chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (KBH)

    Het KBH werd door het Vlaams Parlement aangenomen op 13 maart 2019, bekrachtigd en afgekondigd op 22 maart 2019 en werd gepubliceerd in het B.S. op 13 mei 2019.

    De eerste tranche van dit kaderdecreet omvat onder andere bepalingen over het bestuurlijk toezicht, het strafrechtelijk en het bestuurlijk opsporingsonderzoek, de bestuurlijke vervolging, het bestuurlijk sanctioneren van misdrijven en inbreuken.

    Een tweede tranche met name de regeling voor onder andere het nemen van bestuurlijke herstel- en veiligheidsmaatregelen moet worden uitgewerkt om te komen tot een volledige regeling van de handhavingsinstrumenten.

    Uitvoering Kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving

    1. Implementatiedecreten 

    Het van kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving is facultatief, d.w.z. heeft maar uitwerking voor die domeinen of handhavingsvelden waarop het kaderdecreet uitdrukkelijk van toepassing wordt verklaard.

    Vervolgens volgt de implementatie van het decreet op de domeinen en handhavingsvelden die het van toepassing verklaren. Wanneer voor de implementatie wordt gekozen, moet worden nagegaan welke aanpassingen van de betrokken regelgeving nodig zijn om tot een juiste afstemming te komen met het kaderdecreet, al dan niet met behoud of aanneming van specifieke regels die het kaderdecreet verder aanvullen of voorzien in specifieke afwijkingen.

    In het advies van de Raad van State wordt gewezen op het belang van de implementatiedecreten om zodoende de toepasselijke regelgeving zo eenduidig mogelijk vast te stellen en om desgevallend op dat ogenblik te motiveren waarom een beroep op de impliciete bevoegdheden moet worden gedaan om de aangelegenheid op een behoorlijke wijze te kunnen regelen.

    Bij het opstellen van de implementatiedecreten zal ook een concrete afweging moeten gebeuren op basis waarvan de nodige uitzonderingsregels moeten worden uitgewerkt om te voldoen aan de eisen die worden gesteld door de wetgeving inzake de bescherming van de privacy, in het bijzonder de uitzonderingen op artikel 12 t/m 22 van de verordening 2016/679 (AVG).

     Voor alle aspecten waarmee de implementatiedecreten rekening moeten houden wordt de nodige bijstand door het CVH-project voorzien.

     2. Samenwerkingsakkoord

    In het kaderdecreet werd ingeschreven dat het doorzenden van informatie over misdrijven vanuit het parket naar de Vlaamse vervolgingsinstantie zal verlopen volgens een nog af te sluiten samenwerkingsakkoord. Dit zal de nodige onderhandelingen vergen met de federale en eventueel andere regionale overheden.

    3. Protocollen met parket

    Het kaderdecreet bestuurlijke handhaving bevat de mogelijkheid om met het parket een protocolakkoord af te sluiten waarin wordt overeengekomen om bepaalde misdrijven in beginsel altijd bestuurlijk te vervolgen. Deze protocolakkoorden kunnen worden afgesloten per beleidsdomein, of –veld. Ze moeten worden goedgekeurd door de Vlaamse regering. CVH zal ondersteuning bieden bij het opmaken van deze protocolakkoorden.

    4. Bestuurlijk sanctieregister

    Het kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving bevat regels voor de oprichting en het beheer van een Vlaams sanctieregister. Artikel 74 e.v. van het ontwerp van KBH bepaalt: “De door de Vlaamse Regering aangewezen entiteit houdt een register bij van de natuurlijke personen of rechtspersonen die met toepassing van dit decreet het voorwerp hebben uitgemaakt van een beslissing als vermeld in artikel 37, §2, eerste lid, 1° tot en met 3°, of een definitieve bestuurlijke sanctie.

    Het register is bedoeld om het Openbaar Ministerie en de strafgerechten toe te laten na te gaan of de vervolgingsinstantie heeft besloten tot een bestuurlijk opsporingsonderzoek, een bestuurlijk sepot of een bestuurlijke vervolging, om de uitvoering van de bestuurlijke sancties door de beboetingsinstanties te verzekeren, en om de vervolgingsinstanties, de beboetingsinstanties, het openbaar ministerie, de strafgerechten en de autoriteiten, bedoeld in artikel 38 in staat te stellen na te gaan of er reeds eerder straffen of sancties voor dezelfde feiten dan wel voor andere feiten, verbonden door eenheid van opzet met de te vervolgen of vervolgde feiten, werden opgelegd, en de frequentie en de omstandigheden in te schatten waarmee en waarin de te vervolgen of vervolgde feiten zijn gepleegd.

    De informatie uit het register kan ook worden ingezet voor opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie. Zij mag echter nooit gebruikt worden voor het permanent monitoren of de digitale observatie van een specifiek persoon, noch voor profilering, zoals vermeld in art. 4, 4) van de in het tweede lid vermelde verordening.

    CVH is verantwoordelijk voor de (opstart van de) operationalisering van dit sanctieregister, te beginnen met het uitvoeren van een functionele analyse en het voeren van besprekingen om te komen tot een definitieve inbedding ervan in de bestaande organisatie van de Vlaamse overheid.

    5. Arrestendatabank

    Artikel 77  van het ontwerp van Kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving vormt de wettelijke basis voor de uitbouw van de arrestendatabank tot een databank waarin alle rechtspraak rond handhaving van Vlaamse wetgeving wordt verzameld: “De door de Vlaamse Regering aangewezen entiteit neemt alle rechtspraak over de handhaving van Vlaamse regelgeving, met inbegrip van de beslissingen die met toepassing van artikel 39, aan de vervolgingsinstantie bezorgd worden, geanonimiseerd op in een elektronische databank, die via het internet vrij raadpleegbaar is.” Verdere info is te vinden onder het luik ‘Arrestendatabank’

     6. Tweede tranche kaderdecreet

    Het kaderdecreet bevat enkel de eerste tranche van de handhavingsbepalingen, met name die welke betrekking hebben op het toezicht, de bestuurlijke opsporing, de bestuurlijke vervolging en de bestuurlijke beboeting. De bestuurlijke handhaving is echter breder dan de loutere beboeting en omvat ook de bestuurlijke maatregelen die kunnen worden genomen om de maatschappelijke orde te herstellen (herstelmaatregelen) of de verstoring ervan te voorkomen of zo klein mogelijk te houden (veiligheidsmaatregelen, maatregelen ten behoeve van de volksgezondheid enz..). Naar het voorbeeld van buitenlandse codificaties van het bestuurlijke handhavingsrecht zal het kaderdecreet worden aangevuld met een tweede tranche m.b.t. deze maatregelen. Daarbij wordt dezelfde methodiek gevolgd als voor de eerste tranche, d.w.z. dat de regeling slechts van toepassing wordt voor zover een implementatiedecreet ze van toepassing verklaart en dit binnen de grenzen die het implementatiedecreet bepaalt.