chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Inwinning

    Om een hoogwaardige kwaliteit te garanderen, worden de luchtopnamen volgens strikte criteria opgenomen. Zo dienen, onder andere, de foto’s verticaal opgenomen te zijn en moeten ze elkaar voldoende overlappen. De opnames gebeuren vanuit een speciaal aangepast vliegtuig uitgerust met een fotogrammetrische camera en apparatuur (differentiële GPS en IMU) om de positie en de stand van de camera te kennen op het moment van elke opname. De vlieghoogte van het vliegtuig is (samen met de gebruikte camera) bepalend voor de finale grondresolutie (mate van detail).

    Tot begin 2008 werd gebruik gemaakt van een analoge fotogrammetrische camera. Hierbij werden beelden op filmrol ingewonnen waarna deze naar digitale vorm werden omgezet met behulp van een fotogrammetrische scanner. Vanaf eind 2008 is overgeschakeld naar inwinning met behulp van een digitale metrische vaste frame camera. Typisch bij dergelijke camera’s is dat één finaal beeld opgebouwd is uit verschillende deelbeelden die door verschillende sensoren in de camera werden opgenomen. Bovendien worden verschillende spectrale kanalen (kleuren) afzonderlijk geregistreerd. Door het inzetten van een digitale camera is de foutengevoelige stap van scanning niet langer noodzakelijk.

    Vooraleer tot de volgende fase over te gaan, worden het beeldmateriaal en de aanverwante vluchtgegevens door Informatie Vlaanderen gecontroleerd. Hierbij worden de beelden gecontroleerd op hun radiometrische en geometrische kwaliteit en wordt o.a. nagekeken of er geen wolken op de beelden voorkomen.

    Om de luchtopnamen te positioneren in het Belgische coördinatenreferentiesysteem dienen een aantal berekeningen te worden uitgevoerd (zie figuur). Deze fase wordt de stereomodelvorming genoemd.

    De eerste berekening, de zogenaamde aerotriangulatie, bestaat uit twee stappen:

    -       In de eerste stap wordt bij elke individuele analoge foto de lichtstralenbundel ten tijde van de opname gereconstrueerd (inwendige oriëntatie). Deze stap is bij digitale luchtopnamen niet langer noodzakelijk omdat tijdens de voorbereidende stappen er namelijk een vaste interne geometrie gecreëerd wordt voor iedere opname.

    -       In de daaropvolgende stap worden de lichtstralenbundels van de deels overlappende luchtopnamen aan elkaar gebonden (relatieve oriëntatie). Dit geschiedt door de identificatie en het aanmeten van verbindingspunten (=gelijke punten die eenduidig in de respectieve opnamen identificeerbaar zijn) in de overlappende delen van aanliggende opnamen.

    De tweede berekening is de blokvereffening. De blokvereffening zorgt ervoor dat ieder stereomodel dat gecreëerd werd gedurende de relatieve oriëntatie effectief in relatie wordt gebracht met het terrein (absolute oriëntatie). Hiervoor zijn in het terrein opgemeten paspunten nodig. Door de overdracht van de coördinaten van de paspunten (zowel in X, Y en Z) worden de stereomodellen met het terrein verbonden.

    Deze berekeningsstappen worden in grote mate ondersteund door de nauwkeurige DGPS- en IMU-gegevens die tijdens de vlucht werden opgenomen.

    Dit resulteert per luchtopname in een set van externe oriëntatieparameters die heel precies de positie (X, Y en Z-coördinaat) en stand (roll, pitch, yaw-hoeken) van de camera beschrijven bij het moment van opname.

    Vooraleer de luchtopnamen en bijhorende externe oriëntatieparameters worden verdeeld, wordt ook de stereomodelvorming door Informatie Vlaanderen gecontroleerd om na te gaan of de positionering van de luchtopnamen voldoen aan de technische eisen. Hierbij worden stereoscopisch in de beelden controlepunten nagemeten om de geometrische kwaliteit van de stereomodellen te bepalen.

    inwinning van luchtopnames