chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Wet betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies van 17 juni 2013 (versie: 16 februari 2017)

    ALBERT II, Koning der Belgen,
    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
    De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

    TITEL I. - Algemene bepalingen en definities

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    [1 Ze zorgt voor de omzetting van :

    1° Richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, gewijzigd door Richtlijn 2007/66/EG;

    2° Richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992, tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie, gewijzigd door Richtlijn 2007/66/EG;

    3° de artikelen 35 en 55 tot 64 van Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG;

    4° gedeeltelijk artikel 22 en artikel 55 van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG;

    5° gedeeltelijk artikel 40 en artikel 75 van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG;

    6° gedeeltelijk artikel 29 en de artikelen 40, 46 en 47 van Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 2

    In de zin van deze wet wordt verstaan onder :

    1° [3 opdracht : de overheidsopdracht, of de opdracht voor werken, leveringen of diensten, de raamovereenkomst en de prijsvraag bedoeld in de wet inzake overheidsopdrachten of de wet defensie en veiligheid, al naargelang;]3

    [3 1°/1 concessie : de concessie voor diensten of de concessie voor werken bedoeld in artikel 2, 7°, van de wet betreffende de concessies;]3

    2° [3 aanbestedende instantie : de aanbesteder bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet inzake overheidsopdrachten en artikel 2, 5°, van de wet betreffende de concessies, alsook de aanbestedende overheid, het overheidsbedrijf of de privaatrechtelijke persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet bedoeld in de wet defensie en veiligheid, al naargelang;]3

    3° [3 betrokken kandidaat : volgens de definities van deze wet en van de wet inzake overheidsopdrachten, de wet betreffende de concessies of de wet defensie en veiligheid, al naargelang, de kandidaat aan wie de aanbestedende instantie, naar aanleiding van een opdracht of van een concessie, de motieven voor zijn niet-selectie niet heeft meegedeeld voordat de gunningsbeslissing aan de betrokken inschrijvers werd meegedeeld;]3

    4° betrokken deelnemer : volgens de definities van deze wet en van de wet [2 inzake overheidsopdrachten]2 of de wet [2 defensie en veiligheid]2, al naargelang,

    - in het geval van een dynamisch aankoopsysteem : de deelnemer aan wie de aanbestedende instantie de motieven voor zijn [3 niet-toelating]3 niet heeft meegedeeld voordat de betrokken inschrijvers in kennis werden gesteld van de gunningsbeslissing;

    - in het geval van een [1 concurrentiegerichte dialoog]1 : de deelnemer aan wie de aanbestedende instantie de motieven voor het niet kiezen van zijn oplossing niet heeft meegedeeld voordat de betrokken inschrijvers in kennis werden gesteld van de gunningsbeslissing;

    5° betrokken inschrijver : de inschrijver die niet definitief is uitgesloten van deelname aan de procedure ingevolge een gemotiveerde beslissing [3 die hem werd meegedeeld]3 en waartegen geen verhaal meer kan worden aangetekend bij de verhaalinstantie of die wettig is bevonden door de verhaalinstantie;

    [3 5/1° deelnemer bij een raamovereenkomst : de ondernemer partij bij een raamovereenkomst bedoeld in de wet inzake overheidsopdrachten;]3

    6° verhaalinstantie : het volgens artikel 24 of artikel 56 bevoegde rechtscollege;

    7° [3 de wet inzake overheidsopdrachten : de wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016;]3

    [3 7°/1 de wet betreffende de concessies : de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten;]3

    8° [3 de wet defensie en veiligheid :]3 de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied;

    9° de klassieke sectoren : de sectoren onderworpen aan de bepalingen van titels I en II van de wet [2 inzake overheidsopdrachten]2;

    10° de speciale sectoren : de sectoren onderworpen aan de bepalingen van titels I [3 en]3 III [3 ...]3 van de wet [2 inzake overheidsopdrachten]2.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 5°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<W 2017-02-16/19, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    TITEL II. - De motivering, de informatie en de rechtsmiddelen voor de overheidsopdrachten [2 ressorterend]2 onder de wet [1 inzake overheidsopdrachten]1 [2 en voor de concessies ressorterend onder de wet betreffende de concessies]2

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 1°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 1. - Opdrachten [1 en concessies]1 die de Europese drempels bereiken

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 1. - Toepassingsgebied

    Art. 3

    Dit hoofdstuk is van toepassing op de opdrachten, kwalificatiesystemen en dynamische aankoopsystemen die ressorteren onder de wet [1 inzake overheidsopdrachten]1 en die het [2 ...]2 vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking bereiken.

    [2 Dit hoofdstuk is ook van toepassing op de concessies die onder de wet betreffende de concessies vallen en waarvan de waarde het vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt.

    Artikel 4, eerste lid, 2° en 3°, is niet toepasselijk op de opdrachten die betrekking hebben op sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage III van de wet inzake overheidsopdrachten.

    Als de oorspronkelijke raming van de opdracht of van de concessie lager is dan het vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking, maar het goed te keuren offertebedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde meer dan 20 % hoger is dan dat vastgestelde bedrag, is dit hoofdstuk van toepassing, met uitzondering van artikel 4, eerste lid, 1° tot 6°, tweede en derde lid, artikel 4/1, eerste lid, 1° en 2°, en tweede lid, en de artikelen 7 en 7/1, en met dien verstande dat aan die toepassing de toepassing voorafgaat van hoofdstuk 2. Dit lid is niet van toepassing in het geval bepaald bij artikel 12, 1°.]2

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 1°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 2. - Gemotiveerde beslissing

    Art. 4

    [1 In het kader van de plaatsing van een opdracht stelt de aanbestedende instantie een gemotiveerde beslissing op :

    1° wanneer ze beslist gebruik te maken van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging;

    2° wanneer ze beslist gebruik te maken van een mededingingsprocedure met onderhandeling;

    3° wanneer ze beslist gebruik te maken van een concurrentiegerichte dialoog in de klassieke sectoren;

    4° wanneer ze beslist over de kwalificatie of de intrekking van de kwalificatie in het kader van een kwalificatiesysteem;

    5° wanneer ze beslist over de selectie van de kandidaten ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;

    6° wanneer ze, in het kader van een dynamisch aankoopsysteem, beslist een deelnemer niet toe te laten;

    7° wanneer ze, in het kader van de concurrentiegerichte dialoog, beslist de dialoog gesloten te verklaren;

    8° wanneer ze een opdracht gunt, ongeacht de procedure;

    9° wanneer ze afziet van het plaatsen van de opdracht en eventueel beslist een nieuwe plaatsingsprocedure uit te schrijven.

    Wat betreft de in het eerste lid, 1° tot 3°, bedoelde beslissingen, dienen de motieven van de beslissing te bestaan op het ogenblik van de beslissing, maar kan de formele gemotiveerde beslissing a posteriori worden opgesteld, door ze op te nemen in de eerstvolgende beslissing bedoeld in het eerste lid, 4°, 5°, 7°, 8° of 9°, al naargelang.

    In de onderstaande gevallen mag de in het eerste lid, 8°, bedoelde gunningsbeslissing, voor zover dit niet onmiddellijk kan, a posteriori worden opgesteld, uiterlijk de vijftiende dag na de beslissing :

    1° in geval van dwingende spoed in het geval en onder de in artikel 42, § 1, 1°, b), of 124, § 1, 5°, van de wet inzake overheidsopdrachten bepaalde voorwaarden;

    2° indien het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen in het geval en onder de in artikel 42, § 1, 4°, c), of 124, § 1, 9°, van de wet inzake overheidsopdrachten bepaalde voorwaarden;

    3° indien het gaat om de aankoop van leveringen tegen bijzonder gunstige voorwaarden, in het geval en onder de in artikel 42, § 1, 3°, of 124, § 1, 10° en 11°, van de wet inzake overheidsopdrachten bepaalde voorwaarden.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 4/1

    [1 In het kader van de plaatsing van een concessie stelt de aanbestedende instantie een gemotiveerde beslissing op :

    1° wanneer ze beslist de plaatsingsprocedure toe te passen bedoeld in artikel 43, § 2, van de wet betreffende de concessies;

    2° wanneer ze beslist over de selectie van de kandidaten ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;

    3° wanneer ze een concessie gunt, ongeacht de procedure;

    4° wanneer ze afziet van het plaatsen van een concessie en eventueel beslist een nieuwe plaatsingsprocedure uit te schrijven.

    Wat de in het eerste lid, 1°, bedoelde beslissingen betreft, dienen de motieven van de beslissing te bestaan op het ogenblik van de beslissing, maar kan de formele gemotiveerde beslissing a posteriori worden opgesteld, door ze op te nemen in de eerstvolgende beslissing bedoeld in het eerste lid, 2°, 3° of 4°, al naargelang.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij W 2017-02-16/19, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 5

    De in artikel 4 bedoelde gemotiveerde beslissing bevat, naargelang de [2 plaatsingsprocedure]2 en het soort beslissing :

    1° de naam en het adres van de aanbestedende instantie, [2 de datum van de beslissing]2 het voorwerp van de opdracht en het goed te keuren opdrachtbedrag;

    2° [2 in geval van een mededingingsprocedure met onderhandeling, een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging of een concurrentiegerichte dialoog, de juridische en feitelijke motieven die het gebruik van deze procedure rechtvaardigen of mogelijk maken;]2

    3° de namen van de kandidaten of de inschrijvers;

    4° in geval van een [1 concurrentiegerichte dialoog]1 of een dynamisch aankoopsysteem, de namen van de deelnemers;

    5° in geval van een kwalificatiesysteem :

    - de namen van de gekwalificeerde en niet-gekwalificeerde kandidaten en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben en die gebaseerd zijn op de vooraf vastgestelde kwalificatiecriteria en -regels;

    - de namen van de kandidaten waarvan de kwalificatie is ingetrokken en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben en die gebaseerd zijn op de vooraf vastgestelde kwalificatiecriteria en -regels;

    6° de namen van de al dan niet geselecteerde kandidaten of inschrijvers en de juridische en feitelijke motieven [2 die hun selectie of niet-selectie rechtvaardigen]2;

    7° [2 - in geval van een concurrentiegerichte dialoog, de namen van de deelnemers van wie een of meer oplossingen al dan niet zijn gekozen na afloop van de dialoog en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;

    - in geval van een dynamisch aankoopsysteem, de namen van de niet-toegelaten en toegelaten deelnemers en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;]2

    8° de namen van de inschrijvers van wie de offerte onregelmatig is bevonden en de juridische en feitelijke motieven voor hun wering. Deze motieven hebben met name betrekking op het abnormale karakter van de prijzen en, in voorkomend geval, op het bevinden van de niet gelijkwaardigheid van de voorgestelde oplossingen aan de technische specificaties of het niet voldoen aan de vastgestelde prestatie-eisen of functionele eisen;

    9° de namen van de gekozen inschrijver of de gekozen deelnemer of deelnemers bij de raamovereenkomst en van de deelnemers en inschrijvers van wie de regelmatige offerte niet werd gekozen en de juridische en feitelijke motieven, waaronder de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen offerte, voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;

    10° de juridische en feitelijke motieven van de beslissing van de aanbestedende instantie om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, de vermelding van de nieuwe [2 plaatsingsprocedure]2 die wordt gevolgd.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 5°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 5/1

    [1 De in artikel 4/1 bedoelde gemotiveerde beslissing bevat, naargelang de plaatsingsprocedure en het soort beslissing :

    1° de naam en het adres van de aanbestedende instantie, de datum van de beslissing, het voorwerp van de concessie, en, in voorkomend geval, de prijs of het bedrag van de goed te keuren vergoedingen;

    2° in geval van de plaatsingsprocedures bedoeld in artikel 43, § 2, van de wet betreffende de concessies, de juridische en feitelijke motieven die het gebruik van deze procedure rechtvaardigen of mogelijk maken;

    3° de namen van de kandidaten of inschrijvers;

    4° de namen van de al dan niet geselecteerde kandidaten of inschrijvers en de juridische en feitelijke motieven die hun selectie of niet-selectie rechtvaardigen;

    5° de namen van de inschrijvers van wie de offerte niet conform is bevonden en de juridische en feitelijke motieven voor hun wering. Deze motieven hebben met name betrekking op de conformiteit met de technische, materiële, functionele of juridische minimumeisen, die de aanbestedende instantie in voorkomend geval in de concessiedocumenten heeft vastgesteld;

    6° de namen van de gekozen inschrijver of van een of meer gekozen deelnemers en van de deelnemers en inschrijvers van wie de conforme offerte niet werd gekozen en de juridische en feitelijke motieven, waaronder de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen offerte, voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;

    7° de juridische en feitelijke motieven van de beslissing van de aanbestedende instantie om af te zien van het plaatsen van de concessie en, in voorkomend geval, de vermelding van de nieuwe plaatsingsprocedure die wordt gevolgd.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij W 2017-02-16/19, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 6

    [1 De in artikel 5 bedoelde beslissing, in voorkomend geval aangevuld met de informatie bedoeld in artikel 164 van de wet inzake overheidsopdrachten, vormt het proces-verbaal, dat, op haar verzoek, wordt overgemaakt aan de Europese Commissie via het in artikel 163, § 2, van dezelfde wet bedoelde aanspreekpunt.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 3. - Informatie aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers

    Art. 7
    • § 1 Wanneer de [2 plaatsingsprocedure van de opdracht of van de concessie]2 een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat, deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, aan elke niet-geselecteerde kandidaat het volgende mee :

      1° de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van deze beslissing;

      2° in geval van een beperking van het aantal geselecteerde kandidaten op basis van een rangschikking, de gemotiveerde selectiebeslissing.

      De uitnodiging tot het indienen van een offerte mag niet aan de geselecteerde kandidaten worden gericht vóór de verzending van deze informatie.

    • § 2 In geval van het instellen en het beheer van een kwalificatiesysteem deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde kwalificatiebeslissing, aan elke niet-gekwalificeerde kandidaat de motieven voor zijn niet-kwalificatie mee, in de vorm van een uittreksel van deze beslissing. Deze mededeling gebeurt onverwijld en uiterlijk binnen vijftien dagen vanaf de datum van de beslissing.

      [2 Voorafgaand aan de intrekking van de kwalificatie van een aannemer, leverancier of dienstverlener deelt de aanbestedende instantie hem, ten minste vijftien dagen vóór de datum bepaald voor de intrekking van de kwalificatie, haar voornemen en de redenen mee die deze intrekking rechtvaardigen, alsook de mogelijkheid om zijn opmerkingen binnen dezelfde termijn te formuleren.]2

    • § 3 In geval van een [1 concurrentiegerichte dialoog]1 deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de beslissing over de oplossing of oplossingen die aan haar behoeften en eisen kan of kunnen voldoen, de gemotiveerde beslissing voor deze keuze mee aan de deelnemers van wie de oplossing niet is gekozen.

    • § 4 [2 In geval van een dynamisch aankoopsysteem deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde beslissing, aan elke niet-toegelaten deelnemer, de motieven voor zijn niet-toelating mee, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing.]2

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 5°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 7/1

    [1 In geval van een opdracht geplaatst via een mededingingsprocedure met onderhandeling, een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, een onderhandelingsprocedure met of zonder voorafgaande oproep tot mededinging, een concurrentiegerichte dialoog of innovatiepartnerschap, deelt de aanbestedende instantie, op verzoek van elke inschrijver die een regelmatige offerte heeft ingediend of van elke deelnemer die een oplossing heeft voorgesteld, de informatie mee betreffende, al naargelang, het verloop en de voortgang van de onderhandelingen of van de dialoog met de inschrijvers of deelnemers, en dit zo spoedig mogelijk en uiterlijk vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijke verzoek daartoe van de betrokken inschrijver of deelnemer.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij W 2017-02-16/19, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 8
    • § 1 Onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde gunningsbeslissing [1 deelt de aanbestedende instantie het volgende mee]1 :

      1° aan elke niet-geselecteerde inschrijver, de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;

      2° aan elke inschrijver van wie de offerte onregelmatig [1 of niet-conform]1 is bevonden, de motieven voor de wering, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;

      3° aan elke inschrijver van wie de offerte niet is gekozen en aan de gekozen inschrijver, de gemotiveerde beslissing.

      De [1 mededeling]1 omvat in voorkomend geval eveneens :

      1° de nauwkeurige vermelding van de exacte duur van de termijn bedoeld in artikel 11, eerste lid;

      2° de aanbeveling om de aanbestedende instantie binnen diezelfde termijn per fax, e-mail [1 of, in voorkomend geval, via de elektronische platformen bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet inzake overheidsopdrachten of via de elektronische communicatiemiddelen bedoeld in artikel 32 van de wet betreffende de concessies,]1 te verwittigen indien de belanghebbende een vordering tot schorsing indient overeenkomstig artikel 15;

      3° het faxnummer of het elektronisch adres waarnaar de in artikel 11, derde lid, bedoelde verwittiging kan worden verzonden.

      [1 ...]1

    • § 2 De in § 1 bedoelde [1 mededeling]1 doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan ten aanzien van de gekozen inschrijver en schorst de termijn tijdens welke de inschrijvers gebonden blijven door hun offerte, voor zover een dergelijke termijn en artikel 11 toepasselijk zijn.

      [1 Voor alle offertes ingediend voor die opdracht of concessie]1 eindigt de schorsing van de bedoelde termijn :

      1° indien geen vordering tot schorsing is [1 ingediend]1 als bedoeld in artikel 11, tweede lid, de laatste dag van de termijn bedoeld in artikel 11, eerste lid;

      2° indien een vordering tot schorsing is [1 ingediend]1 als bedoeld in artikel 11, tweede lid, de dag waarop de in artikel 15 bedoelde verhaalinstantie een beslissing heeft genomen;

      3° in elk geval ten laatste 45 dagen na de in § 1 bedoelde [1 mededeling]1.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 9

    Onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht [2 of concessie]2 en, in voorkomend geval, [1 een nieuwe plaatsingsprocedure]1 uit te schrijven, deelt de aanbestedende instantie de gemotiveerde beslissing mee aan de betrokken kandidaten, deelnemers en inschrijvers.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 3°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 9/1

    [1 § 1. De aanbestedende instantie doet onmiddellijk de in de artikelen 7, 8 en 9 bedoelde mededelingen per fax, per e-mail of via de elektronische platformen bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet inzake overheidsopdrachten of de elektronische communicatiemiddelen bedoeld in artikel 32 van de wet betreffende de concessies en, dezelfde dag, per aangetekende zending.

    • § 2 De in paragraaf 1 bedoelde mededelingen bevatten de rechtsmiddelen, de termijnen ervan en de bevoegde instanties en dit minstens via een uitdrukkelijke verwijzing naar de artikelen 14, 15, 23 en 24.

      Indien deze gegevens ontbreken, neemt de in artikel 23, § 2, bedoelde termijn voor het instellen van het verhaal tot vernietiging, een aanvang vier maanden nadat de gemotiveerde beslissing is meegedeeld.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij W 2017-02-16/19, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 10

    [1 Onverminderd artikel 13 van de wet inzake overheidsopdrachten en artikel 31 van de wet betreffende de concessies, mogen bepaalde gegevens evenwel niet worden meegedeeld indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het openbaar belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van publieke of private ondernemers of de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen schaden.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 4. - Wachttermijn

    Art. 11

    [1 De sluiting van de opdracht of van de concessie die volgt op de gunningsbeslissing mag in geen geval plaatsvinden vóór het verstrijken van een termijn van vijftien dagen die ingaat vanaf de mededeling van de gemotiveerde beslissing aan de betrokken kandidaten, deelnemers en inschrijvers overeenkomstig artikel 9/1. Indien de verzendingen niet tegelijk gebeuren, gaat de termijn voor de betrokken kandidaat, deelnemer of inschrijver in de dag van de laatste verzending.]1

    Wanneer een in artikel 15 bedoelde vordering tot schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing wordt ingediend binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, mag de aanbestedende instantie de opdracht [1 of de concessie]1 niet sluiten voordat de verhaalinstantie, in voorkomend geval van eerste aanleg, uitspraak heeft gedaan, hetzij over de vordering tot voorlopige maatregelen, hetzij over de vordering tot schorsing.

    [1 Te dien einde wordt de indiener van de vordering verzocht de aanbestedende instantie binnen die termijn bij voorkeur per fax, e-mail of, in voorkomend geval, via de elektronische platformen bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet inzake overheidsopdrachten, of de elektronische communicatiemiddelen bedoeld in artikel 32 van de wet betreffende de concessies, te verwittigen dat die vordering is ingediend.]1

    De opdracht [1 of de concessie]1 mag worden gesloten na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, wanneer binnen de bedoelde termijn geen enkele vordering tot schorsing is ingediend.

    Het verbod om de opdracht [1 of de concessie]1 te sluiten, strekt enkel tot voordeel van de indiener van een vordering tot schorsing binnen de in het eerste lid bedoelde termijn.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 12

    De opdracht [1 of de concessie]1 mag worden gesloten zonder toepassing te maken van artikel 11 in de volgende gevallen :

    1° [1 wanneer de bekendmaking op Europees niveau van een aankondiging van opdracht of van concessie niet verplicht is;]1

    2° wanneer de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de opdracht [1 of de concessie]1 wordt gegund en er geen betrokken kandidaten zijn;

    3° wanneer het gaat om een opdracht gebaseerd op een raamovereenkomst.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 21, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 13

    De schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing door de verhaalinstantie leidt van rechtswege tot de schorsing van de uitvoering van de opdracht [1 of de concessie]1 die in strijd met artikel 11 zou zijn gesloten.

    De aanbestedende instantie stelt de opdrachtnemer [1 of concessiehouder]1 onverwijld van deze schorsing in kennis en beveelt hem de uitvoering van de opdracht [1 of van de concessie]1 niet te beginnen of stop te zetten, al naargelang.

    Wanneer na de schorsing van rechtswege van de uitvoering van de opdracht [1 of de concessie]1 geen enkele vordering tot nietigverklaring van de gunningsbeslissing of tot onverbindendverklaring van de opdracht [1 of de concessie]1 wordt ingediend binnen de in artikel 23 bepaalde toepasselijke termijnen, wordt zowel de schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing als die van de opdracht [1 of de concessie]1 door de verhaalinstantie opgeheven.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 22, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 5. - Verhaalprocedures

    Onderafdeling 1. - Vernietiging

    Art. 14

    Op verzoek van elke persoon die een belang heeft of heeft gehad om een bepaalde opdracht [2 of concessie]2 te krijgen en die door de beweerde schending is of dreigt te worden benadeeld, kan de verhaalinstantie de beslissingen van de aanbestedende instanties vernietigen, waaronder die welke berusten op discriminerende technische, economische en financiële specificaties, omdat deze beslissingen een machtsafwending inhouden of een inbreuk vormen op :

    1° [2 het op de betreffende opdracht of concessie toepasselijke recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten of concessies, alsook de wetgeving overheidsopdrachten of concessies;]2

    2° de grondwettelijke, wettelijke of reglementaire bepalingen, alsook de algemene rechtsbeginselen die op de betreffende opdracht [2 of concessie]2 van toepassing zijn;

    3° [2 de opdracht- of concessiedocumenten.]2

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 2. - Schorsing

    Art. 15

    Onder dezelfde voorwaarden als die bedoeld in artikel 14 en zonder dat het bewijs van [1 spoedeisendheid]1 is vereist, kan de verhaalinstantie, in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid, eventueel op straffe van een dwangsom, de uitvoering van de in artikel 14 bedoelde beslissingen schorsen en, wat betreft de Raad van State, zolang het vernietigingsberoep bij hem aanhangig is :

    1° de voorlopige maatregelen bevelen om de beweerde schending ongedaan te maken of te voorkomen dat de betrokken belangen worden geschaad;

    2° de voorlopige maatregelen bevelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar uitspraak.

    [1 Naargelang de bevoegde verhaalinstantie overeenkomstig artikel 24, worden de vordering tot schorsing en de vordering tot voorlopige maatregelen ingediend uitsluitend volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid voor de Raad van State, dan wel uitsluitend in kort geding voor de gewone rechter.]1

    De verhaalinstantie kan, ambtshalve of op verzoek van één van de partijen, rekening houden met de vermoedelijke gevolgen van de schorsing van de uitvoering en van de voorlopige maatregelen voor alle belangen die kunnen worden geschaad, alsook met het openbaar belang, en kan beslissen om de schorsing van de uitvoering of de voorlopige maatregelen niet toe te staan wanneer de negatieve gevolgen ervan groter zouden zijn dan de voordelen ervan.

    De beslissing om de schorsing van de uitvoering of de voorlopige maatregelen niet toe te staan, doet geen afbreuk aan de andere door de indiener ingeroepen rechten.

    De vordering tot voorlopige maatregelen kan samen met de in het eerste lid bedoelde vordering tot schorsing of, wanneer de schorsing van de uitvoering van de beslissing wordt bevolen, samen met de in artikel 14 bedoelde vordering tot nietigverklaring of afzonderlijk worden ingediend.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 3. - Schadevergoeding

    Art. 16

    De verhaalinstantie kent een schadevergoeding toe aan de personen die benadeeld zijn door een van de in artikel 14 bedoelde schendingen die door de aanbestedende instantie zijn begaan en voorafgaan aan de sluiting van de opdracht [2 of van de concessie]2 op voorwaarde dat de verhaalinstantie zowel de schade als het oorzakelijk verband tussen de schade en de beweerde schending bewezen acht.

    [2 Wanneer voor de opdrachten in de speciale sectoren en voor de concessies betreffende een activiteit opgenomen in bijlage II van de wet betreffende de concessies, een vordering tot schadevergoeding wordt ingediend uit hoofde van de kosten voor het opstellen van een offerte of voor de deelname aan de procedure, volstaat het dat de indiener aantoont dat er sprake is van een schending van het recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten of concessies of van de wetgeving overheidsopdrachten of concessies en dat hij reële kansen had om de opdracht of concessie te krijgen wanneer deze schending niet zou zijn gebeurd.]2

    [2 Bij openbare of niet-openbare procedure, wanneer de economisch meest voordelige offerte uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald, moet de opdracht aan de inschrijver worden gegund die de laagste regelmatige offerte heeft ingediend, op straffe van een forfaitaire schadevergoeding vastgesteld op tien procent van het bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde van deze offerte. Deze forfaitaire schadevergoeding wordt eventueel aangevuld met een schadeloosstelling met het oog op het volledige herstel van de schade, wanneer deze voortvloeit uit een daad van corruptie als bedoeld in artikel 2 van het Burgerlijk Verdrag inzake corruptie, opgemaakt te Straatsburg op 4 november 1999.

    De schadevergoeding tot herstel bedoeld in artikel 11bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vormt een schadevergoeding of een forfaitaire schadevergoeding in de zin van dit artikel.]2

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 25, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 4. - Onverbindendverklaring

    Art. 17

    Op verzoek van elke belanghebbende verklaart de verhaalinstantie de gesloten opdracht [2 of concessie]2 onverbindend in elk van de volgende gevallen :

    1° [2 onverminderd artikel 18, wanneer de aanbestedende instantie een opdracht of concessie heeft gesloten zonder bekendmaking op Europees niveau van een aankondiging van opdracht of van concessie, terwijl het recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten of concessies of de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of concessies dit nochtans vereisen;]2

    2° wanneer de aanbestedende instantie de opdracht [2 of de concessie]2 heeft gesloten zonder inachtneming van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde termijn, of zonder te wachten tot de verhaalinstantie, in voorkomend geval van eerste aanleg, uitspraak heeft gedaan, hetzij over de vordering tot schorsing, hetzij over de vordering tot voorlopige maatregelen, wanneer :

    a) een inschrijver door deze schending geen verhaal tot schorsing heeft kunnen instellen of voleindigen als bedoeld in artikel 11, tweede lid, en

    b) [2 deze schending gepaard gaat met een schending van het recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten of concessies of van de wetgeving overheidsopdrachten of concessies, waardoor de kansen van een inschrijver om de opdracht of de concessie te krijgen nadelig werden beïnvloed,]2

    3° wanneer de aanbestedende instantie [2 een]2 opdracht heeft gesloten op basis van een raamovereenkomst zonder dat alle voorwaarden reeds in deze raamovereenkomst zijn bepaald, wanneer de ter zake door de Koning bepaalde procedureregels niet worden nageleefd.

    De aanbestedende instantie en de opdrachtnemer [2 of de concessiehouder]2 worden betrokken in deze verhaalprocedure. Te dien einde deelt de aanbestedende instantie de identiteit van de opdrachtnemer [2 of de concessiehouder]2 mee zodra de indiener van het verhaal daarom verzoekt.

    De vordering tot onverbindendverklaring [2 van een opdracht of van een concessie]2 kan samen met de in artikel 14 bedoelde vordering tot nietigverklaring of afzonderlijk worden ingediend.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 26, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 18

    [3 De in artikel 17, eerste lid, 1°, bedoelde onverbindendverklaring is niet toepasselijk indien de aanbestedende instantie, alhoewel ze van oordeel is dat het plaatsen van de opdracht of van de concessie zonder bekendmaking op Europees niveau van een aankondiging van opdracht of van concessie toegestaan is op grond van de bepalingen van het recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten of concessies en van de wetgeving overheidsopdrachten of concessies,

    1° in het Publicatieblad van de Europese Unie vooraf een aankondiging van vrijwillige transparantie ex ante heeft bekendgemaakt, overeenkomstig de modellen opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/1986 van de Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 842/2011, waarin ze te kennen geeft de opdracht of de concessie te willen sluiten, en;

    2° de opdracht of de concessie niet heeft gesloten vóór het verstrijken van een termijn van ten minste tien dagen die ingaat de dag van de bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie.]3

    De in het eerste lid bedoelde aankondiging wordt eveneens bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen, zonder dat deze laatste bekendmaking evenwel een toepassingsvoorwaarde vormt voor de in dit artikel bedoelde uitzondering op de onverbindendverklaring.

    De bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen is facultatief voor de opdrachten in de speciale sectoren [3 en voor de concessies betreffende een activiteit opgenomen in bijlage II van de wet betreffende de concessies.]3

    De in het eerste lid bedoelde aankondiging bevat de volgende informatie :

    1° de naam en de contactgegevens van de aanbestedende instantie;

    2° een omschrijving van het voorwerp van de opdracht [3 of van de concessie]3;

    3° [3 de rechtvaardiging van de beslissing van de aanbestedende instantie om de opdracht of de concessie te plaatsen zonder bekendmaking op Europees niveau van een aankondiging van opdracht of van concessie;]3

    4° de naam en de contactgegevens van de inschrijver ten aanzien van wie is beslist de opdracht [3 of de concessie]3 te gunnen, en

    5° in voorkomend geval, elke andere informatie die de aanbestedende instantie nuttig acht.

    Alleen de aankondiging bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.

    ----------

    (1)<W 2013-12-04/10, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<W 2017-02-16/19, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 19

    Wanneer ze de opdracht [1 of de concessie]1 onverbindend verklaart, beslist de verhaalinstantie om :

    1° alle contractuele verbintenissen met terugwerkende kracht te vernietigen, of

    2° de werking van de vernietiging te beperken tot de nog uit te voeren verbintenissen.

    In het in het eerste lid, 2°, bedoelde geval legt de verhaalinstantie tevens een boete op als bedoeld in artikel 22.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 28, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 20

    [1 De verhaalinstantie kan beslissen om een opdracht of een concessie niet onverbindend te verklaren, ook al is die onwettig gesloten om de in artikel 17 genoemde redenen, indien ze, na alle relevante aspecten te hebben onderzocht, van mening is dat dwingende redenen van algemeen belang het noodzakelijk maken dat de opdracht of de concessie verbindend blijft.

    In dat geval legt de verhaalinstantie in de plaats daarvan de in artikel 22 bedoelde alternatieve sancties op.

    Wat het niet onverbindend verklaren van een opdracht of van een concessie betreft, mogen economische belangen alleen als dwingende redenen worden beschouwd indien, in uitzonderlijke omstandigheden, de onverbindendheid onevenredig grote gevolgen zou hebben.

    Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de opdracht of met de concessie in kwestie, kunnen evenwel niet als dwingende redenen van algemeen belang in aanmerking worden genomen. Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de opdracht of met de concessie omvatten onder meer de kosten die voortvloeien uit de vertraging bij de uitvoering van de opdracht, de kosten van een nieuwe procedure, de kosten die veroorzaakt worden door het feit dat een andere onderneming de opdracht moet uitvoeren, en de kosten van de juridische verplichtingen die voortvloeien uit de onverbindendheid.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 21

    Behalve in de in de artikelen 13 en 17 tot 20 bepaalde gevallen kan de opdracht [1 of de concessie]1, zodra die is gesloten, niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie, welke die ook zij.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 30, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 5. - Alternatieve sancties

    Art. 22
    • § 1 Bij wijze van alternatieve sanctie kan de verhaalinstantie, ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende, de looptijd van de opdracht [2 of van de concessie]2 inkorten of de aanbestedende instantie een boete opleggen.

      De aanbestedende instantie en de opdrachtnemer [2 of de concessiehouder]2 worden betrokken in deze verhaalprocedure. Te dien einde deelt de aanbestedende instantie de identiteit van de opdrachtnemer [2 of van de concessiehouder]2 mee zodra de indiener van het verhaal daarom verzoekt.

      De opgelegde sanctie is doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

      Wanneer ze een sanctie oplegt, kan de verhaalinstantie alle relevante factoren in aanmerking nemen, waaronder de ernst van de schending, de houding van de aanbestedende instantie en de mate waarin de overeenkomst van kracht blijft.

      [2 De boete bedraagt maximaal 10 % van het bedrag van de gegunde opdracht zonder belasting over de toegevoegde waarde of 5 % van de waarde van de gegunde concessie zonder belasting over de toegevoegde waarde.]2

      De toekenning van schadevergoeding vormt geen sanctie als bedoeld in dit artikel.

    • § 2 Op verzoek van elke belanghebbende en na alle relevante aspecten te hebben onderzocht, legt de verhaalinstantie een alternatieve sanctie op als bedoeld in § 1 wanneer de aanbestedende instantie de opdracht [2 of de concessie]2 heeft gesloten in strijd met artikel 11, eerste en tweede lid, waarbij deze schending evenwel :

      1° voor de inschrijver geen belemmering vormde om een vordering tot schorsing in te [2 dienen]2 als bedoeld in artikel 11, tweede lid, en

      2° niet gepaard ging met een schending van het [1 Recht van de Europese Unie]1 inzake overheidsopdrachten [2 of concessies]2 of de wetgeving overheidsopdrachten [2 of concessies]2, waardoor de kansen van de inschrijver om de opdracht [2 of de concessie]2 te krijgen nadelig zouden zijn beïnvloed.

    • § 3 De boetes die bij wijze van alternatieve sanctie worden uitgesproken, worden gestort aan de Schatkist.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 6. - Verhaaltermijnen

    Art. 23
    • § 1 De verhaalprocedures worden, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingesteld binnen de in de §§ 2 tot 4, 5, eerste lid, en 6, bedoelde termijnen vanaf de bekendmaking, de kennisgeving of de kennisneming van de rechtshandeling, al naargelang.

      [1 Wanneer deze wet een mededelingsplicht oplegt, in geval van niet-gelijktijdige zendingen, beginnen de termijnen te lopen vanaf de dag van de laatste verzending. In elk geval beginnen de termijnen maar te lopen voor zover de motivering is meegedeeld.]1

    • § 2 [1 Het in artikel 14 bedoelde verhaal tot vernietiging wordt ingesteld binnen een termijn van zestig dagen, onverminderd artikel 9/1, § 2, tweede lid.]1

    • § 3 De in artikel 15 bedoelde vordering tot schorsing wordt [1 ingediend]1 binnen een termijn van vijftien dagen. Ingeval toepassing wordt gemaakt van artikel 18 bedraagt de termijn tien dagen.

    • § 4 [1 Onverminderd de bepalingen die van toepassing zijn op de schadevergoeding tot herstel bedoeld in artikel 11bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, worden het verhaal tot schadevergoeding en de vordering tot forfaitaire schadevergoeding, bedoeld in artikel 16, ingesteld binnen een termijn van vijf jaar.]1

    • § 5 [1 Het in artikel 17 bedoelde verhaal tot onverbindendverklaring wordt ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag waarop de aanbestedende instantie, hetzij :

      1° de aankondiging van gegunde opdracht of concessie heeft bekendgemaakt overeenkomstig de daartoe vastgestelde bepalingen, wanneer de aanbestedende instantie beslist heeft deze opdracht of concessie te plaatsen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van opdracht of van concessie in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Bulletin der Aanbestedingen en de aankondiging van gegunde opdracht of concessie de rechtvaardiging van deze beslissing bevat, of

      2° de betrokken kandidaten en inschrijvers ervan in kennis heeft gesteld dat de opdracht of de concessie werd gesloten en hen tegelijk de gemotiveerde beslissing heeft meegedeeld die op hen betrekking heeft.

      De verhaaltermijn bedraagt zes maanden vanaf de dag waarop de opdracht of de concessie werd gesloten, wanneer de aanbestedende instantie de bepalingen van het eerste lid niet naleeft.]1

    • § 6 [1 Het in artikel 22 bedoelde verhaal]1 tot alternatieve sancties wordt ingesteld binnen een termijn van zes maanden.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 32, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 7. - Verhaalinstanties

    Art. 24

    Voor de verhaalprocedures bedoeld in de artikelen [1 14, 15 en 16]1 is de verhaalinstantie :

    1° de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wanneer de aanbestedende instantie een overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

    2° de gewone rechter wanneer de aanbestedende instantie geen overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

    [1 Voor de verhaalprocedure bedoeld in artikel 16 is de verhaalinstantie ook de gewone rechter wanneer de aanbestedende instantie een overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en geen schadevergoeding tot herstel als bedoeld in artikel 11bis van dezelfde gecoördineerde wetten werd gevorderd.]1

    Voor de verhaalprocedures bedoeld in de artikelen [1 ...]1 17 en 22 is de verhaalinstantie de gewone rechter. Voor de onverbindendverklaring en de alternatieve sancties zetelt de rechter zoals in kort geding.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 25

    Tenzij de bepalingen van deze wet hiervan afwijken, worden de bevoegdheids- en procedurevoorschriften voor de verhaalinstantie bepaald door de wetten en besluiten betreffende de verhaalinstantie.

    Wanneer de verhaalinstantie een vordering tot schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing ontvangt, deelt zij dit onmiddellijk mee aan de aanbestedende instantie.

    Met het oog op een mededeling aan de Europese Commissie legt de verhaalinstantie aan de eerste minister de tekst over van alle uitspraken die zij doet met toepassing van artikel 18. Zij legt aan de eerste minister eveneens de andere gegevens over die de Europese Commissie eventueel zou opvragen betreffende het verloop van de verhaalprocedures.

    Art. 26

    De verhaalinstantie moet de vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen waarborgen met betrekking tot de informatie die is vervat in door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende instantie die het volledige dossier dient over te leggen, aan haar overgelegde dossiers, ook al kan zijzelf van deze informatie kennis nemen en deze in haar beschouwing betrekken. Het komt deze instantie toe te oordelen in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze informatie moeten worden gewaarborgd, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht van verweer van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt.

    Art. 27

    In geval van een tergende en roekeloze verhaalprocedure kan de verhaalinstantie, op verzoek van de aanbestedende instantie of de begunstigde van de beslissing, aan de aanbestedende instantie of aan de begunstigde een passende schadevergoeding toekennen ten laste van de verzoeker. Het totale bedrag van de eventuele schadevergoedingen mag in geen geval 5 % van het bedrag van de gegunde opdracht zonder belasting over de toegevoegde waarde overschrijden [1 of 2.5 % van de waarde van de gegunde concessie zonder belasting over de toegevoegde waarde]1.

    [1 De voormelde percentages kunnen bij]1 koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden verhoogd. Dit koninklijk besluit moet bij wet worden bekrachtigd binnen een termijn van twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding ervan.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 2. - Opdrachten [1 en concessies]1 die de Europese drempels niet bereiken

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 35, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 1. - Toepassingsgebied

    Art. 28

    Dit hoofdstuk is toepasselijk op de opdrachten die het [2 ...]2 vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereiken, en die onder de wet [1 inzake overheidsopdrachten]1 vallen.

    In de zin van dit hoofdstuk wordt onder "opdracht" eveneens verstaan, het opstellen van een lijst van gegadigden en het opstellen van een kwalificatiesysteem.

    [2 Dit hoofdstuk is ook van toepassing op de concessies waarvan de waarde het vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt en die onder de wet betreffende de concessies ressorteren.]2

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 1°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 36, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 2. - Gemotiveerde beslissing, informatie aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers en wachttermijn

    Art. 29

    [1 § 1. Voor de opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde het bedrag van [2 144.000 euro]2 overschrijdt voor de klassieke sectoren, en [2 443.000 euro]2 voor de speciale sectoren, zijn alleen de artikelen 4, 5, 7, 8, § 1, eerste lid, 9, 9/1 en 10 van toepassing.

    Voor de opdrachten bedoeld in het eerste lid die betrekking hebben op sociale of andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage III van de wet inzake overheidsopdrachten, is artikel 4, eerste lid, 1° tot 3°, evenwel niet van toepassing.

    Voor de in het eerste lid bedoelde opdrachten die geplaatst worden in de klassieke sectoren en waarvan de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde lager is dan de bedragen bedoeld in artikel 41, § 1, van de wet inzake overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, is de aanbestedende instantie verplicht een gemotiveerde beslissing op te stellen in geval van gebruik van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Deze beslissing bevat de juridische en feitelijke motieven die het gebruik van deze procedure rechtvaardigen of mogelijk maken.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 37, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2018-04-15/01, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 29/1

    [1 § 1. Voor de opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde de in artikel 29 § 1, eerste lid, bedoelde toepasselijke drempelbedragen niet overschrijdt, stelt de aanbestedende instantie een gemotiveerde beslissing op in onderstaande gevallen :

    1° wanneer ze beslist over de selectie van de kandidaten ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;

    2° wanneer ze de opdracht gunt, ongeacht de procedure;

    3° wanneer ze afziet van het plaatsen van de opdracht en eventueel beslist een nieuwe plaatsingsprocedure uit te schrijven.

    Bovendien deelt de aanbestedende instantie het volgende mee :

    1° wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat en onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, aan elke niet-geselecteerde kandidaat dat hij niet is geselecteerd;

    2° onmiddellijk na het nemen van de gunningsbeslissing, aan elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver dat hij niet is geselecteerd, aan elke inschrijver met een geweerde of niet-gekozen offerte dat zijn offerte is geweerd of niet is gekozen en aan de gekozen inschrijver dat hij is gekozen.

    Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum van verzending van de in het tweede lid bedoelde informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem volgende aanvullende informatie mee te delen :

    1° elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver : de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;

    2° elke inschrijver van wie de offerte geweerd is : de motieven voor de wering, onder de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;

    3° elke inschrijver van wie de offerte niet is gekozen en de opdrachtnemer : de gemotiveerde beslissing.

    De aanbestedende instantie deelt deze aanvullende informatie mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

    De aanbestedende instantie kan evenwel gebruik maken van de mogelijkheden waarin artikel 8, § 1, eerste lid, voorziet en, naargelang het geval, de in het derde lid vermelde motieven bij de informatie voegen. De gemotiveerde beslissing wordt bij de informatie gevoegd wanneer de aanbestedende instantie artikel 11, eerste lid, toepasselijk maakt, overeenkomstig artikel 30, § 1, tweede lid.

    • § 2 Voor de in § 1, eerste lid, bedoelde opdrachten, deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, een nieuwe plaatsingsprocedure uit te schrijven, deze beslissing mee aan elke betrokken kandidaat of inschrijver.

      Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem de gemotiveerde beslissing mee te delen.

      De aanbestedende instantie deelt de gemotiveerde beslissing mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

    • § 3 Wanneer de aanbestedende instantie, voor de in § 1, eerste lid, bedoelde opdrachten, beslist over de kwalificatie of de intrekking van de kwalificatie in het kader van een kwalificatiesysteem, stelt ze een gemotiveerde beslissing op. Onmiddellijk na het nemen van deze beslissing deelt de aanbestedende instantie deze kwalificatie of intrekking mee aan elke betrokken kandidaat.

      Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken kandidaat schriftelijk verzoeken om hem de motieven van deze beslissing mee te delen, onder de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing.

      De aanbestedende instantie deelt het uittreksel van de gemotiveerde beslissing mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

    • § 4 Wanneer de aanbestedende instantie, voor de in § 1, eerste lid, bedoelde opdrachten, beslist gebruik te maken van de concurrentiegerichte dialoog, stelt ze een gemotiveerde beslissing op.

      Bovendien wordt een gemotiveerde beslissing opgesteld, voor de in § 1, eerste lid, bedoelde opdrachten, wanneer de aanbestedende instantie beslist, in het kader van de concurrentiegerichte dialoog, over de oplossing of de oplossingen die aan haar behoeften en eisen kan of kunnen voldoen. Onmiddellijk na het nemen van deze beslissing deelt de aanbestedende instantie ze mee aan elke betrokken deelnemer. Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken deelnemer schriftelijk verzoeken om hem de gemotiveerde beslissing mee te delen. De aanbestedende instantie deelt de gemotiveerde beslissing mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

      Wanneer de aanbestedende instantie beslist, voor de in § 1, eerste lid, bedoelde opdrachten, in het kader van de concurrentiegerichte dialoog, de dialoog gesloten te verklaren, stelt ze ook hiervan een gemotiveerde beslissing op. Onmiddellijk na het nemen van deze beslissing deelt de aanbestedende instantie ze mee aan elke betrokken deelnemer. Onder dezelfde modaliteiten als in vorig lid vermeld, kan de betrokken deelnemer vervolgens schriftelijk verzoeken om hem de gemotiveerde beslissing mee te delen.

    • § 5 Wanneer de aanbestedende instantie, voor de in § 1, eerste lid, bedoelde opdrachten, in het kader van een dynamisch aankoopsysteem, beslist een deelnemer niet toe te laten, stelt ze een gemotiveerde beslissing op. Onmiddellijk na het nemen van deze beslissing deelt de aanbestedende instantie ze mee aan elke betrokken deelnemer. Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken deelnemer de aanbestedende instantie schriftelijk verzoeken hem de motieven van deze beslissing mee te delen, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing.

      De aanbestedende instantie bezorgt het uittreksel van de gemotiveerde beslissing binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

    • § 6 De aanbestedende instantie doet de in de §§ 1 tot 5 bedoelde mededelingen van de betrokken beslissingen en motiveringen per fax, per e-mail of via de elektronische platformen bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet inzake overheidsopdrachten en, dezelfde dag, per aangetekende zending.

      De in de §§ 1 tot 5 bedoelde mededelingen bevatten de rechtsmiddelen, de termijnen ervan en de bevoegde instanties en dit minstens via een uitdrukkelijke verwijzing naar de artikelen 14, 15, 23 en 24.

      Indien deze gegevens ontbreken, neemt de in artikel 23, § 2, bedoelde termijn voor het instellen van het verhaal tot vernietiging een aanvang vier maanden nadat de motivering is meegedeeld.

    • § 7 De §§ 1 tot 6 zijn niet toepasselijk op de opdrachten van beperkte waarde als bedoeld in de artikelen 92 en 162 van de wet inzake overheidsopdrachten.

    • § 8 Artikel 4, derde lid, en artikel 10 zijn toepasselijk op de opdrachten bedoeld in § 1, eerste lid.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 38, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 29/2

    [1 Voor de in dit hoofdstuk bedoelde concessies zijn enkel de artikelen 4/1, 5/1, 7, 8, § 1, eerste lid, 9, 9/1 en 10 van toepassing.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij W 2017-02-16/19, art. 39, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 30

    [1 § 1. Artikel 11 is toepasselijk op de opdrachten voor werken die verplicht onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking en waarvan het bedrag van de goed te keuren offerte zonder belasting over de toegevoegde waarde meer dan de helft bedraagt van het vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking, alsook op de concessies voor werken waarvan de geraamde waarde meer dan de helft bedraagt van het vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking.

    De aanbestedende instantie kan artikel 11, eerste lid, toepasselijk maken op de opdrachten en op de concessies bedoeld in dit hoofdstuk die niet zijn onderworpen aan het eerste lid.

    • § 2 Zodra de opdracht of de concessie is gesloten, kan deze niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie, welke die ook zij.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 40, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 3. - Verhaalprocedures

    Art. 31

    De artikelen 14 tot 16 zijn toepasselijk op de opdrachten [1 en concessies]1 onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 41, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 32

    Wanneer artikel 30, [1 § 1,]1 eerste lid, toepasselijk is, zijn de artikelen 12, 13, 17, 18, eerste en vierde lid, en 19 tot 22 eveneens toepasselijk.

    [1 In dat geval worden de in die bepalingen vermelde woorden "op Europees niveau" en "Publicatieblad van de Europese Unie" respectievelijk vervangen door de woorden "op Belgisch niveau" en "Bulletin der Aanbestedingen".]1

    Wanneer de aanbestedende instantie, overeenkomstig artikel 30, [1 § 1,]1 tweede lid, artikel 11, eerste lid, vrijwillig toepasselijk maakt, zijn de artikelen 13 en 17 tot 22 niet toepasselijk.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 42, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 33

    De artikelen 23, §§ 1 tot 4 en 24 tot 27, zijn toepasselijk op de opdrachten [1 en op de concessies]1 bedoeld in dit hoofdstuk. Op de opdrachten [1 en op de concessies]1 bedoeld in artikel 30, [1 § 1,]1 eerste lid, zijn eveneens de bepalingen van artikel 23, §§ 5 en 6, toepasselijk.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 43, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 3. - Correctiemechanisme

    Art. 34
    • § 1 De Europese Commissie kan de in §§ 2 tot 5 bedoelde procedure hanteren wanneer zij, vóór de sluiting van de opdracht [2 of van de concessie]2, van oordeel is dat een ernstige schending van het [1 Recht van de Europese Unie]1 inzake overheidsopdrachten [2 of concessies]2 is begaan tijdens een procedure die onder het toepassingsgebied valt van hoofdstuk I van deze titel.

    • § 2 De Europese Commissie stelt de Belgische Staat in kennis van de redenen waarom zij tot de conclusie is gekomen dat een ernstige schending is begaan en vraagt deze op passende wijze ongedaan te maken.

    • § 3 Binnen 21 kalenderdagen na ontvangst van de in § 2 bedoelde kennisgeving, stelt de Belgische Staat de Commissie in kennis van :

      a) de bevestiging dat de schending ongedaan is gemaakt;

      b) een met redenen omkleed oordeel waarin toegelicht wordt waarom geen corrigerende actie is ondernomen, of

      c) een kennisgeving waarin staat dat de procedure is geschorst, hetzij op initiatief van de aanbestedende instantie, hetzij in het kader van de uitoefening van de in artikel 15 bepaalde bevoegdheden.

    • § 4 Een met redenen omkleed oordeel meegedeeld volgens § 3, b), kan onder meer gebaseerd zijn op het feit dat tegen de beweerde inbreuk verhaal bij een rechter of een andere instantie is ingesteld. In dat geval deelt de Belgische Staat de Europese Commissie het resultaat van deze procedures mee, zodra dit bekend is.

    • § 5 In geval van kennisgeving waarbij wordt meegedeeld dat een procedure is geschorst overeenkomstig § 3, c), stelt de betrokken lidstaat de Europese Commissie ervan in kennis dat de schorsing is ingetrokken of dat een andere procedure is uitgeschreven die volledig of gedeeltelijk verband houdt met de voorafgaande procedure. Deze nieuwe kennisgeving moet bevestigen dat de beweerde schending ongedaan is gemaakt of moet een met redenen omkleed oordeel bevatten waarin toegelicht wordt waarom geen corrigerende actie heeft plaatsgevonden.

    • § 6 Wanneer de Europese Commissie de in §§ 2 tot 5 bedoelde procedure hanteert, is de betrokken aanbestedende instantie verplicht samen te werken met de overheden belast met het bezorgen van een antwoord aan de Europese Commissie. De aanbestedende instantie is met name verplicht de eerste minister langs de snelst mogelijke kanalen, binnen 10 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de Europese Commissie, alle documenten en inlichtingen over te leggen die noodzakelijk zijn voor een afdoend antwoord.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 44, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    TITEL III. - De motivering, de informatie en de rechtsmiddelen voor de overheidsopdrachten [2 ressorterend]2 onder de wet [1 defensie en veiligheid]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 2°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 45, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 1. - Opdrachten die de Europese drempels bereiken

    Afdeling 1. - Toepassingsgebied

    Art. 35

    Deze hoofdstuk is van toepassing op de opdrachten en kwalificatiesystemen die het door de Koning vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking bereiken, en die ressorteren onder de wet [2 defensie en veiligheid]2.

    Wat betreft de in artikel 346, 1, b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde defensieopdrachten [3 en de op grond van essentiële veiligheidsbelangen uitgesloten opdrachten]3, zijn evenwel enkel de artikelen 36, 37, 39 tot 42, 46 tot 48 en 55 tot 59 van toepassing.

    [1 ...]1

    [3 Als de oorspronkelijke raming van de opdracht of van de concessie lager is dan het vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking, maar het goed te keuren offertebedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde meer dan 20 % hoger is dan dat vastgestelde bedrag, is dit hoofdstuk van toepassing, met uitzondering van artikel 36, eerste lid, 1° tot 5°, tweede en derde lid, en artikel 39, en met dien verstande dat aan die toepassing de toepassing voorafgaat van hoofdstuk 2. Dit lid is niet van toepassing in het geval bepaald bij artikel 44, 1°.]3

    ----------

    (1)<W 2013-12-04/10, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 20-12-2013>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 4, 2°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<W 2017-02-16/19, art. 46, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 2. - Gemotiveerde beslissing

    Art. 36

    De aanbestedende instantie stelt een gemotiveerde beslissing op :

    1° wanneer ze beslist gebruik te maken van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking;

    2° wanneer ze beslist gebruik te maken van een concurrentiedialoog;

    3° wanneer ze beslist over de kwalificatie of de intrekking van de kwalificatie in het kader van een kwalificatiesysteem;

    4° wanneer ze beslist over de selectie van de kandidaten ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;

    5° wanneer ze, in het kader van de concurrentiedialoog, beslist de dialoog gesloten te verklaren;

    6° wanneer ze een opdracht gunt, ongeacht de procedure;

    7° wanneer ze afziet van het plaatsen van de opdracht en eventueel beslist [2 een nieuwe plaatsingsprocedure]2 uit te schrijven.

    Wat betreft de beslissingen vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, dienen de motieven van de beslissing op het ogenblik van de beslissing te bestaan, maar kan de formele gemotiveerde beslissing a posteriori worden opgesteld, door ze op te nemen in de eerstvolgende beslissing bedoeld in het eerste lid, 3°, 4°, 5°, 6° of 7°, al naargelang.

    In de onderstaande gevallen mag de in het eerste lid, 6°, bedoelde gunningsbeslissing, voor zover dit niet onmiddellijk kan, a posteriori worden opgesteld, uiterlijk de vijftiende dag na de beslissing :

    1° in geval van urgentie als gevolg van een crisis in het geval en onder de voorwaarden bepaald in artikel 25, 1°, e), van de wet [1 defensie en veiligheid]1;

    2° in geval van dwingende spoed als gevolg van gebeurtenissen die niet konden worden voorzien, in het geval en onder de voorwaarden bepaald in artikel 25, 1°, f), van de wet [1 defensie en veiligheid]1;

    3° indien het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen, in het geval en onder de voorwaarden bepaald in artikel 25, 3°, b), van de wet [1 defensie en veiligheid]1;

    4° indien het gaat om de aankoop van leveringen tegen bijzonder gunstige voorwaarden, in het geval en onder de voorwaarden bepaald in artikel 25, 3°, c), van de wet [1 defensie en veiligheid]1;

    5° voor opdrachten in verband met de levering van vervoersdiensten in de lucht en ter zee voor de strijdkrachten of de veiligheidsdiensten die in het buitenland zijn ingezet of zullen worden ingezet, in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in artikel 25, 5°, van de wet [1 defensie en veiligheid]1.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 2°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 4, 3°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 37

    De in artikel 36 bedoelde gemotiveerde beslissing bevat, naargelang de procedure en het soort beslissing :

    1° de naam en het adres van de aanbestedende instantie, [1 de datum van de beslissing]1 het voorwerp van de opdracht, de gevolgde gunningswijze en het goed te keuren opdrachtbedrag;

    2° in geval van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking of concurrentiedialoog, de juridische en feitelijke motieven die het gebruik van deze procedure rechtvaardigen of mogelijk maken;

    3° de namen van de kandidaten of inschrijvers;

    4° in geval van een concurrentiedialoog, de namen van de deelnemers;

    5° in geval van een kwalificatiesysteem :

    - de namen van de gekwalificeerde en niet-gekwalificeerde kandidaten en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben en die gebaseerd zijn op de vooraf vastgestelde kwalificatiecriteria en -regels;

    - de namen van de kandidaten van wie de kwalificatie is ingetrokken en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben en die gebaseerd zijn op de vooraf vastgestelde kwalificatiecriteria en -regels;

    6° de namen van de al dan niet geselecteerde kandidaten of inschrijvers en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;

    7° in geval van een concurrentiedialoog, de namen van de deelnemers van wie de oplossing al dan niet is gekozen na afloop van de dialoog en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;

    8° de namen van de inschrijvers van wie de offerte onregelmatig is bevonden en de juridische en feitelijke motieven voor hun wering. Deze motieven hebben met name betrekking op het abnormale karakter van de prijzen, op het bevinden van de niet-gelijkwaardigheid van de voorgestelde oplossingen aan de technische specificaties of het niet voldoen aan de vastgestelde prestatie- of functionele eisen, alsook op de beslissing dat niet aan de vereisten op het gebied van gegevensbeveiliging en bevoorradingszekerheid is voldaan;

    9° de namen van de gekozen inschrijver of de gekozen deelnemer of deelnemers bij de raamovereenkomst en van de deelnemers en inschrijvers van wie de regelmatige offerte niet werd gekozen en de juridische en feitelijke motieven, waaronder de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen offerte, voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;

    10° de juridische en feitelijke motieven van de beslissing van de aanbestedende instantie om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, de vermelding van de nieuwe gunningsprocedure die wordt gevolgd.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 47, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 38

    De in artikel 37 bedoelde beslissing geldt als proces-verbaal en wordt, op haar verzoek, overgezonden aan de Europese Commissie. Dit proces-verbaal wordt in voorkomend geval aangevuld met :

    1° de vermelding van het gedeelte van de opdracht of van de raamovereenkomst dat de begunstigde voornemens of verplicht is in onderaanneming te geven;

    2° de rechtvaardiging, in geval van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, van de overschrijding van de looptijd van vijf jaar voor de opdrachten betreffende aanvullende leveringen zoals bedoeld in artikel 25, 3°, a), tweede lid, van de wet [1 defensie en veiligheid]1 of voor de opdrachten bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten zoals bedoeld in artikel 25, 4°, b), tweede lid, van dezelfde wet;

    3° de rechtvaardiging, in geval van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, van de overschrijding van het plafond van 50 % van het bedrag van de hoofdopdracht voor de aanvullende werken of diensten als bedoeld in artikel 25, 4°, a), tweede lid, van de wet [1 defensie en veiligheid]1;

    4° de vermelding van de redenen waarom de looptijd van de raamovereenkomst langer is dan zeven jaar.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 2°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 3. - Informatie aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers

    Art. 39
    • § 1 Wanneer de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat, deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, aan elke niet-geselecteerde kandidaat het volgende mee :

      1° de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van deze beslissing;

      2° in geval van een beperking van het aantal geselecteerde kandidaten op basis van een rangschikking, de gemotiveerde selectiebeslissing.

      De uitnodiging tot het indienen van een offerte mag niet aan de geselecteerde kandidaten worden gericht vóór de verzending van deze informatie.

    • § 2 In geval van het instellen en het beheer van een kwalificatiesysteem deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde kwalificatiebeslissing, aan elke niet-gekwalificeerde kandidaat de motieven voor zijn niet-kwalificatie mee, in de vorm van een uittreksel van deze beslissing. Deze mededeling gebeurt onverwijld en uiterlijk binnen vijftien dagen vanaf de datum van de beslissing.

      [1 Voorafgaand aan de intrekking van de kwalificatie van een aannemer, leverancier of dienstverlener deelt de aanbestedende instantie hem, ten minste vijftien dagen vóór de datum bepaald voor de intrekking van de kwalificatie, haar voornemen en de redenen mee die deze intrekking rechtvaardigen, alsook de mogelijkheid om zijn opmerkingen te formuleren binnen dezelfde termijn.]1

    • § 3 In geval van een concurrentiedialoog deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de beslissing over de oplossing of de oplossingen die aan haar behoeften en eisen kan of kunnen voldoen, de gemotiveerde beslissing voor deze keuze mee aan de deelnemers van wie de oplossing niet is gekozen.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 48, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 40
    • § 1 Onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde gunningsbeslissing [1 deelt de aanbestedende instantie het volgende mee]1 :

      1° aan elke niet-geselecteerde inschrijver, de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;

      2° aan elke inschrijver van wie de offerte onregelmatig is bevonden, de motieven voor de wering, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;

      3° aan elke inschrijver van wie de offerte niet is gekozen en aan de gekozen inschrijver, de gemotiveerde beslissing.

      De in het eerste lid bedoelde [1 mededeling]1 omvat in voorkomend geval eveneens :

      1° de nauwkeurige vermelding van de exacte duur van de in artikel 43, eerste lid, bedoelde termijn;

      2° de aanbeveling om de aanbestedende instantie binnen diezelfde termijn per fax, e-mail of een ander elektronisch middel te verwittigen indien de belanghebbende een vordering tot schorsing indient overeenkomstig artikel 47;

      3° het faxnummer of het elektronisch adres waarnaar de in artikel 43, derde lid, bedoelde verwittiging kan worden verzonden.

      [1 ...]1

    • § 2 De in § 1 bedoelde [1 mededeling]1 doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan ten aanzien van de gekozen inschrijver en schorst de termijn tijdens dewelke de inschrijvers gebonden blijven door hun offerte, voor zover een dergelijke termijn en artikel 43 toepasselijk zijn.

      Voor alle voor die opdracht ingediende offertes eindigt de schorsing van de bedoelde termijn :

      1° indien geen vordering tot schorsing is [1 ingediend]1 als bedoeld in artikel 43, tweede lid, de laatste dag van de termijn bedoeld in artikel 43, eerste lid;

      2° indien een vordering tot schorsing is [1 ingediend]1 als bedoeld in artikel 43, tweede lid, de dag waarop de in artikel 47 bedoelde verhaalinstantie een beslissing heeft genomen;

      3° in elk geval ten laatste 45 dagen na de in § 1 bedoelde [1 mededeling]1.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 49, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 41

    Onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, [1 een nieuwe plaatsingsprocedure]1 uit te schrijven, deelt de aanbestedende instantie de gemotiveerde beslissing mee aan de betrokken kandidaten, deelnemers en inschrijvers.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 3°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 41/1

    [1 § 1. De aanbestedende instantie doet onmiddellijk de in de artikelen 39, 40 en 41 bedoelde mededelingen per fax, per e-mail of via een ander elektronisch middel en, dezelfde dag, per aangetekende zending.

    • § 2 De in paragraaf 1 bedoelde mededelingen bevatten de rechtsmiddelen, de termijnen ervan en de bevoegde instanties en dit minstens via een uitdrukkelijke verwijzing naar de artikelen 46, 47, 55 en 56.

      Indien deze gegevens ontbreken, neemt de in artikel 55, § 2, bedoelde termijn voor het instellen van het verhaal tot vernietiging, een aanvang vier maanden nadat de gemotiveerde beslissing is meegedeeld.]1

    ----------

    (1)<Ingevoegd bij W 2017-02-16/19, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 42
    • § 1 Onverminderd artikel 12 van de wet [1 defensie en veiligheid]1, mogen bepaalde gegevens evenwel niet worden meegedeeld indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het openbaar belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van overheidsbedrijven of particuliere ondernemingen of de eerlijke mededinging tussen ondernemingen zou kunnen schaden.

    • § 2 De aanbestedende instantie en elke persoon die, in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van vertrouwelijke informatie over een opdracht of die hem, in het kader van het plaatsen en de uitvoering van de opdracht, door de kandidaten, inschrijvers, aannemers, leveranciers of dienstverleners werd verstrekt, mogen die informatie niet bekendmaken. Deze informatie heeft meer bepaald betrekking op de technische of commerciële geheimen en op de vertrouwelijke aspecten van de offertes.

      Zolang de aanbestedende instantie geen beslissing heeft genomen over, naargelang het geval, de selectie of kwalificatie van de kandidaten of deelnemers, de regelmatigheid van de offertes, de gunning van de opdracht of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht, hebben de kandidaten, deelnemers en inschrijvers en derden geen toegang tot de documenten betreffende de procedure, met name de aanvragen tot deelneming of kwalificatie, de offertes en de interne documenten van de aanbestedende instantie.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 2°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 4. - Wachttermijn

    Art. 43

    [1 De sluiting van de opdracht die volgt op de gunningsbeslissing mag in geen geval plaatsvinden vóór het verstrijken van een termijn van vijftien dagen die ingaat vanaf de mededeling van de gemotiveerde beslissing aan de betrokken kandidaten, deelnemers en inschrijvers overeenkomstig artikel 41/1. Indien de verzendingen niet tegelijk plaatsvinden, begint de termijn voor de betrokken kandidaat, deelnemer of inschrijver te lopen vanaf de dag van de laatste verzending.]1

    Wanneer een in artikel 47 bedoelde vordering tot schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing wordt ingediend binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, mag de aanbestedende instantie de opdracht niet sluiten voordat de verhaalinstantie, in voorkomend geval van eerste aanleg, uitspraak heeft gedaan, hetzij over de vordering tot voorlopige maatregelen, hetzij over de vordering tot schorsing.

    Te dien einde wordt de indiener van de vordering verzocht om de aanbestedende instantie binnen die termijn bij voorkeur per fax, e-mail of [1 via]1 een ander elektronisch middel over de indiening van die vordering te verwittigen.

    De opdracht mag worden gesloten na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, wanneer binnen de bedoelde termijn geen enkele vordering tot schorsing is ingediend.

    Het verbod om de opdracht te sluiten, strekt enkel tot voordeel van de indiener van een vordering tot schorsing binnen de in het eerste lid bedoelde termijn.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 44

    De opdracht mag worden gesloten zonder toepassing te maken van artikel 43 in de volgende gevallen :

    1° wanneer een voorafgaande Europese bekendmaking niet verplicht is;

    2° wanneer de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de opdracht wordt gegund en er geen betrokken kandidaten zijn;

    3° wanneer het gaat om een opdracht gebaseerd op een raamovereenkomst.

    Art. 45

    De schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing door de verhaalinstantie leidt van rechtswege tot de schorsing van de uitvoering van de opdracht die in strijd met artikel 43 zou zijn gesloten.

    De aanbestedende instantie stelt de opdrachtnemer onverwijld van deze schorsing in kennis en beveelt hem de uitvoering van de opdracht niet te beginnen of stop te zetten, al naargelang.

    Wanneer na de schorsing van rechtswege van de uitvoering van de opdracht geen enkele vordering tot nietigverklaring van de gunningsbeslissing of tot onverbindendverklaring van de opdracht wordt ingediend binnen de in artikel 55 bepaalde toepasselijke termijnen, wordt zowel de schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing als die van de opdracht door de verhaalinstantie opgeheven.

    Afdeling 5. - Verhaalprocedures

    Onderafdeling 1. - Vernietiging

    Art. 46

    Op verzoek van elke persoon die een belang heeft of heeft gehad om een bepaalde opdracht te krijgen en die door de beweerde schending is of dreigt te worden benadeeld, kan de verhaalinstantie de beslissingen van de aanbestedende instanties vernietigen, waaronder die welke berusten op discriminerende technische, economische en financiële specificaties, omdat deze beslissingen een machtsafwending inhouden of een inbreuk vormen op :

    1° het op de betreffende opdracht toepasselijke [1 Recht van de Europese Unie]1 inzake overheidsopdrachten, alsook op wetgeving overheidsopdrachten;

    2° de grondwettelijke, wettelijke of reglementaire bepalingen, alsook de algemene rechtsbeginselen die op de betreffende opdracht van toepassing zijn;

    3° de opdrachtdocumenten.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 2. -- Schorsing

    Art. 47

    Onder dezelfde voorwaarden als die bedoeld in artikel 46 en zonder dat het bewijs van [1 spoedeisendheid]1 is vereist, kan de verhaalinstantie, in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid, eventueel op straffe van een dwangsom, de uitvoering van de in artikel 46 bedoelde beslissingen schorsen en, wat betreft de Raad van State, zolang het vernietigingsberoep bij hem aanhangig is :

    1° de voorlopige maatregelen bevelen om de beweerde schending ongedaan te maken of te voorkomen dat de betrokken belangen worden geschaad;

    2° de voorlopige maatregelen bevelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar uitspraak.

    [1 Naargelang de bevoegde verhaalinstantie overeenkomstig artikel 56, worden de vordering tot schorsing en de vordering tot voorlopige maatregelen ingediend uitsluitend volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid voor de Raad van State, dan wel uitsluitend in kort geding voor de gewone rechter.]1

    De verhaalinstantie kan, ambtshalve of op verzoek van één van de partijen, rekening houden met de vermoedelijke gevolgen van de schorsing van de uitvoering en van de voorlopige maatregelen voor alle belangen die kunnen worden geschaad, alsook met het openbaar belang, in het bijzonder inzake defensie en/of veiligheid, en kan beslissen om de schorsing van de uitvoering of de voorlopige maatregelen niet toe te staan wanneer de negatieve gevolgen ervan groter zouden zijn dan de voordelen ervan.

    De beslissing om de schorsing van de uitvoering of de voorlopige maatregelen niet toe te staan, doet geen afbreuk aan de andere door de indiener ingeroepen rechten.

    De vordering tot voorlopige maatregelen kan samen met de in het eerste lid bedoelde vordering tot schorsing of, wanneer de schorsing van de uitvoering van de beslissing wordt bevolen, samen met de in artikel 46 bedoelde vordering tot nietigverklaring of afzonderlijk worden ingediend.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 3. - Schadevergoeding

    Art. 48

    De verhaalinstantie kent een schadevergoeding toe aan de personen die benadeeld zijn door een van de in artikel 46 bedoelde schendingen die door de aanbestedende instantie zijn begaan en voorafgaan aan de sluiting van de opdracht op voorwaarde dat de verhaalinstantie zowel de schade als het oorzakelijk verband tussen de schade en de beweerde schending bewezen acht.

    [1 De schadevergoeding tot herstel bedoeld in artikel 11bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vormt een schadevergoeding in de zin van dit artikel.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 4. - Onverbindendverklaring

    Art. 49

    Op verzoek van elke belanghebbende verklaart de verhaalinstantie de gesloten opdracht onverbindend in elk van de volgende gevallen :

    1° onverminderd artikel 50, wanneer de aanbestedende instantie een opdracht heeft gesloten zonder voorafgaande Europese bekendmaking, terwijl het [1 Recht van de Europese Unie]1 inzake overheidsopdrachten of de wetgeving overheidsopdrachten dit nochtans vereisen;

    2° wanneer de aanbestedende instantie de opdracht heeft gesloten zonder inachtneming van de in artikel 43, eerste lid, bedoelde termijn, of zonder te wachten tot de verhaalinstantie, in voorkomend geval van eerste aanleg, uitspraak heeft gedaan, hetzij over de vordering tot schorsing, hetzij over de vordering tot voorlopige maatregelen, wanneer :

    a) een inschrijver door deze schending geen verhaal tot schorsing heeft kunnen instellen of voleindigen als bedoeld in artikel 43, tweede lid, en

    b) [2 deze schending gepaard gaat met een schending van het recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten of van de wetgeving overheidsopdrachten, waardoor de kansen van een inschrijver om de opdracht te krijgen nadelig werden beïnvloed;]2

    3° wanneer de aanbestedende instantie de opdracht heeft gesloten op basis van een raamovereenkomst zonder dat alle voorwaarden reeds in deze raamovereenkomst zijn bepaald, wanneer er een schending wordt gemaakt van de procedureregels die ter zake door de Koning zijn bepaald overeenkomstig de richtlijn.

    De aanbestedende instantie en de opdrachtnemer worden betrokken in deze verhaalprocedure. Te dien einde deelt de aanbestedende instantie de identiteit van de opdrachtnemer mee zodra de indiener van het verhaal daarom verzoekt.

    De vordering tot onverbindendverklaring van de opdracht kan samen met de in artikel 46 bedoelde vordering tot nietigverklaring of afzonderlijk worden ingediend.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 50

    De in artikel 49, eerste lid, 1°, bedoelde onverbindendverklaring is niet toepasselijk indien de aanbestedende instantie, alhoewel ze van oordeel is dat het plaatsen van de opdracht zonder voorafgaande Europese bekendmaking toegestaan is op grond van de bepalingen van het [3 Recht van de Europese Unie]3 inzake overheidsopdrachten en de wetgeving overheidsopdrachten,

    1° in het Publicatieblad van de Europese Unie vooraf een aankondiging van vrijwillige transparantie ex ante heeft bekendgemaakt, overeenkomstig het model opgenomen in [4 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/1986 van de Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 842/2011]4, waarin ze te kennen geeft de opdracht te willen sluiten en;

    2° de opdracht niet heeft gesloten vóór het verstrijken van een termijn van ten minste tien dagen die ingaat de dag [4 van]4 de bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    De in het eerste lid bedoelde aankondiging wordt eveneens bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen, zonder dat deze laatste bekendmaking evenwel een toepassingsvoorwaarde vormt voor de in dit artikel bedoelde uitzondering op de onverbindendverklaring.

    De bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen is facultatief voor de opdrachten onderworpen aan de bepalingen van titel 3 van de wet [2 defensie en veiligheid]2.

    De in het eerste lid, 1°, bedoelde aankondiging bevat de volgende informatie :

    1° de naam en de contactgegevens van de aanbestedende instantie;

    2° een omschrijving van het voorwerp van de opdracht;

    3° de rechtvaardiging van de beslissing van de aanbestedende instantie om de opdracht te plaatsen zonder voorafgaande Europese bekendmaking;

    4° de naam en de contactgegevens van de inschrijver ten aanzien van wie is beslist de opdracht te gunnen, en

    5° in voorkomend geval, elke andere informatie die de aanbestedende instantie nuttig acht.

    Alleen de aankondiging bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.

    Zolang de bekendmaking van de in dit artikel bedoelde aankondiging van vrijwillige transparantie ex ante niet tegelijk kosteloos kan gebeuren in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Bulletin der Aanbestedingen door een online invoering door elektronische gegevensopvang of door gegevensoverdracht tussen systemen die een automatische en gestructureerde bekendmaking mogelijk maken conform het toepasselijke model opgenomen in de voormelde [4 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/1986]4, kan de bekendmaking van de bedoelde aankondiging geldig als volgt gebeuren :

    1° in het Publicatieblad van de Europese Unie : door gebruik te maken van het toepasselijke model dat op de webapplicatie eNotices van de Europese Unie beschikbaar is voor een online bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie;

    2° in het Bulletin de Aanbestedingen : door gebruik te maken van het toepasselijke model dat voor de aankondiging van vrijwillige transparantie ex ante op de webapplicatie e-Notification van de federale overheid of een andere, door het Bulletin der Aanbestedingen erkende web applicatie beschikbaar is voor een online bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen voor de opdrachten die worden geplaatst krachtens [4 de wet defensie en veiligheid]4 of de wet [1 inzake overheidsopdrachten]1, al naargelang.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 1°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 4, 2°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (3)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (4)<W 2017-02-16/19, art. 55, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 51

    Wanneer ze de opdracht onverbindend verklaart, beslist de verhaalinstantie om :

    1° alle contractuele verbintenissen met terugwerkende kracht te vernietigen, of

    2° de werking van de vernietiging te beperken tot de nog uit te voeren verbintenissen.

    In het in het eerste lid, 2°, bedoelde geval legt de verhaalinstantie tevens een boete op als bedoeld in artikel 54.

    Art. 52
    • § 1 De verhaalinstantie kan beslissen om een opdracht niet onverbindend te verklaren, ook al is die onwettig gesloten om de in artikel 49 genoemde redenen, indien ze, na alle relevante aspecten te hebben onderzocht, van mening is dat dwingende redenen van algemeen belang, die in de eerste plaats verband houden met defensie- of veiligheidsbelangen, het noodzakelijk maken dat de opdracht verbindend blijft.

      In dat geval legt de verhaalinstantie in de plaats daarvan alternatieve sancties op als bedoeld in artikel 54.

      Wat het niet onverbindend verklaren van een opdracht betreft, mogen economische belangen alleen als dwingende redenen worden beschouwd indien, in uitzonderlijke omstandigheden, de onverbindendheid onevenredig grote gevolgen zou hebben.

      Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de opdracht in kwestie, kunnen evenwel niet als dwingende redenen van algemeen belang in aanmerking worden genomen. Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de opdracht omvatten onder meer de kosten die voortvloeien uit de vertraging bij de uitvoering van de opdracht, de kosten van een nieuwe procedure, de kosten die veroorzaakt worden door het feit dat een andere onderneming de opdracht moet uitvoeren, en de kosten van de juridische verplichtingen die voortvloeien uit de onverbindendheid.

      In elk geval mag een overeenkomst niet als onverbindend worden beschouwd, als de gevolgen van deze onverbindendheid ernstig gevaar zouden opleveren voor het bestaan zelf van een ruimer defensie- of veiligheidsprogramma dat essentieel is voor de veiligheidsbelangen van een lidstaat.

    • § 2 De in artikel 49, eerste lid, 3°, bedoelde onverbindendverklaring is niet toepasselijk indien de aanbestedende instantie :

      - van oordeel is dat de gunning van de opdracht in overeenstemming is met artikel 138, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied van 23 januari 2012 en;

      - artikel 43 vrijwillig toepasselijk maakt;

      - onmiddellijk na het nemen van de gunningsbeslissing overeenkomstig artikel 36, eerste lid, 6°, de bepalingen van artikel 40, § 1, heeft nageleefd.

    Art. 53

    Behalve in de in de artikelen 45 en 49 tot 52 bepaalde gevallen kan de opdracht, zodra die is gesloten, niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie, welke die ook zij.

    Onderafdeling 5. - Alternatieve sancties

    Art. 54
    • § 1 Bij wijze van alternatieve sanctie kan de verhaalinstantie, ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende, de looptijd van de opdracht inkorten of de aanbestedende instantie een boete opleggen.

      De aanbestedende instantie en de opdrachtnemer worden betrokken in deze verhaalprocedure. Te dien einde deelt de aanbestedende instantie de identiteit van de opdrachtnemer mee zodra de indiener van het verhaal daarom verzoekt.

      De opgelegde sanctie is doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

      Wanneer ze een sanctie oplegt, kan de verhaalinstantie alle relevante factoren in aanmerking nemen, waaronder de ernst van de schending, de houding van de aanbestedende instantie en de mate waarin de overeenkomst van kracht blijft.

      De boete bedraagt maximaal [2 10]2 % van het gegunde opdrachtbedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde.

      De toekenning van schadevergoeding vormt geen sanctie als bedoeld in dit artikel.

    • § 2 Op verzoek van elke belanghebbende en na alle relevante aspecten te hebben onderzocht, legt de verhaalinstantie een alternatieve sanctie op als bedoeld in § 1 wanneer de aanbestedende instantie de opdracht heeft gesloten in strijd met artikel 43, eerste en tweede lid, waarbij deze schending evenwel :

      1° voor de inschrijver geen belemmering vormde om een vordering tot schorsing in te [2 dienen]2 als bedoeld in artikel 43, tweede lid, en

      2° niet gepaard ging met een schending van het [1 Recht van de Europese Unie]1 inzake overheidsopdrachten of [2 van]2 de wetgeving overheidsopdrachten, waardoor de kansen van de inschrijver om de opdracht te krijgen nadelig zouden zijn beïnvloed.

    • § 3 De boetes die bij wijze van alternatieve sanctie worden uitgesproken, worden gestort aan de Schatkist.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<W 2017-02-16/19, art. 56, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 6. - Verhaaltermijnen

    Art. 55
    • § 1 De verhaalprocedures worden, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingesteld binnen de in de §§ 2 tot 4, 5, eerste lid, en 6 bedoelde termijnen vanaf de bekendmaking, de kennisgeving of de kennisneming van de rechtshandeling, al naargelang.

      [1 Wanneer deze wet een mededelingsplicht oplegt, in geval van niet-gelijktijdige zendingen, beginnen de termijnen te lopen vanaf de dag van de laatste verzending. In elk geval beginnen de termijnen maar te lopen voor zover de motivering is meegedeeld.]1

    • § 2 [1 Het in artikel 46 bedoelde verhaal tot vernietiging wordt ingesteld binnen een termijn van zestig dagen, onverminderd artikel 41/1, § 2, tweede lid.]1

    • § 3 De in artikel 47 bedoelde vordering tot schorsing wordt [1 ingediend]1 binnen een termijn van vijftien dagen. Ingeval toepassing wordt gemaakt van artikel 50 bedraagt de termijn tien dagen.

    • § 4 [1 Onverminderd de bepalingen die van toepassing zijn op de schadevergoeding tot herstel bedoeld in artikel 11bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wordt het in artikel 48 bedoelde verhaal tot schadevergoeding ingesteld binnen een termijn van vijf jaar.]1

    • § 5 [1 Het in artikel 49 bedoelde verhaal]1 tot onverbindendverklaring wordt ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag nadat de aanbestedende instantie, hetzij :

      1° de aankondiging van gegunde opdracht heeft bekendgemaakt overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen, wanneer de aanbestedende instantie beslist heeft deze opdracht te plaatsen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Bulletin der Aanbestedingen en de aankondiging van gegunde opdracht de rechtvaardiging van deze beslissing bevat, of

      2° de betrokken kandidaten en inschrijvers ervan in kennis heeft gesteld dat de opdracht werd gesloten en hen tegelijk de gemotiveerde beslissing heeft meegedeeld die op hen betrekking heeft.

      De verhaaltermijn bedraagt zes maanden vanaf de dag na de sluiting van de opdracht wanneer de aanbestedende instantie de bepalingen van het eerste lid niet naleeft.

    • § 6 [1 Het in artikel 54 bedoelde verhaal]1 tot alternatieve sancties wordt ingesteld binnen een termijn van zes maanden.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 57, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Onderafdeling 7. - Verhaalinstanties

    Art. 56

    Voor de verhaalprocedures bedoeld in de artikelen [1 46, 47 en 48]1 is de verhaalinstantie :

    1° de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wanneer de aanbestedende instantie een overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

    2° de gewone rechter wanneer de aanbestedende instantie geen overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

    [1 Voor de verhaalprocedure bedoeld in artikel 48 is de verhaalinstantie ook de gewone rechter wanneer de aanbestedende instantie een overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en geen schadevergoeding tot herstel als bedoeld in artikel 11bis van dezelfde gecoördineerde wetten werd gevorderd.]1

    Voor de verhaalprocedures bedoeld in de artikelen [1 ...]1 49 en 54 is de verhaalinstantie de gewone rechter. Voor de onverbindendverklaring en de alternatieve sancties zetelt de rechter zoals in kort geding.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 58, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 57

    Tenzij de bepalingen van deze wet hiervan afwijken, worden de bevoegdheids- en procedurevoorschriften voor de verhaalinstantie bepaald door de wetten en besluiten betreffende de verhaalinstantie.

    Wanneer de verhaalinstantie een vordering tot schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing ontvangt, deelt zij dit onmiddellijk mee aan de aanbestedende instantie.

    Met het oog op een mededeling aan de Europese Commissie, zendt de verhaalinstantie aan de eerste minister de tekst over van alle uitspraken die zij doet met toepassing van artikel 50. Zij zendt aan de eerste minister eveneens de andere gegevens over die de Europese Commissie eventueel zou opvragen betreffende het verloop van de verhaalprocedures.

    Art. 58

    De verhaalinstantie moet een adequaat niveau van vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen waarborgen met betrekking tot de in voorkomend geval geclassificeerde gegevens, die vervat zijn in de door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende instantie die het volledige dossier dient over te leggen, aan haar toegezonden dossiers. De verhaalinstantie kan evenwel van deze gegevens kennis nemen en deze in aanmerking nemen. Ze eerbiedigt bij haar optreden gedurende de hele procedure de defensie- of veiligheidsbelangen. Ze oordeelt in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze gegevens moeten worden verzoend met de eerbiediging van het recht van verweer en ervoor wordt gezorgd dat de procedure als geheel het recht op een eerlijk proces eerbiedigt.

    Art. 59

    In geval van een tergende en roekeloze verhaalprocedure kan de verhaalinstantie, op verzoek van de aanbestedende instantie of de begunstigde van de beslissing, aan de aanbestedende instantie of aan de begunstigde een passende schadevergoeding toekennen ten laste van de verzoeker. Het totale bedrag van de eventuele schadevergoedingen mag in geen geval 5 % van het bedrag van de gegunde opdracht zonder belasting over de toegevoegde waarde overschrijden.

    Het voornoemde percentage kan bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden verhoogd. Dit koninklijk besluit moet bij wet worden bekrachtigd binnen een termijn van twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding ervan.

    HOOFDSTUK 2. - Opdrachten die de Europese drempels niet bereiken

    Afdeling 1. - Toepassingsgebied

    Art. 60

    Behoudens indien anders bepaald, is dit hoofdstuk toepasselijk op alle opdrachten die het door de Koning vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereiken, en die ressorteren onder de wet [1 defensie en veiligheid]1.

    In de zin van dit hoofdstuk wordt onder "opdracht" eveneens verstaan het opstellen van een lijst van gegadigden en van een kwalificatiesysteem.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 2°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 2. - Gemotiveerde beslissing, informatie aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers en wachttermijn

    Art. 61

    De artikelen 36, 37, 39, 40, § 1, eerste lid, [1 41, 41/1 en 42]1 zijn toepasselijk op de opdrachten bedoeld in dit hoofdstuk waarvan het goed te keuren bedrag hoger is dan [2 30.000 euro]2 zonder belasting op de toegevoegde waarde.

    De Koning kan het voormelde bedrag aanpassen volgens de eventuele aanpassing van de overeenstemmende drempelwaarde voor de opdrachten gesloten met een aanvaarde factuur.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 59, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    (2)<KB 2018-04-15/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

    Art. 62

    [1 § 1. Artikel 43 is toepasselijk op de opdrachten voor werken die verplicht onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking en waarvan het bedrag van de goed te keuren offerte zonder belasting over de toegevoegde waarde meer dan de helft bedraagt van het door de Koning vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking. Het onderhavige lid is evenwel niet toepasselijk op de opdrachten voor werken inzake defensie als bedoeld in artikel 346, 1, b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    De aanbestedende instantie kan artikel 43, eerste lid, toepasselijk maken op de opdrachten bedoeld in dit hoofdstuk die niet zijn onderworpen aan het eerste lid.

    • § 2 Zodra de opdracht is gesloten, kan deze niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie, welke die ook zij.]1

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Afdeling 3. - Verhaalprocedures

    Art. 63

    De artikelen 46 tot 48 zijn toepasselijk op de opdrachten onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk.

    Art. 64

    Wanneer artikel 62, [1 § 1,]1 eerste lid, toepasselijk is, zijn de artikelen 44, 45, 49, 50, eerste en vierde lid, en 51 tot 54 eveneens toepasselijk.

    In dat geval worden de in die bepalingen vermelde woorden "Europese bekendmaking" en "Publicatieblad van de Europese Unie" vervangen door de woorden "Belgische bekendmaking", respectievelijk "Bulletin der Aanbestedingen".

    Wanneer de aanbestedende instantie, overeenkomstig artikel 62, [1 § 1,]1 tweede lid, artikel 43, eerste lid, vrijwillig toepasselijk maakt, zijn de artikelen 45 en 49 tot 54 niet toepasselijk.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 61, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 65

    De artikelen 55, §§ 1 tot 4, en 56 tot 59 zijn toepasselijk op de opdrachten bedoeld in dit hoofdstuk. Op de opdrachten bedoeld in artikel 62, [1 § 1,]1 eerste lid, zijn eveneens de bepalingen van artikel 55, §§ 5 en 6, toepasselijk.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 62, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    HOOFDSTUK 3. - Correctiemechanisme

    Art. 66
    • § 1 De Europese Commissie kan de in §§ 2 tot 5 bedoelde procedure hanteren wanneer zij, vóór de sluiting van de opdracht, van oordeel is dat een ernstige schending van het [1 Recht van de Europese Unie]1 inzake overheidsopdrachten is begaan tijdens een procedure die onder het toepassingsgebied valt van hoofdstuk I van deze titel.

    • § 2 De Europese Commissie stelt de Belgische Staat in kennis van de redenen waarom zij tot de conclusie is gekomen dat een ernstige schending is begaan en vraagt deze op passende wijze ongedaan te maken.

    • § 3 Binnen 21 kalenderdagen na ontvangst van de in § 2 bedoelde kennisgeving, stelt de Belgische Staat de Commissie in kennis van :

      a) de bevestiging dat de schending ongedaan is gemaakt;

      b) een met redenen omkleed oordeel waarin toegelicht wordt waarom geen corrigerende actie is ondernomen, of

      c) een kennisgeving waarin staat dat de procedure is geschorst, hetzij op initiatief van de aanbestedende instantie, hetzij in het kader van de uitoefening van de in artikel 47 bepaalde bevoegdheden.

    • § 4 Een met redenen omkleed oordeel meegedeeld volgens § 3, b), kan onder meer gebaseerd zijn op het feit dat tegen de beweerde inbreuk verhaal bij een rechter of een andere instantie is ingesteld. In dat geval deelt de Belgische Staat de Europese Commissie het resultaat van deze procedures mee, zodra dit bekend is.

    • § 5 In geval van kennisgeving waarbij wordt meegedeeld dat een procedure is geschorst overeenkomstig § 3, c), stelt de betrokken lidstaat de Europese Commissie ervan in kennis dat de schorsing is ingetrokken of dat een andere procedure is uitgeschreven die volledig of gedeeltelijk verband houdt met de voorafgaande procedure. Deze nieuwe kennisgeving moet bevestigen dat de beweerde schending ongedaan is gemaakt of moet een met redenen omkleed oordeel bevatten waarin toegelicht wordt waarom geen corrigerende actie heeft plaatsgevonden.

    • § 6 Wanneer de Europese Commissie de in §§ 2 tot 5 bedoelde procedure hanteert, is de betrokken aanbestedende instantie verplicht samen te werken met de overheden belast met het bezorgen van een antwoord aan de Europese Commissie. De aanbestedende instantie is met name verplicht de eerste minister langs de snelst mogelijke kanalen, binnen 10 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de Europese Commissie, alle documenten en inlichtingen over te leggen die noodzakelijk zijn voor een afdoend antwoord.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    TITEL IV.

    ENIG HOOFDSTUK. - Slotbepalingen

    Art. 67

    De wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten, en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, gewijzigd bij de wet van 12 januari 2007, wordt opgeheven.

    Art. 68

    De berekening van de in deze wet bepaalde termijnen gebeurt overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden in het [1 Recht van de Europese Unie]1.

    ----------

    (1)<W 2017-02-16/19, art. 4, 4°, 003; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

    Art. 69

    Deze wet treedt in werking op 1 juli 2013.