chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Kadering kerntakenplannen

    De kerntakenplannen zijn het resultaat van overleg tussen politiek en administratie en geven aan welke activiteiten departementen en agentschappen meer en minder essentieel vinden om hun beleidsdoelstellingen te bereiken. De hamvraag is: wat moet de Vlaamse overheid doen en wat moet ze niet meer doen?

    De kerntakenplannen zetten daarom in op vijf belangrijke principes:

    Op basis van deze principes kijkt de Vlaamse overheid kritisch naar haar eigen taken en werking. Zo wil ze nog meer tot een resultaats- en klantgerichte werking komen en haar dienstverlening verder verbeteren.

    Lees meer in de mededeling van 20 maart 2015 .

    Eigen dienstverlening door de overheid, rechtstreeks aan de burger en aan organisaties

    We zien onze dienstverlening als een essentieel (beleids)instrument om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Dat geldt evenzeer voor de eigen dienstverlening van de overheid, rechtstreeks aan de burger (als een generiek bedrijfsproces). 

    Om een optimale (eigen) dienstverlening te kunnen bieden aan burgers ziet het Voorzitterscollege ook mogelijkheden om de dialoog met de Vlaamse regering te voeren over keuzes inzake welke (eigen) dienstverlening door welke actor moet gebeuren. Hoe zorgen we zo efficiënt mogelijk voor een zo goed mogelijke dienstverlening aan de burgers en aan organisaties? In essentie gaat het over het evalueren van wat de overheid zelf aan diensten moet blijven aanbieden en wat niet.

    Er is nood aan verder debat, over welke dienstverlening door welke actor moet gebeuren. Daar zijn talloze voorbeelden van, zoals De Lijn die voor de helft van haar busritten zogenaamde pachters (privé-busmaatschappijen) inschakelt, het Forensisch Psychiatrisch Centrum te Gent waarbij voor de kwaliteitsvolle uitbating van de zorginstelling een beroep wordt gedaan op externe zorgverstrekkers, enzovoort.  Het evalueren van eigen dienstverlening door de overheid (rechtstreeks aan de burger) gebeurt het meest effectief als ze opgezet wordt vanuit het standpunt van de doelgroep waarop de dienstverlening betrekking heeft. De overheid stelt de standaarden waaraan de dienstverlening moet voldoen.  Daarnaast kan onderzocht worden aan welke actor de dienstverlening wordt toegewezen: de overheid zelf, het middenveld (non-profit) of privé.

    Naast afwegen van een heel aantal argumenten en feiten t.o.v. elkaar bij de beslissing over het toewijzen van bepaalde (publieke) dienstverlening moeten we eveneens aandacht hebben voor schakeringen in de eigen dienstverlening door de overheid. Een eerste vorm van eigen dienstverlening door de overheid is waar de overheid als exclusieve aanbieder optreedt en een tweede vorm is waar de overheid een aanbieder is naast andere aanbieders, ook al nemen we een specifieke residuaire bevoegdheid op. Elke vorm vergt wellicht een specifieke aanpak, maar met steeds een duidelijk debat, ook met de doelgroepen, en ook stellingname over aan welke actor de (publieke) dienstverlening wordt toegewezen.

    De te behalen efficiëntiewinsten door deze denkpiste zijn zeker niet eindeloos. Maar deze evaluatie-oefening is zeker noodzakelijk. 

    Regelgeving

    Vertrouwen is een belangrijke leidraad in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord.  De Vlaamse overheid wil meer vertrouwen geven aan burgers, bedrijven en organisaties bij het ontwerpen en uitvoeren van beleid en regelgeving. Dit moet ook leiden tot een groter vertrouwen in de Vlaamse overheid.

    Het Voorzitterscollege engageert zich om de inspanningen verder te zetten om te komen tot kwaliteitsvolle, niet-bureaucratische regelgeving, gebaseerd op vertrouwen en gericht op een lage, administratieve last voor al onze doelgroepen.  Deze principes passen we ook toe op interne regels binnen de Vlaamse overheid.

    We screenen de regelgeving op maatschappelijke en bestuurlijke meerwaarde en herbekijken of schrappen alle niet-bindende adviezen die geen dergelijke meerwaarde hebben. We laten geen goldplating meer toe: bij omzetting van Europese richtlijnen implementeren we dit niet ruimer of strenger dan strikt noodzakelijk is.

    We zullen gericht grondige decreets- en beleidsevaluaties uitvoeren met uiteraard aandacht voor rechtszekerheid en goede communicatie om bestuurlijke en regelgevende onrust te vermijden.  Speciale aandacht zal gaan naar de uitzonderingen die in de regelgeving worden voorzien. Deze uitzonderingen zorgen in veel gevallen voor extra complexiteit en disproportioneel veel personele inzet. Over beleidsdomeinen heen wordt regelgeving eenvormig opgesteld, met oog voor regelgeving binnen andere sectoren, en maximaal volgens eenvormige begrippenkaders en definities. We schroeven de rapporteringsverplichtingen die zijn opgenomen in decreten en regelgevende besluiten maximaal terug en uniformiseren de overblijvende rapporteringen maximaal.

    We zullen actoren sensibiliseren (administratie, politiek, adviesraden, parlement) in alle fases van het besluitvormingsproces om de keuze voor regelgeving als beleidsinstrument, de detailgraad van regelgeving en de afstemming met andere bestaande regelgeving voldoende af te wegen. We zullen burgers, bedrijven en verenigingen consulteren om vanuit hun ervaring de Vlaamse regelgeving en bijhorende dienstverlening gebruiksvriendelijker te maken, zonder dat de besluitvorming vertraagd of complexer mag worden.  We houden bij de opmaak van regelgeving van bij de start rekening met de optie om radicaal digitaal te werken en hergebruiken maximaal de bestaande modules en delen de reeds aanwezige informatie.

    We coördineren een aantal bestaande decreten (decreet bestuurlijk beleid, decreet deugdelijk bestuur, decreet openbaarheid van bestuur, klachtendecreet, e-governmentdecreet) tot één Vlaams Bestuursdecreet. Uitgangspunten van dit nieuwe decreet zullen zijn: het recht op kwaliteitsvolle dienstverlening, en het recht op digitale dienstverlening.

    Handhaving en inspectie

    Een efficiënte en klantgeoriënteerde handhaving vormt het sluitstuk van goed bestuur en van goed beleid. Met nieuwe regelgeving moet daarom steeds een handhaafbaarheidstoets gepaard gaan.  Een efficiënte en klantgeoriënteerde handhaving moet ook meehelpen om het maatschappelijk draagvlak voor handhaving te vergroten en finaal leiden tot een betere naleving van de rechtsregels zelf. 

    We streven naar een geïntegreerd beleid en uitvoering inzake handhaving en inspectie door de samenwerking tussen toezichts- en handhavingsdiensten te verhogen en de procedures te stroomlijnen. We gaan meer steekproefgewijs, risicogedreven, proportioneel en niet-overlappend handhaven en inspecteren.  We leggen meer nadruk op autoregulering, zelfcontrole en risicoacceptatie waar mogelijk. We gaan voor het ontwikkelen van synergie met of uitbesteding aan andere spelers buiten de Vlaamse overheid (waar mogelijk en wenselijk), vanuit het single-audit principe.

    Vergunningen/erkenningen

    Om de vergunningsbevoegdheid van de Vlaamse overheid optimaal aan te wenden, is er nood aan het voeren van een grondig debat over het selectief en doelgericht aanwenden van een vergunningenstelsel. We evalueren waar het pertinent is om sectoren (nog) te structureren door middel van vergunningen en waar de relevantie vermindert om hiermee te werken, aangepast aan de maatschappelijke evolutie(s). Het Voorzitterscollege engageert zich om de dialoog met de VR te voeren of het noodzakelijk is of de overheid steeds nauwkeurig nagaat of voor bepaalde activiteiten nog een vergunning moet worden gevraagd.

    De vergunning is immers een intensief bedrijfsproces waaraan overheid en burger (moeten) deelnemen. Door een systeem van verbod tenzij vergunning speelt men steeds een (individuele) opdracht naar de overheid toe en wordt sterk ingezet op uitzonderingen, waardoor de opvolging een hoge overhead-inspanning vraagt. Ook burgers, ondernemingen en organisaties worden vaak nog geconfronteerd met onnodige administratieve lasten.

    Ook de procedureopdrachten i.k.v. erkenningen moeten deze ambitie volgen. We streven naar erkenningen van onbepaalde duur door een risico gestuurd toezicht. Deze benadering sluit het best aan bij de intentie van deregulering, gedeelde verantwoordelijkheden en meer vertrouwen.

    Het Voorzitterscollege engageert zich om verdere inspanningen te leveren om te komen tot een bedrijfscultuur waarbinnen een kwaliteitsvolle, eenduidige en oplossingsgerichte adviesverlening centraal staat. Dit willen we verankeren en over de beleidsvelden heen afstemmen zowel in regelgeving, beleidsplannen als procestekeningen.  We evolueren hierbij meer naar een overheid die haar kennis ter beschikking stelt van de besturen en maatschappij die hierop wensen beroep te doen.

    In diverse regelgeving wordt een verplichte adviesrol voor (entiteiten van) de (Vlaamse) overheid voorzien in het kader van de planning en de vergunningverlening. Deze adviezen zijn niet bindend voor de bevoegde overheid. Uitgaande van het vertrouwen in het bestuur waaraan de beslisbevoegdheid is toevertrouwd en het partnerschap met de Vlaamse overheid als kennisorganisatie, wordt deze verplichte advisering herbekeken en waar mogelijk afgeschaft of geoptimaliseerd, waardoor ook een consequente toepassing van de subsidiariteit wordt bereikt.

    Subsidies

    Subsidies vormen een belangrijk sturingsinstrument voor de Vlaamse overheid bij het verwezenlijken van haar beleidsdoelen.  Subsidies (of deze nu een recht zijn of discretionair worden toegekend) zijn een belangrijk beleidsinstrument, maar ook voor dit beleidsinstrument is een grondig debat vereist over het doelgericht en selectief inzetten én voortbestaan van subsidies.

    Voor subsidies die een recht zijn stellen we voor om die automatisch toe te kennen indien de Vlaamse overheid over de informatie beschikt (of kan beschikken).  

    Alle kleine subsidies kunnen best zo veel mogelijk “geforfaitariseerd” worden en dus als subsidiemaatregel bij Europa worden aangemeld. Meestal vallen deze subsidies onder de “de minimis” regel. Controle van een forfait moet zich beperken tot het al dan niet uitvoeren van het project/prestatie waarvoor de subsidie is bedoeld. Geen variabele subsidiebedragen, wel eventueel getrapt in vaste “schijven”.

    Subsidieregelingen zien we het meest efficiënt en effectief verlopen volgens een vaste structuur, met standaard parameters en doorloopcycli, zodat de informatisering van de processen niet steeds opnieuw maatwerk vragen. In alle subsidiemaatregelen hanteert men dezelfde definities en terminologie.

    Een subsidiedatabank is nuttig. Het is in een radicaal digitale overheid absoluut noodzakelijk dat we de gegevens transparant en integraal toegankelijk maken voor alle subsidiërende entiteiten die hun informatie onderling delen.

    Co-financiering en co-subsidiëring moet mogelijk zijn/blijven maar moet geregisseerd worden: het moet kunnen één aanvraag bij verschillende domeinen in te dienen; elke entiteit moet binnen zijn eigen focus een beslissing nemen; de opvolging kan best gemeenschappelijk gebeuren en zo ook transparant gecommuniceerd worden. .

    Voor controles gebruiken we de aanbevelingen van de thema-audit van Audit Vlaanderen en maken we zo veel mogelijk gebruik van bestaande rapporteringen. Bijvoorbeeld : zo kan er veel meer gebruik gemaakt worden van een attest door een accountant die verklaart dat de wet op de vzw’s correct wordt nageleefd en/of de gemaakte kosten wel degelijk voor het gestelde doel zijn aangewend.

    De entiteiten van de Vlaamse overheid passen deze principes toe en zetten daarbij ook in op entiteits- en beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking.

    Meer informatie

    Mededeling aan de Vlaamse Regering van 20 maart 2015 : Stand van zaken en vervolg kerntakenplannen (raadpleeg ook de  bijlage )