Art. 38/8

    [1 De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten worden bepaald voor een prijsherziening ten gevolge van een wijziging van de heffingen in België die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag.

    Dergelijke prijsherziening is slechts mogelijk onder een dubbele voorwaarde:

    1° de wijziging is in werking getreden na de tiende dag die het uiterste tijdstip voor ontvangst van de offertes voorafgaat; en

    2° deze heffingen niet voorkomen in de herzieningsformule die in toepassing van artikel 38/7 is opgenomen in de opdrachtdocumenten, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks bij wege van een index.

    In geval van een verhoging van de heffingen dient de opdrachtnemer aan te tonen dat hij werkelijk de door hem gevorderde bijkomende lasten heeft gedragen en dat deze verband houden met de uitvoering van de opdracht.

    In geval van een verlaging is er geen herziening indien de opdrachtnemer bewijst dat hij de heffingen tegen de oude aanslagvoet heeft betaald.

    Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in lid 1, wordt de regeling vervat in de tweede tot vierde leden geacht van rechtswege van toepassing te zijn.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de opdrachtnemer
    Art. 38/9

    [1 § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de opdracht worden bepaald wanneer het contractueel evenwicht van de opdracht wordt ontwricht in het nadeel van de opdrachtnemer om welke omstandigheden ook die vreemd zijn aan de aanbesteder.

    • § 2 De opdrachtnemer kan zich slechts op de toepassing van deze herzieningsclausule beroepen, indien hij kan aantonen dat de herziening noodzakelijk is geworden door omstandigheden die redelijkerwijze niet voorzienbaar waren bij de indiening van zijn offerte, die niet konden worden ontweken en waarvan de gevolgen niet konden worden verholpen niettegenstaande hij al het nodige daartoe heeft gedaan.

      De opdrachtnemer kan het in gebreke blijven van een onderaannemer slechts aanvoeren in zoverre deze laatste zich kan beroepen op omstandigheden die de opdrachtnemer zelf had kunnen inroepen indien hij zich in een gelijkaardige toestand zou hebben bevonden.

      De herziening kan bestaan uit hetzij een verlenging van de uitvoeringstermijn hetzij, wanneer er sprake is van een zeer belangrijk nadeel, een andere vorm van herziening of de verbreking van de opdracht.

    • § 3 De omvang van het door de opdrachtnemer geleden nadeel wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de elementen die eigen zijn aan de opdracht in kwestie. Dit nadeel moet:

      1° bij opdrachten voor werken en opdrachten voor diensten die in bijlage 1 zijn opgenomen, ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk nadeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:

      a) 175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;

      b) 225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;

      c) 300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro;

      2° bij opdrachten voor leveringen en diensten, andere dan deze opgenomen in bijlage 1, ten minste vijftien procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag.

    • § 4 Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in paragraaf 1, wordt de regeling vervat in paragrafen 2 en 3 geacht van rechtswege van toepassing te zijn.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 38/10

    [1 § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de opdracht worden bepaald wanneer het contractueel evenwicht van de opdracht wordt ontwricht in het voordeel van de opdrachtnemer om welke omstandigheden ook die vreemd zijn aan de aanbesteder.

    • § 2 De herziening kan bestaan uit hetzij een inkorting van de uitvoeringstermijnen hetzij, wanneer er sprake is van een zeer belangrijk voordeel, uit een andere vorm van herziening van de opdrachtbepalingen of de verbreking van de opdracht.

    • § 3 De omvang van het door de opdrachtnemer genoten voordeel wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de elementen die eigen zijn aan de opdracht in kwestie. Dit voordeel moet:

      1° bij opdrachten voor werken en opdrachten voor diensten die in bijlage 1 zijn opgenomen, ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk voordeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:

      a) 175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;

      b) 225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;

      c) 300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro;

      2° bij opdrachten voor leveringen en diensten, andere dan deze opgenomen in bijlage 1, ten minste vijftien procent van het initiële opdrachtbedrag.

    • § 4 Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in paragraaf 1, wordt de regeling vervat in de paragrafen 2 en 3 geacht van rechtswege van toepassing te zijn.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Feiten van de aanbesteder en van de opdrachtnemer
    Art. 38/11

    [1 De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de voorwaarden van de opdracht worden bepaald wanneer de aanbesteder of de opdrachtnemer ten gevolge van nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die ten laste van de andere partij kunnen worden gelegd, een vertraging of een nadeel heeft geleden.

    De in het eerste lid bedoelde herziening kan bestaan uit één of meerdere van volgende maatregelen:

    1° de aanpassing van de contractuele bepalingen, inclusief de verlenging of de inkorting van de uitvoeringstermijnen;

    2° een schadevergoeding;

    3° een verbreking van de opdracht.

    Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in het eerste lid, wordt de regeling vervat in tweede lid geacht van rechtswege van toepassing te zijn.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vergoeding voor schorsingen op bevel van de aanbesteder en incidenten bij de uitvoering
    Art. 38/12

    [1 § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarbij wordt verduidelijkt dat de opdrachtnemer recht heeft op schadevergoeding voor de schorsingen op bevel van de aanbesteder onder volgende cumulatieve voorwaarden:

    1° de schorsing overschrijdt in totaal één twintigste van de uitvoeringstermijn en minstens tien werkdagen of vijftien kalenderdagen, naargelang de uitvoeringstermijn uitgedrukt is in werk- of kalenderdagen;

    2° de schorsing is niet het gevolg van ongunstige weersomstandigheden [2 of van andere omstandigheden waaraan de aanbesteder vreemd is waardoor de opdracht, naar oordeel van de aanbesteder, niet zonder bezwaar op dat ogenblik kan worden verdergezet]2;

    3° de schorsing vindt plaats binnen de uitvoeringstermijn van de opdracht.

    Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in het eerste lid, wordt de regeling vervat in het voormelde lid geacht van rechtswege van toepassing te zijn.

    • § 2 De aanbesteder kan voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin zij zich het recht voorbehoudt de uitvoering van de opdracht gedurende een bepaalde periode te schorsen, met name omdat de opdracht naar zijn oordeel op dat ogenblik niet zonder bezwaar kan worden uitgevoerd.

      In voorkomend geval wordt de uitvoeringstermijn verlengd met de door de schorsing veroorzaakte vertraging, op voorwaarde dat de contractuele termijn niet verstreken is. Wanneer deze termijn verstreken is, kan een teruggave van de boete voor vertraging in de uitvoering worden toegestaan overeenkomstig artikel 50.

      Wanneer de prestaties worden geschorst op grond van een in deze paragraaf bedoelde herzieningsclausule, dient de opdrachtnemer op zijn kosten alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen ten einde de reeds uitgevoerde prestaties en materialen te vrijwaren tegen mogelijke beschadigingen door ongunstige weersomstandigheden, diefstal of andere daden met kwaadwillig opzet.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2018-04-15/01, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Verbod om de uitvoering te vertragen of te onderbreken
    Art. 38/13

    [1 De opdrachtnemer kan geen beroep doen op de aan de gang zijnde besprekingen inzake de toepassing van één van de herzieningsclausules zoals bedoeld in de artikelen 38/9 tot 38/12 om het uitvoeringstempo van de opdracht te vertragen of de uitvoering van de opdracht te onderbreken of niet te hervatten, al naargelang.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Indieningsvoorwaarden
    Art. 38/14

    [1 De aanbesteder of opdrachtnemer die zich op één van de herzieningsclausules zoals bedoeld in de artikelen 38/9 tot 38/12 wil beroepen, moet de ingeroepen feiten of omstandigheden waarop hij zich baseert, schriftelijk kenbaar maken binnen de dertig dagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan ofwel na de datum waarop de opdrachtnemer of de aanbesteder ze normaal had moeten kennen.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 38/15

    [1 De opdrachtnemer kan zich slechts beroepen op de toepassing van één van de in de artikelen 38/9 tot 38/11 bedoelde herzieningsclausules indien hij bondig de invloed van de ingeroepen feiten of omstandigheden op het verloop en de kostprijs van de opdracht aan de aanbesteder doet kennen. Deze melding moet, op straffe van verval, schriftelijk gebeuren binnen de termijn vermeld in artikel 38/14. De voormelde verplichtingen gelden ongeacht of de aanbesteder op de hoogte is van de feiten of omstandigheden.

    Het verzoek van de opdrachtnemer waarbij de toepassing van één van de herzieningsclausules als bedoeld in de artikelen 38/9 en 38/11 wordt ingeroepen is niet ontvankelijk, indien dit verzoek steunt op feiten of omstandigheden die door de opdrachtnemer niet te gepasten tijde aan de aanbesteder werden kenbaar gemaakt en waarvan ze bijgevolg het bestaan en de invloed op de opdracht niet heeft kunnen nagaan teneinde de door de toestand eventueel vereiste maatregelen te nemen.

    Wat de schriftelijke bevelen van de aanbesteder betreft, met inbegrip van die bedoeld in artikel 80, § 1, is de opdrachtnemer enkel verplicht de aanbesteder in te lichten zodra hij de invloed die de bevelen op het verloop en de kostprijs van de opdracht zouden kunnen hebben, kent of zou moeten kennen.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 38/16

    [1 De opdrachtnemer die toepassing vraagt van één van de herzieningsclausules als bedoeld in de artikelen 38/8 tot 38/9, 38/11 en 38/12 moet, op straffe van verval, de becijferde rechtvaardiging van zijn verzoek op schriftelijke wijze overmaken aan de aanbesteder binnen de onderstaande termijnen:

    1° vóór het verstrijken van de contractuele termijnen om termijnverlenging of de verbreking van de opdracht te verkrijgen;

    2° uiterlijk negentig dagen volgend op de datum van de kennisgeving aan de opdrachtnemer van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de opdracht om een andere herziening van de opdracht dan die vermeld in 1° of schadevergoeding te verkrijgen;

    3° uiterlijk negentig dagen na het verstrijken van de waarborgperiode om een andere herziening van de opdracht dan die vermeld in 1° of schadevergoeding te verkrijgen, wanneer dit verzoek tot toepassing van de herzieningsclausule zijn oorsprong vindt in feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de waarborgperiode.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 38/17

    [1 De aanbesteder dient ten laatste negentig dagen volgend op de datum van kennisgeving aan de opdrachtnemer van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de opdracht een beroep te doen op de herzieningsclausule als bedoeld in artikel 38/10 met het oog op herziening van de opdracht.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Nazicht van de boekhoudkundige stukken
    Art. 38/18

    [1 Wanneer de opdrachtnemer om de toepassing verzoekt van een contractuele wijzigingsclausule met het oog op het verkrijgen van schadevergoeding of van de herziening van de opdracht, heeft de aanbesteder het recht om de boekhoudkundige stukken ter plaatse te controleren.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Publicatie
    Art. 38/19

    [1 De aanbesteder die een wijziging doorvoert zoals bepaald in de artikelen 38/1 en 38/2 aan een opdracht waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor Europese bekendmaking, maakt hiervan een aankondiging bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen, dat de inlichtingen bevat opgenomen in bijlage 2. De aanbesteder maakt hierbij gebruik van de elektronische standaardformulieren opgemaakt en ter beschikking gesteld door de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening van de Europese Commissie in verband met de vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten.

    In afwijking van het eerste lid moeten de in het eerste lid bedoelde wijzigingen voor de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid, niet bekendgemaakt worden in het Publicatieblad van de Europese Unie.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 6. - Controle en toezicht op de opdracht

    Draagwijdte van de controle en het toezicht
    Art. 39

    De [1 aanbesteder]1 kan met alle geëigende middelen overal toezicht laten houden of controle laten uitvoeren op de voorbereiding of de uitvoering van de prestaties.

    De opdrachtnemer is verplicht alle noodzakelijke inlichtingen en faciliteiten aan de gemachtigden van de [1 aanbesteder]1 te verstrekken voor het vervullen van hun taak.

    De opdrachtnemer kan zich op het door de [1 aanbesteder]1 uitgevoerde toezicht of controle niet beroepen om van zijn aansprakelijkheid te worden ontheven wanneer de prestaties uit hoofde van één of ander gebrek naderhand zouden worden geweigerd.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Controle van de hoeveelheden
    Art. 40

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Soorten keuringen
    Art. 41

    Inzake keuringen worden onderscheiden :

    1° de voorafgaande keuring als bedoeld in artikel 42;

    2° de a posteriori uitgevoerde keuring als bedoeld in artikel 43;

    3° voor de opdrachten voor diensten, de andere eventueel door de opdrachtdocumenten voorziene keuringswijzen.

    [2 De aanbesteder kan voor het geheel of voor een gedeelte afzien van de keuring wanneer de opdrachtnemer aantoont dat de producten tijdens hun productie door een conformiteitsbeoordelingsinstantie werden gecontroleerd overeenkomstig artikel 55, § 1, van de wet en de bepalingen van de opdrachtdocumenten.]2

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 22, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Voorafgaande keuring
    Art. 42
    • § 1 De producten mogen in regel niet worden verwerkt vooraleer zij door de leidend ambtenaar of zijn gemachtigde zijn goedgekeurd.

      De keuring kan tijdens verschillende productiestadia worden verricht.

      De producten die in een bepaald stadium niet aan de gestelde keuringsproeven voldoen, worden beschouwd zich niet in een staat te bevinden om voor keuring te worden aangeboden.

      Op verzoek van de opdrachtnemer onderzoekt de [1 aanbesteder]1, overeenkomstig de bepalingen van de opdrachtdocumenten in hoeverre de producten aan de kwaliteitseisen voldoen of op zijn minst aan de regels van goed vakmanschap en aan de voorwaarden van de opdracht beantwoorden.

      Indien het nazicht het vernietigen van bepaalde producten inhoudt, vervangt de opdrachtnemer deze op eigen kosten. De opdrachtdocumenten bepalen hoeveel producten vernietigd zullen worden.

      Wanneer de [1 aanbesteder]1 vaststelt dat het ter keuring aangeboden product niet in de voorwaarden verkeert om te worden onderzocht, wordt het verzoek van de opdrachtnemer als niet bestaande beschouwd. De aanvraag wordt opnieuw gesteld van zodra het product klaar is voor keuring.

    • § 2 Producten die voorafgaandelijk gekeurd werden, kunnen later nog worden afgekeurd. Ze worden door de opdrachtnemer onmiddellijk vervangen wanneer uit een nieuw onderzoek zou blijken, hetzij vóór het in gebruik nemen, hetzij bij het verwerken, hetzij na de uitvoering van de opdracht maar vóór de definitieve oplevering, dat zij gebreken of beschadigingen vertonen die bij het eerste onderzoek niet werden opgemerkt of beschadigingen die achteraf zijn ontstaan.

      De eventuele vervanging van de gebrekkige producten doet voor de opdrachtnemer geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen van de artikelen 64, 65 en 92.

    • § 3 Voor de kennisgeving van de goedkeuring of weigering beschikt de [1 aanbesteder]1 over de volgende termijnen, ingaande de dag van de ontvangst van het verzoek om tot de keuring over te gaan :

      1° dertig dagen;

      2° zestig dagen indien de keuringsverrichtingen in een laboratorium plaatsvinden.

      De opdrachtdocumenten kunnen evenwel kortere termijnen bepalen.

      Wanneer de keuring van de producten buiten het Belgisch grondgebied moet plaatsvinden, wordt de termijn met het nodige aantal dagen voor de heen- en terugreis van de keurders verlengd.

      Indien deze termijnen door toedoen van de [1 aanbesteder]1 worden overschreden, wordt de uitvoeringstermijn van rechtswege dienovereenkomstig verlengd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    A posteriori uitgevoerde keuring
    Art. 43
    • § 1 Ongeacht of er in een voorafgaande keuring is voorzien, kan voor de in de opdrachtdocumenten gespecifieerde categorieën van prestaties een keuring a posteriori worden verricht na de uitvoering van deze prestaties.

      Deze keuringen en het nemen van stalen geschieden op tegenspraak overeenkomstig de voorschriften van de opdrachtdocumenten die de draagwijdte ervan nader bepalen.

    • § 2 De [1 aanbesteder]1 deelt de resultaten van de keuring mee binnen de volgende termijnen na de uitvoering ervan :

      1° dertig dagen;

      2° zestig dagen indien de keuringsformaliteiten in een laboratorium plaatsvinden.

      De opdrachtdocumenten kunnen evenwel kortere termijnen bepalen.

    • § 3 Voor de prestaties die aan een a posteriori uitgevoerde keuring onderworpen zijn, wordt :

      1° hetzij in een specifieke aanvullende borgtocht voorzien;

      2° hetzij op de betalingen van die prestaties een inhouding verricht totdat de resultaten van de keuring bekend zijn.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 7. - Actiemiddelen van de [1 aanbesteder]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    In gebreke blijven en sancties
    Art. 44
    • § 1 De opdrachtnemer wordt voor de uitvoering van de opdracht geacht in gebreke te zijn :

      1° wanneer de prestaties niet uitgevoerd worden volgens de voorschriften bepaald in de opdrachtdocumenten;

      2° ongeacht het ogenblik, wanneer de prestaties niet zodanig vorderen dat zij op de vastgestelde data volledig kunnen worden voltooid;

      3° wanneer hij de geldig gegeven schriftelijke bevelen van de [2 aanbesteder]2 niet naleeft.

    • § 2 [4 Al de tekortkomingen op de bepalingen van de opdracht, daarin begrepen het niet-naleven van de bevelen van de aanbesteder, worden in een proces-verbaal vastgesteld, waarvan onmiddellijk een afschrift aan de opdrachtnemer wordt verzonden bij aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt.

      De opdrachtnemer dient zonder ver wijl zijn tekortkomingen te her stellen. Hij kan aan de aanbesteder zijn verweer middelen doen gelden bij aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt. Dit verweer moet hij verzenden binnen de vijftien dagen volgend op de datum van verzending van het proces-verbaal. Zijn stil zwijgen na die termijn geldt als een erkenning van de vastgestelde feiten.

      Indien de aanbesteder, overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek, ervan in kennis is gesteld dat de opdrachtnemer of een onderaannemer in de onderaannemingsketen, op welke plaats en voor welk aandeel deze laatste ook tussenkomt, op zwaarwichtige wijze tekort is geschoten in zijn verplichting om zijn werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben, wordt de in het tweede lid bedoelde verweertermijn van vijftien dagen teruggebracht tot een door de aanbesteder te bepalen termijn. Hetzelfde geldt wanneer de aanbesteder vaststelt of er kennis van heeft dat de opdrachtnemer of een onderaannemer in de onderaannemingsketen, op welke plaats en voor welk aandeel deze laatste ook tussenkomt, één of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. De ingekorte termijn mag evenwel niet korter zijn dan vijf werkdagen indien het een zwaarwichtige tekortkoming op het vlak van de uitbetaling van het loon betreft, en twee werkdagen indien het de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen betreft.]4

    • § 3 Wanneer in hoofde van de opdrachtnemer tekortkomingen worden vastgesteld, stelt hij zich bloot aan sancties door toepassing van één of meer van de maatregelen bepaald in de artikelen 45 tot 49, 85 tot 88, 123, 124, 154 en 155.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Straffen
    Art. 45
    • § 1 De opdrachtdocumenten kunnen voorzien in de toepassing van een bijzondere straf voor elke gebrekkige uitvoering.

    • § 2 Elke gebrekkige uitvoering waarvoor niet in een bijzondere straf is voorzien, geeft aanleiding tot een algemene straf die :

      1° eenmalig is en 0,07 procent bedraagt van [4 het oorspronkelijke opdrachtbedrag]4 met een minimum van veertig euro en een maximum van vierhonderd euro, of

      2° dagelijks is en 0,02 procent bedraagt van [4 het oorspronkelijke opdrachtbedrag]4 met een minimum van twintig euro en een maximum van tweehonderd euro, wanneer de gebrekkige uitvoering onmiddellijk ongedaan moet worden gemaakt.

      Deze straf wordt toegepast vanaf de derde dag na de datum van afgifte van de [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 vermeld in artikel 44, § 2, tot en met de dag waarop aan de gebrekkige uitvoering een einde werd gesteld door toedoen van de opdrachtnemer of van de [2 aanbesteder]2 zelf.

    • § 3 De paragrafen 1 en 2 zijn van toepassing wanneer geen enkele rechtvaardiging werd aanvaard of wanneer deze rechtvaardiging niet binnen de termijn vereist door artikel 44, § 2, werd verstrekt.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2018-04-15/01, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Vertragingsboetes
    Art. 46

    De vertragingsboetes zijn onafhankelijk van de in artikel 45 bedoelde straffen. Zij zijn eisbaar zonder ingebrekestelling door het eenvoudig verstrijken van de uitvoeringstermijn zonder opstelling van een proces-verbaal en worden van rechtswege toegepast voor het totaal aantal dagen vertraging.

    Onverminderd de toepassing van de vertragingsboetes, vrijwaart de opdrachtnemer de [1 aanbesteder]1 in voorkomend geval tegen elke schadevergoeding die deze aan derden verschuldigd is op grond van zijn vertraging in de uitvoering van de opdracht.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 46/1

    [1 De belasting over de toegevoegde waarde wordt niet in aanmerking genomen in de berekeningsbasis van de in artikel 45 bedoelde bijzondere of algemene straf, en evenmin in de berekeningsbasis van de in artikel 46 bedoelde vertragingsboetes.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Ambtshalve maatregelen
    Art. 47
    • § 1 Wanneer de opdrachtnemer, na het verstrijken van de in artikel 44, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, inactief is gebleven of middelen heeft aangevoerd die door de [2 aanbesteder]2 als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, kan deze laatste de ambtshalve maatregelen vermeld in paragraaf 2 treffen.

      De [2 aanbesteder]2 mag de ambtshalve maatregelen nochtans treffen zonder het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 44, § 2, af te wachten wanneer de opdrachtnemer op voorhand expliciet de vastgestelde tekortkomingen heeft toegegeven.

    • § 2 De ambtshalve maatregelen zijn :

      1° het eenzijdig verbreken van de opdracht, in welk geval de [4 aanbesteder, behoudens in het in artikel 49, eerste lid, 1°, bedoelde geval, van rechtswege]4 het geheel van de borgtocht als forfaitaire schadevergoeding verwerft of bij gebrek aan borgstelling een equivalent bedrag. Deze maatregel sluit de toepassing uit van iedere vertragingsboete op het deel waarop de verbreking slaat;

      2° de uitvoering in eigen beheer van het geheel of van een deel van de niet-uitgevoerde opdracht;

      3° het sluiten van één of meerdere opdrachten voor rekening met één of meerdere derden voor het geheel of een deel van de nog uit te voeren opdracht.

      De maatregelen onder het eerste lid, 2° en 3°, worden getroffen op kosten en risico van de in gebreke gebleven opdrachtnemer. Nochtans vallen de vertragingsboetes en straffen die bij de uitvoering van een opdracht voor rekening worden toegepast, ten laste van de nieuwe opdrachtnemer.

    • § 3 De beslissing van de [2 aanbesteder]2 om tot de gekozen ambtshalve maatregel over te gaan, wordt bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 aan de in gebreke gebleven opdrachtnemer bekendgemaakt.

      Vanaf deze kennisgeving mag de in gebreke gebleven opdrachtnemer niet meer tussenkomen in de uitvoering van het gedeelte van de opdracht onderworpen aan de ambtshalve maatregel.

      Wanneer tot het sluiten van een overeenkomst voor rekening wordt overgegaan, wordt een exemplaar van de opdrachtdocumenten aangaande de te sluiten opdracht, bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 aan de in gebreke gebleven opdrachtnemer verzonden.

    • § 4 Wanneer de prijs van de uitvoering in eigen beheer of deze van de nieuwe overeenkomst, welke voor rekening werd gesloten, hoger is dan die van de oorspronkelijke opdracht, draagt de in gebreke gebleven opdrachtnemer de meerkosten. In het tegenovergestelde geval komt het verschil ten goede aan de [2 aanbesteder]2.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 25, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Overige sancties
    Art. 48

    [1 Onverminderd de in artikel 70 van de wet bedoelde mogelijkheid om corrigerende maatregelen te laten gelden en de in dit besluit bedoelde sancties, kan de in gebreke gebleven opdrachtnemer door de aanbesteder voor een periode van drie jaar van deelname aan haar opdrachten worden uitgesloten, meer bepaald wanneer hij blijk heeft gegeven van een aanzienlijke of voortdurende tekortkoming bij de toepassing van een wezenlijk voorschrift in de loop van de uitvoering van de opdracht, dan wel wanneer de opdrachtnemer de bepalingen van artikel 5, § 1, tweede lid, van de wet of van artikel 10 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, niet heeft geëerbiedigd.

    De betrokkene wordt vooraf gehoord om zich te verdedigen en de gemotiveerde beslissing wordt hem betekend.

    In de schorsingsbeslissing moet verwezen worden naar het onderhavig artikel.

    De periode van uitsluiting bedraagt drie jaar. Voor de berekening van de termijn van drie jaar is artikel 69, tweede lid, van de wet van toepassing.

    De in onderhavige bepaling vermelde sanctie is van toepassing onverminderd de in artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken bedoelde sancties. De in onderhavige bepaling vermelde sanctie moet aanzien worden als een "vergelijkbare sanctie" in de zin van artikel 69, tweede lid, 7°, van de wet.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 26, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 49

    [1 Wanneer de opdrachtnemer, na het verstrijken van de in artikel 44, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, geen middelen heeft aangevoerd of middelen heeft aangevoerd die door de aanbesteder als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, treft deze laatste één of meer van de volgende maatregelen, indien hij op eender welk ogenblik vaststelt dat de opdrachtnemer de bepa lingen van artikel 5, tweede lid, van de wet of van artikel 10 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, niet heeft geëerbiedigd:

    1° de toepassing van een ambtshalve maatregel. In geval van eenzijdige verbreking van de opdracht door de aanbesteder, brengt dit niet met zich mee dat deze laatste het geheel van de borgtocht als forfaitaire schadevergoeding verwerft of bij gebrek aan borgstelling een equivalent bedrag;

    2° indien het een aannemer van werken betreft, een voorstel tot sanctie bij toepassing van artikel 19 van de wet van 21 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken;

    3° de in artikel 48 bedoelde beslissing tot uitsluiting.

    Wanneer de aanbesteder op grond van het onderhavige artikel een maatregel neemt, deelt deze dit onverwijld mee aan de auditeur-generaal van de Belgische Mededingings autoriteit. De melding bevat een omschrijving van de betreffende opdracht, een kopij van de voornaamste stukken en een verwijzing naar het onderhavige artikel.]1

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 27, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Teruggave vertragingsboetes en straffen
    Art. 50
    • § 1 De opdrachtnemer verkrijgt de teruggave van opgelegde vertragingsboetes :

      1° geheel of gedeeltelijk wanneer hij bewijst dat de vertraging geheel of gedeeltelijk te wijten is, hetzij aan de [2 aanbesteder]2, hetzij [3 aan de bij artikel 38/9, § 1, bedoelde omstandigheden]3 voor zover deze zich hebben voorgedaan vóór het verstrijken van de contractuele termijnen, in welke gevallen vanaf de datum waarop de betrokken betaling diende te geschieden, op de teruggegeven boetes van rechtswege een intrest dient uitbetaald te worden tegen de rentevoet bepaald in artikel 69;

      2° gedeeltelijk, wanneer er een wanverhouding is tussen de boetes en het geringe belang van de te laat uitgevoerde prestaties. Deze wanverhouding wordt geacht te bestaan wanneer de waarde van de niet-uitgevoerde prestaties geen vijf percent bereikt van het totaal bedrag van de opdracht, voor zover de uitgevoerde [1 prestaties]1 evenwel normaal kunnen worden gebruikt en de opdrachtnemer alles in het werk heeft gesteld om de laattijdige prestaties binnen de kortste tijd te beëindigen.

    • § 2 [3 De in artikel 38/15 bedoelde indieningsvoorwaarden zijn van toepassing]3 op de feiten en omstandigheden die ingeroepen worden bij de aanvragen tot teruggave van de bij § 1, 1°, bedoelde vertragingsboetes.

    • § 3 Op straffe van verval wordt elke aanvraag tot teruggave van boetes schriftelijk ingediend, uiterlijk negentig dagen te rekenen vanaf :

      1° de enige betaling of de betaling die voor saldo werd aangegeven, wat de opdrachten voor werken betreft;

      2° de betaling van de factuur waarop de boetes werden ingehouden wat de opdrachten voor leveringen en voor diensten betreft.

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 70, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 28, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 51

    De opdrachtnemer verkrijgt de gedeeltelijke teruggave van de straffen in geval van een wanverhouding tussen het bedrag van de toegepaste straffen en de omvang van de gebrekkige uitvoering.

    Deze teruggave is afhankelijk van de voorwaarde dat de opdrachtnemer alles in het werk heeft gesteld om de gebrekkige uitvoering zo vlug mogelijk te verhelpen.

    Op straffe van verval wordt elke aanvraag tot teruggave van de straffen schriftelijk ingediend, binnen de termijnen bepaald in artikel 50, § 3.

    Afdeling 8.

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 52

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 53

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 9.

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Tekortkomingen van de aanbestedende overheid<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 54

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Schadevergoeding voor schorsingen op bevel van de aanbestedende overheid<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 55

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onvoorzienbare omstandigheden<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 56

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    [-1 Heffingen die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag]-1

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 56/1

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Indieningsvoorwaarden voor de verzoeken van de opdrachtnemer<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 57

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Verificaties ter plaatse van de boekhoudkundige stukken<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 58

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Gevolgen voor de opdracht<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 59

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Tekortkomingen opdrachtnemer en onvoorzienbare omstandigheden<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 60

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 10. - Einde van de opdracht

    Verbreking
    Art. 61
    • § 1 Wanneer de opdracht met één enkele natuurlijke persoon is gesloten en zo die persoon overlijdt, geven de rechthebbenden binnen dertig dagen na het overlijden aan de [1 aanbesteder]1 schriftelijk kennis van het overlijden en van hun wil de opdracht al dan niet voort te zetten. De [1 aanbesteder]1 beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de datum van ontvangst van dit voorstel om kennis te geven van haar beslissing dat de opdracht al dan niet door de rechthebbenden mag worden voortgezet. Zo niet wordt de opdracht van rechtswege verbroken.

    • § 2 Wanneer de opdracht met meerdere natuurlijke personen is gesloten en zo één of meer van die personen overlijden :

      1° lichten de overlevenden de [1 aanbesteder]1 binnen dertig dagen na het overlijden schriftelijk in over het overlijden;

      2° geven de rechthebbenden van de overledenen binnen dertig dagen na het overlijden schriftelijk kennis van het overlijden en van hun wil om de opdracht al dan niet voort te zetten.

      De [1 aanbesteder]1 oordeelt op basis van een tegensprekelijk opgemaakte stand van de opdracht binnen de dertig dagen of de opdracht dient te worden verbroken of dat de overlevenden en/of de rechthebbenden van de overledenen in staat zijn deze overeenkomstig hun verbintenis voort te zetten.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 62

    Onverminderd de toepassing van een ambtshalve maatregel, kan de [1 aanbesteder]1 de opdracht verbreken ingeval de opdrachtnemer zich bevindt in een situatie van :

    1° [2 één van de uitsluitingsgronden als bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet, de artikelen 61 tot 63 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, de artikelen 67 en 68 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang, uitgezonderd in geval van toepassing van de wetgeving betreffende de continuïteit van de ondernemingen, alsook met uitzondering van de facultatieve uitsluitingsgrond omtrent belangenconflicten ;]2

    2° onder bijstandstelling wegens verkwisting;

    3° onbekwaamverklaring, voorlopige onderbewindstelling of onder voogdijstelling wegens zwakzinnigheid;

    4° in observatiestelling of internering bij toepassing van de wetgeving betreffende de bescherming van de maatschappij;

    5° [2 ...]2

    [2 De in het eerste lid, 1°, bedoelde mogelijkheid tot verbreking is eveneens van toepassing wanneer de opdrachtnemer zich in een verplichte uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 67 van de wet bevond op het moment van de gunning, en derhalve uitgesloten had moeten worden. Deze mogelijkheid tot verbreking doet echter geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de opdrachtnemer die zich in een situatie van uitsluiting bevindt, om te bewijzen dat de maatregelen die hij genomen heeft voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Deze corrigerende maatregelen mogen nog in de loop van de in artikel 44, § 2, bedoelde termijn worden aangebracht door de opdrachtnemer.

    De opdrachtnemer beschikt over de mogelijkheid om zich op het vlak van de sociale en fiscale schulden nog in regel te stellen, mogelijkheid waarvan in de loop van de uitvoering slechts één maal gebruik mag worden gemaakt.

    De tweede en derde leden zijn niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.]2

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 29, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 62/1

    [1 Onverminderd de toepassing van een ambtshalve maatregel, kan de aanbesteder de opdracht verbreken in onderstaande gevallen:

    1° wanneer de opdracht wezenlijk is gewijzigd waardoor een nieuwe plaatsingsprocedure zou vereist geweest zijn op grond van de artikelen 37 tot 38/19;

    2° wanneer de opdracht niet aan de opdrachtnemer had mogen worden gegund wegens een ernstige inbreuk op de verplichtingen uit hoofde van de Europese Verdragen, de wet en zijn uitvoeringsbesluiten, welke inbreuk door het Hof van Justitie van de Europese Unie als zodanig is aangemerkt in een procedure overeenkomstig artikel 258 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 30, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 63

    In de gevallen van verbreking als bedoeld in de [2 artikelen 61 tot 62/1]2, wordt de opdracht vereffend in de staat waarin die zich bevindt op basis van de uitgevoerde prestaties op de datum van verbreking.

    De [2 artikelen 61 tot 62/1]2 zijn zowel van toepassing op de raamovereenkomst als op de erop volgende opdrachten die op basis van die raamovereenkomst zijn gesloten. De [1 aanbesteder]1 kan evenwel beslissen dat de verbreking van de raamovereenkomst geen gevolgen heeft voor de daarop gebaseerde lopende opdrachten.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 31, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Opleveringen en waarborgen
    Art. 64

    De prestaties worden slechts opgeleverd nadat de controles, de keuringen en de voorgeschreven proeven voldoening schenken. Naargelang het geval wordt in een voorlopige oplevering voorzien na afloop van de uitvoering van de prestaties die het voorwerp van de opdracht uitmaken en, bij het verstrijken van de waarborgtermijn, in een definitieve oplevering die de volledige beëindiging van de opdracht aangeeft, behalve bij eventuele toepassing van de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek op de opdrachten waarop zij betrekking hebben.

    Wat de raamovereenkomst betreft die met één enkele opdrachtnemer is gesloten, geldt, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, de laatste oplevering voor een opdracht die op basis van de raamovereenkomst is gesloten als oplevering ervan.

    Art. 65
    • § 1 De door de opdrachtnemer verstrekte waarborg wordt geregeld in de bepalingen van dit artikel en, in voorkomend geval, in de aanvullende bepalingen van de opdrachtdocumenten.

    • § 2 Van iedere beschadiging of buitendienststelling moet een door de leidend ambtenaar gedateerd en ondertekend proces-verbaal worden opgemaakt.

      Dat proces-verbaal moet vóór het verstrijken van de waarborgtermijn worden opgemaakt en binnen dertig dagen aan de opdrachtnemer worden betekend.

      De opdrachtnemer is maar aansprakelijk zo die formaliteiten werden vervuld.

    • § 3 Onverminderd het artikel 84, vervangt de opdrachtnemer op zijn kosten en binnen de opgelegde termijn, overeenkomstig de oorspronkelijke voorschriften, de producten die gebreken vertonen die geen gebruik toelaten dat in overeenstemming is met de voorwaarden van de opdracht of die buiten dienst geraken in de loop van de waarborgtermijn bij normaal dienst gebruik.

      De beschadigingen die aan toeval, overmacht of abnormaal gebruik van de geleverde producten zijn te wijten, vallen niet onder de waarborg, tenzij naar aanleiding van het voorval slecht werk of een gebrek aan het licht komt dat een reden is om de vervanging te eisen.

      Al de producten die uit de dienst werden genomen in de loop van de waarborgtermijn en waarvan de vervanging afhangt van de opdrachtnemer, worden te zijner beschikking gehouden en worden door hem weggehaald binnen de hem opgelegde termijn, die aanvangt de dag waarop er hem kennis is van gegeven. Na afloop van deze termijn wordt de [2 aanbesteder]2 eigenaar van deze voorwerpen, behalve zo de opdrachtnemer binnen deze termijn schriftelijk gevraagd heeft ze op zijn kosten en risico terug te sturen.

    • § 4 [1 Wanneer de opdrachtnemer niet overgaat tot de in de paragraaf 3 bedoelde vervanging, betaalt hij de waarde, inclusief btw, van de producten die moeten worden vervangen en de kosten, eveneens inclusief btw, verbonden aan die vervanging.]1

      De [2 aanbesteder]2 kan er echter mee instemmen dat beschadigingen die tijdens de waarborgtermijn zijn opgetreden, door de opdrachtnemer op eigen kosten wordt hersteld.

      Wanneer de herstelling in de werkplaatsen van de [2 aanbesteder]2 geschiedt, omvat de rekening die moet worden overgemaakt de waarde van de grondstoffen en het arbeidsloon, vermeerderd met het overeenstemmende deel van de algemene onkosten der werkplaatsen van de [2 aanbesteder]2.

    • § 5 Op de producten die ter vervanging worden geleverd, is de waarborgtermijn integraal van toepassing.

      De waarborgtermijn wordt eventueel verlengd met de tijd gedurende dewelke het product niet kon worden gebruikt ten gevolge van beschadiging.

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 72, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 11. - Algemene betalingsvoorwaarden

    Art. 66
    • § 1 De prijs van de opdracht wordt betaald hetzij ineens na volledige uitvoering ervan, hetzij met betalingen in mindering naargelang de uitvoering vordert en volgens de modaliteiten bepaald in de opdrachtdocumenten.

      Zodra de uitvoering van een opdracht zodanig is gevorderd dat zij recht geeft op betaling, wordt hiervan proces-verbaal opgemaakt door de [1 aanbesteder]1. De opdrachtnemer moet evenwel een schuldvordering indienen vooraleer hij kan worden betaald.

    • § 2 Wanneer op bevel of door toedoen van de [1 aanbesteder]1, de uitvoering van de opdracht voor een periode van minstens dertig dagen wordt geschorst, ontvangt de opdrachtnemer een betaling in mindering naar rato van de uitgevoerde prestaties.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Voorschotten
    Art. 67
    • § 1 Er kunnen voorschotten aan de opdrachtnemer worden toegestaan in de hierna opgesomde gevallen :

      1° overeenkomstig de in de opdrachtdocumenten vastgestelde modaliteiten voor opdrachten die ten aanzien van hun bedrag zeer belangrijke voorafgaande investeringen vergen, die uitsluitend voor hun uitvoering bestemd zijn :

      a) hetzij voor het oprichten van bouwwerken of installaties;

      b) hetzij voor de aankoop van materieel, machines of gereedschappen;

      c) hetzij voor de aankoop van octrooien, productie- of verbeteringslicenties;

      d) hetzij voor studies, proeven, aanpassingen of de bouw van prototypes;

      2° voor de overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die dienen te worden gegund :

      a) aan andere Staten of een internationale organisatie;

      b) aan leveranciers of dienstverleners waarmede verplicht moet gehandeld worden en die het storten van voorschotten als voorwaarde stellen voor het aanvaarden van de opdracht;

      c) aan een bevoorradings- of herstellingsinrichting die door Staten is opgericht;

      d) in het kader van de gemeenschappelijk door verschillende Staten of internationale instellingen gefinanceerde programma's voor navorsing, uittesten, studie, vervolmaking, ontwikkeling of productie;

      3° voor de overheidsopdrachten voor diensten van luchtvervoer van passagiers van categorie 3 van bijlage II, A, van de wet of van categorie 6 van bijlage 1 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang;

      4° voor de opdrachten voor leveringen of diensten die, volgens de gebruiken, hetzij op basis van een abonnement zijn gesloten, hetzij een voorafgaande betaling vereisen;

      5°[2 ...]2

      Het bedrag van de voorschotten mag vijftig percent van [3 het oorspronkelijke opdrachtbedrag]3 niet overschrijden, behoudens in de [2 gevallen vermeld onder 2° tot 4°]2.

    • § 2 [2 De betaling van het voorschot is onderworpen aan het indienen door de opdrachtnemer van een schriftelijke gedateerde en ondertekenende aanvraag met dit oogmerk.

      De betaling van voorschotten kan worden geschorst indien vastgesteld wordt dat de opdrachtnemer zijn contractuele verplichtingen niet nakomt of de bepalingen van artikel 7 van de wet of artikel 41 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, overtreedt.

      De aanbesteder houdt het door middel van de voorschotten reeds betaalde bedrag ter compensatie in op de bedragen die na deze betaling opeisbaar worden, overeenkomstig de modaliteiten van de opdrachtdocumenten.]2

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 73, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 32, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2018-04-15/01, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Betaling in geval van verzet tegen betaling of van derdenbeslag
    Art. 68

    In geval van verzet tegen de betaling of van bewarend derdenbeslag ten laste van de opdrachtnemer, wordt de betalingstermijn geschorst [1 ...]1. De schorsing eindigt op de dag dat de [2 aanbesteder]2 verwittigd wordt dat het beletsel tegen de betaling is opgeheven.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Intrest voor laattijdige betaling en vergoeding voor invorderingskosten
    Art. 69
    • § 1 [1 Wanneer de in artikelen 95, §§ 3 tot 5, 127 en 160 vastgestelde betalingstermijnen worden overschreden, heeft de opdrachtnemer van rechtswege en zonder ingebrekestelling recht op de betaling van een intrest naar rato van het aantal dagen overschrijding. Deze enkelvoudige intrest is hetzij de door de Europese Centrale Bank voor haar meest recente basisherfinancieringstransacties toegepaste intrestvoet, hetzij de marginale intrestvoet die het gevolg is van variabele rentetenders voor de meest recente basisherfinancieringstransacties van de Europese Centrale Bank. De bedoelde intrestvoet wordt vermeerderd met acht procent.

      De minister bevoegd voor Financiën maakt halfjaarlijks de voor ieder semester toepasselijke enkelvoudige intrest bekend in het Belgisch Staatsblad.]1

    • § 2 [1 Als er, overeenkomstig paragraaf 1, intrest voor laattijdige betaling verschuldigd is, heeft de opdrachtnemer van rechtswege en zonder ingebrekestelling recht op de betaling van een forfaitaire vergoeding van veertig euro voor invorderingskosten.

      Naast dit forfaitaire bedrag kan de opdrachtnemer voor dezelfde opdrachten aanspraak maken op een redelijke schadeloosstelling voor alle andere invorderingskosten die ontstaan zijn door de laattijdige betaling.]1

    • § 3 Het indienen van de regelmatig opgestelde factuur of de schuldvordering overeenkomstig de artikelen 95, 127, 141 en 160 geldt in voorkomend geval als schuldvordering voor de betaling van de in paragraaf 1 bedoelde intrest en de in paragraaf 2 bedoelde invorderingskosten, maar heeft geen invloed op het tijdstip waarop de intrest begint te lopen.

      [2 § 3/1. De in de eerste paragraaf bedoelde intrest wordt berekend op basis van de hoofdsom inclusief toepasselijke belastingen, rechten, heffingen of kosten als vermeld in de rechtmatig opgestelde factuur of in de schuldvordering overeenkomstig de artikelen 95, 127, 141 en 160. Wat evenwel de belasting op de toegevoegde waarde betreft is het tweede lid van toepassing.

      De in de eerste paragraaf bedoelde intrest wordt berekend op basis van het in het eerste lid bedoelde bedrag exclusief de belasting over de toegevoegde waarde. In het geval waarbij de aanbesteder niet beschouwd wordt als een publiekrechtelijk lichaam in de zin van artikel 6 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt de intrest echter berekend op basis van het in het eerste lid bedoelde bedrag inclusief de belasting over de toegevoegde waarde.]2

    • § 4 De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de betalingen die betrekking hebben op schadevergoedingen.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 33, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderbreking of vertraging van de uitvoering door de opdrachtnemer
    Art. 70

    Wanneer door de schuld van de [2 aanbesteder]2 de betaling niet is verricht na verloop van dertig dagen na de gestelde betalingstermijn, kan de opdrachtnemer het uitvoeringstempo van de werken, leveringen of diensten vertragen of onderbreken.

    In dit geval heeft de opdrachtnemer recht :

    1° in ieder geval, ongeacht of er een vertraging van het uitvoeringstempo of een onderbreking is of niet, op een termijnverlenging die gelijk is aan het aantal dagen begrepen tussen het verloop van de voornoemde periode van dertig dagen en de betalingsdatum, voor zover de aanvraag schriftelijk wordt ingediend vóór het verstrijken van de contractuele termijnen;

    2° op schadevergoeding, indien er werkelijk een vertraging van het uitvoeringstempo of een onderbreking is geweest en voorzover de rekening voor schadevergoeding wordt ingediend binnen de termijnen [4 bepaald in artikel 38/16]4.

    De beslissing om het uitvoeringstempo te vertragen of de werken, leveringen of diensten te onderbreken wegens achterstal van betaling, dient evenwel bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 ten laatste vijftien dagen vóór de dag van vertraging van het uitvoeringstempo of van de daadwerkelijke onderbreking aan de [2 aanbesteder]2 te worden gemeld.

    Ingeval meerdere overschrijdingen van betalingstermijnen elkaar overlappen, mogen deze slechts één keer in rekening worden gebracht.

    De bepalingen van dit artikel kunnen slechts worden ingeroepen op voorwaarde dat dit is gerechtvaardigd door het belang van de achterstallige betalingen in de loop van de beschouwde periode.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 34, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Korting wegens minderwaarde
    Art. 71

    [2 Onverminderd de artikelen 37 tot 38/19, wanneer de vastgestelde afwijkingen]2 van niet-essentiële voorwaarden van de opdracht miniem zijn en geen grote hinder kunnen veroorzaken bij het gebruik, bij de verwerking of ten aanzien van de levensduur, kan de [1 aanbesteder]1 de prestaties aanvaarden onder beding van korting wegens minderwaarde.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Compensatie
    Art. 72

    Elk bedrag dat aan de [1 aanbesteder]1 is verschuldigd in het kader van de uitvoering van de opdracht, wordt in eerste instantie ingehouden op de door de opdrachtnemer om welke reden ook opeisbare bedragen en vervolgens op de borgtocht.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 12. - Rechtsvorderingen

    Art. 73
    • § 1 [2 Elke rechtsvordering van de opdrachtnemer die steunt op de in de artikelen 38/9, 38/11 en 38/12 bedoelde feiten of omstandigheden, moet op straffe van rechtsverval, binnen de termijnen bepaald in de artikelen 50, 38/15 of 38/16 voorafgaandelijk schriftelijk worden bekendgemaakt en het voorwerp uitmaken van een schriftelijke aanvraag.]2

    • § 2 Iedere dagvaarding voor de rechter op verzoek van de opdrachtnemer en met betrekking tot een opdracht wordt, op straffe van rechtsverval en onverminderd paragraaf 1, aan de [1 aanbesteder]1 betekend uiterlijk dertig maanden volgend op de datum van betekening van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering. Wanneer de dagvaarding evenwel zijn oorsprong vindt in feiten of omstandigheden die zijn opgedoken tijdens de waarborgperiode, moet deze op straffe van rechtsverval worden betekend uiterlijk dertig maanden na het verstrijken van de waarborgperiode. Indien het opstellen van een proces-verbaal niet is opgelegd, neemt de termijn een aanvang vanaf de definitieve oplevering.

    • § 3 Wanneer het geschil het voorwerp heeft uitgemaakt van besprekingen tussen de partijen en de beslissing van de [1 aanbesteder]1 minder dan drie maanden vóór het verstrijken of helemaal niet binnen deze termijnen werd betekend, worden deze verlengd tot op het einde van de derde maand die volgt op deze van de betekening van de beslissing.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 36, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 3. - Specifieke bepalingen opdrachten voor werken

    Afdeling 1. - Bepalingen toepasselijk op alle opdrachten voor werken

    Toelatingen
    Art. 74

    Alleen de principiële toelatingen die voor de uitvoering van de opdracht zelf nodig zijn, worden door de [1 aanbesteder]1 bezorgd. Het verkrijgen van de vergunningen nodig voor de uitvoering van de werken en alle andere verrichtingen en verplichtingen die eraan onderworpen zijn, vallen ten laste van de aannemer.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Leiding en controle
    Art. 75
    • § 1 Onverminderd de bepalingen van artikel 83 met betrekking tot het dagboek van de werken, oefent de [2 aanbesteder]2 de controle uit op de werken met name door het afleveren van dienstbevelen of het opstellen van processen-verbaal. De dienstbevelen, de processen-verbaal en alle andere akten of documenten betreffende de opdracht worden aan de aannemer betekend, hetzij bij een [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3, hetzij via een schriftelijk stuk waarvan de aannemer de ontvangst bevestigt.

    • § 2 De aannemer neemt persoonlijk de leiding van en het toezicht op de werken op zich of wijst hiervoor een gemachtigde aan.

      De draagwijdte van het mandaat van de gemachtigde wordt schriftelijk door de aannemer aan de [2 aanbesteder]2 medegedeeld, die hiervoor een ontvangstbewijs aflevert.

      De [2 aanbesteder]2 is gerechtigd te allen tijde de gemachtigde te doen vervangen.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Uitvoeringstermijnen
    Art. 76
    • § 1 De uitvoeringstermijn kan betrekking hebben op de volledige opdracht. De opdracht kan ook uit verschillende delen of fasen bestaan, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag. Indien de opdracht niet uit delen of fasen bestaat kunnen de opdrachtdocumenten bovendien gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepalen die al dan niet bindend zijn.

    • § 2 De [2 aanbesteder]2 bepaalt de aanvangsdatum van de werken. Behalve voor de opdrachten die gedurende de winterperiode worden gegund en waarvan de uitvoering tot het gunstige seizoen moet worden uitgesteld, moet de aanvangsdatum van de werken gelegen zijn :

      1° voor gewone werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met of lager ligt dan klasse 5 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken : tussen de vijftiende en zestigste dag volgend op de dag van de sluiting van de opdracht;

      2° voor de werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met of hoger ligt dan klasse 6 van dezelfde reglementering : tussen de dertigste en de vijfenzeventigste dag volgend op de dag van de sluiting van de opdracht;

      3° voor de werken waarvan de aannemingsom overeenstemt met of lager ligt dan klasse 5 van dezelfde reglementering doch waarvoor bijzondere technieken of materialen moeten worden aangewend, zijn de modaliteiten van 2° van toepassing. De opdrachtdocumenten vermelden of dat geval op de opdracht toepasselijk is.

      Er moeten minstens vijftien dagen verlopen tussen de verzending van de brief waarin de aanvang van de werken wordt vastgesteld en de hiervoor bepaalde datum. Deze bepaling geldt echter niet :

      1° in geval van dringendheid;

      2°[4 behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, voor elke andere dan de eerste fase of het eerste deel van eenzelfde opdracht;]4

      3° voor de opdrachten die volgen op een eerste opdracht, gesloten met dezelfde aannemer op basis van een raamovereenkomst.

      De aannemer is verplicht de werken aan te vangen op de dag die hem werd medegedeeld en deze regelmatig voort te zetten zodat zij volledig binnen de contractueel bedongen uitvoeringstermijn zullen voltooid zijn.

    • § 3 De aannemer heeft het recht de verbreking van de opdracht te eisen wanneer de [2 aanbesteder]2 de aanvangsdatum van de werken niet heeft vastgesteld na het verstrijken van de honderdtwintigste of honderdvijftigste dag na het sluiten van de opdracht, naargelang de bovengenoemde respectieve termijnen van zestig of vijfenzeventig dagen op de opdracht van toepassing zijn. De aannemer kan de verbreking van de opdracht bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 aanvragen binnen een termijn van maximum dertig dagen na de betekening van het bevel om de werken aan te vatten.

    • § 4 Wanneer de uitvoeringstermijn in werkdagen is bepaald, worden als zodanig niet beschouwd :

      1° de zaterdagen behalve deze waarop de aannemer heeft of had moeten werken omwille van de verdeling van de arbeidsduur op de bouwplaats;

      2° de zondagen en wettelijke feestdagen;

      3° de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald bij koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst;

      4° de dagen waarop, zoals aanvaard door de [2 aanbesteder]2, het werken wegens ongunstige weersomstandigheden of de gevolgen ervan gedurende ten minste vier uren onmogelijk was of zou zijn geweest.

      Indien de uitvoeringstermijn van de opdracht evenwel om economische redenen niet in werkdagen is uitgedrukt maar in dagen, weken, maanden of jaren, of van de ene datum tot de andere of tegen een bepaalde einddatum, worden alle dagen zonder onderscheid in deze termijn gerekend. Zo de oorspronkelijke uitvoeringstermijn in dit geval de tachtig dagen niet overschrijdt, is de verplichte vakantieperiode verondersteld niet in deze uitvoeringstermijn te zijn begrepen, voor zover deze vakantieperiode tijdens de uitvoeringstermijn plaatsvindt.

    • § 5 Indien de aannemer buiten de bij wet gestelde perken moet werken, laat hij de [2 aanbesteder]2 over de werkelijkheid van deze toestand oordelen en vraagt hij daarvoor bij de bevoegde overheden de nodige toelatingen aan.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 37, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Ter beschikking stellen van gronden en lokalen
    Art. 77

    Het terrein dat door de werken of het bouwwerk wordt ingenomen, wordt door de [1 aanbesteder]1 gratis ter beschikking gesteld van de aannemer. Buiten dat terrein zorgt de aannemer er zelf voor dat hij de beschikking krijgt over de gronden, die hij voor de uitvoering van de opdracht nodig acht. Wil de [1 aanbesteder]1 de aannemer deze gronden geheel of ten dele verschaffen, dan wordt dit aangeduid in de opdrachtdocumenten.

    Wanneer lokalen ter beschikking van de aannemer gesteld worden voor om het even welk gebruik, moet hij die lokalen in goede staat houden zolang hij ze in gebruik heeft, en moet hij ze desgevraagd op het einde van de opdracht in hun oorspronkelijke staat herstellen.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Voorwaarden betreffende het personeel
    Art. 78
    • § 1 Ongeacht of zij voortvloeien uit de wet dan wel uit paritaire overeenkomsten op nationaal, gewestelijk of lokaal niveau, zijn alle wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen inzake de algemene arbeidsvoorwaarden, veiligheid en hygiëne, toepasselijk op al het personeel van de bouwplaats.

      De aannemer neemt de nodige maatregelen zodat alle belanghebbenden de teksten van de collectieve overeenkomsten die op de bouwplaats van toepassing zijn, kunnen raadplegen.

    • § 2 De aannemer, eenieder die in enig stadium als onderaannemer optreedt en eenieder die personeel ter beschikking stelt, is verplicht zijn personeel de lonen, bijlonen en vergoedingen te betalen tegen de prijs die is vastgesteld ofwel bij wet, ofwel door collectieve overeenkomsten gesloten door paritaire comités of door ondernemingsovereenkomsten.

    • § 3 De aannemer houdt te allen tijde een dagelijks bijgewerkte lijst van al het personeel dat hij op de bouwplaats tewerkstelt, ter beschikking van de [1 aanbesteder]1 op een door deze op de bouwplaats aangeduide plaats.

      Deze lijst bevat minstens de volgende individuele inlichtingen :

      1° de naam;

      2° de voornaam;

      3° de geboortedatum;

      4° het beroep;

      5° de kwalificatie;

      6° de reële prestaties per dag, op de bouwplaats geleverd;

      7° [2 ...]2

      [2 De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten van werken waarvoor het in artikel 31ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoelde aanwezigheidsregistratiesysteem of -wijze op de werf verplicht is.]2

      [2 § 3/1. De opdrachtnemer maakt, op eerste verzoek van de aanbesteder, de gegevens omtrent de uurlonen over, wanneer deze niet rechtstreeks kunnen geraadpleegd worden door de aanbesteder.]2

    • § 4 De aannemer zorgt ervoor dat eenieder die in enig stadium als onderaannemer optreedt of personeel ter beschikking stelt op de bouwplaats, een dagelijks bijgewerkte lijst van al zijn op de bouwplaats tewerkgesteld personeel ter beschikking houdt van de [1 aanbesteder]1 op een door haar op de bouwplaats aangeduide plaats.

      De verantwoordelijkheid voor het opstellen van deze lijst berust bij de onderaannemer of bij de persoon die personeel ter beschikking stelt. De lijst bevat de inlichtingen die in paragraaf 3 bedoeld worden.

    • § 5 Alvorens zijn werk aan te vatten, maakt de aannemer, wat hem betreft, het volledig adres in België bekend waar de afgevaardigden van de [1 aanbesteder]1 zich op eenvoudig verzoek hiernagenoemde documenten ter beschikking kunnen doen stellen :

      1° de individuele periodieke loonstaten, volgens het door de sociale wetgeving voorgeschreven model, van ieder op de bouwplaats werkend arbeider;

      2° de periodieke aangifte aan de bevoegde dienst inzake sociale zekerheid.

      Deze verplichting van de aannemer geldt ook wat de personen betreft die in enig stadium als onderaannemer optreden of personeel ter beschikking stellen, vooraleer zij hun werken aanvatten.

    • § 6 Dit artikel is van toepassing op alle aannemers en op alle personen die personeel ter beschikking stellen, ook op hen waarvan de zetel of het domicilie op het grondgebied van een andere Staat is gevestigd, en dit alles wat ook de nationaliteit en de verblijfplaats van het tewerkgesteld personeel zij.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 38, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 78/1

    [1 Bij de opdrachten voor werken geplaatst door een aanbestedende overheid, moeten de onderaannemers, op welke plaats in de onderaannemingsketen zij ook optreden en in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij uitvoeren, voldoen aan de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. Bij opdrachten voor werken geplaatst door een overheidsbedrijf, kunnen de opdrachtdocumenten dit eveneens opleggen.

    De onderhavige bepaling doet geen afbreuk aan in artikel 12, § 1, bedoelde aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ten aanzien van de aanbesteder.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2017-06-22/01, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Organisatie van de bouwplaats
    Art. 79

    Onverminderd de wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, staat de aannemer in voor de orde op de bouwplaats tijdens de duur van de werken, en is hij verplicht, in het belang van de ambtenaren van de [1 aanbesteder]1 en van derden, zowel als in dat van zijn eigen personeel, alle nodige maatregelen te treffen om hun veiligheid te waarborgen.

    De aannemer treft op zijn volle verantwoordelijkheid en op zijn kosten al de maatregelen die onontbeerlijk zijn voor de bescherming, de instandhouding en de integriteit van de bestaande constructies en werken. Hij neemt tevens alle voorzorgen die door de bouwkunst en door de bijzondere omstandigheden worden vereist om de naburige eigendommen te vrijwaren en om te vermijden dat daarin door zijn schuld stoornissen worden veroorzaakt.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Wijzigingen aan de opdracht
    Art. 80
    • § 1 Elk bevel tot wijziging van de opdracht wordt schriftelijk gegeven. Wordt nochtans met een geschreven bevel gelijkgesteld, het mondeling bevel waarvan de aannemer binnen de achtenveertig uur bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 melding heeft gemaakt aan de leidend ambtenaar en dat door de aanbestedende overheid niet is weerlegd binnen de drie werkdagen vanaf de ontvangst van bedoelde brief.

      Minder belangrijke wijzigingen kunnen evenwel enkel als vermeldingen in het dagboek worden opgetekend.

      De bevelen of de vermeldingen duiden de wijzigingen aan die aan de oorspronkelijke bepalingen van de opdracht alsmede aan de plannen dienen te worden aangebracht.

    • § 2 De onvoorziene werken die de aannemer gehouden is uit te voeren, de voorziene werken die aan de aanneming worden onttrokken alsmede al de andere wijzigingen, worden berekend tegen de eenheidsprijzen van de offerte of bij ontstentenis aan de hand van overeen te komen eenheidsprijzen.

      In één van de volgende gevallen kan elke partij een herziening van de eenheidsprijzen eisen voor bijkomende werken van dezelfde aard en beschreven in dezelfde bewoordingen als in de post van de opmetingsstaat :

      1° de bijkomende werken het drievoudige overtreffen van de hoeveelheid voorzien in de betreffende post van de opmetingsstaat;

      2° de prijs van de supplementen die betrekking hebben op de betreffende post tien procent van het opdrachtbedrag overtreft, met een minimum van tweeduizend euro.

      Indien een nieuwe eenheidsprijs wordt overeengekomen voor een bijkomend werk, blijft de oude prijs van toepassing op de aanvankelijk aangeduide hoeveelheid.

      Elke partij kan eveneens een herziening van de eenheidsprijzen eisen wanneer de hoeveelheid die wordt onttrokken aan een post van de opmetingsstaat, meer dan het vijfde van de aanvankelijk aangeduide hoeveelheid beloopt.

    • § 3 Opdat er aanleiding zou zijn tot herziening van eenheidsprijzen, moet één der partijen zijn wil dienaangaande aan de andere partij te kennen geven bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3, en dit binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum waarop de wijzigingsbevelen geldig werden gegeven.

      Bij ontstentenis van een akkoord over de nieuwe eenheidsprijzen stelt de [2 aanbesteder]2 ze van ambtswege vast, met behoud van alle rechten van de aannemer.

      De aannemer is verplicht om de werken zonder onderbreking voort te zetten, ondanks de betwistingen waartoe het vaststellen van nieuwe prijzen aanleiding zou kunnen geven.

    • § 4 In geval van bijkomende werken of wijzigingen aan het voorziene werk, vermeldt het geschreven bevel, de verrekening of de bijakte :

      1° ofwel de verlenging van de uitvoeringstermijn op grond van de verhoging van het bedrag van de opdracht en van de aard van de wijzigingen en de bijkomende werken;

      2° ofwel de uitsluiting van iedere verlenging van de termijn.

    • § 5 Wanneer de wijzigingen op bevel van de [2 aanbesteder]2 leiden tot één of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de oorspronkelijke aannemingssom veroorzaakt, heeft de aannemer recht op een forfaitaire vergoeding van tien percent van deze vermindering, ongeacht het uiteindelijke bedrag van de opdracht.

      De betaling van deze vergoeding is onderworpen aan het indienen door de aannemer van een schuldvordering of een geschreven aanvraag die hiervoor in de plaats komt.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Spel van de vermoedelijke hoeveelheden
    Art. 81

    Wanneer onafhankelijk van elke door de [2 aanbesteder]2 aangebrachte wijziging aan de opdracht, de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden van een post volgens prijslijst het drievoudige overtreffen of minder bedragen dan de helft van de vermoedelijke hoeveelheden, kan elk van de partijen de herziening van de oorspronkelijke eenheidsprijzen en uitvoeringstermijnen vragen.

    Zelfs wanneer de in het vorige lid vermelde drempels niet bereikt zijn, mag de uitvoeringstermijn aangepast worden aan de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden wanneer hun omvang dit rechtvaardigt.

    Ingeval van overschrijding zijn de eventueel herziene prijzen slechts van toepassing op de uitgevoerde hoeveelheden die het drievoudige van de vermoedelijke hoeveelheden overschrijden.

    De partij die de herziening vraagt, moet de andere partij van haar voornemen de eenheidsprijzen en/of termijnen te willen herzien op de hoogte brengen ten laatste dertig dagen na het opstellen van de vorderingsstaat waarin vastgesteld wordt dat de uitgevoerde hoeveelheid het drievoudige of minder dan de helft van de vermoedelijke hoeveelheid bereikt. Deze kennisgeving gebeurt bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3.

    Na verloop van deze termijn geldt deze kennisgeving slechts voor de vanaf de datum van deze kennisgeving uitgevoerde hoeveelheden.

    In ieder geval rechtvaardigt de eisende partij de nieuwe eenheidsprijzen en/of termijnen die uit die nieuwe toestand voortkomen.

    Bij ontstentenis van een akkoord over de nieuwe eenheidsprijzen, stelt de [2 aanbesteder]2 ambtshalve de prijzen vast die ze gerechtvaardigd acht, met behoud van alle rechten van de aannemer.

    De aannemer is verplicht de werken zonder onderbreking voort te zetten, ongeacht de betwistingen waartoe het vaststellen van de nieuwe eenheidsprijzen aanleiding zou geven.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Controlemiddelen
    Art. 82
    • § 1 De aannemer meldt aan de [1 aanbesteder]1 de exacte uitvoeringsplaats van de werken op de bouwplaats, in zijn werkplaatsen, bij zijn onderaannemers of zijn leveranciers.

      De proeven en controles voor de keuring van de producten worden naar keuze van de [1 aanbesteder]1 verricht, hetzij :

      1° op de bouwplaats of op de plaats van de levering;

      2° in de werkplaatsen van de producent;

      3° in de laboratoria van de [1 aanbesteder]1 of die door haar aanvaard zijn;

      4° in de laboratoria bedoeld in de wetgeving betreffende de accreditatie van instellingen voor conformiteitsbeoordeling.

      Onverminderd de keuringen die op de bouwplaats moeten worden verricht, draagt de aannemer er zorg voor dat de leidend ambtenaar en de door de [1 aanbesteder]1 aangestelde gemachtigden te allen tijde vrij toegang hebben tot de plaats van productie, teneinde de stipte naleving van de opdracht te controleren, onder andere wat de herkomst en de kwaliteit van de producten betreft.

      Wanneer de [1 aanbesteder]1 toezicht houdt op de plaats van productie, mag, op straffe van weigering, geen enkele levering naar de bouwplaats worden verzonden vooraleer zij door de aangestelde van de [1 aanbesteder]1 voor verzending werd goedgekeurd.

      Wanneer de producten onder permanente controle in een bepaalde werkplaats worden vervaardigd, kunnen ze zonder verder nazicht vanwege de [1 aanbesteder]1, worden verzonden.

    • § 2 Ingeval de resultaten van de proeven worden betwist, heeft ieder van de partijen het recht een tegenproef te vragen.

      De tegenproef bestaat uit het onderzoek van [2 de eigenschappen die een negatief resultaat opleverden]2 die bij de eerste proef werden nagegaan. Al de resultaten van de tegenproef dienen voldoening te geven.

      De resultaten van de tegenproeven zijn beslissend.

      De kosten van de tegenproef vallen ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.

      Een dienovereenkomstige verlenging van de uitvoeringstermijn wordt toegestaan in de mate dat de tegenproef de aannemer in het gelijk stelt, en voorzover hij bewijst dat de uitvoering van zijn werken hierdoor werd vertraagd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.

    • § 3 De aanvaarde producten die zich op de bouwplaats bevinden, blijven er onder toezicht van de aannemer. Ze mogen niet meer zonder de toestemming van de [1 aanbesteder]1 van de bouwplaats worden verwijderd.

      De [1 aanbesteder]1 wordt eigenaar van de voor verwerking op de bouwplaats aangevoerde producten van zodra zij voor betaling werden aanvaard. De aannemer blijft echter voor deze producten verantwoordelijk tot de voorlopige oplevering van de opdracht.

    • § 4 De geweigerde producten worden door de aannemer binnen de vijftien dagen na de betekening van het proces-verbaal van weigering verwijderd en van de bouwplaats afgevoerd. Zo niet geschiedt de verwijdering ambtshalve door de [1 aanbesteder]1 op kosten en voor risico van de aannemer.

      Ieder gebruik van geweigerde producten heeft de ambtshalve weigering van de oplevering van de opdracht tot gevolg.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 40, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Dagboek van de werken
    Art. 83
    • § 1 Een dagboek van de werken, opgemaakt in de door de [2 aanbesteder]2 aanvaarde vorm en door de aannemer geleverd, wordt op elke bouwplaats door de [2 aanbesteder]2 en uitsluitend door haar bijgehouden. Zij tekent er dagelijks onder meer de onderstaande inlichtingen in op :

      1° de aanduiding van de weersomstandigheden, de werkonderbrekingen wegens ongunstige weersomstandigheden, de werkuren, het aantal en de hoedanigheid van de op de bouwplaats tewerkgestelde arbeiders, de aangevoerde materialen, het gebruikte materieel, het materieel buiten dienst, de ter plaatse gedane proeven, de verstuurde monsters, de onvoorziene omstandigheden, alsmede de louter toevallige en minder belangrijke bevelen aan de aannemer;

      2° de gedetailleerde notities van alle op de bouwplaats controleerbare elementen, die nuttig zijn voor het berekenen van de aan de aannemer te verrichten betalingen, zoals uitgevoerde werken, uitgevoerde hoeveelheden, aangevoerde producten die in rekening mogen worden gebracht. Deze gedetailleerde notities maken integraal deel uit van het dagboek van de werken, maar kunnen in voorkomend geval in bijlagen van het dagboek worden opgetekend;

      3° in voorkomend geval, de gegevens en opmerkingen die overeenstemmen met de inhoud van het coördinatiedagboek als bedoeld in de regelgeving betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.

    • § 2 Onverminderd de eventuele verplichtingen inzake het bijhouden van het coördinatiedagboek, staat het de [2 aanbesteder]2 vrij geen dagboek van de werken of een gedeelte ervan bij te houden. In dat geval vermeldt zij dat in de opdrachtdocumenten.

      Evenwel dienen de gedetailleerde notities steeds te worden bijgehouden ingeval van opdrachten tegen andere dan globale prijzen.

    • § 3 De inlichtingen vermeld in het dagboek van de werken en in de gedetailleerde notities zijn afkomstig van de [2 aanbesteder]2, de aannemer en, in voorkomend geval, van de coördinator inzake veiligheid en gezondheid. Op verzoek van de aanbestedende overheid verstrekt de aannemer alle nuttige inlichtingen voor het regelmatig bijhouden van het dagboek van de werken.

      De vermeldingen in het dagboek van de werken en in de gedetailleerde notities worden ondertekend door de [2 aanbesteder]2 en medeondertekend door de aannemer of zijn vertegenwoordiger, alsook, in voorkomend geval, door de coördinator inzake veiligheid en gezondheid.

    • § 4 Indien hierover onenigheid is, maakt de aannemer bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3, verzonden binnen de vijftien dagen na de betwiste vermelding of gedetailleerde notities, zijn opmerkingen aan de [2 aanbesteder]2 bekend. Hij formuleert zijn opmerkingen op duidelijke en omstandige wijze.

      Indien hij zijn opmerkingen niet mededeelt op de wijze en binnen de termijn zoals hierboven beschreven, wordt de aannemer geacht akkoord te gaan met de vermeldingen in het dagboek van de werken en in de gedetailleerde notities.

      Wanneer deze opmerkingen niet als gegrond worden beschouwd, wordt de aannemer hierover per [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 ingelicht.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Aansprakelijkheid van de aannemer
    Art. 84
    • § 1 De aannemer is aansprakelijk voor alle werken die door hem of door zijn onderaannemers zijn uitgevoerd tot de definitieve oplevering van het geheel van de werken.

      Gedurende de waarborgtermijn moet de aannemer, naargelang de vereisten, aan het bouwwerk al de nodige werken en herstellingen uitvoeren om het in goede staat of in goede werking te houden.

      Na de voorlopige oplevering is de aannemer evenwel niet aansprakelijk voor de schade waarvan de schuld niet bij hem ligt.

    • § 2 Vanaf de voorlopige oplevering en onverminderd de bepalingen van paragraaf 1 betreffende zijn verplichtingen gedurende de waarborgtermijn, is de aannemer aansprakelijk voor de stevigheid van het bouwwerk en voor de goede uitvoering van de werken, overeenkomstig de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek.

    Middelen van optreden
    Vermoeden van bedrog of slecht werk
    Art. 85

    Wordt bedrog of slecht werk vermoed, dan kan de aannemer verplicht worden het uitgevoerde werk geheel of gedeeltelijk te slopen en te herbouwen. De kosten van sloping en herbouw komen, naargelang het vermoeden bewaarheid wordt of niet voor rekening van de aannemer of voor de [1 aanbesteder]1.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vertragingsboetes
    Art. 86
    • § 1 De vertragingsboetes worden berekend op grond van de formule :

      R = 0,45 x ((M x n2) / N2)

      waarin :

      R = het bedrag van de toe te passen boete;

      M = het oorspronkelijke opdrachtbedrag;

      N = het aantal werkdagen vastgesteld voor de uitvoering bij de aanvang van de opdracht;

      n = het aantal dagen vertraging.

      Indien de factor M evenwel niet meer bedraagt dan vijfenzeventig duizend euro terwijl N niet groter is dan honderd en vijftig dagen, wordt de noemer N2 door 150 x N vervangen.

    • § 2 Indien de uitvoeringstermijn een gunningscriterium van de opdracht vormt, wordt de berekeningswijze van de vertragingsboetes vastgesteld in de opdrachtdocumenten. Zo niet is de formule van paragraaf 1 van toepassing.

    • § 3 Wanneer de uitvoeringstermijn niet in werkdagen is uitgedrukt, wordt het getal N in de formule conventioneel verkregen door het aantal dagen van de uitvoeringstermijn te vermenigvuldigen met 0,7. In het verkregen product wordt naar beneden afgerond.

    • § 4 Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fasen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn N en een eigen bedrag M, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.

    • § 5 Indien de opdracht niet uit delen of fasen in de zin van paragraaf 4 bestaat, doch de opdrachtdocumenten gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepalen zonder dat deze daarom ook bindend zijn, moeten deze termijnen als louter indicatief worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt voor de toepassing van de boetes alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien de opdrachtdocumenten daarentegen vermelden dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in die documenten daartoe voorziene boetes of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boetes die volgens de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde formule zijn berekend en waarin de factoren M en N op de gehele opdracht betrekking hebben. De hoogste boete voor elke gedeeltelijke uitvoeringstermijn van P werkdagen bedraagt evenwel :

      (M / 20) x (P / N)

      Indien een gedeeltelijke uitvoeringstermijn niet in werkdagen is uitgedrukt, wordt paragraaf 3 toegepast.

    • § 6 Het totaalbedrag van de vertragingsboetes dat op een opdracht wordt toegepast, mag niet hoger zijn dan vijf procent van het bedrag M, zoals bepaald in paragraaf 1. Wanneer de uitvoeringstermijn een gunningscriterium van de opdracht vormt, kunnen de opdrachtdocumenten het bovengenoemde percentage verhogen tot maximum tien procent. Dit percentage wordt vastgesteld in verhouding tot de relatieve belangrijkheid van het gunningscriterium betreffende de uitvoeringstermijn.

      De boetes waarvan het totaal geen vijfenzeventig euro per opdracht bereikt, worden niet aangerekend.

    Ambtshalve maatregelen
    Art. 87
    • § 1 Wanneer wordt vastgesteld dat de aannemer in gebreke is gebleven vóór het aanvangsbevel van de werken is afgeleverd, staat het uitblijven van dit bevel de toepassing van ambtshalve maatregelen niet in de weg.

      Ingeval de werken reeds aangevat zijn, legt de in gebreke gebleven aannemer zijn werken stil vanaf de dag die hem wordt aangeduid. Alle werken die daarna wordt uitgevoerd, blijven kosteloos verworven door de aanbestedende overheid.

      Nadat de aannemer hiervoor wordt opgeroepen, wordt de staat van de werken, het materieel en de materialen die op de bouwplaats zijn aangevoerd, opgemaakt.

      De [2 aanbesteder]2 kan overgaan tot elke bouw of sloping of tot het nemen van elke andere maatregel die zij voor het behoud en de goede uitvoering van de werken nodig acht.

      Behalve bij verbreking van de opdracht, is de [2 aanbesteder]2 gerechtigd, tegen vergoeding, van het materieel en de materialen van de aannemer waarvan zij hem de lijst bezorgt, gebruik te maken om de opdracht voort te zetten of te doen voortzetten.

      De aannemer is verplicht binnen de kortst mogelijke tijd zijn materieel en materialen welke de [2 aanbesteder]2 niet wenst te behouden, van de bouwplaats te verwijderen.

      De aannemer mag de voor zijn rekening verrichte werken volgen, evenwel zonder de uitvoering van de bevelen van de [2 aanbesteder]2 te hinderen.

      De berichten betreffende de plaats en datum voor de oplevering van het voor zijn rekening uitgevoerde bouwwerk, worden aan de in gebreke gebleven aannemer betekend, hetzij bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3, hetzij via een schriftelijk stuk waarvan de aannemer de ontvangst bevestigt.

    • § 2 Ingeval de maatregelen bedoeld in artikel 47, § 2, eerste lid, 2° en 3°, worden toegepast, worden de vertragingsboetes voor hun maximum bedrag opgelegd, overeenkomstig artikel 86, § 6.

      Buiten het bedrag van de straffen, de boetes wegens laattijdige uitvoering en de slopingskosten, vallen de extra kosten ingevolge de nieuwe wijze van uitvoering ten laste van de in gebreke gebleven aannemer.

      De voornoemde extra kosten maken het positief verschil uit tussen, enerzijds, het bedrag van de van ambtswege uitgevoerde werken desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde en, anderzijds, het bedrag desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde dat door de in gebreke gebleven aannemer voor die werken zou zijn aangerekend. Indien dat verschil negatief uitvalt, blijft het verworven door de [2 aanbesteder]2.

      Komen niet in aanmerking voor de berekening van de extra kosten voor de werken voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer :

      1° binnen de perken van artikel 80, § 1, de werken in meer of in min die van ambtswege door de [2 aanbesteder]2 werden bevolen na kennisgeving van de beslissing tot het nemen van maatregelen van ambtswege;

      2° [4 de prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 1;]4

      3° de nieuwe eenheidsprijzen overeengekomen met de aannemer belast met de uitvoering van de opdracht voor rekening, bij toepassing van artikel 80, § 2, en 81.

      Vallen eveneens voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer, de kosten van het voor rekening aangaan van de nieuwe opdracht of opdrachten. Ongeacht de voor de opdracht of opdrachten gebruikte gunningswijze, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht of opdrachten aangerekend, zonder vijftien duizend euro te overschrijden.

    • § 3 Wanneer de aannemer gedurende de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 84, § 1, niet nakomt, kan de [2 aanbesteder]2, na ingebrekestelling bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 44, § 2, de herstellings- en verbouwingswerken voor rekening van de in gebreke gestelde aannemer uitvoeren of doen uitvoeren.

      Hetzelfde geldt wanneer de aannemer bij het verstrijken van de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 84, § 2, niet nakomt.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 41, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Inhoudingen voor niet betaalde lonen, sociale lasten en belastingen die zijn verschuldigd
    Art. 88

    Wanneer lonen of sociale zekerheidsbijdragen, evenals de bijhorende belastingen, verschuldigd voor het personeel dat op de bouwplaats is of was tewerkgesteld en door een dienstcontract aan die aannemer of aan één van zijn onderaannemers is of was verbonden, of nog, aan de aannemer of aan één van zijn onderaannemers ter beschikking werd gesteld, niet zijn betaald, dan houdt de [1 aanbesteder]1 ambtshalve het brutobedrag van de achterstallige lonen en bijdragen in op de aan de aannemer verschuldigde bedragen.

    De [1 aanbesteder]1 betaalt die achterstallige lonen en maakt de sociale zekerheidsbijdragen alsmede de afhoudingen betreffende de inkomstenbelasting op die achterstallige lonen rechtstreeks over aan de rechthebbenden.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Incidenten bij de uitvoering
    Art. 89

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vondsten tijdens de werken
    Art. 90

    Iedere vondst van enig belang tijdens het graaf- of slopingswerk wordt onverwijld ter kennis gebracht van de [1 aanbesteder]1.

    In afwachting van een beslissing van de [1 aanbesteder]1 en zonder afbreuk te doen aan zijn recht op schadevergoeding, onderbreekt de aannemer de uitvoering van de werken in de onmiddellijke omgeving van de vondst en verbiedt elke toegang.

    De kunstvoorwerpen, de oudheidkundige-, natuurhistorische-, numismatieke voorwerpen of andere die een wetenschappelijke waarde hebben evenals de zeldzame en kostbare voorwerpen die bij het graaf- of het slopingswerk worden gevonden, worden, in afwachting van het bepalen van de eigendomsrechten op grond van de toepasselijke wetgeving, ter beschikking van de leidend ambtenaar of van haar gemachtigde gehouden, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Opleveringen en waarborg
    Art. 91

    Door de voorlopige oplevering beschikt de [1 aanbesteder]1 over heel het door de aannemer uitgevoerde bouwwerk.

    Vóór de voorlopige oplevering mag de [1 aanbesteder]1 wanneer zij dit wenselijk acht, over de verschillende delen van het bouwwerk beschikken naargelang ze beëindigd worden, op voorwaarde dat hiervan een plaatsbeschrijving wordt opgemaakt.

    De volledige of gedeeltelijke inbezitneming van het bouwwerk door de [1 aanbesteder]1 kan niet gelden als voorlopige oplevering.

    Zodra de [1 aanbesteder]1 het bouwwerk geheel of gedeeltelijk in bezit heeft genomen, is de aannemer evenwel niet meer verplicht de aan het gebruik te wijten beschadigingen te herstellen.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 92
    • § 1 Het bouwwerk dat niet aan de bepalingen of voorwaarden van de opdracht voldoet of niet volgens de regels van vakmanschap en bouwkunde is uitgevoerd, wordt door de aannemer gesloopt en herbouwd. Zo niet geschiedt dit van ambtswege op bevel van de [3 aanbesteder]3 op zijn kosten en risico, overeenkomstig de middelen van optreden bepaald in artikel 87. De aannemer stelt zich bovendien bloot aan boetes en straffen wegens niet-naleving van de bepalingen en voorwaarden van de opdracht.

      De [3 aanbesteder]3 kan de aannemer op dezelfde manier verplichten het bouwwerk of delen ervan waarin niet aanvaarde producten werden verwerkt of die in een verbodsperiode werden uitgevoerd, te slopen en te herbouwen. Desnoods handelt ze ambtshalve op kosten en risico van de aannemer.

    • § 2 Wanneer het bouwwerk op de daartoe vastgestelde datum wordt voltooid en voor zover de resultaten van de keuringen en van de voorgeschreven proeven gekend zijn, wordt binnen vijftien dagen na bovengenoemde datum, naargelang het geval, een proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.

      Wanneer het bouwwerk vóór of na die datum wordt voltooid, geeft de aannemer daarvan bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 kennis aan de leidend ambtenaar en vraagt terzelfdertijd de voorlopige oplevering. Binnen vijftien dagen na de datum waarop het verzoek van de aannemer wordt ontvangen en voorzover de resultaten van de keuringen en van de voorgeschreven proeven zijn gekend, wordt een proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.

      [1 ...]1

      Het bouwwerk dat in staat van voorlopige oplevering is bevonden, wordt tot bewijs van het tegendeel, vermoed in die toestand te hebben verkeerd op de datum waarop het diende te zijn voltooid of, wat de gevallen van het tweede lid betreft, op de datum van de werkelijke voltooiing die door de aannemer in zijn [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 werd vermeld.

      De waarborgtermijn gaat in op de datum van de voorlopige oplevering. Indien de opdrachtdocumenten geen waarborgtermijn vooropstellen, wordt hij op één jaar gesteld.

    • § 3 Binnen de vijftien dagen vóór de dag waarop de waarborgtermijn verstrijkt, wordt naargelang het geval een proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van oplevering opgesteld.

      In dit laatste geval moet de aannemer achteraf bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 aan de [3 aanbesteder]3 meedelen dat het geheel van het bouwwerk in staat van definitieve oplevering is gesteld. Het bouwwerk wordt binnen de vijftien dagen volgend op de ontvangst van die mededeling door de [3 aanbesteder]3 opgeleverd.

      Het bouwwerk dat in staat van definitieve oplevering is bevonden, wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed in die toestand te hebben verkeerd op de einddatum van de waarborgtermijn of, wat de gevallen van het tweede lid betreft, op de datum van de definitieve oplevering die door de aannemer in zijn [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 werd vermeld.

    • § 4 Het nazicht met het oog op de voorlopige of de definitieve oplevering van het bouwwerk, geschiedt in aanwezigheid van de aannemer ofwel nadat hij tenminste zeven dagen vóór de dag van de oplevering behoorlijk bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 werd opgeroepen.

      Wanneer ingevolge ongunstige weersomstandigheden de staat van het bouwwerk niet kan worden opgenomen gedurende de voor de voorlopige of voor de definitieve oplevering vastgestelde termijn van vijftien dagen, wordt die onmogelijkheid bij proces-verbaal na oproeping van de aannemer vastgesteld, en wordt het proces-verbaal van oplevering of van weigering van oplevering binnen de vijftien dagen na de dag waarop de onmogelijkheid heeft opgehouden te bestaan, opgesteld.

      De aannemer kan die omstandigheden niet inroepen om zich te onttrekken aan de verplichting het bouwwerk in goede staat van oplevering aan te bieden.

      Het bouwwerk wordt pas als voltooid beschouwd nadat de aannemer ieder depot, iedere belemmering of iedere wijziging van de plaatsgesteldheid aangebracht voor de uitvoering van de opdracht heeft doen verdwijnen.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vrijgave van de borgtocht
    Art. 93

    Ingeval van twee opleveringen, een voorlopige en een definitieve, wordt de borgtocht bij helften vrijgegeven : de ene helft na de voorlopige oplevering van de gehele opdracht, de andere helft na de definitieve oplevering, in beide gevallen na aftrek van de sommen die de aannemer eventueel aan de [1 aanbesteder]1 verschuldigd is.

    Wanneer slechts in één enkele oplevering is voorzien, gebeurt de vrijgave ineens na die oplevering.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering
    Art. 94

    De prijs van de werken die tijdens een aan de aannemer te wijten periode van vertraging worden uitgevoerd, wordt op grond van de voor de [1 aanbesteder]1 meest voordelige berekeningsmethode als volgt vastgesteld :

    1° hetzij door aan de samenstellende factoren van de prijzen, die contractueel voor herziening zijn aangeduid, de waarden toe te kennen die gedurende de beschouwde periode van vertraging toepasselijk waren;

    2° hetzij door aan elk van die factoren een gemiddelde waarde (E) toe te kennen welke door volgende formule wordt bepaald :

    (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2013, p. 8840)

    waarin :

    e1, e2,... en, de opeenvolgende waarden van de beschouwde factor gedurende de contractuele termijn, eventueel verlengd in de mate waarin de vertraging niet aan de aannemer te wijten was;

    t1, t2,.. tn, de met deze waarde overeenstemmende tijdsduur, uitgedrukt in maanden van dertig dagen. Een deel van een maand en de duur van de schorsingen in de uitvoering van de opdracht komen niet in aanmerking.

    De waarde van E wordt tot op het tweede decimale cijfer berekend.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Betalingen
    Art. 95
    • § 1 Zowel voor de betalingen in mindering als voor de betaling van het saldo of de éénmalige betaling van de opdrachtsom, legt de aannemer een gedateerde en ondertekende schuldvordering over die steunt op een gedetailleerde staat van de gerealiseerde werken, welke volgens hem de gevraagde betalingen rechtvaardigen.

      Deze gedetailleerde staat kan omvatten :

      1° de hoeveelheden uitgevoerd op grond van de posten van de samenvattende opmeting;

      2° de hoeveelheden uitgevoerd boven de vermoedelijke hoeveelheden van de posten van de samenvattende opmeting;

      3° de meerwerken uitgevoerd op schriftelijk bevel;

      4° de werken uitgevoerd tegen de door de aannemer voorgestelde en door de [2 aanbesteder]2 nog niet aanvaarde eenheidsprijzen.

    • § 2 De [2 aanbesteder]2 beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de datum van ontvangst van de schuldvordering en de gedetailleerde staat van de gerealiseerde werken bedoeld in paragraaf 1.

      De [2 aanbesteder]2 stelt binnen de verificatietermijn de volgende verrichtingen :

      1° ze ziet de ingediende staat van de werken na en brengt er eventueel verbeteringen in aan. Wanneer er niet tussen de partijen overeengekomen prijzen in voorkomen, stelt ze deze prijzen ambtshalve vast met behoud van alle rechten van de aannemer;

      2° ze maakt een proces-verbaal op met vermelding van de werken die voor betaling zijn aanvaard en het volgens haar verschuldigde bedrag. Ze geeft de aannemer schriftelijk kennis van dit proces-verbaal en verzoekt hem binnen vijf dagen, een factuur in te dienen voor het vermelde bedrag.

    • § 3 [1 De betaling van het aan de aannemer verschuldigde bedrag vindt plaats binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum van beëindiging van de in paragraaf 2 bedoelde verificatie, voor zover de [2 aanbesteder]2 tegelijk over de regelmatig opgemaakte factuur beschikt, alsook over de andere, eventueel vereiste documenten.

      De in het eerste lid bedoelde betalingstermijn bedraagt zestig dagen voor de opdrachten geplaatst door [2 aanbesteders]2 die gezondheidszorg verstrekken en die specifiek voor dat doel zijn erkend, zij het enkel voor de werken verbonden aan die specifieke activiteit.]1

    • § 4 [1 Wanneer in afwijking van paragraaf 2 in de opdrachtdocumenten is bepaald dat er geen verificatie plaatsvindt, is de betalingstermijn niet langer dan een van de volgende termijnen, al naargelang :

      1° dertig dagen na de datum van ontvangst door de [2 aanbesteder]2 van de schuldvordering;

      2° indien de datum van ontvangst van de schuldvordering niet vaststaat, dertig dagen na de datum van de ontvangst van de gedetailleerde staat van de gerealiseerde werken;

      3° indien de [2 aanbesteder]2 de schuldvordering eerder ontvangt dan de realisatie van de werken, vastgesteld door de gedetailleerde staat van de gerealiseerde werken, dertig dagen na de realisatie van de werken.]1

    • § 5 [1 Voor zover geen toepassing is gemaakt van paragraaf 4 en dus een verificatie plaatsvindt, wordt in geval van overschrijding van de toepasselijke verificatietermijn, de betalingstermijn verminderd naar rato van het aantal dagen overschrijding van de verificatietermijn.

      Omgekeerd wordt de betalingstermijn geschorst naar rato van het aantal dagen :

      1° overschrijding van de termijn van vijf dagen die door § 2, tweede lid, 2°, aan de aannemer wordt verleend om zijn factuur in te dienen;

      2° dat nodig is om het antwoord van de aannemer te ontvangen, wanneer de aanbestedende overheid hem, in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid, moet ondervragen over het werkelijke bedrag van zijn sociale of fiscale schuld als bedoeld in artikel 30bis, § 4 en 30ter, § 4, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, respectievelijk artikel 403 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 2.

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Toepasselijke bepalingen<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 96

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Rechten van de partijen op de gronden<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 97

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Verplichtingen van de aanbestedende overheid<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 98

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Verplichtingen van de promotor<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 99

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Terbeschikkingstelling van het bouwwerk<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 100

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Looptijd en vrijgave van de borgtocht<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 101

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Actiemiddelen van de aanbestedende overheid<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 102

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Betalingen<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 103

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 4.

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Toepasselijke bepalingen<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 104

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Rechten op de in concessie gegeven gronden<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 105

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Duur van de concessie<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 106

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Verzekeringen<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 107

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Borgtocht<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 108

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Continuïteit van de openbare dienst<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 109

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Tienjarige aansprakelijkheid<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 110

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Concessie met te betalen prijs<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 111

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Concessie met te betalen retributie<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 112

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Einde van de concessie<

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 113

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 114

    <Opgeheven bij KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 5. - Specifieke bepalingen opdrachten voor leveringen

    Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen alle opdrachten voor leveringen

    Gedeeltelijke bestellingen
    Art. 115

    Wanneer de opdrachtdocumenten voor het geheel of voor een deel van de te leveren hoeveelheden één of meer gedeeltelijke bestellingen voorschrijven, is de uitvoering van de opdracht afhankelijk van de betekening van elk der bestellingen.

    [1 De uitvoering van de opdracht is eveneens afhankelijk van een betekening wanneer de [2 aanbesteder]2 zich in de opdrachtdocumenten het recht heeft voorbehouden de bestellingen naar haar behoeften aan te passen door middel van de opgave in de inventaris van een post volgens prijslijst.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 74, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Leveringstermijn
    Art. 116
    • § 1 De leveringstermijn is hetzij in werkdagen hetzij in dagen, -weken of -maanden bepaald of nog van datum tot datum.

      Wanneer de termijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :

      1° de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;

      2° de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald in een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

      Wanneer de leveringstermijn in dagen, -weken, of -maanden is vastgesteld, worden de sluitingsdagen voor de jaarlijkse vakanties in de onderneming van de leverancier niet meegeteld, tenzij de termijn een gunningscriterium van de opdracht vormde.

    • § 2 De leveringstermijn vangt aan, al naargelang, ofwel op de dag volgend op de datum waarop de opdracht is gesloten, ofwel op de dag van de bestelling.

      De leveringstermijn omvat de tijd die nodig is voor de verrichtingen die de productie voorafgaan en de voorbereiding van de leveringen, inzonderheid de eventuele voorafgaande keuringen.

    Te leveren hoeveelheden
    Art. 117

    Wanneer de opdrachtdocumenten vaste of minimale hoeveelheden vaststellen, verkrijgt de leverancier door de sluiting van de opdracht, het recht die vaste of minimale hoeveelheden te leveren.

    [1 ...]1

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 75, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    Leveringsmodaliteiten
    Art. 118
    • § 1 De goederen moeten op de in de opdrachtdocumenten vermelde plaats geleverd worden.

      De [1 aanbesteder]1 mag de goederen doen afleveren op andere plaatsen en daar de keuringen en opleveringen verrichten, zonder dat de leverancier hiervoor op enige vergoeding aanspraak kan maken. In dat geval vallen de risico's en de kosten van het bijkomend vervoer, lossen en laden evenwel ten laste van de [1 aanbesteder]1.

    • § 2 Voor iedere levering maakt de leverancier een lijst op met het oog op de voorlopige oplevering. Hij bezorgt de lijst aan de [1 aanbesteder]1 ten laatste op de dag zelf van de verzending of van de aflevering van de goederen. De lijst specificeert de verzonden producten en bevat de hoeveelheden en de andere door de aanbestedende overheid gevraagde gegevens. Ook het besteknummer en eventueel de datum van de bestelling en het perceelnummer worden erin vermeld.

      De leveringslijst mag worden vervangen door een factuur, die dezelfde inlichtingen vermeldt.

    • § 3 De leveringen die niet worden aangeboden overeenkomstig de in de opdrachtdocumenten opgelegde voorwaarden om te worden opgeleverd of waarop enige onkosten moeten worden vereffend, kunnen met afgekeurde leveringen worden gelijkgesteld.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Verpakkingen
    Art. 119
    • § 1 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, worden de verpakkingen eigendom van de [1 aanbesteder]1, zonder dat de leverancier hiervoor op enige vergoeding aanspraak kan maken.

    • § 2 Indien de opdrachtdocumenten bepalen dat de verpakkingen eigendom blijven van de leverancier, worden zij hem vrij van iedere aan de [1 aanbesteder]1 te wijten abnormale beschadiging terugbezorgd. Zij worden op zijn kosten naar de in de offerte vermelde plaats van bestemming teruggezonden. Dit gebeurt binnen de in de opdrachtdocumenten bepaalde termijn die ingaat op de dag waarop de leveringen op de plaats van levering toekomen.

      Eens die termijn is verlopen, mag de leverancier de verpakkingen aan de [1 aanbesteder]1 aanrekenen tegen de prijs die hij hiervoor in zijn offerte heeft vermeld.

      De verpakkingen die moeten worden terugbezorgd dragen een volgnummer alsook het merkteken van de leverancier.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Nazicht van de levering
    Art. 120

    [1 De [2 aanbesteder]2 ziet de leveringen na op de leveringsplaats. Ze neemt eveneens de eventuele beschadigingen op. Het resultaat van dit nazicht alsmede de juiste datum van de aankomst van de leveringen worden vermeld in een proces-verbaal of eventueel op de leveringslijst of de factuur bedoeld in artikel 118, § 2. In elk geval neemt de aanbestedende overheid de nodige maatregelen om te beletten dat de afgekeurde producten opnieuw ter keuring of oplevering worden aangeboden of geleverd in de toestand waarin ze zich bevinden.

    De aanbestedende overheid beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de datum van de levering, vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, om de formaliteiten betreffende de voorlopige oplevering te vervullen en aan de leverancier kennis te geven van het resultaat daarvan. Deze termijn gaat in voor zover de [2 aanbesteder]2 tegelijk in het bezit van de leveringslijst of factuur wordt gesteld.

    De in het tweede lid bedoelde verificatietermijn bedraagt zestig dagen wanneer de opdrachtdocumenten overeenkomstig artikel 131, § 1, eerste lid, 2°, bepalen dat de opleveringsverrichtingen de tussenkomst van een laboratorium vereisen. In dat geval voorzien de opdrachtdocumenten overeenkomstig artikel 9, § 2, derde lid, uitdrukkelijk in deze langere verificatietermijn met vermelding van de tussenkomst van het laboratorium ter uitdrukkelijke motivering daarvan.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Wijzigingen aan de opdracht
    Art. 121
    • § 1 Elk bevel tot wijziging van de opdracht wordt schriftelijk gegeven. Wordt nochtans met een geschreven bevel gelijkgesteld, het mondeling bevel waarvan de leverancier binnen de achtenveertig uur bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 aan de leidend ambtenaar melding heeft gemaakt en dat door de [3 aanbesteder]3 niet is weerlegd binnen de drie werkdagen vanaf de ontvangst van bedoelde brief.

      De bevelen duiden de wijzigingen aan die aan de oorspronkelijke bepalingen van de opdracht dienen te worden aangebracht.

    • § 2 De onvoorziene leveringen die de leverancier moet uitvoeren, de voorziene leveringen die wegvallen en alle andere wijzigingen worden berekend tegen de eenheidsprijzen van de offerte of, als er geen zijn bepaald, tegen overeen te komen eenheidsprijzen.

    • § 3 Elke wijziging van de opdrachtprijs gebeurt in overleg tussen de partijen op basis van een voorstel dat door de leverancier bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 wordt ingediend binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum waarop de wijzigingsbevelen geldig zijn gegeven.

      Als geen akkoord wordt bereikt over de nieuwe eenheidsprijzen, stelt de [3 aanbesteder]3 ze ambtshalve vast, met behoud van alle rechten van de leverancier.

      De leverancier zet de leveringen zonder onderbreking voort, ondanks de betwistingen waartoe het vaststellen van nieuwe prijzen aanleiding kan geven.

    • § 4 In geval van bijkomende leveringen of wijzigingen aan de voorziene leveringen, vermeldt het geschreven bevel, de verrekening of de bijakte :

      1° ofwel de verlenging van de uitvoeringstermijn op grond van de verhoging van het bedrag van de opdracht en van de aard van de wijzigingen en de bijkomende leveringen;

      2° ofwel de uitsluiting van iedere verlenging van de termijn.

    • § 5 [1 Bij vaste of minimale te leveren hoeveelheden en wanneer de wijzigingen die worden bevolen door de [3 aanbesteder]3 leiden tot één of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de vaste of minimale hoeveelheden veroorzaakt, heeft de leverancier recht op een forfaitaire vergoeding van tien percent van deze vermindering, ongeacht het uiteindelijke bedrag van de opdracht.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 76, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Aansprakelijkheid van de leverancier
    Art. 122

    De leverancier is voor zijn leveringen aansprakelijk tot op het ogenblik dat de in artikel 120 vermelde formaliteiten van onderzoek en kennisgeving zijn verricht, behalve wanneer in de opslagplaatsen van de bestemmeling verliezen of beschadigingen zijn ontstaan, te wijten aan [1 de in artikel 38/9 bedoelde onvoorzienbare omstandigheden of aan tekortkomingen die ten laste van de aanbesteder kunnen worden gelegd overeenkomstig artikel 38/11]1.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vertragingsboetes
    Art. 123
    • § 1 De vertragingsboetes worden berekend naar rata van 0,1 percent per dag vertraging, met een maximum van zevenenhalve percent, van de waarde van de leveringen die met dezelfde vertraging gebeurd zijn.

      Wanneer de leveringstermijn een gunningscriterium van de opdracht vormt, bepalen de opdrachtdocumenten de berekeningswijze van de vertragingsboetes voor de leveringen die met dezelfde vertraging gebeurd zijn. De opdrachtdocumenten kunnen in dat geval het bovengenoemde percentage verhogen tot maximum tien procent. Dit percentage wordt vastgesteld in verhouding tot de relatieve belangrijkheid van het gunningscriterium betreffende de uitvoeringstermijn. Is de berekeningswijze niet vermeld in de opdrachtdocumenten, dan is die van het eerste lid van toepassing.

      De waarde van de leveringen wordt berekend op grond van het oorspronkelijke opdrachtbedrag, rekening houdend met de aangebrachte wijzigingen maar niet met de [2 prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 2]2, en met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 71 van dit besluit.

      Worden niet aangerekend, de vertragingsboetes waarvan het totaal bedrag geen vijfenzeventig euro per opdracht bereikt.

      De datum waarop de leveringen voor het verrichten van de gedeeltelijke voorlopige oplevering ter beschikking van de [1 aanbesteder]1 worden gesteld geldt als datum voor de levering voor het toepassen van de eventuele vertragingsboetes.

    • § 2 Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boetes elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.

      Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het eerste lid bestaat, doch dat de opdrachtdocumenten gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepalen zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boetes alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien de opdrachtdocumenten daarentegen vermelden dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in deze documenten daartoe voorziene boetes of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boetes die overeenkomstig de eerste paragraaf worden berekend.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 44, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Ambtshalve maatregelen
    Art. 124
    • § 1 Wanneer wordt overgegaan tot ambtshalve maatregelen onder de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening, worden de meerkosten uitsluitend berekend op de leveringen die de ingebreke gebleven leverancier gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden uitgevoerd in eigen beheer of besteld bij de nieuwe leverancier, zonder dat de [4 prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 2]4, of de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 71 van dit besluit, in aanmerking komen, die de prijzen van de ingebreke gebleven leverancier of de nieuwe leverancier hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de meerkosten in aanmerking komen, worden desgevallend verhoogd met de belasting over de toegevoegde waarde.

      De vertragingsboetes blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde leverancier tot de datum van de levering of van productie en, ingeval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de ambtshalve uitvoering.

    • § 2 Wanneer de opdracht betrekking heeft op leveringen die niet of niet meer in de handel zijn of die alleen door de in gebreke gestelde leverancier hadden kunnen worden geleverd en indien de [2 aanbesteder]2 zich onmogelijk identieke goederen kan aanschaffen, kan zij die na ingebrekestelling bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3, door soortgelijke goederen vervangen, onder de in artikel 47 en in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden.

      Bij de ingebrekestelling bepaalt de [2 aanbesteder]2 de soortgelijke leveringen die zij voornemens is te bestellen.

    • § 3 De leveringen voor rekening van de in gebreke gestelde leverancier worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.

      In het in paragraaf 2 genoemde geval worden de voor rekening bestelde of in eigen beheer uitgevoerde leveringen van gelijke aard onderworpen aan de door de [2 aanbesteder]2 bepaalde proeven.

      Aan de leverancier die in gebreke is gebleven, wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de in de twee voorafgaande leden bedoelde proeven zullen worden verricht. Hij mag erbij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe leverancier zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in zijn gebouwen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde leverancier de mededeling van het resultaat van de keuring en van de oplevering eisen.

    • § 4 De ingebreke gestelde leverancier draagt eveneens de kosten voor het sluiten van de opdracht of opdrachten voor rekening. Ongeacht de voor de opdracht gebruikte gunningswijze, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van vijftien duizend euro.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 45, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Klachten inzake oplevering
    Art. 125

    Ieder bezwaar tegen beslissingen inzake opleveringen vanwege de [2 aanbesteder]2 wordt ingediend bij ter post [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 uiterlijk de vijftiende dag na de dag van verzending van de beslissing.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering
    Art. 126

    De kostprijs van de leveringen tijdens een periode van vertraging die te wijten is aan de leverancier, wordt berekend op basis van de meest voordelige eindprijs voor de [2 aanbesteder]2. Daartoe worden aan de samenstellende factoren van de [1 vastgestelde prijzen]1 voor de herziening de waarden toegekend die worden bepaald hetzij door verwijzing naar de contractuele leveringstermijn, hetzij door verwijzing naar de werkelijke leveringstermijn.

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 77, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Betalingen
    Art. 127

    [1 De betaling van het aan de leverancier verschuldigde bedrag vindt plaats binnen de betalingstermijn van dertig dagen vanaf de datum van beëindiging van de in artikel 120 bedoelde verificatie, voor zover de [2 aanbesteder]2 tegelijk over de regelmatig opgemaakte factuur beschikt, alsook over de andere, eventueel vereiste documenten. Wanneer de opdrachtdocumenten niet voorzien in een afzonderlijke schuldvordering, geldt de factuur als schuldvordering.

    De in het eerste lid bedoelde betalingstermijn bedraagt zestig dagen voor de opdrachten geplaatst door aanbestedende overheden die gezondheidszorg verstrekken en die specifiek voor dat doel zijn erkend, zij het enkel voor de leveringen verbonden aan die specifieke activiteit.

    Wanneer de levering in verschillende keren plaatsvindt, gaat de betalingstermijn in op de datum van beëindiging van de verificatie bedoeld in artikel 120, voor elke gedeeltelijke levering.

    Wanneer in afwijking van artikel 120 in de opdrachtdocumenten is bepaald dat er geen verificatie plaatsvindt, is de betalingstermijn niet langer dan een van de volgende termijnen, al naargelang :

    1° dertig dagen na de datum van ontvangst door de [2 aanbesteder]2 van de factuur;

    2° indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat, dertig dagen na de datum van de levering;

    3° indien de [2 aanbesteder]2 de factuur eerder ontvangt dan de levering, dertig dagen na de levering.

    Voor zover geen toepassing is gemaakt van het vorige lid en dus een verificatie plaatsvindt, wordt in geval van overschrijding van de toepasselijke verificatietermijn, de betalingstermijn verminderd naar rato van het aantal dagen overschrijding van de verificatietermijn.

    Omgekeerd wordt de betalingstermijn geschorst naar rato van het aantal dagen :

    1° overschrijding van de termijn waarover de leverancier beschikt om zijn factuur in te dienen, zo de [2 aanbesteder]2 heeft voorzien in een verificatie op basis van de leveringslijst of een afzonderlijke schuldvordering en in de indiening van de factuur na verificatie;

    2° dat nodig is om het antwoord van de leverancier te ontvangen, wanneer de [2 aanbesteder]2 hem, in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid, moet ondervragen over het werkelijke bedrag van zijn sociale of fiscale schuld als bedoeld in artikel 30bis, § 4 en 30ter, § 4, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, respectievelijk artikel 403 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 15, 003; Inwerkingtreding : onbepaald>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 2. - Aanvullende bepalingen opdrachten voor leveringen met aankoop

    Voorlopige opleveringen
    Art. 128

    Wanneer de [1 aanbesteder]1 vaststelt dat de leveringen niet in staat zijn om te worden opgeleverd of dat de leverancier merkelijk kleinere hoeveelheden aanbiedt dan in zijn aanvraag was vermeld, wordt de vraag tot oplevering van de leverancier als onbestaande beschouwd. De leverancier moet dan een nieuwe vraag tot oplevering indienen.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 129
    • § 1 Bij het verstrijken van de bij artikel 120, tweede lid, bepaalde termijn van dertig dagen, wordt naargelang het geval een proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van oplevering opgesteld.

      De opdrachtdocumenten kunnen evenwel bepalen dat de voorlopige oplevering verloopt volgens één van de twee volgende werkwijzen die ook gelden als keuring a posteriori :

      1° een dubbele oplevering, behandeld in artikel 130 die een gedeeltelijke oplevering inhoudt op de plaats van productie en een volledige oplevering op de plaats van levering;

      2° een volledige oplevering op de plaats van levering zonder gedeeltelijke oplevering op de plaats van productie die in artikel 131 wordt behandeld.

    • § 2 [1 ...]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    Dubbele voorlopige oplevering
    Art. 130
    • § 1 Iedere gedeeltelijke voorlopige oplevering op de productieplaats moet door de leverancier schriftelijk aan de [1 aanbesteder]1 worden aangevraagd.

    • § 2 De datum van terbeschikkingstelling van de leveringen voor de verrichtingen van de voorlopige gedeeltelijke oplevering, wordt door de leverancier vastgesteld in de aanvraag tot oplevering. Indien de datum evenwel niet is vermeld of indien hij vóór de datum is gesteld waarop de aanvraag tot oplevering bij de [1 aanbesteder]1 toekomt, dan is het deze laatste datum die voor het aanbieden van de leveringen voor oplevering in aanmerking komt.

    • § 3 Voor de kennisgeving van de goedkeuring of weigering beschikt de [1 aanbesteder]1 over de volgende termijnen, ingaande de dag van de ontvangst van het verzoek om tot de keuring over te gaan :

      1° dertig dagen;

      2° zestig dagen indien de opleveringsverrichtingen in een laboratorium plaatsvinden.

      De opdrachtdocumenten kunnen echter kortere termijnen bepalen.

      De termijn waarover de [1 aanbesteder]1 beschikt om haar beslissing bekend te maken, wordt verlengd met het aantal dagen, nodig voor de heen- en terugreis van de keurders.

      Ingeval van weigering van de leveringen aangeboden voor oplevering, wordt met het aantal dagen waarmede voormelde termijnen wordt overschreden rekening gehouden voor het vaststellen van de eventuele vertraging van de ter vervanging verrichte leveringen.

    • § 4 De voorlopige oplevering is slechts volledig nadat de [1 aanbesteder]1 de in artikel 120 bedoelde handelingen heeft verricht.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Volledige oplevering op de leveringsplaats zonder gedeeltelijke oplevering op de productieplaats
    Art. 131
    • § 1 Indien de voorlopige oplevering volledig op de plaats van levering gebeurt, beschikt de [2 aanbesteder]2 over één van de volgende termijnen om de leveringen te onderzoeken en te testen en om haar beslissing van aanvaarding of van weigering ervan mee te delen :

      1° dertig dagen;

      2° zestig dagen wanneer de opdrachtdocumenten bepalen dat de opleveringsverrichtingen de tussenkomst van een laboratorium vereisen.

      Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de goederen op de plaats van levering aankomen, op voorwaarde dat de [2 aanbesteder]2 in het bezit is gesteld van de leveringslijst of factuur bedoeld in artikel 118, § 2. De in artikel 120, voorziene termijn van dertig dagen is hierin begrepen.

    • § 2 Ingeval leveringen worden verworpen, wordt daarvan bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 kennis gegeven aan de leverancier, die ze moet weghalen binnen een termijn van vijftien dagen.

      Na het verstrijken van die termijn is de [2 aanbesteder]2 ontheven van iedere aansprakelijkheid voor de niet weggehaalde leveringen. Deze mogen van ambtswege en op kosten van de leverancier worden teruggezonden.

    • § 3 De [2 aanbesteder]2 kan voor het weghalen van de verworpen leveringen een uiterste datum stellen. Zij kan van dat recht slechts gebruik maken indien er ten minste dertig dagen zijn verlopen tussen de dag van de kennisgeving en die welke voor het weghalen is bepaald.

      Voor iedere dag vertraging na de gestelde uiterste datum kan een straf worden toegepast overeenkomstig artikel 45.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Eigendomsoverdracht
    Art. 132

    De [1 aanbesteder]1 wordt van rechtswege eigenaar van de leveringen van zodra deze voor betaling zijn aanvaard overeenkomstig artikel 127.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vrijgave van de borgtocht
    Art. 133

    Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten kan de borgtocht ineens na de voorlopige oplevering van de gezamenlijke leveringen worden vrijgegeven.

    Waarborgtermijn
    Art. 134

    De waarborgtermijn gaat in op de datum van de voorlopige oplevering. Indien de opdrachtdocumenten geen waarborgtermijn vooropstellen, wordt hij op één jaar gesteld.

    Definitieve oplevering
    Art. 135

    De definitieve oplevering heeft plaats bij het verstrijken van de waarborgtermijn. Ze gebeurt stilzwijgend wanneer de levering gedurende die termijn geen aanleiding tot klachten heeft gegeven.

    Wanneer de levering tijdens de waarborgtermijn aanleiding heeft gegeven tot klachten, wordt binnen vijftien dagen voorafgaand aan het verstrijken van die termijn een proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering opgesteld.

    Afdeling 3. - Aanvullende bepalingen opdrachten voor leveringen met huur, huurkoop of leasing

    Verplichtingen van de aanbestedende overheid
    Art. 136

    De [1 aanbesteder]1 is ertoe verplicht :

    1° de leveringen te gebruiken voor de in de opdracht bepaalde gebruiksdoeleinden overeenkomstig de door de leverancier verstrekte technische gebruiksvoorschriften;

    2° geen veranderingen aan de leveringen aan te brengen zonder voorafgaand schriftelijk akkoord van de leverancier, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Verplichtingen van de leverancier
    Art. 137

    De leverancier is ertoe verplicht :

    1° de leveringen, binnen de in de opdrachtdocumenten bepaalde termijnen, ter beschikking te stellen van de aanbesteder;

    2° behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, hun onderhoud te waarborgen en binnen de opgelegde termijn alle nodige herstellingen uit te voeren om de leveringen, tijdens de volledige duur van de opdracht, in goede staat te houden.

    Art. 138

    Wanneer leveringen tijdens de duur van de opdracht volledig of gedeeltelijk worden vernield buiten iedere aansprakelijkheid van de [1 aanbesteder]1, vervangt de leverancier ze of herstelt hij ze op eigen kosten binnen de opgelegde termijn.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Eigendomsoverdracht in geval van huurkoop
    Art. 139

    In geval van huurkoop, gebeurt de eigendomsoverdracht ofwel bij de lichting van de aankoopoptie, ofwel bij het verstrijken van de in de opdrachtdocumenten bepaalde termijn.

    Waarborgtermijn in geval van huurkoop
    Art. 140

    In geval van huurkoop wordt de waarborgtermijn vastgesteld in de opdrachtdocumenten. Zo niet bedraagt die één jaar hetzij vanaf de lichting van de aankoopoptie, hetzij vanaf het verstrijken van de in de opdrachtdocumenten bepaalde termijn, na aftrek, in beide gevallen, van het aantal volledige kalendermaanden tijdens dewelke de levering ter beschikking werd gesteld van de [1 aanbesteder]1.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Betaling van de prijs
    Art. 141

    De opdrachtprijs wordt bepaald in de vorm van huurgeld of een huurvergoeding volgens de in de opdrachtdocumenten gespecificeerde voorwaarden.

    De huurgelden of huurvergoedingen worden, eventueel samen met een saldo, betaald op het tijdstip en volgens de bepalingen vermeld in de opdrachtdocumenten.

    De [1 aanbesteder]1 is geen huurgeld of huurvergoedingen verschuldigd voor de periode waarin zij de leveringen niet kan gebruiken ingevolge een tekortkoming van de leverancier.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Definitieve opleveringen
    Oplevering van de opdracht in geval van huur of leasing
    Art. 142
    • § 1 Bij het verstrijken van de in de opdrachtdocumenten bepaalde terbeschikkingstelling wordt :

      1° in geval van een opdracht met huur, een proces-verbaal tot vaststelling van de teruggave van de levering aan de leverancier opgesteld;

      2° in geval van een opdracht met leasing, een proces-verbaal tot vaststelling van de teruggave van de levering aan de leverancier of tot vaststelling van de eigendomsoverdracht opgesteld.

      Dit proces-verbaal geldt als definitieve oplevering van de opdracht.

    • § 2 Ieder bezwaar van de leverancier over de staat van de levering die hem opnieuw ter beschikking is gesteld, wordt bij [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 aan de [2 aanbesteder]2 gemeld. Dit gebeurt uiterlijk de vijftiende dag na de datum van de betekening van het in het eerste lid bedoelde proces-verbaal.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Oplevering van de opdracht in geval van huurkoop
    Art. 143

    In geval van een opdracht met huurkoop en indien de levering het voorwerp heeft uitgemaakt van een waarborg overeenkomstig artikel 140, gebeurt de definitieve oplevering stilzwijgend wanneer de levering geen aanleiding tot klachten heeft gegeven gedurende de waarborgtermijn. Zijn er wel klachten geformuleerd gedurende die termijn, dan wordt binnen vijftien dagen vóór het verstrijken van die termijn een proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering opgesteld.

    Vrijgave van de borgtocht
    Art. 144

    Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten kan de borgtocht in één keer worden vrijgegeven :

    1° in geval van een opdracht met huur of leasing, na de definitieve oplevering van de opdracht;

    2° in geval van een opdracht met huurkoop, ofwel na de lichting van de aankoopoptie, ofwel na het verstrijken van de termijn die in de opdrachtdocumenten voor de eigendomsoverdracht is bepaald.

    HOOFDSTUK 6. - Specifieke bepalingen opdrachten voor diensten

    Belangenvermenging
    Art. 145
    • § 1 Wanneer, [4 krachtens artikel 6 van de wet of]4 artikel 9 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, een dienstverlener aan de [2 aanbesteder]2 meldt dat hij zich in de situatie bevindt of zou kunnen bevinden dat hij niet mag tussenkomen in de gunning noch in de uitvoering van een overheidsopdracht, beschikt de [2 aanbesteder]2 over de mogelijkheid, na onderzoek van deze situatie, om zonder schadevergoeding een einde te stellen aan de opdracht waarmee de dienstverlener belast is. Bij het uitvoeren van dit onderzoek wordt ondermeer rekening gehouden met de inlichtingen en de bewijsstukken die bij de dienstverlener ingewonnen werden.

      In geval van verbreking wordt er een staat van de verleende diensten opgemaakt met het oog op hun betaling aan de dienstverlener.

    • § 2 Iedere vaststelling door de [2 aanbesteder]2 van een inbreuk op de [4 krachtens artikel 6 van de wet of artikel 9 van de wet defensie en veiligheid bedoelde voorschriften]4, kan leiden tot de nietigheid van de opdracht voor diensten. Niettemin nodigt de [2 aanbesteder]2, vóór zij een dergelijke maatregel toepast, de dienstverlener per [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 uit binnen een termijn van twaalf dagen vanaf de datum van verzending van het verzoek afdoende bewijsstukken te leveren.

      Ingeval de dienstverlener deze bewijsstukken niet aanbrengt, heeft hij geen recht op enige betaling voor de prestaties die werden geleverd na het ogenblik waarop hij weet heeft of zou moeten hebben gehad van de onverenigbaarheid.

      De [2 aanbesteder]2 kan echter ten behoeve van de opdracht vrij beschikken over de studies, verslagen en andere documenten die door de dienstverlener werden uitgewerkt in uitvoering van de opdracht.

      Bovendien kan de [2 aanbesteder]2 deze dienstverlener voor een bepaalde tijd van haar opdrachten uitsluiten. De betrokkene wordt vooraf gehoord en de gemotiveerde beslissing wordt hem betekend.

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 43, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Uitvoeringsmodaliteiten
    Art. 146

    Indien de opdrachtdocumenten voor het geheel of voor een deel van de te verlenen diensten één of meer gedeeltelijke bestellingen voorschrijven, is de uitvoering van de opdracht afhankelijk van de betekening van elke bestelling.

    [1 De uitvoering van de opdracht is eveneens afhankelijk van de betekening van de bestelling indien de [2 aanbesteder]2 zich in de opdrachtdocumenten het recht heeft voorbehouden om de bestellingen aan te passen aan zijn noden ingevolge de vermelding in de inventaris van een post volgens prijslijst.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 78, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Uitvoeringstermijnen
    Art. 147
    • § 1 De uitvoeringstermijn wordt bepaald hetzij in werkdagen hetzij in dagen, -weken of -maanden of nog van datum tot datum.

      Wanneer de uitvoeringstermijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :

      1° de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;

      2° de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald in een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

      Wanneer de uitvoeringstermijn in dagen, -weken, of -maanden is vastgesteld, worden de sluitingsdagen voor de jaarlijkse vakanties in de onderneming van de dienstverlener niet meegeteld, tenzij de uitvoeringstermijn een gunningscriterium van de opdracht vormde.

    • § 2 De uitvoeringstermijn vangt aan, al naargelang, ofwel op de dag volgend op de datum waarop de opdracht is gesloten, ofwel op de dag van de bestelling.

      De uitvoeringstermijn omvat de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de diensten, inzonderheid de eventuele voorafgaande technische keuringen.

    Diensten met vaste hoeveelheden of minimaal te verlenen diensten
    Art. 148

    Indien de opdrachtdocumenten vaste of minimaal te verlenen diensten vaststellen, verkrijgt de dienstverlener door het louter sluiten van de overeenkomst, het recht die vaste of minimale hoeveelheden uit te voeren.

    [1 ...]1

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 79, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    Modaliteiten inzake prestaties
    Art. 149

    De opdrachtdocumenten vermelden desgevallend de plaats waar de diensten worden verleend. Wanneer het noodzakelijk is, mag de [1 aanbesteder]1 de diensten doen verlenen op andere plaatsen en daar de keuringen en opleveringen verrichten, zonder dat de dienstverlener hiervoor op enige vergoeding aanspraak kan maken. In dat geval vallen de bijkomende risico's en kosten evenwel ten laste van de [1 aanbesteder]1.

    Bij gebrek aan een aanwijzing hieromtrent in de opdrachtdocumenten, verduidelijkt de dienstverlener, binnen vijftien dagen na het sluiten van de opdracht, de plaats waar de diensten worden verleend.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Nazicht van de diensten
    Art. 150

    De diensten die het voorwerp van de opdracht uitmaken worden aan controles onderworpen teneinde vast te stellen of zij beantwoorden aan de voorschriften van de opdrachtdocumenten.

    Indien de opdrachtdocumenten hierin voorzien, deelt de dienstverlener aan de [3 aanbesteder]3 bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 de datum mede waarop de diensten kunnen gecontroleerd worden.

    [1 ...]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Wijzigingen aan de opdracht
    Art. 151
    • § 1 Elk bevel tot wijziging van de opdracht wordt schriftelijk gegeven. Wordt nochtans met een geschreven bevel gelijkgesteld, het mondeling bevel waarvan de dienstverlener binnen de achtenveertig uur bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 aan de leidend ambtenaar melding heeft gemaakt en dat door de [3 aanbesteder]3 niet is weerlegd binnen de drie werkdagen vanaf de ontvangst van bedoelde brief.

      De bevelen duiden de wijzigingen aan die aan de oorspronkelijke bepalingen van de opdracht dienen te worden aangebracht.

    • § 2 De onvoorziene diensten die de dienstverlener moet uitvoeren, de voorziene diensten die wegvallen en alle andere wijzigingen worden berekend tegen de eenheidsprijzen van de offerte of, als er geen zijn bepaald, tegen overeen te komen eenheidsprijzen.

    • § 3 Elke wijziging van de opdrachtprijs gebeurt in overleg tussen de partijen op basis van een voorstel dat door de dienstverlener bij [4 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]4 wordt ingediend binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum waarop de wijzigingsbevelen geldig zijn gegeven.

      Als geen akkoord wordt bereikt over de nieuwe eenheidsprijzen, stelt de [3 aanbesteder]3 ze ambtshalve vast, met behoud van alle rechten van de dienstverlener.

      De dienstverlener is verplicht om de diensten zonder onderbreking voort te zetten, ondanks de betwistingen waartoe het vaststellen van nieuwe prijzen aanleiding kan geven.

    • § 4 In geval van bijkomende diensten of wijzigingen aan de voorziene diensten, vermeldt het geschreven bevel, de verrekening of de bijakte :

      1° ofwel de verlenging van de uitvoeringstermijn op grond van de verhoging van het bedrag van de opdracht en van de aard van de wijzigingen en de bijkomende diensten;

      2° ofwel de uitsluiting van iedere verlenging van de termijn.

    • § 5 [1 Bij vaste of minimale te verlenen diensten en wanneer de wijzigingen die worden bevolen door de [3 aanbesteder]3 leiden tot één of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de vaste of minimale hoeveelheden veroorzaakt, heeft de dienstverlener recht op een forfaitaire vergoeding van tien percent van deze vermindering, ongeacht het uiteindelijke bedrag van de opdracht.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-02-07/10, art. 81, 002; Inwerkingtreding : 03-03-2014>

    (2)<KB 2014-05-22/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Aansprakelijkheid van de dienstverlener
    Art. 152

    De dienstverlener draagt de volle aansprakelijkheid voor de fouten en nalatigheden die in de verleende diensten voorkomen, inzonderheid in de studies, de berekeningen, de plannen of in alle andere ter uitvoering van de opdracht door hem voorgelegde stukken.

    In de architectuur- en ingenieursopdrachten loopt de aansprakelijkheid bedoeld in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek vanaf de voorlopige oplevering van het geheel van de werken waarop de studieopdracht van de dienstverlener slaat.

    Art. 153

    De diensten die niet beantwoorden aan de bepalingen en de voorwaarden van de opdracht of niet werden verleend overeenkomstig de regels van de kunst, dienen door de dienstverlener te worden herbegonnen. Zo niet geschiedt dit door het nemen van een ambtshalve maatregel door de [1 aanbesteder]1 op kosten en risico's van de dienstverlener, via een van de middelen van optreden vermeld in artikel 155. De dienstverlener stelt zich bovendien bloot aan boetes en straffen wegens niet-naleving van de bepalingen en voorwaarden van de opdracht.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Vertragingsboetes
    Art. 154

    De boetes wegens laattijdige uitvoering worden berekend naar rato van 0,1 percent per dag vertraging, met een maximum van zevenenhalve percent, van de waarde van alle of van een deel van de diensten waarvan de uitvoering met dezelfde vertraging gebeurde. In voorkomend geval vermelden de opdrachtdocumenten de berekeningsbasis van de boetes.

    Wanneer de uitvoeringstermijn een gunningscriterium van de opdracht vormt, bepalen de opdrachtdocumenten de berekeningswijze van de vertragingsboetes voor de diensten die met dezelfde vertraging gebeurd zijn. De opdrachtdocumenten kunnen in dat geval het bovengenoemde percentage verhogen tot maximum tien procent. Dit percentage wordt vastgesteld in verhouding tot de relatieve belangrijkheid van het gunningscriterium betreffende de uitvoeringstermijn. Is de berekeningswijze niet vermeld in de opdrachtdocumenten, dan is die van het eerste lid van toepassing.

    De waarde van de diensten wordt berekend op grond van het oorspronkelijke opdrachtbedrag, rekening houdend met de aangebrachte wijzigingen maar niet met de [1 prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 2]1, en met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 71 van dit besluit.

    Worden niet aangerekend de boetes wegens laattijdige uitvoering waarvan het totaal bedrag geen vijfenzeventig euro per opdracht bereikt.

    Indien de opdracht uit verschillende delen of fasen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boetes elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.

    Indien de opdracht niet uit delen of fasen in de zin van het vijfde lid bestaat, doch de opdrachtdocumenten dat gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepalen zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boetes alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien de opdrachtdocumenten daarentegen vermelden dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in de opdrachtdocumenten daartoe voorziene boetes of, indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boetes die overeenkomstig de bepaling in het eerste lid berekend worden.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Ambtshalve maatregelen
    Art. 155
    • § 1 Wanneer wordt overgegaan tot ambtshalve maatregelen in de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening, worden de extra kosten uitsluitend berekend op de diensten die de in gebreke gebleven dienstverlener gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden besteld bij de nieuwe dienstverlener of uitgevoerd in eigen beheer. Er wordt evenwel geen rekening gehouden met de [1 prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 2]1, noch met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 71 van dit besluit, die de prijzen van de in gebreke gebleven dienstverlener of van de nieuwe dienstverlener hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de extra kosten in aanmerking komen, worden desgevallend verhoogd met de belasting over de toegevoegde waarde.

      De boetes wegens laattijdige uitvoering blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde dienstverlener tot de werkelijke datum van uitvoering van de diensten en, in geval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de uitvoering van ambtswege.

    • § 2 De diensten die worden uitgevoerd voor rekening worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.

      Aan de dienstverlener die in gebreke is gesteld wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de proeven zullen worden verricht. Hij mag er bij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe dienstverlener zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in diens instellingen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde dienstverlener de mededeling van het resultaat van de het nazicht en de keuring eisen.

    • § 3 De in gebreke gestelde dienstverlener draagt eveneens de kosten voor het plaatsen van de opdracht voor rekening. Ongeacht de voor de opdracht gebruikte gunningswijze, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van vijftien duizend euro.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 47, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Oplevering van de opdracht
    Art. 156

    [1 De [2 aanbesteder]2 beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de datum van de volledige of gedeeltelijke beëindiging van de diensten, vastgesteld overeenkomstig de regels van de opdrachtdocumenten, om de formaliteiten betreffende de oplevering te vervullen en aan de dienstverlener kennis te geven van het resultaat daarvan. Deze termijn gaat in voor zover de [2 aanbesteder]2 tegelijk in het bezit van de lijst van gepresteerde diensten of factuur wordt gesteld.

    Wanneer de diensten beëindigd worden vóór of na deze datum, stelt de dienstverlener de leidend ambtenaar hiervan per [3 aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt]3 in kennis en vraagt hem tot de oplevering over te gaan. In dat geval begint de verificatietermijn van dertig dagen te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek van de dienstverlener.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 18, 003; Inwerkingtreding : onbepaald>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 157

    [1 Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is de in artikel 156 bedoelde oplevering definitief.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    Vrijgave van de borgtocht
    Art. 158

    Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten kan de borgtocht ineens na de oplevering van de gezamenlijke diensten worden vrijgegeven.

    Opdrachtprijs bij vertraging van de uitvoering
    Art. 159

    De prijs van de prestaties die tijdens een aan de dienstverlener te wijten periode van vertraging worden uitgevoerd, wordt op grond van de voor de [1 aanbesteder]1 meest voordelige berekeningsmethode als volgt vastgesteld :

    1° hetzij door aan de samenstellende factoren van de prijzen, die contractueel voor herziening zijn aangeduid, de waarden toe te kennen die gedurende de beschouwde periode van vertraging toepasselijk waren;

    2° hetzij door aan elk van die factoren een gemiddelde waarde (E) toe te kennen welke door volgende formule wordt bepaald :

    (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2013, p. 8857)

    waarin :

    e1, e2,... en, de opeenvolgende waarden van de beschouwde factor gedurende de contractuele termijn, eventueel verlengd in de mate waarin de vertraging niet aan de opdrachtnemer te wijten was;

    t1, t2,.. tn, de met deze waarde overeenstemmende tijdsduur, uitgedrukt in maanden van dertig dagen. Een deel van een maand en de duur van de schorsingen in de uitvoering van de opdracht komen niet in aanmerking.

    De waarde van E wordt tot op het tweede decimale cijfer berekend.

    ----------

    (1)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Betalingen
    Art. 160

    [1 De betaling van het aan de dienstverlener verschuldigde bedrag vindt plaats binnen de betalingstermijn van dertig dagen vanaf de datum van beëindiging van de in artikel 156 bedoelde verificatie, voor zover de [2 aanbesteder]2 tegelijk over de regelmatig opgemaakte factuur beschikt, alsook over de andere, eventueel vereiste documenten. Wanneer de opdrachtdocumenten niet voorzien in een afzonderlijke schuldvordering, geldt de factuur als schuldvordering.

    De in het eerste lid bedoelde betalingstermijn bedraagt zestig dagen voor de opdrachten geplaatst door [2 aanbesteders]2 die gezondheidszorg verstrekken en die specifiek voor dat doel zijn erkend, zij het enkel voor de diensten verbonden aan die specifieke activiteit.

    Wanneer in afwijking van artikel 156 in de opdrachtdocumenten is bepaald dat er geen verificatie plaatsvindt, is de betalingstermijn niet langer dan een van de volgende termijnen, al naargelang :

    1° dertig dagen na de datum van ontvangst door de [2 aanbesteder]2 van de factuur;

    2° indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat, dertig dagen na de datum van het beëindigen van de diensten;

    3° indien de [2 aanbesteder]2 de factuur eerder ontvangt dan het beëindigen van de diensten, dertig dagen na het beëindigen van de diensten.

    Voor zover geen toepassing is gemaakt van het vorige lid en dus een verificatie plaatsvindt, wordt in geval van overschrijding van de toepasselijke verificatietermijn, de betalingstermijn verminderd naar rato van het aantal dagen overschrijding van de verificatietermijn.

    Omgekeerd wordt de betalingstermijn geschorst naar rato van het aantal dagen :

    1° overschrijding van de termijn waarover de dienstverlener beschikt om zijn factuur in te dienen, zo de [2 aanbesteder]2 heeft voorzien in een verificatie op basis van de lijst van gepresteerde diensten of een afzonderlijke schuldvordering en in de indiening van de factuur na verificatie;

    2° dat nodig is om het antwoord van de dienstverlener te ontvangen, wanneer de [2 aanbesteder]2 hem, in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid, moet ondervragen over het werkelijke bedrag van zijn sociale of fiscale schuld als bedoeld in artikel 30bis, § 4 en 30ter, § 4, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, respectievelijk artikel 403 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.]1

    ----------

    (1)<KB 2014-05-22/03, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 09-06-2014; zie ook KB 2014-05-22/03, art. 21>

    (2)<KB 2017-06-22/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen

    Art. 161

    [1 De artikelen 38/1 en 38/19 zijn eveneens van toepassing op de opdrachten die werden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt vóór 30 juni 2017, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, nog vóór die datum werd uitgenodigd tot het indienen van een offerte.]1

    ----------

    (1)<KB 2018-04-15/01, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 161/1

    [1 Het artikel 38/2 is eveneens van toepassing op de opdrachten die werden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt vóór 30 juni 2017, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, nog vóór die datum werd uitgenodigd tot het indienen van een offerte.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij KB 2018-04-15/01, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 162

    De Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.