chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Veelgestelde vragen PTOW

    Principes Het Nieuwe Werken (HNW), PTOW

    Volgens de nieuwe omzendbrief moet het plaats- en tijdsonafhankelijk werken in 2020 volledig ingevoerd zijn. Anderzijds heb je de facilitaire kant van ‘Het Nieuwe Werken’ waarbij het afhankelijk is van het gebouw waar iemand werkt. Hoe verhouden de 2 zich tot elkaar?

    Het plaats- en tijdsonafhankelijk werken is een onderdeel van ‘Het Nieuwe Werken’ (HNW). Om ‘Het Nieuwe Werken’ succesvol om te zetten, is “een naadloze afstemming te zijn tussen de fysieke werkomgeving, een efficiënte ICT- en informatiebeheerondersteuning en een stimulerende HR-omgeving” noodzakelijk (visienota HNW van 19/07/2013)

    Entiteiten die voor 2020 verhuizen, moeten uiteraard op dat moment klaar zijn om volgens de principes van het plaats- en tijdsonafhankelijk te kunnen werken.

    Zal er voldoende plaats zijn voor een maandelijks afdelingsoverleg, waarbij de volledige afdeling na het overleg blijft werken?

    Omdat er geen vaste toewijzing meer is van werkplekken aan individuele personeelsleden, zal het volgens de huidige bezettingsnorm moeilijk worden om elk personeelslid van de betrokken afdeling na een maandelijks afdelingsoverleg gebruik te laten maken van een individuele (ergonomisch instelbare) werkplek. Daarentegen is er wel een grote diversiteit aan samenwerkplekken, waar de betrokken personeelsleden gebruik van kunnen maken. Verder kunnen de beschikbare satellietwerkplekken in het gebouw of afspraken met andere entiteiten op de verdieping een oplossing bieden.

    Hoe valt de omzendbrief plaats- en tijdsonafhankelijk werken te rijmen met het verhaal van ‘Het Nieuwe Werken’ waarbij minder werkplekken per personeelslid worden voorzien?

    Het plaats- en tijdsonafhankelijk werken vormt een onderdeel van ‘Het Nieuwe Werken’. Hoewel de omzendbrief plaats- en tijdsonafhankelijk werken focust op telewerken, is er een link met het huisvestingsaspect van ‘Het Nieuwe Werken’, waarbij er geen vaste toewijzing meer is van werkplekken aan individuele personeelsleden. Aangezien werknemers minder naar kantoor hoeven te komen om hun kerntaken uit te voeren, is minder kantooroppervlakte nodig. Daarentegen is er een grotere diversiteit aan individuele werkplekken en samenwerkplekken, die meer gericht zijn op communicatie, kennisuitwisseling en samenwerking.

    Om personeelsleden met een handicap in een ‘Het Nieuwe Werken’ (HNW) omgeving te kunnen laten functioneren, zijn soms specifieke aanpassingen vereist. Hoe gaat dit in zijn werk?

    Het is belangrijk om bij de voorbereiding van een overstap naar Het Nieuwe Werken de materiële en organisatorische noden van individuele personeelsleden met een handicap af te toetsen. Begin hier tijdig mee en betrek hierbij het concrete personeelslid. Bepaalde aandachtspunten die vroeger niet relevant waren, kunnen opduiken in een nieuwe werksetting (voorbeeld: slechthorenden kunnen aan de telefoon moeilijker andere mensen verstaan in de nieuwe werksetting met meer achtergrondgeluid).

    U kan beroep doen op de Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming (GDPB) en de Dienst Diversiteitsbeleid voor advisering hieromtrent. De ministeries kunnen voor bepaalde materiële meerkosten terecht bij het centrale budget arbeidspostaanpassingen.

    Zie: http://www.bestuurszaken.be/arbeidspostaanpassingen

    Behoudt een fulltime werkend personeelslid zijn of haar eigen bureau?

    Binnen ‘Het Nieuwe Werken’ krijgen individuele personeelsleden geen vaste werkplek meer toegewezen. De werkplek wordt voortaan afgestemd op de activiteiten die er plaatsvinden.  In ‘Het Nieuwe Werken’ heeft dus in principe geen enkel personeelslid nog een vaste werkplek.

    Volgens de nieuwe bezettingsnorm van 12,5 m² netto/VTEg (= gecorrigeerde voltijds equivalenten) worden er maximaal evenveel individuele werkplekken voorzien als er VTEg zijn. De verhouding tussen de nodige individuele werkplekken en samenwerkplekken zal worden bepaald in functie van de basisprocessen en kerntaken van de entiteit.

    Implementatie Het Nieuwe Werken (HNW), PTOW

    Kan het Boudewijngebouw vóór de verhuis naar het VAC Brussel evolueren naar een open kantooromgeving?

    Aangezien de collega’s in het Boudewijngebouw op middellange termijn gaan verhuizen, zijn er weinig mogelijkheden om het Boudewijngebouw nog aan te passen aan ‘Het Nieuwe Werken’.

    Eventuele concrete aanvragen kunnen wel ingediend worden via Facilipunt (http://www.facilipunt.be/).

    Toepassingsgebied omzendbrief, PTOW

    Vallen mobiele werkers onder de omzendbrief plaats- en tijdsonafhankelijk werken?

    Mobiele werkers worden niet expliciet uitgesloten uit het toepassingsgebied van de omzendbrief . Principieel komen alle personeelsleden in aanmerking voor plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Er worden geen functie(s) of functiegroepen van personeelsleden op voorhand uitgesloten. De lijnmanager moet bepalen en motiveren waarom bepaalde functie(s) of functiegroepen binnen zijn of haar entiteit niet in aanmerking zouden kunnen komen voor plaats- en tijdsonafhankelijk werken.

    Monitoring, PTOW

    In de omzendbrief plaats- en tijdsonafhankelijk werken is sprake van een gecentraliseerde digitale registratie. Wordt dit voorzien in Vlimpers, aangezien alle entiteiten binnen de Vlaamse overheid tegen 2020 Vlimpers moeten gebruiken?

    Tot 2020 zijn er 2 mogelijke situaties. Voor entiteiten die het plaats- en tijdsonafhankelijk werken nog niet geïmplementeerd hebben, verandert er (voorlopig) niks aan de registratie. Entiteiten die het plaats- en tijdsonafhankelijk werken wel invoerden, moeten normaal gezien vanaf 1 januari 2015 de nieuwe registratiemethode gebruiken. Deze entiteiten krijgen eind 2014 meer informatie over de nieuwe werkwijze. De centrale registratie zal waarschijnlijk via Vlimpers en CMDB2 verlopen.

    Wanneer een personeelslid een halve of hele werkdag niet op de standaardbedrijfslocatie werkt, moet dit geregistreerd worden (cf. punt 5.3. Monitoring van de omzendbrief plaats- en tijdsonafhankelijk werken). Hoe zal dit in de praktijk gebeuren? 

    Voor de entiteiten die nu reeds werken met Vlimpers kan dit op Vlimpers geregistreerd worden via “aanvraag telewerk”.

    De andere entiteiten registreren dit een eigen registratiesysteem.

    Verdwijnen onderscheid occasioneel en structureel telewerk, PTOW

    Heel wat structurele telewerkers ondertekenden een schriftelijke overeenkomsten op basis van de omzendbrief PEBE/DVO/2006/9 ‘Modaliteiten tot regeling van structureel telewerk’ van 18 augustus 2006. Doven deze overeenkomsten automatisch uit vanaf 1 juni 2014 (= datum van de inwerkingtreding van de nieuwe omzendbrief betreffende het plaats – en tijdsonafhankelijk werken)? Mogen de overeenkomsten vernietigd worden? 

    De oude omzendbrief PEBE/DVO/2006/9 ging ervan uit dat de afspraken die de lijnmanager maakte met een telewerker over bijvoorbeeld bereikbaarheid en te behalen resultaten, werden vastgelegd in een overeenkomst.

    In de nieuwe omzendbrief betreffende het plaats- en tijdsonafhankelijk werken hoeven deze afspraken niet langer in een overeenkomst te worden vastgelegd . Bovendien verdwijnt het onderscheid tussen structureel en occasioneel telewerk. Door de nieuwe regelgeving verliezen deze overeenkomsten dus hun waarde. Het is dan ook aangewezen dat deze overeenkomsten beëindigd worden van zodra een entiteit haar eigen beleid inzake plaats- en tijdsonafhankelijk werken heeft uitgewerkt. De overeenkomsten kunnen mondeling beëindigd worden naar aanleiding van de nieuwe afspraken die ten gevolge van de nieuwe omzendbrief gemaakt worden.

    Startpagina's