chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Omzendbrief KB/BZ/2017/3

    Datum: 4 april 2017

    Aanhef: Aan de personeelsdiensten van de diensten van de Vlaamse overheid

    Betreft: de aanwervings- en arbeidsvoorwaarden voor jobstudenten en de toepasselijke regels van de sociale zekerheid en fiscaliteit

    1. Inleiding

    Deze omzendbrief legt de aanwervings- en arbeidsvoorwaarden vast van de jobstudenten, en geeft nadere toelichting omtrent de toepasselijke sociaalrechtelijke en fiscale reglementering van toepassing vanaf 1 januari 2017.

    Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief BZ 2012/1 van 30 maart 2012.

    2. De aanwervingsvoorwaarden van jobstudenten

    De jobstudenten moeten aan de hierna vermelde voorwaarden voldoen:

    1. Minstens 16 jaar oud zijn of 15 jaar oud zijn én de eerste twee studiejaren van het middelbaar onderwijs hebt gevolgd op het ogenblik van de aanwerving.*

    2. Voor tewerkstelling tijdens de zomervakantie, gedurende het school- of academiejaar dat aan deze indienstneming voorafgaat, voltijds of deeltijds secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs gevolgd hebben.

    Voor tewerkstelling tijdens andere perioden van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstelling moet aan bovenvermelde voorwaarde voldaan zijn onmiddellijk voorafgaand aan de tewerkstelling.

    Hiervan moet een attest worden ingediend.

    * Aanpassing aan de praktijk in afwachting van de formele aanpassing van de Omzendbrief Vakantietewerkstelling

    3. Gelijkekansen- en doelgroepenbeleid

    Zowel kinderen van personeelsleden als kinderen van niet-personeelsleden moeten dezelfde kansen krijgen.

    Uitgangspunt blijft dat men op zoek gaat naar de meest geschikte kandidaat op basis van een volledige en objectieve job- / taakomschrijving en van criteria waaraan de kandidaat moet voldoen.

    In het kader van het doelgroepenbeleid geldt voor de tewerkstelling van jobstudenten binnen de Vlaamse overheid tegen 2020 een streefcijfer van 20% voor personen van buitenlandse afkomst en 6% voor personen met een handicap of chronische ziekte.  

    Voor de berekening worden alle tewerkstellingen tijdens het jaar samengeteld.

    4. Bekendmaking

    De vacatures worden bekendgemaakt via “de site Werken voor Vlaanderen” en via de kanalen die specifiek zijn voor personen uit de kansengroepen (gehandicapten, chronisch zieken en personen van buitenlandse afkomst). Op deze manier kan iedereen de vacatures raadplegen, en worden ook de kansengroepen beter bereikt.

    Van dat principe kan worden afgeweken als een entiteit ervoor kiest om een functie van jobstudent te laten vervullen door:

    1° een persoon die al een leer- of werkervaring heeft bij de entiteit, raad of instelling;

    2° een persoon uit één van de kansengroepen (gehandicapten, chronisch zieken en personen van buitenlandse afkomst).

    In het geval, vermeld in punt 2°, maakt de entiteit de functie enkel bekend via de kanalen die specifiek zijn voor personen uit die kansengroepen.

    5. De arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van jobstudenten

    De jobstudent wordt aangenomen met een schriftelijke overeenkomst voor tewerkstelling van studenten. De overeenkomst wordt gesloten uiterlijk op het tijdstip waarop de jobstudent in dienst treedt.

    6. Specifieke bepalingen voor minderjarige jobstudenten

    6.1. Arbeidsovereenkomst

    Op grond van artikel 43 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 dat bijzondere bepalingen voor de minderjarige werknemers bevat, kan een minderjarige een arbeidsovereenkomst sluiten en beëindigen op voorwaarde van de uitdrukkelijke of stilzwijgende machtiging van zijn ouder(s) of voogd. Bij gebrek aan die machtiging kan de jeugdrechtbank die machtiging verlenen nadat de ouder(s) of voogd worden gehoord.

    Een ouder of voogd moet dus in principe de arbeidsovereenkomst niet mee ondertekenen, omdat kan worden uitgaan van een impliciete stilzwijgende machtiging.

    6.2. Uitbetaling van het loon

    Op grond van artikel 44 van de arbeidsovereenkomstenwet kan het loon rechtstreeks aan de minderjarige worden betaald, tenzij de ouder of voogd daartegen verzet aantekent.

    6.3. Arbeidswet van 16 maart 1971

    Hoofdstuk 3, afdeling 3 van de arbeidswet dat ook van toepassing is op de publieke sector, omvat een aantal specifieke bepalingen inzake de arbeidstijdregeling voor jeugdige werknemers (arbeidsduur, zondagsrust, overwerk, nachtarbeid), waarmee bij de aanwerving van minderjarigen rekening moet worden gehouden.

    7. Verloning

    De verloning is vastgesteld in artikel VII 12, §1, 4° van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.

    7.1. Salaris

    Jobstudenten ontvangen een salaris dat overeenstemt met 80% van het beginsalaris van salarisschaal D111 (graad: assistent), namelijk 10.368,00 euro per jaar (salarisbedrag aan 100%) of 1.456,85 euro bruto/maand geïndexeerd (verhogingscoëfficiënt 1,6406).

    Jobstudenten van 21 jaar en ouder hebben recht op de gewaarborgde minimumbezoldiging voor contractuele personeelsleden, wat overeenstemt met 12.727,66 euro per jaar (salarisbedrag aan 100%) of 1.740,08 euro bruto/maand geïndexeerd (verhogingscoëfficiënt 1,6406).

    De hierboven vermelde bruto maandbedragen zijn inclusief standplaatstoelage maar exclusief vakantiegeld en eindejaarstoelage.

    7.2. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

    Jobstudenten hebben recht op een vakantiegeld en een eindejaarstoelage, waarvan de bedragen pro rata worden berekend.

    7.3. Sociale voordelen

    Jobstudenten hebben recht op dezelfde sociale voordelen als de andere contractuele personeelsleden, met uitzondering van de hospitalisatieverzekering.

    De tegemoetkoming in de kosten van het woon-werkverkeer met het gemeenschappelijk openbaar vervoer wordt niet via het derde-betalerssysteem geregeld, maar moet worden aangevraagd met een schuldvordering.

    8. Wettelijke feestdagen en vakantiedagen

    Jobstudenten hebben recht op de feestdagen zoals de andere personeelsleden. Ze hebben evenwel geen recht op compensatie voor feestdagen die op een dag van inactiviteit vallen. De compensatie voor die feestdagen wordt immers verplaatst naar de periode tussen Kerstmis en Nieuwjaar.

    Jobstudenten hebben recht op betaalde vakantiedagen, waarvan het aantal pro rata wordt berekend. Bij kortere contracten van minder dan één maand kan om organisatorische redenen ervoor gekozen worden om de vakantiedagen uit te betalen.

    9. Sociale zekerheidsreglementering

    9.1. Percentage solidariteitsbijdrage

    Aan de hand van het attest “student@work” gaat de werkgever na of hij op het salaris van de jobstudent ofwel de gewone sociale zekerheidsbijdragen, ofwel de “solidariteitsbijdrage” ([1]) moet betalen. Het koninklijk besluit van 23 december 1996 schrijft voor dat een “solidariteitsbijdrage” verschuldigd is op het loon van studenten die niet aan de algemene sociale zekerheidsreglementering onderworpen zijn.

    De solidariteitsbijdrage bedraagt 5,42% voor de werkgever en 2,71% voor de werknemer.

    9.2. Voorwaarden voor niet onderwerping aan de gewone RSZ-bijdragen

    Vanaf 1 januari 2017 zijn er op basis van het koninklijk besluit van 13 december 2016 ([2]) geen gewone sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd op het salaris van jobstudenten als ze niet meer dan 475 uren per kalenderjaar werken gedurende de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstelling, ongeacht de periode van tewerkstelling tijdens zomervakantie of andere periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstelling.

    9.3. Gevolgen bij overschrijding van het toegelaten aantal arbeidsuren

    Bij overschrijding van het contingent van 475 uren zijn gewone sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd vanaf het 476ste uur.

    Indien aan een student wordt gevraagd om tijdens zijn tewerkstelling overuren te presteren, worden deze uren ook mee in rekening gebracht op zijn contingent. Overuren moeten daarom ook in Dimona worden doorgegeven.

    Op de overuren die het contingent van 475 uren eventueel te boven gaan, moeten de gewone sociale zekerheidsbijdragen betaald worden.

    10. Dimona-aangifte – elektronische toepassing ([3]) ([4])

    Op basis van de getekende overeenkomst, en dus alleen nadat er effectief een overeenkomst werd gesloten, moet de werkgever de student aangeven in Dimona. Naast de gewone gegevens moet hij aangeven hoeveel uren hij de student zal tewerkstellen.

    Meer gedetailleerde informatie is opgenomen in de RSZ-instructie van 5 december 2016 (2016/4).

    De student bezorgt de werkgever het attest dat hij op de RSZ-site “Student@work” kan vinden. De student kan ook een toegangscode aan de werkgever bezorgen, zodat die via de elektronische toepassing van “Student@work” het resterende aantal uren van de student kan consulteren.

    De vrijstelling van gewone sociale zekerheidsbijdragen is niet volgens chronologie van de tewerkstellingsdatum, maar volgens datum waarop de gegevens op de RSZ-website worden ingevoerd. Het is dus belangrijk dat de personeelsdiensten de tewerkstellingsuren van een jobstudent zo snel mogelijk ingeven op de RSZ-website.

    11. Fiscale bepalingen

    Op het salaris van jobstudenten is geen bedrijfsvoorheffing als hun tewerkstelling op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst, per kalenderjaar, niet meer dan 475 arbeidsuren bedraagt, op voorwaarde dat op het salaris geen bijdragen ter uitvoering van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid, met uitzondering van de solidariteitsbijdrage, verschuldigd zijn ([5]).

    12. Ziekte jobstudent – gewaarborgd loon

    Een jobstudent die als arbeider werd aangeworven, heeft in geval van ziekte recht op gewaarborgd loon op voorwaarde dat hij één maand ononderbroken in dienst was bij de werkgever. Die regeling geldt ook voor jobstudenten die als bediende werden aangeworven met een arbeidsovereenkomst waarvan de duur minder dan drie maanden bedraagt. Voorgaande ononderbroken tewerkstelling bij dezelfde werkgever wordt in rekening genomen voor de berekening van de anciënniteitsvoorwaarde.

    13. Datum van inwerkingtreding

    Deze omzendbrief heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.

    14. Bijlage

    1. een model van studentenovereenkomst (met bijlage).

     

     

     

    Liesbeth Homans

    Viceminister-president, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur,

    Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding

    ------------------------

    [1]  De “solidariteitsbijdrage” werd vanaf 1 januari 1997 ingevoerd door artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten die niet onderworpen zijn aan het stelsel van sociale zekerheid van de werknemers, met toepassing van artikel 3,§1,4° van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische Monetaire Unie. (Belgisch Staatsblad van 31 december 1996)

    [2] Koninklijk besluit van 13 december 2016 (Belgisch Staatsblad van 19 december 2016) tot wijziging van artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels voor wat betreft de studentenarbeid en de flexi-jobs in de horecasector

    [3] Wet van 1 december 2016 (Belgisch Staatsblad van 16 december 2016) tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels

     

    [5] Punt 2.22 van het Koninklijk besluit van 12 december 2016 (Belgisch Staatsblad van 16 december 2016) tot wijziging van het KB/WIB92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing