chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Noodsituaties Conscience

    Noodnummers

    Politie, medische hulp en brandweer
    (algemeen Europees noodnummer)

    112 

    Brandwondencentrum

    02 268 62 00

    Anti-gifcentrum

    070 245 245
    Politiezone Brussel hoofdstad - Elsene 02 279 79 79
    Vlaamse Infolijn 1700
    Intern noodnummer

    02 553 66 01

    02 553 66 02

    Noodnummer Minder mobiele personen

    02 553 61 34

    Gebouwcoördinator

    0491 96 86 29 of 02 553 87 61

    Technisch beheerder

    0475 26 18 51 of 02 553 65 27

    Verantwoordelijke hospitality & events

    0492 15 41 84 of 02 553 87 57

    Facility manager

    0477 78 79 67 of 02 553 65 16

    Evacuatie van het gebouw

    Wanneer de sirene onafgebroken afgaat of wanneer de evacuatieleiders dit opdragen, verlaat je meteen het gebouw via de dichtstbijzijnde nooduitgang:

    Aanduiding nooduitgang Aanduiding noodtrap Aanduiding evacuatieweg
    • Blijf rustig en stop elke activiteit.
    • Sluit alle ramen en deuren.
    • Ga niet op zoek naar je bezittingen. Indien bij de hand kan je je portefeuille, handtas, sleutels, badge en jas meenemen.
    • Volg de instructies van de zonevrijwilliger in de zone waar je jezelf op dat moment bevindt. 
    • Verlaat onmiddellijk het gebouw via de dichtstbijzijnde nooduitgang.
    • Ga in geen geval naar de garage.
    • Gebruik van liften is tijdens een evacuatie verboden. Sta je in de lift, dan gaat deze zonder tussenstops naar het evacuatieniveau (gelijkvloers).
    • Wanneer het signaal na verloop van tijd toch stop gezet zou worden, zet je de evacuatie gewoon verder om tegengestelde stromen te voorkomen.

    Zonevrijwilligers en evacuatieleiders

    Tijdens de evacuatie is de hiërarchische structuur als volgt (in aflopende volgorde): brandweer > evacuatieleider > zonevrijwilliger.

    Het gebouw is opgedeeld in drie zones: A, B en C. Voor elke zone zijn er zes zonevrijwilligers. De volledige lijst van zonevrijwilligers hangt op per zone. Tijdens een noodsituatie herken je de zonevrijwilligers aan het gele fluovestje. De evacuatieleider heeft een oranje fluovestje aan.

    Hendrik Consciencegebouw zonevrijwilligers bij evacuatie

    Evacueer naar de verzamelplaats

    Icoon verzamelplaats:

    Icoon verzamelplaats bij brand

    Iedereen begeeft zich rustig en zonder omweg naar de dichtstbijzijnde nooduitgang en verzamelt op de verzamelplaats: het plein vòòr het gebouw van het NMBS – station Brussel Noord.

    Conscience evacuatie

    Indeling van de groepen op de verzamelplaats

    Ga bij het bordje staan met jouw zonenummer. Blijf daar tot je verdere instructies krijgt.

    Bezoekers

    Bij evacuatie volgen zij hun gastheer of de voorzitter van de vergadering waarin ze aanwezig zijn.

    • De voorzitter van de vergadering is verantwoordelijk om zijn gasten/bezoekers in te lichten over de evacuatieprocedure.
    • De bezoekers volgen de instructies van hun gastheer.

    Personeelsleden en bezoekers met verminderde mobiliteit

    Minder mobiole personen

    Minder mobiele personeelsleden die moeilijk via de trap kunnen evacueren, volgen een afwijkende procedure:

    • Bij evacuatie begeven minder mobiele personen, altijd samen met één van de vaste collega’s als ‘buddy’ zich naar de dichtstbijzijnde lastenlift.
    • Ben je op het moment van de evacuatie niet op je eigen werkplek – bijvoorbeeld op een vergadering in een andere toren – dan is het de bedoeling dat je daar met een begeleider naar de dichtstbijzijnde lastenlift gaat.
    • Eenmaal bij de lastenlift dien je naar het nummer 02/553.61.34 te bellen. Dit nummer is altijd bereikbaar, het is de vaste Skype-telefoon aan de balie.
    • Bij het bellen geef je altijd de exacte locatie: toren en verdieping, evenals de namen van het minder mobiel personeelslid en de buddy.
    • Na het bellen zal er iemand vanop het gelijkvloers naar boven komen met de lastenlift om iedereen op te pikken en naar het evacuatieniveau op het gelijkvloers te brengen. 
    • Bij een evacuatieoefening is deze persoon iemand van het gebouwenteam of de aanwezige hospitality-medewerker(s) op het gelijkvloers.
    • Bij echte brand dit ook iemand van de brandweer zijn
    • In het geval er minder mobiele bezoekers aanwezig zijn, begeleidt de gastheer/ gastvrouw de bezoekers tot bij de zonevrijwilliger en daarna tot aan de evacuatie-verzamelplaats van de minder mobielen.

    EHBO-verantwoordelijken, verpleegkundigen of psychosociale werkers

    Deze personen evacueren onmiddellijk mee met de rest van het personeel.

    • Hulpverlening: gebeurt door de externe hulpdiensten.
    • Op de verzamelplaats kunnen personeelsleden met een van de bovengenoemde functies bijstand verlenen aan personeelsleden in nood.
    • In geen geval mogen zij opnieuw het gebouw betreden voor mogelijke reddingsacties.

    Opnieuw betreden van het gebouw

    • Brandweerinterventie: bij interventie van de brandweer kan enkel de hoofdbevelhebber/ evacuatieleider van de interventieploeg toestemming geven om het gebouw opnieuw te betreden.
    • Evacuatieoefening of vals alarm: na een oefening of bij vaststelling van een fout gegenereerd alarm wordt het gebouw opnieuw vrijgegeven voor ingebruikname door het lijnmanagement, in samenspraak met de gebouwcoördinator(en). Samen met de zonevrijwilligers zorgen ze voor een gestroomlijnde terugkeer naar de werkvloer.

    Evacuatie van het gebouw buiten de normale kantooruren

    • Verlaat onmiddellijk het gebouw bij activatie van het evacuatiesignaal.
    • Geef je bezoekers en gasten de nodige instructies, bezoekers volgen de instructies van hun gastheer.
    • Begeef je naar de verzamelplaats.
    • De bewaker neemt de rol op van evacuatieleider.
    • Bij interventie van de brandweer kan enkel de hoofdbevelhebber van de interventieploeg toestemming geven om het gebouw opnieuw te betreden.
    • Bij vaststelling van een fout gegenereerd alarm wordt het gebouw opnieuw vrijgegeven door de bewaker.

    Gevorderde brand zonder dat de sirene afgaat?

    • Activeer het brandalarm met de dichtsbijzijnde brandknop.
    • Breng jezelf in veiligheid
    • Verwittig onmiddellijk de brandweer via het noodnummer 112. Haak nooit in, zelfs als het even duurt. Je telefoonnummer verschijnt automatisch bij de hulpdiensten.
    • Zeg rustig en duidelijk je naam en voornaam.
    • Vertel waar er brand is:
        • Adres: Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel
        • Verdieping
        • Lokaalnummer of naam vergaderzaal
        • Precieze plaats/ locatie
        • Geef een duidelijke omschrijving van de omvang en aard van de brand, hoe groot de rookontwikkeling is en deel mee of er gewonden zijn.
    • Bel het interne noodnummer 02 553 66 01 of 02 553 66 02.
      Geef een korte stand van zaken en meld of je al stappen hebt ondernomen.
    • Blusactie: denk eerst en vooral aan je eigen veiligheid.
      • Doe geen bluspogingen zonder opleiding.
      • Doe maximaal één bluspoging zonder dat je jezelf daarmee in gevaar brengt.
    • Sluit ramen en deuren en verlaat onmiddellijk het gebouw, begeef je naar de evacuatieplaats.

    Kleine brand of rook zonder dat de sirene afgaat?

    • Bel onmiddellijk het interne noodnummer 02 553 66 01 of 02 553 66 02 en/ of activeer het brandalarm met de dichtstbijzijnde branddrukknop. Deze knop herken je aan dit rood-witte pictogram: 

    Iemand gewond?

    Contacteer de EHBO-verantwoordelijke van jouw verdiep: deze kan je hier terugvinden.
    Als er dringend hulp nodig is bel dan (0)112 .

    Waarschuw ook het intern noodnummer 02 553 66 01 of 02 553 66 02
    Zeg wat het probleem is en waar het zich precies voordoet in het Consciencegebouw.

    Voorzieningen

    Het gebouw bestaat uit verschillende zones: compartimenten. De muren en deuren van de verschillende zones hebben een zekere brandweerstand om uitbreiding van een brandhaard zoveel mogelijk te beperken.

    • Branddeuren moeten altijd gesloten zijn of sluiten zich bij alarm doordat de magneten lossen.
    • Blokkeer nooit een branddeur met voorwerpen allerlei.

    Op verschillende plaatsen zijn brandblusmiddelen beschikbaar. Enkel in de serverruimte en de keuken zijn er automatische blusinstallaties.

    • De muurhaspels, CO2- en poederblussers zijn met rood-witte pictogrammen aangeduid. 


      brandblusapparaat Plaats van een brandplusapparaat
      muurhaspel Plaats van een muurhaspel/ brandslang
      branddrukknop Plaats van een branddrukknop
    • Blusmiddelen moeten permanent beschikbaar zijn.
    • Plaats geen voorwerpen voor of op de toestellen.
    • Gebruik geen muurhaspels (brandslangen) voor andere toepassingen (vb. schoonmaaktaken, planten water geven).

    De nooduitgangen en evacuatiewegen zijn aangeduid met groen-witte pictogrammen.

    • Hou de nooduitgangen ten alle tijde vrij, plaats geen vreemde voorwerpen die de uitgang belemmeren.
    • Laat geen vreemde voorwerpen achter (vb. dozen, karren, dossiers, meubilair,…) in de evacuatiewegen (gangen, traphallen, …).
    • Als je merkt dat een branddeur geblokkeerd is, meld dit via Facilipunt.

    De vluchtdeuren die buiten uitgeven zijn voorzien van een alarm (verbonden met het gebouwbeheerssysteem) om misbruik te voorkomen en ervoor te zorgen dat deze niet in open stand geblokkeerd worden. Zo wordt er ook voorkomen dat er via deze wegen ongenode gasten het gebouw betreden.

    Het gebouw is uitgerust met een brandcentrale. Elke eerste donderdag van de maand wordt om 10u de sirene getest. Zonder instructies van de evacuatieploeg hoef je tijdens deze test niet te evacueren.

    • Brandalarm: een rookdetector komt in alarm of een branddrukknop wordt ingedrukt, een onderbroken signaal wordt actief. Blijf rustig en wacht op verdere instructies, je hoeft nog niets te doen.
    • Evacuatiealarm: een ononderbroken signaal wordt actief volg de evacuatie-instructies en begeef u onmiddellijk naar de verzamelplaats (zie hieronder evacuatie van het gebouw).

    Hoe draag je bij tot het voorkomen van brand of het beperken van de gevolgen ervan?

    • In het gebouw geldt een algemeen rookverbod. Er is een rooklokaal voorzien op het gelijkvloers.
    • Het gebruik van eigen elektrische toestellen (huishoudapparaten, verwarmingstoestellen, etc.) is verboden.
    • Sluit na het verlaten van een lokaal alle deuren en ramen, voor zover dit van toepassing is. Zo draag je bij aan een goede compartimentering van het gebouw.
    • De toegangspoortjes registreren aan de hand van jouw badge wanneer je de kantoorverdiepingen betreedt. Zo is er steeds correcte info over wie zich nog in het gebouw bevindt in geval van brand. Een badge is dan ook persoonlijk. Gebruik deze steeds op een correcte manier.

    Documenten