chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Meerjarenraming, Beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsopmaak, begrotingsaanpassing en begrotingsuitvoering

    Meerjarenraming

    De Vlaamse Regering maakt elk jaar een meerjarenraming op die betrekking heeft op zes jaar (artikel 10, §2, van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019). De meerjarenraming vertaalt het constante beleid en de genomen beleidsopties bij de begrotingsopmaak in een indicatief meerjarig budgettair perspectief en geeft een prognose van de evolutie van de begroting van de Vlaamse deelstaatoverheid.

    De Vlaamse Regering dient uiterlijk op 28 oktober, respec­tievelijk op 30 april, het ontwerp van programmadecreet in dat bij de begrotingen hoort.

    De meerjarenraming wordt uiterlijk op 28 oktober ter kennisgeving meegedeeld aan het Vlaams Parlement als een aanvullend document.

    Meer informatie over de meerjarenraming.

    Beleids- en begrotingstoelichting (BBT) bij de begrotingsopmaak

    Elke minister stelt naar aanleiding van de jaarlijkse begrotingsopmaak een beleids- en begrotingstoelichting op volgens dezelfde clustering van strategische doelstellingen, beleidsvelden en inhoudelijke structuurelementen als in de beleidsnota. In de beleids- en begrotingstoelichting worden de beleids- en begrotingsprioriteiten voor het volgende jaar toegelicht. Het is dus niet de bedoeling dat een volledige terugblik van het lopende jaar wordt gegeven, zoals die opgenomen was in de beleidsbrieven.

    Structuur van de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsopmaak

    De structuur van deze beleids- en begrotingstoelichting bestaat uit de volgende rubrieken:

    1. Inhoudstafel
    2. Inleiding door de minister
    3. Samenvatting
    4. Transversale, horizontale en overkoepelende strategische doelstellingen
    5. Beleidsveld I
      1. Inhoudelijk structuurelement 1
        • Strategische doelstellingen op het niveau van het inhoudelijk structuurelement
        • Operationele doelstellingen
        • Budgettair kader voor het begrotingsjaar
    6. Beleidsveld II …
    7. Apparaatskredieten
    8. Lijst met afkortingen
    9. Bijlage ‘overzicht beleids- en regelgevingsinitiatieven’

    Er is een sjabloon voor een BBT bij de begrotingsopmaak opgesteld.

    Inhoud van de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsopmaak

    • Samenvatting

    De samenvatting geeft de belangrijkste elementen weer uit de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsopmaak, zowel wat de beleidsaspecten betreft als de belangrijkste budgettaire aandachtspunten. 

    U kan er voor kiezen om het cijfermatig overzicht dat aangeleverd wordt door het Departement Financiën en Begroting vooraan op te nemen in deze rubriek, dan wel eerst de belangrijkste beleidsaspecten te beschrijven en op het einde van deze rubriek het cijfermatig overzicht op te nemen. Het cijfermatig overzicht wordt niet apart toegelicht. Voor zover er budgettaire aandachtspunten zijn, kan u die integreren in de tekst van de samenvatting. 

    Wat de budgettaire aspecten betreft, dient u een overzicht te geven van de totaliteit van de begrotingskredieten voor de begrotingskredieten van de Vlaamse Gemeenschap (MVG excl. DAB) die in de BBT aan bod komen met betrekking tot het begrotingsjaar. Enerzijds een overzicht voor de totaliteit van de kredieten opgenomen in de BBT en anderzijds opgesplitst per programma/beleidsveld. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld door het Departement Financiën en Begroting.

    • Transversale en horizontale doelstellingen

    De Vlaamse Regering kan de keuze voor transversale of horizontale beleidsdoelstellingen niet alleen bij de opmaak van de beleidsnota's maken, maar dit ook op een later tijdstip doen. In dat geval worden deze transversale of horizontale beleidsdoelstellingen opgenomen in de jaarlijkse beleids- en begrotingstoelichting.

    • Overkoepelende strategische doelstellingen

    Als bij de opmaak van de beleids- en begrotingstoelichting nieuwe strategische doelstellingen worden toegevoegd, is daar een korte toelichting bij nodig. Ook als een strategische doelstelling wijzigt of vervalt, is daarvoor een korte toelichting nodig.

    Concretiseer ook of en hoe de doelstelling een impact zal hebben op het beleid van het komende begrotingsjaar.

    In dit luik kan u, voor zover dit relevant en nuttig is voor de lezer, verwijzingen opnemen naar de inhoudelijke structuurelementen en/of begrotingsartikelen, of kunnen er concrete begrotingsbedragen opgenomen worden (voornamelijk relevant voor belangrijke projecten).

    • Beleidsveld

    Voor zover een beleidsveld bestaat uit verschillende ISE, kan u hier aangeven waarop het beleidsveld betrekking heeft, voor zover dit bijdraagt aan een beter begrip voor de lezer van deze titel en rekening houdend met het feit dat de onderliggende inhoudelijke structuurelementen ook nog besproken worden.

    • Inhoudelijk structuurelement

    Neem een beknopte omschrijving op van waarop het ISE betrekking heeft. Indien er slechts één ISE is voor een beleidsveld, dient u expliciet te vermelden. Vermits de BBT gestructureerd wordt per ISE, moet de bespreking van de entiteiten die begrotingskredieten hebben voor meer dan één ISE, ook per ISE gebeuren.

    • Strategische doelstellingen

    Vermeld, zoals in de beleidsnota, welke strategische doelstellingen gekoppeld zijn aan dit inhoudelijk structuurelement en concretiseer ook of en zo ja hoe de doelstellingen een impact zullen hebben op het beleid van het komende begrotingsjaar.

    • Operationele doelstellingen

    Zoals in de beleidsnota moeten alle operationele doelstellingen die gekoppeld zijn aan het inhoudelijk structuurelement worden opgenomen. Deze operationele doelstellingen moeten gekoppeld zijn aan strategische doelstellingen. Deze kunnen dan ook gegroepeerd worden per strategische doelstelling indien wenselijk en relevant in het kader van de leesbaarheid.

    Zoals in de beleidsnota kan hier ook verduidelijkt worden hoe de beleidsdoelstellingen opgevolgd zullen worden, voor zover deze prestatie-informatie (o.a. indicatoren) al beschikbaar is. Deze toelichting is bij de begrotingsopmaak 2020 nog facultatief en zal vanaf begrotingsaanpassing 2020 verder uitgebreid worden in functie van het groeipad met betrekking tot de prestatie-informatie die moet opgenomen worden in de BBT.

    In deze rubriek kan ook een beknopte toelichting worden gegeven bij belangrijke bestaande beleidsprocessen binnen de operationele doelstellingen. Vooral bestaande beleidsprocessen waar veel beleids- of apparaatskredieten voor ingezet worden zijn relevant. Het is mogelijk nuttig om aan te geven welke instanties van de Vlaamse overheid belast zijn met de realisatie van het inhoudelijk structuurelement. Aangezien de BBT een totaal overzicht geeft van de kredieten die de Vlaamse overheid voor de betrokken beleidsvelden en bijhorende inhoudelijke structuurelementen ter beschikking heeft, dient er voldoende aandacht besteed te worden aan het recurrent beleid.

    Vermeld welke beleids- en regelgevingsinitiatieven het komende jaar al een invulling zullen krijgen. Maak voldoende onderscheid tussen de aard (beleidsevaluatie, experimenten, decreten ...) van de initiatieven en neem voldoende informatie (toelichting, inspraak) over de initiatieven op.

    Geef voor ontwerpdecreten een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van het tijdstip van indiening in het Vlaams Parlement (artikel 63/1 van het reglement van het Vlaams Parlement).

    Voor meer gedetailleerde informatie over de initiatieven kunt u ook verwijzen naar de facultatieve bijlage “overzicht van de beleids- en regelgevingsinitiatieven”. Zorg er in ieder geval voor dat de informatie beschikbaar is.

    Vermeld vanaf BA 2020 (dus niet voor BBT bij BO 2020) hoe de realisatie van de doelstellingen opgevolgd zal worden. Dat past in de evolutie naar een model van prestatie-geïnformeerd begroten, een vorm van prestatiebegroting waarbij de middelen op een indirecte manier worden gerelateerd aan de verwachte prestaties. U kunt dat doen aan de hand van indicatoren of kwalitatieve informatie die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de operationele doelstellingen. U kunt bij de keuze van indicatoren bijvoorbeeld gebruik maken van beschikbare Vlaamse openbare statistieken. Als er niet voor elke doelstelling een geschikte indicator of kwalitatieve informatie beschikbaar is, geeft u aan welke maatregelen u zult nemen om dit verder te ontwikkelen. Het is niet de bedoeling dat u alle beleidsdata in de beleids- en begrotingstoelichting zelf opneemt. Een samenvatting met een verwijzing naar de vindplaats van de data volstaat.

    Meer informatie over prestatiebegroting.

    Meer informatie over Vlaamse openbare statistieken.

    • Budgettair kader
      • budgettair overzicht

    Bij het budgettair kader voor het begrotingsjaar per ISE neemt u voor het totaal van de kredieten een soortgelijk overzicht op als voor het overzicht per beleidsveld en voor het totaal van de beleids- en begrotingstoelichting (BBT).

    Zowel voor de uitgaven als voor de ontvangsten zal er een overzicht per ISE ter beschikking gesteld worden door het Departement Financiën en Begroting. Het budgettair kader per ISE dient u voor de uitgaven op te nemen in de BBT (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (MVG), excl. dienst met afzonderlijk beheer (DAB)). Voor de ontvangsten is er geen verplichting om het overzicht van de ontvangsten per ISE in iedere BBT op te nemen.

      • inhoudelijke toelichting evolutie

    Geef bij de inhoudelijke toelichting bij de tabel aan hoe de voorziene budgetten en de budgetevolutie bijdragen aan de realisatie van de strategische en operationele doelstellingen bij het inhoudelijk structuurelement. Daarbij moet voldoende duidelijk naar voren komen welke bijkomende kredieten voorzien worden om de strategische en operationele doelstellingen te realiseren, bovenop de kredietevolutie bij ongewijzigd beleid. Opzet van deze toelichting is dat de lezer op een beknopte en heldere manier een beter inzicht krijgt in de belangrijkste wijzigingen op het niveau van de ISE.

    Bij de begrotingsopmaak verstrekt u per beleidsveld en per inhoudelijk structuurelement informatie over de voorziene aanwending van de overgedragen kredieten van het vorige begrotingsjaar (aanwending VAK-ruiter). De detailinformatie per begrotingsartikel is zowel voor de uitgaven als de ontvangsten beschikbaar begin oktober (zie timing).

      • Inhoudelijke toelichting per begrotingsartikel of overige entiteiten

    Departement en IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid (excl. DAB’s)

    Ontvangstenartikelen

    Begrotingsartikel en tekstomschrijving
    Dit wordt door het Departement Financiën en Begroting vooraf ingevuld.

    Korte inhoud
    De beschrijving over wat er inhoudelijk op dit artikel wordt aangerekend, waarvoor het budget op dit artikel dient en een inhoudelijke verklaring – op grote lijnen – van de kredietposten. Indien het de ontvangstenzijde van een begrotingsfonds betreft, wordt gevraagd de link met het/de overeenkomstige uitgavenartikel(s) aan te geven en het concrete begrotingsfonds te benoemen

    Kredietevolutie
    Het Departement Financiën en Begroting zal volgende informatie vooraf invullen:

    - De bij de BO 2019 begrote ontvangsten;
    - De bijstelling bij de BO 2020;
    - De stand van de kredieten na de BO 2020.


    Inhoudelijke toelichting kredietevolutie
    Een technische toelichting van de verschillende kredietbewegingen op het desbetreffende artikel.

    Uitgavenartikelen

    Begrotingsartikel en tekstomschrijving
    Dit wordt door het Departement Financiën en Begroting vooraf ingevuld.

    Korte inhoud
    De beschrijving over wat er inhoudelijk op dit artikel wordt aangerekend, waarvoor het budget op dit artikel dient en een inhoudelijke verklaring – op grote lijnen – van de kredietposten.

    Bij de korte inhoud van het begrotingsartikel kan er, voor zover relevant, op het operationele niveau verduidelijkt worden welke acties men onderneemt.

    Indien het de uitgavenzijde van een begrotingsfonds betreft, wordt gevraagd de link met het/de overeenkomstige middelenartikel(s) aan te geven en het concrete begrotingsfonds te benoemen.

    Teneinde dubbele informatie te vermijden kan voor interne stromen (ESR-aggregatie IS of OI) standaard verwezen worden naar de bespreking van de begrotingen van de respectievelijke DAB’s/Vlaamse rechtspersonen. 

    DAB's

    Met het oog op het vermijden van onnodige herhalingen worden de begrotingen van de DAB’s niet opgenomen in de BBT. Deze begrotingen worden namelijk al toegevoegd aan het algemene uitgavendecreet. Wel wordt gevraagd om alle ontvangsten- en uitgavenartikelen van de begrotingen van de DAB’s te bespreken conform de instructies en met de sjablonen opgenomen onder Departement en IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid (excl. DAB’s). Het Departement Financiën en Begroting zal hiervoor de nodige budgettaire informatie aanleveren.

    Zoals reeds aangegeven, leidt de structuur van de BBT ertoe dat de bespreking van de DAB’s opgesplitst moet worden indien de begrotingskredieten van de entiteit betrekking hebben op verschillende ISE.

    Voor de bespreking van de DAB in de BBT is het met het oog op de leesbaarheid van de BBT aangeraden om volgende aanbevelingen op te volgen:

    • De bespreking van het toelage-artikel(s) naar een DAB dient te gebeuren bij het OI-artikel van deze DAB waar deze toelage toekomt. Om herhaling van informatie te vermijden, is het aangewezen om deze toelage-artikels bij de departementen enkel pro memorie te vermelden en voor de toelichting te verwijzen naar de ontvangende entiteit. Bij de DAB dient de evolutie van het toelage-artikel besproken te worden zoals voorzien in het sjabloon voor de bespreking van de artikels bij de departementen.
    • Voor een goede duiding van de uitgavenevolutie is het van belang om de impact van de evoluties bij de eigen ontvangsten (= exclusief de toelagen) op de uitgaven, aan te geven.
    • Ten slotte worden ook de saldo-bewegingen bij de DAB (intering of saldo-opbouw) geduid, voor zover die zich voordoen.

    Overige entiteiten onder gezag

    In de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 (VCO) worden de rechtspersonen ingedeeld als rechtspersoon onder gezag of rechtspersoon onder toezicht. Deze indeling wordt doorgetrokken in de BBT. Alle overige entiteiten (exclusief departementen, IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid en DAB’s) worden volgens de nieuwe benadering in de BBT dus onderverdeeld in 2 categorieën: de overige entiteiten onder gezag en de overige entiteiten onder toezicht. Voor zover er meerdere entiteiten zijn voor een ISE, dient u binnen deze 2 categorieën de entiteiten alfabetisch (op basis van de officiële benaming) te ordenen.

    De bespreking van de overige entiteiten (zowel onder gezag als onder toezicht) moet opgesplitst worden indien de begrotingskredieten van de entiteit betrekking hebben op verschillende ISE. Dit geldt niet enkel voor de entiteiten met een artikelstructuur, ook voor de entiteiten met een ESR-begroting.

    In tegenstelling tot de bespreking van de begroting van de departementen, IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid en DAB’s, wordt er voor de overige entiteiten niet per definitie vertrokken van een toelichting per begrotingsartikel of ESR-code, maar wel van een globale analyse van de kredieten per ISE van de entiteit.

    Voor de Vlaamse rechtspersonen dienen, naast de wijzigingen aan de interne stromen met de algemene middelen- en uitgavenbegroting, enkel de belangrijkste wijzigingen aan de ontvangsten- en uitgavenartikelen van de begrotingen besproken te worden.

    De rechtspersonen met een artikelstructuur kunnen ervoor opteren om, net als de DAB’s, de toelichting op artikelniveau op te stellen conform de instructies en met de sjablonen opgenomen onder Departement en IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid (excl. DAB’s).

    De aanbevelingen die gelden voor de DAB’s, zijn ook relevant voor de Vlaamse rechtspersonen onder gezag van de Vlaamse Regering.

    Overige entiteiten onder toezicht

    Voor de overige entiteiten onder toezicht gelden dezelfde richtlijnen ter bespreking als voor de overige entiteiten onder gezag.

    Voor een beperkte groep van entiteiten, dient u niet per afzonderlijke entiteit een toelichting te geven, maar wel voor een groep van gerelateerde entiteiten (groepssjablonen). Voor deze entiteiten wordt er ook in het uitgavendecreet niet enkel voor de afzonderlijke entiteiten een overzicht gegeven van de begrotingskredieten, maar ook voor de totaliteit van de groep. Het is op basis van deze totaalcijfers dat u de toelichting moet opstellen, waarbij natuurlijk verwezen kan worden naar de afzonderlijke entiteiten voor zover relevant. Concreet gaat het om de volgende groepssjablonen:

    • LRM-groep
    • PMV-groep
    • Universiteiten en Hogescholen
    • Erkende kredietmaatschappijen

    Voor de geherkwalificeerde PPS-projecten wordt één toelichting gegeven o.b.v. de voorziene aflossingstabel met beschikbaarheidsvergoedingen. Hierbij kan uiteraard verwezen worden naar individuele projecten voor zover dit relevant is. Er moet geen afzonderlijke toelichting per entiteit gegeven worden.

    Meer gedetailleerde richtlijnen vindt u in de instructie die opgesteld zal worden naar aanleiding van elke BBT bij begrotingsopmaak.

    Apparaatskredieten

    Het Departement Financiën en Begroting maakt een overzicht op van alle apparaatskredieten, opgesplitst per beleidsdomein. Voor zover een BBT niet volledig overeenkomt met een beleidsdomein, bestaat de mogelijkheid dat niet alle apparaatskredieten onder dezelfde BBT ressorteren. In dat geval dient u het overzicht per beleidsdomein af te stemmen op de voorliggende BBT. 

    De apparaatskredieten kan u uitgesplitst dan wel niet uitgesplitst opnemen in de BBT. U kan dus verwijzen naar de toelichting bij de apparaatskredieten in een andere BBT of u kan deze toelichting hernemen. Dit dient u zelf af te stemmen met de betrokkenen. 

    Vervolgens groepeert u de apparaatskredieten per entiteit, waarbij u een korte taakomschrijving geeft van de entiteit evenals een link naar de doelstellingen die ze mee helpen verwezenlijken, indien relevant. 

    Voor de begrotingsartikels die opgenomen zijn onder de begrotingsprogramma’s “B” (waarvoor er geen beleidsvelden zijn) zal het Departement Financiën en Begroting eveneens per beleidsdomein een lijst overmaken van alle begrotingsartikels. Voor zover een BBT niet volledig overeenkomt met een beleidsdomein, bestaat de mogelijkheid dat niet alle beleidskredieten onder dezelfde BBT ressorteren. In dat geval dient u het overzicht per beleidsdomein af te stemmen op de voorliggende BBT, op dezelfde wijze als de apparaatskredieten. 

    Vervolgens bespreekt u deze artikels in de volgorde van de administratieve uitgaventabel, zoals opgenomen bij het uitgavendecreet, naar analogie met de bespreking van de overige begrotingsartikels MVG.

    Meer gedetailleerde richtlijnen vindt u in de instructie die zal opgesteld worden naar aanleiding van de BBT bij begrotingsopmaak.

    Procedure en timing

    Overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering legt u elke beleids- en begrotingstoelichting integraal voor met een “mededeling aan de Vlaamse Regering”.

    Meer gedetailleerde richtlijnen over de agendering vindt u in de instructie die zal opgesteld worden naar aanleiding van de timing van de ministerraden.

    De Vlaamse Regering dient de initiële begroting en de algemene toelichting in bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 21 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat.

    De beleids- en begrotingstoelichting wordt uiterlijk op 28 oktober ter kennisgeving meegedeeld aan het Vlaams Parlement als een aanvullend document.

    Beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsaanpassing

    In de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsaanpassing worden wijzigingen van en eventueel nieuwe beleids- en begrotingsprioriteiten van het lopende jaar toegelicht. Het is dus niet de bedoeling dat opnieuw een toelichting wordt gegeven van alle beleids- en begrotingsprioriteiten van het lopende jaar.

    Structuur van de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsaanpassing

    De structuur van de beleids- en begrotingstoelichting bestaat uit de volgende rubrieken:

    1. Inhoudstafel
    2. Inleiding door de minister
    3. Samenvatting
    4. Aanpassing i.k.v. transversale, horizontale en overkoepelende strategische doelstellingen
    5. Beleidsveld I
      • Inhoudelijk structuurelement 1
        • Aanpassing i.k.v. strategische doelstelling op het niveau van het inhoudelijk structuurelement
        • Aanpassing i.k.v. operationele doelstellingen
        • Aanpassing van het budgettaire kader voor het lopende begrotingsjaar
    6. Beleidsveld II …
    7. Aanpassing van de apparaatskredieten
    8. Lijst met afkortingen

    Inhoud van de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsaanpassing

    • Samenvatting

    Als er relevante beleidsmatige aanpassingen ten opzichte van de begrotingsopmaak zijn doorgevoerd, vermeldt u die. Als er aanpassingen aan de begrotingskredieten zijn doorgevoerd, geeft u naar analogie met de begrotingsopmaak een budgettair overzicht per beleidsveld, met informatie over de aanwending van de kredieten van het voorgaande jaar die het departement Financiën en Begroting aanlevert.

    • Transversale, horizontale, strategische en operationele doelstellingen

    Als de begrotingsaanpassing de aanleiding vormt om nieuwe transversale, horizontale, strategische op operationele doelstellingen toe te voegen, geeft u een korte toelichting daarvoor. Ook bij een wijziging of het weglaten van een doelstelling, geeft u een korte toelichting daarvoor. 

    • Beleids- en regelgevingsinitiatieven of indicatoren

    Vermeld welke beleids- en regelgevingsinitiatieven van het lopende jaar bijgestuurd worden en welke nieuwe initiatieven worden toegevoegd.

    Als de begrotingsaanpassing de aanleiding vormt om nieuwe indicatoren op te volgen of om bestaande indicatoren weg te laten, geeft u hiervoor een korte toelichting. .

    • Aanpassing van het budgettaire kader van het lopende jaar

    U stelt deze rubriek op naar analogie van begrotingsopmaak, maar met de nadruk op de aanpassingen.

    Meer gedetailleerde richtlijnen vindt u in de instructie die opgesteld zal worden naar aanleiding van elke BBT bij de begrotingsaanpassing.

    Bij de gedetailleerde informatie per begrotingsartikel geeft u bij elk begrotingsartikel aan hoeveel de aanwending van de kredieten in het voorgaande jaar bedroeg. Ook voor de DAB en de rechtspersonen geeft u de uitvoeringscijfers van het voorgaande jaar op. 

    • Aanpassing van apparaatskredieten

    U stelt deze rubriek op naar analogie van begrotingsopmaak, maar met de nadruk op de wijzigingen. Bij elke begrotingsaanpassing worden specifieke gedetailleerde instructies daarvoor opgesteld.

    Procedure en timing

    Overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering legt u elke beleids- en begrotingstoelichting integraal voor met een “mededeling aan de Vlaamse Regering”.

    Als er geen schriftelijke bezwaren of opmerkingen van andere Vlaamse ministers zijn binnen een termijn van vier werkdagen, kan de bevoegde minister de beleids- en begrotingstoelichting bij de voorzitter van het Vlaams Parlement indienen. De termijn kan in uitzonderlijke en uitdrukkelijk gemotiveerde dringende gevallen en met instemming van de regering worden teruggebracht tot twee werkdagen.

    Als een of meer Vlaamse ministers tijdig bezwaren of opmerkingen hebben geformuleerd, legt de bevoegde Vlaamse minister de al dan niet aangepaste beleids- en begrotingstoelichting met een “nota aan de Vlaamse Regering” ter beslissing voor. Een afschrift van de bezwaren of opmerkingen moet in elk geval naar het secretariaat van de Vlaamse Regering gestuurd worden.

    De Vlaamse Regering dient de eerste begrotingsaanpassing en de algemene toelichting in bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 27 april van het lopende jaar.

    De beleids- en begrotingstoelichting wordt uiterlijk op 30 april ter kennisgeving meegedeeld aan het Vlaams Parlement als een aanvullend document (artikel 17 van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019).

    Rapportering en toelichting over de definitieve begroting en over beleids- en begrotingsuitvoering

    De nieuwe uitgebreide rapportering vervangt de huidige beperkte rapportering over de rekening (artikel 42 van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019). Deze rapportering vervangt ook de jaarlijkse ‘terugblik’ die bestond in de beleidsbrieven. De nieuwe rapportering biedt de kans om extra aandacht te besteden aan de prestatie-informatie en de bijbehorende beleidsindicatoren.

    Structuur van de toelichting bij de beleids- en begrotingsuitvoering

    De structuur van de toelichting bij de beleids- en begrotingsuitvoering bestaat uit de volgende rubrieken:

    1. Inhoudstafel
    2. Inleiding door de minister
    3. Samenvatting
    4. Transversale, horizontale en overkoepelende strategische doelstellingen
    5. Beleidsveld I
      1. Inhoudelijk structuurelement 1
        1. Strategische doelstellingen op het niveau van het inhoudelijk structuurelement
        2. Operationele doelstellingen
        3. Uitvoering van het budgettaire kader van het vorige begrotingsjaar
    6. Beleidsveld II …
    7. Apparaatskredieten
    8. Lijst met afkortingen
    9. Bijlage ‘overzicht beleids- en regelgevingsinitiatieven’
    10. Bijlage “overzicht van de resoluties en moties van het Vlaams Parlement”
    11. Bijlage “overzicht van de aanbevelingen van het Rekenhof”
    12. Bijlage “overzicht van de arresten van het Grondwettelijk Hof en van het Hof van Justitie”

    Inhoud van de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsuitvoering

    • Transversale, horizontale en overkoepelende strategische doelstellingen

    Licht in deze rubriek toe wat de meest actuele status is van de realisatie van deze beleidsdoelstellingen. U kunt dat doen aan de hand van indicatoren of kwalitatieve informatie die rechtstreeks gekoppeld zijn aan deze doelstellingen.

    Als er voor deze doelstellingen bij begrotingsopmaak of -aanpassing aangekondigd is dat er in het jaar in kwestie maatregelen genomen worden om voor bijkomende prestatie-informatie te zorgen, geeft u aan welke maatregelen genomen zijn en wat het resultaat daarvan was.

    Het is niet de bedoeling dat u om alle beleidsdata in de beleids- en begrotingstoelichting zelf opneemt te nemen. Een samenvatting met een verwijzing naar de vindplaats van al deze data volstaat. 

    • Strategische doelstellingen op het niveau van het inhoudelijk structuurelement

    Licht toe wat de meest actuele status is van de realisatie van deze strategische doelstellingen. U kunt dat doen aan de hand van indicatoren of kwalitatieve informatie die rechtstreeks gekoppeld zijn aan deze doelstellingen.

    • Operationele doelstellingen

    Bij de status van de operationele doelstellingen vermeldt u ook welke invulling er is gegeven aan het recurrente beleid. Geef daarbij ook aan of dat overeenstemt met voorgaande jaren dan wel dat er nieuwe accenten gelegd zijn.

    Vermeld welke beleids- en regelgevingsprojecten het afgelopen jaar al een invulling hebben gekregen. Geef dus een overzicht van de lopende en afgewerkte beleids- en regelgevingsinitiatieven en de implementatie ervan.

    Neem daarbij zeker de decreetsevaluaties op die in het voorgaande jaar zijn uitgevoerd met een toelichting over het gevolg dat de regering aan de conclusies van die evaluaties heeft gegeven of van plan is er aan te geven. Neem voor de belangrijkste nieuwe decreten binnen dit inhoudelijk structuurelement een stand van uitvoering op (artikel 63/1 van het reglement van het Vlaams Parlement).

    Voor meer gedetailleerde informatie over de initiatieven kunt u ook verwijzen naar de facultatieve bijlage “overzicht van de beleids- en regelgevingsinitiatieven”. De informatie over de initiatieven moet in ieder geval beschikbaar zijn. Voeg in elk geval drie bijkomende bijlagen toe over resoluties en moties van het Vlaams Parlement, over aanbevelingen van het Rekenhof en over arresten van het Grondwettelijk Hof en het Hof van Justitie.

    • Uitvoering van het budgettaire kader

    Bouw deze rubriek van de BBT op naar analogie van de BBT bij begrotingsopmaak of -aanpassing.

    In het budgettaire kader van de BBT bij begrotingsuitvoering geeft u onder meer aan hoe de aanwending van de kredieten heeft bijgedragen aan de realisatie van de strategische en operationele doelstellingen bij dit inhoudelijk structuurelement.

    Het departement Financiën en Begroting levert de uitvoeringsinformatie aan. Meer gedetailleerde richtlijnen vindt u in de instructie die opgesteld zal worden naar aanleiding van elke BBT bij begrotingsuitvoering (vanaf uitvoering van de begroting 2020). 

    • Apparaatskredieten

    Bouw deze rubriek van de BBT op naar analogie van de BBT bij begrotingsopmaak of -aanpassing.

    Het departement Financiën en Begroting levert de uitvoeringsinformatie. Meer gedetailleerde richtlijnen vindt u in de instructie die opgesteld zal worden naar aanleiding van elke BBT bij begrotingsuitvoering (vanaf uitvoering van de begroting 2020). 

    De huidige meer gedetailleerde instructies kunt u hier terugvinden.      

    • Bijlage “overzicht van de resoluties en moties van het Vlaams Parlement”

    Neem per inhoudelijk structuurelement een overzicht op van de wijze waarop de minister gevolg heeft gegeven aan de resoluties en moties die het Parlement heeft aangenomen. Neem indien mogelijk een verwijzing op naar de strategische doelstelling waarbinnen die resoluties en moties zijn opgevolgd.

    Een overzicht van de huidige resoluties en moties kunt u hier terugvinden.

    • Bijlage “overzicht van de aanbevelingen van het Rekenhof”

    Neem per inhoudelijk structuurelement een stand van zaken op van de opvolging van de aanbevelingen van het Rekenhof. Verwijs indien mogelijk naar de strategische doelstelling waarbinnen die aanbevelingen zijn opgevolgd.

    Een overzicht van de huidige aanbevelingen kunt u hier terugvinden.

    • Bijlage “overzicht van de arresten van het Grondwettelijk Hof en van het Hof van Justitie”

    Neem per inhoudelijk structuurelement een overzicht op van het gevolg dat de regering heeft gegeven aan de arresten van het Grondwettelijk Hof en van het Hof van Justitie van de Europese Unie die betrekking hebben op de regelgeving van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Verwijs indien mogelijk naar de strategische doelstelling waarbinnen die arresten zijn opgevolgd. 

    Een overzicht van de huidige arresten kunt u hier terugvinden.

    Procedure en timing

    Overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering legt u elke toelichting over de beleids- en begrotingsuitvoering integraal voor met een “mededeling aan de Vlaamse Regering” .

    De Vlaamse Regering legt de geconsolideerde rekening ter certificering voor aan het Rekenhof uiterlijk op 21 mei van het jaar dat volgt op het boekjaar waarop ze betrekking heeft.

    De Vlaamse Regering stelt de rekening op van de Vlaamse Gemeenschap en dient de rekening ter goedkeuring in bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 21 mei van het jaar dat volgt op het boekjaar waarop ze betrekking heeft.

    Het Vlaams Parlement keurt de rekening goed bij decreet uiterlijk op 21 juli van het jaar dat volgt op het boekjaar.