chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Gunningsprocedures

    Alvorens een overheidsopdracht formeel te kunnen opstarten, moet u de gunningsprocedure kiezen en moet deze (afhankelijk van de omvang van de opdracht) worden goedgekeurd. De gunningsprocedures kunnen worden opgesplitst in drie categorieën, de standaard gunningsprocedures, de onderhandelingsprocedures en de specifieke procedures. Deze categorieën kunnen op basis van een aantal karakteristieken verder worden opgedeeld:

    Standaard gunningsprocedures
      
    Onderhandelingsprocedures
      
    Specifieke procedures
     

    Standaard gunningsprocedures

    Algemeen
     
    U kunt altijd gebruikmaken van de standaard gunningsprocedures aanbesteding en offerteaanvraag, ongeacht het voorwerp en het (geraamde) bedrag van uw opdracht. Door de onderstaande twee keuzes met elkaar te combineren, komt u terecht in één van de vier mogelijke standaard gunningsprocedures:
     

     
    Open procedure of beperkte procedure
     
    Qua typologie of verloop kan men de standaardgunningsprocedures grosso modo onderscheiden in open en beperkte procedures. Bij het opstarten van een opdracht kan de overheid in principe vrij kiezen of zij de opdracht wenst te plaatsen volgens een open procedure dan wel een beperkte procedure. Er bestaat helemaal geen onderscheid qua graad van mededinging tussen de open en de beperkte procedures, daar ook de beperkte procedures in eerste instantie voor alle deelnemers openstaan.
     
    De open gunningsprocedure betreft een éénstapsprocedure d.w.z. een gunningsprocedure die in één fase verloopt. De opdracht wordt bekendgemaakt en vervolgens worden de offertes ingediend tegen de zittingsdatum. De offertes zullen dan door de overheid op een openbare zitting worden geopend (cf. art. 3, 5° Wet Overheidsopdrachten).
     
    De beperkte gunningsprocedure betreft een tweestapsprocedure. De bekendmaking van de opdracht omvat enkel een oproep om kandidaatstellingen in te dienen tegen een bepaalde datum. De eerste fase van de tweestapsprocedure is zuiver een selectiefase. Ze staat open voor alle geïnteresseerde marktspelers en biedt hen de gelegenheid om als kandidaat een kandidaatstelling in te dienen. Op basis van de kandidaatstelling gebeurt een selectie van de kandidaten ter afsluiting van deze eerste fase: er wordt daarbij nagegaan of de kandidaten over de nodige betrouwbaarheid en geschiktheid beschikken.

    Alleen de geselecteerden ontvangen een uitnodiging om een offerte in te dienen en mogen aldus aan de tweede fase participeren en als inschrijver een offerte indienen. Deze zitting kan dan ook enkel worden bijgewoond door de geselecteerde kandidaten. (cf. art. 3, 6° Wet Overheidsopdrachten).

    Aanbesteding of offerteaanvraag
     
    De keuze tussen een aanbesteding en een offerteaanvraag houdt verband met de inhoudelijke eigenschappen van de opdracht en de wens om de kwaliteitsaspecten van de opdracht al dan niet in mededinging te stellen.

    Bij een aanbesteding wordt de opdracht gegund aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte indient. Het enige gunningscriterium is dus de prijs. Wanneer de overheid de opdracht toch sluit met een andere inschrijver dan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte heeft ingediend, heeft deze laatste recht op een forfaitaire schadevergoeding van 10% van het bedrag van zijn offerte, exclusief BTW. (cf. art. 24 Wet Overheidsopdrachten)
     
    Bij een offerteaanvraag wordt de opdracht gegund aan de inschrijver die de economisch meest voordelige offerte indient. Welke offerte de economisch meest voordelige is, wordt bepaald door meerdere gunningscriteria (bv. uitvoeringstermijn, kwaliteit van de materialen, prijs, etc.), die moeten worden bepaald in de opdrachtdocumenten. (cf. art. 25 Wet Overheidsopdrachten) De overheid heeft bij de beoordeling dus een ruimere appreciatiebevoegdheid dan bij een aanbesteding.
     
    Wanneer de overheid in geval van een offerteaanvraag de opdracht sluit met een andere inschrijver dan de inschrijver die de economisch meest voordelige offerte heeft ingediend, heeft deze laatste geen recht op een automatische forfaitaire schadevergoeding. De inschrijver moet in dat geval bewijzen dat er voldaan is aan de voorwaarden van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek (fout, schade en oorzakelijk verband) om aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding.

    Open aanbesteding

    De open aanbesteding betreft een éénstapsprocedure (open procedure). De opdracht wordt bekendgemaakt en vervolgens worden offertes ingediend en beoordeeld met als enige gunningscriterium de prijs. Voor de keuze van de juiste standaard gunningsprocedure kunt u terecht in het algemene hoofdstuk ‘Standaard gunningsprocedures’.

    Open offerteaanvraag

    De open offerteaanvraag betreft een éénstapsprocedure (open procedure). De opdracht wordt bekendgemaakt en vervolgens worden offertes ingediend en beoordeeld op basis van meerdere gunningscriteria. Voor de keuze van de juiste standaard gunningsprocedure kunt u terecht in het algemene hoofdstuk ‘Standaard gunningsprocedures’.

    Beperkte aanbesteding

    De beperkte aanbesteding betreft een tweestapsprocedure (beperkte procedure). De bekendmaking omvat dan enkel een oproep om kandidaatstellingen. De geselecteerden worden vervolgens uitgenodigd om een offerte in te dienen die beoordeeld wordt op één enkel gunningscriterium, namelijk de prijs. Voor de keuze van de juiste standaard gunningsprocedure kunt u terecht in het algemene hoofdstuk ‘Standaard gunningsprocedures’.

    Beperkte offerteaanvraag

    De beperkte offerteaanvraag betreft een tweestapsprocedure (beperkte procedure). De bekendmaking omvat dan enkel een oproep om kandidaatstellingen in te dienen. Een aantal kandidaten worden vervolgens geselecteerd en uitgenodigd om een offerte in te dienen die beoordeeld wordt op basis van meerdere gunningscriteria. Voor de keuze van de juiste standaard gunningsprocedure kunt u terecht in het algemene hoofdstuk ‘Standaard gunningsprocedures’.

    Onderhandelingsprocedures

    Een beroep op de onderhandelingsprocedure zonder of met bekendmaking is enkel mogelijk in de door de Wet omschreven gevallen. Beide vormen van onderhandelingsprocedure kennen hun eigen verschillende toepassingsmogelijkheden. Onderstaand vindt u een overzicht van de verschillende onderhandelingsprocedures:
     

    Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

    Algemeen

    De onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking (OPZB) is een gunningsprocedure die slechts in strikt omschreven toepassingsgevallen kan gebruikt worden. Dit in tegenstelling tot de standaardgunningsprocedures (aanbesteding en offerteaanvraag) die steeds kunnen gebruikt worden.
     
    Het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking moet steeds geval per geval gemotiveerd worden, maar voor opdrachten tot 85.000 excl. BTW is de OPZB wel algemeen toepasbaar zonder bijkomende voorwaarden (zie onder Toepasbaarheid: Algemene gevallen, a). In dat laatste geval is een vermelding naar het betreffende wetsartikel voldoende.
     
    De onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking is een gunningsprocedure met een beperktere graad van mededinging. Er vindt immers, zoals de naam al doet vermoeden, geen bekendmaking plaats. Slechts een aantal deelnemers zullen uitgenodigd worden om een offerte in te dienen. Deze beperktere mededinging is meteen ook de reden waarom deze procedure slechts in bepaalde toepassingsgevallen mag gebruik worden.
     
    De mededinging wordt niet volledig uitgesloten, er is enkel sprake van een beperktere graad van mededinging. Het in mededinging stellen van meerdere uit te nodigen marktspelers is ook verplicht, behalve in een paar specifieke gevallen.
     
    De onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking is een soepele gunningsprocedure die het mogelijk maakt om vrij snel een gunningsprocedure te voeren en die de aanbestedende overheid toelaat om te onderhandelen met één of meerdere van de inschrijvers.

    Selectie van de deelnemers

    Ondanks het feit dat er geen voorafgaande bekendmaking plaatsvindt, geldt toch het principe dat het raadplegen van meerdere deelnemers verplicht is.
     
    De bepalingen met betrekking tot de selectie van kandidaten en inschrijvers, toegangsrecht en kwalitatieve selectie van Hoofdstuk 5 van het KB Plaatsing zijn niet van toepassing.
     
     
    a) Opdrachten vanaf 8.500 euro zonder BTW
     
    De aanbestedende overheid heeft twee mogelijkheden bij opdrachten met een geraamde waarde vanaf 8.500 euro zonder BTW of hoger:
     

     
    • ofwel een informele kwalitatieve selectieronde organiseren door een voldoende aantal potentiële deelnemers te contacteren, op om het even welke wijze, en hen te vragen om aan te tonen dat ze aan de gestelde selectie-eisen voldoen; vervolgens nodigt de overheid alle gecontacteerde deelnemers die dit effectief aantonen uit om een offerte in te dienen; deze optie is meer aangewezen wanneer de aanbestedende overheid onvoldoende informatie heeft om zelf tot een objectieve keuze te komen.
     
    Voor de daarbij te stellen selectie-eisen kan de overheid de bepalingen met betrekking tot de selectie van kandidaten en inschrijvers, toegangsrecht en kwalitatieve selectie (Hoofdstuk 5 van het KB Plaatsing) geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren. In ieder geval zal zij de verplichte uitsluitingsgronden en de RSZ-verplichtingen moeten controleren (art. 61, § 1 KB Plaatsing, art. 61, § 2, 5° KB Plaatsing en art. 62 KB Plaatsing).
     
    Enkel indien het om gegronde redenen niet mogelijk is om meerdere deelnemers te raadplegen kan de aanbestedende overheid hiervan afwijken (cf. art. 26, § 1 Wet Overheidsopdrachten). Vanzelfsprekend moet de overheid deze redenen voldoende motiveren.
     
     
    b) Opdrachten tot 8.500 euro zonder BTW
     
    Bij opdrachten tot 8.500 euro zonder BTW , gesloten met aanvaarde factuur, geldt in principe ook de verplichting om, indien mogelijk, verschillende potentiële deelnemers te raadplegen.
     
    In de rechtsleer wordt echter vaak aangegeven dat het in deze situatie mogelijk is om zich tot één deelnemer te richten. Voor elk van deze kleine opdrachten een geformaliseerde mededinging organiseren, rendeert niet ten volle en gaat ten koste van de administratieve efficiëntie. Daarom is de vereenvoudigde bijzondere procedure van de ‘aanvaarde factuur’ in het leven geroepen.
     
    De raadpleging van verschillende potentiële deelnemers is niet aan vormvereisten onderworpen. Een eenvoudige telefonische bevraging van enkele bedrijven of een vergelijking van enkele websites of catalogi kan voldoende zijn als raadpleging.
     
    De aanbestedende overheid moet ook steeds de volgende elementen in het achterhoofd houden bij gebruik van de procedure op aanvaarde factuur:
     
    • de aanbestedende overheid moet een objectieve keuze maken; favoritisme is niet toegelaten;
    • men mag zich niet steeds tot dezelfde deelnemer richten, de mededinging moet in de tijd gespreid zijn;
    • een opdracht mag niet opgesplitst worden (saucissonneren) in kleine stukjes die elk beneden de 8.500 euro blijven om telkens de procedure op aanvaarde factuur te kunnen gebruiken.
     
    Indien men dat wenst kan de aanbestedende overheid toch meerdere deelnemers aanschrijven zoals beschreven in het punt a). 

    Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking via aanvaarde factuur

    Een bijzondere wijze om een overheidsopdracht af te sluiten is het gebruik van de ‘aanvaarde factuur’. Dat is geen afzonderlijke toepassingsmogelijkheid van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, maar een bijzondere wijze om de opdracht te sluiten als men toepassing maakt van de mogelijkheid van artikel 26, § 1, 1°, a) Wet Overheidsopdrachten.
     
    Krachtens artikel 105 KB Plaatsing en artikel 110, tweede lid KB Plaatsing kunnen opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave niet hoger is dan 8500 euro, exclusief btw, worden gesloten via een aanvaarde factuur. Bij die opdrachten geldt de factuur als bewijs dat de opdracht gesloten is. Andere documenten zijn daarvoor niet vereist, maar de opmaak van een bestelbon is aangewezen.
     
    Aangezien de aanvaarde factuur een sluitingswijze van de onderhandelingsprocedure is, geldt ook hier in principe de verplichting om indien mogelijk verschillende potentiële deelnemers te raadplegen. In de rechtsleer wordt echter vaak aangegeven dat het in deze situatie mogelijk is om zich tot één deelnemer te richten. Voor elke kleine opdracht een mededinging organiseren, rendeert niet ten volle en gaat ten koste van de administratieve efficiëntie. Daarom is de vereenvoudigde bijzondere procedure van de ‘aanvaarde factuur’ in het leven geroepen. Men mag zich echter niet altijd tot dezelfde deelnemer richten en mededinging moet in de tijd gespreid worden.
     
    De raadpleging van verschillende potentiële deelnemers is niet aan vormvereisten onderworpen. Een eenvoudige telefonische bevraging van enkele bedrijven of een vergelijking van enkele websites of catalogi kan voldoende zijn als raadpleging. Als dat mogelijk is, is het dan ook aanbevolen om een dergelijke raadpleging te doen. Uiteraard geldt bij de aanvaarde factuur dat men een opdracht niet kunstmatig mag opdelen om voor elk afzonderlijk deel onder het drempelbedrag van 8500 euro te blijven.

    Onderhandelingsprocedure met bekendmaking

    Algemeen

    De onderhandelingsprocedure met bekendmaking (OPMB) is een gunningsprocedure die slechts in strikt omschreven toepassingsgevallen kan gebruikt worden. Dit in tegenstelling tot de standaard gunningsprocedures (aanbesteding en offerteaanvraag) die steeds kunnen gebruikt worden. Het gebruik van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking moet dus steeds geval per geval gemotiveerd worden. Waar de toepassingsgevallen voordien steeds zeer specifiek waren, kan sinds de Wet Overheidsopdrachten wel gebruik gemaakt worden van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking beneden bepaalde drempelbedragen, zonder dat daaraan extra voorwaarden zijn verbonden (zie onder Toepasbaarheid: Algemene gevallen, d).

    Bij de onderhandelingsprocedure met bekendmaking is, zoals de naam al doet vermoeden, een bekendmaking verplicht. De mededinging wordt dus niet beperkt, maar het speciale karakter van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking zit in het feit dat de aanbestedende overheid kan onderhandelen met één of meerdere inschrijvers.

    Verloop van een OPMB

    In principe verloopt een onderhandelingsprocedure met bekendmaking steeds in twee stappen, net als een beperkte procedure. Kort samengevat dienen de deelnemers na de bekendmaking van de opdracht hun kandidaatstellingen in. De aanbestedende overheid evalueert deze op basis van de bekendgemaakte toegangsvereisten en kwalitatieve selectiecriteria. De geselecteerde kandidaten worden vervolgens uitgenodigd om een offerte in te dienen.

    Een selectiebeperking is mogelijk, maar het aantal geselecteerden mag niet kleiner zijn dan drie. Het aantal geselecteerden moet in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn (art. 58, §3 van het KB Plaatsing).

    Vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking

    De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking is mogelijk indien u in een geval van OPMB verkeert waarvan de raming niet hoger is dan de Europese drempels. Opmerking: Indien de raming 200.000 euro (voor leveringen en diensten) of 600.000 euro (voor werken) niet bereikt, kunt u bijgevolg altijd een beroep doen op de vereenvoudigde OPMB. (cf. art. 26, § 2, 1°, d Wet Overheidsopdrachten en art. 105, § 2 KB Plaatsing) Bij een raming tussen 600.000 euro en 5.000.000 euro (voor werken) kunt u de vereenvoudigde OPMB enkel toepassen in de andere toepassingsgevallen van de OPMB. (cf. art. 26, § 2, 1°, a-c en 2° Wet Overheidsopdrachten)

    Onderhandelingsprocedures

    Een beroep op de onderhandelingsprocedure zonder of met bekendmaking is enkel mogelijk in de door de Wet omschreven gevallen. Beide vormen van onderhandelingsprocedure kennen hun eigen verschillende toepassingsmogelijkheden. Onderstaand vindt u een overzicht van de verschillende onderhandelingsprocedures:
     

    Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

    Algemeen

    De onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking (OPZB) is een gunningsprocedure die slechts in strikt omschreven toepassingsgevallen kan gebruikt worden. Dit in tegenstelling tot de standaardgunningsprocedures (aanbesteding en offerteaanvraag) die steeds kunnen gebruikt worden.
     
    Het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking moet steeds geval per geval gemotiveerd worden, maar voor opdrachten tot 85.000 excl. BTW is de OPZB wel algemeen toepasbaar zonder bijkomende voorwaarden (zie onder Toepasbaarheid: Algemene gevallen, a). In dat laatste geval is een vermelding naar het betreffende wetsartikel voldoende.
     
    De onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking is een gunningsprocedure met een beperktere graad van mededinging. Er vindt immers, zoals de naam al doet vermoeden, geen bekendmaking plaats. Slechts een aantal deelnemers zullen uitgenodigd worden om een offerte in te dienen. Deze beperktere mededinging is meteen ook de reden waarom deze procedure slechts in bepaalde toepassingsgevallen mag gebruik worden.
     
    De mededinging wordt niet volledig uitgesloten, er is enkel sprake van een beperktere graad van mededinging. Het in mededinging stellen van meerdere uit te nodigen marktspelers is ook verplicht, behalve in een paar specifieke gevallen.
     
    De onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking is een soepele gunningsprocedure die het mogelijk maakt om vrij snel een gunningsprocedure te voeren en die de aanbestedende overheid toelaat om te onderhandelen met één of meerdere van de inschrijvers.

    Selectie van de deelnemers

    Ondanks het feit dat er geen voorafgaande bekendmaking plaatsvindt, geldt toch het principe dat het raadplegen van meerdere deelnemers verplicht is.
     
    De bepalingen met betrekking tot de selectie van kandidaten en inschrijvers, toegangsrecht en kwalitatieve selectie van Hoofdstuk 5 van het KB Plaatsing zijn niet van toepassing.
     
     
    a) Opdrachten vanaf 8.500 euro zonder BTW
     
    De aanbestedende overheid heeft twee mogelijkheden bij opdrachten met een geraamde waarde vanaf 8.500 euro zonder BTW of hoger:
     

     
    • ofwel een informele kwalitatieve selectieronde organiseren door een voldoende aantal potentiële deelnemers te contacteren, op om het even welke wijze, en hen te vragen om aan te tonen dat ze aan de gestelde selectie-eisen voldoen; vervolgens nodigt de overheid alle gecontacteerde deelnemers die dit effectief aantonen uit om een offerte in te dienen; deze optie is meer aangewezen wanneer de aanbestedende overheid onvoldoende informatie heeft om zelf tot een objectieve keuze te komen.
     
    Voor de daarbij te stellen selectie-eisen kan de overheid de bepalingen met betrekking tot de selectie van kandidaten en inschrijvers, toegangsrecht en kwalitatieve selectie (Hoofdstuk 5 van het KB Plaatsing) geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren. In ieder geval zal zij de verplichte uitsluitingsgronden, de RSZ-verplichtingen en de fiscale verplichtingen moeten controleren (art. 61, § 1 KB Plaatsing, art. 61, § 2, 5° en 6° KB Plaatsing, art. 62 KB Plaatsing en art. 63 KB Plaatsing).
     
    Enkel indien het om gegronde redenen niet mogelijk is om meerdere deelnemers te raadplegen kan de aanbestedende overheid hiervan afwijken (cf. art. 26, § 1 Wet Overheidsopdrachten). Vanzelfsprekend moet de overheid deze redenen voldoende motiveren.
     
     
    b) Opdrachten tot 8.500 euro zonder BTW
     
    Bij opdrachten tot 8.500 euro zonder BTW , gesloten met aanvaarde factuur, geldt in principe ook de verplichting om, indien mogelijk, verschillende potentiële deelnemers te raadplegen.
     
    In de rechtsleer wordt echter vaak aangegeven dat het in deze situatie mogelijk is om zich tot één deelnemer te richten. Voor elk van deze kleine opdrachten een geformaliseerde mededinging organiseren, rendeert niet ten volle en gaat ten koste van de administratieve efficiëntie. Daarom is de vereenvoudigde bijzondere procedure van de ‘aanvaarde factuur’ in het leven geroepen.
     
    De raadpleging van verschillende potentiële deelnemers is niet aan vormvereisten onderworpen. Een eenvoudige telefonische bevraging van enkele bedrijven of een vergelijking van enkele websites of catalogi kan voldoende zijn als raadpleging.
     
    De aanbestedende overheid moet ook steeds de volgende elementen in het achterhoofd houden bij gebruik van de procedure op aanvaarde factuur:
     
    • de aanbestedende overheid moet een objectieve keuze maken; favoritisme is niet toegelaten;
    • men mag zich niet steeds tot dezelfde deelnemer richten, de mededinging moet in de tijd gespreid zijn;
    • een opdracht mag niet opgesplitst worden (saucissonneren) in kleine stukjes die elk beneden de 8.500 euro blijven om telkens de procedure op aanvaarde factuur te kunnen gebruiken.
     
    Indien men dat wenst kan de aanbestedende overheid toch meerdere deelnemers aanschrijven zoals beschreven in het punt a). 

    Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking via aanvaarde factuur

    Een bijzondere wijze om een overheidsopdracht af te sluiten is het gebruik van de ‘aanvaarde factuur’. Dat is geen afzonderlijke toepassingsmogelijkheid van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, maar een bijzondere wijze om de opdracht te sluiten als men toepassing maakt van de mogelijkheid van artikel 26, § 1, 1°, a) Wet Overheidsopdrachten.
     
    Krachtens artikel 105 KB Plaatsing en artikel 110, tweede lid KB Plaatsing kunnen opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave niet hoger is dan 8500 euro, exclusief btw, worden gesloten via een aanvaarde factuur. Bij die opdrachten geldt de factuur als bewijs dat de opdracht gesloten is. Andere documenten zijn daarvoor niet vereist, maar de opmaak van een bestelbon is aangewezen.
     
    Aangezien de aanvaarde factuur een sluitingswijze van de onderhandelingsprocedure is, geldt ook hier in principe de verplichting om indien mogelijk verschillende potentiële deelnemers te raadplegen.
     
    De raadpleging van verschillende potentiële deelnemers is niet aan vormvereisten onderworpen. Een eenvoudige telefonische bevraging van enkele bedrijven of een vergelijking van enkele websites of catalogi kan voldoende zijn als raadpleging. Als dat mogelijk is, is het dan ook aanbevolen om een dergelijke raadpleging te doen. Uiteraard geldt bij de aanvaarde factuur dat men een opdracht niet kunstmatig mag opdelen om voor elk afzonderlijk deel onder het drempelbedrag van 8500 euro te blijven.

    Onderhandelingsprocedure met bekendmaking

    Algemeen

    De onderhandelingsprocedure met bekendmaking (OPMB) is een gunningsprocedure die slechts in strikt omschreven toepassingsgevallen kan gebruikt worden. Dit in tegenstelling tot de standaard gunningsprocedures (aanbesteding en offerteaanvraag) die steeds kunnen gebruikt worden. Het gebruik van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking moet dus steeds geval per geval gemotiveerd worden. Waar de toepassingsgevallen voordien steeds zeer specifiek waren, kan sinds de Wet Overheidsopdrachten wel gebruik gemaakt worden van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking beneden bepaalde drempelbedragen, zonder dat daaraan extra voorwaarden zijn verbonden (zie onder Toepasbaarheid: Algemene gevallen, d).

    Bij de onderhandelingsprocedure met bekendmaking is, zoals de naam al doet vermoeden, een bekendmaking verplicht. De mededinging wordt dus niet beperkt, maar het speciale karakter van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking zit in het feit dat de aanbestedende overheid kan onderhandelen met één of meerdere inschrijvers.

    Verloop van een OPMB

    In principe verloopt een onderhandelingsprocedure met bekendmaking steeds in twee stappen, net als een beperkte procedure. Kort samengevat dienen de deelnemers na de bekendmaking van de opdracht hun kandidaatstellingen in. De aanbestedende overheid evalueert deze op basis van de bekendgemaakte toegangsvereisten en kwalitatieve selectiecriteria. De geselecteerde kandidaten worden vervolgens uitgenodigd om een offerte in te dienen.

    Een selectiebeperking is mogelijk, maar het aantal geselecteerden mag niet kleiner zijn dan drie. Het aantal geselecteerden moet in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn (art. 58, §3 van het KB Plaatsing).

    Vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking

    Algemeen
     
    De onderhandelingsprocedure met bekendmaking (OPMB) is een gunningsprocedure die slechts in strikt omschreven toepassingsgevallen kan gebruikt worden. Dit in tegenstelling tot de standaard gunningsprocedures (aanbesteding en offerteaanvraag) die steeds kunnen gebruikt worden. Het gebruik van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking moet dus steeds geval per geval gemotiveerd worden. Waar de toepassingsgevallen voordien steeds zeer specifiek waren, kan sinds de Wet Overheidsopdrachten wel gebruik gemaakt worden van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking beneden bepaalde drempelbedragen, zonder dat daaraan extra voorwaarden zijn verbonden (zie onder Toepasbaarheid: Algemene gevallen, d).
     
    Bij de onderhandelingsprocedure met bekendmaking is, zoals de naam al doet vermoeden, een bekendmaking verplicht. De mededinging wordt dus niet beperkt, maar het speciale karakter van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking zit in het feit dat de aanbestedende overheid kan onderhandelen met één of meerdere inschrijvers.
     
    Verloop van een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking
     
    Het KB Plaatsing heeft de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking geïntroduceerd. Bij deze vorm van de een onderhandelingsprocedure met bekendmaking verloopt de procedure in één stap. Na de bekendmaking van de opdracht kan eenieder een offerte indienen (Art. 2, §1, 3° KB Plaatsing).
     
    Het gebruik van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking is enkel mogelijk onder volgende cumulatieve voorwaarden:
     

     
    In het geval van artikel 26, § 2, 1°, d° van de Wet Overheidsopdrachten voegt artikel 105, § 2, 1° van het KB Plaatsing een bijkomende voorwaarden toe voor opdrachten voor werken, in die zin dat daarvoor het bedrag van 600.000 euro niet mag worden bereikt.

    De facto betekent dit dat de aanbestedende overheid de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking
      
    De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking biedt een handig alternatief voor de open offerteaanvraag omdat men steeds de mogelijkheid behoudt om te onderhandelen. Tevens is de indieningstermijn voor deze procedure korter dan bij een open offerteaanvraag (22 dagen ten opzichte van 36 dagen).

    Specifieke procedures

    Naast de standaard en onderhandelingsprocedures voorziet de wet in een aantal specifieke procedures:
     

    Concessie voor openbare werken

    Algemeen
     
    Bij een concessie voor openbare werken kent de overheid aan de concessiehouder het recht toe om het werk uit te baten, in voorkomend geval tegen vergoeding, in ruil voor de verbintenis van de concessiehouder tot hetzij het oprichten van het werk, hetzij het ontwerpen en het oprichten van het werk, hetzij het doen uitvoeren van het werk op welke wijze dan ook. De maximale duur van de concessie is 50 jaar.
     
    De concessie is één van de oudste voorbeelden van alternatieve financiering en publiek-private samenwerking.
     
    Gunningsprocedure
     
    Qua verloop vormt de concessieprocedure een doorslag van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking in twee stappen. Ook hier gebeurt er een aankondiging, dienen de deelnemers hun aanvragen tot deelneming in, evalueert de aanbestedende overheid die op basis van vrij gekozen selectiecriteria (cf. art. 50 KB Plaatsing) en kiest de aanbestedende overheid uit de kandidaten de geselecteerden die daarna gelijktijdig en schriftelijk worden uitgenodigd tot het indienen van een offerte. De overheid evalueert vervolgens de offertes aan de hand van de gunningscriteria en kan tot onderhandelingen overgaan. (cf. art. 154 KB Plaatsing)
     
    Een opvallende bepaling is dat het bestek mag aangeven welk percentage van de werken de concessiehouder aan derden mag uitbesteden. Indien een percentage wordt opgelegd dient dit minstens 30% te bedragen. De inschrijver dient in zijn offerte ook duidelijk aan te geven welk percentage van de totale waarde van de werken hij aan derden wil toevertrouwen. (cf. art. 153 KB Plaatsing)
     
    Ondernemingen die aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid deelnemen om de concessie te bekomen (bijvoorbeeld een tijdelijke handelsvennootschap) worden niet als derden aanzien. Ook ondernemingen die overeenkomstig art. 34, § 3 Wet Overheidsopdrachten verbonden zijn met de inschrijver, worden niet als derden aanzien.
     
    Contractuele voorschriften
     
    De concessiehouder kan een publiekrechtelijke persoon zijn. (cf. art. 34, § 2 Wet Overheidsopdrachten) Hij valt dan volledig onder de overheidsopdrachtenregels voor de opdrachten die hij in het raam van de concessie aan derden gunt. (cf. art. 156 KB Plaatsing) Indien de concessiehouder een private persoon is, dient deze de voorschriften van art. 157 KB Plaatsing toe te passen. Dit artikel bepaalt voor welke opdrachten aan derden en in welke mate de privé-concessiehouder de overheidsopdrachtenregelgeving moet toepassen.

    Concurrentiedialoog

    Inleiding
     
    De concurrentiedialoog is een gunningsprocedure die bedoeld is voor zeer complexe opdrachten. De Richtlijn 2004/18/EG voerde deze procedure in, onder de naam concurrentiegerichte dialoog, als een mogelijkheid om bijzonder complexe opdrachten te gunnen wanneer dit niet mogelijk zou zijn via een open of beperkte procedure. De concurrentiedialoog concurreert dan ook met de onderhandelingsprocedure met bekendmaking, die kan worden toegepast indien een voorafgaande prijsvaststelling onmogelijk is (speciale raamopdracht).

    De concurrentiedialoog werd in de Belgische rechtsorde ingevoerd door het inmiddels opgeheven KB van 12 september 2011, als een soort voorafname op de nieuwe regelgeving overheidsopdrachten. De concurrentiedialoog bevond zich daardoor enige tijd in een vreemde spreidstand tussen de oude regelgeving (het KB van 26 september 1996) en de nieuwe regelgeving die op dat ogenblik al grotendeels gepubliceerd was maar nog niet in werking getreden. De reden hiervoor is te vinden bij een inbreukprocedure die de Europese Commissie had opgestart tegen het Koninkrijk België wegens het niet omzetten van de Europese Richtlijn. Met de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving werd het KB van 12 september 2011 echter overbodig en werd tot op zekere hoogte duidelijkheid geschapen.
     
    Toepassingsgebied

    Volgens artikel 27 Wet Overheidsopdrachten kan de concurrentiedialoog enkel gebruikt worden wanneer het gaat om een bijzonder ingewikkelde opdracht, waarbij de aanbestedende overheid:
     

    • objectief niet in staat is om de technische middelen te bepalen die aan haar behoeften kunnen voldoen of om te beoordelen wat de markt heeft te bieden op het vlak van technische, financiële of juridische oplossingen;
    • en van oordeel is dat de opdracht onmogelijk kan geplaatst worden via de open of beperkte procedures.

    Deze cumulatieve en vrij strenge voorwaarden zorgen ervoor dat de concurrentiedialoog een eerder uitzonderlijke procedure is. Geval per geval zal de aanbestedende overheid het gebruik ervan moeten motiveren. Enkele voorbeelden van complexe opdrachten die in aanmerking kunnen komen zijn: geïntegreerde vervoersinfrastructuurprojecten, grote computernetwerken of projecten met een complexe en gestructureerde financiering waarvan de financiële en juridische onderbouwing niet vooraf kan worden voorgeschreven. Het klassieke voorbeeld is een opdracht waarbij de overheid twee oevers van een rivier met elkaar wil verbinden, maar zij niet kan bepalen of een brug of een tunnel daarvoor de beste oplossing is.

    Complexiteit zal vaak gepaard gaan met een hoog kostenplaatje, maar de geraamde waarde van de opdracht speelt geen rol bij de beoordeling van de complexiteit van de opdracht. Een concurrentiedialoog kan ook beneden de Europese drempels gebruikt worden.
     
    Aandachtspunten
     
    De concurrentiedialoog is een interessante optie voor het gunnen van complexe opdrachten. De eigenheid van de procedure en de complexiteit van de uit te voeren opdracht vereisen echter een nauwgezette en doortastende aanpak vanwege de overheid. De overheid moet in ieder geval aandacht besteden aan volgende elementen:
     
    De concurrentiedialoog is een vrij lange gunningsprocedure, aangezien tijdens de dialoog al het nodige moet uitgeklaard worden. De voorbereiding van de procedure is dan ook van cruciaal belang. De overheid neemt dan ook best rustig de tijd om alle nodige essentiële elementen en randvoorwaarden te bepalen. Een goed voorbereide concurrentiedialoog kan er voor zorgen dat de dialoog zelf vlot en sneller kan verlopen, en komt uiteraard de slaagkansen van de procedure ten goede. De overheid moet in de voorbereidingsfase dan ook voldoende aandacht besteden aan bijvoorbeeld de samenstelling van het team dat de procedure opvolgt, de structuur van de dialoog met eventueel fases, het budget, het beoogde resultaat, etc.
     
    Zeer belangrijk bij de voorbereiding is tevens de opmaak van het beschrijvend document. Vooral de essentiële elementen zijn van belang aangezien zij nadien niet meer kunnen gewijzigd worden. De gunningscriteria springen daarbij in het oog. Aangezien zij later niet weer mogen gewijzigd worden, moet de overheid reeds bij de aanvang van de procedure gunningscriteria opstellen (en wegen) die bruikbaar moeten blijven doorheen de hele procedure. Dit terwijl de voorgestelde oplossingen heel verschillend kunnen zijn. Bij een dialoog in fases moeten de gunningscriteria niet alleen op het einde van de procedure gebruikt worden om de eindoffertes te beoordelen, maar ook in de loop van de dialoog om de tussentijdse, en veel minder gedetailleerde, voorstellen te beoordelen. Het opstellen van de gunningscriteria kan dan ook één van de moeilijkste opgaves zijn bij het voeren van een concurrentiedialoog.
     
    Na het afsluiten van de dialoog is het niet meer mogelijk om te onderhandelen. De dialoog mag dan ook pas worden afgesloten wanneer de overheid er zeker van is dat er één of meerdere oplossingen uit de bus gekomen zijn die aan haar behoeften en eisen voldoen. Bovendien moet ze ook zeker zijn dat de deelnemers in staat zijn om hiervoor een eindofferte op te stellen met daarin alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering. De beslissing om de dialoog af te sluiten moet dus weloverwogen zijn. Anderzijds mag de overheid niet aan 'analysis paralysis' gaan leiden, zij kan niet blijven talmen en afwegen maar zal uiteindelijk de knoop moeten doorhakken.
     
    De deelnemers van wie één of meer oplossingen gekozen worden, moeten een offerte opmaken die vrij gedetailleerd moet zijn, aangezien de offerte alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van de opdracht moet bevatten. Dit kan kosten met zich meedragen voor de deelnemers, wat sommige potentiële deelnemers aan de procedure misschien kan afschrikken. De overheid kan daarom best gebruik maken de mogelijkheid om een vergoeding te geven voor gemaakte kosten.
     
    Procedureverloop
     
    Zie het item "Procedureverloop".

    Procedureverloop

    Algemeen
     
    Hoofdstuk 8 (Gunning bij concurrentiedialoog) KB Plaatsing beschrijft het verloop van de gunning bij de concurrentiedialoog. Dit verloop moet samen met de bepalingen van de Wet Rechtsbescherming gelezen worden. Het verloop van de concurrentiedialoog doet denken aan een onderhandelingsprocedure met bekendmaking waarbij er op het einde van de onderhandelingen een best and final offer (BAFO) gevraagd wordt aan de overblijvende deelnemers.

    Gemotiveerde beslissing tot het gebruik van de concurrentiedialoog

    Het gebruik van de concurrentiedialoog moet steeds gemotiveerd worden, en maakt het voorwerp uit van een gemotiveerde beslissing. (cf. art. 4, 3° Wet Rechtsbescherming) Er moet immers voldaan zijn aan de bovenstaande voorwaarden.

    Beschrijvend document

    Het beschrijvend document is hét basisdocument voor de procedure, naar analogie met de opdrachtdocumenten bij andere gunningsprocedures. Het beschrijvend document zal minder gedetailleerd zijn, wat eigen is aan deze procedure. De inhoud ervan bestaat uit (cf. art. 111 KB Plaatsing):
     

    • de behoeften en eisen van de overheid, samen met eventuele dwingende randvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld eisen van architecturale aard;
    • de gunningscriteria (dus niet alleen prijs) met hun gewicht of belang, hoewel men zich kan baseren op overweging 46, tweede lid Richtlijn 2004/18/EG om te stellen dat gelet op de complexiteit van de opdracht het niet mogelijk is om de gunningscriteria te wegen, zodat ze in volgorde van afnemend belang mogen geplaatst worden;
    • eventueel de opeenvolgende fases waarin de dialoog zal verlopen, ten einde het aantal te bespreken oplossingen te verminderen op basis van de gunningscriteria;
    • eventueel de modaliteiten van een vergoeding voor de deelnemers, gelet op de aanzienlijke kosten die uit het uitwerken van diverse oplossingen kunnen voortvloeien. (cf. art. 114, § 4 KB Plaatsing)

    De meeste van deze informatie mag ook in de bekendmaking geplaatst worden, maar het is aangewezen om steeds alle informatie te verzamelen in het beschrijvend document. Van belang is dat de essentiële elementen van het beschrijvend document (zoals bijvoorbeeld de gunningscriteria) niet meer gewijzigd mogen worden in de loop van de procedure, omdat zulks de mededinging kan verstoren of discriminerend kan zijn. (cf. art. 111, § 4 KB Plaatsing) De overheid zou immers een uitverkoren deelnemer kunnen bevoordelen door in de loop van de procedure de gunningscriteria of dergelijke te wijzigen in het voordeel van deze deelnemer.
     
    Bekendmaking en indiening kandidaatstellingen
     
    In de bekendmaking neemt de overheid de kwalitatieve selectiecriteria op. Het beschrijvend document wordt niet toegevoegd aan de bekendmaking, naar analogie met het bestek bij tweestapsprocedures. De wettelijke minimumtermijn voor de indiening van de kandidaatstellingen bedraagt 37 dagen vanaf de verzending van de bekendmaking bij opdrachten met een Europese bekendmakingsplicht. (cf. art. 47, § 1 KB Plaatsing) Bij opdrachten zonder Europese bekendmakingsplicht is er geen wettelijke minimumtermijn opgelegd. Het is aangewezen om de minimumtermijn van 15 dagen die geldt voor de indiening van kandidaatstellingen bij beperkte procedures en de onderhandelingsprocedure met bekendmaking te hanteren.
     
    Gemotiveerde selectiebeslissing
     
    De overheid beslist welke kandidaten geselecteerd worden om deel te nemen aan de dialoog. (cf. art. 112, eerste lid KB Plaatsing) Zij maakt hiervoor een gemotiveerde selectiebeslissing op. (cf. art. 4, 5° Wet Rechtsbescherming) Een beperking van het aantal geselecteerden is mogelijk, zolang dit opgenomen was in de bekendmaking. Het minimum aantal geselecteerden is drie, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn. (cf. art. 58, § 3 KB Plaatsing) In de praktijk is het aangewezen om met een selectiebeperking te werken aangezien het zeer arbeidsintensief kan zijn om een dialoog te organiseren met een groot aantal deelnemers, wat de slaagkansen van de procedure negatief kan beïnvloeden.
     
    De niet-geselecteerde kandidaten ontvangen onmiddellijk na de selectiebeslissing de nodige informatie, zijnde een uittreksel van de selectiebeslissing met de motieven van hun niet-selectie, of de gehele selectiebeslissing in geval van selectiebeperking.
     
    Uitnodiging tot de dialoog
     
    De geselecteerden worden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd. De uitnodiging bevat minstens (cf. art. 112, derde lid KB Plaatsing):
     
    • het beschrijvend document, of het adres waar het kan opgevraagd worden met eventueel de kostprijs en de uiterste datum voor de aanvraag;
    • een verwijzing naar de bekendmaking;
    • de aanvangsdatum en het adres van de raadpleging, en de daarbij gebruikte taal of talen.
     
    Bij het vaststellen van de aanvangsdatum van de raadpleging, de dialoog, moet de overheid voldoende tijd verschaffen aan de deelnemers om de dialoog voor te bereiden. (cf. art. 113, § 1 KB Plaatsing)
     
    Dialoog
     
    De dialoog vormt het zwaartepunt van de procedure, en is het kenmerk bij uitstek van de concurrentiedialoog. Tijdens de dialoog gaat de overheid op zoek naar de middelen die geschikt zijn om zo goed mogelijk aan haar behoeften te voldoen. Ze gaat daarvoor met elke deelnemer afzonderlijk in dialoog omtrent alle aspecten van de opdracht. Niet alleen de technische aspecten of het financiële plaatje komen aan bod, maar ook juridische aspecten zoals het spreiden of beperken van de risico’s.
     
    Indien dit als dusdanig bepaald werd in het beschrijvend document of de aankondiging kan de dialoog in meerdere fases verlopen, waarbij het aantal oplossingen waarover verder zal gepraat worden steeds verder gereduceerd wordt in iedere fase. Wanneer een welbepaalde oplossing niet wordt meegenomen in de verdere fases van de dialoog, betekent dit niet automatisch dat de deelnemer achter deze oplossing uit de dialoog verdwijnt. Deze deelnemer kan immers nog in de running zijn met een andere oplossing.

    Er kan gevraagd worden aan de deelnemers om een geschreven document op te maken, ten einde de oplossingen te kunnen beoordelen op basis van de gunningscriteria. Uiteraard zullen deze documenten niet even gedetailleerd zijn als een 'standaard' offerte. Zij zullen meer de vorm aannemen van een plan van een aanpak of een visienota.
     
    Tijdens de dialoog moet de overheid er steeds over waken dat de deelnemers gelijk worden behandeld. (cf. art. 113, § 1, derde lid KB Plaatsing) Zoals reeds vermeld mogen er geen wijzigingen meer aangebracht worden aan de essentiële elementen van het beschrijvend document. Daarnaast mag de overheid geen discriminerende informatie verstrekken die bepaalde deelnemers kan bevoordelen of vertrouwelijke informatie uit één dialoog meedelen aan andere deelnemers. Elke dialoog met een deelnemer staat geheel op zich. De overheid mag niet aan 'cherry-picking' doen, wat wil zeggen dat men een goed idee dat ontspruit uit de ene dialoog niet mag ter sprake brengen in de dialoog met een andere deelnemer zodat deze het verder zou uitwerken.
     
    De overheid sluit de dialoog af wanneer zij van oordeel is dat ze kan bepalen welke oplossing of oplossingen aan haar behoeften en eisen kunnen voldoen. (cf. art. 113, § 2 KB Plaatsing)
     
    Gemotiveerde beslissing na afsluiten van de dialoog
     
    De overheid maakt een gemotiveerde beslissing op nadat ze de dialoog heeft afgesloten, waarbij ze beslist welke oplossingen aan haar behoeften en eisen kunnen voldoen. (cf. art. 4, 6° Wet Rechtsbescherming) Ze maakt deze keuze op basis van de gunningscriteria. Onmiddellijk na het nemen van deze beslissing deelt de overheid de gemotiveerde beslissing mee aan de deelnemers van wie de oplossing niet is gekozen. (cf. art. 7, § 3 Wet Rechtsbescherming)
     
    Uitnodiging tot indienen van een eindofferte
     
    Alle deelnemers waarvan minstens één oplossing werd gekozen, worden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om een eindofferte in te dienen voor één of meer van zijn gekozen oplossingen. (cf. art. 114, § 1 KB Plaatsing) Een deelnemer mag meerdere offertes indienen aangezien de algemene regel uit artikel 54 KB Plaatsing niet geldt bij de concurrentiedialoog.
     
    Indien de deelnemer van wie de oplossing afkomstig is ermee instemt, kan de overheid vragen aan alle deelnemers (van wie minstens één oplossing werd gekozen) om een offerte in te dienen voor deze gemeenschappelijke oplossing. Er kunnen ook meerdere gemeenschappelijke oplossingen zijn. Althans in theorie, want in de praktijk lijkt de kans vrij klein dat een deelnemer zal instemmen met het feit dat ook concurrenten zijn oplossing verder kunnen uitwerken, gelet op de tijdsinvestering, eventuele gemaakte kosten, en uiteraard de intellectuele rechten die zij kan laten gelden op haar oplossing.
     
    De overheid vermeldt in haar uitnodiging de voorwaarden die van toepassing zijn tijdens de uitvoering van de opdracht. Tevens moet een passende indieningstermijn vermeld worden. Er is niet voorzien in een wettelijke minimale indieningstermijn, maar de overheid moet rekening houden met de complexiteit van de opdracht en de nodige voorbereidingstijd voor de opmaak van de offertes.
     
    Gemotiveerde gunningsbeslissing
     
    De ingediende eindoffertes moeten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van de opdracht bevatten. De overheid beoordeelt ze op basis van de gunningscriteria. De overheid kan de deelnemers vragen om hun eindofferte(s) toe te lichten, te verduidelijken of aan te vullen. Daarbij mogen echter geen essentiële kenmerken van zowel de offerte als het beschrijvend document gewijzigd worden wanneer dat de mededinging kan verstoren of een discriminerend effect kan hebben. (cf. art. 114, § 2, tweede lid KB Plaatsing) De draagwijdte hiervan is gelijkaardig aan de mogelijkheid om contact op te nemen met de inschrijvers bij open en beperkte procedures. Dit moet dus beperkt geïnterpreteerd worden, van onderhandelingen kan in deze fase geen sprake meer zijn.
     
    De overheid maakt vervolgens een gemotiveerde gunningsbeslissing op en verstuurt de informatie naar de deelnemers die een eindofferte hebben ingediend.
     
    Sluiting
     
    De opdracht wordt gesloten door de ondertekening van een overeenkomst tussen de partijen. (cf. art. 114, § 3 KB Plaatsing) Uiteraard na het in acht nemen van een wachttermijn, indien van toepassing.

    Ontwerpenwedstrijd

    Algemeen
     
    Met de ontwerpenwedstrijd beoogt de aanbestedende overheid een plan, schets, schetsontwerp, idee, haalbaarheidsstudie of ontwerp te bekomen, bijvoorbeeld inzake ruimtelijke ordening, stadsplanning, architectuur, ingenieurskunst of gegevensverwerking. Na een oproep tot mededinging worden de ontwerpen gekozen door een jury, eventueel met toekenning van prijzengeld en vergoedingen voor de deelnemers.
     
    De wedstrijd leidt hetzij tot de keuze van één of meer ontwerpen, hetzij tot deze keuze gekoppeld aan de gunning van een opdracht voor diensten (bijvoorbeeld een studieopdracht voor verdere uitwerking van het ontwerp) met een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking op grond van artikel 26, § 1, 4° Wet Overheidsopdrachten. In het eerste geval wordt de wedstrijd beëindigd met de keuze, zonder dat er achteraf een opdracht voor diensten aan één van de winnaars wordt gegund.
     
    De ontwerpenwedstrijd kan ook de keuze van een ontwerper beogen, zonder dat deze keuze gekoppeld is aan een uitgewerkt ontwerp. Het beoogde ontwerp hoeft immers niet noodzakelijk uitgewerkt zijn. Het kan enkel om een schets gaan die zal worden beoordeeld aan de hand van de vooraf bepaalde beoordelingscriteria die onder andere betrekking hebben op de filosofie, de ideeën, de persoonlijkheid en de architecturale visie van de ontwerper.
     
    Men kan de ontwerpenwedstrijd organiseren volgens de open of de beperkte procedure. Bij een beperkte procedure dient het aantal geselecteerden in ieder geval voldoende te zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen. Zo kan de overheid een beroep doen op de meest creatieve professionelen, bijvoorbeeld voor het bevorderen van de architecturale kwaliteit van de openbare gebouwen.
     
    Toepassingsvoorwaarden en jury
     
    Artikel 141 KB Plaatsing regelt de toegang tot de ontwerpenwedstrijd, de selectie van deelnemers, de beoordelingscriteria, de samenstelling en het optreden van de jury, het eventuele prijzengeld of de eventuele vergoedingen aan de deelnemers en de intellectuele rechten op de ontwerpen.
     
    Een bijzonder element bij de ontwerpenwedstrijd is het optreden van een jury. De ontwerpen moeten worden beoordeeld door een onafhankelijke en deskundige jury met minstens vijf leden (natuurlijke personen), die volledig onafhankelijk moeten zijn van de potentiële deelnemers en waarvan minstens één van hen niet tot de aanbestedende overheid behoort. Indien van de deelnemers een bijzondere beroepskwalificatie wordt gevraagd (bijvoorbeeld architect), moet minstens één derde van de juryleden dezelfde of een gelijkwaardige beroepskwalificatie hebben.
     
    De wedstrijddocumenten bepalen of de jury, die altijd autonoom oordeelt, een beslissings- of adviesbevoegdheid heeft. Onder beslissingsbevoegdheid wordt verstaan dat de aanbestedende overheid erdoor gebonden is. Om de onpartijdigheid te waarborgen is de jury autonoom en moet ze in elk geval haar advies of beslissing motiveren. Artikel 142 KB Plaatsing bevat enkele bijzondere regels voor de werking van de jury:
     

    • Bij de opdrachten waarvoor een Europese bekendmaking verplicht is, worden de ontwerpen anoniem aan de jury voorgelegd. De anonimiteit wordt gerespecteerd tot de beslissing of het advies van de jury, naargelang het geval, bekend is.
    • Vóór het verstrijken van de termijn van ontvangst neemt de jury geen kennis van de inhoud van de ontwerpen.
    • De jury evalueert de ontwerpen aan de hand van beoordelingscriteria. Deze moeten in de bekendmaking van de ontwerpenwedstrijd worden vermeld, maar hoeven niet te worden gewogen.
    • De jury stelt een proces-verbaal op van haar beoordeling van alle ontwerpen (met motivering van haar keuze), van haar eventuele opmerkingen en te vragen verduidelijkingen, van de eventueel daaropvolgende dialoog met de ontwerpers en van haar eventueel aangepaste eindbeoordeling.
     
    Raming en bekendmaking
     
    Belangrijk voor de raming van een ontwerpenwedstrijd is dat, wanneer de overheid in de bekendmaking een op de wedstrijd volgende opdracht voor diensten niet uitsluit, de raming ook de geraamde waarde van die opdracht dient te omvatten. Hoe dan ook maken het eventuele prijzengeld en de vergoedingen aan de deelnemers in elk geval deel uit van het opdrachtbedrag. (cf. art. 24, 7° KB Plaatsing en art. 143 KB Plaatsing) De algemene ramingsregels zijn van toepassing op de ontwerpenwedstrijd.
     
    Artikel 144 KB Plaatsing en artikel 145 KB Plaatsing regelen de bekendmaking van de ontwerpenwedstrijd. De bekendmaking vermeldt in elk geval de duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria (zonder daarbij gebonden te zijn aan Hoofdstuk 5, Afdeling 3 (Kwalitatieve selectie) KB Plaatsing) en de beoordelingscriteria.

    Sociale woningbouwprocedure

    De overheid zou voor opdrachten inzake het ontwerpen en het bouwen van een complex van sociale woningen overeenkomstig artikel 34 Richtlijn 2004/18/EG en artikel 31 Wet Overheidsopdrachten een beroep kunnen doen op een bijzondere geëigende procedure, de zogenaamde “sociale woningbouwprocedure”.
     
    Dergelijke projecten kaderen vaak in een publiek-private-samenwerkingsconstructie. Men gaat er daarbij van uit dat bij die projecten, omwille van hun omvang, complexiteit en vermoedelijke duur, het plan van meet af aan moet worden opgesteld op grond van een nauwe samenwerking in een team bestaande uit afgevaardigden van de aanbestedende overheid, deskundigen en de aannemer die met de uitvoering van de werken wordt belast. De betrokken procedure beoogt dan ook de keuze van de aannemer die het meest geschikt is om te worden opgenomen in dat team.
     
    De uitvoering van artikel 31 Wet Overheidsopdrachten is aan de Gewesten toevertrouwd. Het komt aan de Vlaamse Regering toe om, binnen de perken van artikel 34 Richtlijn 2004/18/EG, het verloop van deze nieuwe gunningsprocedure uit te tekenen, hetgeen tot op heden echter niet is gebeurd.

    Werkenwedstrijd

    Deze gunningsprocedure heeft betrekking op het ontwerpen en het uitvoeren van een werk. Kenmerkend voor de werkenwedstrijd is het optreden van een onafhankelijke en deskundige jury die bestaat uit minimum 5 leden. Minstens één van de leden mag niet behoren tot de aanbestedende overheid. Uiteraard dienen alle leden ook onafhankelijk te zijn van de deelnemers aan de wedstrijd. De jury staat in voor het beoordelen en rangschikken van de offertes aan de hand van de gunningscriteria.
     
    De overheid kan ook al dan niet prijzengeld toekennen voor de best gerangschikte offertes of vergoedingen voorzien voor de deelnemers. De rangschikking die de jury maakt, moet door de aanbestedende overheid verplicht worden gevolgd bij het toekennen van het prijzengeld. Indien de aanbestedende overheid oordeelt dat de offertes niet voldoen, kan zij het prijzengeld of de vergoedingen geheel of gedeeltelijk niet toekennen.
     
    Belangrijk is dat de opdrachtdocumenten het volgende bepalen: (cf. art. 139, §2 KB Plaatsing)
     

    • de samenstelling en wijze van optreden van de jury;
    • de gunningscriteria;
    • het al dan niet toepasselijk zijn van prijzengeld en of vergoedingen;
    • de eigendomsrechten van de aanbestedende overheid en de inschrijvers inzake de eigendom en het gebruik van de ontwerpen.
     
    Langs de zijde van de deelnemers is het van belang dat de aanvraag tot deelneming of de offerte duidelijk melding maakt van de natuurlijke of rechtspersonen die als ontwerpers instaan voor de opmaak van het ontwerp en de opvolging van de uitvoering ervan.