chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Online haat: keerzijde van de sociale media

    maandag, 21 maart 2022

    Facebook, Twitter, Instagram en TikTok: door de sociale media kregen we er een zee aan mogelijkheden bij om te communiceren en ons te entertainen. Helaas is er ook een keerzijde: wie actief is op die sociale media stoot vroeg of laat op haatboodschappen. Dat toont aan dat de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie ook in 2022 meer dan nodig blijft. Maar waar gaat het precies over als we spreken over online haat? Je leest het in dit interview met Catherine Van de Heyning en Arvid Verreth.

    Professor doctor Catherine Van de Heyning is docent Europese fundamentele rechten aan de Universiteit Antwerpen en substituut-procureur des Konings bij het Openbaar Ministerie in Antwerpen. Ze is ook supervisor onderzoek @ntidote naar online haatspraak.

    Arvid Verreth beheert de sociale media van De Lijn en komt door zijn functie regelmatig in aanraking met online haat.

    Wat kunnen we beschouwen als online haatspraak?

    Catherine: “Online haatspraak op zich is niet gedefinieerd door de wet of rechtspraak. Wel strafbaar is het aanzetten tot haat of discriminatie ten opzichte van bepaalde groepen. En dat kan op basis van bepaalde gronden, zoals huidskleur, etniciteit, religieuze achtergrond, handicap of seksuele oriëntatie. Kan die link niet duidelijk worden aangetoond? Dan is er wettelijk gezien geen sprake van haatspraak. Toch kan iemand die zich schuldig maakt aan online pesten worden vervolgd, maar dat is dan een vervolging wegens belaging of stalking. Er is wel een hele evolutie bezig. De Raad van Europa definieert sinds kort het begrip cybergeweld als het gebruik van digitale middelen om iemand persoonlijk aan te vallen. Online haatspraak is een voorbeeld van dat cybergeweld.”

    Arvid: “Bij De Lijn spreken we over online haatspraak als bepaalde groepen worden geviseerd op basis van ras, religie en de andere criteria die Catherine aanhaalde. Ook onze controleurs en chauffeurs komen af en toe in het vizier op de sociale media. Misnoegde reizigers uiten dan hun frustraties via de sociale media. Jammer genoeg gebeurt dat soms op een manier die echt niet door de beugel kan. Denk aan beledigende teksten, maar ook foto’s, geanimeerde gifs en video’s. Zo zien we een forse toename van beledigende of discriminerende filmpjes op TikTok.”

    Online haat zorgt ervoor dat die slachtoffers zich online minder veilig voelen en zich terugtrekken. Het debat wordt daardoor gevoed door de roepers en haters die alle aandacht krijgen.
    Professor doctor Catherine Van de Heyning

    Zien jullie ook op de andere platformen een toename van de online haat?

    Arvid: “Jammer genoeg wel. Zeker als je de vergelijking maakt met een aantal jaar geleden. We merken ook dat de haat tegenover onze medewerkers in golven gaat. Online trollen vestigen nu eenmaal hun aandacht op de problematiek van het moment. Als de aandacht voor een problematiek uitdooft, komt er een ander thema dat actueel is in het vizier.”

    Catherine: “We spenderen vandaag meer tijd online dan vroeger. Dan is het logisch dat we ook meer op de sociale media posten. Bovendien is het eenvoudiger om je frustraties en haat te uiten op een platform zoals Facebook of Twitter, dan op een website of blog die je zelf online moet zetten en beheren. Een grensoverschrijdende post staat snel online. Ook de COVID 19-crisis speelde een rol. Mensen zaten wekenlang thuis en zochten een manier om hun angsten en boosheid te ventileren.”

    Hoe komen zulke haatberichten binnen bij de ontvangers?

    Arvid: “Bij onze chauffeurs en controleurs komen die haatberichten vaak hard binnen. Ook al zijn ze niet altijd gericht naar individuele personen, maar wel naar de De Lijn als organisatie. Toch nemen onze personeelsleden die haat vaak persoonlijk.”

    Catherine: “Online haat zorgt ervoor dat die slachtoffers zich online minder veilig voelen en zich terugtrekken. Het debat wordt daardoor gevoed door de roepers en haters die alle aandacht krijgen. Het lijkt dan misschien dat die extreme meningen representatief zijn op de sociale media, terwijl de meerderheid van de mensen die extreme standpunten absoluut niet deelt. Ook de algoritmes van de sociale media zorgen ervoor dat die controversiële posts meer onder de aandacht komen. Dat is jammer, want zo wordt de polarisering aangewakkerd.”

    Hoe reageer je als je wordt geconfronteerd met online haat?

    Arvid: “Wij reageren bij De Lijn altijd op zulke posts, maar slechts één keer: simpelweg met de boodschap dat het geposte bericht niet oké is. Daarna reageren we niet meer openbaar, want hoe meer aandacht je de trollen geeft, hoe meer discussies er ontstaan. Regelmatig sturen we ook een privébericht. Als je dan goed argumenteert waarom de post niet oké is en duidelijk maakt wat de impact is, dan krijg je verrassend vaak een begripvolle reactie. Als de stroom haatberichten dan toch niet stopt, raden we aan om klacht in te dienen bij de politie. Trouwens, we reageren ook onmiddellijk als medewerkers van De Lijn iets posten dat niet oké is. Voor sociale media hebben we twee huisregels: zelf geen haat posten en het direct intern melden als je er het slachtoffer van wordt.”

    Catherine: “Online haat wordt beschouwd als een drukpersmisdrijf en dat betekent dat vervolging alleen mogelijk is voor het hof van assisen, behalve als er sprake is van racisme of xenofobie. Gevolg? Zulke misdrijven worden zelden of nooit vervolgd. We zien wel dat de socialemediabedrijven soms zelf ingrijpen door posts te verwijderen of accounts offline te halen. Vanuit democratisch standpunt is het een probleem dat alleen privébedrijven die macht hebben.”

    Haatberichten komen vaak hard binnen, ook al zijn ze niet altijd gericht naar individuele personen.
    Arvid Verreth, beheerder sociale media van De Lijn

    Wat is er nodig om online haat uit de wereld te helpen?

    Catherine: “Vlaanderen moet wat mij betreft meer inzetten op mediawijsheid. Het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid (kortaf Mediawijs) doet daarrond al heel goed werk. Laat ons jongeren nog meer leren wat de gevaren en valkuilen zijn van de sociale media. Zodat ze zich niet loskoppelen van de echte wereld wanneer ze online zijn. Want nog te vaak denken velen onder ons dat ze zich online alles kunnen permitteren. Je bent en blijft verantwoordelijk voor de berichten die je online zet.”

    Arvid: “Bij De Lijn werken we nu aan een interne campagne rond het thema. Met filmpjes en voorbeelden maken we duidelijk wat kan en wat niet kan. Onze personeelsleden zijn onze ambassadeurs. Natuurlijk mogen die hun mening vrij uiten, maar online haat kan echt niet.”

    Nuttige links