chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Interpretatie VPS: onderscheid tucht - functioneringsevaluatie

    Interpretatie bij art. IV 8 en art. VIII 1

    Vraag:

    In welke gevallen kan tegen ambtenaren van de diensten van de Vlaamse overheid sanctionerend opgetreden worden via een tuchtstraf en in welke gevallen via een negatieve evaluatie (vertraging of onvoldoende)?
    Uit de praktijk blijkt immers dat dit onderscheid soms problemen oplevert. Zo werd bijvoorbeeld bij de behandeling van beroepen door de eerste kamer en tweede kamer van de raad van beroep reeds herhaaldelijk vastgesteld dat het voor de bevoegde instanties niet steeds duidelijk is wanneer zij dienen op te treden via een tuchtsanctie en wanneer via een negatieve evaluatie.

    Antwoord:

    1. Tuchtsanctie

    In deel VIII van het VPS m.b.t. de tuchtregeling wordt een limitatieve opsomming gegeven in welke gevallen een tuchtstraf kan worden opgelegd. Krachtens artikel VIII 1 kan de ambtenaar worden onderworpen aan een tuchtprocedure:

    1° bij tekortkoming aan zijn plichten (inclusief cumulatieregeling) bepaald in deel II;
    2° na strafrechtelijke veroordeling.

    1° tekortkoming aan de plichten

    In deel II van het VPS wordt een opsomming gegeven van de verschillende plichten van de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid. Zo heeft het personeelslid onder meer de plicht:

    • zijn ambt op loyale en correcte wijze uit te oefenen onder het gezag van zijn lijnmanager of functionele chef;
    • zijn medewerking te verlenen aan beleidsvoorbereidend werk en actief deel te nemen aan teamwerk;
    • zijn ambt te vervullen met welwillendheid en respect voor de persoonlijke waardigheid en zonder enige discriminatie tegenover de gebruikers van zijn dienst;
    • geen giften, beloningen of enig voordeel te vragen, te eisen, of aan te nemen.

    Deze plichten worden verder verduidelijkt in de deontologische code voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse administratie (Omzendbrief BZ 2011/6 van 6 juli 2011).

    Ook uit het charter van het voormalige ministerie van de Vlaamse Gemeenschap kunnen een aantal plichten voor de personeelsleden gedistilleerd worden zoals klantvriendelijkheid, loyauteit, zin voor initiatief en verantwoordelijkheid, inzet en objectiviteit.

    Inbreuk op één van deze plichten wordt bestraft in verhouding tot de feiten. Het gaat hier om inbreuken op de plichten zowel op professioneel vlak als op privé-gedrag met invloed op het ambt. Zo kunnen bijvoorbeeld negatieve uitlatingen van een ambtenaar in de privé-sfeer over zijn dienst het vertrouwen van het publiek in deze dienst aantasten.

    2° inbreuk op de bepalingen van art. II 12 VPS inzake de cumulatieregeling

    Het personeelslid mag tijdens de diensturen geen beroepsactiviteiten cumuleren tenzij het beroepsactiviteiten betreft die inherent zijn aan de functie.

    De uitoefening van activiteiten buiten de diensturen kan enkel getoetst worden aan de deontologische regels inzake onverenigbaarheden, onverminderd andere reglementaire bepalingen.

    Naast de strafrechtelijke procedure kan tegen de ambtenaar die een misdrijf heeft gepleegd eveneens een tuchtrechtelijke procedure gestart worden. Een strafrechtelijke veroordeling kan aanleiding geven tot een tuchtstraf indien het om feiten gaat die verband houden met de uitoefening van het ambt.
    Bijvoorbeeld: een ambtenaar die wordt vervolgd omdat hij geld verduisterd heeft ten nadele van zijn werkgever.

    2. Negatieve evaluatie

    Overeenkomstig artikel IV 1, §1 wordt tijdens de evaluatie van het functioneren en de beroepsbekwaamheid van de geëvalueerde met betrekking tot deze prestaties en de wijze waarop ze geleverd werden getoetst.

    De persoonlijke nota’s die deel uitmaken van het evaluatiedossier handelen in principe over de behaalde resultaten en/of het functioneren van de ambtenaar. Zij kunnen echter ook handelen over gebeurtenissen of gedragingen buiten de dienst die de ambtsuitoefening kunnen beïnvloeden of in het gedrang brengen.

    De evaluatoren dienen evenwel voorzichtig te zijn bij het verwijzen naar gebeurtenissen of gedragingen in de privé-sfeer in het evaluatieverslag.

    Bijvoorbeeld:

    • een veroordeling wegens dronkenschap van een goed presterend ambtenaar die geen chauffeur is, heeft geen invloed op het functioneren van de ambtenaar;
    • privé-moeilijkheden kunnen een tijdelijk verzachtende omstandigheid uitmaken voor het minder goed presteren;
    • verduistering van geld: heeft geen invloed op de evaluatie sensu stricto doch kan het vertrouwen in de ambtenaar aantasten.

    Het individueel evaluatiedossier dat over elke ambtenaar wordt aangelegd , bevat ook de staat van tuchtstraffen die werden uitgesproken in het evaluatiejaar.

    Tuchtstraffen die betrekking hebben op feiten die zich voordeden tijdens het evaluatiejaar kunnen dus ook repercussies hebben op de evaluatie. Een tuchtstraf kan namelijk een indicatie zijn van het slecht functioneren van de betrokken ambtenaar.

    3. Grijze zone tussen tucht en evaluatie

    Uit hetgeen hierboven werd vermeld, volgt dat het meestal wel duidelijk is of tegen een ambtenaar via een tuchtsanctie dan wel via een negatieve evaluatie dient te worden opgetreden. In geval van slecht functioneren of ondermaats presteren van een ambtenaar is dit in de praktijk echter niet steeds even duidelijk.

    De afdeling Regelgeving stelt dan ook voor in geval van twijfel volgend criterium te hanteren:

    • indien het slecht functioneren te wijten is aan het (onopzettelijk) falen van de ambtenaar (zonder dat er externe verzachtende omstandigheden zijn) verdient het de voorkeur op te treden via een negatieve evaluatie van de ambtenaar;
    • indien het evenwel vaststaat dat het slecht functioneren van de ambtenaar te wijten is aan manifeste onwil in hoofde van de ambtenaar verdient het de voorkeur in de eerste plaats op te treden via een tuchtsanctie (de ambtenaar schiet dan immers tekort aan zijn loyauteitsplicht).
    • rekening houdend met de zwaarte van de feiten, kan de ambtenaar naast de tuchtsanctie ook nog negatief geëvalueerd worden.

    Bij twijfel over de opzettelijkheid stelt de afdeling Regelgeving voor enkel op te treden via een negatieve evaluatie, hetzij de evaluatie onvoldoende, hetzij een beslissing tot loopbaanvertraging.

    naar boven