chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Interne procedure

    Wat kan je zelf doen?

    Als je als medewerker meent psychische en/of lichamelijke schade te ondervinden door psychosociale risico’s op het werk, dan kan je één of meerdere van volgende stappen ondernemen:

    • Een gesprek aangaan met de persoon (bv. collega, leidinggevende,…) waar je moeilijkheden mee ervaart;

    • Een gesprek aangaan met je directe of hogere leidinggevende(n) over de moeilijkheden die je ervaart;

    • Een gesprek aanvragen met de vertrouwenspersoon van je entiteit;

    Wettelijk is het ook voorzien dat je een lid van de overlegcomités (bv. EOC, DBOC,…) of een vakbondsafgevaardigde kan aanspreken over de moeilijkheden die je ervaart.

    Eerste gesprek

    Als je een gesprek aanvraagt bij een vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociaal welzijn, dan vindt dit gesprek maximaal 10 dagen later plaats. Tijdens het gesprek zal de vertrouwenspersoon of preventieadviseur luisteren naar je verhaal en je de verschillende soorten interventies uitleggen. Je kan aan de vertrouwenspersoon of preventieadviseur een bewijs van jullie gesprek vragen.

    Soorten interventies

    Er zijn twee mogelijke interventies waaruit je als werknemer kan kiezen:

    1. Een informele psychosociale interventie: dit verzoek kan ingediend worden bij een vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociaal welzijn,

    2. Een formele psychosociale interventie: dit verzoek kan enkel ingediend worden bij de preventieadviseur psychosociaal welzijn.

    Verzoek tot een informele psychosociale interventie

        De informele psychosociale interventie houdt in dat er op een informele wijze gezocht wordt naar een oplossing door de werknemer/verzoeker en de vertrouwenspersoon of preventieadviseur psychosociaal welzijn. Er zijn drie types van informele psychosociale interventies:

        • Eén of meerdere gesprekken waarin actief geluisterd en advies gegeven wordt;
        • Een interventie bij een andere persoon van de onderneming, bv. je directe leidinggevende;
        • Bemiddelingsgesprek tussen de betrokken personen op voorwaarde dat beide partijen hiermee akkoord gaan.

              De vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociaal welzijn noteert in een verslag welk type interventie de medewerker/verzoeker kiest. Het verslag wordt gedateerd en ondertekend door de medewerker/verzoeker en de vertrouwenspersoon of preventieadviseur psychosociaal welzijn. De medewerker/verzoeker ontvangt een kopie van het verslag.

              Verzoek tot een formele psychosociale interventie

                Er zijn drie soorten van verzoeken tot een formele psychosociale interventie.

                • Verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter
                • Verzoek met een hoofdzakelijk individueel karakter (buiten geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk)
                • Verzoek voor feiten van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk

                  Indiening van het verzoek

                  Wanneer een werknemer geen gebruik wenst te maken van de informele psychosociale interventie of wanneer deze niet tot een oplossing geleid heeft, kan een werknemer ervoor kiezen om een verzoek tot formele psychosociale interventie in te dienen. Let wel, dit kan enkel bij de preventieadviseur psychosociaal welzijn.

                  Verplicht, voorafgaand persoonlijk onderhoud: Een verzoek tot formele psychosociale interventie kan pas ingediend worden nadat er een persoonlijk onderhoud was tussen de werknemer en de preventieadviseur psychosociaal welzijn. Dit persoonlijk onderhoud vindt plaats binnen een termijn van tien kalenderdagen volgend op de dag waarop de werknemer zijn wil heeft uitgedrukt om een verzoek tot formele interventie in te dienen. De preventieadviseur psychosociaal welzijn maakt een document op waarin bevestigd wordt dat het verplicht persoonlijk onderhoud heeft plaats gevonden en geeft een kopie van dit document aan de werknemer.

                  Het verzoek tot formele psychosociale interventie wordt opgemaakt, gedateerd en ondertekend door de werknemer en bevat een beschrijving van de problematische arbeidssituatie en het verzoek aan de werkgever om passende maatregelen te treffen. De preventieadviseur psychosociaal welzijn zal de werknemer een sjabloon bezorgen dat de werknemer kan gebruiken om zijn verzoek in te dienen.

                  De werknemer bezorgt het verzoek aan de interne preventieadviseur psychosociaal welzijn. Dit kan op volgende wijze:

                  • Persoonlijk bij de preventieadviseur psychosociaal welzijn;
                  • Per brief versturen naar de preventieadviseur psychosociaal welzijn;
                  • Per aangetekende brief versturen naar de preventieadviseur psychosociaal welzijn.

                    Wanneer het verzoek persoonlijk of per brief bezorgd wordt aan de preventieadviseur psychosociaal welzijn, ondertekent de preventieadviseur psychosociaal welzijn het verzoek voor ontvangst en bezorgt hij een kopie van het verzoek aan de werknemer/verzoeker. Deze kopie geldt als ontvangstbewijs van het verzoek. Wanneer het verzoek ingediend werd per aangetekende brief dan wordt het verzoek geacht ontvangen te zijn de derde werkdag na de verzenddatum.

                    De preventieadviseur psychosociaal welzijn kan het verzoek weigeren wanneer de in het verzoek omschreven situatie geen psychosociale risico’s inhoudt. De preventieadviseur psychosociaal welzijn laat de verzoeker uiterlijk 10 dagen na ontvangst van het verzoek weten of zijn verzoek aanvaard of geweigerd is. Wanneer de preventieadviseur psychosociaal welzijn binnen die termijn niets laat weten aan de verzoeker, wordt het verzoek geacht aanvaard te zijn.

                    De preventieadviseur psychosociaal welzijn beslist of het ingediende verzoek betrekking heeft op hoofdzakelijk collectieve of individuele risico’s. De preventieadviseur psychosociaal welzijn beslist dus of het onderzoek behandeld zal worden als een onderzoek met een hoofdzakelijk collectief of individueel karakter.

                    Verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk collectief karakter

                    De preventieadviseur psychosociaal welzijn:

                    1. brengt de werkgever zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte dat er een verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk collectief karakter ingediend werd. De preventieadviseur psychosociaal welzijn bezorgt de werkgever de beschrijving van de risicosituatie, maar deelt de identiteit van de verzoeker niet mee;
                    2. brengt de verzoeker op de hoogte dat zijn verzoek hoofdzakelijk betrekking heeft op risico’s met een collectief karakter en legt aan de verzoeker uit hoe het verzoek verder onderzocht zal worden en tegen welke termijn de werkgever een beslissing moet nemen;
                    3. deelt, indien nodig, schriftelijk voorstellen voor bewarende maatregelen mee aan de werkgever om te voorkomen dat de gezondheid van de verzoeker ernstig aangetast wordt. De werkgever voert de voorgestelde maatregelen of maatregelen met een gelijkwaardig beschermingsniveau zo snel mogelijk uit.

                    De werkgever:

                    1. deelt de beschrijving van de risicosituatie mee aan het comité. Hij vraagt hen advies over de wijze waarop het verzoek behandeld kan worden en over de gevolgen die aan het verzoek gegeven kunnen worden. Het is de werkgever die uiteindelijk beslist over de gevolgen die hij aan het verzoek geeft (bv. uitvoeren van een risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie, bepaalde ingreep op de dienst).
                    2. heeft maximum drie maanden de tijd - te tellen vanaf de dag dat hij door de preventieadviseur psychosociaal welzijn op de hoogte gebracht werd van het ingediende verzoek - om de preventieadviseur psychosociaal welzijn en het comité schriftelijk op de hoogte te brengen van de gevolgen die hij zal geven aan het verzoek. Wanneer de werkgever naar aanleiding van het verzoek een risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie uitvoert, dan kan deze termijn verlengd worden met maximum drie maanden. Na de beslissing voert de werkgever de besliste maatregelen zo snel mogelijk uit.

                    Van een verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter naar een verzoek met een hoofdzakelijk individueel karakter

                    Een verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter kan, mits het schriftelijk akkoord van de verzoeker, behandeld worden als een verzoek met een hoofdzakelijk individueel karakter wanneer:

                    • de werkgever geen risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie uitvoerde of wanneer deze risicoanalyse niet samen met de preventieadviseur psychosociaal welzijn uitgevoerd werd;

                    • én één van volgende situaties zich voordoet:

                    • de werkgever zijn gemotiveerde beslissing niet meedeelt binnen de drie maanden te tellen vanaf de dag dat hij op de hoogte gebracht werd van het ingediende verzoek;
                    • de werkgever beslist om geen preventiemaatregelen te treffen;

                    • de verzoeker meent dat de getroffen preventiemaatregelen niet aangepast zijn aan zijn individuele situatie.

                    Naar boven

                    Verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk individueel karakter

                    De preventieadviseur psychosociaal welzijn:

                    • brengt de werkgever schriftelijk op de hoogte dat er een verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk individueel karakter ingediend werd en deelt hem de identiteit van de verzoeker mee;

                    • onderzoekt op volledig onpartijdige wijze de specifieke arbeidssituatie en hoort personen die hij nuttig acht. De verklaringen van een gehoorde persoon worden in een gedateerd en ondertekend document opgenomen. De gehoorde persoon ontvangt een kopie van zijn verklaringen;

                    • bezorgt zijn advies binnen een termijn van drie maanden - te tellen vanaf de aanvaarding van het verzoek - aan:

                      • de werkgever – en dit ook wanneer de verzoeker niet langer deel uit maakt van de onderneming;

                      • de vertrouwenspersoon wanneer deze op informele wijze in dezelfde situatie is tussengekomen én de verzoeker hiermee akkoord gaat.

                    De termijn van drie maanden kan mits schriftelijke rechtvaardiging één keer verlengd worden met een nieuwe termijn van drie maanden;

                    • brengt de verzoeker en de eventueel andere rechtstreeks betrokken persoon/personen zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte van:

                      • De datum waarop hij zijn advies aan de werkgever bezorgd heeft;

                      • De preventiemaatregelen en eventueel de bijhorende verantwoording die hij voorgesteld heeft;

                    De werkgever:

                    • deelt individuele maatregelen die hij overweegt te nemen, voorafgaand en schriftelijk mee aan de verzoeker en dit uiterlijk één maand nadat hij het advies van de preventieadviseur psychosociaal welzijn ontvangen heeft. Wanneer de maatregelen de arbeidsvoorwaarden van de verzoeker wijzigen, hoort hij de verzoeker en geeft hij de verzoeker een afschrift van het advies van de preventieadviseur psychosociaal welzijn. Tijdens dit onderhoud kan de verzoeker zich laten bijstaan door een persoon  van zijn keuze;

                    • deelt schriftelijk zijn gemotiveerde beslissing mee over de gevolgen die hij geeft aan het verzoek aan de preventieadviseur psychosociaal welzijn, de verzoeker en de eventueel andere rechtstreeks betrokken persoon en dit uiterlijk twee maanden na ontvangst van het advies van de preventieadviseur psychosociaal welzijn;

                    • voert zo snel mogelijk de maatregelen uit die hij beslist heeft te nemen.

                    Naar boven

                    Verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk

                    Het verzoek tot een formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag is, net zoals de andere formele verzoeken een gedateerd en ondertekend document. Aan dit verzoek zijn echter een aantal bijkomende voorwaarden verbonden.

                        Om ingediend te kunnen worden moet dit verzoek volgende gegevens bevatten:

                        • de nauwkeurige beschrijving van de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk;
                        • het ogenblik en de plaats waarop elk van deze feiten zich voorgedaan heeft;
                        • de identiteit van de aangeklaagde;
                        • het verzoek aan de werkgever om geschikte maatregelen te nemen om een einde te maken aan de feiten.

                        Dit verzoek kan enkel persoonlijk ingediend worden bij de interne of externe preventieadviseur psychosociaal welzijn of via een aangetekende brief (gericht aan de preventieadviseur psychosociaal welzijn).

                        Naar boven

                              De preventieadviseur psychosociaal welzijn:

                              • kan het verzoek weigeren wanneer de beschreven feiten geen geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag inhouden;

                              • brengt de werkgever schriftelijk op de hoogte dat er een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag ingediend werd. Hij deelt de werkgever de identiteit van de verzoeker mee en licht hem in dat de verzoeker beschermd is tegen ontslag of een eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden vanaf de datum waarop het verzoek in ontvangst genomen werd. Deze bescherming geldt niet als het ontslag of de wijziging van de arbeidsvoorwaarden niets te maken hebben met de feiten vermeld in het verzoek tot formele interventie;

                              • onderzoekt het verzoek op volledig onpartijdige wijze;

                              • stelt, indien de ernst van de feiten dit vereist én voorafgaand aan de overhandiging van zijn advies, bewarende maatregelen aan de werkgever voor. De werkgever deelt zo snel mogelijk en schriftelijk aan de preventieadviseur psychosociaal welzijn zijn gemotiveerde beslissing mee betreffende de gevolgen die hij aan de voorstellen voor de bewarende maatregelen zal geven;

                              • hoort de aangeklaagde en deelt hem zo snel mogelijk de feiten mee die hem ten laste worden gelegd. De aangeklaagde ontvangt een kopie van zijn gedateerde en ondertekende verklaring;

                              • hoort de personen en getuigen die hij nuttig acht. De getuigen ontvangen een kopie van hun gedateerde en ondertekende verklaring;

                              • licht de werkgever onmiddellijk in over de identiteit van de getuigen die ontslagbescherming genieten. Deze ontslagbescherming gaat in op de dag dat de getuigenverklaring afgelegd wordt;

                              • bezorgt zijn advies binnen een termijn van drie maanden - te tellen vanaf de aanvaarding van het verzoek - aan:

                                • de werkgever;
                                • de vertrouwenspersoon wanneer deze op informele wijze in dezelfde situatie is tussengekomen én de verzoeker hiermee akkoord gaat.

                                De termijn van drie maanden kan mits schriftelijke rechtvaardiging één keer verlengd worden met een nieuwe termijn van drie maanden.

                                • licht de verzoeker en de aangeklaagde in over:

                                  • de datum waarop hij zijn advies aan de werkgever bezorgd heeft;

                                  • de voorstellen voor preventiemaatregelen (eventueel met verantwoording) die in deze specifieke arbeidssituatie moeten toegepast worden om het eventuele gevaar uit te schakelen en de schade te beperken.

                                •   doet verplicht een beroep op Toezicht Welzijn op het Werk wanneer:

                                  • de werkgever geen (geschikte) bewarende maatregelen treft

                                  • de werkgever geen (geschikte) maatregelen treft nadat de preventieadviseur psychosociaal welzijn zijn advies aan hem bezorgd heeft én een van volgende situaties doet zich voor:

                                    • er is een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de werknemer;

                                    • de aangeklaagde is de werkgever of maakt deel uit van het leidinggevend personeel[1].

                                    [1] De personen belast met het dagelijks bestuur van de onderneming die gemachtigd zijn om de werkgever te vertegenwoordigen, alsmede de personeelsleden onmiddellijk ondergeschikt aan die personen, wanneer zij eveneens opdrachten van dagelijks bestuur vervullen.

                                  Naar boven

                                  De werkgever:

                                  • deelt individuele maatregelen die hij overweegt te nemen, voorafgaand en schriftelijk mee aan de werknemer en dit uiterlijk één maand na ontvangst van het advies van de preventieadviseur psychosociaal welzijn. Wanneer de maatregelen de arbeidsvoorwaarden van de werknemer wijzigen, hoort hij de werknemer en geeft hij de werknemer een afschrift van het advies van de preventieadviseur psychosociaal welzijn. Tijdens dit onderhoud kan de werknemer zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze;

                                  • deelt schriftelijk zijn gemotiveerde beslissing mee over de gevolgen die hij geeft aan het verzoek aan de preventieadviseur psychosociaal welzijn, de verzoeker en de eventueel andere rechtstreeks betrokken persoon en dit uiterlijk twee maanden na ontvangst van het advies van de preventieadviseur psychosociaal welzijn;

                                  • voert zo snel mogelijk de maatregelen uit die hij beslist heeft te nemen;

                                  • bezorgt de verzoeker of de aangeklaagde een afschrift van het advies van de preventieadviseur psychosociaal welzijn wanneer zij een rechtsvordering overwegen in te stellen.

                                  Naar boven


                                  Voor individuele hulpverlening contacteer je:

                                  Verwante onderwerpen

                                  Contact

                                  Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming (GDPB) - Team psychosociaal welzijn

                                  Contact

                                  Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming (GDPB)

                                  Adres
                                  Herman Teirlinckgebouw
                                  Havenlaan 88 - bus 20
                                  1000 Brussel
                                  België
                                  Telefoon
                                  02 553 01 22
                                  E-mail
                                  Website