chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Waarom overheden geen sociale verkiezingen houden

    woensdag, 14 augustus 2019
    stembiljet wordt in stembus gestoken foto: Belga Image

    Elke vier jaar trekt meer dan één miljoen werknemers binnen zijn bedrijf naar de stembus om zijn personeelsafgevaardigden voor de komende vier jaar te verkiezen.

    Niet zo binnen de Vlaamse overheid. Net als de meeste andere overheden houden wij geen sociale verkiezingen. Al zijn er enkele uitzonderingen: de collega’s van De Lijn en van het Agentschap Integratie en Inburgering kiezen wel hun afgevaardigden. 

    De vakbond beslist

    In de meeste entiteiten van de Vlaamse overheid mogen de vakbonden zelf hun vertegenwoordigers aanwijzen. De socialistische vakbond ACOD, de christelijke vakbond ACV-Openbare Diensten en de liberale vakbond VSOA doen dat alledrie via een systeem van interne verkiezingen door de aangesloten leden.

    Uitzonderlijk?

    Volgens Isabelle Van Hiel, specialist arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, is dit systeem niet zó uitzonderlijk. ‘Ook in veel bedrijven uit de bouwsector vinden er al jaren geen sociale verkiezingen plaats. Meestal start de werkgever de procedure wel op, maar dienen de vakbonden geen kandidatenlijsten in. Zonder kandidaten kunnen er ook geen verkiezingen plaatsvinden. Uiteindelijk wijzen de vakbonden de afgevaardigden aan die de vertegenwoordiging van de werknemers op zich nemen.’

    Politieke commotie

    Toch gaat het er in de publieke sector nog anders aan toe: daar is wettelijk vastgelegd dat er geen sociale verkiezingen plaatsvinden. Vanwaar dat verschil tussen de private sector en de publieke sector?

    ‘Daarvoor moeten we ruim vijftig jaar in de tijd teruggaan’, vertelt Van Hiel. ‘In de jaren vijftig werden de afgevaardigden in de publieke sector ook verkozen. Maar daarna werd het syndicaal statuut van het overheidspersoneel hervormd: na een jarenlange discussie werd gekozen voor een systeem van erkenning van representatieve vakorganisaties, in plaats van verkiezingen. In het parlement was toen veel commotie over die keuze.’

    ‘Sommige parlementsleden verweten de vakbonden hun machtspositie te willen bestendigen. De bevoegde staatssecretaris benadrukte echter dat het systeem de regering moest toelaten om doeltreffend te onderhandelen, wat ze alleen kan doen met volwaardige en dus representatieve gesprekspartners.’

    Veel kosten

    Onderzoeker Isabelle Van Hiel ziet aan beide systemen voor- en nadelen. ‘Bij sociale verkiezingen kom je natuurlijk te weten welk syndicaat het meest representatief is. Dat zie je niet bij het systeem van de overheid - daar weet je alleen welke vakbonden als representatief worden erkend. Aan de andere kant kost de organisatie van sociale verkiezingen veel tijd en middelen, vooral voor de werkgever.’

    Lawaaimakers

    Bij de vakbonden van De Lijn klinken in ieder geval positieve stemmen over het systeem van sociale verkiezingen. Sociale verkiezingen zijn een goede meter om te weten te komen of het personeel wel akkoord gaat met wat je doet, zeggen ze daar.

    De vakbondsvertegenwoordigers uit de rest van de Vlaamse overheid zien dat anders. Zij vrezen dat bij sociale verkiezingen ook mensen verkozen raken die wel veel lawaai maken tijdens de campagne, maar zich niet of nauwelijks inzetten voor het personeel. Het duurt dan vier jaar voor je die weer kunt wegstemmen. Een ander argument is dat je als vakbond sterker staat wanneer je al je energie op de onderhandelingen kunt richten, en geen tijd moet steken in concurrentie en opbod tussen de vakbonden.

    Al kunnen vakbonden ook dankzij sociale verkiezingen sterker worden. Bij De Lijn is bijvoorbeeld de liberale vakbond de voorbije decennia kunnen groeien dankzij goede resultaten bij de sociale verkiezingen. Ook de specifiek op kaderleden gerichte Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel (NCK) kon dankzij de verkiezingen in 2012 voor het eerst mee aan tafel schuiven bij het overleg.

    Voldoende leden

    ‘Uiteindelijk maakt het niet zoveel uit of de vertegenwoordigers nu worden verkozen door de personeelsleden of aangewezen door de vakbonden,’ besluit onderzoeker Van Hiel. ‘Zolang die vakbonden zelf maar voldoende representatief zijn, en dus voldoende leden tellen. Wat dat betreft, scoort ons land wel goed: in tegenstelling tot vele andere Europese landen ligt de syndicalisatiegraad in België nog steeds hoog.’

    Wat zijn sociale verkiezingen?

    Overleg tussen verschillende vakbonden

    Door sociale verkiezingen worden er personeelsvertegenwoordigers verkozen via een van de vakbonden.

    In bedrijven met meer dan vijftig werknemers worden om de vier jaar vertegenwoordigers verkozen voor het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW). Vanaf honderd werknemers zijn er ook verkiezingen voor een ondernemingsraad.

    Dat zijn allebei overlegorganen waarin evenveel vertegenwoordigers van de werkgevers als van de werknemers zetelen. Echte onderhandelingen worden daar niet gevoerd. Beide organen mogen wel adviezen formuleren, maar ze mogen maar over een beperkt aantal zaken echt beslissen, zoals het arbeidsreglement of de vervangende feestdagen.

    In de meeste bedrijven is er ook een vakbondsafvaardiging, zelfs in kleinere bedrijven die geen ondernemingsraad of CPBW hebben. De vakbondsafvaardiging lijkt veel meer op de vakbondsdelegaties uit de overheid, want die kan wel met de directie over arbeidsvoorwaarden en andere aangelegenheden onderhandelen. Gewoonlijk worden de leden van de vakbondsafvaardiging door de vakbonden zelf aangewezen, al worden ze in sommige bedrijven ook verkozen.