chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Duurzaamheid Herman Teirlinckgebouw

    Het Herman Teirlinckgebouw is het grootste passiefkantoor van België. Het behaalt 4 sterren op vlak van duurzaamheid volgens het Handboek ‘waardering van kantoorgebouwen’ van de Vlaamse overheid - de hoogst haalbare score.

    Wat zijn de algemene kenmerken van het Herman Teirlinckgebouw als passief gebouw?

    • Het Herman Teirlinckgebouw heeft een goed geïsoleerde gebouwschil om het warmteverlies door muren, daken en ramen te beperken.
    • Het gebouw heeft een aangenaam binnenklimaat voor de gebruiker.
    • Ramen zorgen voor uitzicht, daglicht en passieve warmtewinsten, maar kunnen in de zomer snel tot ongewenste zonne-instraling zorgen. In een juist evenwicht wordt in het Herman Teirlinckgebouw voldoende licht binnengehaald maar oververhitting voorkomen. Zonwering aan de buitenkant kan ongewenste zonne-instraling beperken.
    • Het gebouw is luchtdicht om ventilatieverliezen te beperken.
    • Het is compact: door het verliesoppervlak te verkleinen, verbetert de verhouding tussen de gebouwschil en het te verwarmen volume.
    • De warmte wordt gerecupereerd: met de afgevoerde warmte uit de ‘gebruikte’ lucht wordt de binnenstromende lucht gewarmd. Dit gebeurt in aparte circuits, er kan geen onderlinge vervuiling optreden.

    Passieve verwarmings- en koeltechnieken

    Koude-warmte-opslag

    Onder het gebouw ligt een geothermische open installatie voor koude-warmte-opslag (KWO). Dit is een natuurlijke bron van ‘gratis’ koude en warmte.

    De geothermische open installatie voor koude-warmte-opslag (KWO) onder het gebouw bestaat uit een achttal grondwaterputten op ongeveer 85m diepte. Een deel werkt als warme bron, het andere deel als koude bron.

    De grond heeft een constante temperatuur rond 11°C. In de zomer is 11°C koel, in de winter is 11°C warm.

    • In de winter wordt het grondwater omhoog gepompt en overgebracht naar een warmtepomp die een temperatuur van 40°C genereert en daarmee de afgifte-elementen zoals radiatoren en betonkernactivering voedt. Het afgekoelde retourwater wordt naar de koude bron teruggeleid.
    • In de zomer wordt het koele bronwater gebruikt voor de passieve koeling. Het opgewarmde water wordt terug naar de warme bron geleid.
    Adiabatische koeling

    Adiabatische koeling is gebaseerd op het koelen van lucht door het laten verdampen van water. De energie die nodig is voor het verdampen, wordt onttrokken aan de lucht. De lucht koelt hierdoor af.

    De serres: groene longen

    Er zijn vier binnentuinen: twee op het gelijkvloers aan de binnenstraat, één op de 2e en één op de 3e verdieping. Deze tuinen fungeren als groene longen en klimaatbuffer. Elk binnentuin krijgt een andere sfeer, van ‘het plein’, ‘de binnenplaats’, ‘de fruitgaard’ en ‘het leeseiland’.

    Planten ondersteunen een goede vochthuishouding. Ze reinigen de lucht, zorgen voor een koelend effect en ze zijn vooral een plezier om naar te kijken.

    Het koelende effect is het gevolg van 'evapotranspiratie', ook een natuurlijk fenomeen. Bij de verdamping van vocht ontstaat koelte. Dit is een van de redenen waardoor het in het bos in de zomer koeler is dan in een stedelijke omgeving.

    Natuurlijke ventilatie

    De binnentuinen, serres en binnenstraat worden beschouwd als buitenklimaat, weliswaar beschut. De ventilatie gebeurt op een natuurlijke manier: via de openingen zoals de schuifdeuren op het gelijkvloers, stroomt lucht naar binnen. De lucht warmt langzaam op, door de mensen en het gebouw zelf. Het natuurlijke fenomeen van het schouw- of schoorsteeneffect zorgt ervoor dat de opgewarmde lucht langzaam naar boven stroomt, naar openingen in de serres. Deze openingen kunnen gestuurd worden in functie van de temperatuur. Zo ontstaat er vanzelf een luchtcircuit.

    Hoge massa

    Het gebouw heeft een hoge massa: de zware wanden en betonnen vloeren slaan warmte op als het opgewarmd wordt. Daardoor verkleint de koelbehoefte. Dit principe van ‘hoge thermische inertie’ is bijvoorbeeld ook van toepassing bij kerken met zeer dikke bakstenen muren. Deze warmen zelfs tijdens een warme zomer slechts heel langzaam op en blijven binnen als gevolg koel.

    Betonkernactivering

    Een gesloten watersysteem in de vloeren werkt ongeveer als vloerverwarming, maar de watervoerende leidingen zitten in het plafond:

    • In de zomer stroomt er koel water van ongeveer 19°C door de leidingen, wat zorgt voor een aangename stralingskoelte zonder tochtverschijnselen.
    • In de winter bedraagt de temperatuur van het water 23°C.

    Betonkernactivering is een traag systeem dat niet zomaar aan- of afgezet kan worden. Via de ventilatielucht kan extra verwarmd of gekoeld worden om pieken op te vangen.


    Leidingen betonkernactivering

    Zonnepanelen

    Zonnepanelen zetten zonne-energie om in elektriciteit voor eigen verbruik. Op het dak werden 1195 zonnepanelen geïnstalleerd, ongeveer 2000 m². Dit komt overeen met een productie van ongeveer 285 MWh/ jaar, te vergelijken met een gemiddeld verbruik van ruim tachtig Vlaamse gezinnen. Ruwweg geschat wordt zo’n 25% van het primaire energieverbruik van het Herman Teirlinckgebouw hiermee gedekt.

    Water als kostbaar goed

    Het regenwater wordt opgevangen en hergebruikt voor de spoeling van de toiletten en de adiabatische koeling. Helaas kan het opgevangen regenwater niet de volledige behoefte van het gebouw dekken. Zo zetten we naast regenwaterrecuperatie in op de beperking van het drinkwaterverbruik. Daartoe zijn alle toiletten en urinoirs waterbesparend. Ook bij kranen en douches worden sensoren of doorloopbegrenzers ingezet om het verbruik aan drinkwater te beperken.

    De juiste hoeveelheid licht

    De ramen zijn zo ontworpen dat er veel daglicht binnenvalt. Tegelijkertijd worden verblinding en te veel opwarming in de zomer voorkomen. De betonnen kaders zijn voorzien van horizontale regels in het bovenste gedeelte. Deze zorgen er enerzijds ervoor dat het licht naar het plafond van de ruimte gekaatst wordt, wat zorgt voor meer daglicht. Anderzijds zijn dit ook kleine ‘luifels’ die de zon in de zomer buiten houden.


    Betonnen kaders voorzien van horizontale regels

    Aanvullend aan het daglicht is kunstlicht voorzien. De verlichtingsarmaturen zijn voorzien van sensoren die meten hoeveel daglicht op elk moment binnenvalt. Afhankelijk van de hoeveelheid daglicht wordt de kunstverlichting gedimd. Dit principe van daglichtsturing voorkomt dat lichten onnodig branden.


    Baffel met LED-verlichting en aanwezigheidssensor

    Materialen

    Bij de materiaalkeuze werd rekening gehouden met een aantal duurzame aspecten.

    Beperkte uitstoot

    De materialen binnenin stoten zo weinig mogelijk vluchtige organische stoffen, zoals formaldehyde, uit.

    Lokaal

    De productie van het materiaal gebeurt zo lokaal mogelijk. Zo komen de bakstenen en raamkaders bijvoorbeeld uit Nederland, de composiet betonvloeren zijn afkomstig uit Duitsland.

    Voor de onderfundering werd steenpuin van de uitgravingen gebruikt.

    Duurzaam transport

    Het transport gebeurde zo duurzaam mogelijk. De bakstenen werden onder andere per boot aangevoerd om overbelasting van de wegen te vermijden. Ook een deel van de afgegraven grond werd afgevoerd via de boot. Dit veroorzaakte minder CO2-uitstoot dan met de vrachtwagen.

    FSC-gecertificeerd hout

    Al het hout is FSC-gecertifieerd. FSC staat voor Forest Stewardship Council: een internationale organisatie zonder winstgevend doel, opgericht in 1993 met als doel het nastreven van verantwoord bosbeheer wereldwijd. FSC werd opgericht door bosbeheerders, bedrijven uit de hout- en papiersector, sociale bewegingen en milieuorganisaties. FSC beheert een systeem van boscertificering, en het FSC-label op producten geeft aan dat deze afkomstig zijn uit verantwoord beheerde bossen en/ of gerecycleerd materiaal.

    C2C-gecertificeerd tapijt

    Het tapijt is C2C-gecertifieerd. C2C betekent ‘cradle to cradle’ of ‘wieg tot wieg’. De centrale filosofie achter C2C is dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product. Het grootste verschil met conventioneel hergebruik is dat er geen kwaliteitsverlies is of restafval overblijft.

    Recuperatie van meubels

    Voor het los meubilair wordt zo veel mogelijk meubilair gerecupereerd. Of er worden hernieuwde en aangepaste meubels gemaakt uit oude meubels.

    Aangenaam gebruikscomfort centraal

    Bij de uitwerking van een duurzaam werkplekconcept staat het comfort van de gebruiker centraal. Dit comfort omvat verschillende aspecten: een goede akoestiek, een aangenaam thermisch comfort zowel in de winter als in de zomer, geen tocht nochdroge lucht, veel licht en lucht, mooie gevarieerde uitzichten, … .

    In optimale werkcondities kan de gebruiker het binnenklimaat beïnvloeden. Door ramen te openen, het licht te regelen, de zonwering in te stellen. In het Herman Teirlinckgebouw wordt met deze mogelijkheden een hoogwaardige en duurzame werkplek geboden.

    Akoestiek

    In de vergaderzalen maar ook in alle andere zones heerst een aangename akoestiek – het gevolg van de nodige berekeningen en simulaties. Op de kantoorverdiepingen zorgen de vrij hangende ronde akoestische eilanden – baffels – voor de gewenste ruimteakoestiek.

    Groen verhoogt belevingskwaliteit

    De serres en tuinen verhogen de belevingswaarde van het gebouw. In Het Herman Teirlinckgebouw liggen de kantoorvloeren rondom grote groene wintertuinen. Door hun beglazing worden de serres als winter- en zomertuinen gebruikt. Ze garanderen een optimaal daglicht en aangenaam uitzicht vanuit de werkplekken. De vides en tuinen bieden de gebruikers een werkplek met een eigen identiteit binnen het grotere gebouwvolume. De bewoners van het gebouw kunnen door de tuinen heen kijken, waardoor de verschillende entiteiten met elkaar verbonden worden.

    Binnenstraat als kloppend hart

    Het Herman Teirlinckgebouw heeft een overdekte binnenstraat, net zoals het Koninklijk Pakhuis. Deze binnenstraat vormt de hoofdingang van het gebouw. Rond de binnenstraat liggen de gemeenschappelijke functies: de polyvalente ruimte, het restaurant, het groot auditorium, de ontvangstruimten, de broodjesbar … . Op de eerste verdieping bevinden zich de vergaderzalen, de leslokalen en de auditoria. Op die manier ontstaat een aangename en heldere gebouwstructuur.