chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    FAQ - Veelgestelde vragen

    Wanneer treedt het digitaal platform in werking?

    De Vlaamse regering keurde het uitvoeringsbesluit op 27 Oktober 2018 definitief goed. Het werd op 12 januari 2018 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en werd dus van kracht op 1 januari 2018.

    Uitzondering vormt het Digitaal platform. Artikelen 1, 2°; 11,3°; 13 vierde lid en 21 worden later van kracht, wanneer het digitaal platform operationeel is. De Vlaams minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer bepaalt de datum van de uiteindelijke inwerkingtreding van deze artikelen.

    Wat met lopende onteigeningsprocedures?

    Aangezien titel 3 (Bestuurlijke fase) van het decreet niet van toepassing is op lopende administratieve procedures, moeten de documenten van de bestuurlijke fase niet opgemaakt worden zoals het decreet voorschrijft. De aansluitende gerechtelijke fase (Titel 4) is sowieso vanaf 1 januari 2018 van kracht en gaat wél uit van de betreffende documenten. Het kan dus aangewezen zijn, indien de procedure recent (en voor 1 januari 2018) werd opgestart of indien de procedure reeds lang stil ligt, een heropstart te overwegen volgens het nieuwe decreet.

    Is het verplicht om als onteigenende instantie een samenlopende procedure (Hoofdstuk 6) te organiseren?

    Neen, het gaat om een mogelijkheid. Het maakt niet uit of de onteigenende instantie ook de ruimtelijke planningsprocedure voert of niet. Enkel wanneer de onteigenende instantie duidelijk de voordelen ziet van een samenlopende procedure, kan deze als dusdanig plaatsvinden.

    Wat houdt de kennisgeving aan de te onteigenen personen precies in?

     Wanneer de onteigenende instantie een voorlopig onteigeningsbesluit heeft genomen, wordt er verplicht een openbaar onderzoek georganiseerd. De te onteigenen personen moeten afzonderlijk en via beveiligde zending in kennis worden gesteld van het openbaar onderzoek én van de corresponderende raadpleegbaarheid van alle relevante documenten.  Bij deze kennisgeving vermeldt de onteigenende instantie aan de eigenaar dat:

    • hij de eigenaar zal contacteren met een voorstel tot minnelijke aankoop waarover onderhandeld kan worden;
    • de eigenaar het recht heeft een verzoek tot zelfrealisatie in te dienen.

    Deze plicht tot kennisgeving vloeit voort uit de geldende algemene beginselen van goed bestuur waarbij het verplicht is de burger (bondig) te wijzen op zijn rechten of op bestaande waarborgen om zijn grondrechten (zoals in dit geval het eigendomsrecht) te vrijwaren.

    Kan een burgemeester in de toekomst nog aktes verlijden, gelet op het feit dat de Wet van 18 mei 1870 wordt opgeheven?

    Het betreffende artikel 9 van de wet van 18 mei 1870 die deze bevoegdheid om akten te verlijden regelt, wordt niet opgeheven door het onteigeningsdecreet omdat dit aspect geen Vlaamse bevoegdheid betreft.

    De toekenning van de bevoegdheid aan openbare ambtenaren tot het verlijden van authentieke akten, overeenkomstig art. 1317 B.W., is immers een federale bevoegdheid.

    De wet van 1870 is enkel opgeheven voor zover het Vlaamse bevoegdheden inzake het onteigeningsrecht betreft, maar blijft in de andere gevallen (zoals in geval van een onteigeningsprocedure voor de federale overheid) gewoon van kracht. Dus ook voor de toekenning tot verlijden van authentieke akten.

    Wat is de rol van het college van burgemeester en schepen bij een onteigening?

    Een onteigening is een daad van beschikking. Het stellen van daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen komt op het gemeentelijk niveau in regel toe aan de gemeenteraad tenzij (artikel 43,§1,b van het gemeentedecreet) de verrichting nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen (zie ook artikel 57 ,§3,8,b van het gemeentedecreet). Het zal dus in wezen de gemeenteraad zijn die bevoegd is om het voorlopige en definitieve onteigeningsbesluit (Titel 3, hoofdstukken 1 en 5) te nemen.

    Het is vervolgens het college van burgemeester en schepenen die de beraadslagingen en de besluiten van de gemeenteraad voorbereidt en ook uitvoert (artikel 57 §1 van het gemeentedecreet).  

    Dient een beroep gedaan op een landmeter-expert?

    Het is mogelijk, maar niet verplicht. Hoe dan ook dient de aanstelling van een landmeter-expert te gebeuren conform de wetgeving inzake overheidsopdrachten.

    Wanneer kan een onteigenende instantie een definitief onteigeningsbesluit nemen?

    Volgens artikel 28 §2 van het onteigeningsdecreet kan er nooit een definitief onteigeningsbesluit genomen worden zonder behandeling van de resultaten het openbaar onderzoek (3°), zonder gestaafd verzoek tot zelfrealisatie (4°) en zonder machtiging (5°). Deze laatste wordt trouwens steeds voorafgaand aan het definitief onteigeningsbesluit gegeven (§3).

    Zo zal bv. in het geval van een onteigening door een intercommunale de Gemeenteraad geen machtiging geven indien er essentiële stukken ontbreken.  Indien deze laatste dat wel zou doen, is er ook nog altijd de Vlaams minister van binnenlands bestuur die toezicht kan houden.

    Over het Vlaams Onteigeningsdecreet

    Op 24 februari 2017 bekrachtigde de Vlaamse Regering het Vlaams Onteigeningsdecreet, dat eerder door het Vlaams Parlement unaniem werd goedgekeurd. Tot dan waren immers federale wetten over onteigening van toepassing, waarvan sommigen nog stamden uit de vroege 19de eeuw.

    Aansluitend bij het Onteigeningsdecreet keurde de Vlaamse Regering op 27 oktober 2017 het uitvoeringsbesluit goed dat een aantal praktische modaliteiten bij de werking van het Onteigeningsdecreet regelt. Bij publicatie in het Belgisch Staatsblad op 12 januari 2018 werd zowel het onteigeningsdecreet als het uitvoeringsbesluit vanaf 1 Januari 2018 van kracht.

    Lees meer

    Dit decreet zorgt voor één duidelijke overkoepelende onteigeningsprocedure voor alle onteigeningen binnen het Vlaams Gewest. De uitzonderingen voor specifieke gevallen verdwijnen. Het decreet bevat een aanvaardbare doorlooptijd met strikte timing en mikt op een set van duidelijke bestuursdocumenten met een hoge kwaliteit. De bestaande federale onteigeningswetten zullen dus niet langer van toepassing zijn binnen het Vlaamse Gewest, behalve voor onteigening door de federale overheid zelf of door de federale overheid gemachtigde instellingen die op federale bevoegdheden betrekking hebben.

    De eenvormige, snelle en efficiënte procedure speelt zowel in het belang van de overheid (projecten realiseren van algemeen belang) als dat van de burger (zekerheid over rechtspositie en een optimale rechtsbescherming).

    Concreet zal de overheid veel pro-actiever worden in de aanloop van een voorgenomen onteigening. Ze voert onderhandelingen met de betrokken eigenaars, ze organiseert steeds een openbaar onderzoek en biedt de te onteigenen eigenaars de mogelijkheid om zelf het project dat ze voor ogen heeft, te realiseren.

    Ook worden in de algemeen geldende procedure de bestuurlijke en de gerechtelijke fase naadloos op mekaar afgestemd en wordt de mogelijkheid geboden om het zakelijk recht dat op een onroerend goed rust, apart te onteigenen.

    Het decreet past ook op consequente wijze het subsidiariteitsprincipe toe. De lokale besturen kunnen voortaan autonoom beslissen of ze een onteigening uitvoeren en de respectievelijke democratisch gelegitimeerde lokale autoriteiten oefenen voortaan zelf op uniforme wijze hun toezichtsrol uit op lokale instanties die onteigenen.

    Er wordt voortaan sneller beslist over de wettigheid en er wordt een specifieke regeling uitgewerkt voor de verplichte aankoop door de overheid van een deel van het onroerend goed dat niet onteigend werd.

    Tot slot wordt het openbaar onderzoek ook beter afgestemd met lopende ruimtelijkeplanningsprocedures en wordt een digitale behandeling van onteigeningsdossiers mogelijk gemaakt.