chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Interpretatie VPS: vermelding van de entiteit waartoe het personeelslid behoort in een literair werk vs auteursrecht en spreekrecht

    Interpretatie bij art. II 2 en art. II 8

    Vraag:

    Kan een bepaling in de deontologische code van een entiteit worden opgenomen dat, m.b.t. literaire werken, gecreëerd buiten de diensturen, maar gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek verricht in uitvoering van de functie, het personeelslid vermeldt dat hij medewerker van de betrokken entiteit is?

    Antwoord:

    Ja. Dit druist niet in tegen de wetgeving inzake auteursrechten en het spreekrecht van de personeelsleden.

    Motivering:

    1. Auteursrechten

    De overdracht van auteursrechten aan de werkgever is geregeld in artikel II 8 van het VPS: "Het personeelslid draagt aan de Vlaamse Gemeenschap of de IVA met rechtspersoonlijkheid of de EVA het geheel van de vermogensrechten over op de werken waarvan hij de (mede)auteur is en die hij ter uitvoering van zijn functie tot stand brengt.

    Deze overdracht betreft de auteursrechten op computerprogramma’s, met inbegrip van het begeleidend en voorbereidend materiaal, en op alle andere werken die het personeelslid ter uitvoering van zijn functie tot stand brengt." De overdracht van auteursrechten, zoals uitgewerkt in het VPS, geldt enkel voor werken tot stand gebracht in uitvoering van de functie en voor zover deze creaties binnen het toepassingsgebied van de functie vallen, d.w.z. indien ze tot stand komen krachtens de taken die uit de functie voortvloeien. Auteursrechten op werken die niet ter uitvoering van het ambt worden tot stand gebracht (vb. buiten de uren) blijven in principe toebehoren aan het personeelslid.

    De morele rechten, zoals het recht op vaderschap (recht op naamsvermelding), op literaire werken buiten de uitoefening van het ambt, blijven toebehoren aan het personeelslid. De vraag om bij de naam van de auteur te vermelden dat deze medewerker van de entiteit is, dient evenwel niet te worden beschouwd als een inbreuk op zijn recht op vaderschap (info ingewonnen bij de Belgische Dienst voor Intellectuele eigendom).

    2. Deontologie - spreekrecht

    Het spreekrecht van de ambtenaar, wordt bevestigd in artikel II 2 van het VPS: Het personeelslid heeft recht op vrijheid van meningsuiting ten aanzien van de feiten waarvan hij kennis heeft uit hoofde van zijn functie. In dit verband is men vrij als privé-persoon te publiceren over domeinen waarin men als personeelslid ervaring heeft opgebouwd (deontologische code van 6 juli 2011). De ervaring en beroepskennis die de werknemer heeft verworven tengevolge van de uitvoering van de functie behoort in beginsel tot het eigen intellectueel patrimonium van de werknemer.

    De vraag om de hoedanigheid van medewerker van de entiteit te vermelden doet geen afbreuk aan het spreekrecht dat het betrokken personeelslid heeft, maar kan beschouwd worden als een modaliteit voor de uitoefening hiervan. Bij de uitoefening van het spreekrecht dienen de personeelsleden immers de richtlijnen van de overheid, evenals billijkheidsaspecten in acht te nemen.

    (laatste update: 10/11/2011)

    naar boven