chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Intergouvernementele organen

    Overlegcomité federale regering en Gemeenschaps- en Gewestregeringen

    Forum om belangenconflicten tussen regeringen te bespreken. Heeft ook een rol in bevoegdheidsconflicten.

      • Taken:
        • het belangrijkste intergouvernementele overlegorgaan
        • onderlinge beleidsafstemming
        • finalisering van belangrijke samenwerkingsakkoorden
        • discussies over financiële tenlastenemingen
        • bespreking van ontwerpregelgeving waarvoor de bijzondere wetten samenwerking voorschrijven
      • Samenstelling
        • Voorgezeten door federale premier
        • Samengesteld op basis van dubbele pariteit: Nederlands/Frans en federaal/deelstatelijk
        • Vlaamse Regering vertegenwoordigd door minister-president en een minister (meestal viceminister-president), eventueel vergezeld door bevoegde minister(s).
      • Agenda, documenten en notuleno    
        • Via de federale regeringsdatabank (e-premier) ter beschikking gesteld aan de leden van de Vlaamse Regering. De secretarie van de Vlaamse Regering fungeert als tussenpersoon om toegang tot e-premier aan te vragen voor de kabinetten.
        • Het secretariaat van de Vlaamse Regering archiveert de documenten in dezelfde databank als de documenten van de Vlaamse Regering en stelt de documenten via deze weg ter beschikking.
      • Het Overlegcomité vergadert in principe maandelijks.

    Interministeriële conferenties voor sectoraal overleg

    • Het Overlegcomité beslist welke "interministeriële conferenties" worden opgericht.
      • gespecialiseerde, sectorale comités, bijvoorbeeld op het vlak van buitenlands beleid, verkeer en infrastructuur, e.d.m., waar de bevoegde ministers onderling kunnen overleggen
      • de interministeriële conferenties hebben geen eigenlijke beslissingsmacht, maar zijn een mogelijk forum voor de voorbereiding van samenwerkingsakkoorden en zijn een kanaal om wettelijk voorgeschreven overleg of betrokkenheid op regeringsniveau te laten plaatsvinden.
      • Iedere regering bepaalt welke ministers haar vertegenwoordigen, overeenkomstig de functionele bevoegdheidsverdeling
    • Belangenconflicten en bevoegdheidsconflicten
      • Belangenconflicten:
        • Doen zich voor als een initiatief of beslissing van een regering of parlement de belangen van een andere gemeenschap / gewest kan schaden. 
        • Hebben bij uitstek een politiek karakter en ze hebben geen betrekking op bestaande wetten, decreten, of besluiten maar wel op ontwerpen of voorstellen daarvan.
        • Zowel de regering als het parlement kunnen beroep doen op de procedure voorbelangenconflicten.
          • Als het parlement oordeelt ernstig te kunnen worden benadeeld door een wetgevend initiatief van een ander parlement, kan het met drie vierde van de stemmen om schorsing van de parlementaire behandeling van dat initiatief vragen met het oog op overleg.  Als het interparlementair overleg niet (binnen zestig dagen) tot een oplossing leidt, wordt de zaak aanhangig gemaakt bij het Overlegcomité, na advies van de Senaat. Zoals gezegd kan het Overlegcomité alleen bij consensus beslissingen nemen, wat bij dit soort conflicten vaak niet mogelijk blijkt.
          • Elke regering kan reageren tegen (ontwerp)beslissingen van andere regeringen die haar belangen kunnen schaden, tegen het niet-naleven van voorgeschreven overlegprocedures, zelfs tegen de afwezigheid van een beslissing (bv. als het wettelijk verplicht akkoord uitblijft). Dergelijke politieke geschillen op niveau van de uitvoerende macht worden rechtstreeks besproken in het Overlegcomité. Ook deze beroepen schorten de uitvoering van de aangevochten beslissing op gedurende 60 dagen, tenzij voordien een           politiek vergelijk wordt gevonden.
      • Bevoegdheidsconflicten
        • zijn geen politieke of opportuniteitsbetwistingen maar hebben te maken met het overschrijden van de wettelijke bevoegdheid van een regering of parlement. Ze zijn dan ook juridisch van aard.
        • De Raad van State, afdeling wetgeving, heeft o.m. als taak om mogelijke bevoegdheidsconflicten te voorkomen zowel bij ontwerpen van reglementaire besluiten als bij voorstellen of voorontwerpen van decreet (= preventief).
        • De wetten op de Raad van State schrijven bovendien voor dat, indien de afdeling wetgeving een bevoegdheidsoverschrijding vaststelt bij een voorontwerp of voorstel van decreet, en de regering of het parlement toch vasthoudt aan het initiatief, het voorontwerp of voorstel wordt doorgezonden naar het Overlegcomité.  In de praktijk wordt deze regel niet strikt toegepast.
        • Bij bestaande wetgevende normen, kan een vermeende bevoegdheidsoverschrijding alleen nog aangevochten worden bij het Grondwettelijk Hof voor wetten en decreten of bij de Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak, voor besluiten (= curatief).

    Andere samenwerkingsvormen

    De Vlaamse Regering kan samenwerkingsakkoorden sluiten met andere Gemeenschappen/Gewesten, en/of met de federale staat.

    De akkoorden worden onderhandeld en gesloten door de uitvoerende macht en gaan onder meer over:

    • de gemeenschappelijke ontwikkeling van initiatieven;
    • gezamenlijk uitoefenen van bevoegdheden (bv. waar de bevoegdheidsverdeling verstrengeld is); 
    • oprichting van gemeenschappelijke diensten of instellingen.

    De samenwerkingsakkoorden zijn dus een aanvulling op het beginsel van de exclusieve bevoegdheidsverdeling. Er zijn enkele domeinen waar de wet samenwerkingsakkoorden oplegt maar voor het overige zijn de regeringen vrij in het bepalen van inhoud en strekking van de samenwerking. Via samenwerkingsakkoorden kunnen wel geen bevoegdheden "uitgewisseld" of overgeheveld worden.

    Er zijn twee soorten samenwerkingsakkoorden:

    • De zogenaamde “wetgevende samenwerkingsakkoorden” of samenwerkingsakkoorden waarvoor instemming van de parlementen vereist is. Dat zijn akkoorden over zaken die:  
      • gewoonlijk door wetgever of decreetgever geregeld worden ;
      • de overheid bezwaren (bv. financieel) ;
      • verplichtingen opleggen aan burgers.
      • Het Parlement kan de akkoorden niet amenderen (te vergelijken met de goedkeuringsprocedure voor verdragen).
    • De zogenaamde “uitvoerende samenwerkingsakkoorden” of  samenwerkingsakkoorden over andere zaken. De uitvoerende samenwerkingsakkoorden hebben geen instemming van de parlementen nodig.  

    De Bijzondere Wet bepaalt nog een aantal overlegprocedures, die in variëren van louter informeren tot de noodzaak van voorafgaand akkoord. Rechtscolleges kunnen normen vernietigen als de voorgeschreven overlegprocedures niet of onvoldoende werden nageleefd. Rechtstreeks overleg en betrokkenheid vinden plaats in interministeriële conferentie of Overlegcomité, en vraagt volgens vaste rechtspraak van de Raad van State steeds beraadslaging op ministerieel niveau. Voor adviesverplichtingen en de akkoordvereiste wordt echter ook beroep gedaan op de schriftelijke procedure. Als de Vlaamse Regering hierover standpunt inneemt op voorstel van de vakminister, wordt dit standpunt door de minister-president bezorgd aan de federale regering.

    Verdere praktische modaliteiten zijn geregeld in een protocol gesloten in de schoot van het Overlegcomité.

    Zie: Deel 4 Vademecum VR

    Vanaf 1 juli 2014 kunnen de gemeenschappen en gewesten ook gezamenlijke decreten en besluiten nemen, over:

    • de gezamenlijke oprichting en het gezamenlijk beheer van gemeenschappelijke diensten en instellingen
    • het gezamenlijk uitoefenen van eigen bevoegdheden
    • de gemeenschappelijke ontwikkeling van initiatieven.
    • kunnen door elke regering afzonderlijk uitgevoerd worden bij besluit, maar kunnen ook uitgevoerd worden door een gezamenlijk uitvoeringsbesluit dat wordt aangenomen door elke gemeenschaps- of gewestregering nadat ze overeenstemming hebben bereikt over de inhoud ervan.

    De parlementen hebben daar initiatief- en amenderingsrecht: gezamenlijke decreten worden aangenomen door een interparlementaire commissie vooraleer ze aangenomen worden de gemeenschaps- of gewestparlementen.

    Contact