chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    'Door de coronacrisis weten meer mensen wat ik doe. En ik krijg er extra waardering voor'

    vrijdag, 17 december 2021

    In de strijd tegen corona staan sommigen onder ons in de frontlinie, waar ze zich ten volle inzetten. Zoals Anthony Kets. Hij werkt als beleidsthemabeheerder preventie en bescherming bij het Departement Onderwijs en Vorming, en vertelt over zijn job.

    Wat doe je precies?

    ‘Ik hou me bijna uitsluitend bezig met de veiligheid en het welzijn van onderwijspersoneel en leerlingen. Dat gaat dan over veiligheidsthema’s zoals brandveiligheid, chemicaliën op school en psychosociale risico’s.’

    Hoe is je job veranderd door de coronacrisis?

    ‘Momenteel ben ik minstens 85% van mijn tijd bezig met corona. Concreet stel ik richtlijnen op om de scholen veilig open te houden. Dat doe ik natuurlijk niet alleen, maar met een aantal collega’s. Zoals onze communicatieafdeling, om zo duidelijk mogelijk te communiceren naar de scholen.’

    Gids ons eens door een typische werkdag.

    ‘Ik start mijn dag met een check van mijn mailbox, persberichten en de actualiteit. Rond 9 uur volgt een online meeting met een paar collega’s. We leggen dan de vragen voor die binnenkomen, toetsen onze visie met elkaar af en koppelen terug over ons laatste overleg.’

    ‘De rest van de dag beantwoord ik de vragen die gesteld worden via sociale media of het contactcenter. Of rechtstreeks, door scholen, onderwijskoepels en lokale besturen.’

    ‘Verder is er enorm veel onderleg met het brede onderwijsveld, en met specialisten – zoals virologen, of experts in luchtkwaliteit en ventilatie. Vanmiddag nog sprak ik met experts in luchtkwaliteit en met preventieadviseurs, over hoe we de ventilatieaanpak verder kunnen verbeteren.’

    ‘Tijdens de pandemie kreeg ik de kans om met veel interessante mensen samen te werken.’
    Anthony Kets

    Wat vind je het tofst aan je job?

    ‘De samenwerking met collega’s. Er hangt een bijzonder goede werksfeer binnen ons departement. Ook met de andere entiteiten binnen het onderwijs verloopt alles constructief. Toen ik hier begon in 2016 was dat een aangename verrassing.’

    ‘Wat ook fijn is: door de coronacrisis kreeg mijn functie meer bekendheid. Veiligheid op de werkvloer is altijd wel belangrijk geweest, maar ik krijg nu toch extra waardering en aandacht voor wat ik doe.’

    ‘Ten slotte is mijn netwerk er enorm op gegroeid. Ik heb al kunnen samenwerken met een heleboel collega’s én externe professionals. En ik mag meedoen aan belangrijke overlegmomenten met het brede onderwijsveld en experts.’

    Wat is voor jou het grootste voordeel van thuiswerk?

    ‘Toch wel de snelheid van digitaal overleg, waardoor je gek genoeg meer contact hebt met collega’s.’

    ‘Vroeger, als ik fysiek aanwezig was in een gebouw, had ik de indruk dat er minder contact was. Vaak moest je een officiële afspraak maken met een collega, de agenda’s naast elkaar leggen, een vergaderverzoek sturen – zelfs als die collega maar een verdieping hoger zat.’

    ‘Tegenwoordig kun je iemand online bellen en meteen om advies vragen. En in een paar minuten zit je al in een overleg met 5 man.’

    ‘Het is natuurlijk wel belangrijk dat je goed omgaat met die digitale mogelijkheden. Dat je er goede afspraken rond maakt.’

    Wat helpt jou als je eens een baaldag hebt?

    ‘Niets specifieks. Ik heb geen ritueel, of zo. Mijn vrouw werkt thuis, dus ik heb altijd wel een uitlaatklep als een overleg wat minder loopt. En ik ben die van haar. (lacht)’

    ‘Voor de rest proberen we ons sociale contact in stand te houden, voor zover het mogelijk is. En als het weer wat beter is, komen we zoveel mogelijk buiten.’