chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Interpretatie VPS: valorisatie privé-ervaring – perioden van afwezigheid

    Interpretatie bij art. VII 2 §3

    Vraag:

    Welke van volgende periodes van onderbreking van de tewerkstelling in de privé-sector komen in aanmerking voor de geldelijke anciënniteit?

    Voltijds tijdskrediet van 1/9/2002 tot en met 30/11/2002
    Zwangerschapsrust van 1/12/2002 tot en met 14/3/2003
    Voltijds ouderschapsverlof van 17/3/2003 tot en met 16/6/2003 onbezoldigde afwezigheid van 17/6/2003 tot en met 31/10/2003
    Zwangerschapsrust van 18/10/2004 tot en met 28/1/2005
    Voltijds ouderschapsverlof van 31/1/2005 tot en met 30/4/2005

    Antwoord:

    Het komt aan de lijnmanager toe in te schatten welke ervaring die door betrokkene werd opgedaan in de private sector effectief functierelevant is.

    In tegenstelling tot de tewerkstelling in de publieke sector, waar in de rondzendbrief van 21 maart 2007 uitdrukkelijk is opgenomen wat wel en wat niet in aanmerking kan worden genomen (zie punt II.1.2.1.3. van de rondzendbrief – onderscheid "dienstactiviteit" – "non-activiteit"), is dit voor tewerkstellingsperiodes in de private sector minder strikt geregeld.

    In de rondzendbrief van 21 maart 2007 is, wat betreft de prestaties in de privé-sector, bepaald dat enkel de vorige reële functierelevante beroepservaring in aanmerking kan worden genomen voor valorisatie.

    Er is eveneens bepaald dat periodes van afwezigheid wegens ziekte, arbeidsongeval of beroepsziekte, die de periodes van gewaarborgd of aanvullend loon te boven gaan alsmede van tijdelijke werkloosheid, niet in aanmerking worden genomen.

    Voor de invulling van het begrip "reële functierelevante beroepservaring" zal, zoals hierboven reeds aangehaald, de lijnmanager een inschatting moeten maken. Het lijkt daarbij niet evident periodes van "langdurige voltijdse afwezigheden", waarin dus geen enkele beroepservaring wordt opgedaan als reële functierelevante beroepservaring te beschouwen.

    In verband met voornoemde afwezigheden kan worden geadviseerd dat de periodes van voltijds tijdskrediet, voltijds ouderschapsverlof en onbezoldigde afwezigheid niet worden gevaloriseerd. De periodes van zwangerschapsrust daarentegen komen wel in aanmerking voor valorisatie, ook al werd vanaf 1 januari 1990 het ten laste van de werkgever vallende gewaarborgd loon bij zwangerschapsrust, vervangen door de moederschapsuitkering, toegekend in het raam van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

    Zonder een strikte lijn te kunnen trekken, kan immers een onderscheid worden gemaakt tussen periodes van afwezigheid die "vrijwillig" werden opgenomen en andere zoals ziekteverlof en zwangerschapsrust, waar de wetgeving een "verplichte" afwezigheid van 15 weken oplegt.

    naar boven